CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek-asbest

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Adviesrecht gemeenteraad over aanvraag omgevingsvergunning (BOPA) voor het realiseren van 2 tiny houses op de locatie Emmahof ong. in Waalwijk16.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk Documentnummer: 25SP0087-adv-01

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs Ekkersrijt 2058 | 5692 BA Son en Breugel Postbus 94 | 5690 AB Son en Breugel T +31 499 471792 | info@socotec-geotechnics.nl KvK 17068712 www.socotec-geotechnics.nl

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk Opdrachtnummer: 25SP0087

Rapport betreffende Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707

Documentnummer 25SP0087-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 19 februari 2025

Opdrachtgever Goedehuizen Architectenbureau Irenestraat 46 5141 GJ Waalwijk

Opgesteld door: Ing. M.J.M. Vervoort

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Collegiale toets: Ing. H.C.M. Bosch

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek

: :

Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten, boring B001

: : : : : : : :

25SP0087 verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 Margrietstraat 107a te Waalwijk Waalwijk Goedehuizen Architectenbureau Ing. M.J.M. Vervoort 19 februari 2025 definitief 539 m2 x: 132673,32 y: 410855,37

2. Aanleiding en doel verkennend bodemonderzoek Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond boven de interventiewaarden aanwezig zijn. Het verkennend asbest bodemonderzoek heeft ten doel om middels een beperkte onderzoeksinspanning vast te stellen of de verdenking dat de bodem asbestverdacht is, terecht is. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor het verkennend bodemonderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740. Daar puinbijmengingen ‘van onbekende herkomst’ in de bodem zijn aangetroffen, is de bodem in principe asbestverdacht en is een verkennend asbest bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is uitgegaan van een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld uit de NEN 5707. 4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. Monster Traject > AW (m - mv)

>T

>I

MM1

0,00 - 0,80

PAK

-

-

MM2

0,75 - 1,30

kwik, lood

-

-

> AW >T >I

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Tabel 2. Overschrijdingstabel grondwatermonster. Peilbuis Filterdiepte >S (m - mv)

>T

>I

B001

-

-

2,00 - 3,00

>S >T >I

-

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde / signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering (bijl Vd Bkl)

Tabel 3. Resultaten asbestanalyse. Monster Soort asbest MMAB01

Soort materiaal

Hechtgebonden

‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s.

-

-

< 0,3

-

5. Conclusie en aanbevelingen Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw. Bevoegd gezag is de gemeente, derhalve wordt aanbevolen voorliggende rapportage aan de gemeente ter beoordeling te overleggen. Wel wordt het volgende opgemerkt. Indien bij de geplande bouwwerkzaamheden in meer dan 25 m 3 grond wordt gegraven, gaat het dan dus om het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde. Indien het niet gaat om ‘tijdelijk uitplaatsen’ of een spoedreparatie aan vitale infrastructuur, geldt een informatieplicht aan het bevoegd gezag. Ten minste een week van tevoren dient de initiatiefnemer de volgende bescheiden aan te leveren: -

begrenzing locatie de verwachte datum begin activiteit de verwachte duur van de activiteit

De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................1

2.

RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2

2.1 Ligging/omgeving...........................................................................................................................2 2.2 Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................................3 2.3 Voormalig bodemgebruik ...............................................................................................................4 2.3.1 Historisch kaartmateriaal ........................................................................................................4 2.3.2 Archieven gemeente Waalwijk ...............................................................................................6 2.3.3 Achtergrondwaarden ..............................................................................................................8 2.3.4 Informatie betrokkenen ...........................................................................................................9 2.3.5 Eigen archieven ......................................................................................................................9 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................9 2.5 Conclusie vooronderzoek ..............................................................................................................9 3.

OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................... 10

3.1 3.2

Gehanteerde onderzoeksopzet .................................................................................................. 10 Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740 ............................................................................... 10

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................ 11

4.1 4.2 4.3 4.4

Uitvoering .................................................................................................................................... 11 Lokale bodemopbouw................................................................................................................. 11 Organoleptische beoordeling ...................................................................................................... 11 Monstername .............................................................................................................................. 12

5.

LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE .......................................... 13

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Analysestrategie vaste bodem ................................................................................................... 13 Analysestrategie grondwater ...................................................................................................... 13 Toetsing analyseresultaten grond .............................................................................................. 13 Toetsing analyseresultaten grondwater...................................................................................... 14 Interpretatie onderzoeksresultaten ............................................................................................. 14

6.

VERKENNEND ASBEST BODEMONDERZOEK ......................................................................... 15

6.1 Uitvoering .................................................................................................................................... 15 6.2 Maaiveldinspectie ....................................................................................................................... 15 6.3 Actuele contactzone ................................................................................................................... 15 6.4 Laboratoriumonderzoek en toetsing ........................................................................................... 16 6.4.1 Analysestrategie .................................................................................................................. 16 6.4.2 Analyseresultaat .................................................................................................................. 16 7.

CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................................................. 17

7.1 7.2 7.3

Verkennend bodemonderzoek ................................................................................................... 17 Verkennend asbest bodemonderzoek ........................................................................................ 17 Resumé ...................................................................................................................................... 18

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

BIJLAGEN: A) Regionale ligging onderzoekslocatie B) Situatietekening SIT-01 met boorpunten en asbestinspectiekuilen C) Fotoreportage D) Boorprofielbeschrijvingen en legenda E) Toelichting toetsingskader F) Laboratoriumcertificaat grondanalyses G) Toetsingstabellen grondanalyses H) Laboratoriumcertificaat grondwateranalyse I) Toetsingstabel grondwateranalyse J) Laboratoriumcertificaat asbestanalyse VERSIE: 1.0 Rapportage verkennend (asbest)bodemonderzoek VERZENDLIJST: Goedehuizen Architectenbureau, t.a.v. de mevr. L. Spuijbroek; linde@goedehuizen.nl

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Project Opdracht Document

1.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

INLEIDING

Door Goedehuizen Architectenbureau is ons bureau opdracht gegeven een verkennend (asbest)bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk. Aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Het verkennend asbest bodemonderzoek heeft ten doel om middels een beperkte onderzoeksinspanning vast te stellen of de verdenking dat de bodem asbestverdacht is, terecht is. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de interventiewaarden aanwezig zijn. Het verkennend bodemonderzoek is vooralsnog niet bedoeld om de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging aan te geven. SOCOTEC Geotechnics B.V. en Bodemflex B.V. zijn onafhankelijke adviesbureaus, die milieukundige werkzaamheden uitvoeren volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering.

De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 4. Overzicht van relevante BRL(‘s).

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018

Pagina 1 van 18

Project Opdracht Document

2.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

RESULTATEN VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Het gaat hierbij om de volgende ‘aanleidingen’ uit de NEN 5725: − aanleiding A – uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie; − aanleiding H – uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s’ gezien de toekomstige bouwactiviteiten op de locatie. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: − huidig en toekomstig bodemgebruik; − voormalig bodemgebruik; − bodemopbouw en geohydrologie; − (financieel-)juridische situatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de gemeente, alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1

Ligging/omgeving

De onderzoekslocatie betreft perceel Margrietstraat 107a te Waalwijk, in de gelijknamige gemeente, en heeft een oppervlakte van 539 m2. De coördinaten volgens het R.D.-stelsel, boring B001, zijn x = 132673,32 en y = 410855,37. De coördinaten van de overige boringen zijn weergegeven op de boorbeschrijvingen in de bijlage D. Kadastraal staat het perceel bekend onder (kadastrale) gemeente Waalwijk, sectie D, nummer 4016. Figuur 1. Kadastrale situatie.

De locatie is gelegen in het centrum van Waalwijk. De omgeving van de locatie bestaat onder andere uit: noord oost zuid west

: appartementengebouw, Margrietstraat en woningen; : Emmahof en woningen; : woningen, appartementengebouw; : woningen en Mr. van Coothstraat.

De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart in de bijlage A. SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 2 van 18

Project Opdracht Document

2.2

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Huidig en toekomstig gebruik

Ten tijde van de veldwerkzaamheden in januari 2025, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Het terrein is in gebruik als parkeerplaats en geheel voorzien van een klinkerverharding. Bij de locatie/inspectie is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van verdachte plekken, verzakkingen, ophogingen, dempingen, etc. Hierbij zijn voornoemde aspecten niet waargenomen. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Gepland is de nieuwbouw van een woning. Figuur 2. Situering plangebied.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 3 van 18

Project Opdracht Document

2.3

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Voormalig bodemgebruik

Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de omgevingsdienst en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1

Historisch kaartmateriaal

Uit het via topotijdreis geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 5. Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie. Jaartal Gebruik

Bijzonderheden

1902

er is sprake van poldergebied.

-

1936

het gebied is in ontwikkeling. In de directe omgeving is bebouwing zichtbaar. Onderhavige locatie is nog in gebruik als (land)bouwgrond.

-

1958

onderhavige locatie lijkt bebouwd met 2 kleinere gebouwtjes.

-

1981

beide gebouwtjes zijn gesloopt, de locatie is weer onbebouwd.

-

1988

de Emmahof direct ten oosten is aanwezig. Hiermee is de huidige situatie nagenoeg waarneembaar.

-

Figuur 3. Situatie 1902.

Figuur 4. Situatie 1936.

Figuur 5. Situatie 1958. SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 4 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Figuur 6. Situatie 1981.

Figuur 7. Situatie 1988.

Er zijn gegevens naar voren gekomen waaruit blijkt dat op onderhavig onderzoeksterrein sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, waardoor eventueel asbestverdacht materiaal in de bodem of op het maaiveld terecht is gekomen. Verder zijn er geen relevante aspecten naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van andere potentieel bodembedreigende activiteiten.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 5 van 18

Project Opdracht Document

2.3.2

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Archieven gemeente Waalwijk

Bij gemeente Waalwijk is door ons bureau informatie opgevraagd betreffende de in hun archieven beschikbare, voor het verkennend bodemonderzoek, relevante (bodem)informatie. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: Er is een digitale omgevingsrapportage aangeleverd, zie navolgende figuur 8. Figuur 8. Omgevingsrapportage gemeente Waalwijk.

Verder zijn de volgende documenten aangeleverd: Blijkens het, overigens niet noodzakelijkerwijs volledige, tankarchief is op het perceel Margrietstraat 107, ten noorden van onderhavige locatie, sprake geweest van een ondergrondse HBO-tank met een inhoud van 5.000 liter. Deze tank bevond zich onder de klinkerverharding links naast het gebouw. Deze tank is op 16 april 1997 gesaneerd. Hierbij is de HBO-tank inwendig gereinigd en daarna verwijderd. Er was geen verontreiniging aangetroffen. Hiervan is een KIWA-tanksaneringscertificaat beschikbaar. In maart 1990 is door Heidemij Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Mr. van Coothstraat 55, locatie ‘ILS-TNO, projectnr. 632-326330-1. In totaal zijn 6 boringen tot circa 3,5 m - mv uitgevoerd, allen afgewerkt als peilbuis. De boringen zijn verdeeld over de Middelbare Vakschool voor Leder- en schoenindustrie (boring 1 t/m 4) en het TNO-gebouw (boring 5 en 6). Tussen deze 2 locaties is onderhavig onderzoeksterrein gelegen, zie navolgende figuur 9. Uit het analytisch onderzoek bleek dat in de vaste bodem geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten waren aangetoond. In het grondwater van de peilbuizen 1 en 2 waren loodgehalten boven de destijds geldende B-waarde aangetoond, de gemeten gehalten bedroegen respectievelijk 74 en 76 µg/l.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 6 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Op basis van de huidige toetsingswaarden zou het gaan om een matige tot sterke verhoging met lood (huidige interventiewaarde bedraagt 75 µg/l. Aanbevolen werd een herbemonstering uit te voeren. In het grondwater van de overige peilbuizen kwamen geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten voor. Figuur 9. Situatietekening 632-326330-1

onderzoekslocatie

In 2009 is voor het perceel Emmahof 1, perceel voormalig beknd als Burgemeester van de Klokkenlaan 57, een historisch onderzoek uitgevoerd, projectnr. GP.08.90007, d.d. 1 april 2009. Het ging hier om een locatie direct ten zuiden van onderhavige locatie. Figuur 10. Situatietekening GP.08.90007

onderzoekslocatie

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 7 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd. Figuur 11. Overzicht uitgevoerde onderzoeken Emmahof 1.

Op basis van de verkregen gegevens werd gesteld dat de verdachtmakingen tijdens het historisch onderzoek worden bevestigd. Er waren aanwijzingen dat de onderzoekslocatie potentieel spoedeisend is verontreinigd door de historische (bedrijfs)activiteiten. Echter, de locatie is in 1985 volledig gesaneerd en derhalve niet meer potentieel spoedeisend verontreinigd. Op basis van het eerder verrichte historisch onderzoek is sprake van de volgende spoedgroepen (SUBI’s) Figuur 12. Overzicht SUBI’s.

Geadviseerd werd om deze locatie te registreren en te zijner tijd een actualisatie bodemonderzoek op deze locatie uit te laten voeren. 2.3.3

Achtergrondwaarden

Uit de geactualiseerde Nota Bodembeheer (2022) van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant blijkt dat onderhavig onderzoeksterrein onder de functieklasse ‘wonen‘ valt. Blijkens de toepassingskaart behoort de vaste bodem van de onderzoekslocatie tot de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. Uit het rapport van de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat alle gemeten waarden (P80) van PFOS, PFOA, GenX en de overige PFAS lager zijn dan de normen voor de klasse ‘landbouw/natuur’ uit het Handelingskader van december 2021. Er is geen sprake van voormalige stortplaatsen en/of ontgrondingen.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 8 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Figuur 13. Achtergrondwaarden PFAS.

2.3.4

Informatie betrokkenen

Uit informatie afkomstig van de betrokkenen zijn geen aanvullende relevante punten naar voren gekomen voor onderhavig bodemonderzoek. 2.3.5

Eigen archieven

Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (straal < 50 meter) geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Wel is in 2022 door ons bureau ten behoeve van de geplande nieuwbouw een geotechnisch onderzoek uitgevoerd, opdrachtnr. 22ZP1481. Hierbij is o.a. een handboring tot 3,0 m - mv verricht. Uit het boorprofiel blijkt dat uitsluitend sprake is van zand. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen, zoals puindeeltjes, aangetroffen. 2.4

Bodemopbouw en geohydrologie

Volgens het digitale DINO-loket is de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie uit de volgende geologische eenheden opgebouwd: Tabel 6. Geologische opbouw. Diepte, m - mv Geologische eenheid 0,0 - 1,5

Formatie van Boxtel

1,5 - 11,3

Formatie van Kreftenheye

11,3 - 31,0

Formatie van Sterksel

31,0 - 43,3

Formatie van Stramproy

43,3 - 96,5

Formatie van Peize en Waalre

Uit archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) valt af te leiden dat de regionale stroming van het grondwater in het eerste watervoerende pakket een overwegend noordwestelijke richting heeft. De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5

Conclusie vooronderzoek

In het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen verkregen dat op de locatie mogelijk sprake is van een verminderde bodemkwaliteit. Uitgegaan wordt van een onverdachte locatie.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 9 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

3.

OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

Gehanteerde onderzoeksopzet

Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie vermoedelijk geen sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Derhalve is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) toegepast. Er is hier sprake van een gepland bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Derhalve wordt het gehele kadastrale perceel Waalwijk-D-4016 onderzocht, de onderzoeksoppervlakte bedraagt hiermee 539 m2. De voorgeschreven boringen zijn evenredig over het onderzoeksterrein verdeeld.

Opmerking Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. 3.2

Afwijkingen of aanvullingen ten opzichte van de NEN 5740

Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5740 is onderstaande aanvulling aan de orde: Daar in de bodem puinbijmengingen ‘van onbekende herkomst’ zijn aangetroffen, is alhier aanvullend een asbest bodemonderzoek uitgevoerd, zie hiervoor hoofdstuk 6.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 10 van 18

Project Opdracht Document

4.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

VELDWERKZAAMHEDEN VERKENNEND ONDERZOEK

SOCOTEC Geotechnics B.V. en de co-uitvoerende partij Bodemflex B.V. zijn gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform de volgende protocollen: − − 4.1

SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’ Uitvoering

Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 20 januari 2025 door dhr. J. Noordam van Bodemflex B.V. in totaal 6 boringen verricht, genummerd B001 t/m B006. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 7. Overzicht boorgegevens. Boring Diepte in m - mv B001 B002 B003 B004 B005 B006

Filterdiepte in m - mv

3,00 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50

2,00 - 3,00 -

De boringen zijn evenredig over het onderzoeksterrein verdeeld. De locaties van de boorpunten zijn ingetekend op de situatietekening SIT-01 in bijlage B. 4.2

Lokale bodemopbouw

Tot de verkende diepte van 3,0 m - mv bestaat de bodemopbouw globaal uit matig fijn, matig siltig, zand. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D. 4.3

Organoleptische beoordeling

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de voglende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Tabel 8. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. Boring Einddiepte Traject in m - mv in m - mv

Grondsoort

Afwijkingen

B001

3,00

0,00 - 0,75

zand

sporen baksteen

B002

2,00

0,30 - 0,80

zand

sporen baksteen

B003

0,50

0,25 - 0,50

zand

sporen baksteen

B004

0,50

0,25 - 0,50

zand

sporen baksteen, sporen kolengruis

B005

0,50

0,20 - 0,50

zand

sporen baksteen, sporen kolengruis

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 11 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Opgemerkt wordt echter dat hier geen onderzoek conform de NEN 5707 is uitgevoerd, zie hiervoor hoofdstuk 6. 4.4

Monstername

De boringen zijn vanaf maaiveld tot de betreffende einddiepten over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D. Het grondwater uit peilbuis B001 is na goed doorpompen d.d. 4 februari 2025 door dhr. G. van Gestel bemonsterd. Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 9. Meetgegevens grondwaterbemonstering. Parameter (eenheid) Peilbuis B001 Grondwaterstand (m - mv) Geleidbaarheid (µS/cm) Troebelheid (fnu) Zuurgraad / pH Zuurstof (mg/l)

1,03 431 48,7 6,4 6,10

Er wordt op gewezen dat de waarneming van de grondwaterstand een momentopname betreft en dat het grondwaterniveau afhankelijk is van o.a. het jaargetijde, de bodemopbouw en diverse omgevingsfactoren. De gemeten troebelheid is hoger dan wat normaal bij een grondwaterbemonstering wordt gemeten. Benadrukt wordt dat de bemonstering conform de normering is uitgevoerd. Het verhoogde gehalte is waarschijnlijk het gevolg van aanwezige humeuze bodemlagen. Hoewel de troebelheid van een grondwatermonster een invloed kan hebben op de analyseresultaten wordt, gezien de analyseresultaten, zie hoofdstuk 5, waarbij ten hoogste gering verhoogde gehalten zijn gemeten, gesteld dat in dit geval het effect van de verhoogde troebelheid op de analyseresultaten verwaarloosbaar is.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 12 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

5.

LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE

5.1

Analysestrategie vaste bodem

De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 10. Overzicht grondanalyses. Monster Traject Deelmonsters (m - mv) (m - mv)

Analysepakket

Toelichting

MM1

0,00 - 0,80

B001 (0,00 - 0,50) B002 (0,30 - 0,80) B004 (0,25 - 0,50) B005 (0,20 - 0,50)

NEN-g*

zandige bovengrond, baksteen- en kolengruishoudend

MM2

0,75 - 1,30

B001 (0,75 - 1,00) B002 (0,80 - 1,30)

NEN-g*

zandige ondergrond, baksteenhoudend

* NEN-g = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.

5.2

Analysestrategie grondwater

Het volgende grondwatermonster is in het laboratorium onderzocht: Tabel 11. Overzicht grondwateranalyse. Peilbuis Filterdiepte (m - mv) B001 #

2,00 - 3,00

Analysepakket NEN-w#

Toelichting geen waarneming drijflaag/troebel/geur

NEN-w = standaard analysepakket voor grondwater: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN); • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); • minerale olie (C10-C40).

5.3

Toetsing analyseresultaten grond

De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 12. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. Monster Traject > AW (m - mv)

>T

>I

MM1

0,00 - 0,80

PAK

-

-

MM2

0,75 - 1,30

kwik, lood

-

-

> AW >T >I

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

De laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 13 van 18

Project Opdracht Document

5.4

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Toetsing analyseresultaten grondwater

De getoetste analyseresultaten van het in paragraaf 5.2 geselecteerde grondwatermonster, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 13. Overschrijdingstabel grondwatermonster. Peilbuis Filterdiepte >S (m - mv) B001 >S >T >I

2,00 - 3,00

-

>T

>I

-

-

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde / signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering (bijl Vd Bkl)

Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabel zijn opgenomen als respectievelijk bijlage H en I. 5.5

Interpretatie onderzoeksresultaten

De lichte verhogingen met PAK in de bovengrond (MM1) en kwik en lood in de ondergrond (MM2) kunnen hier in verband worden gebracht met de aanwezigheid van puin en/of kolengruis. De ervaring leert dat voornoemde stoffen in combinatie met puin en/of kolengruis in de grond in verhoogde mate kunnen worden aangetroffen. PAK (10 VROM) dient te worden gezien als een somparameter van een tiental polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Dit zijn onvolledige verbrandingsproducten die, veelal in de vorm van kooldeeltjes of -as vermengd met puin, in de grond kunnen voorkomen.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 14 van 18

Project Opdracht Document

6.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

VERKENNEND ASBEST BODEMONDERZOEK

SOCOTEC Geotechnics B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn, aangezien het werkzaamheden in de bodem betreft (< 50 % puindelen), dan ook onder dit certificaat uitgevoerd, conform SIKB-protocol 2018 ‘Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’. Vanwege de aangetroffen puinbijmengingen in de bovengrond is een verkennend asbest bodemonderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is uitgegaan van de in de NEN 5707 beschreven onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming. De onderzoeksoppervlakte bedraagt ook 593 m2. 6.1

Uitvoering

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer G. van Gestel, BRL 2018 gecertificeerd. Tijdens de werkzaamheden op 4 februari 2025 was sprake van droog weer. 6.2

Maaiveldinspectie

Een onderdeel van het onderzoek betreft een maaiveldinspectie. In een maaiveldinspectie wordt het maaiveld van een onderzoeksgebied strook voor strook (max. 1,5 meter breed) en in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. Wanneer voor de locatie geldt dat meer dan 10 cm2 aan asbestverdacht materiaal per vierkante meter wordt aangetroffen, kunnen steeksproefsgewijs rasters van 1 x 1 m worden geïnspecteerd. Het minimaal aantal te inspecteren punten worden voorgeschreven in de NEN 5707. Opgemerkt dient te worden dat voor een goede inspectie minimaal 75 % van de oppervlakte goed zichtbaar moet zijn (vrij van vegetatie of andere objecten). De locatie was in gebruik als parkeerplaats, en geheel voorzien van een klinkerverharding. In de bijlage C is een fotoreportage opgenomen. Een effectieve maaiveldinspectie was derhalve niet mogelijk. Bij de maaiveldinspectie is op de aanwezige verharding géén asbestverdacht materiaal aangetroffen. 6.3

Actuele contactzone

Als eerste is de vochtigheid van de bodem bepaald. Deze bleek >> 10 % te bedragen. Ook bij herhalingsmetingen bleek deze steeds > 10 %. In totaal zijn, verdeeld over het te onderzoeken terreindeel, vijf asbestinspectiekuilen gegraven, genummerd ABK001 t/m ABK005. Deze asbestinspectiekuilen hebben een oppervlakte van circa 30 x 30 cm, en zijn 50 cm diep. De asbestinspectiekuil ABK005 is middels een edelmanboor doorgezet tot een diepte van 2,0 m - mv. De plaats van de asbestinspectiekuilen is weergegeven op de als bijlage B toegevoegde situatietekening SIT-01. Per kuil is het uitkomende materiaal voor zover mogelijk per laag uitgelegd en vervolgens uitgeharkt en gezeefd. In de geïnspecteerde grond van de inspectiekuilen zijn géén asbestverdachte materialen waargenomen. Wel zijn in de vaste bodem bijmengingen met puindeeltjes en kolengruis aangetroffen. Zie hiervoor ook de tabel 14 en de laagbeschrijvingen in de bijlage D.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 15 van 18

Project Opdracht Document

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Tabel 14. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. Boring Einddiepte Traject Grondsoort in m - mv in m - mv

Afwijkingen

Abk001

0,50

0,30 - 0,50

zand

resten baksteen, sporen kolengruis

Abk002

0,50

0,40 - 0,50

zand

sporen baksteen

Abk003

0,50

0,40 - 0,50

zand

sporen baksteen

Abk004

0,50

0,25 - 0,50

zand

sporen baksteen, sporen kolengruis

Abk005

2,00

0,40 - 0,80

zand

sporen baksteen, sporen kolengruis

6.4

Laboratoriumonderzoek en toetsing

6.4.1

Analysestrategie

Het volgende grond(meng)monster is in het veld samengesteld: Tabel 15. Monstersamenstelling asbest. Mengmonster Gewicht Inspectiekuilen (kg) MMAB01

6.4.2

14,751

Abk001 Abk002 Abk003

Diepte in m - mv

Samenstelling

0,05 - 0,30 0,20 - 0,50 0,10 - 0,50

zandige bovengrond, puin- (en kolengruis)houdend

Analyseresultaat

In het laboratorium is het in bovenstaande tabel 15 genoemde mengmonster MMAB01 geanalyseerd volgens de norm NEN 5707/5896. Navolgend is het analyseresultaat (hoeveelheid asbestmateriaal fractie < 20 mm totaal) van het geanalyseerde monster weergegeven: Tabel 16. Resultaten asbestanalyse. Monster Soort asbest MMAB01

-

Soort materiaal

Hechtgebonden

‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s.

-

-

< 0,3

Het analysecertificaat is in de bijlage J opgenomen.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 16 van 18

Project Opdracht Document

7.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

CONCLUSIE EN ADVIES

Door ons bureau is in verband met de geplande voorgenomen nieuwbouw van een woning een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Margrietstraat 107a te Waalwijk. 7.1

Verkennend bodemonderzoek

Onderhavig terrein is in verband met de voorgenomen nieuwbouw onderzocht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740. Op basis van de beschikbare gegevens is hierbij uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Zintuiglijk zijn in de bodem bijmengingen met baksteen en kolengruis aangetroffen. Analytisch is in de baksteen- en kolengruishoudende bovengrond (MM1) ten hoogste een lichte verhoging met PAK aangetoond. In de baksteenhoudende ondergrond (MM2) komen lichte verhogingen aan kwik en lood voor. In het grondwater (B001) komen geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten voor. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te verwerpen. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is hier volgens het vigerende omgevingsplan de interventiewaarde bodemkwaliteit. De interventiewaarde wordt hier in geen van de monsters overschreden, noch benaderd. Er is derhalve geen noodzaak tot nader onderzoek. De gevolgde onderzoeksopzet wordt als adequaat beoordeeld. 7.2

Verkennend asbest bodemonderzoek

Het onderzoek heeft op het gehele perceel plaatsgevonden, oppervlakte 593 m2. Uitgegaan is van de norm NEN 5707 en een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming. Ten behoeve van onderhavig onderzoek zijn verdeeld over het onderzoeksterrein vijf asbestinspectiekuilen gegraven en beoordeeld, hiervan is één asbestinspectiekuil doorboord tot een diepte van 2,0 m - mv. Bij zowel de maaiveldinspectie als de visuele inspectie van de asbestinspectiekuilen is géén asbesthoudend of asbestverdacht materiaal in of op de verharding aangetroffen. Uit de asbestanalyse blijkt dat in de puinhoudende bovengrond (MMAB01) géén gehalte aan asbest boven de detectiegrens is gemeten. De maximale samenstellingswaarde of restconcentratienorm en interventiewaarde voor asbest van 100 mg/kg ds. wordt dus ook niet overschreden, dit geldt ook voor de grenswaarde voor nader bodemonderzoek, 50 mg/kg ds. De hypothese dat het perceel ‘verdacht’ is voor de aanwezigheid van asbest, mag derhalve worden verworpen. Opgemerkt dient te worden dat asbestbodemonderzoek niet meer is dan steekproefsgewijs onderzoek. Met name bij bijmengingen met puin is sprake van heterogeniteit. Er is derhalve altijd een zeker restrisico op het onverwacht aantreffen van asbesthoudend materiaal.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 17 van 18

Project Opdracht Document

7.3

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 25SP0087-adv-01 [versie 1.0]

Resumé

Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw. Bevoegd gezag is de gemeente, derhalve wordt aanbevolen voorliggende rapportage aan de gemeente ter beoordeling te overleggen. Wel wordt het volgende opgemerkt. Indien bij de geplande bouwwerkzaamheden in meer dan 25 m 3 grond wordt gegraven, gaat het dan dus om het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde. Indien het niet gaat om ‘tijdelijk uitplaatsen’ of een spoedreparatie aan vitale infrastructuur, geldt een informatieplicht aan het bevoegd gezag. Ten minste een week van tevoren dient de initiatiefnemer de volgende bescheiden aan te leveren: -

begrenzing locatie de verwachte datum begin activiteit de verwachte duur van de activiteit

De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Pagina 18 van 18

BIJLAGE A Regionale ligging onderzoekslocatie

Project Opdracht Betreft

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics

Margrietstraat 107 te Waalwijk 25SP0087 Regionale ligging onderzoekslocatie

BIJLAGE B Situatietekening SIT-01 met boorpunten en asbestinspectiekuilen

40

43

45

Margrietstraat

91a

93

91

95-95a 107-107k

49

42

1-9l 51

44

traat

53a B003

48 53b

50

2-26

B004 ABK004

ABK003

of Willem Alexanderh

Mr. van Cooths

46

53

11

B001 ABK001

Emmahof

B006

53c 52

13 15

B005 53d

54

ABK002

17

ABK005

B002

19

21 56

grens onderzoekslocatie

58

60

55

2 Opdrachtomschrijving / locatie:

0

25m

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk N

Deze situatietekening dient om inzicht te geven in de locatie van de meet- en onderzoekspunten. De tekening dient niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.

Omschrijving tekening:

Situatietekening

Bewerkt:

NBN

Schaal:

1:500

Opdrachtnummer:

25SP0087

Datum:

17 februari 2025

Formaat:

A3

Bijlage:

SIT-01

n:\opdrachten\socotec\2025\00\25sp0087\06-veldwerk\04-tekeningen\25sp0087-sit-01-nbn.dwg

BIJLAGE C Fotoreportage

Project Opdracht Betreft

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 Foto’s

F001

F002

F003

F004

F005

F006

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

Project Opdracht Betreft

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 Foto’s

F007

F009

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

F008

Project Opdracht Betreft

Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Margrietstraat 107a te Waalwijk 25SP0087 Foto’s

ABK001

ABK002

ABK003

ABK004

ABK005

SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs

BIJLAGE D Boorprofielbeschrijvingen en legenda

Opdracht: 25SP0087 Project: Margrietstraat 107a te Waalwijk

Boring: B001

Boring: B002

Datum: Boormeester: X: Y:

20-1-2025 Job Noordam 132673,32 410855,37

Datum: Boormeester: X: Y:

GWS cm - mv:

150

0.00

0.00

klinker

0.00

Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor

1

20-1-2025 Job Noordam 132671,84 410835,77

0.00

klinker

0.30

Zand matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

1

Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor

0.50

2 0.75

3 1.00

-1.00 4

1.50

5

Zand matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

0.80

-1.00

Zand matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

3 1.30

Zand matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

4

Zand matig fijn, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

5

2.00

-2.00

2

Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor

1.50

Zand matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor

2.00

-2.00 Zand matig fijn, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

6 2.50

Zand matig fijn, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

7 3.00

-3.00

Boring: B003

Boring: B004

Datum: Boormeester: X: Y:

Datum: Boormeester: X: Y:

20-1-2025 Job Noordam 132667,60 410862,80

0.00

20-1-2025 Job Noordam 132678,27 410863,68

0.00

klinker

1

0.25

Zand matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

2

1 2 0.50

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics

0.00

0.00

klinker

0.25

Zand matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor

0.50

Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, sporen kolengruis, donkerbruin, Edelmanboor

Opdracht: 25SP0087 Project: Margrietstraat 107a te Waalwijk

Boring: B005

Boring: B006

Datum: Boormeester: X: Y:

Datum: Boormeester: X: Y:

20-1-2025 Job Noordam 132679,70 410841,17

0.00 1

0.00

klinker

0.20

Zand matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor

2 0.50

Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, sporen kolengruis, donkerbruin, Edelmanboor

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics

20-1-2025 Job Noordam 132673,83 410844,92

0.00

0.00

klinker Zand matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

1 0.50

Opdracht: 25SP0087 Project: Margrietstraat 107a te Waalwijk

Boring: Abk001

Boring: Abk002

Datum: Boormeester: X: Y: Z:

Datum: Boormeester: X: Y: Z:

4-2-2025 G van Gestel 132674,60 410853,20 2.173

0.00 0.08

2.00 0.30 0.50

klinker

0.00 0.08

Volledig klinkers, Beitel Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Schep

4-2-2025 G van Gestel 132670,70 410837,50 2.234

2.00 0.40 0.50

Boring: Abk003

Boring: Abk004

Datum: Boormeester: X: Y: Z:

Datum: Boormeester: X: Y: Z:

4-2-2025 G van Gestel 132668,10 410858,40 2.177

2.00 0.40 0.50

klinker Volledig klinkers, Beitel Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Schep Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Schep

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics

Volledig klinkers, Beitel Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Schep Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Schep

Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten baksteen, sporen kolengruis, neutraal beigebruin, Schep

0.00 0.08

klinker

4-2-2025 G van Gestel 132678,00 410859,50 2.12

0.00 0.08

2.00 0.25

0.50

klinker Volledig klinkers, Beitel Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbruin, Schep Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, sporen kolengruis, neutraal bruinbeige, Schep

Opdracht: 25SP0087 Project: Margrietstraat 107a te Waalwijk

Boring: Abk005 Datum: Boormeester: X: Y: Z:

4-2-2025 G van Gestel 132680,00 410839,51 2.138

GWS cm - mv:

150

0.00 0.08

2.00 0.40 0.50

0.80

1.00

1.50

klinker Volledig klinkers, Beitel Zand matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Schep Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Schep Zand matig fijn, matig siltig, sporen baksteen, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand zeer fijn, kleiïg, zwak humeus, resten plantenresten, donker grijsbruin, Edelmanboor

2.00

Veen, sterk kleiïg, donker grijsbruin, Edelmanboor

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics

LEGENDA TEKENINGEN Boring

Kernboring

Boring met peilbuis

Asbestsleuf

Niet uitgevoerde boring

Asbestkuil

Boring eerdere fase

Asbestkuil met boring

Boring derden

Bestaande peilbuis

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics

Positie en richting foto

0-Punt lokaal assenstelsel

Bestaande bebouwing

BIJLAGE E Toelichting toetsingskader

Betreft

Toelichting toetsingskader

Toelichting toetsingskader Toetsing van de bodemkwaliteit is van belang voor verschillende aspecten. Een van de meest voorkomende is ingrepen in of op de bodem, doorgaans graafwerkzaamheden. Ingrepen in de bodem Van belang is dan of gegraven wordt in bodem met gehalten aan stoffen boven of onder de interventiewaarde. Voor het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit gelden algemene rijksregels van het Bal, Besluit Activiteiten Leefomgeving. Het Bal bevat de aanwijzing van wat er onder de milieubelastende activiteit valt en wat vergunningplichtig is. Ook staat hier welke inhoudelijke regels gelden. De milieubelastende activiteit graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is in het Bal aangewezen. Deze activiteit kan schadelijk zijn voor het milieu. De nadelige gevolgen kunnen risico's voor de gezondheid zijn. Of het vermengen van partijen grond met verschillende kwaliteitsklassen (bijvoorbeeld grond die herbruikbaar en niet-herbruikbaar is) en het ondoelmatig beheer van afvalstoffen. Handelingen die onder de milieubelastende activiteit vallen zijn:

− − − −

het graven in de bodem, wanneer dat voldoet aan een aantal criteria voor de aanwijzing van de milieubelastende activiteit; het tijdelijk opslaan van de grond tijdens het graven. Deze tijdelijke opslag vindt plaats voordat de grond weer teruggaat in de bodem of voordat afvoer naar een andere plek plaatsvindt; het terugplaatsen van de grond na het tijdelijk uitnemen; het zeven van de uitgegraven grond op dezelfde locatie.

Graven vindt bijvoorbeeld plaats bij het bouwen van huizen, het aanleggen van kabels, leidingen, rioleringen en het inrichten van de openbare ruimte of landschap. Dat graven kan onder of boven het grondwaterpeil plaatsvinden. De grond gaat na de werkzaamheden weer terug in de afgegraven bodem. Als de grond niet wordt teruggeplaatst, moet deze afgevoerd naar een verwerker, bijvoorbeeld een grondreiniger of immobilisatiebedrijf. Eventueel wordt de grond eerst afgevoerd naar een (vergunde) opslaglocatie. Dat opslaan valt onder de paragraaf over het opslaan van grond of baggerspecie. Alleen als reiniging of immobilisatie niet mogelijk is, kan de grond naar een stortplaats. Graven valt alleen onder deze milieubelastende activiteit als: − − −

de kwaliteit van de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is. Let op: hiervoor geldt géén minimale omvang zoals dat onder de Wet bodembescherming het geval was. het totale bodemvolume waarin het graven plaatsvindt meer is dan 25 m 3. Deze volumegrens staat los van een omvang van een verontreiniging. het graven plaatsvindt in de landbodem of op de zogenaamde droge(re) oevergebieden van de waterbodem. Het graven in de waterbodem valt er niet onder.

Het is niet toegestaan een activiteit bewust op te knippen met als doel beneden de ondergrens van 25 m3 uit te komen om daarmee niet onder de regels uit deze activiteit te vallen. Het bevoegd gezag kan handhavend optreden als aannemelijk gemaakt kan worden dat de opgeknipte activiteiten feitelijk één grotere activiteit zijn. Bijvoorbeeld omdat het grondverzet plaatsvindt in de directe omgeving en op hetzelfde moment. Ook kan meespelen of er sprake is van dezelfde opdrachtgever en/of uitvoerend aannemer.

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics

Betreft

Toelichting toetsingskader

Bodemgevoelige locatie Een bodemgevoelige locatie is een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Een bijbehorend bouwwerk tot 50 m 2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. De gemeente kan in het omgevingsplan andere locaties aanwijzen als bodemgevoelige locatie, zoals kinderspeelplaatsen of moestuinen en stadslandbouw. De toelaatbare kwaliteit van de bodem in geval van een bodmegevoelige locatie is aangegeven in het lokale omgevingsplan. Doorgaans is dit overigens de eerder genoemde interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m 3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. Het zinsdeel ‘in meer dan 25 m 3 bodemvolume’ is overigens niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest. De interventiewaarde bodemkwaliteit is een waarde voor bodemverontreiniging waarboven mogelijke risico's bestaan voor mens, plant of dier.

Deze waarde staat voor verschillende stoffen in bijlage IIA van het Bal. Om onder de milieubelastende activiteit te vallen, moet één enkele stof boven de interventiewaarde bodemkwaliteit uitkomen. Het is niet mogelijk om de interventiewaarde bodemkwaliteit via een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift aan te passen. Deze waarde maakt namelijk het onderscheid tussen de twee verschillende milieubelastende activiteiten voor graven. De interventiewaarde bodemkwaliteit is onderdeel van de aanwijzing van de milieubelastende activiteiten in hoofdstuk 3 van het Bal. De aanwezigheid van niet-genormeerde stoffen in de bodem (stoffen waarvoor in bijlage IIA van het Bal geen interventiewaarden bodemkwaliteit staan) is niet bepalend voor de keuze welke activiteit van toepassing is. De kwaliteit van de overige (wel in bijlage IIA van het Bal genormeerde) stoffen bepaalt dan of er sprake is van de activiteit graven boven interventiewaarde of van de activiteit graven onder of gelijk aan interventiewaarde. Voorafgaand aan toetsing worden de gemeten gehalten in de bodem omgerekend naar een standaardbodem, dit is een bodem met een gehalte organische stof van 10 % en een gehalte lutum van 25 %. Deze gecorrigeerde gehalten worden dan getoetst aan de interventiewaarden uit het Bal. De toetsing vindt plaats middels de toetstool BoToVa.

Hiertoe dient door RWS de oude toetsmethode in BoToVa (Circulaire bodemsanering) omgezet te worden naar de toets volgens de Omgevingswet (Bal). Er is echter een vertraging opgetreden in de aanpassingen van BoToVa aan de Omgevingswet. Grondwater Voor 'nieuwe' grondwaterverontreinigingen die tussen 1 januari 1987 en de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt, geldt in principe het overgangsrecht van artikel 3.2a Aanvullingswet bodem. Hiervoor blijven de artikelen 13, 27, 88 en 95 van de Wet bodembescherming (Wbb) gelden. Verontreinigingen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt, vallen onder de Omgevingswet. Bij nieuw ontstane verontreinigingen gelden dan de verschillende zorgplichten onder de Omgevingswet. Ook kan het gaan om herstelsaneringen na een eindonderzoek (§ 5.2.1 van het Bal, voor de milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen). In al die situaties geldt het uitgangspunt dat de verontreiniging, voor zover redelijkerwijs mogelijk, moet worden beperkt of ongedaan moet worden gemaakt.

Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics

Betreft

Toelichting toetsingskader

Dan is het voor de toetsing relevant om de aangetoonde concentraties in het grondwater te vergelijken met de resultaten van: − − − −

een nulonderzoek bodem (indien van toepassing); de kwaliteit van het grondwater in de omgeving; de voormalige streefwaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 of de detectiegrens

Voor gevallen van ernstige verontreiniging die geheel en al onder overgangsrecht vallen (artikel 3.1 Aanvullingswet bodem), geldt in principe het oude recht (historische verontreinigingen die vóór 1 januari 1987 zijn ontstaan). Als sprake is van overgangsrecht waardoor de Wet bodembescherming van toepassing blijft, dan kan de toetsing plaatsvinden zoals gebruikelijk was onder de Wbb. In dat geval is toetsing aan de interventiewaarden grondwater aan de orde én aan het spoedcriterium voor verspreidingsrisico’s. Onder de Omgevingswet stelt het Rijk geen regels meer aan een grondwatersanering. Wel heeft het Rijk taken toebedeeld aan provincies, waterschappen en gemeenten. En er zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij de afweging of een grondwatersanering als maatregel moet worden voorgeschreven, moet de provincie de 'signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering' uit Bijlage Vd van het Bkl betrekken. Dit zijn de voormalige interventiewaarden grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013. Decentrale overheden kunnen rechtstreeks werkende regels voor initiatiefnemers opnemen, bijvoorbeeld in de omgevingsverordening of het omgevingsplan. Initiatiefnemers en adviesbureaus moeten rekening houden met deze decentrale regels.

Het bevoegd gezag, maar ook initiatiefnemers en adviesbureaus, moeten rekening houden met de risico's die een eventuele grondwaterverontreiniging met zich mee kan brengen bij huidig of toekomstig gebruik. Denk aan het risico op uitdamping van vluchtige verbindingen. Bijvoorbeeld bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Als er overschrijdingen zijn van de signaleringsparameters, kan sprake zijn van onaanvaardbare risico's voor de gezondheid. Er kan dan sprake zijn van een ‘toevalsvondst bodem’. Het is dan aan de betrokken organisaties om de risico's op basis hiervan in te schatten en eventuele vervolgstappen te ondernemen. De eigenaar moet op verzoek van het bevoegd gezag vervolgens de maatregelen nemen. Als er een verontreiniging aangetoond is, die mogelijk de kwaliteit van drinkwater bedreigt, moet overleg plaatsvinden tussen gemeente en provincie (artikel 19.3 Omgevingswet). Hergebruik van grond (of baggerspecie) Bij het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem gelden algemene kwaliteitseisen. Deze staan in artikel 4.1272 van het Bal. De combinatie van de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem en de bodemfunctieklasse bepaalt de toepassingseis. Dubbele toets bepaalt de toepassingseis De kwaliteitseisen bij het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem kennen twee uitgangspunten: 1.

het toepassen van grond of baggerspecie mag niet leiden tot verslechtering van de actuele kwaliteit van de bodem, en 2. het toepassen van grond of baggerspecie moet in overeenstemming zijn met de kwaliteitseisen die gelden voor de beoogde functie van de landbodem. Concreet betekent dit dat de kwaliteit van toe te passen grond of baggerspecie op de landbodem moet voldoen aan deze twee eisen: Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics

Betreft

Toelichting toetsingskader

1. kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem ter plaatse van de toepassing 2. bodemfunctieklasse ter plaatse van de toepassing Bij een toepassing op de landbodem moet de toe te passen grond of baggerspecie voldoen aan de strengste van bovenstaande twee eisen. Dat heet ook wel de 'dubbele toets'. Als de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, is toepassing altijd toegestaan. Het uitvoeren van de dubbele toets is dan niet nodig. Kwaliteitsklassen ontvangende bodem Het Besluit bodemkwaliteit kent de volgende kwaliteitsklassen voor de ontvangende landbodem: −

landbouw/natuur

−

wonen

−

industrie

−

matig verontreinigd

−

sterk verontreinigd.

De kwaliteitsklassen zijn begrensd door zogenaamde kwaliteitseisen die in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022 staan. Degene die toepast toont de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem aan met een milieuverklaring bodemkwaliteit. Dit kan met de bodemkwaliteitskaart, mits de bodemkwaliteitskaart door de gemeente is vastgesteld en de toepassingslocatie op de kaart is ingedeeld. Heeft de gemeente geen bodemkwaliteitskaart of is de locatie daar niet op ingedeeld? Dan kan de initiatiefnemer de kwaliteitsklasse bepalen met een bodemonderzoek volgens NEN 5740 volgens de onderzoeksstrategieën die in artikel 7.5 van de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn aangewezen. Bodemfunctieklassen Het Besluit activiteiten leefomgeving kent de volgende drie bodemfunctieklassen voor de landbodem: −

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16511911/1