CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Was-wordt tabel

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Reglement van orde van de raad van Waalwijk 20248.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel Reglement van orde van de raad Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert cursief gezet. Woorden of zinsneden die verdwijnen uit de huidige tekst zijn doorstreept. In de ‘nieuwe’ tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen e. Lange TermijnAgenda: digitaal systeem, waarin staat de termijnagenda van de raad, aangenomen moties, door college gedane toezeggingen, terugkoppeling van ingekomen stukken en door het college toegezegde evaluaties;

raadsvergaderingen: Besluit (A), Debat & Besluit (B) en bijzondere raadsvergaderingen termijnagenda: jaarplanning van behandeling van onderwerpen door de raad l. hij: Daar waar in het reglement van orde ‘hij’ staat, leest u ook ‘zij, hen, of die’. Toelichting artikel 1: In het nieuwe vergadermodel vervallen het Besluit (A) en Debat & Besluit (B). Bijzondere raadsvergaderingen hoeft niet expliciet benoemd te worden omdat op grond van artikel 11, 3 e lid, de agendacommissie de ontwerp-raadsagenda anders kan bepalen. Artikel 2 De voorzitter 1.

2.

De voorzitter is belast met het leiden van de raadsvergadering, het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen, het doen naleven van het reglement van orde en wat in de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Wanneer de voorzitter in de hoedanigheid van portefeuillehouder dan wel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de vicevoorzitter.

Toelichting artikel 2: Met lid 1 en 2 wordt vastgelegd waarmee de burgemeester als voorzitter van de raad belast is resp. het overdragen van de voorzittershamer bij deelname aan het debat als collegevoorzitter resp. portefeuillehouder.

Artikel 2 Het fractievoorzittersoverleg

Artikel 3 Het fractievoorzittersoverleg 6. 7.

Elke fractievoorzitter, of diens vervanger, heeft één stem. Besluiten worden in beginsel op basis van consensus genomen. De vergaderingen zijn besloten en het verslag is niet openbaar.

Toelichting artikel 3: Lid 6: Uitgangspunt is dat het fractievoorzittersoverleg geen besluitvormend orgaan is. Het houdt zich met name bezig met zaken rondom de bedrijfsvoering van de raad. Hierop zijn enkele uitzonderingen. Het

1

fractievoorzittersoverleg kan bijvoorbeeld de werkwijze en spelregels van de overige vergaderingen dan de raadsvergadering wijzigen. Met lid 7 wordt een al bestaande handelswijze formeel vastgelegd. Artikel 3 De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen

Artikel 4 De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen

1. 1.

De agendacommissie bestaat uit de voorzitter en vicevoorzitters van de raad.

3.

De voorzitter kan voorstellen de algemeen directeur uit te nodigen voor de agendacommissie.

2.

3.

4. 5.

6. 7.

De agendacommissie is ingesteld op grond van artikel 84 van de wet. De agendacommissie bestaat uit de vicevoorzitters van de raad en de 1e vicevoorzitter is voorzitter van de agendacommissie. De burgemeester is adviseur van de agendacommissie en kan zich bij verhindering laten vervangen door de locoburgemeester. De griffier is de secretaris van de agendacommissie. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet; b. het beheer van de termijnagenda van de raad en het zorgdragen voor een zo evenwichtig mogelijke spreiding van de behandeling van onderwerpen, die op de termijnagenda staan; c. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadsbijeenkomsten; d. technische evaluatie van vergaderingen en bijeenkomsten van de raad; e. vaststellen jaarschema van de vergaderingen de raad. De agendacommissie kan anderen uitnodigen voor haar vergadering. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.

Toelichting artikel 4: Lid 1: Door de agendacommissie in te stellen op grond van de wet is automatisch een aantal zaken geregeld zoals het voorzitterschap en de mogelijkheid te vergaderen achter gesloten deuren. Lid 2 en 3: Vanuit het perspectief dat de raad over zijn eigen agenda gaat, is het voorstel niet de voorzitter van de raad maar de 1e vicevoorzitter voorzitter van de agendacommissie te maken. Dit kan ook zorgen voor een kleinere spagaat bij de burgemeester tussen collegebelangen en raadsbelangen. In principe is de burgemeester bij elke agendacommissie als adviseur aanwezig. Meer gemeenten zoals Tilburg hebben deze constructie. Deze wijzigingen zijn met de burgemeester en agendacommissie afgestemd; zij kunnen zich hierin vinden. Met de toevoeging van d. en e. bij lid 5 én lid 7 wordt een bestaande werkwijze geformaliseerd. Artikel 5 Fractievolgers 1. 2.

3.

4.

Elke fractie kan twee commissieleden aanwijzen. Zij worden aangeduid als ‘fractievolger’. Een fractievolger hoeft niet op een kandidatenlijst voor de verkiezingen van de lopende bestuursperiode te staan maar is wel lid van betreffende partij. Artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet evenals lid 1 en 2 van artikel X5 én lid 1 t/m 4 van X8 van de Kieswet zijn van toepassing voor een fractievolger. Een fractievolger kan deelnemen aan alle

2

5.

6.

7.

bijeenkomsten van de raad, geïnitieerd en georganiseerd door de griffie, behoudens een raadsvergadering. Indien de raad of het fractievoorzittersoverleg dit bepalen, kan een fractievolger lid zijn van een commissie of raadswerkgroep. Voor elke bijgewoonde vergadering onder lid 5 en 6 ontvangt een fractievolger een vergoeding overeenkomstig artikel 3.4.1. van het rechtspositiebesluit. Fractievolgers hebben dezelfde toegang tot het raadsinformatiesysteem als raadsleden.

Toelichting artikel 5: Dit artikel is nieuw. Hiermee wordt de positie van fractievolgers formeel vastgelegd. Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden, onderzoek fractievolgers en kandidaat-wethouders

1.

Na de verkiezingen stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden met ondersteuning van de griffie. Deze commissie onderzoekt: a. het proces-verbaal van het centraal stembureau ter advisering van de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering na de raadsverkiezingen over het rechtmatig verloop van de verkiezingen; b. de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden na de verkiezingen en bij een tussentijdse vacature;

1.

2.

De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

3.

De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad, de toelating van fractievolgers en de benoeming van wethouders. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

3.

Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

4.

Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

4.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

5.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

6.

De griffier is secretaris van de commissie.

2.

Na de verkiezingen bij de toelating van de raadsleden stelt de raad de commissie Geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden. Tevens benoemt de raad twee plaatsvervangende leden. Deze commissie onderzoekt: a. het proces-verbaal van het centraal stembureau ter advisering van de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering na de raadsverkiezingen over het rechtmatig verloop van de verkiezingen; b. de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden na de verkiezingen en bij een tussentijdse vacature; c. de benoembaarheidsvereisten voor fractievolgers; d. benoembaarheid wethouders.

Toelichting artikel 6: Aan lid 1 is de plaatsvervanging van de leden toegevoegd. Dit is met name i.v.m. de benoeming van de wethouders (zie artikel 7, lid 7). In lid 2 en 3 worden de volledige werkzaamheden van de commissie geformaliseerd. Naast het onderzoeken en uitbrengen van advies over de benoembaarheid van raadsleden, ook het onderzoeken en advies uitbrengen over de benoembaarheid van fractievolgers en wethouders. Met de toevoeging van ‘bedoeld in artikel 18 van de wet’ bij lid 4 wordt expliciet vastgelegd, welke raadsvergadering volgens de wet wordt bedoeld. De tekst van artikel 18 luidt: ‘de raad vergadert na de

3

periodieke verkiezingen van zijn leden voor de eerste mail in nieuwe samenstelling op de dag met ingang waarvan de leden van de raad in oude samenstelling aftreden’. In lid 6 wordt de ondersteuning van de commissie geregeld. Artikel 5 Benoeming wethouders

Artikel 7 Benoeming wethouders

2.

2.

3. 4.

De burgemeester verzoekt voor de aanvang van iedere ambtstermijn de kandidaat-wethouders zich aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De aan de kandidaat-wethouder aan te vragen verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 29 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens maakt hiervan onderdeel uit. De procedure van de risicoanalyse integriteit wordt afzonderlijk geregeld. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

3.

4. 5. 6.

7.

8.

Daartoe overlegt de kandidaat-wethouder aan de commissie tenminste de daartoe noodzakelijke documenten alsmede: a. een uittreksel uit het bevolkingsregister; b. een Verklaring Omtrent het Gedrag, als bedoeld in artikel 36a, lid w 2 van de wet; c. een actueel curriculum vitae. Bij het voornemen tot kandidaatstelling van een wethouder geeft de burgemeester opdracht om de kandidaat-wethouder aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt schriftelijke verslag over de risicoanalyse integriteit aan de commissie uit. De procedure van de risicoanalyse integriteit kan afzonderlijk nader worden geregeld. De commissie brengt schriftelijk advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder met als bijlage het curriculum vitae van de kandidaat. Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Het advies is openbaar. De commissie kan haar bevindingen eventueel mondeling aan de raad toelichten. Een commissielid behorende tot de partij van waaruit een kandidaat-wethouder wordt voorgedragen, laat zich gedurende het onderzoek vervangen door een plaatsvervangend commissielid. De vergaderingen van de commissie zijn besloten.

Toelichting artikel 7: Met ingang van 1 januari 2023 is het een wettelijke verplichting voor kandidaat wethouders om een VOG te overleggen. Dit wordt in artikel 2 aangegeven. Met de leden 2 tot en met 8 wordt de huidige werkwijze, zoals beschreven in de bijlage ‘Integriteitstoets wethouders’ van de Gedragscode voor de burgemeester en wethouder 2018, geformaliseerd. Zie bijlage 3a voor deze gedragscode.

4

Artikel 6 Fracties

Artikel 8 Fracties

4.

4.

Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad gedaan als a. één of meer leden van een zittende fractie als zelfstandige nieuwe fractie gaat/gaan optreden onder mededeling van de naam van deze nieuwe fractie; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden onder mededeling van de naam van deze nieuwe fractie; c. één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie.

Toelichting artikel 8: In lid 4 worden alle mogelijkheden van fractie-afsplitsing, -samenvoeging en aansluiting benoemd. Hoofdstuk 2 Vergaderingen

Hoofdstuk 2 Raadsvergadering

Toelichting hoofdstuk 2: In het huidige vergadermodel is er maar één raadsvergadering. Voorheen waren er twee raadsvergaderingen: Besluit (A) en Debat & Besluit (B). Artikel 7 Vergadermodel

Artikel 9 Vergadermodel

2.

2.

Het fractievoorzittersoverleg kan dit model aanpassen.

De gespreksavond en informatieavond zijn commissies, ingesteld op grond van artikel 82 van de wet.

Toelichting artikel 9: Met lid 2 worden de gemeentewettelijke waarborgen geregeld. Paragraaf 1 Voorbereiding Artikel 8 Besluit (A)

Artikel 10 Tijd en plaats raadsvergadering

1.

Op de agenda van deze raadsvergadering staan raads- en initiatiefvoorstellen, burgerinitiatieven, de bij de raad ingekomen stukken en verslagen.

1.

2.

Over de onderwerpen die op de agenda staan, vindt geen beraadslaging maar uitsluitend besluitvorming plaats. De raad kan een raadsvoorstel vaststellen of terugverwijzen naar het college.

3. 4. 5.

Een raadslid kan een raadsvoorstel agenderen voor Debat & Besluit (B). De raad stelt de lijst van ingekomen stukken vast, waarbij een raadslid een ingekomen stuk kan agenderen voor een Forum.

6.

De raad stelt de verslagen vast.

Artikel 9 Debat & Besluit (B) 1.

2. 3.

2. 3. 4.

5.

De vergaderingen vinden plaats volgens een jaarlijks door de agendacommissie vast te stellen rooster. In de regel zijn de vergaderingen op donderdag vanaf 19.30 uur. Rond 21 uur – na afronding een onderwerp – last de voorzitter 10 minuten pauze in. De eindtijd van de raadsvergadering is 23.30 uur. De voorzitter bepaalt rond 23 uur of de vergadering al dan niet wordt afgemaakt. Uitgangspunt is de vergadering zoveel mogelijk afmaken. Voorzetting op een andere dag is in de regel op de eerstvolgende dinsdag om 19:30. De agendacommissie kan in bijzondere gevallen, in overleg met de voorzitter, een andere dag en/of een ander aanvangsduur bepalen en / of een andere vergaderplaats aanwijzen.

Op de agenda van deze raadsvergadering staan de vragenronde; de raadsvoorstellen, die in Besluit (A) voor deze vergadering zijn geagendeerd; moties vreemd aan de orde; interpellatieverzoeken. De vergadering bestaat uit een debatgedeelte en een besluitvormend gedeelte. De behandeling van de raadsvoorstellen, moties vreemd aan de orde en initiatiefvoorstellen worden behandeld in het debatgedeelte en vervolgens in het besluitvormend gedeelte.

5

Artikel 10 Bijzondere raadsvergaderingen Raadsvergaderingen die niet vallen onder de artikelen 8 en 9.

Toelichting artikel 10: Voorheen waren er twee raadsvergaderingen: Besluit (A) en Debat & Besluit (B). In het huidige vergadermodel is er maar één raadsvergadering. Deze vergadering wordt beschreven in artikel 10. Hierin zijn ook de gemaakte afspraken van de aanpassing van het vergadermodel beschreven. Paragraaf 1 Voorbereiding Artikel 11 Oproep

Artikel 11 Oproep en agenda

1.

1.

De voorzitter plaatst ten minste zeven dagen vóór de raadsvergadering de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering

2.

De voorzitter kan in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda met bijbehorende stukken op het raadsinformatiesysteem plaatsen.

3.

De ontwerp-raadsagenda bevat, tenzij de agendacommissie anders bepaalt, de volgende onderdelen: o algemeen: opening, mededelingen, vaststellen agenda, vragenronde, eventuele personele aangelegenheden in de raad o vaststellen van A-stukken (agendapunten zonder debat) o vaststellen lijst van ingekomen stukken, verslagen en besluitenlijsten o bespreking en vaststellen B-stukken (agendapunten met debat) o stukken terugverwezen naar het college (T-stukken) o sluiting. Voorstellen aan de raad kunnen worden gedaan door: o het college; o de burgemeester; o het fractievoorzittersoverleg; o een raadscommissie; o de rekenkamer. Amendementen en moties worden zo veel mogelijk uiterlijk de dag vóór de raadsvergadering op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

2.

De voorzitter plaatst ten minste 21 dagen voor Besluit (A) en 7 dagen voor Debat & Besluit (B) de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering kan de voorzitter in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda met bijbehorende stukken plaatsen op het raadsinformatiesysteem.

4.

5.

Toelichting artikel 11: Aan artikel 11 zijn de onderdelen van de ontwerp-raadsagenda toegevoegd. Daarnaast is toegevoegd welke gremia voorstellen aan de raad kunnen doen en de afgesproken spelregels over het plaatsen van amendementen en moties op het RIS.

6

Artikel 12 Ter inzage leggen van de stukken

Artikel 12 Openbare kennisgeving en ter inzage leggen van stukken

1.

1.

2.

Alle openbare vergaderstukken die op het raadsinformatiesysteem zijn geplaatst, kunnen desgevraagd op schrift beschikbaar worden gesteld. Hiervan wordt een openbare kennisgeving gedaan. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, liggen in afwijking van het eerste lid ter inzage bij de griffier. Deze verleent de raadsleden op verzoek inzage.

Artikel 13 Openbare kennisgeving 1.

2.

2. 3. 4.

Raadsvergaderingen worden op de in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op het raadsinformatiesysteem openbaar bekend gemaakt. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Raadsvergaderingen worden op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht, onder vermelding van de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. De vergaderstukken worden op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Stukken waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, liggen in afwijking van het derde lid ter inzage bij de griffier. Deze verleent de raadsleden op verzoek inzage.

Toelichting artikel 12: Artikel 12 en 13 van het oude RvO zijn samengevoegd in artikel 12 van het nieuwe RvO. Toegevoegd aan lid 1 is dat onder vermelding van de datum, aanvangstijd en plaats de vergadering ter openbare kennis wordt gebracht. Artikel 35 Ingekomen stukken

Artikel 13 Ingekomen stukken

1.

Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd.

1.

De aan de raad gerichte brieven worden door de griffier op de lijst van ingekomen stukken geplaatst, waarbij de agendacommissie een voorstel voor afdoening doet.

2.

Op deze lijst staan ook de besluitenlijsten zoals bedoeld in artikel 34 en de beantwoording door het college van schriftelijke vragen zoals bedoeld in artikel 47.

2.

Op deze lijst staan ook de beantwoording door het college van schriftelijke vragen zoals bedoeld in artikel 46 en de Lange TermijnAgenda.

3.

De raad stelt op voorstel van de agendacommissie, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Toelichting artikel 13: De leden 1 en 2 van het oude artikel 35 zijn samengevoegd tot lid 1 van artikel 13. Bij lid 2 van artikel 13 is – vanwege de wijziging van nummering van de artikelen – het artikelnummer van schriftelijke vragen aangepast en de LangeTermijnagenda toegevoegd. Paragraaf 2 Ter vergadering Artikel 15 Zitplaatsen

Artikel 14 Zitplaatsen

2.

2.

Indien daartoe aanleiding bestaat kan de agendacommissie de indeling herzien.

Indien daartoe aanleiding bestaat kan de agendacommissie het plaatsen van een fractie herzien. De verdeling binnen een fractie geeft de fractievoorzitter door aan de griffier.

Toelichting artikel 14: Artikel 14 Zitplaatsen valt in het nieuwe RvO niet meer onder ‘Paragraaf 2 Ter vergadering’ maar onder ‘Paragraaf 1 Voorbereiding’. Het artikelnummer is ook aangepast. Lid 2 is aangepast omdat het aan de fractie zelf is om de onderlinge zitplaatsen te verdelen.

7

Paragraaf 2 Ter vergadering

Paragraaf 2 Tijdens de vergadering

Artikel 14 Presentielijst

Artikel 15 Presentielijst

1. 2.

De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Toelichting artikel 15: Het is de eigen verantwoordelijkheid van de raadsleden om de presentielijst te tekenen, vandaar het verwijderen van lid 1. Artikel 17 Voorstemmer bij hoofdelijke stemming Voor de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mee bij welk raadslid de hoofdelijke stemming begint. Dit gebeurt bij loting. Toelichting verwijdering oude artikel 17: De voorstemmer is geregeld in artikel 30, lid 6e. Artikel 18 Agenda

Artikel 17 Agenda

2.

2.

Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen, een onderwerp aan de agenda toevoegen of afvoeren.

Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad bij vaststelling van de agenda deze wijzigen.

Toelichting artikel 17: Lid 2 van artikel 17 is bondiger gemaakt. Artikel 20 Spreekregels

Artikel 18 Spreekplaats

1.

1.

2.

De raadsleden spreken vanaf de katheder of interruptieplaatsen en richten zich tot de voorzitter. De overige aanwezige sprekers spreken vanaf de katheder en richten zich tot de voorzitter.

2.

De raadsleden spreken vanaf het spreekgestoelte of interruptiemicrofoons en richten zich tot de voorzitter. De overige aanwezige sprekers spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.

Toelichting artikel 18: We spreken niet meer van een katheder, maar van het spreekgestoelte. Daarnaast spreken we niet meer van interruptieplaatsen, maar van interruptiemicrofoons. Artikel 19 Vragenronde 1. 2.

3. 4.

Voorafgaand aan behandeling van de raadsvoorstellen in Debat & Besluit (B) zoals bedoeld in artikel 9 vindt de vragenronde plaats. Het raadslid meldt zich op de dag van de vergadering vóór 16.00 uur bij de griffier met het verzoek aan de voorzitter gebruik te willen maken van de vragenronde onder vermelding van het onderwerp. Het betreft een onderwerp waarvan uitstel van behandeling vanwege de actualiteit niet wenselijk is. Het verzoek voor de vragenronde wordt openbaar gemaakt door plaatsing op het raadsinformatiesysteem.

Artikel 19 Vragenronde

1.

2. 3.

Het raadslid meldt zich op de dag van de raadsvergadering vóór 10 uur bij de griffier met het verzoek aan de voorzitter gebruik te willen maken van de vragenronde onder vermelding van het onderwerp. Het betreft een onderwerp waarvan uitstel van behandeling vanwege de actualiteit niet wenselijk is. Het verzoek voor de vragenronde wordt openbaar gemaakt door plaatsing op het raadsinformatiesysteem.

8

5.

Bij aanvang van de vragenronde worden de raadsleden vermeld die van de vragenronde gebruik maken. De volgorde van de vragen wordt bepaald door de volgorde van binnenkomst. De vragenronde duurt niet langer dan een half uur. 6. Het raadslid krijgt in eerste instantie maximaal 2 minuten het woord. 7. Het college krijgt maximaal 3 minuten om de vragen te beantwoorden. 8. De vragensteller krijgt na de beantwoording door het college opnieuw het woord voor maximaal één minuut om aanvullende vragen te stellen. 9. Het college krijgt maximaal 2 minuten om hierop te reageren. Twee korte interrupties door vragensteller zijn daarbij toegestaan. 10. De overige raadsleden mengen zich niet in de bespreking van het onderwerp.

4.

5. 6. 7. 8. 9.

Bij aanvang van de vragenronde worden de raadsleden vermeld die van de vragenronde gebruik maken. De volgorde van de vragen wordt bepaald dooUiterlijk om 16k0k0r de volgorde van binnenkomst. De vragenronde duurt niet langer dan een half uur. Het raadslid krijgt in eerste instantie maximaal 2 minuten het woord. Het college krijgt maximaal 3 minuten om de vragen te beantwoorden. De vragensteller krijgt na de beantwoording door het college opnieuw het woord voor maximaal 1 minuut om aanvullende vragen te stellen. Het college krijgt maximaal 2 minuten om hierop te reageren. Twee korte interrupties door vragensteller zijn daarbij toegestaan. De overige raadsleden mengen zich niet in de bespreking van het onderwerp.

Toelichting artikel 19: Vervallen van het oude lid 1: er is geen Debat & Besluit meer zoals bedoeld in artikel 9 van het oude RvO. Het tijdstip van aanmelden in lid 2 is vervroegd vanwege de voorbereidingstijd. Lid 1: in verband met de voorbereiding van de vragenronde is aanmelden vervroegd naar 10.00 uur. Artikel 21 Aantal spreektermijnen

Artikel 20 Aantal spreektermijnen 1. 2.

Tot de dag vóór de raadsvergadering kan een fractie een A-punt met motivatie wijzigen in een B-punt. Tot aan de behandeling van betreffend voorstel kan een fractie een B-punt wijzigen in een A-punt. Beraadslaging over een onderwerp, een raadsvoorstel, een motie vreemd aan de orde zoals bedoeld in artikel 42 en een initiatiefvoorstel zoals bedoeld in artikel 43 geschiedt in ten hoogste twee spreektermijnen, tenzij de raad anders beslist. De maximale spreektijd voor de woordvoerder van een fractie in de eerste termijn bedraagt 2,5 minuten, waarbij de betogen vanaf het spreekgestoelte zonder interruptie achter elkaar worden gehouden. Amendementen en moties worden zoveel mogelijk in de eerste termijn ingediend.

1.

Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee spreektermijnen, tenzij de raad anders beslist.

3.

2.

In de eerste termijn houden de woordvoerders van fracties die bij Besluit (A) zoals bedoeld in artikel 8 een raadsvoorstel hebben geagendeerd voor Debat & Besluit (B) zoals bedoeld in artikel 9 een pitch van 2,5 minuut. Een woordvoerder van een fractie kan tot aan de behandeling van een voorstel een pitch intrekken of aanvragen.

4.

6.

De voorzitter bepaalt de volgorde van de pitches.

6.

De voorzitter bepaalt de volgorde van de woordvoerders, waarbij de woordvoerder van fracties die een amendement en/of motie hebben aangekondigd, als eerste het woord krijgt.

5.

De raad kan op voorstel van de voorzitter aan de indiener van een motie vreemd aan de orde zoals bedoeld in artikel 43, een initiatiefvoorstel zoals bedoeld in artikel 44 als mede een interpellatie zoals bedoeld in artikel 46 een verlenging van de pitchtijd toekennen.

4.

De raad kan op voorstel van de agendacommissie of een raadslid de pitchtijd wijzigen.

7. 8.

De voorzitter hanteert strak de spreektijd. De raad kent verlenging van de spreektijd tot 5 minuten alleen toe aan de woordvoerder van een fractie die hier om verzoekt. De raad kan op voorstel van de agendacommissie de spreektijd wijzigen.

3.

5.

9.

9

7.

Na elke pitch kunnen alle raadsleden via de interruptiemicrofoons reageren op deze pitch of hierover onderling debatteren. Op verzoek van een raadslid kan de portefeuillehouder deelnemen aan het debat.

10. Na afronding van alle betogen kunnen alle raadsleden via de voorzitter bij het spreekgestoelte en de interruptiemicrofoons reageren op elkaars betogen of hierover onderling debatteren. De voorzitter bepaalt de volgorde en de duur van reageren.

8.

Na de eerste termijn krijgt het college maximaal 5 minuten zonder interrupties de gelegenheid te reageren op de beraadslagingen, waarna raadsleden hierop kunnen reageren.

9.

Raadsleden kunnen een tweede termijn aanvragen als het college een nieuw gezichtspunt inbrengt. Dan vindt het debat alleen tussen raadsleden onderling plaats.

11. Na de eerste termijn krijgt het college 5 minuten zonder interrupties de gelegenheid te reageren op in principe alleen ingebrachte amendementen en moties, politieke verantwoording af te leggen en/of een toezegging te doen. Indien een voorstel niet van het college afkomstig is, krijgt eerst de indiener of een vertegenwoordiger van de indiener gelegenheid te reageren. 12. De voorzitter bepaalt of de spreektijd van 5 minuten voor het college afdoende is en kan besluiten deze te wijzigen. Ook kan de raad op voorstel van de agendacommissie de reactietermijn van het college wijzigen. 13. Raadsleden kunnen reageren op de reactie van het college. De voorzitter bepaalt hoe vaak een raadslid kan reageren. 14. Raadsleden kunnen een tweede termijn aanvragen om een korte verklaring te geven en/of te reageren op eventueel tijdens de vergadering aangepaste amendementen en moties vanaf hun zitplaats.

11. De voorzitter sluit het debat als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is behandeld, tenzij de raad anders beslist. 12. Na afronding van het debatgedeelte krijgt het college de gelegenheid kort te reageren op ingediende amendementen en moties.

16. Na afronding van de beraadslaging krijgt het college de gelegenheid kort te reageren op ingediende amendementen en moties.

Toelichting artikel 20: Dit artikel is gewijzigd op grond van de aanpassing van het vergadermodel (zie bijlage 4). Artikel 22 Deelname aan de beraadslaging door anderen 2.

De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 21 Deelname aan de beraadslaging door anderen 2.

De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen deelnemen.

Toelichting artikel 21: Het woord ‘raadsvergaderingen’ is eruit gehaald omdat hoofdstuk 2 alleen over raadsvergaderingen gaat. Dit is dubbelop. Artikel 23 Voorstellen van orde

Artikel 22 Voorstellen van orde

Toelichting artikel 22: Het artikelnummer is veranderd. Artikel 23 Schorsing 1.

2.

Op verzoek van een raadslid of uit eigen beweging kan de voorzitter besluiten de beraadslaging voor een bepaalde tijd te schorsen om gelegenheid te geven tot nader beraad. De beraadslaging wordt hervat nadat de

10

3.

schorsingsperiode is verstreken. Indien de vooraf aangegeven tijd van een schorsing uitloopt, wordt hiervan melding gemaakt bij de griffier.

Toelichting artikel 23: Dit is een nieuw artikel. Artikel 26 Sluiting

Artikel 24 Sluiting

Toelichting artikel 24: Het artikelnummer is veranderd en de volgorde in het nieuwe RvO is gewijzigd. Artikel 24 Handhaving van de orde

Artikel 25 Handhaving van de orde

Onverlet het bepaalde in artikel 26 van de wet kan de voorzitter ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem bepaalde tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Onverlet het bepaalde in artikel 26 van de wet kan de voorzitter ter handhaving van de orde: 1. een spreker tot de orde roepen indien deze zich beledigende of onbetamelijke uitdrukken veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, zich niet houdt aan de aanwijzingen van de voorzitter dan wel anderszins de orde verstoort. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de beraadslaging over dat onderwerp het woord ontnemen; 2. de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Toelichting artikel 25: Aan artikel 25 is bij lid 1 toegevoegd dat een spreker tot de orde geroepen kan worden. Artikel 26 Toehoorders en pers 1.

2.

Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

Toelichting artikel 26: Met artikel 26 wordt ingegaan op de aanwezigheid van toehoorders en pers bij openbare raadsvergaderingen. Artikel 25 Uitzending en geluid- en beeldregistraties

Artikel 27 Uitzending en geluid- en beeldregistraties

1.

1.

Tijdens de vergadering kunnen er door of in opdracht van de griffier geluid- en beeldregistraties worden gemaakt.

De vergadering wordt rechtstreeks op internet uitgezonden en is terug te kijken.

Toelichting artikel 27: Iedere raadsvergadering wordt opgenomen en uitgezonden. Dit is standaard procedure. Artikel 27 Stemverklaring

Artikel 28 Stemverklaring

Voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort

Voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort

11

toelichten.

toelichten vanaf hun zitplaats.

Toelichting artikel 28: Aan artikel 28 is toegevoegd dat raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kunnen toelichten vanaf hun zitplaats. Artikel 28 Beslissing

Artikel 29 Beslissing 1.

2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

3.

De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. Stemming vindt direct na het sluiten van de beraadslaging plaats. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Toelichting artikel 29: Aan artikel 29 is lid 1 toegevoegd, waarbij wordt ingegaan op het sluiten van de beraadslaging. Ook lid 2 is toegevoegd, waarbij wordt ingegaan op het moment van stemmen. Artikel 29 Stemming; procedure hoofdelijke stemming

Artikel 30 Stemming over zaken

1.

De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.

1.

De raad neemt A-stukken zonder stemming aan. Hierbij kunnen de raadsleden vragen om aantekening dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of dat zij zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan stemming onthouden.

3.

Als een raadslid om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

2.

Over elk ander voorstel vindt hoofdelijke stemming via een digitaal stemsysteem plaats. Hierbij kunnen de raadsleden vragen om aantekening dat zij zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan stemming onthouden.

4.

Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Met de klok mee stemmen de raadsleden, te beginnen bij voorstemmer. Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgend raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

3.

Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot de digitale stemming gesloten is. Een raadslid kan verzoeken in de besluitenlijst en het verslag op te nemen dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet

4.

2.

5.

6.

7.

5.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

12

daarbij mededeling van het genomen besluit. 6.

Mocht het digitale stemsysteem onverhoopt niet werken, dan is de procedure als volgt: a. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. b. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. c. Als een raadslid om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. d. De voorzitter deelt mee bij welk raadslid de hoofdelijke stemming begint. Dit gebeurt bij loting. e. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het aangewezen raadslid en verloopt verder op volgorde van de zitplaatsen met de klok mee. f. Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. g. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgend raadslid heeft gestemd. h.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. i. Een raadslid kan verzoeken in de besluitenlijst en het verslag op te nemen dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

Toelichting artikel 30: Dit is aangepast aan het digitaal stemmen met een backup voor als het digitaal stemsysteem niet werkt. Artikel 31 Stemming over personen

Artikel 32 Stemming over personen

3.

3.

Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de stemcommissie beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje.

Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de agendacommissie beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje.

Toelichting artikel 32: Aangezien de gecombineerde stembriefjes van tevoren worden voorbereid, is het efficiënter om dit door de

13

agendacommissie te laten bepalen. Mocht dit namelijk door de stemcommissie worden bepaald, moeten ter plekke gecombineerde stembriefjes worden gemaakt. Artikel 30 Volgorde stemming over amendementen en moties

Artikel 31 Amendementen en moties

Artikel 32 Herstemming over personen

Artikel 33 Herstemming over personen

Artikel 33 Beslissing door het lot

Artikel 34 Beslissing door het lot

Toelichting artikel 31, 33, 34: De artikelnummers zijn veranderd. Paragraaf 4 Verslaglegging; ingekomen stukken

Paragraaf 4 Verslaglegging

Artikel 34 Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van in ieder geval de raadsvergaderingen.

Artikel 35 Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van de raadsvergaderingen.

2.

Uit een verslag blijkt in ieder geval: g.

3.

4.

5. 6.

7.

2.

Van de raadsvergaderingen worden een videoverslag en een transcriptieverslag gemaakt. De verslagen staan op het raadsinformatiesysteem.

3.

Uit het transcriptieverslag blijkt in ieder geval: g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 21 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

4.

Een concept transcriptieverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. De raadsleden, voorzitter, wethouders en griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien een transcriptieverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient schriftelijk ten minste 24 uur voor het vaststellen van het verslag bij de griffier te worden ingediend. Vastgestelde transcriptieverslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 22 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. De raadsleden, voorzitter, wethouders en griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien een verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient schriftelijk ten minste 24 uur voor het vaststellen van het verslag bij de griffier te worden ingediend. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering en na ondertekening door de voorzitter en griffier openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Op een besluitenlijst staan ook de door het college gemaakte toezeggingen. Verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

5.

6. 7.

8.

Verslagen en besluitenlijsten staan op het raadsinformatiesysteem.

Toelichting artikel 35: Naast enkele kleine aanpassingen, aangepast aan het feit dat er twee soorten verslagen zijn: het videoverslag en het transcriptieverslag. Artikel 38 Geheimhouding

Artikel 38 Geheimhouding

Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de

Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 89, vierde lid van

14

wet of over de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding geldt. De raad kan besluiten de geheimhouding (op termijn) op te heffen.

de wet of over de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding geldt. De raad kan besluiten de geheimhouding (op termijn) op te heffen.

Toelichting artikel 38: Artikel 25 van de wet is vervallen. Het opheffen van de geheimhouding is in artikel 89 geregeld. Artikel 39 Opheffing geheimhouding

Artikel 39 Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Als de raad voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffend orgaan overleg gevoerd.

Toelichting artikel 39: Naast artikel 25 zijn ook de artikelen 55 en 86 vervallen. In de wet is het besluit tot bekrachtiging van geheimhouding vervallen. Artikel 41 Verslag besloten vergadering

Artikel 41 Verslag besloten vergadering

2.

2.

Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst, tenzij de raad hierover anders heeft beslist.

Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.

Toelichting artikel 41: De term ‘openbaar maken’ wordt vervangen door de term ‘opheffen van de geheimhouding’. Daarnaast wordt in het oude artikel 41 de zin ‘tenzij de raad hierover anders heeft beslist’ verwijderd. Hoofdstuk 3 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden

Artikel 42 Amendementen en subamendementen

Artikel 42 Amendementen en subamendementen

1.

Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

1.

Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan amendementen en subamendementen tot het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben, indienen bij de voorzitter. Dit indienen gebeurt digitaal door plaatsing op het raadsinformatiesysteem, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

3.

Elk (sub)amendement moet om in behandeling te kunnen worden genomen, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Een amendement wordt opgesteld met gebruikmaking van het door de griffie verstrekt sjabloon. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3.

Intrekking of wijziging door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot

4.

5.

Intrekking of wijziging door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot besluitvorming hierover plaatsvindt.

15

besluitvorming hierover plaatsvindt. Toelichting artikel 42: Lid 4 van het oude RvO kan geschrapt worden omdat in lid 1 vermeld staat: ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is. Amendementen worden niet meer schriftelijk ingediend maar staan op het RIS. Artikel 43 Moties

Artikel 43 Moties

1.

1.

Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat een mondelinge wijziging van een motie kan volstaan. Een motie wordt opgesteld met gebruikmaking van het door de griffie verstrekt sjabloon

Raadsleden dienen moties digitaal door plaatsing op het raadsinformatiesysteem in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat een mondelinge wijziging van een motie kan volstaan.

Toelichting artikel 43: Moties worden niet meer schriftelijk ingediend maar staan op het RIS. Artikel 44 Initiatiefvoorstel

Artikel 44 Initiatiefvoorstel

1.

Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Een initiatiefvoorstel wordt opgesteld met gebruikmaking van het door de griffie verstrekt sjabloon.

1.

Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen via de griffier schriftelijk in bij de voorzitter.

3.

De voorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

2.

De voorzitter zendt initiatiefvoorstellen door aan de raad, de agendacommissie en het college.

4.

Het college kan uiterlijk op de maandag voor het Besluit (A) schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen, tenzij de agendacommissie anders beslist.

3.

Het college kan binnen 21 dagen nadat het ter kennis is gesteld van het voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen bij het voorstel ter kennis van de raad brengen.

2.

Het voorstel wordt op de voorlopige agenda van het eerstvolgend Besluit (A) geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel op de agenda van het daaropvolgend Besluit (A) geplaatst, tenzij de agendacommissie anders beslist.

4.

Nadat het college zijn schriftelijke wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de agenda hiervoor reeds is verzonden, wordt het voorstel op de agenda van de daarop volgende raadsvergadering geplaatst tenzij de agendacommissie anders beslist.

Toelichting artikel 44: De procedure is enigszins aangepast, met name de reactietermijn van het college. Daarnaast bestaat er geen Besluit (A) meer. Artikel 46 Interpellatie

Artikel 46 Interpellatie

1.

1.

Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat het onderwerp, zodanig omschreven dat de essentie waarover inlichtingen worden verlangd, duidelijk is. Tot 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering kunnen de vragen worden aangeleverd of aangevuld bij de voorzitter.

Een raadslid dient het verzoek tot het houden van een interpellatie, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 36 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk via de griffier bij de voorzitter in. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

16

2.

3.

De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek aan de orde gesteld. De interpellatie wordt toegestaan indien 1/5 van het aantal zitting hebbende leden hiervoor verlof geeft. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

2.

De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

4.

3.

De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek bepaalt de raad of de interpellatie wordt toegelaten en op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie wordt gehouden.

De behandelwijze is als volgt: a. De indiener kan een inhoudelijke mondelinge toelichting geven. b. Het college of de burgemeester beantwoorden de gestelde vragen. c. De overige woordvoerders van de fracties kunnen in één termijn reageren. d. Afsluitende reactie van de indiener met aansluitend eventuele stemming over ingediende motie(s).

Toelichting artikel 46: De procedure is aangepast in lid 1, met name voor de voorbereidingstijd. In lid 2 zijn de wethouders vervangen door het bestuursorgaan college. In de wet staat dat een raadslid verlof moet vragen aan de raad voor het houden van een interpellatie. De wet is leidend dus het kan wettelijk niet dat een interpellatie wordt toegestaan als 1/5 deel van de raadsleden hiervoor verlof geeft. Lid 4 is toegevoegd i.v.m. de behandelwijze. Artikel 47 Schriftelijke vragen

Artikel 47 Schriftelijke vragen

4.

4.

Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de vragensteller en de overige raadsleden toegezonden. Deze antwoorden worden ook openbaar gemaakt en op de lijst van ingekomen stukken van Besluit (A) geplaatst.

Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de vragensteller en de overige raadsleden toegezonden. Deze antwoorden worden ook openbaar gemaakt en op de lijst van ingekomen stukken van de raadsvergadering geplaatst.

Toelichting artikel 47: De vergadering Besluit (A) is in het nieuwe vergadersysteem een raadsvergadering. Artikel 48 Inlichtingen

Artikel 48 Inlichtingen

1.

1.

Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de wet schriftelijk in bij de griffier.

Raadsleden en fractievolgers dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de wet schriftelijk in bij de griffier.

Toelichting artikel 48: In artikel 48 is toegevoegd dat fractievolgers ook verzoeken tot inlichtingen schriftelijk kunnen indienen bij de griffier. Dit is volgens de gemaakte afspraken. Hoofdstuk 4 Burgerinitiatief

Hoofdstuk 4 Burgerinitiatief

Artikel 49 Eisen

Artikel 49 Eisen

2.

Minimale leeftijd voor indienen is 16 jaar.

4.

Ondersteuning door minstens 100 mensen die 16 jaar of ouder zijn en voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de raad, uitgezonderd de leeftijd.

4.

Ondersteuning door minstens 50 mensen die voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de raad, uitgezonderd de leeftijd.

5.

De ondersteuners zetten hun handtekening op

5.

De ondersteuners zetten hun handtekening op

17

een lijst met vermelding van hun namen en adressen.

een lijst met vermelding van hun naam en adres. Het is ook mogelijk om alle ondersteuningsverklaringen in te dienen via petities.nl. Hier geldt dat alle gevraagde gegevens waarheidsgetrouw ingevuld moeten zijn.

Toelichting artikel 49: Verwijdering Lid 2 oude RvO: De leeftijd om een burgerinitiatief in te kunnen dienen is losgelaten om jongeren te betrekken bij het gemeentelijk beleid. Lid 4: Het aantal ondersteuners dat benodigd is, is verlaagd van 100 naar 50. Voor dit aantal is gekozen om het burgerinitiatief laagdrempeliger te maken. Lid 5: Om de toegankelijkheid te vergroten wordt de mogelijkheid geboden om handtekeningen voor een burgerinitiatief via petities.nl op te halen. Dit is al een bestaand digitaal platform, dat geschikt is om digitaal handtekeningen te verzamelen. Meer gemeenten gebruiken petities.nl voor het indienen van een burgerinitiatief: o.a. Den Haag, Hoeksche Waard, Rhenen en Lochem. Artikel 50 Uitsluiting

Artikel 50 Uitsluiting

Een burgerinitiatief houdt niet in:

Een burgerinitiatief houdt niet in:

1.

Een onderwerp dat in strijd is met hogere weten regelgeving.

1.

een onderwerp dat in strijd is met hogere weten regelgeving.

2.

Een onderwerp dat betrekking heeft op interne bedrijfsvoering, gemeentelijke arbeidsvoorwaarden of personen.

2.

een onderwerp dat betrekking heeft op interne bedrijfsvoering, gemeentelijke arbeidsvoorwaarden of personen;

3.

Een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur.

3.

een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;

4.

Een onderwerp waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure openstaat of heeft opengestaan.

4.

een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;

5.

Een onderwerp dat betrekking heeft op privébelangen.

5.

een onderwerp dat betrekking heeft op privébelangen;

6.

Een onderwerp waarover korter dan drie jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad een besluit is genomen.

6.

een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad een besluit is genomen, tenzij er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.

Toelichting artikel 50: De uitsluitingen zijn enigszins aangepast. De aanpassingen zijn grotendeels gebaseerd wat gangbaar is bij andere gemeenten. Artikel 51 Procedure

Artikel 51 Procedure

1.

De griffier toetst het burgerinitiatief aan het gestelde in de artikelen 49 en 50 en adviseert de agendacommissie over de ontvankelijkheid.

1.

De griffier toetst het burgerinitiatief aan het gestelde in de artikelen 48 en 49 en adviseert de agendacommissie over de ontvankelijkheid.

2.

De agendacommissie agendeert het burgerinitiatief voor het eerstvolgend Forum en aansluitend Besluit (A).

2.

De agendacommissie agendeert het burgerinitiatief voor de eerstvolgende raadsvergadering en stelt de behandelwijze aan de raad voor. Als de agenda hiervoor reeds is verzonden, wordt het voorstel op de agenda van de daarop volgende raadsvergadering geplaatst tenzij de agendacommissie anders beslist.

3.

Wanneer de raad besluit bij Besluit (A) het burgerinitiatief te agenderen voor bespreking en besluitvorming in een Debat & Besluit (B), wordt een initiatiefgerechtigde voor dit Debat & Besluit (B) uitgenodigd het burgerinitiatief toe te

3.

De initiatiefnemer(s) worden voor deze raadsvergadering uitgenodigd om het burgerinitiatief toe te lichten.

18

lichten. 4.

De initiatiefgerechtigden worden op de hoogte gesteld van het besluit van de raad.

4.

De initiatiefnemers worden op de hoogte gesteld van het besluit van de raad.

Toelichting artikel 51: Het vergadermodel kent geen Besluit (A) en Debat & Besluit (B) meer. Lid 1: andere nummering artikelen. Lid 2: procedurevoorstel toegevoegd. Artikel 53 Inwerkintreding en citeertitel 2.

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de werkzaamheden van de raad 2018 gemeente Waalwijk.

3.

Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad, vastgesteld door de raad op 5 juni 2003; de Verordening op de raadscommissies 2002, vastgesteld door de raad op 5 juni 2003 en de Verordening burgerinitiatief gemeente Waalwijk, vastgesteld door de raad op 31 oktober 2003.

Artikel 53 Inwerkingtreding en citeertitel 2.

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde van de raad van Waalwijk 2024

3.

Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen het Reglement van orde voor de werkzaamheden van de raad 2018 gemeente Waalwijk.

Toelichting artikel 53: Aangepast naar vigerend RvO. Bijlage Vergadermodel

Bijlage Vergadermodel: werkwijze en spelregels

Toelichting bijlage Vergadermodel: Dit is aangepast op basis van de finale evaluatie van het vergadermodel (zie bijlage 4).

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13627692/2