CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Aanmeldnotitie Grotestr 239-243 Ww

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Grotestraat 239-2433.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘bestemmingsplan Waalwijk, Grotestraat 239-243’

08 juni 2022 (versie 1)

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................... 3

2.

Planvoornemen ................................................................................ 4

3.

Inhoud.............................................................................................. 7

4.

Toetsing ........................................................................................... 8

5.

Conclusie ........................................................................................ 17

2

1. Inleiding Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze aanmeldnotitie omvat de eerder genoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. In hoofdstuk 2 is het plan kort toegelicht en getoetst aan de hiervoor genoemde drie situaties met betrekking tot een eventuele m.e.r.-plicht. In hoofdstuk 3 zijn de selectiecriteria (toetscriteria) uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt de toetsing aan deze criteria, waarna in hoofdstuk 5 de conclusie is toegelicht.

3

2. Planvoornemen Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een woongebouw met commerciële functies in de plint van een deel van het gebouw. Het programma omvat 19 woningen (appartementen en maisonnettes) en 200 m² aan commerciële ruimte (detailhandel / lichte horeca). Het gebouw wordt gerealiseerd op deels bebouwde gronden in de bebouwde kom van Waalwijk. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.570 m².

Luchtfoto met het plangebied blauw omcirkeld. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)

Luchtfoto en kadastrale situatie. Het plangebied is blauw omlijnd. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)

4

3D-impressies beoogde situatie Waalwijk (Bron: Architectenbureau Van Reeven)

Omdat het plan niet leidt tot extra stikstofemissie en -depositie kunnen de significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied worden uitgesloten. Gelet hierop is er geen passende beoordeling benodigd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D 11.2 als ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’.

5

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit woningbouwproject bestaat uit de bouw van maximaal 19 woningen (appartementen en maisonnettes) en 200 m² aan commerciële ruimte (lichte horeca / detailhandel). De plandrempel betreft de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Daarmee ligt het plan ruim onder de plandrempel zoals genoemd bij de activiteit D11.2. De (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. worden niet overschreden, zodat op basis daarvan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde “vormvrije m.e.r.-beoordeling”. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het navolgende hoofdstuk wordt ingegaan op de Europese richtlijn, waarna in hoofdstuk 4 aan deze criteria wordt getoetst.

6

3. Inhoud Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit volgt uit artikel 7.17, derde lid Wm. Het gaat om de volgende criteria: o de kenmerken van het project; o de plaats van het project; o de kenmerken van de potentiële effecten. Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, en de risico van ongevallen (met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën).

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn), gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de twee voornoemde punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

7

4. Toetsing Kenmerken van het project Criteria

Beschrijving

Omvang van het project

Het particuliere initiatief betreft de realisatie van een woongebouw met commerciële functies in de plint van een deel van het gebouw. Het programma omvat 19 woningen (appartementen en maisonnettes) en 200 m² aan commerciële ruimte (detailhandel / lichte horeca). Ten oosten van het gebouw, tussen dit gebouw en het nieuwe Schoenmuseum aan het Raadhuisplein, wordt een nieuwe doorsteek gerealiseerd vanaf de Taxandriaweg en Winterdijk richting het centrum. Het plangebied heeft grofweg betrekking op de percelen van de panden Grotestraat 239 (woonhuis), Grotestraat 243 (winkelpand Intersport) en het voormalige Scoutinggebouw aan de Winterdijk. De beoogde ontwikkeling is gelegen in het centrum van Waalwijk. In het bijzonder gaat het om de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Waalwijk, sectie G, nummers 491, 835, 984, 985 (ged.) 1066 en 1067. De totale kadastrale grootte bedraagt ongeveer 2.570 m².

8

Cumulatie met andere projecten

Ter plaatse of in de directe nabijheid van het project spelen momenteel geen andere projecten waarmee cumulatie van effecten te verwachten is.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

Productie afvalstoffen

Door de activiteit komen geen relevante afvalstoffen vrij. Zowel bij het bouwrijp maken van het plangebied als bij de nieuwbouw komen afvalstoffen vrij. De bestaande panden worden op verantwoorde wijze afgebroken en afgevoerd, met respect voor mens en milieu. Waar mogelijk en in overleg met de aannemer wordt circulair bouwen toegepast.

Verontreiniging en hinder

Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten waterhuishouding, bodem (inclusief asbest), geluid, ecologie en luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten.

Wat betreft bomen komt in het plangebied een waardevolle boom voor. Deze boom staat ter plaatse van de doorsteek en is in het bestemmingsplan beschermd ten behoeve van het behoud van deze boom. Risico voor ongevallen

Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. In het gebied wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De activiteit zelf levert in de aanlegfase en gebruiksfase geen extra risico op milieukundige ongevallen.

Locatiekenmerken van het project Criteria

Beschrijving

Bestaand grondgebruik

Het plangebied ligt in het centrum van Waalwijk, in het gebied tussen de Grotestraat (ten zuiden) en de Winterdijk (ten noorden). Direct ten oosten van het plangebied ligt het nieuwe schoenenmuseum (voormalige Raadhuis) aan het Raadhuisplein. De naaste omgeving van het plangebied bestaat verder uit diverse centrumfuncties (detailhandel, maatschappelijke functies, commerciële dienstverlening, horeca en wonen). Ten noorden van de Winterdijk ligt een centrale parkeervoorziening voor het centrum van Waalwijk en het gemeentekantoor. Het plangebied zelf bestaat uit een voormalig winkelpand (Grotestraat 243), een grondgebonden woning (Grotestraat 239) en het voormalige scoutinggebouw (Winterdijk 30a), allen met bijbehorend erf. Enkele jaren geleden is een langzaam verkeerverbinding gerealiseerd vanaf de Winterdijk (tussen de panden Winterdijk 30/30b en Winterdijk 30a) naar de Grotestraat. Deze verbinding loopt dwars door het plangebied en sluit tussen de panden Grotestraat 239 en 243 aan op de Grotestraat.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied

De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Binnen het plangebied staat wel een behoudenswaardige boom. Deze boom wordt zowel tijdens de bouw als op lange termijn (middels het bestemmingsplan) beschermd.

Opnamevermogen milieu met aandacht voor beschermde gebieden.

Cultuurhistorie Binnen het projectgebied zelf komen geen gemeentelijke- of Rijksmonumenten voor. Uit de provinciale Cultuurhistorische kaart blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van een gebied dat historisch stedenbouwkundig van cultuurhistorische betekenis is. Het gaat om het lint Grotestraat met lintbebouwing. Direct ten oosten van het

9

plangebied staat een Rijksmonument. Het betreft het oude raadhuis wat recent is omgebouwd naar een Schoenenmuseum. Direct tegenover het plangebied aan de Grotestraat 196, 198 en 200-200a staan enkele winkelpanden/woonhuizen die zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Ten westen van het plangebied staat aan de Winterdijk een voormalig overheidsgebouw dat is aangewezen als ‘overige bouwkunst’. Bij de totstandkoming van het architectonische ontwerp van het pand is zo goed mogelijk rekening gehouden met de cultuurhistorische waardevolle objecten en elementen in de omgeving. Dit komt onder meer terug door verwijzingen naar zowel het naastgelegen Krophollercomplex, aangrenzende panden in de Grotestraat als naar de arbeiderswoningen van weleer. Op die manier wordt tevens recht gedaan aan de monumentale waarde van omliggende panden. Vanwege de doorsteek tussen de Winterdijk en de Grotestraat krijgen de aanliggende monumenten meer ruimte rondom zich en worden ze beter beleefbaar. Archeologie Uit de gemeentelijke Archeologische beleidskaart blijkt dat het plangebied is gelegen binnen een ‘Gebied van archeologische waarde’ (categorie 2). Bodemverstorende activiteiten (bijvoorbeeld nieuwbouw of aanleg retentievoorzieningen) mogen binnen een als zodanig aangewezen gebied alleen plaatsvinden als vooraf onderzoek heeft plaatsgevonden naar de archeologische waarden in het gebied.

Dit geldt alleen voor bouwwerken of het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder maaiveld. In de huidige situatie is het plangebied voor een groot deel bebouwd. De nieuwe bebouwing bedraagt meer dan 100 m², maar zal worden opgericht op dezelfde plaats als waar in de huidige situatie reeds bebouwing voorkomt. Vanwege de huidige bebouwing mag worden aangenomen dat de bodem hier reeds verstoord is. In de rest van het plangebied zijn geen bodemverstorende activiteiten voorzien. In het kader van dit bestemmingsplan is dan ook geen archeologisch onderzoek nodig. Beschermde gebieden De projectlocatie kent geen bijzondere aardkundige waarden. Het plangebied ligt niet in een natuurgebied dat in het kader van de Wnb is aangewezen (Natura 2000-gebied). De dichtstbijzijnde natuur die onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-netwerk is het gebied “Langstraat”, dat is gelegen op ongeveer 1,7 kilometer ten westen van het plangebied. Ook ligt op ongeveer 2,2 kilometer ten zuidoosten van het plangebied het Natura 2000-gebied “Loonse en Drunense Duinen &

10

Leemkuilen”. Dit zijn ook de twee dichtstbijzijnde beschermde NNBgebieden. Binnen een straal van 10 kilometer van het plangebied liggen nog twee andere Natura 2000-gebieden, te weten “Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem” (ca. 7,5 km ten noordwesten) en “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek” (ca. 7,6 km ten oosten). Bodem De activiteit heeft geen negatieve effecten op bodem en/of (grond)water. Om de bodemkwaliteit ter plaatse van de nieuwbouw in beeld te brengen, hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden. Deze rapporten zijn opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen en volgen hierna de belangrijkste bevindingen. Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem Grotestraat 239, Waalwijk Binnen het onderzoeksgebied zijn verhoogde gehalten aan lood, koper, kwik, zink en PAK. Voor de bovengrond geldt dat de licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen waarschijnlijk zijn te relateren aan de diffuse binnenstedelijke bodemverontreiniging welke verwacht kan worden op basis van de bodemkwaliteitskaart (zone wonen voor 1900 – kern Waalwijk, bovengrond klasse industrie met 95percentielwaarde > I voor enkele zware metalen). Gezien bovenstaande en dat de interventiewaarde op de locatie niet wordt overschreden, wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. Afhankelijk van het toekomstig bodemgebruik kunnen de aangetoonde matig verhoogde gehalten aan lood kunnen mogelijk wel een belemmering vormen voor dit gebruik. Een loodconcentratie van 370 mg/kg levert bij het gebruik Wonen met tuin, weinig tot geen risico op gezondheidsschade. Voor andere gevoelige gebruiksvormen zoals kinderspeelplaatsen en moestuinen zijn de richtwaarden respectievelijk 260 en 390 mg/kg. De tijdens het huidige onderzoek gemeten gehalten aan lood variëren van 330 tot 460 mg/kg. Tijdens het bodemonderzoek is op één plek asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen op de bodem. Het asbesthoudende materiaal betreft cement, golfplaat en bestaat uit hechtgebonden chrysotiel (10-15 %) en crocidoliet (5-10 %). Het totale gewogen gehalte aan asbest komt uit op 55 mg/kg d.s. Dat is groter dan 0,5 x interventiewaarde voor asbest, waardoor er noodzaak is voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de bodem conform

11

de NEN 5707. Dit nader onderzoek is uitgevoerd en hieronder beschreven. Nader onderzoek naar asbest in de bodem Grotestraat 239 te Waalwijk Uit de resultaten van het uitgevoerde nader onderzoek naar asbest in de bodem blijkt dat er geen asbest is aangetoond in een gehalte hoger dan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen). Zodoende kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Verkennend bodemonderzoek Grotestraat 243, Waalwijk Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper, lood en/of kwik. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten met kwik en minerale olie gemeten. Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit is zowel de boven- als ondergrond beoordeeld als klasse industrie. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan arseen en molybdeen aangetoond. Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.

Op basis van verkennend onderzoek naar asbest in de bodem is in de zandige bovengrond zowel visueel (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt redelijkerwijs geen bezwaren met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling te verwachten. Conclusie Op basis van het voorgaande is de bodemkwaliteit in voldoende mate vastgesteld. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. Water In het kader van het bestemmingsplan heeft een watertoets plaatsgevonden. Daarbij is uitgaan van de randvoorwaarden en beleidsuitgangspunten van zowel waterschap Brabantse Delta als de gemeente Waalwijk. Tevens heeft een doorlatendheidsonderzoek plaatsgevonden, waarmee het infiltratievermogen van de bodem is onderzocht. Beide rapporten zijn bijgevoegd als bijlage bij de

12

toelichting van het bestemmingsplan. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. De conclusie van de watertoets is dat de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren is. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 0,25 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. In het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning wordt het plan te zijner tijd verder uitgewerkt, waarbij ook invulling wordt gegeven aan een waterneutrale uitvoering van het project. Gelet op het voorgaande worden er vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Soorten Uit de uitgevoerde quickscan flora & fauna is gebleken dat binnen het plangebied verschillende beschermde diersoorten kunnen worden verwacht. Negatieve effecten op beschermde diersoorten als gevolg van de beoogde ingrepen kunnen daardoor op voorhand niet worden uitgesloten Om deze reden is een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde zoogdieren (vleermuizen) en vogels (gierzwaluw en huismus).

In het nader onderzoek zijn de volgende beschermde natuurwaarden vastgesteld in het projectgebied: • Gewone dwergvleermuis (Paarverblijfplaats) • Er zijn tijdens het nader onderzoek geen indicaties van verblijven van huismus en gierzwaluw aangetroffen. Ten aanzien van vogelsoorten moet bij de werkzaamheden te allen tijde rekening gehouden worden met de aanwezigheid van broedende vogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Daarnaast is voor het uitvoeren van werkzaamheden een ontheffing van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van het aantasten van vaste verblijfplaatsen en het verstoren van de aanwezige gewone dwergvleermuis noodzakelijk. Deze ontheffing wordt aangevraagd parallel aan de ruimtelijke procedure van dit bestemmingsplan. De ontheffing is van belang voor de activiteiten om het project daadwerkelijk te kunnen realiseren, in dit geval in beginsel voor de sloop van de bestaande panden.

13

Voor het verkrijgen van de ontheffing wordt een Activiteitenplan opgesteld, waarin inzicht wordt gegeven in de beoogde werkzaamheden, het gedane ecologisch onderzoek, de mogelijke effecten van de werkzaamheden, de maatregelen om deze effecten te voorkomen en diverse afwegingen. Aanvullend wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld. Luchtkwaliteit Zowel gezien de aard van de ontwikkeling als de oppervlakte en het aantal woningen valt dit project zeer ruim onder de ondergrens van de categorie “niet in betekenende mate” bijdragend (NIBM). Bovendien wordt met dit bestemmingsplan geen gevoelige bestemming in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteit) mogelijk gemaakt. Echter maakt het plan niet alleen woningen, maar ook commerciële functies mogelijk. Met behulp van de NIBM-tool is aangetoond dat het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Daarbij zijn, uitgaande van een ‘worstcasescenario’, de volgende invoergegevens gebruikt: • Jaar van planrealisatie: 2022 • Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde): 234,9 mvt/etmaal (dit zijn de additionele motorvoertuigbewegingen ten opzichte van de huidige motorvoertuigbewegingen) (zie paragraaf 4.4). • Aandeel vrachtverkeer: 25 % (logischerwijs ligt dit percentage in werkelijkheid veel lager)

Bovenstaande afbeelding bevat de uitkomst van de NIBM-tool. De grens waaronder een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtkwaliteit is 1,2 μg/m³. Uit de tabel blijkt dat zowel voor stikstofdioxide (NO2) als fijn stof (PM10) de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is. Een onderzoek naar luchtkwaliteit is dan ook niet nodig.

14

Kenmerken van de potentiële effecten Criteria

Beschrijving

Bereik en aard van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Het plan omvat de sloop van een voormalig scoutinggebouw (Winterdijk 30a), een grondgebonden woning (Grotestraat 239) en een winkelpand (Grotestraat 243). Op de plek van deze laatste twee panden komt een nieuw woongebouw (19 appartementen en maisonnettes) terug, met 200 m² aan commerciële functies (detailhandel / lichte horeca) in een deel van de plint. De activiteit is zeer lokaal en de aard en omvang zijn beperkt. De meest verstrekkende effecten zijn te verwachten op het gebied van geluid (tijdens de aanlegfase) en lucht (eveneens tijdens de aanlegfase). Dit betreffen tijdelijke effecten. Voor deze aspecten worden echter geen belangrijk nadelige effecten verwacht. Uit de voorgaande beoordeling is gebleken dat ook wat betreft andere aspecten geen negatieve effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden. Uit de uitgevoerde onderzoeken (meerdere bodemonderzoeken, ecologische quickscan en nader onderzoek, stikstofdepositie, quickscan bedrijven en milieuzonering, onderzoek naar industrieen wegverkeerslawaai, externe veiligheid, watertoets en doorlatendheidsonderzoek, en bezonningsstudie) is gebleken dat het realiseren van het plan op deze locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten.

Voor de betreffende onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan.

Grensoverschrijdend karakter

De effecten hebben geen landsgrensoverschrijdende effecten. Er is sprake van een lokale stadsontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Een dergelijke stadsontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige centrum-stedelijke woon- en werkmilieu.

Orde van grootte en complexiteit effect

Er is geen sprake van onevenredige hinder.

Waarschijnlijkheid effect

Hindereffecten in de aanlegfase zijn te verwachten in verband met uitvoeringswerkzaamheden. In de gebruiksfase zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. Er worden aanvullende maatregelen

15

getroffen voor het optimaliseren van een goed woon- en leefklimaat t.a.v. wegverkeerslawaai. Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

16

De aanlegfase levert tijdelijk effecten op in verband met de uitvoeringswerkzaamheden, circa 12 tot 24 maanden. Na planrealisatie verdwijnen deze effecten. Er treden geen effecten op in de gebruiksfase.

5. Conclusie Gezien de omvang in relatie tot de drempelwaarde en de verwachte effecten, zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015679/1