Bijlage 3. Inkomenseffectrapportage Waalwijk 2024 en 2025 def
Tekst van het document
Inkomenseffectrapportage De bestedingsruimte van minimahuishoudens in de gemeente Waalwijk in 2024 en 2025
Opdrachtgever Gemeente XXXX
Opdrachtgever Gemeente Waalwijk Datum Juni 2025 Auteurs Jitske Kooistra-van der Wijk Marijke Bos KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Inhoudsopgave Inleiding ...............................................................................................................................2 Samenvatting .......................................................................................................................4 1. Introductie op de inkomenseffecten....................................................................................5 1.1. Voorbeeldhuishoudens ...............................................................................................5 1.2. Totaal inkomen...........................................................................................................5 1.3. Totale uitgaven...........................................................................................................6 1.4. Impact van het gemeentelijke beleid ............................................................................6 1.5. Uitgangspunten ..........................................................................................................8 1.6. Kanttekening ............................................................................................................ 10 2. Inkomenseffecten ........................................................................................................... 11 2.1.
Alleenstaande .......................................................................................................... 11 2.2. Paar zonder kinderen................................................................................................ 14 2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar .................................................... 16 2.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar ........................................................................... 18 2.5. Alleenstaande AOW-leeftijd....................................................................................... 21 2.6. Paar AOW-leeftijd..................................................................................................... 23 2.7. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen ..................................................... 25 3. Analyse van de resultaten ............................................................................................... 28 3.1. Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen ................................................ 28 3.2. Financiële effecten bij werkaanvaarding ..................................................................... 29 3.2.1. Effect van de inkomensstijging ten opzichte van de bijstand .................................. 30 3.2.2. Effect van de inkomensstijging voor huishoudens die niet uit de bijstand komen ..... 30 3.3.
Huishoudens met een langdurig minimuminkomen ..................................................... 31 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ................................................................................. 32 Bijlage 2. Financieel maandoverzicht 2024........................................................................... 34 Bijlage 3. Financieel maandoverzicht 2025........................................................................... 40 Bijlage 4. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen 2024 .............................................................. 46 Bijlage 5. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen 2025 .............................................................. 47
1
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van inwoners die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om inwoners te stimuleren om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. Het minimabeleid is ook in de gemeente Waalwijk (± 50.000 inwoners) een actueel thema. Inwoners van de gemeente Waalwijk met een laag inkomen kunnen van verschillende lokale – naast de landelijke – regelingen gebruikmaken. Momenteel staat het ontwikkelen van een nieuwe nota voor armoede en schuldhulpverlening op de agenda. Voorliggend onderzoek heeft als doelstelling om de huidige situatie in beeld te brengen op basis van feitelijke informatie en een getalsmatige evaluatie te houden van het armoede- en schuldenbeleid van de afgelopen jaren. Deze informatie kan als input meegenomen worden voor de nieuwe nota. De huidige situatie in de gemeente Waalwijk wordt in beeld gebracht aan de hand van de volgende onderzoeksmethodieken: • Dashboard Minima Het dashboard brengt de omvang en samenstelling van de minimapopulatie in beeld, evenals het gebruik en bereik van regelingen. • Inkomenseffect rapportage De inkomenseffecten geven weer wat de invloed van het landelijke en gemeentelijke beleid is op de bestedingsruimte van inwoners. Voorliggend rapport bespreekt de resultaten uit de inkomenseffecten.
Inkomenseffecten In dit rapport brengen we twee situaties in beeld: de bestedingsruimte van minimahuishoudens in 2024 (voorgaande beleidssituatie) en in 2025 (de situatie na de beleidswijzigingen) 1: • 2024: bestedingsruimte van minima voor de beleidswijzigingen We berekenen voor zes verschillende voorbeeldhuishoudtypen met verschillende inkomensniveaus hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen. Het gaat om inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), en voor langdurige minimahuishoudens. Meer specifiek gaat het om de effecten van het vergaren van meer inkomen (bijv. vanuit een bijstandssituatie). Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Vanuit verschillende bronnen stellen we daarnaast per huishoudtype een bedrag aan uitgaven vast. Waar mogelijk baseren wij de uitgaven op lokale tarieven. Ten slotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand.
• 2025: bestedingsruimte van minima na de beleidswijzigingen Met bovenstaande informatie (vorige bullet) berekenen we de effecten van de beleidswijzigingen - die per 1 januari 2025 zijn doorgevoerd – op de bestedingsruimte van minimahuishoudens 2. Hierbij nemen we ook de wijzigingen in de landelijke regelingen en toeslagen per 1 januari 2025 mee in de berekening van de inkomsten3. Zo wordt inzichtelijk of de beleidswijzigingen zorgen voor een vooruitgang of terugval in de actuele maandelijkse bestedingsruimte.
1 Zie bijlage 1 voor een overzicht van de beleidswijzigingen tussen 2024 en 2025. 2
We brengen een extra inkomensniveau – van 140 procent Wsm – in beeld in de bestedingsruimte van huishoudens in 2025. Een aantal inkomensondersteunende regelingen hebben nu een inkomensgrens van 130 procent Wsm; dit maakt het van belang om de effecten van het wegvallen van de regelingen bij 140 procent Wsm in beeld te brengen. 3 Hieronder vallen de inkomsten vanuit uitkering, loon en toeslagen vanuit het Rijk.
2
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Leeswijzer rapport Allereerst worden de belangrijkste resultaten besproken in de samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt de onderzoeksmethodiek nader toegelicht. In hoofdstuk 2 geven we de inkomenseffecten weer per huishouden, zowel in de situatie van 2024 (situatie voor beleidswijzigingen) als 2025 (situatie na beleidswijzigingen). Hierbij maken we onderscheid tussen huishoudens die wel of niet langdurig een minimuminkomen hebben. In hoofdstuk 3 staat een analyse van de inkomenseffecten. Het rapport wordt afgesloten met een vijftal bijlagen. In bijlage 1 staat een overzicht van de gemeentelijke regelingen. In de tweede bijlage worden de volledige begrotingen in 2024 getoond en in de derde bijlage de begrotingen van 2025. Bijlage 4 geeft inzicht in de maandelijkse gemeentelijke bijdrage voor de verschillende regelingen per huishouden bij een (langdurig) inkomen van 100 procent Wsm in 2024 en bijlage 5 geeft dit weer voor 2025.
3
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Samenvatting In de samenvatting staan de belangrijkste bevindingen vanuit de Inkomenseffect Rapportage weergegeven.
Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen • •
•
De gemeentelijke regelingen bieden zowel in 2024 als 2025 (extra) financiële bestedingsruimte voor alle huishoudens bij de laagste inkomens. Vier van de zes voorbeeldhuishoudens zijn op bijstandsniveau afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om rond te komen in 2024. Dit zijn: o Alleenstaanden zonder kinderen o Paren zonder kinderen o Paren met kinderen o Paren met de AOW-gerechtigde leeftijd (kunnen in 2025 wel rondkomen zonder gemeentelijke regelingen) De andere huishoudens kunnen maandelijks rondkomen, met en zonder het gebruik van de gemeentelijke regelingen.
Financiële effecten bij werkaanvaarding •
•
•
Alle huishoudens gaan erop vooruit wanneer zij gaan werken vanuit de bijstand. Ze krijgen namelijk te maken met een maandbudget dat in de plus uitkomt of ruimer wordt bij een inkomensstijging ten opzichte van de bijstand Dit geldt zowel voor de huishoudens die van geen gemeentelijke regelingen gebruik maken als voor de huishoudens die gebruik maken van alle regelingen van de gemeente, behalve voor paren zonder kinderen. Voor paren zonder kinderen geldt in 2024 dat zij bij een inkomen tot 110 procent Wsm nog onvoldoende budget hebben als zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. In 2025 hebben zij wel voldoende budget. Het wegvallen van gemeentelijke regelingen (al dan niet in combinatie met afnemende toeslagen) kan bij extra werkaanvaarding zorgen voor een terugval in het maandbudget. Dit komt voor bij zowel paren zonder als met kinderen, die gebruik maken van alle regelingen, wanneer het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt in 2024 of wanneer het inkomen van 130 naar 140 procent Wsm stijgt in 2025. Als huishoudens geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen, dan komt dit niet voor. Alleenstaanden en alleenstaande ouders krijgen minder bestedingsruimte als zij vanuit een situatie van een langdurig minimuminkomen gaan werken tegen een inkomen van 110 procent Wsm.
Het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag zorgt voor een lager maandbudget op 110 procent Wsm dan op bijstandsniveau, zowel in 2024 als in 2025. Wanneer deze huishoudens vanuit een langdurig inkomen op 100 procent Wsm gaan werken tegen een inkomen op 120 procent Wsm of hoger gaan zij erop vooruit: hun bestedingsruimte wordt groter. Voor paren (met en zonder kinderen) geldt dat zij meer bestedingsruimte krijgen als ze gaan werken vanuit een langdurige bijstandssituatie.
4
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
1. Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomens Effectrapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.
1.1. Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2024 en 2025 voor de volgende zes huishoudtypen: Huishoudtypen Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar); • paar zonder kinderen; • paar met twee kinderen (8 en 13 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar. Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120, 130 en 140 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm)4. Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan vijf jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).
1.2. Totaal inkomen Het totale inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit: • netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; • bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag; o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. • gemeentelijke minimaregelingen.
4 Volgens de Rijksoverheid is het sociaal minimum een bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te
leven. Elk halfjaar wordt het sociaal minimum door de overheid opnieuw bepaald. Dit bedrag hangt af van leeftijd en leefsituatie. Het sociaal minimum wordt ook wel het bestaansminimum genoemd.
5
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
1.3. Totale uitgaven De uitgaven 5 zijn gecategoriseerd naar basisuitgaven en kosten voor participatie. De basisuitgaven bestaan uit: • vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur 6, energie- en waterkosten7, zorgverzekering8, overige verzekeringen en vervoerskosten; • reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; • huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; • uitgaven voor onderwijs9 en (buitenschoolse) opvang10; • werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding. Naast de basisuitgaven worden kosten voor sociale participatie meegenomen: • Dit bedrag in de begroting kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, oftewel: kosten voor meedoen aan de samenleving11. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 2.
1.4. Impact van het gemeentelijke beleid Specificatie gemeentelijke minimaregelingen12 In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt. De inkomensgrenzen van de minimaregelingen bij het in 2024 hebben betrekking op de situatie waarin we de situatie vóór de beleidswijzigingen doorrekenen in de begrotingen. De inkomensgrenzen genoemd bij 2025 hebben betrekking op de beleidswijzigingen (ingevoerd per 1 januari 2025) die we doorrekenen in de begrotingen.
5 Per uitgave is gespecificeerd vanuit welke bron de informatie afkomstig is. De volgende kostenposten zijn
gebaseerd op normbedragen van het Nibud: overige verzekeringen, vervoerskosten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven, werkgerelateerde kosten en sociale participatie. De cijfers zijn afkomstig uit het Budgethandboek 2024 van het Nibud (eenenveertigste editie). 6 Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente. 7 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Brabant Water. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van Waternet. De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Engie, pakket Nederlandse Groene Stroom en Aardgas, 1 jaar vast (tarief van moment van schrijven: december 2024 en april 2025). 8 De premie voor de zorgverzekering is gebaseerd op een gemiddeld bedrag van zes grote zorgverzekeraars. 9 Deze kosten zijn gebaseerd op de Schoolkostenmonitor van de Rijksoverheid. 10 De tarieven voor buitenschoolse opvang en kinderopvang zijn gebaseerd op de tarieven van de VNG. 11 Voor deze kosten is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. 12 In bijlage 1 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven.
6
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Tabel 1.4.1 Gemeentelijke minimaregelingen 2024 13 Regelingen opgenomen in begrotingen
Inkomensgrens 2024
Inkomensgrens 2025
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
100% Wsm
100% Wsm
Individuele inkomenstoeslag
Vijf jaar of langer 105% Wsm
Vijf jaar of langer 105% Wsm
Collectieve zorgverzekering
120% Wsm
120% Wsm
Paswijzer Volwassenpakket (vanaf 18 jaar)
110% Wsm
130% Wsm
Paswijzer Kindpakket (0 t/m 17 jaar)
110% Wsm
130% Wsm
Jeugdfonds Sport & Cultuur
120% Wsm
130% Wsm
Volwassenfonds Sport & Cultuur
120% Wsm
130% Wsm
Stichting Leergeld
110% Wsm14
130% Wsm15
Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand
N.v.t.
N.v.t.
Studietoeslag
Specifieke doelgroep
Specifieke doelgroep
Maatwerkfonds
N.v.t.
N.v.t.
Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet opgenomen in de begrotingen en bij de inkomenseffecten: • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen (zowel kosten als vergoeding) omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voor komt. Daarnaast geldt voor deze regeling een draagkrachtberekening. • De studietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling een specifieke doelgroep kent, namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun studie te werken. • Het maatwerkfonds is niet meegenomen in de berekeningen (zowel kosten als vergoeding) omdat dit een vorm van bijstand is en op maat wordt opgesteld. Het betreffen dus individuele uitgaven en komen niet maandelijks bij iedereen voor. Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruik maken van alle beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen.
Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik maken. In deze gevallen blijven alle uitgaven gelijk. Dat betekent bijvoorbeeld dat huishoudens nog altijd de gemeentelijke belastingen moeten betalen, maar hier dan geen kwijtschelding meer voor ontvangen of dat huishoudens nog wel een uitgebreide zorgverzekering hebben, maar vanuit de gemeente geen korting meer hierop krijgen. De impact van de individuele inkomenstoeslag op het inkomen van langdurige minimahuishoudens is in een losse paragraaf weergegeven (paragraaf 2.7).
13 Tussen de Paswijzer en het Volwassenen- en Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld voor
kinderen vindt enige overlap plaats. Echter mogen alle vergoedingen aangevraagd worden. 14 Bij deze regeling wordt gekeken naar het besteedbaar inkomen. Hierbij is de aanname gedaan dat huishoudens met een inkomen tot 110% Wsm gebruik maken van deze regeling. 15 Bij deze regeling wordt gekeken naar het besteedbaar inkomen. Hierbij is de aanname gedaan dat huishoudens met een inkomen tot 130% Wsm gebruik maken van deze regeling.
7
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
In het rapport geven we dus het resterende maandbudget weer voor twee situaties: bij een volledig en bij geen gebruik van de gemeentelijke regelingen. • Volledig gebruik: voor het weergeven van het volledige gebruik hebben we de regelingen uit tabel 1.4.1. doorgerekend. Indien een huishouden aanspraak kan maken op een regeling, is deze verrekend in het maandbudget. Voor huishoudens met kinderen zijn bijvoorbeeld de kindregelingen doorgerekend, bij huishoudens zonder kinderen zijn deze logischerwijs niet doorgerekend. • Geen gebruik: in deze situatie ontvangen de huishoudens geen vergoedingen vanuit de minimaregelingen van de gemeente. Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 3 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een inkomen op 100 procent Wsm.
1.5. Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames. Algemeen • De huishoudens ontvangen alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. • De huishoudens maken ofwel gebruik van alle lokale regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag ofwel maken van geen enkele regeling gebruik (zie paragraaf 1.4). • De huishoudens hebben geen schulden. • De huishoudens wonen in een huurwoning waarin zij recht hebben op huurtoeslag. • Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Voor de uitgaven geldt bovendien de aanname dat deze stabiel blijven op de verschillende inkomensniveaus. Het gaat dan om de basisuitgaven: uitgaven voor vaste lasten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en het normbudget voor maatschappelijke deelname. Uitzondering hierop vormen de werk gerelateerde kosten. Huishoudens hebben vanaf een inkomensniveau van 110 procent Wsm ook werk gerelateerde kosten (woon-werkverkeer en werkkleding). Het is daarnaast goed mogelijk dat wanneer het inkomen stijgt, huishoudens in de praktijk meer geld uitgeven aan maatschappelijke deelname (dagje uit e.d.).
De basisuitgaven blijven stabiel in de inkomenseffectrapportage zodat zichtbaar wordt of huishoudens meer budget overhouden voor extra uitgaven. • Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet 16. • De voorbeeldhuishoudens wonen in een huurwoning. We gaan uit van € 630 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 676 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden in 2024. In 2025 zijn deze bedragen respectievelijk € 662 en € 710. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Waalwijk. • Het normbedrag voor sociale participatie betreft een bedrag dat huishoudens besteden om sociaal mee te doen in de samenleving. Dit is het bedrag voor alle vrijetijdsactiviteiten van een huishouden als sport, hobby, recreatie, uitjes, abonnementen, op bezoek gaan bij anderen (inclusief vervoer) en bezoek ontvangen. Het normbedrag is gebaseerd op een gemiddelde situatie specifiek gericht op minimahuishoudens. In hoeverre dit bedrag toereikend is voor alle minimahuishoudens kan in de praktijk afwijken.
16 Die vermogensgrens is in 2024 € 15.150 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.575 voor
een alleenstaande. In 2025 is die vermogensgrens € 15.540 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.770 voor een alleenstaande.
8
Gemeente Waalwijk
BSO •
•
Versie 1.0
Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 8-jarige kind naar de BSO gaan zodat de ouder kan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven: o Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarige kind tegen een tarief van € 9,12 in 2024 (maximum uurprijs) en € 9,52 in 2025 (maximum uurprijs). o Inkomen van 130 en 140 procent Wsm: drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,12 in 2024 (maximum uurprijs) en € 9,52 in 2025 (maximum uurprijs). Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. We gaan ervan uit dat deze huishoudens geen dagopvang en BSO nodig hebben, omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding.
Zorgkosten • We doen de aanname dat huishoudens met een inkomen tot en met 120 procent Wsm een collectieve zorgverzekering hebben afgesloten. De gemeente Waalwijk biedt in samenwerking met onder andere CZ een basisverzekering aan en drie aanvullende pakketopties: Start, Extra en Extra Uitgebreid. Daarnaast wordt in samenwerking met VGZ eveneens een basisverzekering aangeboden met drie pakketopties: Compact, Compleet en Compleet met dekking van het wettelijke eigen risico. In deze inkomenseffectrapportage is gerekend met gebruik van de VGZ Ruime Keuze met Gemeentepakket Compleet. Er wordt met dit pakket gerekend, omdat dit in 2024 het meest gekozen pakket binnen de collectieve zorgverzekering in de gemeente Waalwijk was 17. • Huishoudens met een inkomen van 130 procent Wsm sluiten een reguliere zorgverzekering af. Hiervoor is een gemiddeld premiebedrag (€ 198 in 2024 en € 213 en 2025) berekend van zes grote zorgverzekeraars18. Dit geldt zowel voor de niet AOWgerechtigden als voor de AOW-gerechtigden. • Binnen de gekozen (collectieve) zorgverzekering is het wettelijke eigen risico niet gedekt. De aanname geldt dat huishoudens zorgkosten hebben en hun wettelijke eigen risico gebruiken. Het bedrag wordt over het hele jaar gespreid en in de inkomenseffectrapportage wordt een bedrag per maand doorgerekend in de reserveringsuitgaven.
Gemeentelijke regelingen • Er is in de gemeente Waalwijk kwijtschelding mogelijk voor de afvalkosten (max. € 265 in 2024 en max. € 274 in 2025), rioolheffing en waterschapsbelasting. De variabele afvalkosten worden niet volledig kwijtgescholden.
17 In 2025 is het pakket VGZ Gemeentepakket Compleet + € 0 eigen risico het meest gekozen. Dit pakket
is duurder, maar heeft ook een hogere gemeentelijke bijdrage. Het meeverzekeren van het eigen risico via de collectieve zorgverzekering is € 7,90 per maand duurder (de bijdrage van de gemeente is hierin meegenomen). Daarentegen is het eigen risico meeverzekerd en hoeft hiervoor in de reserveringsuitgaven geen ruimte te worden opgenomen. Dit scheelt € 32,08 per maand. Uiteindelijk zullen de uitgaven door het gebruik van het pakket waarin het eigen risico is meeverzekerd € 24,18 lager zijn per volwassene per maand. 18 Het gemiddelde premiebedrag voor een reguliere zorgverzekering voor huishoudens onder de AOWleeftijd is gebaseerd om de meest gekozen pakketten bij acht grote zorgverzekeraars. In het pakket zit een basisverzekering, aanvullende verzekering (wisselende samenstelling aan vergoeding: bijvoorbeeld 6 tot 12 fysiobehandelingen per jaar, spoedeisende hulp, anticonceptie) en een basis tandverzekering (circa 75 procent vergoeding tot € 250 per jaar). Voor een uitgebreide zorgverzekeringspakket is opnieuw een gemiddelde genomen op basis van acht grote zorgverzekeraars.
In het uitgebreide pakket zit een basisverzekering (streven is 100 procent vergoeding bij zorgverleners met en zonder contract), aanvullende verzekering (wisselende samenstelling aan vergoeding: bijvoorbeeld 9 tot 25 fysiobehandelingen per jaar, alternatieve zorg, brillen/ lenzen) en een duurdere tandverzekering.
9
Gemeente Waalwijk
• • •
•
Versie 1.0
Via de Paswijzer kunnen zowel volwassenen als kinderen aanspraak maken op € 200 in 2024 en € 225 in 2025 per persoon in de huishoudtypes die in dit rapport zijn opgenomen 19. Voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur is de aanname gedaan dat beide kinderen gebruik maken van de vergoeding voor sport (cultuur wordt niet meegenomen in de begroting). Dit gaat om een bedrag van € 275 in 2024 en € 300 in 2025 per kind op jaarbasis. Voor het Volwassenenfonds Sport & Cultuur is de aanname gedaan dat een alleenstaand huishoudtype gebruik maakt van cultuur. Voor paren is de aanname gedaan dat één persoon gebruik maakt van sport en de andere persoon van cultuur. De vergoedingen bedragen € 275 voor sport en € 450 voor cultuur op jaarbasis in 2024. Dit bedrag is inclusief attributen ter waarde van maximaal € 100. In 2025 zijn de bedragen € 300 voor sport en € 450 voor cultuur. Kinderen in minimahuishoudens kunnen via Stichting Leergeld ondersteuning krijgen voor onderwijs, sport, cultuur en welzijn. Voor Stichting Leergeld is met een gemiddeld bedrag gerekend per gezin (€ 190 per maand), zoals uit het jaarverslag van 2023 blijkt (dit bedrag is zowel voor 2024 als 2025 gebruikt, aangezien het jaarverslag van 2024 niet openbaar was op het moment van schrijven). Het fietsplan blijft hierbij buiten beschouwing.
1.6. Kanttekening Bij een doorrekening die gestoeld is op een aantal aannames, behoort ook een kanttekening. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer (of minder) uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage.
19 Vanuit de paswijzer is € 50 in 2024 en € 75 in 2025 per kind tot en met 3 jaar beschikbaar. Aangezien in
de meegenomen huishoudtypes in dit rapport geen kind is meegenomen met een dergelijke leeftijd, is het voor dit rapport niet opgenomen.
10
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2. Inkomenseffecten In dit hoofdstuk gaan we per voorbeeldhuishouden in op het effect van inkomensverhoging. Daarbij kijken we naar het budget dat maandelijks overblijft na het doen van de basisuitgaven en uitgaven voor participatie. De invloed van het gebruik van gemeentelijke regelingen is hierbij te zien, zowel in de situatie van 2024 (vóór de beleidswijzigingen) als in 2025 (na de beleidswijzigingen). In bijlage 2 staan de volledige begrotingen per voorbeeldhuishouden, zowel van 2024 als van 2025.
2.1. Alleenstaande
Budget na uitgaven: alleenstaande 2025
Budget na uitgaven: alleenstaande 2024 Geen gebruik
Geen gebruik
Volledig gebruik
€ 700
€ 700
€ 500
€ 500
€ 300 € 79
€ 100 € -100
€ 39
€ 107
€ 169
€ 221
€ 291 € 291
€ 300
€ -100
€ -22
100% Wsm
110% Wsm
€ 98
€ 100
120% Wsm
€ 130
€ 265 € 195
€ 385 € 329
€ 432 € 432
€ -8
100% Wsm
130% Wsm
€ 60
Volledig gebruik
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
Alleenstaanden hebben na hun basisuitgaven onvoldoende geld over om uit te geven aan participatie als zij geen gebruik zouden maken van de gemeentelijke regelingen (€ 22 tekort in 2024 en € 8 tekort in 2025). Als zij wél gebruik maken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag aan participatie (€ 117 in 2024 en € 121 in 2025) dan hebben zij € 79 in 2024 en € 98 in 2025 over. Dit betekent dat het gebruiken van de gemeentelijke regelingen noodzakelijk is om rond te komen op bijstandsniveau. Verder loont het voor alleenstaanden om telkens meer te gaan werken tot een inkomensniveau van 130 procent Wsm. De loonstijging vangt het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen op. Hier is zowel sprake van wanneer alleenstaanden geen regelingen gebruiken, alsook wanneer zij alle regelingen gebruiken in zowel 2024 als 2025. In de tabel is te zien dat zowel de inkomsten als uitgaven zijn gestegen in 2025 ten opzichte van 2024. Doordat de inkomsten meer zijn gestegen dan de uitgaven, houdt een alleenstaande aan het eind van de maand meer over in 2025 dan in 2024. Dit geldt zowe l met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen.
11
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Leeswijzer tabel: het huishouden heeft inkomsten uit uitkering of werk, aangevuld met maximale landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Hiervan trekken we de uitgaven af: basisuitgaven en sociale participatie uitgaven. Dit leidt uiteindelijk tot een resterend maandbudget.
Beleid 2024
Inkomsten
Uitgaven
Budget na alle uitgaven
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basis uitgaven Participatie uitgaven Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
100%
110%
Beleid 2025 120%
130%
140%
1.308
1.439
1.570
1.701
1.345
1.480
1.615
1.749
1.884
502
502
502
490
529
529
529
529
498
102
68
52
0
105
70
70
56
0
1.716
1.786
1.786
1.783
1.761
1.828
1.828
1.829
1.829
117
117
117
117
121
121
121
121
121
79
107
221
291
98
130
265
385
432
-22
39
169
291
-8
60
195
329
432
12
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Uitgelicht: voorbeeldcasus van een alleenstaande Bijstandsuitkering 2024: Hilda is alleenstaand. Zij krijgt voor het eerst een bijstandsuitkering, wat in 2024 neerkomt op een netto-inkomen van € 1.308 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 502 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 102 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de Paswijzer volwassenen en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Naast deze inkomsten heeft zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 1.716 per maand en uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 117 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houdt zij maandelijks nog € 79 over. Maakt zij van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan zou ze € 22 tekortkomen in haar maandbegroting. 2025: In 2025 zijn haar inkomsten op bijstandsniveau hoger dan in 2024 van zowel uitkering of werk, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen (respectievelijk € 1.345, € 529 en € 105, in totaal € 67 hoger). De basisuitgaven en participatie uitgaven zijn ook gestegen ten opzichte van 2024 (respectievelijk € 1.761 en € 121, in totaal € 49 gestegen).
De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt Hilda aan het eind van de maand meer geld over dan in 2024, in 2025 is dat € 98. Indien zij geen gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen komt zij nog wel steeds geld tekort (€ 8 tekort). 110 procent Wsm 2024: Als Hilda in 2024 werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt haar netto-inkomen naar € 1.439 per maand. Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 502 per maand. Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen vervalt, maar Hilda behoudt het recht op de andere minimaregelingen, een totaalbedrag van € 68. Haar uitgaven stijgen licht door werk gerelateerde kosten die zij nu moet maken. In totaal houdt zij, na alle uitgaven, maandelijks € 107 over. Als Hilda helemaal geen gebruik van de gemeentelijke regelingen maakt, dan houdt zij € 39 per maand over. 2025: In 2025 zijn haar inkomsten gestegen ten opzichte van 2024. Dit geldt voor zowel uitkering of werk, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen (respectievelijk € 1.480, € 529 en € 70, totale stijging van € 70). De basisuitgaven en participatie uitgaven zijn ook gestegen ten opzichte van 2024 (respectievelijk € 1.828 en € 121, in totaal € 46 gestegen).
Net als op bijstandsniveau zijn ook hier de inkomsten meer gestegen dan de uitgaven, wat inhoudt dat Hilda aan het eind van de maand meer geld overhoudt dan in 2024, zowel met als zonder gebruik van gemeentelijke regelingen.
13
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.2. Paar zonder kinderen
Budget na uitgaven: paar zonder kinderen 2024 Geen gebruik
Budget na uitgaven: paar zonder kinderen 2025
Volledig gebruik
Geen gebruik
€ 600
€ 600
€ 400
€ 400 € 181
€ 200
€ 93
€ 28
€ 93
€ 173 € 173
€ 200
€-
€ 323 € 78
€ 151
€ 195
€ 376 € 276
€ 345 € 345
130% Wsm
140% Wsm
€ 23
€ -0
€ -28 € -200
Volledig gebruik
€ -145 100% Wsm
€ -200 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
€ -102 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
Paren zonder kinderen hebben op bijstandsniveau een maandelijks tekort van € 145 in 2024 en € 102 in 2025 wanneer zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. Ook op een inkomensniveau van 110 procent Wsm hebben zij in 2024 een maandelijks tekort (- € 28). Dit tekort is in 2025 niet meer zichtbaar. De financiële ondersteuning van de gemeente is noodzakelijk om alle kosten te kunnen betalen. Wanneer zij gebruik maken van de beschikbare ondersteuning kunnen paren zonder kinderen wel rondkomen op deze inkomensniveaus. Wanneer paren zonder kinderen gaan werken tegen een inkomen van 110, 120 of 130 procent Wsm gaan zij er telkens op vooruit; zij krijgen meer bestedingsruimte ten opzichte van de bijstand. Het dalen van de toeslagen, wegvallen van de gemeentelijke regelingen en de stijging van de uitgaven (dit zijn de werkgerelateerde kosten) worden voldoende gecompenseerd door de inkomensstijging. Dit geldt zowel wanneer huishoudens geen gebruikmaken van de regelingen, als wanneer zij gebruikmaken van gemeentelijke regelingen. Er is één uitzondering zichtbaar: bij het wegvallen van de gemeentelijke regelingen (in 2024 boven 120 en in 2025 boven 130 procent Wsm) gaan zij er op achteruit in bestedingsruimte (- € 8 in 2024 en - € 31 in 2025). Hier compenseert de inkomensstijging het wegvallen van toeslagen en regelingen niet volledig.
In de tabel is te zien dat zowel de afzonderlijke posten van de inkomsten als uitgaven zijn gestegen in 2025 ten opzichte van 2024. Niet alleen het bedrag aan gemeentelijke regelingen is gestegen, maar ook de landelijke toeslagen en inkomsten uit werk of een uitkering. De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt een paar zonder kinderen aan het eind van de maand meer over in 2025 dan in 2024. Dit geldt zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen.
14
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Beleid 2024
Inkomsten
Uitgaven
Budget na alle uitgaven
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basis uitgaven Participatie uitgaven Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
100%
110%
1.869
2.056
2.243
2.430
1.922
2.114
628
628
562
450
674
173
122
88
0
2.451
2.521
2.521
191
191
28 -145
Beleid 2025 120%
130%
140%
2.306
2.499
2.691
674
654
544
421
180
128
128
100
0
2.516
2.498
2.565
2.565
2.566
2.566
191
191
200
200
200
200
200
93
181
173
78
151
323
376
345
-28
93
173
-102
23
195
276
345
15
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder 2025
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder 2024 Geen gebruik
Geen gebruik
Volledig gebruik € 800
€ 800
€ 600 € 415
€ 375
€ 400
€ 200
Volledig gebruik
€ 486
€ 719 € 599
€ 600
€ 523 € 523
€ 413
€ 389
€ 400
€ 252
€ 161
€ 200
€ 458
€ 700 € 700
€ 559
€ 425
€ 285 € 186
€0
€0 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
100% Wsm
130% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
Een alleenstaande ouder met twee kinderen van 8 en 13 jaar heeft zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen, maandelijks voldoende geld om alle uitgaven inclusief uitgaven op het gebied van participatie te kunnen doen. De gemeentelijke regelingen geven meer bestedingsruimte; een bijstandsgerechtigde die van alle regelingen gebruikmaakt, heeft € 214 in 2024 en € 227 in 2025 meer te besteden dan een bijstandsgerechtigde die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt. Voor alleenstaande ouders met twee kinderen loont het in alle voorbeeldsituaties, zoals in de figuur en tabel geschetst zijn, om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110 procent Wsm of hoger; het maandelijks budget stijgt dan. De landelijke toeslagen stijgen licht bij een alleenstaande ouder door belastingvoordeel. Waar een alleenstaande ouder op bijstandsniveau € 1.531 van het Rijk krijgt, is dat bij 130 procent Wsm € 1.585. In 2025 wordt het wegvallen van de gemeentelijke regelingen onvoldoende gecompenseerd door de inkomensstijging. Het budget neemt af met € 19. In 2024 werd het wegvallen van de gemeentelijke regelingen (boven 120 procent Wsm) wel voldoende gecompenseerd door hun inkomensstijging. In de tabel is te zien dat zowel de afzonderlijke posten van de inkomsten als uitgaven zijn gestegen in 2025 ten opzichte van 2024.
De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt een alleenstaande ouder aan het eind van de maand meer over in 2025 dan in 2024. Dit geldt zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen.
16
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Beleid 2024
Inkomsten
Uitgaven
Budget na alle uitgaven
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basis uitgaven Participatie uitgaven Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
100%
110%
Beleid 2025 120%
130%
140%
1.308
1.439
1.570
1.701
1.345
1.480
1.615
1.749
1.884
1.531
1.573
1.579
1.585
1.573
1.617
1.623
1.629
1.635
214
163
97
0
227
174
174
160
0
2.428
2.510
2.510
2.513
2.472
2.552
2.552
2.559
2.559
250
250
250
250
260
260
260
260
260
375
415
486
523
413
458
599
719
700
161
252
389
523
186
285
425
559
700
17
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar
Budget na uitgaven: paar met kinderen 2025
Budget na uitgaven: paar met kinderen 2024 Geen gebruik
Geen gebruik
Volledig gebruik
€ 600
€ 600
€ 400
€ 400
€ 200
€ 272
€ 233
€ 168
€ 138
€ 200
€ 17
€ -100 100% Wsm
€ -200 110% Wsm
€ 306
€ 246
€ 531 € 328
€ 394 € 394
€ 74
€ -0
€€ -200
€ 478
€ 234
€ 218 € 218
Volledig gebruik
120% Wsm
€ -51 100% Wsm
130% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
Paren met twee kinderen van 8 en 13 jaar hebben onvoldoende bestedingsruimte om rond te komen (€ 100 tekort in 2024, € 51 tekort in 2025) op bijstandsniveau als zij geen gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen. Als dit huishouden in de bijstandssituatie wél gebruik zou maken van de gemeentelijke regelingen, dan houdt dit huishoudtype € 168 in 2024 en € 234 in 2025 per maand over na het doen van zowel de basis- als de participatie uitgaven. De gemeentelijke regelingen zijn dus essentieel voor deze huishoudens om de kosten te betalen in de bijstandssituatie. Werkaanvaarding vanuit de bijstand tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm levert het paar met kinderen extra bestedingsruimte op. Het dalen van de toeslagen en de stijging van de uitgaven (dit zijn de werkgerelateerde kosten) worden voldoende gecompenseerd door de inkomensstijging. Bij de stap van 120 naar 130 procent Wsm is in 2024 een terugval in de bestedingsruimte te zien wanneer huishoudens gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen (afname van € 54). In 2025 zijn de inkomensgrenzen van meerdere regelingen verhoogd, waardoor dit effect niet optreedt. In 2025 is deze terugval te zien bij de stap van 130 naar 140 procent Wsm en is het bedrag dat wegvalt groter dan in 2024 (afname van € 137). In beide situaties vallen alle gemeentelijke regelingen weg.
Het wegvallen van de gemeentelijke regelingen wordt zowel in 2024 als in 2025 onvoldoende gecompenseerd door de inkomensstijging, hoewel het weggevallen bedrag in 2025 groter is dan in 2024. In de tabel wordt duidelijk dat zowel de afzonderlijke posten van de inkomsten als uitgaven zijn gestegen in 2025 ten opzichte van 2024. De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt een paar met kinderen aan het eind van de maand meer over in 2025 dan in 2024. Dit geldt zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen.
18
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0 Beleid 2024
Inkomsten
Uitgaven
Budget na alle uitgaven
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basis uitgaven Participatie uitgaven Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
100%
110%
Beleid 2025 120%
130%
140%
1.869
2.056
2.243
2.430
1.922
2.114
2.306
2.499
2.691
1.354
1.354
1.288
1.176
1.410
1.410
1.390
1.280
1.154
268
217
134
0
285
231
231
203
0
2.999
3.069
3.069
3.063
3.046
3.113
3.113
3.114
3.114
325
325
325
325
337
337
337
337
337
168
233
272
218
234
306
478
531
394
-100
17
138
218
-51
74
246
328
394
19
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Uitgelicht: voorbeeldcasus van een paar met twee kinderen Bijstandsuitkering 2024: Sam en Rosanne hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar en ze krijgen sinds dit jaar een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.869 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Ze hebben maandelijks recht op € 1.354 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag. Tot slot kunnen ze een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 268 per maand ontvangen. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de Paswijzer voor volwassenen en kinderen, het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Naast deze inkomsten hebben zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 2.999 per maand en uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 325 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houden zij maandelijks € 168 over bij het gebruiken van alle regelingen. Maakt dit gezin echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan komen zij maandelijks € 100 tekort. 2025: In 2025 zijn hun inkomsten op bijstandsniveau hoger dan in 2024 van zowel uitkering of werk, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen (respectievelijk € 1.922, € 1.410 en € 285, in totaal € 126 hoger).
De basisuitgaven en participatie uitgaven zijn ook gestegen ten opzichte van 2024 (respectievelijk € 3.046 en € 337, in totaal € 59 gestegen). De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt het gezin aan het eind van de maand meer geld over dan in 2024, in dit geval € 234. Indien zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen komen zij nog wel steeds geld tekort (€ 51 tekort).
120 procent Wsm 2024: Als Sam of Rosanne werk krijgt tegen een loon van 120 procent Wsm, dan stijgt het netto-inkomen van het huishouden naar € 2.243 per maand. Ze behouden het recht op huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag, maar de huurtoeslag en de zorgtoeslag zijn lager. Totaal ontvangen zij nu € 1.288 aan toeslagen van het Rijk per maand. De uitgaven zijn licht gestegen door werk gerelateerde kosten die zij nu moeten maken. In totaal houdt dit voorbeeldhuishouden, na alle uitgaven en bij gebruik van alle regelingen, maandelijks € 272 over. Als het huishouden geen gebruik maakt van gemeentelijke regelingen houdt het maandelijks € 138 over. 2025: In 2025 zijn de inkomsten van het gezin gestegen ten opzichte van 2024. Dit geldt voor zowel uitkering of werk, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen (respectievelijk € 2.306, € 1.390 en € 231, totale stijging van € 262). De basisuitgaven en participatie uitgaven zijn ook gestegen ten opzichte van 2024 (respectievelijk € 3.113 en € 337, in totaal € 56 gestegen). Net als op bijstandsniveau zijn ook hier de inkomsten meer gestegen dan de uitgaven, wat inhoudt dat het gezin aan het eind van de maand meer geld overhoudt dan in 2024. Dit geldt in 2025 zowel met het gebruik van gemeentelijke regelingen (€ 478) als zonder gebruik van gemeentelijke regelingen (€ 246).
20
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.5. Alleenstaande AOW-leeftijd
Budget na uitgaven: alleenstaande AOWleeftijd Geen gebruik
Budget na uitgaven: alleenstaande AOWleeftijd 2025
Volledig gebruik
Geen gebruik
€ 600
€ 600
€ 400 € 200
Volledig gebruik
€ 314 € 202
€ 342
€ 393
€ 426 € 426
€ 400
€ 246
€ 230 € 200
€ 100
€0
€ 344 € 274
€ 440 € 370
€ 517 € 460
€ 525 € 525
130% Wsm
140% Wsm
€ 125
€0 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
Een alleenstaande die de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft in alle voorbeeldsituaties maandelijks geld over na het doen van de basis- en participatie uitgaven. Natuurlijk leidt het gebruiken van de gemeentelijke regelingen tot een hoger budget dan het niet gebruiken van de regelingen, dit verschil loopt op tot € 102 op bijstandsniveau in 2024 en € 105 in 2025. Een alleenstaande AOW’er met een inkomen tussen 110 en 140 procent Wsm heeft een hoger budget na het doen van alle uitgaven dan een alleenstaande AOW’er met een inkomen van 100 procent Wsm20. Hoewel de landelijke toeslagen (en de gemeentelijke regelingen) dalen, is dit niet zodanig dat dit dus leidt tot een lager budget dan in de bijstand. De tabel maakt duidelijk dat zowel de afzonderlijke posten van de inkomsten als uitgaven zijn gestegen in 2025 ten opzichte van 2024. De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt een alleenstaande met AOW-gerechtigde leeftijd aan het eind van de maand meer over in 2025 dan in 2024. Dit geldt zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen.
20 We spreken hier van een inkomensverschil en niet van een situatie van werkaanvaarding. De reden hiervoor is dat AOW-gerechtigde huishoudens zelden een inkomensgroei
doormaken door werkaanvaarding.
21
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0 Beleid 2024
Inkomsten
Uitgaven
Budget na alle uitgaven
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basis uitgaven Participatie uitgaven Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
100%
110%
1.457
1.603
1.748
1.894
1.501
1.651
504
504
454
390
529
102
68
52
0
1.749
1.749
1.749
111
111
202 100
Beleid 2025 120%
130%
140%
1.801
1.951
2.101
528
474
415
329
105
70
70
56
0
1.746
1.790
1.790
1.790
1.791
1.791
111
111
115
115
115
115
115
314
393
426
230
344
440
517
525
246
342
426
125
274
370
460
525
22
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.6. Paar AOW-leeftijd
Budget na uitgaven: paar AOW-leeftijd 2025
Budget na uitgaven: paar AOW-leeftijd 2024 Geen gebruik
Geen gebruik
Volledig gebruik € 700
€ 700 € 500
€ 351 € 255
€ 300 € 130
€ 332
€ 263
€ 300
€ 201
€ 133 € 100
€ 559 € 459
€ 579 € 579
130% Wsm
140% Wsm
€ 334
€ 204
€ 21
€ -100
€ -41 100% Wsm
€ 462
€ 500
€ 386 € 386
€ 100 € -100
Volledig gebruik
110% Wsm
120% Wsm
100% Wsm
130% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
Paren die de AOW-leeftijd hebben bereikt, hebben in 2024 bij een inkomen tot 100 procent Wsm onvoldoende budget als zij geen gebruik maken van gemeentelijke regelingen (€ 41 tekort). In 2025 heeft ditzelfde huishouden geen tekort, maar houden zij € 21 budget over. Bij inkomens van 110 procent Wsm en hoger heeft dit huishouden wel voldoende inkomen om de uitgaven te betalen21. De gemeentelijke regelingen zorgen voor extra budget. De daling van de landelijke toeslagen gemeentelijke regelingen wordt gecompenseerd door het hogere inkomen. In de tabel is te zien dat zowel de afzonderlijke posten van de inkomsten als uitgaven zijn gestegen in 2025 ten opzichte van 2024. De inkomsten zijn meer gestegen dan de uitgaven, dus houdt een paar met de AOW-leeftijd aan het eind van de maand meer over in 2025 dan in 2024. Dit geldt zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen.
21 We spreken hier van een inkomensverschil en niet van een situatie van werkaanvaarding. De reden hiervoor is dat AOW-gerechtigde huishoudens zelden een inkomensgroei
doormaken door werkaanvaarding.
23
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Beleid 2024
Inkomsten
Uitgaven
Budget na alle uitgaven
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basis uitgaven Participatie uitgaven Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
100%
Beleid 2025 110% 120%
1.977
2.174
2.372
2.570
2.053
2.259
2.464
2.670
2.875
642
618
550
470
674
652
577
497
412
171
122
88
0
180
128
128
100
0
2.480
2.480
2.480
2.474
2.519
2.519
2.519
2.520
2.520
179
179
179
179
188
188
188
188
188
130
255
351
386
201
332
462
559
579
-41
133
263
386
21
204
334
459
579
24
130%
140%
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.7. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen Huishoudens kunnen de individuele inkomenstoeslag (IIT) ontvangen wanneer zij minimaal 5 jaar een inkomen hebben tot 105 procent Wsm en geen zicht hebben op inkomensvooruitgang. De huishoudens in deze paragraaf ontvangen alle gemeentelijke regelingen. Wat gebeurt er als het inkomen stijgt en de individuele inkomenstoeslag wegvalt? In 2024 compenseert de inkomensstijging voor geen van de alleenstaande voorbeeldhuishoudens voor het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag. Het maandelijks budget van alleenstaande voorbeeldhuishoudens daalt (variërend van € 15 tot € 20) wanneer het inkomen stijgt van 100 naar 110 procent Wsm (bijvoorbeeld door werkaanvaarding). Voor paren geldt dat de inkomensstijging wél het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag compenseert. Het maandelijks budget stijgt met € 4 wanneer het inkomen stijgt van 100 naar 110 procent Wsm. In 2025 is een vergelijkbaar beeld te zien. De inkomensstijging compenseert in 2025 ook voor geen van de alleenstaande voorbeeldhuishoudens voor het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag. Het maandelijks budget van alleenstaande voorbeeldhuishoudens daalt met € 11 (in 2024 daling van € 15 tot € 20) wanneer het inkomen stijgt van 100 naar 110 procent Wsm (bijvoorbeeld door werkaanvaarding).
Voor paren geldt dat de inkomensstijging wél het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag compenseert. Het maandelijks budget stijgt met € 9 of € 11 wanneer het inkomen stijgt van 100 naar 110 procent Wsm (in 2024 stijging van € 4). De figuren worden getoond op de volgende pagina.
25
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Alleenstaande
Budget na uitgaven: alleenstaande 2024
Budget na uitgaven: alleenstaande 2025
Individuele inkomenstoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
€ 600
€ 600
€ 400
€ 400
€ 200 €0
€ 43 € 79
€ 107
100% Wsm
110% Wsm
€ 221
€ 200
€ 291
€0 120% Wsm
130% Wsm
€ 44 € 98
€ 130
100% Wsm
110% Wsm
€ 265 120% Wsm
€ 385
€ 432
130% Wsm
140% Wsm
Alleenstaande ouder
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder 2024
Budget na uitgaven: alleenstaande ouder 2025
Individuele inkomenstoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
€ 800
€ 800
€ 600
€ 600
€ 400
€ 55
€ 200
€ 375
€ 415
€ 486
€ 523
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
€0
€ 400
€ 56
€ 200
€ 413
€ 458
100% Wsm
110% Wsm
€ 599
€ 719
€ 700
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
€0
26
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Paar zonder kinderen
Budget na uitgaven: paar zonder kinderen 2024
Budget na uitgaven: paar zonder kinderen 2025
Individuele inkomenstoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
€ 600
€ 800 € 600
€ 400
€ 400 € 200 €0
€ 61 € 28 100% Wsm
€ 93 110% Wsm
€ 181
€ 173
120% Wsm
130% Wsm
€ 200 €0
€ 63 € 78
€ 151
100% Wsm
110% Wsm
€ 323
€ 376
€ 345
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
Paar met kinderen
Budget na uitgaven: paar met kinderen 2024
Budget na uitgaven: paar met kinderen 2025
Individuele inkomenstoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag
€ 600
€ 800 € 600
€ 400
€ 400 € 200
€ 61 € 168
€ 233
€ 272
€ 218
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
€ 200
€0
€ 63 € 234
€ 306
100% Wsm
110% Wsm
€ 478
€ 531
120% Wsm
130% Wsm
€ 394
€0 100% Wsm
27
140% Wsm
Gemeente Waalwijk Versie 1.0
3. Analyse van de resultaten 3.1. Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen Huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruik maken waar zij recht op hebben, hebben daardoor logischerwijs een groter budget over aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruik maken. Dit effect is het grootst voor huishoudens met kinderen; door de samenstelling van hun huishouden kunnen zij namelijk de meeste vergoedingen vanuit de regelingen ontvangen. In 2024 geldt voor vier voorbeeldhuishoudens dat er zonder de (maximale) bijdrage van de gemeente, maandelijks geld tekort is na het doen van alle uitgaven (dat wil zeggen: zowel de basisuitgaven als een bedrag dat wordt uitgegeven aan sociale participatie). Dit geldt op bijstandsniveau voor alleenstaanden, paren met én zonder kinderen en paren met de AOWgerechtigde leeftijd. Voor paren zonder kinderen geldt dit ook bij een inkomen tot 110 procent Wsm. De overige twee voorbeeldhuishoudens hebben bij elk inkomen voldoende budget om zowel de basis- als de participatie uitgaven te bekostigen. In 2025 geldt voor drie voorbeeldhuishoudens dat er maandelijks geld tekort is na het doen van alle uitgaven (zonder bijdrage van de gemeente). Dit geldt op bijstandsniveau voor alleenstaanden, paren met én zonder kinderen.
Waar in 2024 paren met de AOW-gerechtigde leeftijd nog geld tekort kwamen, houden zij in 2025 op bijstandsniveau € 21 over. Daarnaast hadden paren zonder kinderen in 2024 met een inkomen tot 110 procent Wsm maandelijks nog € 28 tekort, maar is dit tekort in 2025 niet meer aanwezig (zij hebben € 23 budget). Het resterende maandbudget in context • Het maximale bedrag dat minima vanuit de toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen (onder andere huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget) is een stuk hoger dan het maximale bedrag van de gemeentelijke regelingen. Dit is ook in andere gemeenten het geval. In deze rapportage is de aanname gemaakt dat de huishoudens alle toeslagen ontvangen, waar zij recht op hebben. De ervaring is echter dat het aanvragen van bijvoorbeeld (alle) toeslagen, vanwege meerdere redenen (bijvoorbeeld angst om het later terug te betalen, weinig vertrouwen in de overheid of het te ingewikkeld vinden), in de praktijk niet altijd gebeurt. Wanneer huishoudens geen of niet alle toeslagen ontvangen, dan is er bij de huishoudens al snel sprake van een maandbudget dat minder groot is of in de min uitkomt. • Verder zijn de uitgaven van de huishoudens gebaseerd op gemiddelde situaties specifiek gericht op huishoudens met een minimuminkomen.
Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met huisdieren of rokers, duurdere kostenposten als een auto en er worden gemiddeld lagere bedragen gerekend voor een aantal uitgaven waaronder kleding, voedsel en de inboedel in vergelijking met huishoudens met een hoger inkomen. Bij een niet-gemiddelde situatie met een aantal hogere kostenposten, kan het financiële plaatje er dus al snel anders uitzien. Vergelijking inkomenseffecten 2024 – 2025 De inkomenseffecten van de inwoners van Waalwijk zijn verschillend in 2024 en 2025. Dit is deels het gevolg van wijzigingen in de landelijke toeslagen en uitkeringsbedragen, maar ook van beleidswijzigingen van de gemeente. De belangrijkste beleidsmatige verschillen in 2025 ten opzichte van 2024 zijn als volgt: • De bedragen van de individuele inkomenstoeslag zijn geïndexeerd. Afhankelijk van het huishoudtype zijn deze met € 14 tot maximaal € 21 per jaar toegenomen. • De tarieven voor de gemeentelijke belastingen en de tarieven voor de waterschapsbelasting zijn omhoog gegaan. Het maximale bedrag aan kwijtschelding voor afvalstoffenheffing is daarmee ook gestegen (beleidsregels zijn gelijk gebleven).
28
Gemeente Waalwijk Versie 1.0
• • • •
•
De inkomensgrens van de Paswijzer is voor zowel volwassenen als kinderen verhoogd van 110 naar 130 procent Wsm. Ook de bedragen zijn gestegen van € 200 naar € 225 (dit geldt voor kinderen vanaf 4 jaar en volwassenen). Voor Jeugdfonds Sport & Cultuur is de inkomensgrens verruimd van 120 naar 130 procent Wsm. Ook het beschikbare bedrag is verhoogd. De inkomensgrens van Stichting Leergeld is verruimd van 110 naar 130 procent Wsm. Voor het Volwassenenfonds Sport & Cultuur is de inkomensgrens verruimd van 120 naar 130 procent Wsm. Ook het beschikbare bedrag is verhoogd.De landelijke bijdragen zijn verhoogd. Hierbij gaat het met name om de huurtoeslag en het kindgebonden budget. Het kindgebonden budget dat een alleenstaande ouder met twee kinderen kan ontvangen is bijvoorbeeld gestegen van € 753 in 2024 naar € 759 in 2025. De bedragen van de bijstandsuitkering zijn gestegen.
Als de inkomenseffecten naast elkaar worden gelegd valt het volgende op: • De bijdrage vanuit de gemeentelijke regelingen is ten opzichte van 2024 voor alle huishoudens gestegen. Daarnaast is door de verruiming van de inkomensgrenzen ook op deze inkomens een bedrag aan gemeentelijke regelingen beschikbaar. De landelijke bijdrage is ook toegenomen. Hoewel de kosten van levensonderhoud ook zijn toegenomen, wegen deze niet op tegen de stijging en inkomen. Alle voorbeeldhuishoudens gaan er daarom op vooruit in 2025 ten opzichte van 2024: ze houden na de basis- en participatie uitgaven meer budget over aan het andere van de maand dan ze vorig jaar deden22. • In 2025 zijn vergelijkbare effecten te zien als in 2024: de paren met en zonder kinderen ervaren een terugval in het maandelijkse budget wanneer de gemeentelijke regelingen wegvallen. In 2025 ervaren alleenstaande ouders dit ook. Dit heeft te maken met het wegvallen van de gemeentelijke bijdrage, welke tot een hogere inkomensgrens beschikbaar is en het ook om een hoger bedrag gaat in 2025 dan in 2024.
3.2. Financiële effecten bij werkaanvaarding In hoeverre loont het financieel gezien om (meer) te gaan werken? Dit hangt van een aantal factoren af: huishoudsamenstelling, de nieuwe inkomenshoogte en daarmee het (verliezen van het) recht op gemeentelijke regelingen en de eventuele afname van landelijke toeslagen. De effecten worden in grote lijnen veroorzaakt door drie veranderingen: • Voor de gemeentelijke regelingen geldt dat bij een inkomen boven 100 procent Wsm, het recht op kwijtschelding vervalt. Verder zijn er een aantal aanpassingen geweest in het beleid tussen 2024 en 2025: o Bij een inkomen hoger dan 110 procent Wsm vervalt in 2024 het recht op de Paswijzer voor zowel kinderen als volwassenen en Stichting Leergeld. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt het recht op de collectieve zorgverzekering, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Jeugdfonds Sport & Cultuur. o In 2025 vallen deze regelingen weg bij een inkomen hoger dan 130 procent Wsm. Van hoe meer regelingen een huishouden gebruik kan maken, hoe groter het bedrag is dat het huishouden kan ‘verliezen’ indien het inkomen stijgt. • Voor de landelijke toeslagen en regelingen geldt dat deze afnemen bij een hoger inkomen, behalve bij alleenstaande ouders. De toeslagen dalen bij paren (met en zonder kinderen) eerder én sneller in vergelijking met alleenstaanden.