CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Regels Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik

Raadsvergadering (A) 16 september 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19)19.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onder 'geen geschikte ruimte' wordt verstaan het ontbreken van de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het voorkeursgebied te doen plaatsvinden. 2. vestiging van de voorziening niet leidt tot het ontstaan van zodanige relevante, structurele leegstandseffecten, dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie zal leiden; 3. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint' dient op percelen grenzend aan de bestemming 'Natuur', bij ontwikkelingen aan de achterzijde sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan); 4. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.7.1; 5. indien het gebruik van deze gronden voor het type voorziening gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 31

Artikel 4 4.1

Gemengd - Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Wonen a. wonen in de hoofdmassa en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, waarbij per bouwperceel maximaal 1 (bedrijfs)woning is toegelaten, met dien verstande dat: 1. indien in de bestaande situatie sprake is van meer dan 1 woning op een bouwperceel, maximaal het bestaande aantal woningen is toegelaten; 2. de woning (deels) in de gevellijn is gelegen; 3. waar onder 1 tot en met 2 woning staat dit tevens geldt voor een bedrijfswoning; b. beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een (bedrijfs)woning, op een maximum van 50 m2 brutovloeroppervlak van de hoofdmassa of bijbehorend bouwwerk per (bedrijfs)woning met in achtneming van lid 4.5.2; met dien verstande dat bestaande kamerbewoning, bed & breakfast en bedrijf en beroep-aan-huis zijn toegestaan in de toegelaten aard en omvang; (Agrarische) bedrijven c. agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; d. de uitoefening van een agrarisch bedrijf in de vorm van een (vollegronds)teeltbedrijf, met dien verstande dat: 1.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig agrarisch bedrijf' tevens een overig agrarisch bedrijf is toegelaten, waarbij uitsluitend het bestaande type is toegestaan, zoals opgenomen in Aanvullende agrarische activiteiten - bestemming Gemengd -Agrarisch Aanvullende agrarische activiteiten - bestemming Gemengd -Agrarisch; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij' tevens een neventak intensieve veehouderij is toegelaten, waarbij uitsluitend het bestaande type is toegestaan zoals is opgenomen in Bijlage 3 Aanvullende agrarische activiteiten - bestemming Gemengd -Agrarisch; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aanvullende bedrijfsactiviteit' in aanvulling op d sub 1 de (neven)activiteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 3 Aanvullende agrarische activiteiten - bestemming Gemengd -Agrarisch; e. bedrijven met dien verstande dat: 1. de activiteiten vallen onder categorie A en B, zoals genoemd in Toegelaten bedrijven, kolom 'zelfstandige bedrijven' alsmede bedrijven welke naar hun schaal, aard en hinder op de omgeving daarmee vergelijkbaar zijn; 2.

ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - 3 in landelijk gebied' het bouwperceel van een bedrijf maximaal 5.000 m2 mag bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte van het bouwperceel groter is, dan wordt de bestaande oppervlakte geacht te zijn bestemd en daarmee toegelaten; Voorzieningen f.

niet-publieksgerichte voorzieningen met dien verstande dat per bouwperceel tot maximaal 200 m2 bruto vloeroppervlak voor niet-publieksgerichte voorzieningen gebruikt mag worden; Algemene regels bedrijven en voorzieningen g. bedrijven en voorzieningen zoals bedoeld in lid 4.1 onder d, e en f zijn toegelaten, met dien verstande dat: 1. de activiteiten (deels) worden uitgeoefend in een gebouw dat (deels) is gelegen in de Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 32

gevellijn, waarbij onder gebouw in de gevellijn tevens een bedrijfswoning wordt verstaan; 2. de activiteiten op de begane grondlaag uitgeoefend worden, waarbij bijbehorende kantoren ook zijn toegestaan op de verdiepingen; 3. een geluidzoneringsplichtige inrichting of een inrichting zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) is niet toegelaten; 4. indien het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aanvullende bedrijfsactiviteit' zoals bedoeld in lid 4.1 onder d ten behoeve van de activiteit gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit; h. ondergeschikte en niet zelfstandige functies op niet meer dan 10% van het totale brutovloeroppervlak van het bedrijf en/of de voorziening, exclusief de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 100 m2 voor (een combinatie van) de volgende functies: 1. aan d, e en f ondergeschikte en niet-zelfstandige detailhandel voor zover het betreft een beperkte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met het bedrijf en/of de voorziening, waarbij verkoop van streekgebonden producten bij een agrarisch bedrijf tot maximaal 35 m2 altijd is toegestaan; 2.

en aan d, e en f ondergeschikte en niet -zelfstandige internethandel; 3. aan d, e en f ondergeschikte, niet-zelfstandige, aan de detailhandelsfunctie of extensieve dagrecreatie verwante, lichte horeca; 4. extensieve dagrecreatiepunten; 5. aan lid d, e en f ondergeschikte, niet-zelfstandige, aan de detailhandelsfunctie of extensieve dagrecreatie verwante, lichte horeca; met de bijbehorende: i.

parkeervoorzieningen, met dien verstande dat voldaan wordt aan Artikel 10 Parkeerregelgeving, waarbij het bestaande gebruik in de bestaande omvang en functietype is toegelaten: j. bijbehorende bouwwerken; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; l. tuinen, erven en verhardingen; m. ontsluitingswegen en -paden ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; n. nutsvoorzieningen; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemene bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden in zijn algemeenheid de volgende regels: a. voor zover bestaande bouwwerken afwijken van de regels in lid 4.2.2 tot en met 4.2.6 wordt de bestaande plaats en bestaande contour van de afwijking geacht te zijn bestemd. b. de oppervlakte van de gebouwen en de bouwwerken, geen gebouwen zijnde behorend bij een vehouderij, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) en de bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning, mag ten hoogste de omvang hebben van de gebouwen die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of 2. de oppervlakte van de gebouwen en de bouwwerken, geen gebouwen zijnde behorend bij een veehouderij, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) en de bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning, mag ten hoogste de omvang hebben van de gebouwen die: 3. zijn gebaseerd op een vóór 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 33

aanvraag voor omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan; c. binnen gebouwen ten behoeve van een veehouderij ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden. 4.2.2

Hoofdmassa in de gevellijn

Voor het bouwen van de hoofdmassa welke (deels) in de gevellijn is gelegen gelden de volgende regels: a. als hoofdmassa mogen uitsluitend de volgende typen worden gebouwd: 1. vrijstaande hoofdmassa's ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; 2. twee-aaneengebouwde en/of vrijstaande hoofdmassa's ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; b. de hoofdmassa mag uitsluitend achter de gevellijn worden gebouwd waarbij: 1. de breedte van de voorkant van de hoofdmassa minimaal voor 50% in de gevellijn moet worden gebouwd welke gerelateerd is aan de voorkant van de hoofdmassa; 2. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: het bestaande percentage; c. de afstand van de hoofdmassa tot de zijdelingse perceelsgrens van het bouwperceel dient minimaal te zijn: 1. bij een vrijstaande hoofdmassa ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint' en de aanduiding 'overige zone - landelijk lint' in totaal tot beide perceelsgrenzen minimaal 6 m, met een minimum van 1,5 m tot de afzonderlijke perceelsgrenzen; 2. bij een twee-aaneengebouwde hoofdmassa aan één zijde minimaal 3 m; 3. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1, 2 en 3: de bestaande afstand tot de betreffende zijdelingse perceelsgrens voor wat betreft de bestaande diepte van de hoofdmassa; d. het oppervlak van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1.

ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint' voor (twee) aaneengebouwde hoofdmassa's maximaal 120 m2 per hoofdmassa en voor een vrijstaande hoofdmassa maximaal 150 m2; 2. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub 1: de bestaande oppervlakte. e. de diepte van de hoofdmassa mag maximaal bedragen: 1. bij een vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde hoofdmassa indien de goothoogte niet hoger is dan 4 m en voldaan wordt aan lid 4.2.2 onder c (afstand van de hoofdmassa tot de zijdelingse perceelsgrens): 22 m; 2. indien de goothoogte hoger is dan 4 m of niet voldaan wordt aan lid 4.2.2 onder c sub 1 tot en met 3 bij een vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde hoofdmassa: 12 m; 3. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub 1 en 2: de bestaande diepte; f. de breedte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1. in het geval van de aanduiding 'overige zone - stedelijk lint' en 'overige zone - kernlint' de bestaande breedte; 2. in overige gevallen bedraagt de breedte bij een vrijstaande of twee-aaneengebouwde hoofdmassa maximaal de maat van de bestaande diepte van de hoofdmassa, verminderd met 1 m met inachtneming van lid 4.2.2 onder c; 3. indien in de bestaande situatie de bestaande breedte groter of gelijk is aan de diepte zoals bedoeld in sub 2: de bestaande verhouding in breedte en diepte van de hoofdmassa; g.

de goothoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1. de goothoogte van de voorkant hoofdmassa in de bestaande situatie vermeerderd met 1

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 34

m, met dien verstande dat de goothoogte ten minste 4 m mag bedragen; h. de bouwhoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1. de bouwhoogte in de bestaande situatie vermeerderd met 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte ten minste 4 m mag bedragen; 2. indien in de bestaande situatie de bouwhoogte gelijk is aan de goothoogte: de bouwhoogte in de bestaande situatie vermeerderd met 4 m tot een maximum van 11 m; i. het dak van de hoofdmassa is voorzien van een nok, waarbij geldt dat: 1. de kaphelling minimaal 30 en maximaal 65 graden mag bedragen;; 2. indien in de bestaande situatie geen nok aanwezig is: ook de bestaande dakvorm is toegestaan; 3. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: de bestaande dakhelling voor het dakvlak dat afwijkt is toegestaan. j. indien bij een renovatie van de bestaande hoofdmassa een EPC van 0 gerealiseerd wordt, mogen de maximale maten zoals genoemd in lid c tot en met h met 0,5 m worden overschreden. k. dakkapellen zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan het volgende: 1. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 2. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 3. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 4.

in afwijking van lid 2 mag, indien de voorkant van de dakkapel gelijk ligt met de gevel waarin de dakkapel gebouwd wordt, de breedte maximaal 30% bedragen van de voorkant waarin de dakkapel gebouwd wordt; l. dakopbouwen zijn toegestaan mits: 1. voldaan wordt aan de maximaal voorgeschreven bouwhoogte; 2. de afstand van de voorkant van de dakopbouw tot de voorkant van de gevel waarin de dakopbouw gebouwd wordt minimaal 1 m bedraagt. 4.2.3

Bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, niet zijnde hoofdmassa, gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken, dienen achter de gevellijn en in het bebouwingsgebied te worden geplaatst; b. de totale diepte van de hoofdmassa met de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, te meten vanaf de voorkant van de hoofdmassa, mag gezamenlijk maximaal 22 m bedragen; c. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied hoofdmassa, waar geen hoofdmassa aanwezig is, bedraagt maximaal de volledige oppervlakte van het bebouwingsgebied hoofdmassa; d. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het overig bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van het bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 200 m2; verminderd met de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld onder g en vermeerderd met de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld onder h.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 35

e. in het bebouwingsgebied hoofdmassa geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane goothoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in lid 4.2.2 onder g; 2. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane bouwhoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in lid 4.2.2 onder h; 3. de dakhelling mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt gebouwd; f. in het overige bebouwingsgebied geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,1 m bedragen of ingeval van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk waarbij de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is dan 3,1 m, maximaal 0,25 m boven de hoogte van die eerste bouwlaag maar in geen geval hoger dan 4 m; 2. de nokhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 m bedragen; 3. in afwijking van sub 2 is ook een platte afdekking toegelaten mits de denkbeeldige nok bij het doortrekken van de dakvlakken maximaal 5 m bedraagt; 4. de dakhelling van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak aan de zijde van de hoofdmassa waaraan wordt bijgebouwd; 5.

de dakhelling van een vrijstaande bijbehorende bouwwerk mag ten hoogste gelijk zijn aan de steilste dakhelling van de hoofdmassa; g. in afwijking van het bepaalde onder a en met inachtneming van lid 4.2.3 onder b, mogen bijbehorende bouwwerken buiten het bebouwingsgebied en/of vóór de gevellijn worden gebouwd aan de zijkant hoofdmassa waarbij: 1. grenzend aan zowel de voorkant als zijkant van het bouwperceel geen sprake is van een bestemming Verkeer - Ontsluiting; 2. de afstand tot (het verlengde van) de gevellijn van de voorkant hoofdmassa tenminste 1 meter bedraagt; 3. de afstand tot het kruisingsvlak tenminste 5 meter bedraagt; 4. voldaan wordt aan de maatvoering van het bepaalde in lid b tot en met h; h. in afwijking van het bepaalde onder a en h , met inachtneming van lid 4.2.3 onder b, mogen aangebouwde bijbehorende bouwwerken vóór de gevellijn worden gebouwd aan de voorkant hoofdmassa en/of aan de zijkant hoofdmassa waarbij: 1. per gevel maximaal één aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag worden gebouwd; 2. de maximale breedte maximaal 3/5 deel per gevel bedraagt met een maximum van 4 m, waarbij maximaal 1 m niet direct aan de hoofdmassa grenst; 3. in aanvulling op lid 1 en 2 per gevel één overkapping met een open constructie mag worden gebouwd met een maximale breedte van 2 m; 4. de diepte maximaal 1 m is; 5.

de bouwhoogte maximaal 0, 25 m hoger is dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa, met een maximale bouwhoogte van 4 m; i. dakkapellen zijn toegestaan mits voldaan wordt aan het volgende: 1. voorzien van een plat dak; 2. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 3. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 4. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 5. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 6. maximaal één dakkapel per bijbehorend bouwwerk met een maximale breedte van 30% van de gevelbreedte van de zijde waarop de dakkapel is georiënteerd.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 36

4.2.4

Overige gebouwen voor (agrarische) bedrijven en voorzieningen

Voor het bouwen van overige gebouwen voor (agrarische) bedrijven en voorzieningen, niet zijnde de hoofdmassa in de gevellijn zoals bedoeld in lid 4.2.2 en bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in lid 4.2.3, gelden de volgende bepalingen: a. een overig gebouw is alleen toegestaan ten behoeve van (agrarische) bedrijven en voorzieningen zoals opgenomen in lid 4.1 onder d, e, f en g en als op hetzelfde bouwperceel ook een hoofdmassa in de gevellijn aanwezig is; b. een overig gebouw mag uitsluitend achter de gevellijn worden gebouwd waarbij: 1. het gebouw op een afstand van minimaal 12 m en maximaal 120 m van de gevellijn is gelegen; 2. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: de bestaande afstand tot de gevellijn; c. de afstand van een overig gebouw tot de zijdelingse- perceelsgrens van het bouwperceel dient minimaal aan beide zijden 3 m te zijn; d. de gezamenlijke oppervlakte van de overige gebouwen mag maximaal de bestaande oppervlakte bedragen, waarbij het oppervlak gesloopte overtollige bebouwing in het kader van compensatie op basis van onder lid 4.6.8, onder lid 4.6.9, en onder lid 4.7.4 in mindering wordt gebracht; e.

de goothoogte mag maximaal 3,1 m bedragen of ingeval van een aan de hoofdmassa gebouwd overig gebouw waarbij de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa hoger is dan 3,1 m, maximaal 0,25 m boven de hoogte van die eerste bouwlaag maar in geen geval hoger dan 4 m; f. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub e: de bestaande goothoogte; g. de nokhoogte van een overig gebouw mag maximaal 5 m bedragen; h. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub e: de bestaande nokhoogte; i. in afwijking van sub e en g is ook een platte afdekking toegelaten, mits de denkbeeldige nok bij het doortrekken van de dakvlakken maximaal 5 m bedraagt; j. het dak van het overige gebouw is voorzien van een nok, waarbij geldt dat: 1. de dakhelling van een aangebouwd overig gebouw maximaal gelijk is aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt bijgebouwd; 2. de dakhelling van een vrijstaand overig gebouw ten hoogste gelijk is aan de steilste dakhelling van de hoofdmassa; 3. indien in de bestaande situatie geen nok aanwezig is: de bestaande dakvorm is toegestaan; 4. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1 en 2: de bestaande dakhelling voor het dakvlak dat afwijkt, is toegestaan. k. teeltondersteunende kassen mogen worden gebouwd binnen bouwvlakken, waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 1.000 m²; 2.

de afstand tot (bedrijfs)woningen op naastgelegen percelen niet minder mag bedragen dan 20 m. 4.2.5

Bouwen van bouwwerk en, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op de gronden achter de gevellijn mag de hoogte maximaal 2,2 m bedragen; b. op de gronden vóór de gevellijn mag de hoogte maximaal 1 m bedragen; c. in afwijking van lid b, mag op de gronden buiten het bebouwingsgebied en/of vóór de gevellijn aan de zijkant hoofdmassa de hoogte maximaal 2,2 m bedragen mits: 1. grenzend aan zowel de voorkant als zijkant van het bouwperceel geen sprake is van een bestemming Verkeer - Ontsluiting; 2. in afwijking van lid b, mag op de gronden buiten het bebouwingsgebied en/of vóór de Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 37

gevellijn aan de zijkant hoofdmassa de hoogte maximaal 2,2 m bedragen mits: 3. de afstand tot het kruisingsvlak ten minste 5 m bedraagt. 4.2.6

Ondergronds bouwen

Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. de verticale diepte van het ondergrondse bouwwerk mag maximaal 3,5 m bedragen; b. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal het toegestane oppervlak voor hoofdmassa en bijbehorende bouwwerken op basis van in lid 4.2.2 en 4.2.3. 4.3

Nadere eisen

a. een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige waarden van de omgeving; b. het college van Waalwijk kan nadere eisen stellen aan bebouwing (plaats en afmetingen) ten behoeve van het bevorderen van de verkeers-, sociale en brandveiligheid. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Algemene voorwaarden voor afwijken

In de hierna volgende artikelen wordt waar relevant verwezen naar één of meerdere van de volgende voorwaarden, waarbij door het beoogde bouwen: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; d. voldaan wordt aan Artikel 10 Parkeerregelgeving; e. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan doet aan het karakter van de omgeving; f. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint' dient op percelen grenzend aan de bestemming 'Agrarisch' of 'Natuur', bij ontwikkelingen aan de achterzijde sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan). 4.4.2

Hoofdmassa

a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder c voor het toestaan van een kleinere afstand van de hoofdmassa tot de zijdelingse perceelsgrens, mits: 1. in de bestaande situatie sprake is van een kleinere afstand tot de perceelsgrens dan is toegestaan, te meten vanaf de voorkant en aanwezig over over minimaal 50% van de diepte van de hoofdmassa, en voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder e sub 2 en 3 voor het toestaan van een grotere diepte van de hoofdmassa, mits: 1. maximaal 22 m diep; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder f voor het toestaan van een grotere breedte van de hoofdmassa, mits: 1. voldaan wordt aan lid 4.2.2 onder c (afstand tot zijdelingse perceelsgrens); 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder h Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 38

voor het toestaan van een hogere bouwhoogte van de hoofdmassa, mits: 1. maximaal 11 m hoog; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. 4.4.3

Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing

a. Bij een omgevingsvergunning kan in geval van het realiseren van een rieten kap op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, worden afgeweken van de maatvoering zoals opgenomen in lid 4.2.2 onder g en h, lid 4.2.3 onder f en g en lid 4.2.4 onder e, f, g en h om realisatie van de rieten kap mogelijk te maken, mits: 1. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1; 2. de hoogte in lid 4.2.2 onder g en h, lid 4.2.3 onder f en g en lid 4.2.4 onder e, f en g met maximaal 1 m wordt verhoogd; b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.3 onder g voor het toestaan van een nokhoogte van een bijbehorend bouwwerk van maximaal 6 m, mits: 1. de hoofdmassa cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is waarvan de bouwhoogte minimaal 8 m bedraagt; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. 4.4.4

Bijbehorende bouwwerken

a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.3 onder c en d voor het toestaan van een grotere oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning, niet ten behoeve van het stallen van vee, onder voorwaarde van de sloop van bestaande bijbehorende bouwwerken, mits: 1. maximaal 50% van het overtollige te slopen oppervlak aan bestaande gebouwen wordt teruggebouwd en/of in stand wordt gelaten; 2. een totaal aan bijbehorende bouwwerken van maximaal 200 m² in het bebouwingsgebied overblijft, exclusief hoofdmassa; 3. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing behouden blijft; 4. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. 4.4.5

Overige gebouwen

a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.4 onder e, f, g en h voor het toestaan van hogere goot- en / of bouwhoogte van overige gebouwen, mits: 1. het aantal bouwlagen niet toeneemt; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 13 m; 4. de noodzaak blijkt uit de aanvraag voor de omgevingsvergunning; 5. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.4 onder c voor het toestaan van een kleinere afstand van de overige gebouwen tot de perceelsgrens, mits: 1. in de bestaande situatie sprake is van een kleinere afstand van de hoofdmassa tot de perceelsgrens dan is toegestaan en deze afstand minimaal behouden wordt; 2. de noodzaak blijkt uit de aanvraag voor de omgevingsvergunning; 3. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.4 onder d voor het toestaan van een eenmalige vergroting van de gezamenlijke oppervlakte van overige gebouwen per bouwperceel met maximaal 15%, mits: 1. ter plaatse van een veehouderij de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid, conform lid 4.2.1; Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 39

2. van deze afwijking kan geen gebruik worden gemaakt als sloop van overtollige bebouwing is toegepast op basis van lid 4.6.8, lid 4.6.9, lid 4.7.4; 3. bij uitbreiding van een bedrijf, niet zijnde een agrarisch bedrijf, binnen de aanduiding 'overig zone - kernen in landelijk gebied' het extra ruimtebeslag, groter dan 5000 m2, slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; 4. de noodzaak blijkt uit de aanvraag voor de omgevingsvergunning; 5. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.4 onder b, c, e, f, g en h; 6. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.4.1. 4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van: a. de hoofdmassa ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten op meer dan 50 m² van het bruto-vloeroppervlak; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen; c. gronden ten behoeve van open opslag, tenzij het betreft open opslag voor agrarische bedrijfsactiviteiten; d. tentoonstelling van te verkopen producten in de open lucht; e. gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. gronden voor (bedrijfs)woningen, bedrijven en voorzieningen zoals opgenomen onder lid 4.1 die niet voldoen aan Artikel 10 Parkeerregelgeving, behoudens bedrijven en voorzieningen waarbij sprake is van een bestaande functie, mits de categorie of het type functie niet wijzigt en omvang ervan niet wordt vergroot; g. het binnen gebouwen gebruiken van meer dan één bouwlaag voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; h. het in gebruik nemen van gebouwen voor de stalling van vee ten behoeve van een veehouderij, welke op 21 september 2013 niet legaal in gebruik zijn, waren of mochten worden genomen krachtens een vergunning, voor de stalling van vee; i.

gebruik dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; j. vestiging van, de uitbreiding van en toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van mestbewerking. 4.5.2

Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een (bedrijfs)woning

De uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit bij een (bedrijfs)woning, zoals bedoeld in lid 4.1 onder b, is uitsluitend toegestaan op een maximum van 50 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijfs)woning, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft waarbij minimaal 50% van de brutovloeroppervlakte van de hoofdmassa voor de woonfunctie behouden blijft; b. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de bewoner van de woning is; c. de activiteiten plaatsvinden in de hoofdmassa en/of bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een overkapping met een open constructie, en geen sprake is van open opslag; Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 40

d. in geval van bedrijfsmatige activiteiten, de activiteiten passen in de tabel in Bijlage 2, kolom 'beroep/bedrijf aan huis, 50 m2' of indien zij niet voorkomen in Bijlage 2, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn; e. het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; f. het geen horeca, geluidzoneringsplichtige inrichtingen en inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) betreft; g. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie en wordt voldaan aan Artikel 10 Parkeerregelgeving. 4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1

Algemene voorwaarden voor afwijken

In lid 4.6 wordt, waar relevant, verwezen naar één of meerdere van de volgende voorwaarden, waarbij door het beoogde gebruik: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; d. voldaan wordt aan Artikel 10 Parkeerregelgeving; e. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het karakter van de omgeving; f. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint' en overige zone - landelijk lint' dient op percelen grenzend aan de bestemming 'Agrarisch' of 'Natuur', bij ontwikkelingen aan de achterzijde sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan); g. bij een combinatie van activiteiten: 1. de totale oppervlakte beperkt blijft tot de maximale maat van de activiteit welke de meeste ruimte in beslag mag nemen; 2. per toegestane activiteit de daarvoor toegestane maximale oppervlakte niet wordt overschreden. 4.6.2

Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

Bij een omgevingsvergunning kan per (bedrijfs)woning worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 en 4.5.2 voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten voor: a. maximaal 100 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijfs)woning; b. indien sprake is van cultuurhistorische bebouwing is maximaal 200 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijs)woning toegestaan; c. de afwijking op basis van lid 4.6.2 onder a en b is mogelijk onder voorwaarde dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. minimaal 50% van de brutovloeroppervlakte van de hoofdmassa voor de woonfunctie behouden blijft; 2. degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de bewoner van de woning is; 3. de activiteiten passen in de tabel in Bijlage 2, kolom 'beroep/bedrijf aan huis, 100 m2' of indien zij niet voorkomen in Bijlage 2, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn; 4. het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 41

als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; 5. het geen horeca, geluidzoneringsplichtige inrichtingen en inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) betreft; 6. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1. 4.6.3

Bed & breakfast

Bij een omgevingsvergunning per (bedrijfs)woning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 voor de uitoefening van bed & breakfast voor: a. maximaal 100 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijfs)woning in de hoofdmassa en aangebouwde bijbehorende bouwwerken; b. indien sprake is van cultuurhistorische bebouwing maximaal 200 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijs)woning in de hoofdmassa en bijbehorende bouwwerken, waarbij de maximale afstand van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk tot de openbare weg 40 m bedraagt; c. de afwijking op basis van lid 4.6.3 onder a en b is mogelijk onder voorwaarde dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de woonfunctie minimaal 50% van het totale brutovloeroppervlak van de hoofdmassa bedraagt, ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen maximaal 3 slaapkamers voor maximaal 6 gebruikers toegestaan zijn en daarnaast minimaal 1 slaapkamer beschikbaar blijft voor de bewoner(s) van de woning; 2. de maximale verblijfsduur voor gebruikers van de bed & breakfast voorziening is één week; 3. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; 4. degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of de bijbehorende bouwwerken uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is; 5.

de voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent in ieder geval dat een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan; 6. het geen horeca, geluidzoneringsplichtige inrichtingen en inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) betreft; 7. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1. 4.6.4

Wonen voor huisvesting van personen die geen huishouden vormen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 onder a voor het gebruik van een woning voor huisvesting van personen die geen huishouden vormen, mits: a. de activiteiten (deels) in de gevellijn uitgeoefend worden; b. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1. c. voldaan wordt aan de voorwaarden die zijn neergelegd in gemeentelijke Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 4.6.5

Wonen in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder d sub 1 betreffende het oppervlak van de hoofdmassa, voor het gebruik van de totale bestaande hoofdmassa van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing voor één woning, mits; a. bijbehorende bouwwerken die niet cultuurhistorisch waardevol zijn en waarmee het totale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken van zoals opgenomen in lid 4.2.3 onder c en d per woning wordt overschreden, worden gesloopt, tenzij gebruik gemaakt is of wordt van van lid 4.4.4 voor het toestaan van een grotere oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken vanwege Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 42

de sloop van bestaande bijbehorende bouwwerken; b. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1. 4.6.6

Extensieve dagrecreatiepunten

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 voor uitbreiding van een extensief dagrecreatie punt, onder voorwaarde dat: a. de functie niet-zelfstandig en ondergeschikt aan het agrarisch bedrijf is; b. de oppervlakte maximaal 250 m2 brutovloeroppervlak per agrarisch bedrijf beslaat, waarvan maximaal 35 m² verkoop vloeroppervlak voor verkoop en/of lichte horeca en maximaal 100 m² bruto vloeroppervlak; c. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1. 4.6.7

Bedrijven en voorzieningen in bijbehorend bouwwerk

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.3 voor het gebruik van een bijbehorend bouwwerk voor bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van een op hetzelfde perceel gevestigd bestaand (agrarisch) bedrijf of bestaande voorziening, mits: a. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot twee of meer zelfstandige bedrijven of voorzieningen; b. het niet gebruikt wordt voor de uitoefening van een veehouderij, voor de huisvesting van vee of de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij; c. het geen gebruik betreft dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; d. het totale oppervlak aan niet agrarische, bedrijfsmatige activiteiten maximaal de bestaande oppervlakte van de niet agrarische activiteiten bedraagt, vermeerderd met 15%; e. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.1; f. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1. 4.6.8

Bedrijven

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 onder e sub 1 voor: a. vestiging van een internetbedrijf en/of internetafhaalpunt, mits het bouwperceel grenst aan de bestemming Verkeer - Ontsluiting; b. bedrijfsactiviteiten welke vallen onder categorie C zoals opgenomen in Bijlage 2, kolom 'zelfstandige bedrijven' alsmede bedrijven welke naar hun schaal, aard en hinder op de omgeving daarmee vergelijkbaar zijn, mits het bouwperceel grenst aan de bestemming Verkeer - Ontsluiting; c. afwijking op basis van lid 4.6.8 onder a of b is mogelijk onder voorwaarde dat: 1. uitbreiding van het bestaand bebouwd oppervlak is niet toegestaan; 2. de overtollige bestaande agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten; 3. voldaan wordt aan de overige voorwaarden van lid 4.1; 4. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1; 5. in de vergunning dient te worden opgenomen dat indien het gebruik van deze gronden voor het type bedrijf gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 43

4.6.9

Voorzieningen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 4.1 onder f ten behoeve van vestiging van niet-publieksgerichte voorzieningen op meer dan 200 m2 per bouwperceel; b. het bepaalde in lid 4.1 onder f voor het vestigen van publieksgerichte dienstverlening of publieksgerichte maatschappelijke voorzieningen, tot maximaal 200 m2 bruto vloeroppervlak per bouwperceel; c. afwijking op basis van lid 4.6.9 onder a en b is mogelijk onder voorwaarde dat: 1. vestiging van de voorziening niet leidt tot het ontstaan van zodanige relevante, structurele leegstandseffecten, dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie zal leiden; 2. de overtollige bestaande agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten; 3. voldaan wordt aan de overige voorwaarden van lid 4.1; 4. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.6.1; 5. in de vergunning dient te worden opgenomen dat indien het gebruik van deze gronden voor het type voorziening als bedoeld in lid 4.6.9 onder a gedurende minimaal één jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit. 4.7

Wijzigingsbevoegdheid

4.7.1

Algemene voorwaarden voor wijzigen

In lid 4.7 wordt waar relevant verwezen naar één of meerdere van de volgende voorwaarden, waarbij door het beoogde gebruik: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; d. voldaan wordt aan Artikel 10 Parkeerregelgeving; e. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het karakter van de omgeving; f. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint' dient op percelen grenzend aan de bestemming 'Agrarisch' of 'Natuur', bij ontwikkelingen aan de achterzijde sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan); g. bij een combinatie van activiteiten: 1. de totale oppervlakte beperkt blijft tot de maximale maat van de activiteit welke de meeste ruimte in beslag mag nemen; 2. per toegestane activiteit de daarvoor toegestane maximale oppervlakte niet wordt overschreden. 4.7.2

Verwijderen van aanduidingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzingen ten behoeve van het verwijderen van de aanduidingen: a. specifieke vorm van agrarisch - aanvullende bedrijfsactiviteit'; indien de desbetreffende functie ter plaatse duurzaam beëindigd is. Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 44

4.7.3

Gevellijn

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzingen ten behoeve van de wijziging van de aanduiding gevellijn, mits: a. geen onevenredige aantasting ontstaat van het straat- en bebouwingsbeeld; b. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.7.1 onder a en b. 4.7.4

Voorzieningen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bevoegd de bestemming 'Gemengd - Agrarisch' te wijzigen door de volgende aanduiding toe te voegen: a. de aanduiding 'dienstverlening' toe te voegen ten behoeve van vestiging van publieksgerichte dienstverlening; b. de aanduiding 'maatschappelijk' toe te voegen ten behoeve van vestiging van een publiekgerichte maatschappelijke voorziening in in aanvulling op lid 4.1 onder g; c. de aanduiding 'horeca' toe te voegen ten behoeve van vestiging van lichte of middelzware horeca; d. de aanduiding 'detailhandel' toe te voegen ten behoeve van vestiging van detailhandel met uitzondering van een supermarkt of detailhandel volumineus; e. de aanduiding 'detailhandel volumineus' toe te voegen ten behoeve van vestiging van volumineuze detailhandel; onder voorwaarde dat: 1. het een passende locatie betreft op basis van de volgende voorkeursvolgorde: Kern Waalwijk Sprang-Capelle Waspik Voorkeursgebied 1 Vestiging ter plaatse Vestiging ter plaatse Vestiging ter plaatse van Centrum van Raadhuisplein van de aanduiding Waalwijk en ter Sprang-Capelle en 'Overige zone – plaatse van de ter plaatse van de Stedelijk lint' van de aanduiding 'Overige aanduiding 'Overige kern Waspik. zone – Stedelijk lint' zone – Kernlint' van van de kern de kern Waalwijk. Sprang-Capelle.

2 Als aangetoond Als aangetoond Als aangetoond wordt dat geen wordt dat geen wordt dat geen geschikte ruimte in geschikte ruimte in geschikte ruimte in voorkeursgebied 1 voorkeursgebied 1 voorkeursgebied 1 van de kern Waalwijk van de kern van de kern Waspik beschikbaar is, dan Sprang-Capelle beschikbaar is, dan is vestiging ter beschikbaar is, dan is vestiging ter plaatse van de is vestiging ter plaatse van de aanduiding 'Overige plaatse van de aanduiding 'Overige zone – Kernlint' aanduiding 'Overige zone – Kernlint', binnen de kern zone – dorpslint' in 'Overige zone – Waalwijk mogelijk, de kern dorpslint', en 'Overige mits de locatie goed Sprang-Capelle zone – landelijk lint' ontsloten is of kan mogelijk, mits de in de kern Waspik worden. locatie goed mogelijk, mits de ontsloten is of kan locatie goed worden. ontsloten is of kan worden. Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 45

Onder 'geen geschikte ruimte' wordt verstaan het ontbreken van de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het voorkeursgebied te doen plaatsvinden. f.

vestiging van de voorziening niet leidt tot het ontstaan van zodanige relevante, structurele leegstandseffecten, dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie zal leiden; g. de bestaande woonfunctie in een deel van de hoofdmassa in de gevellijn behouden blijft; h. De overtollige bestaande agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten; i. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 4.1 onder g en h en lid 4.7.1; j. in de vergunning dient te worden opgenomen dat indien het gebruik van deze gronden voor het type voorziening gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 46

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Bouwen van gebouwen

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologischewaarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen; 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden 5.3.1

Werken en werkzaamheden

Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op meer dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder het maaiveld, met uitzondering van het vervangen van bestaande drainage en bestaande leidingen. 5.3.2

Uitzonderingen

Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het inwerkingtreden worden van dit plan.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 47

5.3.3

Toelaatbaarheid

a. De in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 5.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 48

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Bouwen van gebouwen

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologischewaarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen; 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden 6.3.1

Werken en werkzaamheden

Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op meer dan 500 m² en dieper dan 50 cm onder het maaiveld, met uitzondering van het vervangen van bestaande drainage en bestaande leidingen. 6.3.2

Uitzonderingen

Het in lid 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het inwerkingtreden worden van dit plan.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 49

6.3.3

Toelaatbaarheid

a. De in lid 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 6.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 50

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Bouwen van gebouwen

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 5000 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologischewaarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 7.3.1

Werken en werkzaamheden

Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op meer dan 5000 m² en dieper dan 50 cm onder het maaiveld, met uitzondering van het vervangen van bestaande drainage en bestaande leidingen. 7.3.2

Uitzonderingen

Het in lid 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het inwerkingtreden worden van dit plan.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 51

7.3.3

Toelaatbaarheid

a. De in lid 7.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 7.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 52

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 53

Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

Overige zone - kernen in landelijk gebied

a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernen in landelijk gebied' mag een bouwperceel van een (niet-agrarisch) bedrijf ten hoogste 5.000 m2 bedragen; b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder lid 9.1 onder a, ten behoeve van vestiging of uitbreiding van een bedrijf op een bouwperceel groter dan 5.000 m2, mits: 1. de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken voor het bedrijf om op het in gebruik zijnde bouwperceel tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte door middel van zorgvuldig ruimtegebruik; 2. aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig zijn die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse; 3. de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op een bedrijventerrein in een nabij gelegen stedelijk concentratiegebied of een nabijgelegen bovenregionaal bedrijventerrein. 9.2

Overige zone - dorpslint

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - dorpslint': a. dient de afstand van een vrijstaande hoofdmassa tot de zijdelingse perceelsgrens van het bouwperceel in totaal tot beide perceelsgrenzen minimaal 6 m, met een minimum van 1,5 m tot één van beide perceelsgrenzen te bedragen (lid 3.2.2 onder c sub 1); b. bedraagt het oppervlak van vrijstaande hoofdmassa maximaal 150m2 (lid 3.2.2 onder d sub 1); c. dient op percelen grenzend aan de bestemming 'Agrarisch' of 'Natuur', bij ontwikkelingen aan de achterzijde sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan) (lid 3.4.1 onder f, 3.6.1 onder f, 3.7.1 onder f, 3.7.5 onder b sub 3 en 3.7.4 onder f sub 3); d. gelden de regels zoals opgenomen in lid 4.4 onder f, 4.6.1 onder f, 4.7.1 onder f en 4.7.4 onder e sub 1;

Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 19), Waspik, vastgesteld 54

Artikel 10 10.1

Parkeerregelgeving

Parkeren, laden en lossen

a. Bij een gebruiksverandering of de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel, waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn: 1. voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen voor auto's betekent 'in voldoende mate' dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in een gemeentelijke parkeernota. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging; 2. de afmetingen van de parkeerplaatsen voor auto's dienen te voldoen aan de afmetingen in de beleidsregels die zijn neergelegd in een gemeentelijke parkeernota. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging; 3. indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. 10.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10423079/1