CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.5 Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 S-C BE-0247

Raadsvergadering 11 april 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ongewijzigde Vaststelling bestemmingsplan Winterdijk 11 Sprang-Capelle3.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

Locatie: Winterdijk 11 Sprang Capelle Rapportnummer: 2023-BE-0247 In opdracht van: R & S Advies Lange gracht 4b 5091 SJ Middelbeers

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0247 Opdrachtgever R & S Advies Contactpersoon Mevrouw I. Spapens-Reijnders Locatie Winterdijk 11 5161 PH Sprang Capelle Auteur Frenk van de Wal

Opleverdatum 2 mei 2023 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 5 1.5 Geldigheid onderzoek ...................................................................................................... 5

2.

BELEIDSKADER .......................................................................................................... 6 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 6 2.3 Zorgplicht ......................................................................................................................... 6

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 7 3.1 Situering plangebied ........................................................................................................ 7 3.2 Nestlocaties huismussen .................................................................................................. 7

4.

ONDERZOEK .............................................................................................................. 8 4.1 Volledigheid van de inventarisatie ................................................................................... 8 4.2 Huismussen ...................................................................................................................... 8

5.

RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 11 5.1 Resultaten ...................................................................................................................... 11 5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding ....................................... 11 5.3 Aanbevelingen ................................................................................................................ 11

6.

BRONNEN ............................................................................................................... 13

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

SAMENVATTING

Initiatiefnemer heeft concrete plannen om de bestaande woning met een deel van de bedrijfsgebouwen aan de winterdijk 11 te Sprang Capelle te slopen, om daarna twee woningen met bijgebouwen en een mantelzorg woning te realiseren. Bij deze werkzaamheden is men gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht van R&S Advies is door Brabant Eco in februari 2022 een ecologische quickscan uitgevoerd. Op verzoek van gemeente Waalwijk is verzocht om aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar het voorkomen van huismussen en vooral naar de functie van het plangebied voor deze beschermde dieren. Dit omdat er de laatste jaren volgens NDFF de laatste jaren enkele waarnemingen van huismussen zijn geweest. Deze rapportage is een verslaglegging van het gedane onderzoek met de te verwachten effecten en kan als addendum van de quickscan worden gebruikt. Het doel van het aanvullend onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van huismussen en zo ja, met welke functie. Uitgevoerd onderzoek in april en mei 2023 leidt tot de conclusie dat het voorkomen van nesten van huismussen in de onderzochte te slopen gebouwen uitgesloten is. Ook maakt de planlocatie geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van huismussen. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling en bijbehorende werkzaamheden.

Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig.

Frenk van de Wal Brabant Eco Mei 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever R & S Advies is het voornemen om aan de Winterdijk 11 te Sprang Capelle in de gemeente Waalwijk het woonhuis met aanbouw en de achtergelegen voormalige rundveestallen met aanbouwen en garages/ loods te slopen. Daarna wil initiatiefnemer twee woningen realiseren op een oppervlakte van 1.750 m2 per perceel, met bijgebouwen en een mantelzorg woning. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om voordat de ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Citaat uit het rapport: “Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Waar vee wordt gehouden en gevoerd, is voor huismussen een voedselbron aanwezig. Het stoppen van een veehouderij gaat vaak gepaard met het vertrek van een huismussenpopulatie populatie door het ontstaan van onvoldoende voedselbronnen. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de gebouwen. Met de landschappelijke inpassing zal het leefgebied voor huismussen verbeteren.” Volgens opdrachtgever stelt de gemeente Waalwijk dat er in de rapportage onvoldoende beschreven is dat jaarrond beschermde nesten van de huismus zijn uit te sluiten.

Er zijn de laatste jaren meerdere huismussen waargenomen volgens NDFF. Met een aanvullend onderzoek naar huismussen is deze uitsluiting beter te onderbouwen. Met het nader onderzoek wordt het voorkomen van nestlocaties van huismussen en leefgebied van deze aangetoond of met zekerheid uitgesloten. Huismussen zijn beschermd. Daarom heeft Brabant Eco in opdracht van R&S Advies in het plangebied onderzoek naar nestplaatsen en het leefgebied van huismussen uitgevoerd. De bevindingen van het vervolgonderzoek naar huismussen zijn beschreven in deze rapportage en de rapportage kan als addendum aan genoemde quickscan worden toegevoegd.

1.2 Doelstelling Het doel van het aanvullend nader onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van huismussen en zo ja, met welke functie. Eveneens wordt naar aanleiding van de onderzoeksresultaten een effectbeoordeling gedaan om te toetsen of de Wet natuurbescherming wordt overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ingreep.

1.3 Centrale vraagstelling Vragen die centraal staan binnen dit nader onderzoek: o Maken huismussen gebruik van het plangebied als nest- verblijf- of rustplaats? o Is het naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep noodzakelijk een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming?

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming, waarbij onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van huismussen en het functioneel gebruik. o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek naar huismussen is uitgevoerd conform het Kennisdocument-Huismus-Versie 2.1februari 2023. (bijlage 1) o Bij het hanteren van het protocol, wordt in juridische zin voldaan aan de wensen die het bevoegd gezag stelt. Tevens wordt voldaan aan de inspanningsverplichting om tot een gedegen onderzoek te komen.

1.5 Geldigheid onderzoek Houdbaarheid van verspreidingsgegevens zijn aan een maximale periode gebonden. Na deze periode zijn de gegevens verouderd en dient beoordeeld te worden of de gegevens voldoende up-to-date zijn om te gebruiken bij ruimtelijke ingrepen. Bovengenoemde geldigheidstermijnen zijn in de Wet natuurbescherming niet dwingend voorgeschreven en kunnen afwijken indien de omstandigheden ter plaatse dat verlangen. Voor dit alles geldt wel dat de planlocatie niet significant is veranderd waardoor nieuwe leefsituaties kunnen zijn ontstaan.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

2. BELEIDSKADER

Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.

2.1 Gebiedsbescherming Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland.

2.2 Soortenbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogel- en habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten.

2.3 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Situering plangebied De planlocatie is gelegen aan de Winterdijk 11 in het buitengebied van Sprang-Capelle in de gemeente Waalwijk. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en bedrijfsbestemmingen. Ten zuiden van de planlocatie bevindt zich het natuurgebied Langstraat. Het plangebied bestaat uit bebouwing en verharding.

3.2 Nestlocaties huismussen Volgens gemeente staat er in de rapportage onvoldoende beschreven dat er jaarrond beschermde nesten van de huismus zijn uit te sluiten. Met een aanvullend onderzoek naar huismussen is deze uitsluiting beter te onderbouwen. Met het uit te voeren nader onderzoek wordt het voorkomen van nestlocaties van huismussen en leefgebied van deze aangetoond of met zekerheid uitgesloten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

4. ONDERZOEK

4.1 Volledigheid van de inventarisatie Het onderzoek is volgens het genoemde kennisdocument uitgevoerd. Een inventarisatie blijft echter uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan de Wet natuurbescherming. Wat betreft het (voor)onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. De onderzoekers van Brabant Eco zijn deskundig zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bedoeld. Er wordt gewerkt vanuit de expertise van de te onderzoeken soorten opgedaan door ervaring, studie, vrijwilligerswerk en bijscholing onder andere door de opleidingen in natuur, vogels, amfibieën en reptielen en vleermuizen (planologie en analyse van geluiden) en scholing algemeen in ecologie en natuurwetgeving. Brabant Eco voert ecologisch onderzoek uit voor een opgebouwde kring van opdrachtgevers onder ecologische bureaus, overheden, bedrijven en particulieren. De veldbezoeken zijn verricht door medewerkers Emma Heeren en Frenk van de Wal.

4.2 Huismussen 4.2.1 Introductie huismus De huismus, met als Latijnse naam Passer domesticus, is een zogenaamde half-holenbroeder (vogels die wel beschut willen zitten, maar daarnaast ook uitzicht willen hebben). De nesten komen voor in holtes onder dakpannen of gaten en nissen in gebouwen, bomen en aardwallen. Als dergelijke holtes niet aanwezig zijn nestelt de huismus op beschutte plekjes onder afdakjes, in dichte gevelbegroeiing, heggen en struiken. Dergelijke ‘natuurlijke’ nesten zijn nog altijd tamelijk voldoende aanwezig, echter door het sterk verminderde gebruik van dakpannen en het ontbreken van gaten en nissen in gebouwen is het aantal broedterritoria in steden en dorpen de laatste jaren sterk achteruitgegaan. Om deze reden wordt steeds meer gebruik gemaakt van vogelvides, speciale dakpannen, houten nestkasten of mussenpotten die worden bevestigd aan woningen, gebouwen, stallen of schuren. De nestplaats van een huismus is in de regel gebonden aan bebouwing. De huismus broedt in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Huismussen zijn uitgesproken standvogels, die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. In het broedseizoen blijven ze dichterbij de broedplaats.

Het zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. De habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop), plekken voor stofbaden en drinkwater. Ontbreekt een van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt. Vanaf maart wordt er aan het nest gebouwd. Het nest wordt het hele jaar door gebruikt als slaapplaats, waardoor er ook buiten de broedperiode aan het nest wordt gebouwd. De huismus is zeer honkvast, hij blijft het gehele jaar in de buurt van zijn eenmaal gekozen nest. Voorafgaand aan het broeden slapen vrouwtjes al op het nest. Tijdens strenge koude wordt het nest

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247 ook in de winter gebruikt voor overnachting. Plekken waar voedsel gezocht worden, moeten, zeker in gebieden waar predatoren aanwezig zijn, in de directe omgeving van schuil- en vluchtmogelijkheden liggen.

4.2.2 Onderzoeksmethode De inventarisatie is uitgevoerd conform het Kennisdocument-Huismus-Versie 2.1-februari 2023. Een kennisdocument geeft voor een soort onder andere een overzicht van veel gebruikte maatregelen die genomen kunnen worden als deze beschermde soort aanwezig is in of nabij een gebied waar de ruimtelijke activiteiten gaan plaatsvinden. Dergelijke maatregelen voorkomen of verminderen negatieve effecten op de soort als gevolg van die voorgenomen activiteiten. Naast de genoemde maatregelen in dit kennisdocument geldt in alle gevallen dat er ook oplossingen liggen in andere niet nader omschreven alternatieven voor de uit te voeren activiteiten. Ook is het te allen tijde mogelijk om af te wijken van de in dit document beschreven maatregelen, zolang de keuzes ecologisch onderbouwd worden. Verder beschrijft een kennisdocument de kenmerkende ecologische aspecten en de wijze waarop de aan of afwezigheid van de soort kan worden aangetoond. Er moet in beeld gebracht worden waar zich de locaties van nesten, rustplaatsen en functioneel leefgebied (zoals foerageergebieden, slaapplaatsen) van de huismus bevinden. Bij het inventariseren is gelet op de habitatkenmerken waarvan de huismus afhankelijk is, om zo de meest kansrijke plekken voor aantreffen te bepalen. Er wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidsprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).

Aangenomen kan worden dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur onder de volgende omstandigheden plaatsvinden: o goede weersomstandigheden (b.v. geen regen, harde wind en/of kou) o op geluidsluwe momenten (bijvoorbeeld de zondagmorgen in stedelijk gebied) o Op geschikte momenten op de dag (tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang is de meeste activiteit waar te nemen, met een piek in de ochtend) o met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.

Inventarisatieperiode huismus. Bron: kennisdocument huismus

Het exacte moment van aanvang van broeden van de huismus is afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden en kan in de eerste helft van maart en nog tot en met augustus plaatsvinden. Het is van belang dat ook in beeld wordt gebracht waar welke elementen van de functionele leefomgeving zich bevinden. Hiertoe behoren vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Het slapen kan gedurende het jaar op wisselende plekken gebeuren. Ook de plekken waar gedronken of gebaad kan worden of waar een stofbad genomen kan worden, behoren hiertoe. Het vaststellen van de locaties van de slaapplekken kan gedurende het gehele jaar het beste rond zonsondergang of zonsopgang plaats vinden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

4.2.3 Veldonderzoek Er zijn 2 veldbezoeken uitgevoerd om de eventuele aanwezigheid van huismussen in kaart te brengen. Hierbij is gelet op zichtbare nesten, maar ook op nest indicerend gedrag van huismussen. Ronde

Datum

Ecoloog

Tijd

Functie

1.

17-042023 01-052023

EH + FW

10:00 – 11:00 09:00 – 10:00

Voorkomen

Tempe ratuur 8 C

Voorkomen

11 C

2.

EH

Wind

Neerslag

Bewolking

3 BF NNO 0 BF NO

Geen

Bewolkt

Geen

Bewolkt

Tijdens de veldbezoeken is er gezocht of er in het plangebied en de directe omgeving nestplaatsen aanwezig zijn. Ook is er gefocust op de aanwezigheid van functioneel leefgebied voor de huismus. Tijdens beide onderzoeken zijn er waarnemingen gedaan van huismussen bij de huisnummers 12 en 14, deze kunnen schuilen in de ruim aanwezige beplanting van de tuinen tussen die huisnummers. Er zijn er geen huismussen of nestlocaties van deze op de planlocatie waargenomen. Ook is er geen nestindicerend gedrag waargenomen in de te slopen gebouwen.

Huismussen op pannendak nummer 12

Leefgebied huismussen tussen nummers 12 en 14

4.2.4 Conclusie huismussen De waarnemingen geven aan dat in de gebouwen van de planlocatie geen nestlocaties van huismussen aanwezig zijn. Door sloop van de bebouwing is er geen significante afname van functioneel leefgebied van huismussen. In de directe omgeving van het plangebied komen nestlocaties van huismussen en leefgebied van deze voor.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

5. RESULTATEN EN ADVIES

5.1 Resultaten 5.1.1 Algemeen o o o

Het onderzoek vond plaats in april en mei 2023. Het gehele plangebied met daarbij alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Het plangebied is twee keer bezocht om veldonderzoek uit te voeren. Dit bij gunstige weersomstandigheden en op een moment op de dag waarop de meeste activiteit is waar te nemen met een minimale tussenliggende periode van 10 dagen.

5.1.2 Huismussen o o o

E zijn geen huismussen waargenomen in of nabij de te slopen gebouwen en er zijn in deze gebouwen ook geen nesten aanwezig. De te slopen gebouwen of het overige deel van het plangebied zijn geen essentieel onderdeel van het leefgebied van de huismus. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de geplande ontwikkeling. Er is geen ontheffingsaanvraag nodig.

5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding Uit nader onderzoek naar huismussen is gebleken dat in de onderzochte gebouwen geen vaste nestplaatsen van huismussen aanwezig zijn. Door de geplande werkzaamheden is er weliswaar sprake van een tijdelijke beperkte verstoring van foerageergebied voor huismussen, maar dit heeft geen wezenlijk effect op de functionaliteit van de leefomgeving als geheel omdat er voldoende alternatieven in de directe omgeving overblijven. De voorgenomen plannen hebben daarom geen negatief effect op onderzochte diersoorten en hebben derhalve geen overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor huismussen is niet nodig.

5.3 Aanbevelingen (www.checklistgroenbouwen.nl) (www.bouwnatuurinclusief.nl) o

o

De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Verder kunnen er vogels broeden in de omgeving van het plangebied. Werkzaamheden die een verstorend effect op broedende vogels veroorzaken dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli). In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen aanwezig. Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen of inbouwstenen worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid in de nieuw te bouwen woningen. Het aanbrengen van houten nestkasten is ook mogelijk, maar is minder duurzaam. Op deze manier kan de in de directe

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

o

o

o

omgeving aanwezige populatie zich naar de planlocatie uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt wordt, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels. Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn.

Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. Bij onvoorziene omstandigheden dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Nader onderzoek huismussen Winterdijk 11 Sprang Capelle, BE-0247

6. BRONNEN

Vooraf Quickscan Brabant Eco BE-0504 (d.d. 12 december 2022) Websites www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl www.vivarapro.nl www.checklistgroenbouwen.nl www.zoogdiervereniging.nl

Andere bronnen Netwerk Groene Bureaus Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011

Bijlagen Bijlage 1: Kennisdocument-Huismus-Versie 2.1-februari 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13781756/1