CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Nota van beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Hogevaart 143, Sprang-Capelle5.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Hogevaart 143 Sprang-Capelle’ DEEL 1: INLEIDING Het ontwerpbestemmingsplan ‘Hogevaart 143 Sprang-Capelle’ heeft tezamen met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp met ingang van 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen bij de receptie van het stadhuis. Het ontwerpbestemmingsplan kon tevens worden ingezien via de gemeentelijke website en de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen de termijn van terinzagelegging heeft een ieder een zienswijze kunnen indienen. Er zijn twee zienswijzen naar voren gebracht op het ontwerpbestemmingsplan. Hieronder hebben wij deze zienswijzen samengevat weergegeven. Wij benadrukken dat de zienswijzen volledig zijn beoordeeld en dat niet slechts de samenvatting bij de afweging is betrokken. Tot slot is aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. DEEL 2: OVERZICHT ZIENSWIJZEN Ontwerpbestemmingsplan Nr. Indiener 1. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant 2. Indiener 2

Datum ontvangst 8 januari 2024

Ontvankelijk Ja

31 januari 2024 (pro forma) en 21 februari 2024

Ja

DEEL 3: SAMENVATTING EN BEANTWOORDING Ontwerpbestemmingsplan Zienswijze 1 1. Er dient vóór de vaststelling van het bestemmingsplan een Ruimte-voor-Ruimte titel te zijn verworven. Als hier niet aan wordt voldaan, dan is er een strijdigheid met artikel 3.79 IOV (artikel 5.15 omgevingsverordening).

Antwoord 1. De aanvrager heeft een ruimte-voor-ruimte titel verworven en het certificaat als bewijs als bijlage bij de toelichting bijgevoegd.

Aanpassing 1. Het certificaat van de ruimte-voor-ruimte titel is als bijlage 1 bijgevoegd aan de bijlagen van de toelichting.

2. In de planregels (artikel 4.2.3. sub c) staat dat voor de bouw van vrijstaande bijgebouwen, een maximale afstand van 40 meter tot het hoofdgebouw moet worden aangehouden. Wij wijzen erop, dat deze regeling onjuiste verwachtingen schept, omdat de afstand buiten het bouwblok aan de noord- en westzijde slechts 7 meter bedraagt. We verzoeken de regeling hierop aan te passen, omdat er uitsluitend binnen het bestemmingsvlak ‘wonen’ kan worden gebouwd.

2. De afstand van 40 meter komt voort uit de regels van het bestemmingsplan buitengebied waar dit plan zoveel als mogelijk bij aansluit aangezien de locatie is gelegen in het buitengebied. Daarentegen is het dit geval gezien het compacte woonperceel niet bezwaarlijk om de 40 meter te verkleinen. Voorstel is om het verzoek in te willigen en de maximale afstand aan te passen naar 7 meter.

2. Artikel 4.2.3 sub c wordt aangepast. Voorstel is om de maximale afstand aan te passen naar 7 meter.

Zienswijze 2 1. De afstand tussen de beoogde woning tot aan de inrit van het bedrijfslocatie te Winterdijk 17 bedraagt slechts 20 meter. Daarmee wordt niet voldaan aan de richtafstanden die behoren bij milieucategorie 3.2. De richtafstand die hier geldt bedraagt 100 meter. Het binnen de richtafstand mogelijk maken dat een woning wordt gebouwd, dat is voor cliënte onaanvaardbaar. Temeer daar dit de

Antwoord Milieucategorie bedrijfs- en milieuzonering In de zienswijze wordt gesteld dat niet wordt voldaan aan de richtafstand van 100 meter behorende bij milieucategorie 3.2. Naar aanleiding hiervan is de milieucategorie nogmaals tegen het licht gehouden. De inrichting van de bedrijfslocatie betreft een aannemersbedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met graafwerkzaamheden, transport, grond zeven, leveren van grond- en bouwstoffen zoals zand, grind en puingranulaat, uitvoeren van grond- en straatwerk, het

Aanpassing Leidt tot aanpassing van Hoofdstuk 4.8 bedrijven en milieuzonering van de toelichting op het bestemmingsplan. Leidt daarnaast tot aanpassing van de Regels en Verbeelding

bedrijfsvoering onaanvaardbaar belemmert. Cliënte heeft er juist recht op en belang bij dat zij door de nieuwe planologische ontwikkeling niet in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd. Thans is daarvan geen sprake nu de tegenoverliggende woning (winterdijk 18) planologisch en milieutechnisch deel uitmaakt van het perceel Winterdijk 17 en als zodanig niet tegen de effecten van het bedrijf van cliënte wordt beschermd. Wordt echter het aan het perceel Hogevaart 143 toegekende bouwvlak afgesplitst en voor wonen bestemd, dan is sprake van een nieuwe gevoelige bestemming met alle nadelige gevolgen van dien.

zagen van asfalt en beton, sloopwerkzaamheden, verhuur van verschillende bouwmaterialen, zoals bouwhekken en kunststof rijplaten. Daarbij kan het bedrijf eveneens worden ingezet voor gladheidbestrijding in de wintermaanden. Daarnaast kan het incidenteel voorkomen (<12 keer per jaar) dat puin wordt gebroken of hout wordt geshredderd. De door de VNG uitgegeven publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een hulpmiddel om bedrijven in te delen in milieubelastende activiteiten. Hierbij wordt uitgegaan van de een standaard bedrijfsindeling (SBI). Bij de SBI-codes hoort een (milieu)categorisering met bijbehorende richtafstanden. Gezien de bedrijfsactiviteiten zijn meerdere SBI-codes van toepassing. Een groothandel in zand en grind (stukgoederen) met een bebouwd oppervlak > 200 m2 wordt ingedeeld in categorie 3.2., puinbrekerijen vallen al snel onder categorie 4.2, verhuur bedrijven voor machines en werktuigen vallen daarentegen weer onder categorie 3.1. Aangezien puinbreken een nevenactiviteit is, dient het bedrijf mede gezien de grootte van het bedrijf eerder in categorie 3.2 ingedeeld te worden dan in categorie 3.1. Daarnaast vinden de puinbreekactiviteiten op het achterterrein plaats op grotere afstand dan de ingang van het bedrijf van de nieuw te bouwen woning. De indeling van bedrijven in milieucategorieën is en blijft subjectief.

Bij milieucategorie 3.1 is een richtafstand 50 meter van toepassing en bij een categorie 3.2 een afstand van 100 meter. De nieuwe woning komt op circa 30 meter van de ingang van het bedrijf te liggen. Dus ongeacht de categorie komt de woning binnen de van toepassing zijnde richtafstand te liggen. Hoofdstuk 4.8 bedrijven en milieuzonering van het bestemmingsplan wordt aangepast en daar wordt

van het bestemmingsplan. Opgenomen is dat de noord- en oostgevel van de nieuw te bouwen woning als dove gevels uitgevoerd moeten worden.

vervolgens uitgegaan van een bedrijf met een milieucategorie 3.2 Nu er (nog steeds) niet aan de richtafstanden wordt voldaan dient er gekeken te worden of de beoogde woning tot extra belemmering leidt ten opzicht van het aannemersbedrijf. Hiervoor is het van belang om te bepalen wat de maatgevende woning is ten opzichte van de bedrijfsvoering van het aannemers bedrijf. Maatgevende woning: De maatgevende woning is Winterdijk 18, maar deze woning behoort bij de inrichting en dient dus niet te worden beschouwd. Verder blijkt uit extra opgestelde akoestisch onderzoek (akoestisch rapport industrielawaai, nieuwbouwwoning Hogevaart 143 te Sprang-Capelle, Rapportnr.: FBi20240424-1) naar aanleiding van de ingediende zienswijze dat de geluidbelastingen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidniveau op de noord- en oostgevel van de nieuwe woning hoger zijn dan de belastingen op de gevel van Winterdijk 16 (in het rapport staat Winterdijk 15). Maar doordat de noord- en oostgevel (van de beoogde woning Hogevaart 143) als doof worden uitgevoerd en niet beschouwd dienen te worden is de woning Winterdijk 16 de maatgevende woning. De geluidbelastingen op de zuid- en westgevel van de nieuwe woning zijn lager dan bepaald op de westgevel van de woning Winterdijk 16. Daarmee is de maatgevende woning Winterdijk 16 en niet de beoogde nieuwe woning te Hogevaart 143 SprangCapelle.

Verder wordt in de zienswijze gesteld dat het bedrijf bij de woning niet aan de grenswaarden van het maximaal geluidniveau uit het Activiteitenbesluit kan voldoen. Er wordt aangegeven dat het maximaal geluidniveau 71 dB(A) in de dagperiode bedraagt en 72 dB(A) in de avond- en nachtperiode op de nieuwe woning. Uit het nader opgestelde akoestisch rapport industrielawaai (Nieuwbouwwoning Hogevaart 143 te Sprang-Capelle Akoestisch onderzoek industrielawaai Rapportnr.: FBi20240424-1) blijkt dat het maximale geluidniveau op de noord- en oostgevel ten hoogste 69 dB(A) bedraagt in de dagperiode en 70 dB(A) in zowel de avond- en nachtperiode. Het verschil in de dag met de avond/nachtperiode is toe te schrijven aan het gegeven dat in de dagperiode wordt uitgegaan van de geluidbelasting op een hoogte van 1,5 meter boven het plaatselijk maaiveld en in de avond/nachtperiode van een hoogte van 5 meter. De berekeningsresultaten komen overeen met de in de zienswijze vermelde maximale geluidniveaus. Op de noord- en oostgevel kan in de avond- en nachtperiode niet worden voldaan aan de toelaatbare grenswaarde van 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Daarentegen wordt in het rapport ervan uitgegaan dat de noord- en oostgevel van de beoogde woning Hogevaart 143 als een dovegevel worden uitgevoerd.

Een dove gevel is een gevel zonder te openen ramen en deuren, met een bepaalde geluidweringen en dient aangemerkt te worden als een niet-geluidgevoelige gevel waarop geen toetsing hoeft plaats te vinden. De niet-geluidgevoelige gevels dienen wel een voldoende geluidwering te hebben zodat in de woning het geluidniveau van de maximale geluidniveaus niet te hoog zijn. Geadviseerd wordt om voor het binnenniveau de waarden van 55, 50 en 45

dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode aan te houden overeenkomstig de van toepassing zijnde normen bij aanpandige gevoelige gebouwen. De geluidwering dient dan minimaal 25 dB te bedragen. Ten behoeve van de ruimtelijke procedure is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) een rapportage van een akoestisch onderzoek opgesteld. Op grond van de rapportage, opgesteld door K+ adviesgroep, rapportnummer Rm220580aaA0 d.d. 20 december 2022 zijn vanwege het wegverkeerslawaai van de Winterdijk en Hogevaart hogere waarden vastgesteld. In dit onderzoek is ook uitgegaan dat de noord- en oostgevel als dove gevels worden uitgevoerd. Op deze gevels zijn geluidbelastingen bepaald van respectievelijk 60 en 62 dB. Op grond van deze belastingen dient om aan een binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen de geluidwering ten minste 27 en 29 dB te bedragen. Met deze geluidweringen zal in de woning het maximale geluidniveau zeker voldoen aan de waarden van 55, 50 en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Wanneer het plan voorziet in een niet geluidgevoelige (dove) noord- en oostgevel mag geconcludeerd worden dat het aannemersbedrijf niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering. Dit is ook geborgd in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. 2.

De betreffende locatie is niet gelegen in een bebouwingsconcentratie en ook is geen sprake van een ontwikkeling die een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Ten onrechte wordt in de plantoelichting uitgegaan van het gelegen zijn in een bebouwingsconcentratie.

De locatie is gelegen in de bebouwingsconcentratie die aangegeven is in de Structuurvisie Waalwijk 2025. De locatie van het plangebied aan de Hogevaart maakt (op basis van het huidige bestemmingsplan voor deze locatie) deel uit van een bestaand Ambachtelijk bedrijf. Het gaat om een gekoppeld bouwvlak dat samen met Winterdijk 17 en 18 één geheel vormt. Op de locatie Hogevaart 143 zijn de overblijfselen van voormalige

Leidt niet tot aanpassing van het plan

In ruimtelijk opzicht ligt het perceel solitair in het betreffende buitengebied. De aansluiting bij het perceel Winterdijk 18 ontbreekt nu de beide percelen worden doorsneden door de Hogevaart. Ook de overige aan de Hogevaart gelegen woningen liggen te ver verwijderd van het perceel Hogevaart 143. 3. Daar komt nog bij dat het perceel is gelegen in het Natuur Netwerk Brabant en de omliggende gronden in het provinciale inpassingsplan "Natuurgebied Westelijke Langstraat" de enkelbestemming "Natuur" toegekend hebben gekregen. Ook daarom wordt niet voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. 4. Tenslotte is het ontwerpbestemmingsplan niet voorafgegaan door een voorontwerpbestemmingsplan. Daarvan wordt in de plantoelichting wel uitgegaan. Als gevolg daarvan is er onvoldoende inspraak geboden, hetgeen niet kan worden aanvaard.

bedrijfsgebouwen nog duidelijk zichtbaar. Met de bouw van één Ruimte-voor-Ruimte Woning op dit perceel wordt dit bebouwingsensemble hersteld.

De locatie is niet gelegen in het Natuur Netwerk Brabant, maar in het Landelijk gebied zoals aangeduid door de toenmalige interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

Leidt niet tot aanpassing van het plan

Van oudsher was het gebruikelijk om een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen voorafgaand van een ontwerpbestemmingsplan. Echter is er in verband met de invoering van de Omgevingswet wat gepaard ging met een tijdslimiet van deze lijn afgeweken. In de toelichting is er abusievelijk blijven staan dat er een voorontwerp van het bestemmingsplan wordt gepubliceerd.

In de toelichting zal de zin worden geschrapt dat er een voorontwerp van dit plan ter inzage is gelegd.

Verder is het publiceren van een Voorontwerp niet voorgeschreven door de Wro en maakt geen deel uit van de "officiële" procedure. Het is daarmee dus niet verplicht. Daarnaast is er voor dit ontwerpbestemmingsplan een omgevingsdialoog gevoerd met de directe omgeving. Tot slot heeft een ieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen dit ontwerpbestemmingsplan. Daarmee wordt er voldoende inspraak geboden.

DEEL 4: STAAT VAN WIJZIGINGEN 4.1 Wijzigingen n.a.v. zienswijze en abmtshalve 4.1.1 Bestemmingsplan In de Toelichting -

Aan de inhoudsopgave zijn de bijlagen 1: Landschappelijk inpassingsplan, 12: Akoestisch onderzoek industrielawaai, 16: Certificaat Ruimte-voor- Ruimtetitel en 17: ‘Nota van zienswijzen en Staat van wijzigingen’toegevoegd; Aan paragraaf 2.2 is afbeelding 4: Landschappelijk inpassingsplan toegevoegd; In paragraaf 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling is de vierde alinea gedeeltelijk aangepast. Daaraan is de volgende tekst toegevoegd: ‘Er dient beoordeeld te worden of het project moet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in Categorie D11.2.’ en ‘Het initiatief betreft het herbestemmen van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming ten behoeve van de realisatie van een ruimte-voor-ruimtewoning. Het gaat daarbij dus om een gedeeltelijke herbestemming die verder geen milieuhygiënische effecten heeft op de omgeving. Het gebruik van het perceel wijzigt door het realiseren van een ruimte-voor-ruimtewoning, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het project voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat de oppervlakte aan bebouwing niet zal toenemen en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is.’

-

Aan paragraaf 4.3.2. ‘Wet natuurbescherming’ is de beschrijving van de nieuwe AERIUS berekening toegevoegd. De volgende tekst is opgenomen: ‘Daarnaast is er in het kader van het vaststellen van het bestemmingsplan nieuwe AERIUSberekeningen gemaakt in de nieuwste versie van AERIUS. Uit deze berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en toekomstige gebruik. Tijdens de realisatiefase van de woning zal een deel van de draaiuren van de mobiele werktuigen worden uitgevoerd met elektrisch materieel.’

-

in Hoofdstuk 4.8 bedrijven en milieuzonering de milieucategorie 3.1 aangepast naar 3.2. De aanpassing ziet er alsvolgt uit:

4.8. Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten (geur, stof, geluid en veiligheid) en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Hier zijn dan ook kleinere richtafstanden te rechtvaardigen (behalve voor het aspect veiligheid). De planlocatie ligt in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. bedrijven en natuurgronden. Daarnaast is de locatie direct naast de hoofdinfrastructuur van de A59 gelegen (op circa 440 meter van de planlocatie, zie Afbeelding 16), hierdoor is hier reeds sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Wat betreft veehouderijen word in de volgende paragraaf getoetst aan de wetgeving die specifiek van toepassing is voor veehouderijen.

Beperkingen ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

De dichtstbijzijnde niet-agrarische bedrijvigheid is een aannemersbedrijf/transportbedrijf aan de Winterdijk 17, wat behoort tot milieucategorie 3.1. Dit bedrijf houdt zich voornamelijk bezig met graafwerkzaamheden, transport, grond zeven, leveren van grond- en bouwstoffen zoals zand, grind en puingranulaat, uitvoeren van grond- en straatwerk, het zagen van asfalt en beton, sloopwerkzaamheden, verhuur van verschillende bouwmaterialen, zoals bouwhekken en kunststof rijplaten. Gezien de bedrijfsactiviteiten zijn meerdere SBI-codes van toepassing. Een groothandel in zand en grind (stukgoederen) met een bebouwd oppervlak > 200 m2 wordt ingedeeld in categorie 3.2., puinbrekerijen vallen al snel onder 4.2, verhuur bedrijven voor machines en werktuigen vallen daarentegen weer onder categorie 3.1. Aangezien puinbreken een nevenactiviteit is, dient het bedrijf mede gezien de grootte van het bedrijf eerder in

categorie 3.2 ingedeeld te worden dan in categorie 3.1. Daarnaast vinden de puinbreekactiviteiten op het achterterrein plaats op grotere afstand dan de ingang van het bedrijf van de nieuw te bouwen woning. Bij milieucategorie 3.1 is een richtafstand 50 meter van toepassing en bij een categorie 3.2 een afstand van 100 meter. Aangezien de locatie is gelegen binnen het gemengd gebied, mag de richtafstand verkleind worden met één stap. Voor het bedrijf geldt dus een richtafstand van 50 meter. De nieuwe woning komt op circa 30 meter van de ingang van het bedrijf te liggen. Door het realiseren van een woning binnen de richtafstand van 50 meter rondom het bedrijf aan de Winterdijk 17, kan dit beperkingen opleveren voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf. Om deze reden is conform een akoestisch onderzoek industrielawaai, uitgevoerd op 24 april 2024 door F. Bouwmans Ingenieursburo, onderzocht of de bedrijfsvoering van het aannemersbedrijf aan de Winterdijk 17 wordt beperkt door de realisatie van de beoogde woning op het plangebied. Het akoestisch onderzoek industrielawaai is bijgevoegd als Bijlage 12 bij onderhavige toelichting. Ten behoeve van het onderzoek zijn geluidberekeningen verricht, conform de eisen uit de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai (HMRI-II).

De optredende geluidniveaus in de omgeving van het bedrijf zijn bepaald middels overdrachtsberekeningen volgens de specialistische methode uit de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. Hierna volgen de uitkomsten uit het akoestisch onderzoek industrielawaai: - Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT Uit de berekeningen blijkt dat het bedrijf zowel in de representatieve bedrijfssituatie als bij de maximale planologische mogelijkheden bij de nieuwbouwwoning ter hoogte van de zuiden westgevel ruim voldoet aan de grenswaarden. Omdat de noord- en oostgevel niet geluidgevoelig is hoeft daar niet getoetst te worden. Dit betekent dat de bedrijfsvoering van het bedrijf niet belemmerd wordt door de nieuwbouwwoning op het plangebied. - Maximale geluidniveaus LAmax Uit de berekeningen blijkt verder dat het bedrijf zowel in de representatieve bedrijfssituatie als bij de maximale planologische mogelijkheden bij de nieuwbouwwoning ter hoogte van de zuid- en westgevel ruim voldoet aan de grenswaarden. Omdat de noord- en oostgevel niet-geluidgevoelig zijn hoeft daar niet getoetst te worden. Dit betekent dat de bedrijfsvoering van het bedrijf in de representatieve bedrijfssituatie niet belemmerd wordt door de nieuwbouwwoning. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de maatgevende woning voor het bedrijf aan de Winterdijk 17 de woning gelegen aan de Winterdijk 18 is.

Echter behoort deze woning tot de inrichting en dient dus niet te worden beschouwd. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelastingen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau op de noord- en oostgevel van de nieuwe woning aan de Hogevaart 143 hoger zijn dan de belastingen op de gevel van Winterdijk 16 (volgens het rapport Winterdijk 15). Echter is de noord- en oostgevel van de nieuwbouwwoning doof uitgevoerd en is daardoor niet geluidsgevoelig en hoeft daardoor niet getoetst te worden. Hierdoor is de meest maatgevende woning, de woning gelegen aan de Winterdijk 16. De geluidsbelasting op de zuid- en westgevel van de nieuwbouwwoning zijn lager dan bepaald op de westgevel van de woning gelegen aan Winterdijk 16. Dit betekent dat de bedrijfsvoering van het bedrijf bij de maximale planologische mogelijkheden niet belemmerd wordt door de nieuwbouwwoning ter plaatse van de Hogevaart 143. Verder is er in de omgeving van het plangebied een aannemersbedrijf gelegen aan de Hogevaart 125. Een aannemersbedrijf behoort tot milieucategorie 3.1. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieucategorie, liggend in gemengd gebied, een richtafstand van 30 meter. Het plangebied ligt op een afstand van circa 90 meter van het aannemersbedrijf.

De realisatie van de gewenste woning aan de Hogevaart 143 zal dus niet leiden tot extra beperkingen in de ontwikkelingsmogelijkheden van het aannemersbedrijf.

Woon- en leefklimaat

Zoals hiervoor omschreven betreft de dichtstbijzijnde niet-agrarische bedrijvigheid een aannemersbedrijf met een werkplaats > 1.000 m2 aan de Winterdijk 17, wat behoort tot milieucategorie 3.2 zoals bovenstaand beschreven in ‘Beperkingen ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven’. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieucategorie, liggend in gemengd gebied, een richtafstand van 50 meter. Het bedrijf ligt op circa 30 meter van de planlocatie. Hierdoor wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Aangezien tussen het transportbedrijf en de gewenste woning aan de Hogevaart 143 een drukke doorgaande weg is gelegen, namelijk de Winterdijk wordt geconcludeerd dat het transportbedrijf niet leidt tot extra belemmeringen van het woon- en leefklimaat van de gewenste woning. Er wordt dus voldaan aan de richtafstanden voor een verantwoorde afstand tussen bedrijvigheid en woningen. Verder ligt in de omgeving van het plangebied een aannemersbedrijf aan de Hogevaart 125. Een aannemersbedrijf behoort tot milieucategorie 3.1. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieucategorie, liggend in gemengd gebied, een richtafstand van 30 meter. Het plangebied ligt op een afstand van circa 90 meter van het aannemersbedrijf. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor een verantwoorde afstand tussen bedrijvigheid en woningen.

Op grond hiervan kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de richtafstanden.

-

Aan de toelichting wordt het certificaat van de Ruimte-voor-Ruimte titel toegevoegd als bijlage 16;

-

Aan Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving, worden de nieuw toegevoegde onderdelen in het bestemmingsplan toegevoegd. Het gaat daarbij om de volgende toevoegingen: - de enkelbestemming: Natuur; - de gebiedsaanduidingen: ‘overige zone- aardkundig waardevol’, ‘overige zone cultuurhistorisch vlak’, ‘overige zone interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’; - de Functieaanduidingen: ‘Specifieke vorm van groen- landschappelijke inpassing’ en ‘Specifieke vorm van natuur- halfverharding toegestaan’; - de bouwaanduidingen: ‘Specifieke bouwaanduiding – dove gevel toegevoegd’ deze aanduiding is van toepassing op de bestemming Wonen.

-

Hoofdstuk 6: Uitvoerbaarheid, is geactualiseerd.

In de Regels -

Aan het begrippenkader is artikel 1.22 toegevoegd: 1.22 dove gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw, zijnde een geluidsgevoelige bestemming, scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (in geval van wegverkeerslawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder/Omgevingswet.

-

Artikel 4 “Natuur” is toegevoegd. Deze maakt de ontsluiting van het perceel, het benodigde parkeren en de borging van natuurwaarden mogelijk. Het volgende is opgenomen:

Artikel 4 Natuur 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Natuur aangewezen gronden zijn, op volgorde van belangrijkheid, bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurwaarden; b. de uitvoering van hydrologische en ecologische herstelmaatregelen ten behoeve van het behoud, herstel en ontwikkeling van de habitattypen waarvoor het Natura 2000 gebied 'Langstraat' is aangewezen; c. behoud, herstel en ontwikkeling van de aardkundige, landschappelijke en cultuurhistorischewaarden; d. waterhuishoudkundige doeleinden; e. onverharde fiets- en wandelpaden en wegen; f. extensief recreatief medegebruik; g. groenvoorzieningen; h. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - halfverharding toegestaan' is halfverharding toegestaan ten behoeve van de inrit en parkeerplaatsen van de woning, zoals weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. schuilvoorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 m en een bebouwde oppervlakte van maximaal 15 m2; b.

informatievoorzieningen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 3 m; c. uitkijkvoorzieningen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 4 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m.

4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en opstallen voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het onderstaande schema opgenomen werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden a. aanleggen, verbreden en/of dempen van watergangen; b. het verwijderen van houtopstanden;

c. het afgraven, ophogen en egaliseren van de bodem

Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden - de activiteiten zijn noodzakelijk in het kader van natuurbeheer; - de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van de natuur dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik; - de aanwezige natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse leidingen. 4.4.2 Toetsing aan waarden De in 4.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 4.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 4.4.1 de toetsingscriteria weergegeven.

4.4.3 Uitzonderingen vergunningplicht Het onder 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het inpassingsplan een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het inpassingsplan in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; d. welke worden uitgevoerd ten behoeve van het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de ecologische kenmerken en waarden van de gronden die onderdeel uitmaken van het Natura 2000-gebied en/of van het Natuur Netwerk Brabant, zoals opgenomen in Bijlage 1 Inrichtingsplan; voor zover de werken en werkzaamheden het aanbrengen van grasbetonverharding ten behoeve van beheer en onderhoud (aangeduid als VHBO) betreffen, geldt de uitzondering van de vergunningsplicht tot een oppervlakte van maximaal 400 m2 per aangeduide locatie. e. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - halfverharding toegestaan' geldt de vergunningsplicht niet voor het aanbrengen van halfverharding zoals opgenomen in Bijlage 1. Vervolg van aanpassingen in de Regels: Artikel 4 wordt met de toevoeging van het artikel Natuur, Artikel 5; Artikel 5.2.3 sub c wordt aangepast. De afstand van 40m wordt aangepast naar 7m. De aanpassing is als volgt: c.

de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 7 m; 5.4.3 toegevoegd aan de voorwaardelijke verplichting voor de bestemmingen: Groen, Natuur en Wonen. Met de aanvulling: Vervolgens dient de landschappelijke inpassing duurzaam in stand te worden gehouden op de wijze zoals aangegeven in het landschappelijk inpassingsplan. 5.4.4 toegevoegd aan de voorwaardelijke verplichting geluid: Onder a: lid 1: toegevoegd ‘Omgevingswet’ lid 2 binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient de noord- en oostgevel van het geluidgevoelige object uitgevoerd te worden met dove gevels, zoals bepaald in het akoestisch onderzoek zoals opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels; Onder b: Het is niet toegestaan om de dove gevels, zoals opgenomen onder a, (vergunningsvrij) te doorbreken ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat.

-

Toegevoegd aan de algemene aanduidingsregels: Artikel 8 (voormalig artikel 7)

8.1 Overige zone - Aardkundig waardevol Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aardkundig waardevol' zijn de gronden tevens aangewezen voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplicht Aardkundig waardevol Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren: a. het verwijderen of het aanbrengen van diep wortelende beplantingen of bomen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend het diepploegen en diepwoelen van de bodem; c. het ontginnen, (af)graven, ophogen en egaliseren van de bodem; d. het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse leidingen of daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het verlagen of verhogen van het waterpeil; g. het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen; h. het draineren van de grond.

b Uitzondering vergunningplicht Aardkundig waardevol Het onder 8.1.1 onder a vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. welke worden uitgevoerd ten behoeve van het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de ecologische kenmerken en waarden van de gronden die onderdeel uitmaken van het Natura 2000-gebied en/of van het Natuur Netwerk Brabant, zoals opgenomen in Bijlage 1 Inrichtingsplan. b. tot 0,3 m beneden het maaiveld; c. dieper dan 0,3 m onder maaiveld, tot een oppervlakte van maximaal 100 m2; d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - halfverharding toegestaan' is het

aanbrengen van halfverharding toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 1. c Toetsing Aardkundig waardevol De in 8.1.1 onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de aardkundige waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, waarbij de volgende voorwaarden mede worden afgewogen: a. behoud van het microreliëf; b. behoud van het bodemprofiel 'klei op veen op zand' en de zandkoppen; c. bij afgraving van percelen: behoud van de percelering. 8.4 Overige zone - Cultuurhistorisch vlak Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch vlak' zijn de gronden tevens aangewezen voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. 8.4.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplicht Cultuurhistorisch vlak Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; d. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen of houtgewas; f. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het verwijderen van oevervegetaties; i. de aanleg van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen;

j.

het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven.

b Uitzondering vergunningplicht Cultuurhistorisch vlak Het in lid 8.4.1 onder a. bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a. worden uitgevoerd ten behoeve van het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de ecologische kenmerken en waarden van de gronden die onderdeel uitmaken van het Natura 2000-gebied en/of van het Natuur Netwerk Brabant, zoals opgenomen in Bijlage 1 Inrichtingsplan; b. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het inpassingsplan. d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - halfverharding toegestaan' is het aanbrengen van halfverharding toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 1. c Toetsingscriteria Cultuurhistorisch vlak De in lid 8.4.1 onder a. genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, waarbij waarbij de volgende voorwaarden mede worden afgewogen: a. behoud van de heggenstructuur, bomensingels en inheemse boomsoorten (Labbegat I, III en IV en Den Dulver/Kwekel); b. herstel van het slagenlandschap; c. bij afgraving van percelen, behoud van de percelering.

d Advisering Cultuurhistorisch vlak Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4.1 landschaps- en cultuurhistorische deskundige of met de aanvraag om vergunning aangetoond is dat geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden, dan wel dat er passende maatregelen zijn genomen om de aanwezige cultuurhistorische waarden veilig te stellen. 8.7 Overige zone - in Interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, de ontwikkeling en het beheer van de-

ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Aan de Verbeelding is toegevoegd: -

de bestemming: Natuur; de gebiedsaanduidingen: ‘overige zone- aardkundig waardevol’, ‘overige zone cultuurhistorisch vlak’, ‘overige zone interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’; de Functieaanduidingen: ‘Specifieke vorm van groen- landschappelijke inpassing’ en ‘Specifieke vorm van natuur- halfverharding toegestaan’ de bouwaanduidingen: ‘Specifieke bouwaanduiding – dove gevel toegevoegd’ deze aanduiding is van toepassing op de bestemming Wonen; De letter ‘W’ binnen de bestemming Wonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16067276/1