CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Staat van wijzigingen

Informatieavond 20 november 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Informatieavond: Omgevingsvisie4.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Staat van wijzigingen Pagina 1 van 17

Van ontwerp naar Omgevingsvisie gemeente Waalwijk

Algemeen 1. Spelling en vormgeving Er zijn kleine tekstuele aanpassingen op basis van spelling en vormgeving gedaan.

Kaartmateriaal 1. Figuur 12 themakaart Gelaagd landschap met een krachtig ecosysteem De toekomstige onderzoekslocaties zijn van de kaart verwijderd.

2. Kaart cultuurhistorische waardevolle gebieden en complexen Deze kaart is opgenomen als figuur 21a bij paragraaf 4.4.4 Beleefbare cultuur en erfgoed en plekken voor ontspanning en recreatie.

3. Figuur 24 Omgevingsvisiekaart Op de omgevingsvisiekaart zijn meerdere zaken aangepast: • • • • • • •

Legenda eenheid ‘Natuurinclusieve landbouw’ is aangepast naar ‘Duurzame landbouw’. De aanduiding ‘Prioriteit natuurinclusieve landbouw’ is verwijderd. Parallelweg / Stadhoudersdijk Waspik en VV Waspik is opgenomen als onderzoekslocatie. Ten westen van Maasoever-Scharlo is opgenomen als ontwikkelocatie. Het noordelijk deel van Kerkvaarste Haven (ten oosten van Maasoever) is opgenomen als onderzoeklocatie. De begrenzing van onderzoekslocatie Zidewinde is aangepast. Snelfietsroutes F261 en F59 zijn toegevoegd aan de kaart en in de legenda als ‘snelfietsroutes’.

Pagina 2 van 17

4. Algemeen visiekaartmateriaal De omgevingsvisiekaart is de basis voor de themakaarten en gebiedskaarten in de omgevingsvisie. De bovenstaande aanpassingen werken door in alle themakaarten en gebiedskaarten. Al het kaartmateriaal gebaseerd op de visiekaar is daarom vervangen.

Afbeeldingen 1. Figuur 9 Collage van de gemeente Waalwijk in 2050 De tekst “In 2043 zijn we al klimaatneutraal en klimaatbestendig. De energielabels van de gebouwen hebben we flink verbeterd en we dragen allemaal ons steentje bij aan het besparen van energie.” is aangepast naar “In 2043 zijn we al klimaatneutraal en in 2050 klimaatbestendig. De energielabels van de gebouwen hebben we flink verbeterd en we dragen allemaal ons steentje bij aan het besparen van energie.”

2. Figuur 23 Handschets Op de handschets zijn meerdere zaken aangepast: • • • •

Kasteel Zuidewijn is verplaatst naar locatie aan de Hogevaart. Legenda eenheid ‘Ontwikkellocatie’ is aangepast naar ‘Ontwikkel- en onderzoekslocaties’. Parallelweg / Stadhoudersdijk Waspik en VV Waspik is opgenomen als ontwikkel- en onderzoekslocatie. Het zuidelijk deel van Kerkvaarste Haven (ten oosten van Scharlo) is een toekomstige ontwikkellocatie en daarom van de handschets af gehaald.

3. Figuur 40 Binnen en buitensportverenigingen in de gemeente Waalwijk Het woord “basebal” is vervangen door “honkbal”.

Pagina 3 van 17

Tekstuele aanpassingen 1. Paragraaf 2.3 De gemeente Waalwijk in de regio Aan deze paragraaf is aan het einde de volgende tekst toegevoegd: “In de strategische visie van de gemeente Waalwijk ‘Brug naar de Toekomst’ staan we stil bij de rol van de gemeente ‘in de regio’ en in regionale samenwerking. Waalwijk werkt vanuit een zelfbewuste positie in de regio aan lokale en (sub)regionale opgaven. Juist vanwege onze geografische ligging kan de gemeente toewerken naar een sleutelpositie als partner in de regio. We zetten in op Waalwijk als centrumgemeente voor De Langstraat dat in het Brabants mozaïek als middelgrote stad de verbinding vormt tussen de grotere steden Tilburg, “‘s-Hertogenbosch en omliggende gemeenten. Vanuit daar kijken we scherp naar wat onze doelstellingen zijn en welke samenwerkingen daar logischerwijs het meest aan bijdragen. Voorbeelden van thema’s waarbij het opzoeken van samenwerking voor de hand liggend én noodzakelijk is: mobiliteit, een sterke economie, de energietransitie en onderwijs. Op deze onderwerpen is samen optrekken met omliggende gemeenten en de stedelijke regio’s de route om stappen te zetten. Samenwerking is geen doel op zich en moet functioneel zijn. We constateren echter dat steeds meer vraagstukken wel vragen om samenwerking over (gemeente)grenzen heen. We kijken per vraagstuk wat de juiste schaal om opgave(n) op te pakken.

Dat kan (sub)regionaal zijn, als het vraagstukken betreft die net de lokale grenzen overschrijden, zoals in een gebiedsgerichte aanpak (GGA). Dat doen we ook in grotere samenwerkingsverbanden. Op dit moment is Waalwijk primair gefocust op de regio Hart van Brabant, waar we samenwerken op onder andere het gebied van (jeugd)zorg, economie, klimaat- en energie. We zien dat de SRBT in toenemende mate het juiste schaalniveau blijkt om strategische opgaven, in de fysieke leefomgeving op te pakken, zoals woningbouw, mobiliteit en (ruimtelijke) economie. Daarom investeren we de komende jaren extra op de versterking deze samenwerking. In regionale samenwerking neemt Waalwijk – op diverse schaalniveaus – een proactieve rol.”

2. 2.5.2 Opgaven voor omgeving en landschap In de laatste alinea is de zin “Dat betekent dat we de energievraag moeten beperken en daarna energiebronnen optimaal willen benutten.” aangepast naar: “Dat betekent dat we de energievraag moeten beperken en energiebronnen optimaal moeten benutten.”

3. 2.6.3 Ontwerp Nota Ruimte Naast de NOVI werkt de rijksoverheid aan een Nota Ruimte. Deze moet 2026 gereed zijn. Totdat de nieuwe Nota Ruimte klaar is, geldt de NOVI als beleid. Momenteel ligt er het ontwerp van de Nota Ruimte. Het ontwerp Nota Ruimte is een ruimtelijke visie op heel Nederland en is de uitwerking van de NOVI. Het biedt een overzicht van de nieuwe richtingen, ruimtelijke beelden en keuzes voor nu, straks en later. Het gaat om de keuzes die al zijn

Pagina 4 van 17

gemaakt en ingezet in verschillende nationale programma’s, keuzes die aanvullend nodig zijn en nog gemaakt moeten worden in de (ontwerp) Nota Ruimte en keuzes die in de Nota Ruimte geagendeerd worden voor later. Naast de omgevingsvisie en ontwerp Nota Ruimte werkt het Rijk met de NOVEX. In het programma NOVEX staan drie doelen centraal: het versnellen van de uitvoering van de NOVI, het versterken van de ruimtelijke regierol van de Rijksoverheid en het vernieuwen van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies en in gebieden. NOVEX richt zich op het ‘hoe’ en volgt daarbij twee sporen: het provinciale spoor en het spoor van de NOVEX-gebieden. De gemeente Waalwijk behoort bij het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant. Hier wordt ingezet op de realisatie van 94.000 woningen tot 2030 en de bijbehorende werkgelegenheid. NOVEX Stedelijk Brabant vormt een integraal onderdeel van de ruimtelijke puzzel van de Provincie NoordBrabant. De ontwerp Nota Ruimte hanteert drie ruimtelijke principes die richtinggevend zijn voor deze visie: 1. Meervoudig ruimtegebruik - Ruimte is schaars en waardevol. Het Rijk zoekt waar het kan naar mogelijkheden voor functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit. 2. Gebiedskenmerken centraal – Het Rijk beschermt en benut wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit.

Hierbij wordt lokaal en regionaal gewerkt aan passende oplossingen. 3. Zoveel mogelijk voorkomen van afwentelen – Het Rijk schuift problemen niet zonder meer door naar elders of naar toekomstige generaties en streeft naar een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten. In de ontwerp Nota Ruimte zijn keuzes gemaakt aan de hand van vier integrale thema’s. De thema’s zijn 1) Wonen, werken en bereikbaarheid; 2) Economie en energie; 3) Landbouw en natuur; en 4) Water en bodem. 1. Wonen, werken en bereikbaarheid De bevolkings- en economische groei zijn de drijvende kracht achter de ontwikkeling van Nederland. Deze groei blijft niet beperkt tot de grote steden Amsterdam, Rotterdam-Den Haag, Utrecht en Eindhoven, maar biedt ook kansen voor nabijgelegen stedelijke regio’s, zoals de Brabantse stedenrij. Het Rijk werkt in de ontwerp Nota Ruimte met een strategie VISTA: versterken, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen (zie figuur 8). De strategie ‘stimuleren’ is van toepassing op de gemeente Waalwijk, wat duidt op een verstedelijkingsopgave en schaalsprong. Waalwijk Centrum Driessen Pagina 5 van 17

is opgenomen als één van de 127 regionaal grootschalige woningbouwlocaties. Daarnaast is de gemeente Waalwijk onderdeel van de ‘Lcentrumstadsregio’. In deze regio zijn economische dynamiek en concentratie van (regionale) voorzieningen verdeeld over één of meerdere middelgrote steden. OV-knooppunten vormen belangrijke schakels: hier is de regio aanhaakt op het (inter)nationale netwerk en vormt hiermee de logische plek voor nieuwe publiekstrekkende regionale voorzieningen en ruimte-intensief werken. In het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant werken de Rijksoverheid, de provincie Noord-Brabant en de regio samen aan het opvangen van groei in de Brabantse Stedenrij en Brainportregio, het ontwikkelen van ov-knooppunten en het vernieuwen van de naoorlogse woonwijken. Waalwijk maakt onderdeel uit van de Brabantse Stedenrij. In deze aanpak wordt uitgegaan van regiokernen. Stad Waalwijk vormt samen met Sprang, Driessen en Kaatsheuvel één regiokern, terwijl Waspik, Capelle en Nieuwe Vaart daarbuiten vallen. Dit heeft consequenties voor de schaal van woningbouw: grootschalige projecten versus kleinschalige uitbreidingen. Deze positie vraagt om een expliciete reflectie op de rol die Waalwijk voor zich ziet in de verstedelijkingsopgave.

Als middelgrote stad biedt Waalwijk kansen voor groei die niet alleen bijdragen aan het woningaanbod, maar ook een impuls geven aan de ruimtelijke kwaliteit, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid per openbaar vervoer; een essentiële bouwsteen voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Ook in Sprang liggen kansen voor ruimtelijke ontwikkeling, mede dankzij de strategische ligging aan de route richting Tilburg en nabijheid van voorzieningen in Waalwijk en Kaatsheuvel. Deze positie biedt mogelijkheden voor het versterken van de regionale verbindingen en het verbeteren van het openbaar vervoer, wat essentieel is voor duurzame groei. Voor de overige kernen binnen de gemeente is het van belang dat zij goed verbonden blijven met Waalwijk en Sprang-Capelle, waar de regionale OV-verbindingen, voorzieningen en het merendeel van de werkgelegenheid geconcentreerd zijn. Een sterke interne samenhang draagt bij aan de leefbaarheid en bereikbaarheid van de hele gemeente.

Pagina 6 van 17

De verstedelijkingsopgave moet bijdragen aan Brede Welvaart, niet alleen binnen de stedelijke kernen, maar ook in het omliggende buitengebied. Daarbij is het essentieel dat natuurlijke systemen, zoals natuurgebieden en ruimte voor water, worden beschermd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen de leefbaarheid te versterken en vergroening te borgen. De balans tussen Waalwijk als logistieke topregio en de verstedelijkingsopgave vraagt om een zorgvuldige afweging, die in samenwerking met de Provincie Noord-Brabant en regionale partners gemaakt moet worden. Figuur 1: Kaart VISTA (bron: Ontwerp Nota Ruimte, pagina 188-189, Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) 2. Economie en energie Het Rijk streeft naar een brede en gevarieerde economische basis die voorziet in basisbehoeften van Nederlanders en bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa als geheel. In de Nota wordt met name ingegaan op strategische locaties, zoals internationale havens en brainports. Daarnaast wil het Rijk inzetten op behoud en versterking van bedrijventerreinen met unieke kenmerken. Voor Waalwijk betekent dit dat haar haven en bedrijventerreinen mogelijk een strategische rol kunnen vervullen in de nationale economie. Door ruimte beter te benutten en de productiviteit te verhogen, kan Waalwijk bijdragen aan een robuuste economische basis.

In de gemeente Waalwijk vraagt dit om een zorgvuldige afweging en moet gepaard gaat met een investering in mobiliteit en leefbaarheid. Naast het borgen en beter benutten van bestaande werkruimte ziet het Rijk mogelijkheden voor extra ruimte. Dit moet bijdragen aan een versterking van de economische dynamiek door in te zetten op een breed pallet aan werkgelegenheid, voor zowel theoretisch als praktisch geschoolden.

Pagina 7 van 17

Energiebeschikbaarheid zal de komende jaren een belangrijke randvoorwaarde zijn voor andere ontwikkelingen. Het Rijk wil daarom prioriteit geven aan de forse uitbreiding en verzwaring van de energie-infrastructuur en hier meer regie op pakken. 3. Landbouw en natuur De Nota Ruimte benadrukt het belang van een zorgvuldige omgang met landbouwgrond en de bescherming van Natura 2000-gebieden. Rondom deze gebieden wordt extra ingezet op het combineren van functies zoals landbouw, natuurbeheer en recreatie. Het Rijk stimuleert deze beweging met agrarisch natuurbeheer en een afwegingskader voor functiewijziging van landbouwgrond. Voedselzekerheid moet hiermee gewaarborgd worden. Voor Waalwijk betekent dit maatwerk en samenwerking met agrariërs en natuurorganisaties. 4. Water en bodem Waterveiligheid en zoetwatervoorziening zijn cruciale thema’s. Waalwijk ligt aan een grote rivier en moet rekening houden met toekomstige rivierverruiming en zoetwatertekorten. De strategie richt zich op lokaal water vasthouden, bergen en vergroenen. Dit vraagt om een robuuste inrichting van de stad en het buitengebied, waarbij vitale functies op minder kwetsbare locaties worden gesitueerd.

4. 2.6.4 Provinciale omgevingsvisie De zesde bullet in de opsomming bij ‘Werken aan de Brabantse energietransitie’ “Wil alleen onder voorwaarden energieopwekking in het Natuurnetwerk Brabant.” is aangepast naar “Sluit energieopwekking in het Natuurnetwerk Brabant in principe uit.”

5. 4.2.1 Inleiding Aan het einde van de eerste alinea is de volgende zin toegevoegd: “Groen en natuur hebben als gevolg van deze maatschappelijke baten een economische waarde.” Tussen de tweede en derde alinea is de volgende alinea toegevoegd: “Bovendien heeft natuur intrinsieke waarde. Een rijke en diverse natuur, met verschillende soorten planten en dieren, heeft een eigen bestaansrecht.”

Pagina 8 van 17

6. 4.2.3 Biodiverse en beleefbare natuur en groen In de paragraaf ‘Ecologische verbindingszone’ is aan de tweede alinea na de zin “Belangrijke projecten zijn de verbinding tussen de Westelijke Langstraat en natuurgebied Eendennest, evenals een corridor naar ’s-Gravenmoer.” deze tekst toegevoegd: “Daarnaast gaan we samen met grondeigenaren en de provincie onderzoeken of we de uiterwaarden langs de Bergsche Maas (Overdiepsche Uiterwaard, Capelsche Uiterwaard en delen van de Gansooiensche Uiterwaard) ook kunnen ontwikkelen als een EVZ. Daarmee ontstaat een belangrijke droge verbinding tussen de Biesbosch ten westen van onze gemeente en de uiterwaarden van de Maas ten oosten van onze gemeente (zie ook paragraaf 5.8.5 onder het kopje ‘Zeekleilandschap’).”

7. 4.2.4 Duurzaam en klimaatrobuust In de paragraaf ‘Energie’ is in de eerste zin het jaartal 2050 aangepast naar 2043 en toegevoegd dat de gemeente in 2050 klimaatbestendig is. In de tweede zin is het jaartal 2050 aangepast naar 2043 en is het woord “(klimaatneutraal)” toegevoegd aan het einde van de zin.

8. 2.4.2 Duurzaam en klimaatrobuust Aan de tweede alinea ‘Energie’ besparen zijn de zinnen “We werken samen met het Regionale Energieloket. Bij hen kunnen onze inwoners terecht voor vragen over het verduurzamen van hun woning.” vervangen door “We hebben een gemeentelijk energieloket, waar onze inwoners terecht kunnen voor vragen over het verduurzamen van hun woning.”

9. 2.4.2 Duurzaam en klimaatrobuust Het blok met tekstkader over de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is aangepast. Deze tekst is verwijderd: “Er wordt op nationaal niveau gewerkt aan een Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Deze wet voegt aan de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet instrumenten toe waardoor gemeenten (lokale) regels kunnen opstellen om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving van

Pagina 9 van 17

aardgas naar duurzame alternatieven tot uitvoering te brengen. In 2050 moeten alle woningen, scholen, winkels, kantoren en andere gebouwen goed geïsoleerd zijn en is aardgas niet langer de standaard om gebouwen mee te verwarmen. Elke gemeente moet een warmteprogramma (voorheen: transitievisie warmte) opstellen waarin de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving wordt beschreven.” De bovenstaande tekst is vervangen door: “Op nationaal niveau wordt gewerkt aan vernieuwde wet- en regelgeving voor de energietransitie. Niet alleen om het toekomstige energiesysteem te regelen, maar ook om overheden instrumenten te bieden om de energietransitie uit te kunnen voeren. Zo komt er een nieuwe Energiewet, een Wet collectieve warmte (Wcw) en, daaraan gekoppeld, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De Wgiw brengt aanpassingen aan in de Omgevingswet, waarmee gemeenten onder andere een aanwijsbevoegdheid krijgen. Ze kunnen via het omgevingsplan gebieden aanwijzen die aardgasvrij worden. Gemeenten moeten dan wel in een verplicht warmteprogramma beschrijven hoe en wanneer gebieden van het aardgas gaan.”

10. 2.4.2 Duurzaam en klimaatrobuust In derde alinea in de tekst ‘Opwekken en transporteren van duurzame energie’ is aangepast. Deze tekst is verwijderd: “De energiehubs liggen bij grootschalige opweklocaties (zoals windmolenparken) en voorzien in opslag, overslag en distributie van energie (zowel warmte als elektriciteit uit zon en wind). Deze hubs koppelen we aan (groot)verbruikers, aan laadpleinen voor elektrisch rijden en aan gebiedsopgaven.” De bovenstaande tekst is vervangen door: “Locaties voor grootschalige opwek ontwikkelen we als energiehubs. Deze hubs voorzien in opslag, overslag en distributie van energie (zowel warmte als elektriciteit uit zon en wind). Deze hubs koppelen we aan (groot)verbruikers, aan laadpleinen voor elektrisch rijden en verbinden we met gebiedsopgaven, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel.”

11. 2.4.2 Duurzaam en klimaatrobuust In de tekst ‘Klimaatrobuust en biodivers’ is aan de vierde alinea de volgende tekst toegevoegd: “Vanuit de provincie Noord-Brabant zijn reserveringen voor waterberging opgenomen. In deze gebieden worden functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied beperkt. Als gemeente zetten we ons hier ook voor in.”

Pagina 10 van 17

12. 4.3.2 Goede bereikbaarheid In de tekst ‘Stappen (lopen) en trappen (fietsen)’ is aan de vierde alinea na de eerste zin de volgende zin toegevoegd: “Dit zijn bijvoorbeeld de snelfietsroutes F261 en F59.”

13. 4.3.2 Goede bereikbaarheid In de tekst ‘Openbaar vervoer’ is aan de tweede alinea aan het begin de volgende tekst toegevoegd: “Een goed functionerend OV-systeem is randvoorwaardelijk om de verstedelijkingsopgave op een goede manier te accommoderen; ontwikkeling van woningen en het opwaarderen van het OVsysteem zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De doorontontwikkeling van een stevige regionale OV/Bus Rapid Transport-as Tilburg – Waalwijk – Den Bosch heeft hiervoor een hoge prioriteit.”

Na de zin “De Taxandriaweg is de komende jaren nog niet haalbaar, daarom zetten we nu in op een BRT-halte langs de noordelijke randweg van het GOL.” is de volgende zin opgenomen: “Rondom de nieuwe OV-hubs werken we aan stedelijke interactiemilieus, waar diverse functies als wonen, werken en recreatie samenkomen en elkaar versterken.”

14. 4.3.4 Passend woonaanbod voor vitale kernen Aan de tekst ‘Bouwen om te versterken’ is aan de achtste alinea de zin aangepast. Dat was “Voor het toevoegen van woningen in het landelijk gebied is het belangrijk dat dit een bijdrage levert aan het versterken van de omgevingskwaliteit, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of dat sprake is van de verbetering van het woon-leefklimaat en kwaliteit van het landschap.” Dit is aangepast naar: “Voor het toevoegen van woningen in het landelijk gebied is het belangrijk dat er sprake is van een ligging binnen een bebouwingsconcentratie en dit een bijdrage levert aan het versterken van de omgevingskwaliteit, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of dat sprake is van de verbetering van het woon-leefklimaat en kwaliteit van het landschap.”

15. 4.4.3 Een economie die bijdraagt aan de gemeenschap Aan de tekst ‘Agrarische sector is aan de eerste alinea na de zin “Natuurinclusieve landbouw is daar een voorbeeld van.” de volgende zin toegevoegd: “Daarnaast zien we het telen van biobased gewassen al een voorbeeld van een duurzame ontwikkeling (mits duurzaam geteeld) die toekomstbestendig is en economisch kansrijk.” Pagina 11 van 17

16. 4.4.4 Beleefbare cultuur en erfgoed en plekken voor ontspanning en recreatie In de tekst ‘beleefbaar erfgoed dat verbindt’ is de zin “In het gemeentelijk omgevingsplan beschermen we de rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten.” vervangen door “In het gemeentelijke omgevingsplan beschermen we onze monumenten.”

17. 4.4.4 Beleefbare cultuur en erfgoed en plekken voor ontspanning en recreatie Aan de tekst ‘beleefbaar erfgoed dat verbindt’ is na de tweede alinea de volgende alinea toegevoegd: “De historie van Waalwijk is ook in de verschillende landschappen rondom Waalwijk te lezen. Deze gebieden zijn door de provincie Noord-Brabant aangewezen als cultuurhistorische waardevolle gebieden en complexen die te zien zijn op figuur 21a in paragraaf 4.4.4, onder het kopje Beleefbaar erfgoed dat verbindt. Het gaat om de Bergsche Maas en de Baardwijkse Overlaat waar de historische waterstaatkundige ontwikkelingen nog zichtbaar zijn. Het veenontginningslandschap is bewaard gebleven in De Dellen, De Binnenpolder van Capelle (westelijk en oostelijk deel) en de binnenpolder van Sprang en Labbegat. In dit veenlandschap ligt het cultuurhistorische waardevolle complex, landgoed Zuijdewijn. Het zuiden van Waalwijk ligt voor een klein gedeelte in het zandlandschap van de Loonse en Drunense Duinen met daarin het cultuurhistorisch waardevolle complex Landgoed Plantloon. Middels het gemeentelijke omgevingsplan zetten we in op behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken in deze bijzondere gebieden.”

18. 4.4.4 Beleefbare cultuur en erfgoed en plekken voor ontspanning en recreatie Het speerpunt op pagina 81 “We zorgen ervoor dat historische gebouwen, structuren en landschappen behouden blijven, wijzen hiervoor ook nieuwe “monumenten” aan, en zorgen dat ze beter zichtbaar worden in de openbare ruimte.” is aangepast naar: “We zorgen ervoor dat historische gebouwen (zoals kerken), structuren en landschappen behouden blijven, wijzen hiervoor ook nieuwe “monumenten” aan, en zorgen dat ze beter zichtbaar worden in de openbare ruimte.”

19. 5.4.2 Gebiedsgerichte koers (bij 5.4 Linten) De bullet: “Het versterken van de woonfunctie in landelijk linten doen we met name door bij het vervallen van een bedrijfsfunctie de bedrijfswoning om te vormen tot burgerwoning.” is aangevuld met aan het begin de volgende tekst: “De landelijke linten ziet de gemeente als bebouwingsconcentraties. Om te voorkomen dat het buitengebied verder versteent, is het niet zonder meer mogelijk om nieuwe woningen in landelijke linten te realiseren. In het geval dat er sprake is van een ligging binnen een bebouwingsconcentratie, een versterking van de omgevingskwaliteit, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of dat sprake is van de verbetering van het woon-leefklimaat, is het toevoegen van een woning voorstelbaar.” Pagina 12 van 17

20. 5.6 Verdieping biodiversiteit – bebouwde gebieden: woongebieden, centrumgebieden, linten en bedrijventerreinen Aan het einde van de eerste alinea over de inrichting van de openbare ruimte is de volgende zin toegevoegd: Het terugdringen van verharding en het toevoegen van groenstructuren is niet alleen goed voor dieren en planten die boven de grond leven, maar ook voor de biodiversiteit in de bodem.

Aan het einde van de tekst over beheer van de openbare ruimte is aan de laatste zin toegevoegd: “… en dat verontreiniging wordt voorkomen. Al deze maatregelen zijn ook goed voor de biodiversiteit in de bodem.”

Aan het einde van de tekst over Openbare ruimte: voorlichting aan bewoners en ondernemers is aan de laatste zin toegevoegd: “… , zowel boven de grond als in de bodem.”

In de eerste alinea over inrichting van private tuinen en terreinen is aan de laatste zin toegevoegd: “… boven en in de grond.”

21. 5.7.3 Ontwikkellocaties, onderzoekslocaties en toekomstige onderzoekslocaties (bij 5.7 Sport- en recreatiegebieden) Aan de Onderzoekslocaties is de volgende locatie toegevoegd: “Sprang-Capelle •

Zidewinde

In het gebied Omgeving Julianalaan Sprang-Capelle, ook wel Zidewinde genaamd, liggen drie belangrijke sociaal maatschappelijke voorzieningen: •

sociaal cultureel centrum (SCC) Zidewinde;

•

sporthal Zidewinde;

•

zwembad Zidewinde.

Pagina 13 van 17

Daarnaast is er nog sprake van een petanque vereniging en ligt ook het gebouw van de Heemkundekring in het gebied. Het SCC, de sporthal en het zwembad hebben een belangrijke functie voor de gemeenschap. Deze drie voorzieningen functioneren prima los van elkaar, maar er is weinig synergie tussen de voorzieningen. Dit zouden we op termijn graag willen verbeteren.”

22. 5.7.3 Ontwikkellocaties, onderzoekslocaties en toekomstige onderzoekslocaties (bij 5.7 Sport- en recreatiegebieden) Aan de Onderzoekslocaties is de volgende locatie toegevoegd: •

“VV Waspik, Parallelweg/ Stadhoudersdijk Waspik

Onderzocht gaat worden of en hoe sportpark Elzenhage (en een gebied direct ten oosten hiervan) ontwikkeld kan worden naar een ‘sportboulevard’ waaraan meerdere sport- en mogelijk ook maatschappelijke voorzieningen geclusterd zijn. Daarbij zal rekening gehouden worden met het toevoegen van de daarvoor benodigde infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer, voetgangers en fietsers, evenals de landschappelijke inpassing van het geheel.”

23. 5.7.5 Verdieping biodiversiteit – Sport- en recreatiegebieden Aan de tekst ‘Recreatiegebied’ is aan de tweede alinea de laatste zin aangepast naar “Maatregelen om de biodiversiteit boven de grond en/of in de bodem te verhogen kunnen bestaan uit:”

Aan het einde van de tekst ‘Recreatiegebied’ is de volgende tekst opgenomen: “Voor het beheer van het recreatiegebied gelden dezelfde maatregelen om de biodiversiteit in en boven de grond te verhogen als de maatregelen die staan beschreven in paragraaf 5.6 onder het kopje ‘Beheer van de openbare ruimte’.”

Aan het einde van de tekst “Sportgebieden” is de volgende tekst opgenomen: “Ook voor het beheer van de sportgebieden gelden dezelfde maatregelen om de biodiversiteit in en boven de grond te verhogen als de maatregelen die staan beschreven in paragraaf 5.6 onder het kopje ‘Beheer van de openbare ruimte’.”

Pagina 14 van 17

24. 5.8.1 Huidige situatie (bij 5.8 Agrarisch buitengebied) Na de tweede alinea is een nieuwe alinea opgenomen met de volgende tekst: “Een deel van de binnenpolder van Capelle heeft een bijzonder bodemprofiel waaruit de landschappelijke ontwikkeling van het gebied leesbaar is, het zogenoemde klei - op veen – op zand-profiel. Dit bodemprofiel is als aardkundige waardevol gebied aangewezen en beschermd.” De tweede zin in de derde alinea “Hier is het slagenlandschap met strokenpercelering nog goed zichtbaar, zoals in De Langstraat.” is aangepast naar “Hier is het bijzondere, haast unieke en door de mens ingerichte slagenlandschap met strokenpercelering nog goed zichtbaar, zoals in De Langstraat.” Aan de vierde alinea is aan de opsomming met waarden bij “Erfgoedwaarden, waaronder we verstaan:” na cultuurhistorische waarden de volgende waarde toegevoegd: “historisch geografische waarden”.

25. 5.8.2 Gebiedsgerichte koers (bij 5.8 Agrarisch buitengebied) In de elfde bullet is de zin” In het geval dat er sprake is van een versterking van de omgevingskwaliteit, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of dat sprake is van de verbetering van het woon-leefklimaat, is het toevoegen van een woning voorstelbaar.” Aangepast naar “In het geval dat er sprake is van een ligging binnen een bebouwingsconcentratie, een versterking van de omgevingskwaliteit, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of dat sprake is van de verbetering van het woon-leefklimaat, is het toevoegen van een woning voorstelbaar.” Aan de opsomming is de tweede opsomming aangevuld met: “Waarbij we conform de provinciale verordening in het landelijk gebied, zonder koppeling aan een bebouwingsconcentratie, woningsplitsing wel denkbaar vinden bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing met het oog op behoud van deze panden.”

26. 5.8.2 Gebiedsgerichte koers (bij 5.8 Agrarisch buitengebied) Aan het einde van de bullets van de gebiedsgerichte koers zijn de volgende bullets verwijderd: • •

•

“Het verder verruimen van de mogelijkheden voor (intensieve) veehouderijen (met uitzondering van de bestaande uitbreidingsmogelijkheden) zien we als ongewenst. Nieuwvestiging van veehouderijen is onwenselijk om verdere verstening van het buitengebied tegen te gaan. Verplaatsing van veehouderijen van ongeschikte locaties (wanneer bijvoorbeeld sprake is op overlast bij nabijgelegen woningen of dichtbij kwetsbare natuurgebieden) naar geschikte locaties is maatwerk. Mestverwerking is enkel toegestaan ten behoeve van het agrarische bedrijf zelf.”

Pagina 15 van 17

De volgende bullets zijn toegevoegd: •

“Tijdelijke huisvesting ten behoeve van seizoen- of piekopvang is niet toegestaan op basis van het huidige beleid. Er dient nader onderzocht te worden of het tijdelijk huisvesten van werknemers ten behoeve van seizoen- of piekopvang wenselijk is.

•

In het landelijk gebied wordt onderscheid gemaakt tussen agrarische bedrijven en niet-agrarische bedrijven.

•

Onder agrarische bedrijven vallen onder andere: ›

(Intensieve) veehouderij bedrijven;

›

Grondgebonden agrarische bedrijven

›

Overige agrarische bedrijven

›

Agrarisch-technisch hulpbedrijven

›

Agrarisch verwante bedrijven.

›

Glastuinbouwbedrijven.

•

Nieuwvestiging van zowel agrarische bedrijven als niet- agrarische bedrijven is niet toegestaan.

•

Bestaande agrarische bedrijven en niet-agrarische bedrijven zijn toegestaan en kunnen binnen de bestaande mogelijkheden ontwikkelen (uitbreiden, omschakelen of vestigen (vestigen betekent verplaatsen naar een andere bestaande bedrijfslocatie). De bestaande mogelijkheden op basis van het omgevingsplan houden bijvoorbeeld rekening met ontwikkelmogelijkheden voor verbetering van dierenwelzijn. Daarbij houden we met het oog op de gewenste ontwikkeling naar een duurzame landbouw rekening met de beperkingen en ontwikkelingsmogelijkheden op basis van de provinciale omgevingsverordening;

•

Verplaatsing van veehouderijen van ongeschikte locaties (wanneer bijvoorbeeld sprake is van overlast bij nabijgelegen woningen of dichtbij kwetsbare natuurgebieden) naar geschikte bestaande locaties (vestiging) is maatwerk.

•

Bestaande glastuinbouwbedrijven kunnen zich ontwikkelen binnen het glastuinbouwconcentratiegebied op basis van de provinciale omgevingsverordening.

•

De uitbreiding van agrarisch gerelateerde activiteiten is maatwerk.

•

De vestiging of uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf mag niet leiden tot een kantoor met baliefunctie vanwege de publiek aantrekkende werking welke past binnen het stedelijk gebied. Tevens is de vestiging of uitbreiding van mestbewerking of lawaaisport niet toegestaan.

•

Mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest is toegestaan. Mest van andere locaties dan het eigen bedrijf behandelen, vergisten of bewerken is niet wenselijk. “

Pagina 16 van 17

27. 5.8.3 Ontwikkellocaties, onderzoekslocaties en toekomstige onderzoekslocaties (bij 5.8 Agrarisch buitengebied) De ontwikkellocatie in Kerkvaarste Haven (ten oosten van Maasoever) in Waspik is aangepast naar een onderzoekslocaties. De tekst is hiernaar verplaatst. De onderzoekslocatie Ten westen van Maasoever-Scharlo in Waspik is aangepast naar een ontwikkellocatie. De tekst is hiernaar verplaatst.

Aan de Onderzoekslocaties is de volgende locatie toegevoegd: •

“VV Waspik, Parallelweg/ Stadhoudersdijk Waspik

Onderzocht gaat worden of en hoe sportpark Elzenhage (en een gebied direct ten oosten hiervan) ontwikkeld kan worden naar een ‘sportboulevard’ waaraan meerdere sport- en mogelijk ook maatschappelijke voorzieningen geclusterd zijn. Daarbij zal rekening gehouden worden met het toevoegen van de daarvoor benodigde infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer, voetgangers en fietsers, evenals de landschappelijke inpassing van het geheel.”

28. 5.8.3 Ontwikkellocaties, onderzoekslocaties en toekomstige onderzoekslocaties (bij 5.8 Agrarisch buitengebied) In de derde alinea bij de locatie Willem van Gentsvaart-Poolsestraat & Glas-Nat is na de eerste zin de volgende zin toegevoegd: “Bestaande glastuinbouwbedrijven kunnen zich, op basis van de provinciale omgevingsverordening, ontwikkelen binnen dit glastuinbouwconcentratiegebied.”

29. Bijlage IV, 3.2 Thematische uitwerking Bij de bullet Duurzaam en klimaatrobuust is het jaartal 2050 aangepast naar 2043 en is toegevoegd dat de gemeente in 2050 klimaatbestendig is. De zin “Bestaande gebouwen worden beter geïsoleerd en nieuwbouw voldoet minimaal aan energielabel C.” is aangepast naar “Bestaande gebouwen worden beter geïsoleerd en gemeentelijke gebouwen hebben in 2030 minimaal energielabel C.”

30. Bijlage IV, 3.3 Gebiedsgerichte uitwerking In de tekst over het ‘Agrarisch buitengebied’ is de zin “Natuurinclusie landbouw en bufferzones rondom natuurgebieden versterken landschap en biodiversiteit.” aangepast naar “Bufferzones rondom natuurgebieden versterken landschap en biodiversiteit.”

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16187685/1