CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Reactie college op advies SAR

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 20242.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sociale Adviesraad T.a.v. de heer L. Middelhoff

D2023-10-002007

Ons kenmerk

2023-049719

Behandeld door

Nihad Loukili

Uw brief

9 oktober 2023

Documentnummer

D2023-10-002007

Uw kenmerk

Datum verzonden Advies Sociale Adviesraad m.b.t. Verordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2024

Betreft

Geachte heer Middelhoff, Wij willen u hartelijk bedanken voor het advies van 9 oktober jl. op de conceptverordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2024. In deze brief geven wij een reactie op het advies van de Sociale Adviesraad.

Adviespunt 1 - Artikel 1.24 De nieuwe omschrijving/definitie van eigen regie mede in relatie tot sociale netwerken ondersteunen we als SAR Reactie: wij zijn blij met dit positieve advies op de nieuwe omschrijving van eigen regie. Adviespunt 2 - Artikel 2.2: Advies: hier staat dat het college een ontvangen aanvraag bevestigd. De SAR adviseert dit aan te vullen met: “en wijst de aanvrager erop dat deze zich kan laten ondersteunen in het vervolgproces door een onafhankelijke cliëntondersteuner en waar deze ondersteuning is te verkrijgen.” Toelichting: de bekendheid met het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning blijkt uit enquêtes ook in Waalwijk nog steeds laag te zijn. Ook is het niet altijd helder bij wie en waar dat te krijgen is. De SAR adviseert dit ook verplichtend in de verordening op te nemen dat bij de bevestiging van een aanvraag de burger hierover standaard wordt geïnformeerd. Reactie: bij het indienen van een aanvraag in het kader van maatschappelijke ondersteuning wordt de inwoner middels een brief altijd gewezen op het recht op een onafhankelijke cliëntondersteuner. Tevens is in artikel 3 lid 2 al een bepaling opgenomen waarin het college de cliënt wijst op de mogelijkheid om zich te laten ondersteunen door een onafhankelijke cliëntondersteuner. Omdat dit al in de verordening is opgenomen, wordt dit advies niet overgenomen.

Adviespunt 3 - Artikel 6.3 a:

Taxandriaweg 6

Postbus 10150

5140GB Waalwijk

t 0416-683456

info@waalwijk.nl

www.waalwijk.nl

Hier staat dat er geen recht is op een maatwerkvoorziening als ... 'de algemene voorziening de problematiek kan verminderen of wegnemen'. Het advies is om verminderen weg te halen. Toelichting: in het artikel over de hoogte van een vergoeding is er al rekening mee gehouden dat een medewerker de hoogte kan laten afhangen van de behoefte. Verminderen zou kunnen inhouden dat als bijvoorbeeld de problematiek voor de helft verminderd kan worden door de inzet van een algemene voorziening, er dan geen recht is op een maatwerkvoorziening. Het recht op een voorziening mag daar o.i. niet van afhangen; wel het volume (zodat je bijvoorbeeld 2 dagen in de week iets kan toekennen i.p.v. 4). Reactie: er wordt telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan of dat een maatwerkvoorziening nodig is bij het verminderen of wegnemen van een problematiek bij de inwoner. Het uitgangspunt is dat algemene voorzieningen voor gaan op de verstrekking van een maatwerkvoorziening. Hierbij wordt nauw gekeken of de algemene voorziening een adequate compensatie biedt voor de inwoner. Indien de algemene voorziening niet voldoende compenserend is, zal een maatwerkvoorziening (deels) toegekend worden.

Daarnaast vinden wij het van belang dat deze bepaling in zijn volledigheid wordt gelezen (het artikel luidt: “voor zover de cliënt, naar het oordeel van het college, de problematiek op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen”), omdat het dan duidelijk wordt dat de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg en anderen in het sociale netwerk meespelen in de overweging bij het toekennen van een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening. Daarom hebben wij besloten om dit advies niet over te nemen. Adviespunt 4 - Artikel 5.8: Opmerking: aanpassing artikel 6.8 van de verordening: als maatwerkvoorziening voor regionaal vervoer, geldt straks, in plaats van het huidige maximum van 2000 km per jaar een vergoeding gebaseerd op maximaal 1500 km/jaar. De aanpassing wordt gemotiveerd door verwijzing naar regioafspraken over de efficiency van het regionale collectieve vervoer. Voorts wordt in de toelichting opgemerkt dat een maatwerkvoorziening voor het vervoer op grond van de jurisprudentie mag worden beperkt tot een bandbreedte van max. 1500-2000 km. De SAR heeft geen bezwaar tegen deze aanpassing mede op basis van de jurisprudentie.

Wel adviseert zij om meer inzicht te verschaffen in de aantallen personen die in de bandbreedte tot 2000 km zaten en welke effecten deze aanpassing gaat hebben goed te monitoren. Reactie: met deze aanpassing voldoet het college aan de jurisprudentie waarin het vervoer mag worden beperkt tot minimaal 1.500 km per jaar. Daar waar een inwoner onvoldoende gecompenseerd wordt met 1.500 km Wmo-vervoer, zullen wij voorzien in een maatwerkoplossing.

Adviespunt 5 - Artikel 8: Hier wordt aangevuld in de nieuwe regeling dat er in het geval van toekenning van een pgb kwaliteitseisen worden benoemd. Het advies van de SAR is om dit niet aan te vullen omdat dit overbodig is gezien artikelen 9 en 10 en kwaliteitseisen niet nader gespecificeerd worden. Toelichting: deze aanvulling op de eerdere tekst vindt de SAR overbodig. De essentie van een PGB is dat de client in regie is en aangeeft wat voor hem/haar voldoende of goede kwaliteit is. De SAR pleit voor een benadering waarbij vanuit vertrouwen wordt gekeken naar de invulling door de burger die kiest voor een PGB. Dit past in de visie van de SAR zoals uitgebracht bij het advies over het Beleidsplan Koers 2023-2026 om de burger meer regie en zeggenschap te geven. De SAR is voorstander van een goede check op de pgb-vaardigheid vooraf aan toekenning. Maar dat is wat anders dan de burger die een pgb toegewezen heeft gekregen vervolgens op te zadelen met kwaliteitseisen. De gemeente heeft in de opvolgende artikelen 9 (m.n. lid 9.3.b) en 10 over het PGB voldoende instrumenten om een PGB niet toe te kennen als de burger niet pgb-vaardig is of in te grijpen als de invulling van het PGB niet veilig, doeltreffend of cliëntgericht zal kunnen worden ingevuld.

De formulering is tenslotte ook zo algemeen en de situaties waarin een pgb worden toegekend zijn zo verschillend en individueel, dat deze algemene bepaling tot willekeur aanleiding gaat geven.

Pagina

Taxandriaweg 6

Postbus 10150

5140GB Waalwijk

t 0416-683456

info@waalwijk.nl

2 van 5

www.waalwijk.nl

Reactie: het betreft hier geen inhoudelijke wijziging maar een tekstuele wijziging. In de oude verordening stond dat de kwaliteit van de zorgverlener in de beschikking werd opgenomen. Daarom nemen wij dit advies nu niet over maar zullen wij dit advies meenemen wanneer de verordening op een later moment inhoudelijk in lijn wordt gebracht met de koers.

Adviespunt 6 - Artikel 9.3.d Advies: goede hier vervangen door: voldoende. Toelichting: het woord ‘goede kwaliteit' lijkt hier een extra eis te stellen aan PGB houders. Bij naturazorg is goede kwaliteit ook niet de minimale norm. Daar wordt gecontroleerd of de kwaliteit in ieder geval van voldoende kwaliteit is. De SAR acht het niet wenselijk dat hogere eisen aan kwaliteit worden gesteld bij een pgb dan bij een natura-invulling. Reactie: Deze bepaling is niet gewijzigd ten opzichte van de verordening uit 2019 en conceptverordening van 2024. Wij stellen dezelfde kwaliteitseisen aan zowel het pgb als zorg in natura. Er is dus geen sprake van hogere eisen aan de kwaliteit van een pgb. Daarom wordt dit advies niet overgenomen.

Adviespunt 7 - Artikel 10.2b. ln de recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wordt een onderscheid gemaakt tussen tarieven voor informele hulp (bij de toekenning van een maatwerkvoorziening) voor huishoudelijke hulp enerzijds en begeleiding anderzijds. Het is de SAR niet duidelijk of dit onderscheid in artikel 10.2.b ook voldoende is beschreven c.q. meegenomen. Reactie: wij hebben de jurisprudentie van de CRvB conform het juridische advies van Schulink aangepast in onze Verordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2024.

Adviespunt 8 - Artikel 10.3.d Advies: dit artikel niet in de verordening opnemen. Toelichting: hier wordt toegevoegd in een artikel - dat gaat over de toekenning van de hoogte van het PGB - dat er geen 'informeel PGB' wordt toegekend als "... er sprake is van (mogelijke) overbelasting van degene die de ondersteuning gaat bieden." Er wordt in dit artikel gesproken over de term 'lnformele pgb'. Dit creëert verwarring omdat er niet zoiets bestaat als 'formele pgb'. Hier wordt vermoedelijk bedoeld: een pgb voor informele hulp. Het lijkt ons voor de burger duidelijker als deze term wordt gebruikt. Maar daarnaast adviseert de SAR om dit artikel NIET in de verordening op te nemen. ln de eerste plaats lijkt het ons regeltechnisch onjuist om in een artikel dat gaat over de hoogte van een pgb (nadat het is toegekend) alsnog een bepaling op te nemen om een pgb te weigeren. Dat is niet consistent. ln de tweede plaats achten wij de regel in de verordening om in te schatten of de informele mantelzorger '(mogelíjk) overbelast' wordt te zeer multi-interpretabel voor de uitvoerders van de regeling waardoor de kans op rechtsongelijkheid toeneemt. De SAR is vanuit haar visie dat burgers als zij dat willen zoveel mogelijk ook zelf in regie komen, voorstander van het instrument pgb.

Uiteraard is de SAR er geen voorstander van dat mantelzorgers overbelast worden maar primair vinden wij dat een verantwoordelijkheid van de burger die recht heeft op een maatwerkvoorziening om dat met zijn/haar mantelzorgers te bespreken en in te schatten. Een afwijzing van het college op grond van dit artikel geeft te veel subjectieve ruimte. De SAR is van mening dat de budgethouder en zijn/ haar netwerk hier een eigen verantwoordelijkheid hebben. Mocht een budgethouder die verantwoordelijkheid volstrekt onvoldoende invullen in een enkel geval dan heeft de gemeente op grond van andere artikelen al voldoende mogelijkheden om een pgb te weigeren of in te trekken. Reactie: deze bepaling stond al in onze toelichting op de verordening van 2019 en hebben wij nogmaals laten terugkomen in artikel 10.3 d. Met deze bepaling willen we voorkomen dat er een situatie ontstaat

Pagina

Taxandriaweg 6

Postbus 10150

5140GB Waalwijk

t 0416-683456

info@waalwijk.nl

3 van 5

www.waalwijk.nl

die voor de mantelzorger en zorgvrager onhoudbaar is. Het gaat ons hierbij om de bescherming van zowel de mantelzorger als de zorgvrager. Het uitgangspunt is dat wij ook een verantwoordelijkheid dragen richting de mantelzorger en dat enkel een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van de zorgvrager niet voldoende is. Om een juiste inschatting te maken van de belastbaarheid van de mantelzorger is de kwaliteit van onze regisseurs belangrijk. Omdat wij het van belang vinden dat mantelzorgers niet overbelast raken en er juist waarde aan hechten om dit in de verordening expliciet op te nemen, nemen wij uw advies niet over.

Adviespunt 9 - Artikel 10 lid 4: opmerking: Hier wordt bepaald dat er geen vrij besteedbaar deel is van het pgb. De SAR betreurt dat omdat enerzijds met een pgb een burger bijdraagt aan minder kosten voor de gezamenlijkheid (een pgb is immers lager dan de kosten in natura) en anderzijds dit de budgethouder in staat stelt om af en toe iets extra's te doen voor een vrijwilliger. Advies 1: heroverwegen van de mogelijkheid die de wet biedt een beperkt vrij besteedbaar bedrag toe te staan. Anderzijds gebruiken veel budgethouders die een pgb in de Wmo en WLZ hebben deze ruimte om hun lidmaatschap van de budgethouder vereniging te betalen, Net als dat aanbieders in natura vanuit hun tarieven de bijdrage betalen aan hun landelijke verenigingen voor bestuurders en voor professionals. De SAR onderstreept het belang om pgb-houders te ondersteunen om kwaliteit te leveren van de ondersteuning in hun situatie. Het lidmaatschap van verenigingen als Per Saldo is daarbij helpend om die kwaliteit te bevorderen. ln een aantal gemeenten is derhalve aanvullend opgenomen dat als een cliënt kiest voor een pgb en aantoont lid te zijn van een landelíjke budgethouder vereniging het pgb met deze jaarlijkse kosten kan worden opgehoogd.

De SAR beseft dat het niet gaat om een groot bedrag maar zeker voor mensen met een smalle beurs kan dít toch net de drempel zijn om geen lid te worden en de SAR wil dat het instrument pgb open staat voor alle burgers ongeacht hun inkomen. Advies 2: aanvullende bepaling opnemen (indien er geen vrij besteedbaar bedrag in de regeling zit) om de budgethouder in staat te stellen om het budget op te hogen indien zij aan kunnen tonen lid te zijn van een van de budgethouder verenigingen. Reactie: er is momenteel geen sprake van een vrij besteedbaar deel van het pgb. Wij zullen dit, samen met uw 2 adviezen op dit punt, in de toekomst heroverwegen wanneer we inhoudelijke wijzigingen aan de verordening zullen doen op basis van de vastgestelde koers.

Adviespunt 10 - Artikel 12.4: Advies: De SAR adviseert het College het besluit in de Tweede Kamer over het niet door laten gaan van de tariefsverhoging door NS in de spitsuren, te betrekken op de hier voorgestelde aanpassing Toelichting: invoering spitstijdtarieven voor Wmo-reizigers tijdens de spitsuren: deze betalen dan het zgn. vrije reizigerstarief van het regio-vervoer. Ook deze aanpassing wordt gemotiveerd vanuit de regionaal gemaakte afspraken. De maatregel beoogt kennelijk Wmo-reizigers te stimuleren zoveel mogelijk buiten de spitstijden te reizen. Ook hierin zit een zekere verschraling van de vervoersvoorzieningen waarop Wmo-ers nu recht hebben. Hoeveel Wmo-reizigers worden hierdoor gedupeerd? De maatregel doet de SAR denken aan landelijke discussie over de invoering door NS van een verhoging van het tarief tijdens de spitstijden. Inmiddels is bekend dat de Tweede Kamer deze landelijke maatregel heeft afgewezen, met name omdat het gezien wordt als een kostenverhoging voor reizigers die nauwelijks op alternatieve tijden kunnen reizen. Reactie: Wij zijn op de hoogte van het besluit van de Tweede Kamer over het niet door laten gaan van de tariefsverhoging door de NS tijdens spitstijden. Wij begrijpen dat de maatregel in de verordening u doet denken aan het besluit van de Tweede kamer.

Echter zijn wij in onze overwegingen tot de conclusie gekomen dat deze maatregel noodzakelijk is om de problemen in het regiovervoer op te lossen. Er zijn te weinig chauffeurs om zowel het leerlingenvervoer als het vervoer in het kader van de Wmo goed vorm te geven. Door Wmo-reizigers te stimuleren om buiten spitstijden te reizen, zorgen we voor een betere verspreiding over de dag en voorkomen we dat Wmo-reizigers volledig worden beperkt om tijdens spitstijden te reizen (hetgeen wel het geval was afgelopen zomer). Een terechte constatering van de SAR

Pagina

Taxandriaweg 6

Postbus 10150

5140GB Waalwijk

t 0416-683456

info@waalwijk.nl

4 van 5

www.waalwijk.nl

betreft hoeveel Wmo-reizigers hier nadelige gevolgen van zullen ervaren. Als een inwoner door deze maatregel wordt beperkt in zijn/haar participatie, zal er gezocht worden naar een maatwerkoplossing.

Hoogachtend, HET COLLEGE VAN WAALWIJK, de secretaris,

de burgemeester,

M. Tromp

Sacha C.A.M. Ausems

Pagina

Taxandriaweg 6

Postbus 10150

5140GB Waalwijk

t 0416-683456

info@waalwijk.nl

5 van 5

www.waalwijk.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13328380/1