CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Hoofdpunten aanpassingen standplaatsenbeleid

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Algemene plaatselijke verordening 20221.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdpunten ambtelijke koers standplaatsenbeleid Er is de afgelopen jaren veel veranderd mbt wet- en regelgeving en jurisprudentie voor standplaatsen. Standplaatsen zijn "schaarse vergunningen" die moeten voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn. Dit betekent onder andere voor alle gegadigden gelijke kansen op een standplaatsvergunning. De huidige beleidsregels voor standplaatsen dateren uit 2019; een voortzetting van het in 2014 opgestelde beleid. Deze zijn toe aan vernieuwing, omdat ze niet meer passen bij de actuele situatie. Ook voldoen ze niet aan de geldende regelgeving rond schaarse vergunningen. Ambtelijk is ter voorbereiding op de actualisatie afstemming geweest over de noodzakelijk en gewenste veranderingen. De belangrijkste voorgestelde beleidsuitgangspunten zijn: Schaarse vergunningen We nemen het standpunt in dat standplaatsen als activiteit vallen onder de vrijheid van vestiging als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Europese Dienstenrichtlijn. Dit sluit aan bij overweging 77 van de Dienstenrichtlijn. Daarin staat dat het tijdelijk karakter van een activiteit beoordeeld moet worden op de duur van de dienstverrichting en haar regelmatigheid, frequentie of continuïteit. Het is verplicht een verdelingsbeleid te voeren dat verzekert dat alle gegadigden gelijke kansen hebben. Dit biedt huidige en nieuwe ondernemers meer duidelijkheid en zekerheid.

Deregulering In het oude beleid waren er 4 soorten standplaatsvergunningen: vaste, seizoen, ideële en incidentele. Standplaatsen geven al gauw overlast op de omgeving (verkeersveiligheid, geur, geluid). Ze volledig vergunningsvrij maken of het niet aanwijzen van locaties is daarom niet wenselijk. Er is te veel risico op wildgroei van standplaatsen op ongewenste locaties en op overlast. De vergunning voor de wekelijkse standplaatsen (vast en seizoen) houden we in stand. We streven naar deregulering van ideële en incidentele standplaatsen. Dit zijn standplaatsen die in duur zeer beperkt zijn waardoor het risico op overlast klein is. Dit wil niet zeggen dat er voor deze standplaatsen geen regels zijn. In de APV worden de voorwaarden opgenomen waar ze aan moeten voldoen en waar ze niet zijn toegestaan. Looptijd De duur van een nieuwe standplaatsvergunning (vast en seizoen) wordt tien jaar. Dit is nu nog 3 jaar voor vaste standplaatsen en 1 jaar voor seizoen standplaatsen. De Dienstenrichtlijn stelt als voorwaarde dat de vergunninghouder de tijd moet krijgen de gemaakte investering terug te verdienen. Rekening houdend met de afschrijvingstermijn en de terugverdientijd. Als gemeente vinden wij het belangrijk om goede ondernemingen te trekken. En we willen ondernemers de kans geven om hun investeringen terug te verdienen met een redelijke winstmarge.

Daarnaast hopen we dat de sector zichzelf verder zal verduurzamen. Dit vraagt ook om investeringen. Adviesrapporten vanuit de branchevereniging voor ambulante handel (CVAH) en onderzoek van SEO Economisch Onderzoek bieden onderbouwing voor de termijn van 10 jaar. Overgangstermijn We respecteren bestaande rechten door een overgangstermijn voor zittende ondernemers ondernemers die beschikken over een standplaatsvergunning- te hanteren. De vergunning van deze standplaatshouders zetten we om naar een persoonsgebonden vergunning voor 10 jaar. Voor zowel vaste als seizoenstandplaatsen. In de praktijk zien we dat een groot aantal standplaatshouders na afloop van hun vergunning een nieuwe vergunning aanvraagt (en krijgt) voor de zelfde branche op dezelfde locatie. Zo hebben deze ondernemers vaak al tientallen jaren een verlenging van hun vergunning. Met de overgangstermijn bieden we ze de tijd zich aan de nieuwe regels aan te passen. De vergunning is persoonsgebonden vanwege het beginsel van gelijke kansen.

Verdeling Vergunningen voor nieuwe aanvragen gaan we verdelen door loting. Loting is neutraal en transparant. Het biedt gelijke kansen voor alle aanvragers en heeft beperkte administratieve lasten vergeleken met het alternatief, een selectieprocedure. Selectie heeft grotere administratieve lasten voor alle partijen, is duur en kost veel tijd. Dit afgezet tegen het relatief beperkt aantal vergunningen is loting de meest efficiënte procedure. Branchering In beginsel geldt geen branchering meer. Branchering is de beperking van verkoop van dezelfde producten in tijd en plaats. De dienstenrichtlijn staat branchering alleen toe om ‘dwingende reden van algemeen belang’. Economische ordening is geen geldig criterium voor branchering. De redenen voor branchering zijn echter vaak economisch gedreven. Bijvoorbeeld ter bescherming van het bestaande voorzieningenaanbod of om te zorgen voor een goede spreiding van voorzieningen. Locaties Op dit moment zijn er enkele locaties waar standplaatsen worden gedoogd, maar die nog niet in het beleid zijn opgenomen (Sprang Capelle Jeroen Boschstraat en particuliere locatie DMG). Dat corrigeren we met deze actualisatie. Een vergunning is ook voor deze locaties verplicht. Ook voegen we een toekomstige nieuwe locatie toe: Muzenkamer Landgoed Driessen. Er is al heel lang vraag naar een standplaatslocatie in Driessen.

Gezien de groei van het woongebied en het beperkte aantal voorzieningen biedt een standplaatslocatie meer variatie in aanbod voor de inwoners. De overige bestaande locaties blijven gehandhaafd. We leggen de locaties vast in een aanwijzingsbesluit. Omgevingswet De beleidsregels worden omgevingswetproof opgesteld. Met het vormgeven van het beleid houden we rekening met de voorbeeldregels uit de Staalkaart Verordening deel 2 van de VNG. Hiermee zijn de beleidsregels straks een ingrediënt voor het Omgevingsplan (2029). Duurzaamheid We kiezen ervoor om verduurzaming niet af te dwingen met lokale regels. Het is aan de sector zelf om daar op een passende en haalbare manier mee om te gaan. Overige wijzigingen De optie om een vergunning aan te vragen voor een dagdeel komt te vervallen. Zo vereenvoudigen we de lotingprocedure en administratie. De vergunning geldt voor een dag. De ondernemer heeft de keuze of de locatie de hele dag of voor een dagdeel ingenomen wordt. We verruimen de mogelijkheden van de seizoensgebonden standplaatsen door 2 seizoenen te hanteren. Voor elk seizoen kan een vergunning aangevraagd worden voor seizoensgebonden producten. Dit om dit beperkt aantal efficiënter te gebruiken en meer ruimte te bieden voor seizoenverkoop. Hoe verder? De APV wordt op enkele onderdelen aangepast.

Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij de modelverordening van de VNG We nodigen na de zomer direct belanghebbenden (standplaatshouders, DMG, CVAH) uit voor een inloopsessie om te luisteren naar hun wensen en verwachtingen. Daarvoor sturen we een brief met deze ambtelijke lijn. Inclusief een toelichting: “wat betekent dit voor u?” Standplaatsen zijn APV, en daarmee een bevoegdheid van het college. Maar we informeren de raad wel over de voorgenomen koers en het proces. We stellen het beleid op en leggen deze ter inzage. Streven voor vaststelling door het college is dezelfde periode als de APV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12014247/2