Bijlage 4 Overzicht was-wordt Verordening Jeugdhulp gemeente Waalwijk 2025
Tekst van het document
Bijlage 2. Overzicht wijzigingen Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2025: was/ wordt - tabel. 2023 Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Art 1.1
dd.
Art 1.1
ee.
Wijzigingen Nieuwe definitie familiegroepsplan i.v.m. ontbreken beschrijving in vigerende verordening. Toegevoegd: Familiegroepsplan: plan van aanpak opgesteld door ouders, samen met familie of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdigen behoren. Nieuwe definitie professionele zorgverlener i.v.m. ontbreken beschrijving in vigerende verordening.
Toegevoegd: Professionele zorgverlener: Een onderneming bedoeld in artikel 5, onderdelen a,b,c,d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van jeugdhulp die meerdere personeelsleden in dienst heeft of die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel. 2023 Hoofdstuk 3: Toegang
Art 3.1
Lid 1
Wijzigingen Artikel is uitgebreid en gewijzigd i.v.m. actualisering aanvraagprocedure bij TWijZ.
Uitbreiding: Jeugdige en/of ouders kunnen contact opnemen met de gemeente, afdeling WijZ, wanneer zij hulp nodig hebben rondom onderwerpen uit de Jeugdwet, conform de Algemene wet Bestuursrecht. Art 3.1.
Lid 2
Artikel is nieuw i.v.m. twee procedures om ondersteuning vorm te geven. Dit is een aanscherping van de ondersteuning i.v.m. implementatie van het Stevig Lokaal Team dat voorliggend is aan de geïndiceerde jeugdhulp. Toegevoegd:
De gemeente kent twee procedures na het contact om eventuele ondersteuning vorm te geven: i. De hulpvraagprocedure ii. De aanvraagprocedure Art 3.1.
Lid 3
Artikel is nieuw: uitwerking van artikel 3.1., lid 2.
Toegevoegd: Tijdens het contact stelt de gemeente samen met de jeugdige en/of ouders vast of er sprake is van een hulpvraagprocedure of een aanvraagprocedure. a. Het uitgangspunt van de hulpvraagprocedure is dat er altijd eerst activerende ondersteuning wordt geboden vanuit het Stevig Lokaal Team dat aansluit bij de hulpvraag van de jeugdige en/of ouders. De gemeente Waalwijk bezit hiervoor een ruim en groeiend aanbod van gekwalificeerde professionals die basishulp bieden bij een breed scala aan problematieken binnen de Jeugdwet. Ook inwoners die
eerder een maatwerkvoorziening hebben ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor deze hulpvraagroute. b. Het uitgangspunt van de aanvraagprocedure is dat er geen voorliggende voorziening beschikbaar is of de basishulp niet voldoende effect heeft gehad, of dat er hulpverlening betrokken is vanuit een externe zorgaanbieder middels een maatwerkvoorziening en er vervolgondersteuning nodig is van deze zorgaanbieder. Het college wijst voor het doen van een aanvraag op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5. van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4. van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Art 3.1.
Lid 4
Artikel is vervanging van artikel 3.1., lid 2. Tekst is aangevuld met de termijn waarbinnen het college de beschikking af moet geven.
Aanscherping: In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening of vraagt het college, indien noodzakelijk, een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan ( zie Procesreglement Civiel jeugdrecht van de rechtbanken inzake een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp). Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 4 weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. Art 3.1.
Lid 5
In verordening 2023 was dit artikel 3.1., lid 3. In verband met toevoegingen nieuw lid 2 en 3 verschoven.
2023 Hoofdstuk 4 Procedure Toegang jeugdhulp via de gemeente.
Wijzigingen Art 4.
Lid 1 t/m 11
Artikel 4, lid 1 is komen te vervallen i.v.m. actualisering en verbetering van de hulpvraagprocedure bij TWijZ. Toegevoegd: Hoofdstuk 4 – Hulpvraagprocedure Toegang : Artikel 4. lid 1 t/m lid 11. 1. Na het contact vanuit jeugdige en/of ouders, bevestigt de gemeente het contact en de procedure binnen 3 dagen aan de jeugdige en/of ouders per brief of e-mail. 2. Om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de situatie van de jeugdige en/of ouders, wordt er gevraagd om informatie aan te leveren. Dit kan d.m.v. het gesprek en/of met aanvullende schriftelijke informatie (via bijvoorbeeld het familiegroepsplan). 3. Een gekwalificeerd professional van de gemeente neemt binnen 2 weken contact op met de jeugdige en/of ouders om een gesprek in te plannen om de situatie te bespreken. 4. Het gesprek vindt binnen 4 weken na het eerste contact plaats. Indien deze termijn niet haalbaar blijkt, informeert de gemeente de jeugdige en/of ouders hierover. 5. Bij de start van het gesprek wordt het BSN-nummer van de client geverifieerd. 6. Het doel van het eerste gesprek is om een goed beeld te krijgen van de situatie: a. De hulpvraag van de jeugdige en/of ouders b. Welke krachten en belemmeringen worden ervaren? c. De persoonlijke situatie van de jeugdige en/of ouders: op welke manier is de situatie van invloed op de ervaren belemmeringen? (financiën , huisvesting, netwerk, fysieke klachten) d.
Wat is er al geprobeerd? Wat werkt(e) wel en wat niet? e. Op welke manier kan de jeugdige en/of ouders zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? f. De omgeving van de jeugdige en/of ouders: welke hulp kan het sociaal netwerk of kunnen (voorliggende) organisaties bieden? 7. Er wordt door middel van vervolggesprekken een analyse gemaakt en activerende ondersteuning geboden. 8. De analyse wordt in een ondersteuningsplan weergegeven waarbij er in samenspraak resultaten op kortere en langere termijn zijn geformuleerd waar de jeugdige en/of ouders met ondersteuning van een jeugdhulpwerker aan gaan werken. De ondersteuning richt zich in de eerste plaats op veiligheid en stabiliteit wanneer daar zorgen over bestaan. 9. Indien de inschatting door de jeugdhulpwerker wordt gemaakt dat de ondersteuning niet (volledig) een oplossing kan bieden voor de ervaren belemmeringen; a. verwijst de professional de jeugdige en/of ouders naar de overige voorzieningen die hierbij kunnen ondersteunen, en/of
b. betrekt de professional een collega met de nodige deskundigheid bij de ondersteuning, en/of c. stelt de professional met het gezin een Plan van Aanpak op waarmee zij een aanvraag kunnen doen bij de gemeente voor een maatwerkvoorziening door een externe zorgaanbieder. De professional ondersteunt hierbij. 10. De ondersteuning duurt niet langer dan nodig en richt zich op het verstevigen en versterken van de eigen kracht van de jeugdige en/of de ouders in samenwerking met hun sociale netwerk. 11. Wanneer de situatie dat toelaat en de resultaten behaald zijn, wordt de ondersteuning afgebouwd en afgesloten.
Artikel 4.2. t/m 4.8.
Hoofdstuk 5. Toezicht en Handhaving
De artikelen 4.2. t/m 4.8. betreffende voorzonderzoek, gesprek, verslag, aanvraag, inhoud beschikking, regels voor pgb en advisering zijn komen te vervallen en opgenomen in het nieuw toegevoegde Hoofdstuk 5 van de Verordening Jeugdhulp 2025.
Door invoegen van een nieuw hoofdstuk 5 betreffende de Toegang is de inhoud van hoofdstuk 5 betreffende Toezicht en Handhaving verschoven naar hoofdstuk 6.
Nieuw hoofdstuk 5: aanvraagprocedure Toegang. Hoofdstuk 5 ( voorheen hoofdstuk4) is geactualiseerd en aangepast.
Met name artikel 5.7. Beoordelingscriteria zorgvraag: eigen kracht is van essentieel belang omdat dit het artikel is dat op grond van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor gemeenten verplicht is om in de verordening Jeugdhulp op te nemen. Artikel 5.1 Algemeen 1. De aanvraag kan door belanghebbende(n) middels een aanvraagformulier (familiegroepsplan) van de gemeente worden ingediend via email of digitaal via de waalwijzer.nl en deze bevat tenminste:
a. De naam, het adres en contactgegevens (NAW gegevens) van de jeugdige en/of wettelijk vertegenwoordiger; b. De dagtekening; c. Een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd; d. De jeugdige en/of ouders verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen: Aanvraag Zorg in Natura (ZIN)
Omschrijving van de ondervonden beperkingen Omschrijving van de hulpvraag Gewenste ondersteuning Indien aanwezig een evaluatie en rapportage van eerdere zorg Eventueel een medische rapportage bij een complexe situatie of Multi problematiek Aanvraag Persoonsgebonden Budget (PGB) i Omschrijving van de ondervonden beperkingen ii Omschrijving van de hulpvraag iii Gewenste ondersteuning iv Indien aanwezig een evaluatie en rapportage van eerdere zorg v Eventueel een medische rapportage bij een complexe situatie of Multi problematiek vi Een volledig ingevuld Persoonlijk Plan voor PGB inclusief budgetoverzicht en weergave van de PGB-beheerder 2. Kwaliteitsgegevens van de beoogde zorgverlener (indien er geen contract is met de gemeente). 3. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. 4. Na ontvangst van de aanvraag zoals omschreven in lid 1 start de beslissingstermijn van de aanvraag. Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing op de aanvraag. 5. Het college bevestigt de ontvangst van de ingediende aanvraag. 6. Het college kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: a. de jeugdige en/of ouders niet voldaan hebben aan hetgeen is voorgeschreven in artikel 4.1 en artikel 4.2 lid lid 1a tot en met 1d b.
de aanvraag niet elektronisch is ingediend op de wijze die door het bestuursorgaan is voorgeschreven; c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. 7. Het college informeert de jeugdige en/of ouders wanneer een aanvraag niet in behandeling kan worden genomen, met welke reden en wat hiervan de gevolgen zijn. Indien er aanvulling nodig is van de aanvraag kan deze binnen een redelijke termijn twee weken) worden ingediend. 8. Het college kent voor de duur, passend bij het bereiken van de beschreven resultaten in de aanvraag of het Plan van Aanpak een individuele voorziening toe door middel van een beschikking, die toegang geeft tot jeugdhulp. 9. De jeugdhulpaanbieder van een individuele voorziening start de jeugdhulp slechts nadat het besluit op de aanvraag genomen is en de inzet van de jeugdhulp uit het besluit volgt. i ii iii iv v
10. In spoedeisende situaties waar onmiddellijke uitvoering geboden is, kan met instemming van het college af
geweken worden van het gestelde in het zesde lid. Het besluit dient echter ook in die gevallen zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen vier weken, na de start van de hulp verkregen te worden. 11. Het college kan nadere regels stellen omtrent het aanvraagformulier.
Artikel 5.2. Onderzoek: identiek aan artikel 4.2. verordening Jeugdhulp 2023. Artikel 5.3 Gesprek: identiek aan artikel 4.3. verordening Jeugdhulp 2023 Artikel 5.4 Verslag : identiek aan artikel 4.4. verordening Jeugdhulp 2023 Artikel 5.5 Besluit : gewijzigd artikel i.v.m. verduidelijking procedure. 1. 2.
3.
Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing op een aanvraag. Wanneer de beslistermijn door relevante omstandigheden, zoals benoemd in artikel 5.1 lid 5 en 6, is opgeschort neemt het college een beslissing op de aanvraag op de datum die met de jeugdige en/of gezaghebbende ouder(s) is gedeeld. Het college merkt een ondertekend Plan van Aanpak van het onderzoek als bedoeld in artikel 5.2 tot en met 5.4 aan als een aanvraag als er, gelet op de hulpvraagprocedure onder artikel 4, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven.
Artikel 5.6 Inhoud beschikking : identiek aan artikel 4.6. verordening jeugdhulp 2023 Artikel 5.7. Beoordelingscriteria zorgvraag: eigen kracht: nieuw artikel n.a.v. uitspraak Centrale Raad van beroep. 1.
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). Het college houdt hierbij rekening met: a. De leeftijd van de jeugdige; b. De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/ stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft; c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige;
d. De mate van planbaarheid van de hulp; e. De behoefte en mogelijkheden van de jeugdige. 2. Tot het sociale netwerk behoren andere personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). 3. Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten. 4. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de verantwoordelijkheid over. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 5. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van: a.
geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 6. Bij de beoordeling van het vijfde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan 3 maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien;
7. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: a. er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. b. als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. c. bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. d. het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. e. een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt niet ingezet of beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
Artikel 5.8. Regels voor pgb: nagenoeg identiek aan artikel 4.7. verordening jeugdhulp 2023 m.u.v. artikel 4.9.omdat de indexering van de PGB-tarieven is opgenomen in artikel 5.9. Nieuw : Artikel 5.9. Tarieven persoonsgebonden budget 1.
2.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor professionele zorgverleners is gelijk aan de werkelijke kosten tot het maximum van het toepasselijke pgb bedrag zoals opgenomen in bijlage 1. Aan deze pgb-tarieven liggen de tarieven zorg in natura ten grondslag. De pgb-tarieven zijn gebaseerd op 85% van de kostprijs van zorg in natura.
Jaarlijks worden de tarieven per 1 januari verhoogd met een indexering. Voor wat betreft het bepalen van het indexeringspercentage wordt aangesloten bij de indexering die de gemeenten in de regio Hart van Brabant betaalt aan de door haar gecontracteerde zorgaanbieder voor de betreffende voorziening in natura. Is in het contract geen indexering voorzien, dan wordt ook het pgb niet verhoogd. Jaarlijks publiceert het college de pgb bedragen, vermeerderd met indexering zoals die gelden voor professionele dienstverlening per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. 3. De persoonsgebonden budgetten voor informele zorgverleners voor begeleiding en persoonlijke verzorging zijn gebaseerd op het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FGW 30) van de voor de betreffende periode geldende CAO vvt (Verpleeg en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. De persoonsgebonden budgetten worden geïndexeerd conform deze cao.
Nieuw : Artikel 5.10 Eisen ten aanzien van de zorgverlening in de vorm van een PGB. 1. 2. 3.
4.
Om goede kwaliteit van zorgverlening te kunnen waarborgen worden eisen gesteld aan de kwaliteit van zorgverleners. Voor álle zorgverleners gelden de eisen zoals opgenomen in bijlage 2. Alleen indien aan deze eisen wordt voldaan kan zorg worden ingekocht bij betreffende zorgverlener. Alleen voor professionele zorgverleners die voldoen aan de eisen zoals opgenomen in bijlage 2 kan het tarief voor een professionele zorgverlener worden toegekend. Zorgverleners die niet voldoen aan deze eisen ontvangen het tarief van de informele zorgverlener. Het college kan nadere regels stellen.
Artikel 5.11 Advisering : identiek aan artikel 4.8. van de verordening jeugdhulp 2023. Hoofdstuk 6 Klachtenregeling en vertrouwenspersoon
Inhoud van hoofdstuk 6 in de verordening Jeugdhulp 2023 is verschoven naar hoofdstuk 7 in de nieuwe verordening Jeugdhulp 2025. Nieuw hoofdstuk 6 is Toezicht en Handhaving geworden. Artikel 6.1. t/m 6.3. is identiek aan artikel 5.1. t/m 5.3. van de verordening Jeugdhulp 2023.
Hoofdstuk 7 Inspraak
Inhoud van hoofdstuk 7 in de verordening Jeugdhulp 2023 is verschoven naar hoofdstuk 8 in de nieuwe verordening Jeugdhulp 2025. Nieuw hoofdstuk 7 is Klachtenregeling en vertrouwenspersoon Artikel 7.1. en 7.2 is identiek aan artikel 6.1. en 6.2. van de verordening Jeugdhulp 2023. Inhoud van hoofdstuk 8 in de verordening Jeugdhulp 2023 is verschoven naar hoofdstuk 9 van de nieuwe verordening Jeugdhulp 2025. Nieuw hoofdstuk 8 is Inspraak. Artikel 8.1. en 8.2 is identiek aan artikel 7.1. t/m 7.6. van de verordening Jeugdhulp 2023 Nieuw toegevoegd aan de verordening Jeugdhulp 2025. : Hoofdstuk 9: Slotbepalingen. Artikel 9.1 t/m 9.6. is identiek aan artikel 8.1 t/m 8.6 in de verordening Jeugdhulp 2023 met uitzondering van de data voor intrekking van de oude verordening en inwerkintreding van de nieuwe verordening 2025.
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen