CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5b Sint Clemenskerk Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Herstelbesluit Clemenskerk nav uitspraak 26 nov 202514.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 6

107/566

Bezonningsstudie

110/566

Bijlage 7

111/566

Groenplan 22-08-2023

Bijlage 8

113/566

Boom Effect Analyse 2020

Rapport Boom Effect Analyse Sint-Clemenskerk, Waalwijk

COLOFON Titel Versie Kenmerk Datum rapport Projectleider Auteur(s) Inspectiewerk Kwaliteitscontrole Wijze van citeren Opdrachtgever Contactpersoon

: Boom Effect Analyse Sint-Clemenskerk, Waalwijk : Definitief : 03P2003065 : 10-11-2020 : 17 (excl. Bijlagen) : W.A. van den Broek : W.A. van den Broek : W.A. van den Broek : M.J.J.M. Gerrits BSc : van den Broek W.A. (2020). Boom Effect Analyse Sint-Clemenskerk, Waalwijk. Pius Floris, Haaren. : RHO Adviseurs : t.a.v. Dhr, R. Verkooijen Torenallee 20 5617BC EINDHOVEN

Pius Floris Boomverzorging Vught Lage Raam 1 5076 PE Haaren T: +31 (0)73 - 6567235 info@piusfloris.nl www.piusfloris.nl Contactpersoon: M: +31 (0)6 39 00 86 52 w.vandenbroek@piusfloris.nl

INHOUD 1. PROJECTGEGEVENS ..................................................................................................................... 3 1.1. AANLEIDING EN PLANVORMING .....................................................................................................3 1.2. LOCATIE- EN SITUATIEBESCHRIJVING ...............................................................................................4 1.3. DOELSTELLING ...........................................................................................................................4 1.4. BELEIDSSTATUS BOMEN ...............................................................................................................5 2. BOOMINVENTARISATIE ............................................................................................................... 6 2.1. NULMETING ..............................................................................................................................6 2.2. ONDERGRONDS ONDERZOEK .........................................................................................................6 2.3. EFFECTANALYSE ..........................................................................................................................6 3. BOOMKWALITEIT EN STA ............................................................................... 7 3.1.

CONDITIE ..................................................................................................................................7 3.2. BOOMKWALITEIT ........................................................................................................................7 3.3. TOEKOMSTVERWACHTING ............................................................................................................8 4. PROJECTINVLOEDEN ................................................................................................................... 9 4.1. RUIMTELIJK BESLAG .....................................................................................................................9 4.2. KNELPUNTEN BOVENGRONDS ......................................................................................................10 4.3. KNELPUNTEN ONDERGRONDS ......................................................................................................10 5. BEA-ONDERZOEK ...................................................................................................................... 11 5.1. GRONDWATER .........................................................................................................................11 5.2. GROEIPLAATSONDERZOEK ..........................................................................................................11 5.3.

VERPLANTBAARHEID..................................................................................................................13 6. BEA-ADVIES .............................................................................................................................. 15 6.1. RUIMTELIJK BESLAG EN INGRIJPENDE MAATREGELEN ........................................................................15 6.2. BEPERKTE MAATREGELEN ...........................................................................................................16 6.3. BRONBEMALING .......................................................................................................................16 6.4. ADVIES EN RANDVOORWAARDEN .................................................................................................16 6.5. UITVOERING ............................................................................................................................17 7. BOOMBALANS .......................................................................................................................... 18 BIJLAGE I ........................................................................................................................................

19 BOOMINVENTARISATIE ............................................................................................................................19 BIJLAGE II ....................................................................................................................................... 21 OVERZICHTSKAART: BOOMSOORT X CONDITIE .............................................................................................21 BIJLAGE III ...................................................................................................................................... 23 OVERZICHTSKAART: TOEKOMSTVERWACHTING X BOOMKWALITEIT ..................................................................23 BIJLAGE IV ...................................................................................................................................... 25 OVERZICHTSKAART: PROJECT TEKENING .....................................................................................................25 BIJLAGE V ....................................................................................................................................... 27 OVERZICHTSKAART: BOMENPOSTER ...........................................................................................................27

1. PROJECTGEGEVENS In opdracht van RHO Adviseurs is door Pius Floris Boomverzorging Vught een boom effect analyse (voorts BEA) opgesteld. De BEA heeft betrekking tot 28 bomen staande op en/of grenzend aan het perceel van de SintClemenskerk aan de Loeffstraat 50, Waalwijk. Het veldwerk is uitgevoerd op 6-11-2020. Op het moment van het uitvoeren van de BEA bevindt het project zich in de voorlopige ontwerpfase (VO). 1.1. AANLEIDING EN PLANVORMING In opdracht van RHO Adviseurs is een BEA uitgevoerd om inzichtelijk te krijgen of er negatieve effecten te verwachten zijn op de bomen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van drie bouwblokken (A, B en C) met (zorg)appartementen op het achter terrein van de kerk. Bouwblok A bestaat uit 3 bouwlagen en bouwblok B en C uit vierbouwlagen. Om aan de verhoogde parkeerbehoefte te voldoen wordt de aanwezige infrastructuur herontwikkeld. De voorliggende BEA onderzoekt of er sprake is van negatieve effecten op het duurzame behoud van de gemeentelijke en particuliere bomen binnen de directe invloedssfeer van het project.

Afbeelding 1: Concept ontwerp van de voorgenomen ontwikkeling

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

3

1.2. LOCATIE- EN SITUATIEBESCHRIJVING Het plangebied bevindt zich in het noordwesten van Waalwijk in de buurt Laageinde direct ten zuiden van de A59. Centraal op het plangebied staat de Sint-Clemenskerk met aansluitend de pastorie. Direct ten noorden van de Sint-Clemenskerk is het kerkplein te vinden met parkeerplaatsen en beuken (Fagus sylvatica) in ruime groeiplaatsen. De Sint-Clemenskerk wordt aan de westzijde geflankeerd door een bomenrij, bestaande uit haagbeuken (Carpinus betulus 'Fastigiata'). De haagbeuken staan langs de Pastoor van der Zijlestraat. Aan de overzijde van de Pastoor van der Zijlestraat staan enkele jonge beuken, een halfwas Hollandse linde (Tilia x europaea) en twee gewone essen (Fraxinus excelsior) binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling. Direct ten zuiden van de Sint-Clemenskerk is de pastorietuin te vinden. Dit betreft extensief grasland met daarop een waardevolle boomgroep van omvangrijke Amerikaanse eiken (Quercus rubra). Ten oosten van de SintClemenskerk bevindt zich op het naast gelegen perceel een gebouw van de scouting. Dit perceel kenmerkt zich door intensief grasveld en de aanwezigheid van een ruwe berk (Betula pendula), die als waardevol staat gebouw is omkaderd door een haag van laurierkersen, In de haag staan twee sierkersen (Prunus avium), direct .

Afbeelding 2: Overzichtskaart onderzoeksgebied.

1.3. DOELSTELLING De BEA heeft als doel het beoordelen van de conditie en kwaliteit van de bomen binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast wordt de beworteling, opbouw van de bodem en de grondwaterstand in beeld gebracht door middel van ondergronds onderzoek. Op basis van deze gegevens kan een inschatting gemaakt worden van de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op de bomen. In het kader van duurzaam behoud van de bomen worden randvoorwaarden en beschermende maatregelen opgesteld, welke dienen als eis gedurende de werkzaamheden. Tevens kan er worden gestuurd op eventuele aanvullende maatregelen ten behoeve van een duurzame groeiplaatsinrichting. Tevens wordt in het voorliggende rapport een beknopte inschatting gedaan voor de verplantbaarheid van bomen die niet duurzaam gehandhaafd kunnen worden. Dit betreft geen volledig verplantbaarheidsonderzoek, in dit kader is er geen rekening gehouden met de compensatiewaarde, knelpunten m.b.t. kabels en leidingen en de kwaliteit van de huidige en toekomstige groeiplaats.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

4

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Wat is de kwaliteit van de beoordeelde bomen in relatie tot een (duurzame) handhaving? Welke invloeden hebben beoogde plannen en/of werkzaamheden voor de te handhaven bomen? Welke projectaanpassingen en/of maatregelen zijn nodig om te handhaven bomen (duurzaam) in te passen? Welke bomen kunnen potentieel duurzaam verplant worden? 1.4. BELEIDSSTATUS BOMEN De groep Amerikaanse eiken is opgenomen in de waardevolle lijst van gemeente Waalwijk, hetzelfde geldt voor de ruwe berk op het perceel van de scouting. Het vellen van waardevolle bomen is kapvergunningplichtig. Tevens geldt er een herplantplicht op locatie voor waardevolle bomen. De overige bomen in het plangebied staat niet geregistreerd als waardevol. Bovendien maken de bomen geen deel uit van de groene hoofdstructuur, in dit kader geldt hiervoor geen kapvergunningsplicht.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

5

2. BOOMINVENTARISATIE 2.1. NULMETING De bomen binnen het onderzoeksgebied met stamdiameter borsthoogte (voorts dbh) >30cm zijn geïnventariseerd. Van elke boom binnen het onderzoeksgebied zijn middels een BVC (conform VTA-methodiek) de onderstaande boomveiligheids- en onderhoudskenmerken geregistreerd: Boomnummer; Boomsoort (Wetenschappelijke); Standplaats (gras / beplanting/ verharding/ onverhard); Hoogte (geschat in hoogteklassen conform RAW); Stamdiameter op 1,3 meter hoogte; Kroondiameter; Conditie (gezond/ redelijk/ matig/ slecht/ dood); Toekomstverwachting (in categorieën: <5 jaar/ 5-10 jaar/ 10-15 jaar/ >15 jaar); Takvrije stamlengte; Eventuele boomschades (kroon/ stamvoet en stam/ wortel); Maatregelen; Urgentie; Veiligheidsklasse (boom zonder noemenswaardige gebreken/ attentieboom/ risicoboom/ tijdelijk verhoogd risico); Interval VTA; Boomkwaliteit (goed/voldoende/onvoldoende/slecht/zeer slecht); Projectinvloed (goed/voldoende/onvoldoende/slecht/zeer slecht); BEA-advies (goed/voldoende/onvoldoende/slecht/zeer slecht); Boombalans; 2.2. ONDERGRONDS ONDERZOEK Om een goed beeld te krijgen van de ondergrondse situatie en beworteling van de bomen zijn op te verwachten knelpunten profielsleuven gegraven en/of grondboringen verricht. Op basis van deze gegevens is het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de bomen beoordeeld.

Tevens zijn grondboringen verricht en profielsleuven gegraven om de verplantbaarheid inzichtelijk te krijgen. Door het opzoeken van de wortels kunnen uitspraken gedaan worden over de wortelspreiding en de acceptabele hoeveelheid wortelverlies gedurende een verplanting. 2.3. EFFECTANALYSE Op basis van het ontwerp, de kwaliteitsbeoordeling van de bomen en het groeiplaatsonderzoek is de invloed van de voorgenomen werkzaamheden op de bomen geanalyseerd. Vervolgens zijn randvoorwaarden en beschermende maatregelen opgesteld ten behoeve van het duurzame behoud van de boom.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

6

3. BOOMKWALITEIT EN STA Bij het visueel onderzoek van de bomen is gebruik gemaakt van de zogenaamde VTA-methodiek (Visual Tree Assessment) en de IBA-methode (Integrierte Baum Analyse). Met deze methodieken worden alle delen van de 1 boom (kroon, stam en wortelvoet) beoordeeld op afwijkende kenmerken. Tevens wordt de conditie , 2 3 onderhoudstoestand en levensverwachting geschat op basis van visuele kenmerken, uitgaande van 4 In de voorliggende BEA is een volledige VTA uitgevoerd bij 28 bomen. De volledige inspectietabel is opgenomen in Bijlage I in Bijlage II en Bijlage III zijn thematische kaarten van Boomsoort X Conditie en van de Boomkwaliteit X Toekomstverwachting te vinden. 3.1. CONDITIE Conditie

Boomnummer(s)

Aantal

Goed 1,3,4,5,7,8,9,10,13,15,16,17,18,19,21,26,28 Redelijk 14,20,22,23,24,25,27 Matig 2,6,11,29 Slecht Zeer slecht Dood Eindtotaal Tabel 1: Overzicht van boomconditie en boomnummers;

17 7 4 285

Het merendeel van de geïnventariseerde bomen heeft een goede of redelijke conditie. Van de 28 bomen vertonen 4 bomen een verminderde tot sterk verminderde conditie. Dit betreft 3 bomen 2, 6 en 11 jonge beuken met afstervende kroondelen en boom 29 een ruwe berk met verminderde blad/knopbezetting en een saprofyten zwam ter hoogte van een ingezonken stamvoet. 3.2. BOOMKWALITEIT Boomkwaliteit

Boomnummers

Goed ++ 1,3,4,5,7,8,9,10,12,13,14,15,16,17,18,19,20,21,22,23,24,26,27,28 Voldoende + Onvoldoende 2,11,25,29 Slecht -6 Zeer slecht X Eindtotaal Tabel 2: Boomkwaliteit en de respectievelijke boomnummers;

Aantal 23 4 1 28

++ boom heeft geen boomtechnische beperkingen; + boom heeft beperkte boomtechnische beperkingen; - boom heeft boomtechnische beperkingen; - - boom heeft aanzienlijke boomtechnische beperkingen; X boom heeft boomtechnische fatale beperkingen;

Van de 28 bomen hebben 5 bomen een onvoldoende boomkwaliteit, dit betreft bomen met boomtechnische gebreken in combinatie met een verminderde conditie. Bij boom 25 is sprake van een plakoksel die verankering behoeft. Boom 6 heeft een slechte boomkwaliteit, naast afstervende kroondelen is zonnebrand vastgesteld op de stam. Voor boom 29 geldt dat er sprake is van onvoldoende boomkwaliteit door de hoge leeftijd voor de soort (circa 60jaar), de verminderde blad/knopbezetting en de aanwezigheid van saprofyten zwammen op de ingezonken stamvoet. Dit kan duiden op verborgen gebreken, in dit kader wordt geadviseerd een nader technisch onderzoek (voorts NTO) uit te voeren.

1

De conditie betreft de toestand van de boom op het moment van opname. Beoordeeld wordt: De bladgrootte, bladkleur, bladbezetting, vertakkingpatroon, scheutlengte, knopbezetting, hoeveelheid afgestorven takken. Bomen met een goede conditie vertonen goede groei en forse scheutlengte ontwikkeling. Bij bomen met een redelijke conditie neemt het kroonvolume nog jaarlijks toe. Bij bomen met een matige conditie stagneert de groei (geruime tijd) of neemt het kroonvolume geleidelijk af. 2 Bij de onderhoudstoestand wordt gekeken naar de benodigde snoeimaatregelen. Hierbij wordt voornamelijk gelet op de aanwezigheid . 3 Een duurzame levensverwachting kan worden opgemaakt uit meerdere factoren. De boomsoort, leeftijd en de conditie spelen hierbij een belangrijke rol. Maar ook de boven- en ondergrondse hoeveelheid ruimte voor verdere groeimogelijkheden is van belang voor een duurzame levensverwachting. De volgende klassen worden onderscheiden: < 5 jaar, 5 10 jaar, 10 - 15 jaar en > 15 jaar. 4 De verwachte groeiplaatsomstandigheden zijn gebaseerd op visuele bovengrondse waarnemingen. Het is aannemelijk dat groeiplaatscondities van bomen in de verharding minder goed zijn dan van dezelfde bomen in gazon, beplanting of open grond situaties. 5 Boom 12 is niet teruggevonden in het veld, in dit kader is de boom verwijderd uit de opname.

7 Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

3.3. TOEKOMSTVERWACHTING Toekomstverwachting

Boomnummer(s)

>15 jaar 1,3,4,5,7,8,9,10,13,14,15,16,17,18,19,20,21,22,23,24,25,26,27,28 10-15 jaar 2,11,29 5-10 jaar 6 <5 jaar Dood Eindtotaal Tabel 3: Overzicht toekomstverwachting per boomnummer

Aantal 24 3 1 28

De toekomstverwachting van de bomen op het perceel is over het algemeen hoog. 24 van de 28 bomen hebben een toekomstverwachting van >15 jaar. Van de 24 bomen hebben 3 bomen een verminderde toekomstverwachting van 10-15 jaar. Dit betreft bomen 2,11 en 29. Voor boom 29 geldt dat als resultaat van een NTO de toekomstverwachting in negatieve zin bijgesteld kan worden. Boom 6 heeft een sterk verminderde toekomstverwachting van 5-10 deze boom een sterk verminderde conditie hebben en structurele boomtechnische gebreken.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

8

4. PROJECTINVLOEDEN De hieronder beschreven projectinvloeden zijn ingeschat op basis van het definitieve ontwerp voorstel. De volgende criteria zijn gehanteerd: Goed ++: project heeft geen (noemenswaardige) belemmerende invloeden op de duurzame handhaving van de boom; Voldoende +: project heeft beperkte belemmerende invloeden op de duurzame handhaving van de boom; Onvoldoende -: project heeft een belemmerende invloeden op de duurzame handhaving van de boom; Slecht - -: project heeft aanzienlijke belemmerende invloeden op de duurzame handhaving van de boom; Zeer Slecht X: project fatale belemmerende invloeden op de duurzame handhaving van de boom.

In de onderstaande tabel zijn de verwachte projectinvloeden per situatie per boom terug te vinden. Projectinvloed

Boomnummers

Goed ++ 11,13,14,15,20,21 Voldoende + 22,23,24,25,26 Onvoldoende Slecht -16,17,18 Zeer slecht X 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,19,27,28,29 Eindtotaal Tabel 4: projectinvloeden respectievelijke boomnummers;

Aantal 6 3 3 14 28

Afbeelding 3: Overzichtskaart project invloed.

4.1. RUIMTELIJK BESLAG Ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling wordt ruimtelijk beslag gelegd op 12 bomen, dit betreft bomen 1 t/m 10 en bomen 27 en 28. Deze bomen zijn niet te handhaven in het huidige ontwerp. Bomen 1 t/m 10 betreft jonge beuken, in dit kader wordt behoort duurzame verplanting tot de mogelijkheden, met uitzondering van bomen 2 en 6 (verminderde toekomstverwachting). Voor een overzicht van de verplantbaarheid en te verwachte kosten zie, §0. Daarnaast geldt voor boom 29 dat ruimtelijk beslag optreedt wanneer een bouwbuffer wordt gehanteerd van 2m. Bovendien zijn aanzienlijke ondergrondse en bovengrondse belemmeringen te verwachten voor het duurzaam behoud van bomen 19 en 29. Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

9

4.2. KNELPUNTEN BOVENGRONDS De geplande bouwvlakken vallen samen met de kroonprojectie van 1 boom, dit betreft bomen 29. Er is sprake van zeer omvangrijk kroonverlies, in dit kader is er sprake van een fatale belemmering. Bij boom 19 is een significant kroonverlies te verwachten bij de realisatie van de parkeerplaatsen. Voor bomen 16 t/m 18 zijn aanzienlijke belemmeringen voor duurzame handhaving te verwachten bij realisatie van de parkeerplaatsen. De zuilvormige haagbeuken zijn laag vertakt, waardoor aanzienlijke kroonverlies te verwachten is. Bij bomen 22 t/m 26 is een beperkte belemmerende invloed te verwachten voor duurzame handhaving van de bomen. Doordat de kroon samenvalt met de benodigde ruimte voor het plaatsen van steigers. 4.3. KNELPUNTEN ONDERGRONDS Bij bomen 16 t/m 19 zijn naast de bovengrondse knelpunten ook ondergrondse knelpunten te verwachten. De haagbeuken wortelen zeer oppervlakkig bovendien worden de parkeerplaatsen gerealiseerd op de locatie met de meeste groeiplaats ruimte. In dit kader zijn belemmerende invloeden te verwachten op de duurzame handhaving van de bomen door het ontstaan van wortelschade bij de aanleg van de parkeerplaatsen. Voor boom 19 zijn fatale belemmeringen te verwachten bij de realisatie van de parkeerplaatsen.

Afbeelding 4: Boomkronen en wortelspreiding bomen 16 t/m 19.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

10

5. BEA-ONDERZOEK In de onderstaande kaart (zie, Afbeelding 5) zijn de locaties van de groeiplaatsonderzoeken (voorts, GPO) te vinden, daarnaast is de conditie van de bomen weergegeven op in de kaart.

Afbeelding 5: Overzichtskaart groeiplaatsonderzoek (GPO) en conditie.

5.1. GRONDWATER Het grondwater is binnen de zone 0 - 130 cm niet bereikt. Het maaiveld bevindt zich op 200cm +NAP. De gemiddeld laagste grondwaterstand bevind zich op circa 68,9cm +NAP, 131cm beneneden maaiveld (voorts, mv). In dit kader is het aannemelijk dat de bomen op een grondwaterprofiel staan. 5.2. GROEIPLAATSONDERZOEK Binnen het plangebied zijn 5 groeiplaatsonderzoeken uitgevoerd om inzicht te krijgen in de bodemopbouw van het gebied. Dit levert een uniform beeld op bestaande uit een doorgaans licht vochtige, humeuze, matige fijne zandgrond in de zone 00-130cm -mv. Bij de groeiplaatsen ter hoogte van bomen 16 t/m 19 is eenzelfde bodemopbouw aangetroffen, hier is echter sprake van een verdichte, puinhoudende bodem. Hierdoor wortelen bomen 16 t/m 19 oppervlakkig. De bomen 1 t/m 10 op het kerkplein hebben in de zone 00-40 intensief fijne beworteling, met matige grove beworteling in de zone 30-50cm -mv. In de zone 50-130cm -mv wordt extensieve fijne beworteling aangetroffen. In de zone 00-10cm -mv wordt bij bomen 16 t/m 19 beworteling van Ø>4cm aangetroffen, dit betreft stabiliteitswortels. Bij de Amerikaanse eiken 22 t/m 26 is er sprake van een uniform beeld, in de zone 00-130cm -mv wordt fijne beworteling aangetroffen. Het groeiplaatsonderzoek bij bomen 24 t/m 26 is uitgevoerd buiten de theoretische stabiliteitskluit, te midden van het cluster van bomen.

Boom 29 heeft een vergelijkbaar beeld met bomen 1 t/m 10 met Fijn intensieve beworteling en (stabiliteits)beworteling van Ø>4cm in de zone 30-50cm mv. In de zone 50-130cm mv worden fijne wortels aangetroffen.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

11

Afbeelding 6: Links schematisch bodemprofiel van grondboring plangebied; rechts bodemprofiel GPO 3.

Afbeelding 7: Links schematisch bodemprofiel van grondboring plangebied; rechts bodemprofiel GPO 2.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

12

Afbeelding 8: Links schematisch bodemprofiel van grondboring plangebied; rechts bodemprofiel GPO 5.

Afbeelding 9: Links beworteling GPO 2; midden proefsleuf GPO 4; rechts bodemprofiel GPO 4.

Afbeelding 10: Links overzicht proefsleuf GPO 1; midden oppervlakkige beworteling boom 19; rechts proefsleuf beworteling GPO 3.

5.3. VERPLANTBAARHEID De potentiële verplantbaarheid voor bomen 1 t/m 10 die niet duurzaam gehandhaafd kunnen worden in het ontwerp is bepaald op basis van de nulmeting en een beknopt groeiplaatsonderzoek. Uitgangspunt bij het bepalen van de potentiële verplantbaarheid is dat de bomen duurzaam verplant kunnen worden, waarbij de te verplanten bomen bij verplanting een toekomstverwachting van meer dan vijftien jaar behouden. Daarnaast is het noodzakelijk dat er voldoende werkruimte beschikbaar is voor de verplanting. De volgende criteria zijn gehanteerd:

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

13

Goed ++: Geen (noemenswaardige) belemmeringen voor de verplantbaarheid van de boom; Voldoende +: Beperkte belemmeringen voor de verplantbaarheid van de boom; Onvoldoende -: Belemmeringen voor de verplantbaarheid van de boom; Slecht - -: Aanzienlijke belemmeringen voor de verplantbaarheid van de boom; Zeer Slecht X: Fatale belemmeringen voor de verplantbaarheid van de boom;

Boom ID 1,3,4,5,8,9,10 2,6 16 t/m 19

Soort Fagus sylvatica Fagus sylvatica Carpinus betulus

Stamdiameter (cm)

Kluitomvang (Ø cm)

Gewichtsindicatie

Verplantbaarheid

15 - 20

200

8 15 ton

+

- 5.000,00

15 - 20

200

8 15 ton

--

- 5.000,00

25-30

450

30-50 ton

--

- 35.000,00

,

Prijsindicatie

6

Tabel 5: Overzicht verplantbaarheidsonderzoek

De potentieel te verplanten bomen hebben geen belemmeringen ten aanzien van de benodigde werkruimte, er is geen inzicht in knelpunten ten aanzien van kabels en/of leidingen binnen de stabiliteitskluit. Bomen 2 en 6 verkeren in verminderde conditie en hebben boomtechnische gebreken, in dit kader wordt geadviseerd bomen 2 en 6 niet mee te nemen in een eventuele verplanting. Een geschikte herplantlocatie voor de overige 8 bomen moet nader worden bepaald. Hierbij dient eveneens de nieuwe groeiplaats onderzocht te worden en een deugdelijke groeiplaats op basis van dit advies te worden ingericht. Door de oppervlakkige beworteling van bomen 16 t/m 19 is duurzame verplanting niet goed mogelijk. De doorworteling van de stabiliteitskluit is in het geval van de haagbeuken beperkt. Door de slechte samenhang in de kluit kunnen (aanzienlijke) belemmeringen optreden tijdens transport. Om de bomen voor te bereiden7 op verplanting is een minimale voorbereidingstijd van 1 tot 2 jaar wenselijk. Beuken zijn doorgaans gevoelig voor verplanting, met name voor verdroging gedurende de eerste twee zomers. In dit kader is een gedegen voorbereiding noodzakelijk, alsmede een gedegen nazorg plan. De bomen zijn verplantbaar door het inzetten van een verplantmachine met een maximale verplantbak van 2,60cm.

6

Prijsindicatie van de boomverplanting betreft de prijs exclusief transport.

7

Voorbereiding betreft het rondgraven van de verplantkluit en aanbrengen van wormencompost om wortelgroei in de kluit te stimuleren. Daarnaast wordt uitgerijpte houtcompost op de kluit verdeeld en worden de bomen voor verplanting gesnoeid. De kluit kan worden geïnjecteerd met meststoffen (grotere bomen). Een goede voorbereiding vergroot de kans op een succesvolle verplanting. Rondsteken is alleen mogelijk met minigraver. Afhankelijk van het wortelprofiel en de betreffende boomsoort (gevoeligheid voor wortelschades / regeneratief vermogen) is een voorbereidingstijd van 1 tot 2 jaar wenselijk. Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

14

6. BEA-ADVIES In het voorgenomen plan wordt uitgegaan van behoud van de bomen binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling. Tijdens de ontwikkelingsfase is zijn bij 5 bomen beperkte/algemene maatregelen nodig voor duurzame handhaving (zie, Tabel 6). Bij 8 bomen zijn ingrijpende maatregelen vereist voor duurzame handhaving van de bomen en voor 9 bomen is duurzame handhaving niet mogelijk door ruimtelijk beslag. In Bijlage IV is de projecttekening te vinden met de handhaafbaarheid van de bomen. BEA-advies

Boomnummers

Goed ++ 11,13,14,15,20,21 Voldoende + 22,23,24,25,26 Onvoldoende Slecht -1,3,4,5,7,8,9,10 Zeer slecht X 2,6,16,17,18,19,27,28,29 Eindtotaal Tabel 6: BEA-advies met respectievelijke boomnummers;

Aantal 6 5 8 9 28

+ Beperkte maatregelen nodig voor een duurzame handhaving van de boom; - Specifieke maatregelen noodzakelijk voor een duurzame handhaving van de boom; - - Ingrijpende maatregelen noodzakelijk voor een duurzame handhaving van de boom; X Fatale belemmeringen voor een duurzame handhaving van de boom.

Afbeelding 11: Overzichtskaart BEA-Advies

6.1. RUIMTELIJK BESLAG EN INGRIJPENDE MAATREGELEN Op 3 bomen wordt ruimtelijk beslag gelegd, dit betreft bomen 27, 29 en 29. In dit kader is duurzame handhaving niet mogelijk. Voor bomen 16 t/m 19 geldt dat duurzame handhaving niet mogelijk is door de combinatie van omvangrijke kroonverlies en wortelschade die ontstaat bij realisatie van de parkeerplaatsen. Door de oppervlakkige beworteling is verplanting van deze bomen geen mogelijkheid. De bomen zijn alleen te handhaven bij aanpassing van het ontwerp, hierbij kan de realisatie van 9 parkeerplaatsen niet worden uitgevoerd onder de boomkronen van bomen 16 t/m 19. Op bomen 1 t/m 10 wordt eveneens ruimtelijk beslag gelegd, deze bomen zijn te handhaven doordat duurzame verplanting potentieel mogelijk is. Wanneer voor de mogelijkheid van verplanting wordt gekozen dient een volledig verplantingsonderzoek en taxatie (conform de Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

15

NVTB-methode) van de te verplanten bomen worden uitgevoerd. Dit geldt niet voor bomen 2 en 6 doordat hier sprake is van een verminderde conditie en boomtechnische gebreken. 6.2. BEPERKTE MAATREGELEN Beperkte, algemene maatregelen zijn noodzakelijk voor het duurzaam handhaven van bomen 22 t/m 26, met name bij bomen 24,25 en 26 is beperkte correctie snoei noodzakelijk. Daarnaast wordt geadviseerd een ruime beschermde wortelzone (stabiliteitskluit + 4m) in te stellen, wanneer afgraving benodigd zijn binnen de kroonprojectie. Het verwijderen van wortels Ø>4cm, kan slechts bij hoge uitzondering en dient onder toezicht van een ter zake kundig boomtechnisch toezichthouder uitgevoerd te worden. Daarnaast gelden de algemene maatregelen ten aanzien van graven binnen de kwetsbare zone. De kwetsbare zones (kroon +1, 5m) van bomen 27 en 35 overlappen met de voorgenomen bouwbuffer van 2 meter. In dit kader is beperkt innemen van de kroon vereist. Benodigde snoei van (laaghangende) takken dient uitgevoerd te worden door en naar inzicht van of gesteltakken niet dikker dan ½ van de stamdiameter op snoeihoogte. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een toenemende kroon in de toekomst van bomen 24, 25 en 26 en de daarmee gepaard gaande potentiële klachten en intensivering van het onderhoud. Voor de overige bomen zijn geen noemenswaardige maatregelen nodig voor duurzame handhaving.

Wanneer bronbemaling noodzakelijk is voor de realisatie van de voorgenomen woningen dient dit uitgevoerd te worden buiten de bladhoudende periode, om droogtestress en schade te voorkomen. Tevens dienen de randvoorwaarden voor bronbemaling te worden opgenomen in het werkplan. Indien het niet mogelijk is de bronnering buiten de bladhoudende periode uit te voeren, is een watergiftplan (opgesteld door een European Tree Technician) noodzakelijk. 6.3. BRONBEMALING Bronbemaling kan doorgang vinden wanneer het volledig buiten de bladhoudende periode plaatsvindt. De bladhoudende periode loopt globaal van maart tot november. Wanneer bronbemaling wordt toegepast gedurende de bladhoudende periode zijn negatieve effecten op de duurzame handhaving van de bomen aannemelijk. Hierbij kan het negatieve effect van bronbemaling ruim buiten het plangebied invloed hebben. In dit kader wordt geadviseerd een uitgebreid waterafgiftplan op te stellen wanneer bronbemaling gedurende de bladhoudende periode wordt uitgevoerd. In het waterafgiftplan dienen de drie waardevolle rode beuken ( in de ruimere omgeving van het plangebied eveneens te worden opgenomen. 6.4. ADVIES EN RANDVOORWAARDEN Voor de duurzame handhaving van 6 van de 28 bomen zijn geen of slechts beperkte maatregelen nodig.

De voorgenomen werkzaamheden hebben geen significant, negatief effect op de duurzame instandhouding van deze bomen, met uitzondering van bronbemaling. Bij werken binnen de kwetsbare zone van de te handhaven bomen (kroonprojectie + 1, 5m) Voor aanvang van de werkzaamheden dient de aannemer een werkplan op te stellen, met daarin de goedgekeurde uitwerking van de randvoorwaarden; De bomen worden voorzien van fysieke afscherming, te realiseren door het plaatsen van deugdelijke stamommanteling rond de bomen, dit is enkel noodzakelijk bij bomen: - Die langs de routing van het bouwverkeer staan; - Waar draaiend bouwverkeer te verwachten is; - Waarbij machinaal gewerkt wordt binnen de kroonprojectie. Verwijdering van wortels Ø>4cm, kan slechts bij hoge uitzondering en dient onder toezicht van een ter zake kundig boomtechnisch toezichthouder uitgevoerd te worden; Graven rondom de bomen dient uitgevoerd te worden met klein, licht materieel. Daarnaast dient een graafrichting gehanteerd te worden die altijd van de bomen af georiënteerd is; Bij machinaal graven binnen de kroonprojectie dient handmatig voorgestoken te worden met een spade; Machinaal ontgraven is toegestaan tot een diepte van maximaal 20cm, wanneer dieper graven noodzakelijk is dient dit uitgevoerd te worden onder toezicht van een boomtechnisch toezichthouder.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

16

Graven in de kroonprojectie van bomen 22 t/m 26 is alleen toegestaan buiten de beschermde wortelzone. Bij machinaal werken binnen de kroonprojectie dient te allen tijde schade aan de kroon voorkomen te worden; Benodigde snoei van (laaghangende) takken dient uitgevoerd te worden door en naar inzicht van of gesteltakken niet dikker dan ½ van de stamdiameter op snoeihoogte; Verplaatsing van groot materieel (c.q. graafmachines) bij bomen 22 t/m 26 dient uitgevoerd te worden met de giek omlaag; De bouwroute en bouw in- en uitrit wordt nader bepaald en opgenomen in het werkplan; Binnen dit project zijn de volgende specifieke maatregelen van toepassing: In het werkplan dient opgenomen te worden dat de verplantbaarheid van bomen 1,3,4,5,7,8,9 en 10 wordt onderzocht conform een volledig verplantbaarheidsonderzoek. Binnen dit project zijn de volgende boombeschermende maatregelen van toepassing: Instellen van een boomtechnisch toezichthouder die in nauw overleg met de uitvoerder en de toezichthouder betrokken is bij de werkzaamheden, met nadruk op snoei en verwijderen wortels Ø>4cm; Bronbemaling maakt deel uit van dit project. Het opstellen van een waterafgiftplan om schade door bronbemaling te voorkomen is noodzakelijk, wanneer bronbemaling binnen de bladhoudende periode plaatsvindt.

Plaatsen van hekken ter plaatse van de kroonprojectie van de bomen in gedeelten waar geen transport en opslag van materiaal mag plaatsvinden (rondom bouwdepot); Depot-, tijdelijke kantoor- en schaftlocaties buiten kroonprojecties zoals weergegeven op kaart (Bijlage III); Verplaatsen of verwijderen van hekken gedurende het werk is in principe niet toegestaan. Indien blijkt dat binnen de hekken werkzaamheden plaats moeten vinden is overleg met de boomtechnisch toezichthouder benodigd; Bij verwijdering van wortels dienen deze recht afgesnoeid te worden, ter bevordering van het herstel. Bij uitzondering is het toegestaan om wortels Ø>4cm te verwijderen, dit dient te allen tijde te worden uitgevoerd onder toezicht van een boomtechnisch toezichthouder. Het heeft altijd de voorkeur om wortels Ø>4cm te behouden; 6.5. UITVOERING De aannemer is verantwoordelijk voor het behoud van de kwaliteit van de bomen en de kwaliteit van de groeiplaats van de bomen gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. De aannemer verzorgt de boombescherming zoals aangegeven in deze BEA. Voor boomtechnische ondersteuning is samenwerking met een boomtechnisch toezichthouder benodigd. De boom technisch toezichthouder dient over voldoende vakkennis te beschikken (European Tree Worker of European Tree Technician).

In de bouwkeet wordt een bomenposter opgehangen met algemene regels ter bescherming van bomen (zie, Bijlage V). Extra maatregelen als gevolg van de werkzaamheden zijn mogelijk benodigd. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het toepassen van rijplaten om schade aan de groeiplaats van bomen te voorkomen, of snoeien van wortels en/of takken onder begeleiding van een boomtechnisch toezichthouder.

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

17

7. BOOMBALANS In totaal zijn er 28 bomen geïnventariseerd, hiervan verkeren 24 bomen in een goede conditie of redelijke conditie, 24 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar en 1 boom heeft toekomstverwachting van 5-10 jaar of minder. In Tabel 7 is de boombalans te vinden voor de bomen in de invloedssfeer van het project. Zonder het nemen van specifieke maatregelen zijn 6 bomen duurzaam te handhaven. 9 bomen kunnen niet duurzaam gehandhaafd worden door ruimtelijk beslag. Door middel van verplanting kunnen 8 bomen potentieel behouden blijven, voor een sluitend verplantbaarheidsadvies is een volledig verplantbaarheidsonderzoek benodigd. Bomenbalans

Boom ID

Aantal

Handhaven 11,13,14,15,20,21,22,23,24,25,26 Verplanten potentieel mogelijk 1,3,4,5,7,8,9,10 Vellen 2,6,16,17,18,19,27,28,29 Eindtotaal Tabel 7: bomenbalans met te handhaven bomen in de directe invloedssfeer van het project.

11 8 9 28

Boom Effect Analyse Westakkers, Berlicum Definitief Kenmerk:03P2003065

18

BIJLAGE I BOOMINVENTARISATIE

Boom Effect Analyse Definitief Kenmerk:03P2003065

BIJLAGE II OVERZICHTSKAART: BOOMSOORT X CONDITIE

Boom Effect Analyse Definitief Kenmerk:03P2003065

BIJLAGE III OVERZICHTSKAART: TOEKOMSTVERWACHTING X BOOMKWALITEIT

Boom Effect Analyse Definitief Kenmerk:03P2003065

BIJLAGE IV OVERZICHTSKAART: PROJECT TEKENING

Boom Effect Analyse Definitief Kenmerk:03P2003065

BIJLAGE V OVERZICHTSKAART: BOMENPOSTER

Boom Effect Analyse Definitief Kenmerk:03P2003065

Bijlage 9

143/566

Boom Effect Analyse 2022

Bomen Effect Analyse Clemensstaete te Waalwijk

Martijn van der Spoel 12 oktober 2022

Colofon Titel van het rapport

Projectnummer

Opdrachtgever

Opdrachtnemer

Adviseur

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Methode van onderzoek

3.

Locatie

3.1 Locatie

3.2 Geplande werkzaamheden

4. Resultaten 4.1 Visuele controle

4.2 Bodem- en bewortelingsonderzoek

5. Conclusie 5.1 Conditie, kwaliteit en toekomstverwachting

5.2 Bodem en beworteling

5.3 Knelpunten analyse

6. Advies 6.1 Bomen

6.1.1 Boomnummer 1

6.1.3 Boomnummer 4

6.1.4 Boomnummers 2 & 6

6.1.5 Boomnummer 3

6.1.6 Boomnummer 5

6.2 Benaderbaarheid bomen

6.3 Opnemen verhardingen en herstraten

6.4 Omgang wortels

6.5 Ophogen

6.6 Toezicht houden

Bijlage 4: f profielboringen

Bijlage 5:

Bijlage 6: boombeschermende maatregelen

6.1 6.1.1 Snoeien

6.1.2 Boombeschermende maatregelen in bestek

6.1.3 Schouwen bomen

6.1.4 Instructie personeel

6.1.5 Kabels en leidingen

6.2 Aandachtpunten tijdens de werkzaamheden 6.2.1 Beschermd boomgebied

6.2.2 Inzet boomtechnisch toezichthouder

6.2.3 Ophangen poster

6.2.4 Ophogen of afgraven

6.3 Aandachtspunten na de werkzaamheden 6.3.1 Snoeien

6.3.2 Verdichting opheffen

6.3.3 Dood hout verwijderen

6.3.4 Schades beoordelen

Bijlage 7: methode van onderzoek 7.1 Visuele boomcontrole

7.2 Toekomstverwachting

7.3 Groeiplaatsonderzoek

7.4 Boom en werkzaamheden

174/566

Bijlage 10 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

175/566

Waalwijk, Sint-Clemenskerk Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

20200264

08-06-2022

projectleider:

opdrachtgever:

R. Verkooijen

Chopin Project B.V.

auteur(s):

S.E.H. Lie, MSc

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1. 1.2. 1.3.

3 3 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

5

2.1. 2.2.

Plaats van het project Omvang van het project

5 9

Kenmerken van de milieueffecten

15

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

15 19 23 24 27 28 29 32 32

Verkeer Geluidhinder Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

34

20200264

1.

1.1.

3

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om de Sint-Clemenskerk en de bijbehorende percelen aan de Loeffstraat te Waalwijk te transformeren naar een gebied met een combinatie aan verschillende functies waarbij de zorgfunctie zal domineren. De Sint-Clemenskerk is een Rijksmonument en zal in gebruik worden genomen ten behoeve van de huisvesting van 17 middeldure koopappartementen. De pastorie bij de kerk wordt getransformeerd ten behoeve van in totaal 6 middeldure koopappartementen. Het planvoornemen voorziet verder in de realisatie van nieuwbouw van in totaal 66 woonzorgappartementen waarvan 24 zorgeenheden voor dementerenden. 14 van de woonzorgappartementen kunnen binnen bestemming worden omgezet naar reguliere (koop) appartementen De beoogde transformatie past niet binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling toch juridisch-planologisch te kunnen regelen, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld wat hierin voorziet. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking meer 2 of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2).

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 66 zorgwoningen en 23 middeldure koopappartementen óf 52 zorgwoningen en 37 middeldure koopappartementen. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt als bijlage 4 van de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20200264

Inleiding

1.3.

4

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken toegevoegd aan de bijlagen.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

2.

2.1.

5

Plaats van het project

Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als Gemeente Waalwijk: Sectie F, perceelsnummers 281, , 1769, 1770, 3224, 3325 en 3326; Sectie G perceelsnummer 424 (gedeeltelijk). Een luchtfoto van het plangebied is weergegeven in figuur 2.1 De begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 2.2 en bestaat globaal uit de Loeffstraat aan de noordzijde en de Pastoor van der Zijlestraat aan de westzijde. De begrenzing bestaat aan de oostzijde uit het perceel behorende bij Boerderij de Lunt aan de Loeffstraat 60. De zuidwestzijde van het plangebied wordt begrensd het perceel behorende bij de woning aan de Pastoor van der Zijlestraat 81. Aan de zuidoostzijde bestaat de begrenzing uit de groenstrook en de waterloop langs het Clemenspad.

Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied en omgeving (bron:ruimtelijke plannen.nl)

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

6

Figuur 2.2 Begrenzing plangebied bestaande situatie Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan verschillende dubbelbestemmingen met betrekking tot Archeologie: .

-06-2018) Archeologie 2

Overeenkomstig de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (2010) is het plangebied niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.3). Ook bevindt het plangebied zich niet in een stiltegebied (zie figuur 2.4). Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuur Netwerk Nederland. De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen bedraagt circa 2 kilometer en circa 3,5 kilometer tot Natura 2000-gebied Langstraat. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 582 meter (zie figuur 2.5).

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

7

Figuur 2.3 Grondwaterbeschermingsgebieden en nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provinciale milieuverordening Noord-Brabant)

Figuur 2.4 Stilgebieden te opzichte van plangebied (rode cirkel) (bron: Provinciale milieuverordening Noord-Brabant)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

8

Figuur 2.5 Natura 2000 en NNB nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provinciale milieuverordening Noord-Brabant)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

2.2.

9

Omvang van het project

Het planvoornemen bestaat uit de transformatie van de bestaande Sint-Clemenskerk in combinatie met de realisatie van nieuwe zorgappartementen op het achterterrein van de kerk. In totaal zijn maximaal 89 woon(zorg)eenheden voorzien. Het te ontwikkelen gebied wordt "Clemensstaete" genoemd. De ontwikkeling voorziet in het toekomstbestendig en duurzaam transformeren van de Sint-Clemenskerk. Daarmee blijft het Rijksmonument behouden en beschermd. Transformatie kerk De kerk zal uitsluitend inpandig worden verbouwd. Wel zijn er enkele erkers, balkons en bergingen buiten de kerk voorzien. Aan de oostelijke gevel van de toren zullen ramen worden geplaatst daar waar er nu geen zijn. Een gedeelte van het interieur van de kerk zal worden hergebruikt bij de transformatie. Bij de herinrichting van de kerk ligt de nadruk op de lengterichting van het gebouw. De aandacht wordt bij binnenkomst door de hoofdentree al naar het absis / koor getrokken. De centrale as/zichtlijn van de entree naar het absis / koor wordt, door de situering van de appartementen aan de zijkant, in stand gehouden. Ook de ruimtewerking van de kap is belangrijk. De ruimte van vloer tot kap blijft dan ook gedeeltelijk beleefbaar.

Figuur 2.6: CONCEPT Plattegronden kerk en pastorie (Bron: Rothuizen, 19 januari 2021) In de kerk worden in totaal 17 koopappartementen gerealiseerd. In het souterrain worden uitsluitend bergingen gerealiseerd. Op de begane grond worden 8 appartementen gemaakt. Ook op de 1e verdieping worden 8 appartementen gemaakt. Een laatste appartement in de kerk wordt gerealiseerd op de 1e, 2e en 3e verdieping in de toren. Dit wordt dus een appartement bestaande uit 3 verdiepingen. De oppervlakten van de appartementen variëren van circa 50 m² tot circa 100 m².

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

10

Vervangende nieuwbouw pastorie De pastorie zal worden gesloopt en op dezelfde locatie worden herbouwd. Daarbij zullen de bestaande goot- en bouwhoogte worden gerespecteerd. Alleen de kapvorm zal wijzigen waardoor een efficiëntere indeling gemaakt kan worden en een volwaardige 2e verdieping kan worden gerealiseerd. De kapvorm van de nieuwe pastorie sluit daarbij aan op de kapvorm van de nieuwbouw. In totaal worden in de nieuwe pastorie 6 appartementen gerealiseerd. 2 op de begane grond, 2 op de 1e verdieping en 2 op de 2e verdieping. De oppervlakten van deze appartementen variëren van circa 50 m² tot circa 75 m². In het souterrain zullen bergingen voor de appartementen worden gerealiseerd. In figuur 2.7 is de plattegrond van de begane grond opgenomen. In figuur 2.8 is een concept-impressie opgenomen van het ontwerp van de nieuwe pastorie in combinatie met de kerk.

Figuur 2.8: CONCEPT impressie ontwerp pastorie en kerk

Figuur 2.7: CONCEPT indeling begane grond nieuwe pastorie Nieuwbouw Bij de nieuwbouw op het terrein is het van belang de oorspronkelijke opzet op enigerlei wijze herkenbaar te houden. Het gaat dan met name om het kerkplein met de twee 'wanden', de besloten tuin aan de zuidzijde van de kerk. Nieuwbouw ter plaatse kan uitsluitend plaatsvinden met respect voor de cultuurhistorische waarde van het Rijksmonument Sint-Clemenskerk.

Figuur 2.9: CONCEPT Beoogde nieuwe situatie (bron: NBArchitecten 18-01-2022)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

11

De nieuwbouw bestaat dan ook uit een in architectuur herkenbaar nieuw ensemble welke zich duidelijk onderscheidt van de Rijksmonumentale Sint-Clemenskerk. Hierdoor blijft het historische karakter van het oorspronkelijke ensemble van kerk en pastorie met binnentuin duidelijk leesbaar. De nieuwbouw oriënteert zich op de binnentuin rondom de Sint-Clemenskerk. De bouwmassa creëert een omsloten openbare binnentuin welke het karakter heeft van een kloostertuin. De ontsluiting van de nieuwbouw bevindt zich tevens in deze binnentuin zodat er altijd reuring is in het binnengebied. De nieuwbouw krijgt de uitstraling van een kloostercomplex. De bouwmassa's en bouwhoogten sluiten aan bij de omliggende bebouwing. Aangezien er een groot hoogteverschil aanwezig is binnen het plangebied wordt het peil in dit bestemmingsplan vastgelegd op de hoogte van de entree van de kerk. Ten opzichte van die entree wordt de 1e bouwlaag verdiept gerealiseerd. Hierdoor ontstaat ruimte om in totaal 3 bouwlagen met een kap te realiseren en alsnog aansluiting te vinden bij de bouwhoogten in de directe omgeving. De maximale bouwhoogte ten opzichte van het peil (= bovenkant putdeksel Loeffstraat) bedraagt daarmee 12,25 meter. Met de nieuwbouw wordt dus gerefereerd aan een kloostercomplex. Dit komt onder meer tot uiting in de eenduidige goot- en bouwhoogte en repetitie van gevelindelingen.

De voorzijde aan de Loeffstraat gezien, is onderdeel van het historische lint van Baardwijk. Hierdoor is een zorgvuldige inpassing benodigd van de nieuwbouw aan deze zijde. De nieuwbouw is in dezelfde lengterichting als het historische lint geplaatst. De uitstraling en het relatief bescheiden en terugliggend front van de nieuwbouw aan de Loeffstraat is qua bouwmassa maar dus ook ten aanzien van de lengterichting en de uitstraling passend in dit historische lint. De bebouwing in dit historische lint is namelijk ook bescheiden van omvang (bouwmassa, goot- en bouwhoogten) en uitstraling. Een conceptimpressie van de voorzijde van de ontwikkeling aan de Loeffstraat is opgenomen in figuur 2.7. Aan de linkerzijde de projectie van de teruggelegen nieuwbouw, in het midden de nieuwe pastorie en rechts de kerk. De openbare binnentuin wordt ontsloten vanuit vier verschillende punten waardoor het een alzijdige tuin is, benaderbaar vanuit de openbare wegen rondom de Sint-Clemenskerk. Het oorspronkelijke Clemenspad is opgenomen in de binnentuin, blijft openbaar toegankelijk en loopt, zoals in de bestaande situatie, vanuit de Loeffstraat door richting de Hofstad. Wel bestaat de mogelijkheid om de poorten bij de entrees van de binnentuin, te sluiten indien nodig.

Ondanks het feit dat er ruimtelijk gezien geen verschillen zijn, wordt bij de realisatie van de nieuwbouw onderscheid gemaakt in drie verschillende bouwdelen. Op afbeelding 2.10 is het onderscheid in bouwdelen inzichtelijk gemaakt.

Figuur 2.10: Onderscheid bouwdelen in de nieuwbouw

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

12

De grootte van de drie bouwdelen is nagenoeg gelijk. Voor zorgwoningen kan worden volstaan met kleinere oppervlakte dan voor de middeldure koopappartementen. Daardoor is het mogelijk om de programma's van de verschillende bouwdelen met elkaar uit te wisselen. Het is echter de bedoeling om het volgende concrete programma per bouwdeel te realiseren: Bouwdeel A is bestemd voor 24 zorgwoningen. Bouwdeel B voorziet in totaal in 28 zorgwoningen. In Bouwdeel C zijn in totaal 14 zorgwoningen (scenario A) voorzien die direct kunnen worden omgezet naar 14 reguliere appartementen (scenario B). Met de 23 koopappartementen in de kerk en de nieuwe pastorie voorziet het totale programma in de realisatie van maximaal 89 (zorg)woningen. Doordat binnen bouwdeel C óf zorgwoningen óf reguliere koopappartementen mogelijk worden gemaakt zijn in de regels van dit bestemmingsplan de maximaal toegestane aantallen vastgelegd: Maximaal 89 woon(zorg)appartementen waarvan: maximaal 37 reguliere woningen; maximaal 66 zorgwoningen. Om de haalbaarheid van beide scenario's aan te tonen wordt in deze toelichting, daar waar noodzakelijk, ingegaan op de gevolgen van scenario A (met 66 zorgwoningen en 23 koopappartementen) en scenario B (met 52 zorgwoningen en 37 koopappartementen).

Met zorgwoningen worden al dan niet zelfstandige wooneenheden bedoeld voor mensen met een intensieve zorgvraag en hun eventuele partners. Daarbij dient de zorgwoning onderdeel uit te maken van een zorginstelling en hebben de bewoners de beschikking over een centrale keuken en een gemeenschappelijke eet- en woonkamer. Bewoners hebben een zorgcontract met de instelling die in de gebouwen gehuisvest wordt. Met intensieve zorg wordt zorg bedoeld voor mensen met een minimale zorgindicatie van 4VV. Volgens de Wet langdurige zorg onder Verpleging en Verzorging wordt onder 4VV verstaan: "Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging". Onder een zorginstelling wordt een instelling verstaan waar interamurale of particuliere zorg wordt verleend. Verkeersontsluiting Vanaf de ontwikkellocatie kan op verschillende manieren van en naar het plangebied worden gereden. Daarvoor zullen veelal de Loeffstraat, ten noorden van het plan en de Pastoor van der Zijlestraat gebruikt worden. Figuur 2.11 geeft een overzicht van de verkeersroutering, uitgangspunt daarbij is dat grofweg de helft van het verkeer in oostelijke richting rijdt en de andere helft in westelijke richting (veelal gebruik makend van de Loeffstraat).

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

Plaats en omvang van het project

13

Figuur 2.11 Geel gearceerd: gaat op in heersende parkeerbeeld Te zien is waar het verkeer van de ontwikkeling opgaat in het heersende verkeersbeeld (geel gearceerd). In dit geval ter hoogte van de rotonde met de Groen van Prinstererlaan voor verkeer in westelijke richting en ter hoogte het kruispunt met het Vooreinde voor verkeer in oostelijke richting. Zowel vanaf de rotonde met de Groen van Prinsterenlaan als ter hoogte van het kruispunt met het Vooreinde komt er relatief veel verkeer bij uit de omliggende straten waardoor deze wegen vanaf hier fungeren als verzamelweg en daarmee het verkeer van de ontwikkeling relatief gezien gering is ten opzichte van het totaal aan verkeer. De wegen in de omgeving hebben voldoende restcapaciteit om de verkeersgeneratie van de ontwikkeling op te kunnen vangen (zie ook paragraaf 3.1). Parkeren Parkeren vindt plaats op het eigen terrein. Buiten het bereik van het bestemmingsplan om, zal de gemeente Waalwijk de openbare ruimte in de Pastoor van der Zijlestraat en de Loeffstraat gaan optimaliseren (zie ook paragraaf 3.1). Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik.

volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20200264

3.

15

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer

Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt uitgegaan van CROW publicatie 381. Per functie wordt hierbij een bandbreedte gegeven voor de verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag. Daarbij wordt uitgegaan van de ligging van het gebied en de stedelijkheidsgraad van de locatie. De betreffende Matig stedelijk het bepalen van de bandbreedte wordt uitgegaan van een worst-case situatie. Dat betekent dat wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie aan de bovenkant van de bandbreedte. Ook voor de verkeersgeneratie van de ontwikkeling geldt dat we rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de 14 zorgwoningen in bouwdeel C worden ingezet als reguliere woning (appartement). Dat wordt namelijk in dit bestemmingsplan direct mogelijk gemaakt. De verkeersgeneratie voor zowel scenario A als scenario B is dan ook inzichtelijk gemaakt. Tabel 1: Verkeersgeneratie scenario A aantal

Zorgwoningen Bouwdeel A (verpleeghuis) Zorgwoningen Bouwdeel B (verpleeghuis) Zorgwoningen Bouwdeel C (verpleeghuis) Middeldure koopappartementen Kerk Middeldure koopappartementen Pastorie Totaal

24 28 14 17 6 89

maximale bandbreedte omrek verkeersgeneratie (weekdag) max totaal max 2,1 50,4 1,11 2,1 58,8 1,11 2,1 29,4 1,11 6,0 102 1,11 6,0 36 1,11 276,6

werkdag

55,944 65,268 32,634 113,22 39,96 307

In scenario A genereert de ontwikkeling een gemiddelde weekdagintensiteit van 276,6 mvt/etmaal.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20200264

Kenmerken van de milieueffecten

16

Tabel 2: Verkeersgeneratie scenario B aantal

Zorgwoningen Bouwdeel A (verpleeghuis) 24 Zorgwoningen Bouwdeel B (verpleeghuis) 28 Middeldure koopappartementen Bouwdeel 14 C Middeldure koopappartementen Kerk 17 Middeldure koopappartementen Pastorie 6 Totaal 89

maximale bandbreedte omrek verkeersgeneratie (weekdag) max Totaal max 2,1 50,4 1,11 2,1 58,8 1,11 6,0 84 1,11

werkdag

6,0 6,0

113,22 39,96 367,63

102 36 331,2

1,11 1,11

55,944 65,268 93,24

In scenario B genereert de ontwikkeling een gemiddelde weekdagintensiteit van 331,2 mvt/etmaal, afgerond 332 mvt/etmaal. De nieuwe ontwikkeling genereert hiermee een gemiddelde maximale weekdagintensiteit van 332 mvt/etmaal (zie tabel 2). Verkeersafwikkeling De ontwikkeling betreft functies die gedurende de hele week verkeer zullen aantrekken. Normaal gesproken zijn er op werkdagen meer verplaatsingen dan in het weekend. Bij het bepalen van de verkeersafwikkeling dient dan ook gekeken te worden naar de gemiddelde werkdagsituatie. Wanneer er wordt uitgegaan van de eerder berekende weekdagintensiteit wordt het weekend ook meegenomen en is de gemiddelde verkeersintensiteit lager en dat zou een vertekend beeld geven. Om de werkdagintensiteit te bepalen zijn omrekenfactoren gebruikt per functie. Deze zijn afkomstig uit CROW publicaties 381 en 272. De totale werkdagintensiteit voor de ontwikkeling zonder saldering bedraagt na omrekening 368 mvt/etmaal (zie tabel 2). Verwerkingscapaciteit Bij het bepalen of de omliggende wegen de verkeersgeneratie van de ontwikkeling kunnen verwerken dient uitsluitend gekeken te worden naar de doordeweekse situatie. Die is namelijk maatgevend omdat het dan het drukst is. Het verrekenen met de verkeersintensiteiten van de huidige functie van kerk is dan dus niet relevant omdat deze uitsluitend in het weekend verkeer genereert.

De Pastoor van der Zijlestraat zal in de nieuwe situatie een eenrichtingsweg worden in de richting van noord naar zuid. In figuur 2.10 is te zien waar het verkeer van de ontwikkeling op gaat in het heersende verkeersbeeld (geel gearceerd). Verder blijkt uit het BBMA verkeersmodel dat de Loeffstraat in 2030 een intensiteit heeft van 1.900 mvt/etmaal. Van de Pastoor van der Zijlestraat zijn in het BBMA model geen gegevens bekend. Dat betekent dat de intensiteiten hier laag zijn (<500 mvt/etmaal). De wegen in de omgeving, waaronder de Loeffstraat en de Pastoor van der Zijlestraat, zijn erftoegangswegen. Conform de principes van Duurzaam Veilig zouden deze tot maximaal 6.000 mvt/etmaal moeten kunnen verwerken. De worst-case verkeersgeneratie (werkdag) bedraagt 368 mvt/etmaal wat neerkomt op circa 6 % van de totale capaciteit. Gezien het feit dat de wegen in de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16817536/1