Bijlage 5d Sint Clemenskerk Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bijlage 12 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
281/566
dove gevel geluidluwe gevel
rekening houdend met balkon
dove gevel geluidluwe gevel
dove gevel geluidluwe gevel
Metaglas | Total Glas SilentAir Glazen gevelgeluidschermen
Opdrachtgever Metaglas BV Datum 27 februari 2019 Auteurs ing. M. (Michiel) Verrips ir. Th.B.J. (Theo) Campmans
Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558| KvK 30073990 | BTW NL007093159B01
Inhoudsopgave
1
Inleiding ............................................................................................................................................. 3 Geluidreductie in transformatieprojecten ........................................................................................ 3 n? .......................................................................................... 3 Geluidreductie tot 16 dB(A) voor wegverkeer .................................................................................. 3 Geluidreductie tot 24 dB(A) voor railverkeer .................................................................................... 3
2
Wettelijk kader................................................................................................................................... 4 Wegverkeer ................................................................................................................................... 4 Spoorwegverkeer ........................................................................................................................... 4 Industrielawaai .............................................................................................................................. 4
3
Waarom niet alleen glas? ................................................................................................................... 5
4
Productomschrijving SilentAir gevelschermen.................................................................................... 6
5
Geluidreductie SilentAir gevelschermen ............................................................................................. 7 Meetsituatie .................................................................................................................................. 7 Meetmethode ............................................................................................................................... 7 Meetresultaten .............................................................................................................................. 8
6
Berekende geluidreductie SilentAir gevelschermen ........................................................................... 9
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Productinformatie Foto's meetsituatie Grafische weergaven metingen geluidreductie Grafische weergaven rekenresultaten geluidreductie extra varianten
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 2 van 51
1
Inleiding
Geluidreductie in transformatieprojecten In opdracht van Metaglas BV is onderzoek verricht naar de geluidreductie bij transformatieprojecten door middel van een nieuw product: Total Glas SilentAir geluidschermen. Met deze glazen schermen met geluidwerend kader wordt de geluidbelasting - van bijvoorbeeld verkeerslawaai - op achterliggende geveldelen van een gebouw verminderd. Hierdoor kan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, op locaties met een hoge geluidbelasting in veel situaties mogelijk worden gemaakt.
De aanleiding voor de ontwikkeling van Total Glas SilentAir schermen is een eerder uitgevoerd - zonder extra geluidwerende materialen - als geluidscherm op korte afstand voor de gevel. Uit dat onderzoek is gebleken dat de geluidreductie voor het wegverkeersgeluidspectrum hiermee minimaal is en veel lager dan doorgaans - op basis van theoretische modellen - werd verwacht. Dit wordt veroorzaakt door opslingering van geluid dat achter deze glasplaten optreedt. Deze oplossing volstaat daarom meestal niet voor de benodigde geluidreductie bij transformatieprojecten. Zie ook hoofdstuk 2.
Geluidreductie tot 16 dB(A) voor wegverkeer De ontwikkeling van Total Glas SilentAir schermen is tot stand gekomen door samenwerking tussen Metaglas BV en LBP|SIGHT. Hiertoe is eerst uitgebreid gebrainstormd, ontworpen en gerekend. Daarna is de geluidreductie van de schermen in een praktijksituatie gemeten. Uit de metingen en berekeningen blijkt dat de Total Glas SilentAir schermen zorgen voor een geluidreductie op de gevel van 4 tot 16 dB(A) voor het wegverkeersspectrum, afhankelijk van de gekozen samenstelling van de schermen. In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Aanvullend zijn er nieuwe varianten ontwikkeld die rekentechnisch onderzocht zijn, waarbij de opgedane kennis uit de eerdere geluidsmetingen is meegenomen. Dit aanvullende onderzoek is gedaan m.b.v. een eindig elementen model (Comsol V53a). In dit rapport worden de resultaten van beide onderzoeken beschreven.
Geluidreductie tot 24 dB(A) voor railverkeer In deze rapportage zijn eveneens geluidreducties voor railverkeerslawaai (RL) gegeven. Daarvoor worden reducties tot 24 dB gehaald.
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 3 van 51
2
Wettelijk kader
Wegverkeer Alle wegen, behalve woonerven en 30 km/uur wegen, hebben een zone met een bepaalde breedte. Dit is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Binnen deze zone moet de geluidsbelasting (Lden) op de gevels van woningen worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. Voor woningen is deze grenswaarde 48 dB en wanneer deze overschreden wordt, kunnen hogere grenswaarden worden aangevraagd waarbij onderzoek verricht moet worden naar bron- en overdrachtsmaatregelen. De maximale grenswaarde in stedelijk gebied bedraagt 63 dB en in buitenstedelijk gebied 53 dB. Boven deze waarde is wonen alleen mogelijk achter een Total Glas SilentAir schermen waardoor de geluidsbelasting afneemt tot onder de uiterste grenswaarde. Auto(snel)wegen worden getoetst aan de eisen van buitenstedelijk gebied.
Spoorwegverkeer Conform het besluit geluidhinder hebben alle spoortrajecten een zone met een bepaalde breedte. Binnen deze zone moet de geluidsbelasting (Lden) op de gevels van woningen worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Bij overschrijding van deze waarde is onder voorwaarden ontheffing mogelijk tot een maximale grenswaarde van 68 dB. Boven deze waarde is wonen alleen mogelijk achter een Total Glas SilentAir schermen, waardoor de geluidsbelasting afneemt tot onder de uiterste grenswaarde.
Industrielawaai Rond industrieterreinen is een zone aanwezig. Op de grens van deze zone mag de geluidsbelasting niet hoger zijn dan 50 dB. In deze zone mogen in principe geen woningen staan, echter kan hierop afgeweken worden. De voorkeursgrenswaarde in deze zone is 50 dB. Bij overschrijding van deze waarde is onder voorwaarden ontheffing mogelijk tot een maximale grenswaarde van 65 dB. Boven deze waarde is wonen alleen mogelijk Total Glas SilentAir schermen waardoor de geluidsbelasting afneemt tot onder de uiterste grenswaarde.
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 4 van 51
3
Waarom niet alleen glas?
In een praktijksituatie is onderzocht wat het effect is van het plaatsen van glasplaten (glazen gevelgeluidschermen) voor het raam in de gevel van het kantoorpand aan de Heuvellaan 1 te Gouda. Hiertoe zijn op 11 juni 2013 metingen verricht van de geluidreductie van de glazen gevelgeluidschermen (zie ook onderstaande foto). Daarbij is gevarieerd in schermafmeting, afstand tussen het scherm en de gevel.
Foto 3.1 Glazen gevelgeluidscherm voor het raam in de gevel
Conclusie en bevindingen meetresultaten Uit de metingen is gebleken dat de glazen gevelgeluidschermen een geluidreductie voor het wegverkeersgeluidspectrum geven van 0 tot maximaal 2 dB(A). In de hoge frequenties (vanaf circa 500 Hz) is wel een substantiële geluidreductie gemeten maar in de lage frequenties (bij 125 en 250 Hz) is de geluidreductie erg beperkt of negatief (een verhoging van het geluidniveau).
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 5 van 51
4
Productomschrijving SilentAir gevelschermen
Total Glas SilentAir schermen zijn geluidafschermende voorzieningen voor te openen ramen in de gevel van een gebouw. De schermen bestaan uit een glasplaat en één of meerdere aluminium geluidabsorberende cassettes die worden bevestigd aan de gevel. Hieronder zijn afbeeldingen gegeven van de praktijktoepassing van de schermen.
Foto 4.1 Praktijktoepassing van de schermen Voor meer productinformatie en tekeningen van de opbouw van de Total Glas SilentAir wordt verwezen naar bijlage I
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 6 van 51
5
Geluidreductie SilentAir gevelschermen
De geluidreductie van diverse varianten van de Total Glas SilentAir schermen zijn gemeten in een praktijksituatie in een - van kantoorfunctie tot woonfunctie - getransformeerd gebouw in Nieuwegein. Hieronder wordt eerst de meetsituatie toegelicht en de meetmethode beschreven. Daarna worden de resultaten van de metingen gegeven.
Meetsituatie De Total Glas SilentAir schermen zijn aangebracht voor een te openen raam in een slaapkamer van een woning in een gebouw in Nieuwegein. Het andere raam in deze slaapkamer, een niet te openen vast raam, is tijdens de metingen voorzien van een houten voorzetconstructie aan de buitenzijde van het raam. Dit is gedaan om de geluidoverdracht via dat raam naar de achterliggende ruimte te beperken. De directe geluidoverdracht via het overige deel van de gevel, een metselwerk spouwmuur, is binnen dit onderzoek ver-
In totaal zijn 15 verschillende varianten van de schermen gemeten. Er is gevarieerd in: aantal geluidabsorberende cassettes (0, 1, 2 of 3) diepte van de opening tussen het raam, de cassettes en de glasplaat wel of geen afdichting tussen een of meerdere cassettes In bijlage I zijn de bouwkundige tekeningen opgenomen van alle gemeten varianten.
Meetmethode De metingen zijn zoveel mogelijk verricht volgens de in NEN 5077 beschreven meetprocedure. Bij de metingen is steeds het geluidniveau van een ruisbron gemeten: aan de buitenzijde op twee meter afstand voor de gevel; op drie posities in de spouw tussen het gesloten raam en het Total Glas SilentAir scherm; in de achterliggende slaapkamer; in het midden van het volledig geopende raam. De gemeten geluidreductie en geluidwering met de schermvarianten is telkens vergeleken met de nul-situatie (de situatie zonder scherm). De geluidreductie geeft aan wat de afname is van het geluidniveau op de gevel en de geluidwering wat de afname is van het geluidniveau in de slaapkamer. Het geluid is steeds gemeten in de octaafbanden van 125 t/m 2.000 Hz. Bij de beoordeling van het totale geluidniveau is het wegverkeerspectrum aangehouden conform NEN-EN-ISO 717-1 d.d. maart 2013, welk overeenkomt met het spectrum volgens artikel 6.5 uit het Reken en meetvoorschrift geluid 2012. Voor railverkeerslawaai is eveneens gerekend met het spectrum volgens bovengenoemd artikel 6.5, zie hieronder.
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 7 van 51
Meetresultaten De resultaten van de gemeten geluidreductie en geluidwering van de verschillende varianten zijn samengevat in tabel 1. In de tabel worden drie waarden onderscheiden: 1 De gemeten geluidreductie met het raam dicht (gemiddeld over drie verschillende meetposities in de spouw tussen het raam en het scherm). 2 De gemeten geluidreductie met het raam 90° naar binnen geopend (één meetpositie, ongeveer in het midden van de raamopening). 3 De gemeten geluidwering met het raam dicht (gemiddeld in de slaapkamer). De resultaten van de metingen zijn ook grafisch weergegeven in bijlage III. Tabel 1 Samenvatting meetresultaten
A,tr voor wegverkeer /
A,rail voor railverkeer Gemeten geluidreductie op de gevel
Scherm type
Opening tussen
Aantal en type cassette
LA,tr [dB]
/
LA,rail [dB]
Raam open (900)
Gemeten geluid- wering in de ruimte
de cassettes
Raam dicht
SAG-10A-50
1 cassette 80x210 mm zonder afdichting
50
5,4 / 6,6
7,9 / 10,3
GA,tr [dB] / GA,rail [dB] 2,7 / 3,0
SAG-11A-50
1 cassette 80x210 mm met 1 afdichting
50
6,8 / 7,6
10,0 / 11,9
2,8 / 3,0 2,6 / 2,9
SAG-20A-50
2 cassettes 80x210 mm zonder afdichting
50
6,5 / 8,0
8,3 / 10,4
SAG-21A-50
2 cassettes 80x210 mm met 1 afdichting
50
7,5 / 9,1
8,7 / 10,6
3,4 / 3,7
SAG-30A-50
3 cassettes 80x210 mm zonder afdichting
50
7,8 / 9,7
7,9 / 10,1
3,3 / 4,0
SAG-31A-50
3 cassettes 80x210 mm met 1 afdichting
50
8,5 / 10,5
9,0 / 11,5
3,6 /4,2
SAG-32A-50
3 cassettes 80x210 mm met 2 afdichtingen
50
9,5 / 11,5
10,0 / 12,3
5,1 /6,1
Gemeten geluidreductie op de gevel Scherm type
Opening tussen
Aantal en type cassette
LA,tr [dB]
/
LA,rail [dB]
Raam open (900)
Gemeten geluid- wering in de ruimte
de cassettes
Raam dicht
SAG-10A-75
1 cassette 80x210 mm zonder afdichting
75
4,2 / 5,4
6,6 / 8,3
GA,tr [dB] / GA,rail [dB] 1,7 / 1,8
SAG-11A-75
1 cassette 80x210 mm met 1 afdichting
75
5,9 / 6,8
7,8 / 9,1
3,0 / 3,0
SAG-20A-75
2 cassettes 80x210 mm zonder afdichting
75
6,1 / 7,4
7,1 / 8,8
4,1 / 4,8
SAG-21A-75
2 cassettes 80x210 mm met 1 afdichting
75
6,7 / 7,9
7,3 / 9,1
4,4 / 5,2
SAG-30A-75
3 cassettes 80x210 mm zonder afdichting
75
6,8 / 8,3
7,4 / 9,2
4,4 / 5,6
SAG-31A-75
3 cassettes 80x210 mm met 1 afdichting
75
7,9 / 9,4
8,4 / 10,4
5,4 / 6,4
SAG-32A-75
3 cassettes 80x210 mm met 2 afdichtingen
75
8,8 / 10,1
9,0 / 10,6
5,6 / 6,8
Gemeten geluidreductie op de gevel Scherm type
SAG-15A-75
Aantal en type cassette
geen cassette
Opening tussen
LA,tr [dB]
de cassettes
Raam dicht
75
0,8 / 1,6
/
LA,rail [dB]
Raam open (900) 2,9 / 3,8
Gemeten geluid- wering in de ruimte GA,tr [dB] / GA,rail [dB] 0,1 / 0,2
Opgemerkt wordt dat de gemeten geluidreductie met alleen een glasplaat, dus zonder cassettes, zeer beperkt is. Dit is volgens de verwachting en ook uit het eerdere onderzoek gebleken. Tevens wordt opgemerkt dat de gemeten geluidreductie, vooral met één of twee cassettes, met het raam open hoger is dan met het raam dicht. Dat komt naar verwachting doordat een deel van het geluid dan door het open raam naar binnen gaat. Verder valt op dat het gemeten verschil in geluidwering ongeveer de helft is van het gemeten verschil in geluidreductie. In het ontwerpstadium dient hiermee rekening te worden gehouden bij het bepalen van de benodigde geluidwerende voorzieningen in de gevel. Dat verschil komt waarschijnlijk doordat: de geluidisolatie van het raam lager wordt, doordat de hoek van het op het raam invallende geluid veranderd door het scherm voor het raam; er enige geluidoverdracht plaatsvindt via het niet te openen raam.
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 8 van 51
6
Berekende geluidreductie SilentAir gevelschermen
Er is extra onderzoek verricht naar de Total Glas SilentAir schermen met als doel om hogere geluidisolaties te verkrijgen dan met de huidige gemeten schermen mogelijk is. Daartoe zijn berekeningen uitgevoerd met een eindig elementen model.
Varianten Het streven is om meer geluidreductie te behalen met toepassing van slechts 1 cassette. Daarbij wordt naar de volgende mogelijkheden gekeken: optimalisatie van het type wol (specifieke stromingsweerstand van minerale wol); toepassen van een dikkere cassette: 160 mm i.p.v. 80 mm dikte; toepassen van een langere dempende lengte van de cassette: 310 mm i.p.v. 210 mm; afstand tussen glas/cassette en gevel/cassette 40 resp. 50 mm; toepassen van additionele ¼
sleuven aan de cassette.
Figuur 1 Schets doorsnede met afmetingen en rechts met plaatsing en afmeting van de ¼
sleuven.
Tevens is berekend wat de geluidreductie is wanneer er gebruik gemaakt wordt van 2 cassettes van 16 cm dikte waarbij de volgende situaties onderzocht zijn: twee cassettes met 3 openingen; twee cassettes met 2 openingen, door 1 opening rondom af te dichten. Figuur 2 Schets doorsnede met afmetingen bij gebruik 2 cassettes (rechts situatie met afdichting).
De varianten zijn doorgerekend voor de situatie met een scherm van 1,7 m x 2,5 m. Het onderzoek is rekentechnisch m.b.v. een eindig elementen model (Comsol V53a). De resultaten van de Total Glas SilentAir scherm zijn behaald nadat er een optimalistatie heeft plaatsgevonden van de toegepaste minerale wol.
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 9 van 51
Resultaten van de berekeningen De berekende geluidreducties van de varianten staan in bijlage IV in verschillende figuren weergegeven, voor de situatie met het raam dicht. Dit is de maatgevende situatie bij de beoordeling of aan de uiterste grenswaarde wordt voldaan, waardoor er geen dove gevel nodig is en het raam open mag. Tabel 2. Samenvatting berekende resultaten geluidreductie extra varianten, met raam dicht Berekende geluidreductie op de gevel Opening tussen
LA,tr [dB] / LA,rail [dB]
de cassettes
Raam dicht
Scherm type
Aantal en type cassette
SAG-10A-40
1 cassette 80x210 mm zonder afdichting
40
5,9 / 10,4
NPD
SAG-11A-40
1 cassette 80x210 mm met 1 afdichting
40
7,9 / 12,4
NPD
Raam open (90°)
SAG-10F-40
1 cassette 80x210 mm met -demper
40
6,0 / 10,8
NPD
SAG-10G-40
1 cassette 80x310 mm zonder afdichting
40
7,2 / 12,8
NPD
SAG-11G-40
1 cassette 80x310 mm met 1 afdichting
40
9,0 / 15,4
NPD
SAG-10H-40
1 cassette 80x310 mm met -demper
40
7,3 / 13,0
NPD
SAG-10B-40
1 cassette 160x210 mm zonder afdichting
40
8,9 / 14,0
NPD
SAG-11B-40
1 cassette 160x210 mm met 1 afdichting
40
10,3 / 14,1
NPD
SAG-10C-40
1 cassette 160x210 mm met -demper
40
9,6 / 14,6
NPD
SAG-20B-40
2 cassettes 160x210 mm zonder afdichting
40
10,4 / 15,3
NPD
SAG-21B-40
2 cassettes 160x210 mm met 1 afdichting
40
14,1 / 20,5
NPD
SAG-10D-40
1 cassette 160x310 mm zonder afdichting
40
10,8 / 17,8
NPD
SAG-11D-40
1 cassette 160x310 mm met 1 afdichting
40
12,6 / 19,4
NPD
SAG-10E-40
1 cassette 160x310 mm met -demper
40
11,8 / 18,8
NPD
SAG-20D-40
2 cassettes 160x310 mm zonder afdichting
40
12,8 / 19,5
NPD
SAG-21D-40
2 cassettes 160x310 mm met 1 afdichting
40
16,3 / 23,8
NPD
Scherm type
Aantal en type cassette
SAG-10A-50
1 cassette 80x210 mm zonder afdichting
50
5,5 / 9,4
NPD
SAG-11A-50
1 cassette 80x210 mm met 1 afdichting
50
7,3 / 10,8
NPD
Berekende geluidreductie op de gevel Opening tussen
LA,tr [dB] / LA,rail [dB]
de cassettes
Raam dicht
Raam open (90°)
SAG-10F-50
1 cassette 80x210 mm met -demper
50
5,6 / 9,7
NPD
SAG-10G-50
1 cassette 80x310 mm zonder afdichting
50
6,8 / 11,7
NPD
SAG-11G-50
1 cassette 80x310 mm met 1 afdichting
50
8,7 / 14,1
NPD
SAG-10H-50
1 cassette 80x310 mm met -demper
50
6,8 / 11,9
NPD
SAG-10B-50
1 cassette 160x210 mm zonder afdichting
50
8,2 / 12,1
NPD
SAG-11B-50
1 cassette 160x210 mm met 1 afdichting
50
9,4 / 12,2
NPD
SAG-10C-50
1 cassette 160x210 mm met -demper
50
8,8 / 12,7
NPD
SAG-20B-50
2 cassettes 160x210 mm zonder afdichting
50
9,6 / 13,4
NPD
SAG-21B-50
2 cassettes 160x210 mm met 1 afdichting
50
13,4 / 19,0
NPD
SAG-10D-50
1 cassette 160x310 mm zonder afdichting
50
10,2 / 15,9
NPD
SAG-11D-50
1 cassette 160x310 mm met 1 afdichting
50
11,7 / 16,6
NPD
SAG-10E-50
1 cassette 160x310 mm met -demper
50
11,0 / 16,8
NPD
SAG-20D-50
2 cassettes 160x310 mm zonder afdichting
50
11,9 / 17,4
NPD
SAG-21D-50
2 cassettes 160x310 mm met 1 afdichting
50
15,7 / 22,5
NPD
Uit bovenstaande blijkt dat met de onderzochte constructies berekende geluidreducties mogelijk zijn tot 16 dB(A) voor verkeerslawaai. Voor railverkeerslawaai zijn reducties mogelijk tot 24 dB(A). LBP|SIGHT BV
ing. M. (Michiel) Verrips
ir. Th.B.J. (Theo) Campmans
058739ac | Total Glas SilentAir | 27 februari 2019
Pagina 10 van 51
368/566
Bijlage 13 Archeologisch onderzoek
369/566
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK LOEFFSTRAAT 50 TE WAALWIJK GEMEENTE WAALWIJK
archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Loeffstraat 50 te Waalwijk Opdrachtgever
Rho adviseurs voor leefruimte Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer
12415.002
Versienummer1
1
Datum
22 april 2020
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
drs. M. Stiekema
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen . Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
12415.002
Toponiem
Loeffstraat 50
Opdrachtgever
Rho adviseurs voor leefruimte
Gemeente
Waalwijk
Plaats
Waalwijk
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Waalwijk, Sectie F, Perceel 281, 1769, 1770, 3325 en 3326
Omvang plangebied
circa 5.700 m2
Kaartblad
44 H
Coördinaten centrum plangebied
X: 134.575 Y: 411.690
Bevoegde overheid
Gemeente Waalwijk Taxandriaweg 6 5141 PA Waalwijk
Contactpersoon: mevrouw S. de Kock T: 0416-683456 E: info@waalwijk.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
-Hertogenbosch t.a.v. drs. S. Molenaar Hertogenbosch
T: 06-46971394 E: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4815826100
Booronderzoek 4815834100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerder
Econsultancy, drs. M. Stiekema
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Loeffstraat 50 te Waalwijk in de gemeente Waalwijk. De initiatiefnemer is voornemens de huidige kerk en pastorie te verbouwen en aangrenzend nieuwbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting worden op basis van de landschappelijke ligging binnen het plangebied archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum Neolithicum en de periode Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd verwacht. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek Op basis van de aangetroffen bodemverstoringen waarbij geen intacte podzolprofielen meer aanwezig zijn in het plangebied, kan de gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum worden bijgesteld naar laag voor het gehele plangebied.
De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum kan op basis van de aangetroffen diepe bodemverstoringen voor het gehele plangebied worden bijgesteld naar laag. Voor het zuidelijke deel van het plangebied is het op basis van de relatief natte omstandigheden überhaupt de vraag of het een geschikte vestigingslocatie is geweest gedurende het Neolithicum. Diezelfde natte omstandigheden maken dat het zuidelijke deel van het plangebied ook een lage gespecificeerde verwachtingswaarde heeft voor archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De hogere ligging van het noordelijke deel van het plangebied maakte dat dit landschappelijk gezien wel een geschikte vestigingslocatie was gedurende deze perioden. Dit verklaart de landschappelijke ligging van de lintbebouwing langs de Loeffstraat op de hoger gelegen rug, terwijl de relatief natte percelen achter de bebouwing met name agrarisch in gebruik waren. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd is daarom op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek hoog voor het noordelijke deel van het plangebied en laag voor het zuidelijke deel van het plangebied.
Rapport 12415.002 versie 1
Advies In het zuidelijke deel van het plangebied waar het bodemprofiel is verstoord dan wel door de relatief natte omstandigheden ongeschikt was voor bewoning kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om dit deel van het plangebied vrij te geven. Voor het noordelijke deel van het plangebied waar nog archeologische waarden uit de LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk op basis van het huidige bouwplan, waarbij geen grondroerende activiteiten in het noordelijke deel van het plangebied voorzien zijn. Mochten er in de toekomst alsnog bouwactiviteiten in het noordelijke deel van het plangebied worden gerealiseerd dan is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan het dan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen.
Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Waalwijk), die vervolgens een besluit neemt. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2).
2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 12415.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 14 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 12 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 14
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 14 Methoden ........................................................................................................................ 15 Resultaten ....................................................................................................................... 15 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 16
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 17
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 18 BRONNEN .......................................................................................................................................... 20
Rapport 12415.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18. Figuur 19.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de Paleogeografische kaart (Mesolithicum) Situering van het plangebied binnen de Paleogeografische kaart (Neolithicum) Situering van het plangebied binnen de Paleogeografische kaart Vroege Middeleeuwen Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de Historische kaart uit 1794 Situering van het plangebied binnen Kadastrale Minuut uit 1811-1832 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1870 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1908 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1953 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1969 Boorpuntenkaart Resultaten van het booronderzoek
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 12415.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Loeffstraat 50 te Waalwijk in de gemeente Waalwijk (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens de huidige kerk en pastorie te verbouwen en aangrenzend nieuwbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 0). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april 2020 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24 05 2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24 05 2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06.3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
3
SIKB.
Rapport 12415.002 versie 1
Pagina 1 van 20
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Waalwijk; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. 2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1.000 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 5.700 m2, ligt aan de Loeffstraat 50, in de kern van Waalwijk in de gemeente Waalwijk (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,5 tot 3,0 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Centraal is het plangebied staat de Sint Clemenskerk met ten oosten hiervan de pastorie. Het noordelijk deel van het plangebied is in gebruik als parkeerplaats, het zuidelijke deel als grasveld en schuur. Centraal door het plangebied loopt in noord-zuidelijke richting een naamloze weg (zie figuur 3).
Vigerend beleid5 Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Gemengd Gebied Waalwijk (2018). Volgens dit bestemmingsplan geldt voor het meest noordelijke deel van het plangebied de dubbelbestemming deel van het plangebied r geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen met een oppervlakte vanaf 500 m² en dieper dan 50 cm. Ter plaatse zijn bodemingrepen voorzien met een oppervlak groter dan 500 m². Voor het centrale gedeelte geldt met een onderzoeksplicht vanaf 5.000 m². Ter plaatse zijn bodemingrepen voorzien, echter met een oppervlakte kleiner dan deze ondergrens. 4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 5 Portaal voor Ruimtelijke Plannen.
Rapport 12415.002 versie 1
Pagina 2 van 20
Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Het raadplegen van het Bodemloket en het omgevingsloket van de Provincie Noord-Brabant heeft voor het plangebied, op een voor 1994 onderzochte ondergrondse hbotank na, geen gegevens opgeleverd voor het plangebied.6 Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. 7 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. Het planvoornemen van de transformatie van de Sint Clemenskerk voorziet in de realisatie van: een apotheek, praktijkruimten en een restaurant in de kerk; de realisatie van 14 appartementen in de koopsector (of mogelijk ook woon-zorg) in de kerk; de realisatie van kantoren in de Pastorie; de nieuwbouw van 48 woon(zorg)appartementen ten oosten en zuiden van de kerk. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet bekend (zie bijlage 7). 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie8
Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)
Paleogeografische kaart9
Dekzandgebied, vanaf circa 2750 v. Chr. (Laat Neolithicum) afgedekt met een veendek.
Geomorfologie10
Bebouwd gebied (vermoedelijk dekzandrug of -vlakte)
Bodemkunde11
Hoge zwarte enkeerdgrond (zEZ23) en bebouwd gebied
Grondwatertrap
IV
6
Bodemloket Bodemloket 8 De Mulder et al., 2003. 9 Vos & De Vries, 2013 10 Alterra, 2013 / Wageningen Environmental Research, 2017. 11 Stichting voor Bodemkartering, 1990. 7
Rapport 12415.002 versie 1
Pagina 3 van 20
Landschappelijke ontwikkeling12 Het plangebied bevindt zich binnen een gebied met aan het maaiveld afzettingen van de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden. Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook de omgeving van het plangebied, een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen. Het Jonge dekzand is uitsluitend eolisch afgezet en bevat daardoor geen leem- en grindfractie. Het Jonge dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel waaronder ook het Oude dekzand valt. De kern van Waalwijk ligt vermoedelijk op een oost-west georiënteerde dekzandrug. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden gevormd.
Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.13 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Op 4 kilometer ten zuiden van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde stuifduinencomplex, de Loonse en Drunense duinen. Daarnaast zijn er in beekdalen afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Er bevinden zich geen beekdalen in de nabijheid van het plangebied. Door de stijgende zee- en grondwaterstanden en de naar het oosten schuivende terrassenkruising kwam het plangebied gedurende het Holoceen steeds meer onder invloed van de rivier de Maas te liggen, welke nu circa 7 kilometer ten noordoosten van het plangebied stroomt. In het Mesolithicum stroomde de Maas op circa 5,5 kilometer ten noorden van het plangebied. Vanaf circa 2750 voor Chr. (Laat Neolithicum) werd het dekzand ter plaatse van het plangebied afgedekt met een veenpakket. De maximale veenverspreiding was in de IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege-Middeleeuwen, toen de grens van het veen- en het dekzandgebied op circa 4 kilometer ten zuiden van het plangebied lag (zie figuur 4-6).
Vanaf de Middeleeuwen is het gebied vanuit het noorden ontgonnen, waarbij het veendek grotendeels is afgegraven. Het gebied direct ten noorden van Waalwijk kwam in de Middeleeuwen onder sterke invloed van de Maas, waarbij hier rivierafzettingen zijn gevormd. Het plangebied en de directe omgeving is, vermoedelijk vanwege zijn iets hogere ligging, buiten de invloed van de rivieren gebleven. Op 600 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich de Baardwijksche Overlaat, een moerassig laaggelegen gebied waar veel kwel op treedt. Deze laaggelegen zone is onderdeel van de Beerse Maas. DINO14 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen uit de wijdere omgeving van het plangebied bestu12
Hessing, 2011; Vos & De Vries, 2013; Provincie Noord-Brabant, 2020 Berendsen, 2008 14 Dinoloket. 13
Rapport 12415.002 versie 1
Pagina 4 van 20