Bijlage 3 Ecologische Quickscan Emmahof Ww
Tekst van het document
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Emmahof, Waalwijk Rapportnummer: 2025-BE-1334 In opdracht van: Van den Berg ruimtelijke ordening ’t Rond 9 4285 DE Woudrichem
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2025-BE-1334 Opdrachtgever Van den Berg ruimtelijk ordening Contactpersoon De heer J. van den Berg Locatie Emmahof Waalwijk Auteur Gijs Kruiver Collegiale controle Freek Rovers
Opleverdatum 14 april 2025
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Criteria................................................................................................................................... 4 1.4 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 4
2.
PROJECTGEGEVENS ....................................................................................................... 5 2.1 Ligging van het plangebied .................................................................................................. 5 2.2 Omschrijving van het invloedsgebied ................................................................................. 5 2.3 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 7
3.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ............................................................................ 8 3.1 Bureauonderzoek ................................................................................................................. 8 3.2 Veldonderzoek ...................................................................................................................... 8 3.3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek....................................................... 9
4.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 11 4.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 11 4.2 Houtopstanden ................................................................................................................... 13 4.3 Soortenbescherming .......................................................................................................... 13
5.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 23 5.1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden ..................................... 23 5.2 Resultaten en advies beschermde soorten ....................................................................... 23 5.3 Aanbevelingen .................................................................................................................... 25
6.
BRONNEN ................................................................................................................... 26
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande betegelde terrein in het plangebied Emmahof te Waalwijk te gebruiken voor de realisatie van twee microwoningen. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan in het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied. In het plangebied worden geen beschermde soorten verwacht aangezien er in het plangebied geen bebouwing is en maar hele lichte begroeiing van enkele algemene kruiden welke plaats zullen maken voor de woningen.
Het gebied bestaat verder uit betegeling en kleine stapels baksteen welke beide geen mogelijkheid tot verblijf bieden voor beschermde soorten. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dient aangetoond of uitgesloten te worden met een Aeriusberekening. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Gijs Kruiver Brabant Eco April 2025
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
1. INLEIDING EN ONDERZOEK In dit hoofdstuk staan de aanleiding en doelstelling van deze ecologische quickscan beschreven. Ook staan de criteria en de geldigheid van dit onderzoek vermeld. Op enkele uitzonderingen na, zijn de provincies het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningverlening en handhaving. Zie bijlage 2.
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van den Berg ruimtelijke ordening is het voornemen om in het plangebied aan de Emmahof te Waalwijk het voormalige stuk parkeerterrein te gebruiken voor de realisatie van twee microwoningen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied van de voorgenomen ingreep mogelijk planten- en diersoorten aanwezig zijn, die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? Als blijkt dat de ingreep leidt tot een mogelijke overtreding van de Omgevingswet, wordt bepaald naar welke soorten en functies eventueel aanvullend onderzoek nodig is en of nadere toetsing in het kader van beschermde gebieden noodzakelijk is.
1.3 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten. o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
1.4 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waarvoor dit niet geldt, moeten de gegevens recenter zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
2. PROJECTGEGEVENS
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken van het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik beschreven.
2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Emmahof, licht ten zuiden van de kern van Waalwijk, zuidelijk van de A59. Waalwijk is een stad behorende tot de gemeente Waalwijk in de provincie Noord-Brabant. Ten noorden van de stad ligt de loop van de Bergsche Maas, ten westen ligt natuurreservaat De Westelijke Langstraat en ten zuidoosten Natuurreservaat De Roestelberg, nationaal bos De Baardwijkse Overlaat en uiteindelijk Nationaal park De Loonse en Drunense Duinen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode cirkel) in de wijdere omgeving. Bron: Google Maps.
2.2 Omschrijving van het invloedsgebied Het plangebied bestaat uit een omheind betegeld terrein van ongeveer 15x12 meter zonder struiken en of bomen. Het invloedsgebied bestaat vooral uit stedelijke bebouwing met in de directe omgeving vooral woningen met bijbehorende tuinpercelen. Direct ten oosten van het plangebied ligt een klein speelveldje met kort gemaaid gras en een twee grote loofbomen en ten noordwesten een grote naaldboom. Op ongeveer 600 meter afstand naar het noorden stroomt de Loint en op 200 meter afstand naar het zuiden stroomt ook een Beek. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
Afbeelding 2: Globaal omlijnd plangebied in rood. Bron: Google Maps.
Afbeelding 3: Globaal omlijnd plangebied in rood. Bron: Google Maps.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
2.3 Voorgenomen ontwikkeling Op het huidige terrein wordt de verruiging verwijderd en worden twee microwoningen gerealiseerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
3. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied en of er met de voorgenomen ingreep negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de omgeving. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, is de eerste stap van ecologisch onderzoek en geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten, dieren en natuurgebieden. De ecologische waarden worden in kaart gebracht middels bureau- en veldonderzoek. De volgende vragen worden beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig binnen het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? Een ecologische quickscan is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek.
Er zijn in dit verkennend onderzoek geen nadere inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een nadere inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode(n) van het jaar.
3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van het plangebied gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
3.2 Veldonderzoek Op donderdag 3 april 2025 in de middag hebben ecologen Freek Rovers en Gijs Kruiver in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig met een zuidoostenwind met windkracht 3 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 18 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
3.3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek Het invloedsgebied bestaat uit een woonwijk met woningen en bijbehorende tuinen en een perkje waar het gras kort gehouden is, er een berm omheen loopt en twee grote loofbomen groeien. Het plangebied bestaat ten tijde van het veldbezoek uit een stenen perkje met een omheining. Hier en daar zijn tegels uit de grond op stapels gelegd met zo goed als geen ruimte ertussen. Op de open grond zijn jonge berkjes gaan groeien en over de tegelstapels groeit hedera helix. Verder groeien er enkele typische verruiging kruiden zoals canadese fijnstraal, dauwbraam, brandnetel en paardenbloem. Ten tijde van het veldbezoek vloog er een citroenvlinder voorbij.
Afbeelding 4. Overzichtsfoto plangebied
Afbeelding 5. Overzichtsfoto plangebied
Afbeelding 6. Overzichtsfoto plangebied
Afbeelding 7. Overzichtsfoto plangebied
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Abeelding 8. Stapel baksteen en onttegeld stuk
Afbeelding 9. Dauwbraam bij stapel bakstenen
Afbeelding 10. Aanzicht plangebied vanaf noordkant
Afbeelding 11. Woningen ten noordoosten van plangebied
Afbeelding 12. Woningen en perkje oostkant van plangebied
Afbeelding 13. Open stootvoegen woning zuidkant
Afbeelding 14. Woning en boom noordkant van plangebied
Afbeelding 15. Schuur en hekwerk westkant plangebied
Afbeelding 16. Lantaarnpaal met scherm aan de bovenkant
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN In dit hoofdstuk worden de beschermde gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid van het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op deze beschermde gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden beschermde houtopstanden verdwijnen.
4.1 Gebiedsbescherming Door middel van bureaustudie is onderzocht of het plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen is. Daarbij is gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de provincie NoordBrabant.
4.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 1.47 kilometer afstand van westelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied ‘Langstraat’. Op ongeveer 1.87 kilometer afstand naar het zuidoosten ligt Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een blauwe cirkel aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in groen aangegeven.
Minimaal 1.5 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Afbeelding 17: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een rode lijn aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Met de meest nabije Natura 2000-gebieden op minder dan 25 kilometer afstand valt een negatief effect van de geplande acties op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten (Aanpak Stikstof). Door de korte afstand kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Een stikstofberekening om eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de geplande inrichtings-, sloop- en/of bouwwerkzaamheden op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is daarom noodzakelijk.
4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 1.5 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.
Minimaal 1.5 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Afbeelding 18: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een rode lijn aangegeven. Bron: www.atlasleefomgeving.nl.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
4.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening is nodig om externe effecten op Natura 2000-gebieden uit te sluiten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
4.2 Houtopstanden Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste 10 are of rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Indien de totale oppervlakte of het aantal bomen kleiner is dan deze 10 are of 20 bomen, dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet. Er zijn binnen het plangebied geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet.
4.3 Soortenbescherming Bijlage 1 Verspreidingsgegevens geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Per soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht in het plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
4.3.1 Flora De beschermde plantensoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Beschermde plantensoort Glad biggenkruid Grote leeuwenklauw
Habitat Zonnige plaatsen op droge, voedselarme, stikstofarme en kalkarme grond. Groeit vooral op kalkarme akkers. Zonnige, open plaatsen op vochtig tot vrij droge, matig voedselrijk tot voedselrijke, kalkhoudende grond. Groeit vooral op kalkrijke akkers.
Tabel 1: Waargenomen beschermde plantensoorten binnen een straal van twee kilometer.
Veldbezoek flora Het veldbezoek vond plaats in de lente, wanneer de meeste van de aanwezige planten zichtbaar zijn. Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ze zijn er ook niet te verwachten door het voedselrijke, stikstofrijke, droge karakter dat de aanwezige soorten indiceren zoals bijvoorbeeld de dauwbraam en brandnetel. Daarnaast zijn deze factoren uit het gebied af te lezen aangezien het centraal in de stad Waalwijk ligt en de grond er verstoord is. Onder de Omgevingswet beschermde planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in natuurgebieden, zoals de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg, alsmede op bedrijfsterreinen als de Maasvlakte. Aangezien het plangebied enkele tientallen vierkante meters groot is bestond het veldwerk uit het scannen van de bodem, waarop geen beschermde soorten groeiden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Deelconclusie flora Het ontbreekt volledig aan geschikte plaatsen waar beschermde planten kunnen groeien. Enkel algemene soorten van verstoorde, voedselrijke en droge bodem werden aangetroffen zoals de brandnetel en de paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten.
4.3.2 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuissoort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis
Verblijfplaatsen in Vooral bebouwing Vaak bebouwing Vooral bomen Vooral bomen Vooral bomen
Tabel 2: Waargenomen vleermuizen binnen een straal van twee kilometer.
Veldbezoek vleermuizen Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. Het ontbreekt in het plangebied aan zowel gebouwen als bomen die zouden kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Rondom het plangebied bevinden zich echter wel gebouwen en bom waarin vleermuizen zouden kunnen verblijven. In het gebouw ten zuiden van het plangebied zijn open stootvoegen zichtbaar. Alle bomen rond het plangebied blijven behouden tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Het is onwaarschijnlijk dat het plangebied gebruikt wordt als foerageergebied aangezien er zeer weinig begroeiing of water aanwezig is. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes die uit lineaire lijnen bestaan om zich naar foerageergebieden te oriënteren. In het plangebied zijn geen lineaire lijnen aanwezig. Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. Soms kunnen vleermuizen door verlichting een verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied niet meer gebruiken. De mate waarin het licht vleermuizen verstoord is afhankelijk van de hoeveelheid licht, de lichtkleur en de gevoeligheid van de soort voor licht. Omdat naburige woning potentie biedt voor vleermuizen kan licht verstorend werken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.
Deelconclusie vleermuizen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. Het is mogelijk dat de woningen rondom het plangebied verblijfplaatsen bieden voor vleermuizen. Verlichting dient uit te gaan in de avond en nachturen in het plangebied, of op de grond gericht te zijn om verstoring van de soort te voorkomen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
4.3.3 Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Martersoort Boommarter Bunzing Das Steenmarter
Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd
Tabel 3: Waargenomen marterachtigen binnen een straal van twee kilometer.
Boommarter De schuilplaats van de boommarter bestaat meestal uit een holle boom, de nestplek evenzeer en hun leefgebied bestaat doorgaans uit bos, zowel loof- als naaldbos en gemengd bos, jong en oud. Toch wagen ze zich ook buiten bosgebieden, maar bomen zijn nooit ver weg. De dieren leven solitair en kunnen goed zwemmen. ’s Nachts legt een boommarter 2 tot 20 kilometer af. Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden.
Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Veldbezoek marterachtigen Het plangebied is te leeg en mist begroeiing of bebouwing. Daardoor zijn er voor marterachtigen geen ruigtehoekjes aanwezig om te schuilen. De aanwezigheid van marterachtigen verraadt zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Onder de steenhopen liggen hopen met los zand. Dit zorgt ervoor dat er geen geschikte ingangen zijn voor marterachtigen om de steenhopen in te duiken, waardoor er geen schuilplaatsen voor marterachtigen aanwezig kunnen zijn in deze hopen.
Deelconclusie marterachtigen Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor marterachtigen ontbreken geheel.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
4.3.4 Overige grondgebonden zoogdieren De overige grondgebonden zoogdieren omvatten alle verder in het wild levende zoogdieren, waaronder vooral knaagdieren, evenhoevigen en insecteneters. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige zoogdiersoort Bever Eekhoorn
Bescherming Beschermd Beschermd
Tabel 4: Waargenomen beschermde grondgebonden zoogdieren binnen een straal van twee kilometer.
Bever In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Eekhoorn Eekhoorns zijn te vinden in verschillende bosomgevingen, waaronder loof-, naald- en gemengd bos. Ze komen ook voor in tuinen, parken en houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken-, beuken-, walnoot-, hazelnoten- en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnest zijn ook vaak vijf tot zes bijnesten aanwezig. Veldbezoek overige grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig en rondom het plangebied zijn enkele bomen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten van eekhoorns in deze bomen waargenomen.
Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever. De directe omgeving van het plangebied is ongunstig voor typische prooidieren van de wolf zoals de ree, waardoor de wolf zelf hier ook niet voor zal komen. Tijdens het veldbezoek is gebleken dat het onwaarschijnlijk/aannemelijk is dat er vrijgestelde soorten in het plangebied kunnen worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deelconclusie overige grondgebonden zoogdieren Het is uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van overige grondgebonden zoogdieren. Alle bomen rond het plangebied blijven behouden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
4.3.5 Vogels In de Omgevingswet worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels in Noord-Brabant kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten uit deze categorieën die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vogelsoort
Beschermingscategorie*
Nestplaats
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief
4 4 2 3 4 2 3 3 4 2 3 4 1 4
In bomen In bomen In gebouwen en nestkasten Op de grond, in gebouwen en nestkasten In bomen In gebouwen en nestkasten In gebouwen en nestkasten In bomen, op gebouwen en nestpalen In bomen en op de grond In bomen In gebouwen, bomen en nestkasten In bomen In gebouwen, boomholtes en nestkasten In bomen
Tabel 5: Waargenomen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal van twee kilometer. *Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil). 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing. 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie.) 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar een specifiek nest.
Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Hun nesten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). De vogelsoorten uit deze categorie die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de tabel op de volgende pagina.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Vogelsoort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Spreeuw Tapuit Torenvalk Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
Nestplaats In bomen In gebouwen In boomholtes en nestkasten In boomholtes In boomholtes en nestkasten In boomholtes, nestkasten en gebouwen In bomen In boomholtes, nestkasten en holen In boomholtes en tegen gebouwen In boomholtes In boomholtes Tegen gebouwen In steile wanden In boomholtes In boomholtes en nestkasten In steile wanden In boomholtes en nestkasten In bomen In boomholtes, gebouwen en nestkasten In konijnenholen In gebouwen, bomen en nestkasten In bomen In boomholtes, nestkasten en muizengangen In gebouwen In boomholtes
Tabel 6: Waargenomen vogelsoorten waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen.
Gierzwaluw, De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen bij voorkeur onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Uilen, ooievaar, roek, grote gele kwikstaart en roofvogels Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze uitgesloten kan worden. Overige Vogelrichtlijnsoorten Overige Vogelrichtlijnsoorten zijn vogels wiens nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn.
De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Veldbezoek vogels Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze uitgesloten kan worden. Er zijn tijdens het veldbezoek heen huismussen waargenomen. Voor waarnemingen van gierzwaluw vond het veldbezoek te vroeg in het jaar plaats. Er is geen bebouwing in het plangebied, waardoor gierzwaluwen en huismussen hier geen nestplaatsen kunnen vinden. Ondanks dat het plangebied geen habitat voor beide soorten biedt, betekend dit niet dat ze niet in de omgeving van het plangebied leven. Het plangebied ligt in stedelijk gebied en dit is bij uitstek habitat voor de gierzwaluw en huismus. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. Roofvogels hebben in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Het plangebied is te klein in oppervlakte om geschikt te zijn als leef- en nestlocatie voor genoemde soorten. Deelconclusie vogels Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Er is een te lichte begroeiing aanwezig voor andere vogelsoorten en de aanwezigheid van deze soorten is dan ook uit te sluiten. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk.
Het plangebied was visueel goed te onderzoeken.
4.3.6 Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. Nederlandse reptielen komen met name voor op hogere zandgronden, met name bij stuwwallen, kust- en rivierduingordels. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Grote modderkruiper Kamsalamander Levendbarende hagedis Poelkikker Rugstreeppad Vuursalamander
Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Vissen, beschermd Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd
Tabel 7: Waargenomen amfibieën, vissen en reptielen binnen een straal van twee kilometer.
Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. De meeste volwassen dieren worden tot en met juni waargenomen met een piek in april en de eerste heft van mei. Daarna nemen het aantal volwassen dieren in het water snel af. De eerste juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. De Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. Agrarische gronden worden gemeden als landhabitat. Bastaardkikker De bastaardkikker is een hybride die oorspronkelijk ontstaan is uit een kruising tussen poelkikker en meerkikker. Hij komt algemeen voor in vrijwel heel Nederland. Het is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. De bastaardkikker is weinig kieskeurig en komt in allerlei uiteenlopende habitats voor.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 In april en begin mei verzamelen de mannetjes van de bastaardkikker zich in het voortplantingswater. Overdag houdt de bastaardkikker zich voornamelijk op aan de rand van het water tussen de oevervegetatie. Grote modderkruiper De grote modderkruiper prefereert ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. De soort houdt zich overdag verscholen en voedt zich ‘s nachts met kleine ongewervelden zoals wormen, watervlooien, muggenlarven en kreeftjes. In drooggevallen wateren kan de soort zelfs enige tijd ingegraven in de modder overleven door de levensfuncties tot een minimum te beperken en gebruik te maken van huidademhaling. De dikke slijmlaag biedt hierbij bescherming tegen uitdroging. Kamsalamander Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren, in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren. Op de zandgronden en in beekdalen leeft de soort in poelen, vijvers, matig voedselrijke vennen en in leemputten.
Levendbarende hagedis Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat voor de levendbarende hagedis. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. Poelkikker De poelkikker is een zon- en warmte minnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Buiten de voortplanting zijn poelkikkers minder gebonden aan water en brengen ze de rest van het seizoen door op het land. Overwintering vindt gewoonlijk plaats op het land. Rugstreeppad Zoals de meeste amfibieën is ook de rugstreeppad een uitgesproken nachtbraker. Pas tijdens het invallen van de schemering komt hij tevoorschijn om op open plekken te gaan jagen. Soms is 's nachts te zien dat ze op zandpaden hun typische korte sprintjes trekken. De rugstreeppad begint pas laat aan de voortplanting.
Zo rond half april trekt hij vanuit zijn overwinteringslocatie (soms wel een meter diep onder de grond) naar het voortplantingswater. Eenmaal in het water aangekomen laten de mannetjes, al zittende in het ondiepe water, hun luide roep weerklinken. Het ratelende geluid is tot op een kilometer afstand te horen en trekt soortgenoten uit de wijde omgeving aan. De rugstreeppad is een zeer slechte zwemmer. Hij zoekt altijd een plek op in het water, waar hij op de bodem kan zitten, terwijl zijn kwaakblaas net boven het wateroppervlak uitkomt. Op dergelijke plaatsen worden ook de eieren afgezet. De rugstreeppad kent een zeer lang voortplantingsseizoen dat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden. Vuursalamander Van alle Nederlandse salamanders is de vuursalamander de grootste. De soort heeft een zwart lichaam met gele vlekken. Het huidige leefgebied van de soort in het wild in Nederland bevind zich slechtst in de meeste zuidelijke puntjes van Limburg. Ze leven hier in heuvelachtig gebied in vochtige loofbossen met vele kleine bronbeekjes. Kalkrijke bodems, bronnen en een vochtige grond zijn de belangrijkste aspecten voor een vuursalamanderbiotoop.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Veldbezoek amfibieën, vissen en reptielen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De dichtstbijzijnde sloot ligt op 200 meter afstand van het plangebied. Hierdoor is het voorkomen van vissen in het plangebied op voorhand uit te sluiten. Ook kunnen negatieve effecten op het voortplantingshabitat van amfibieën op voorhand worden uitgesloten. Volgens de gegevens uit de NDFF komt de levendbarende hagedis voor in een straal van 2 kilometer rond het plangebied. Geschikte biotopen voor de soort ontbreekt in het plangebied geheel. Deelconclusie amfibieën, vissen en reptielen Aanwezigheid van elk van de beschermde soorten binnen de categorie amfibieën, vissen en reptielen in het plangebied is uit te sluiten. Aangezien het in het plangebied volledig aan oppervlaktewater ontbreekt en bijna de hele bodem beket is met tegels is het onmogelijk voor amfibieën of vissen op zich in het gebied te huisvesten. Voor reptielen is het gebied te klein en is er te weinig begroeiing. Het is mogelijk dat er uit de om het gebied heen liggende tuinen een verdwaalde bruine kikker of gewone pad door het gebied heen loopt, maar verder zal het gebied niet gebruikt worden dor een van deze soorten. Nader onderzoek is niet aan de orde en er kan worden volstaan met de zorgplicht.
4.3.7 Ongewervelden Libellen komen voor in diverse biotopen, variërend van zoetwatermilieus zoals vijvers, meren, en beken tot moerassen en zelfs brak water. Ze geven de voorkeur aan waterrijke gebieden omdat hun larven (nymfen) aquatisch leven. Als volwassen insecten zijn ze echter vaak te vinden in verschillende omgevingen, waaronder open graslanden, bossen, en tuinen. Vlinders hebben ook diverse biotopen, afhankelijk van de soort. Sommige soorten vlinders geven de voorkeur aan open graslanden en bloemrijke weiden, terwijl andere zich thuis voelen in bosrijke gebieden. Vlinders kunnen ook worden aangetroffen in tuinen, langs bosranden, en zelfs in stedelijke gebieden. De beschermde soorten ongewervelden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn waargenomen zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder Teunisbloempijlstaart
Soortgroep en habitat Dagvlinder, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg Dagvlinder, vochtige gemengde bossen en loofbossen, waardplant: wilde kamperfoelie Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart
Tabel 8: Waargenomen beschermde ongewervelden binnen een straal van twee kilometer.
Grote weerschijnvlinder Het habitat van de grote weerschijnvlinder bestaat uit oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen, bij bospaden, bosranden of daar waar beekjes het bos doorsnijden. Op de vliegplaatsen groeien wilgen op beschutte plaatsen in de halfschaduw en staan enkele grotere, markante bomen. Kleine ijsvogelvlinder Het habitat van de kleine ijsvogelvlinder bestaat uit gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. Geschikte waardplanten groeien doorgaans in de halfschaduw. De vlinder vliegt in de halfschaduw op open plekken, bredere bospaden en langs bosranden. De vlinders leven vooral hoog in de bomen, maar komen 's morgens naar beneden om te drinken van mest, rottend fruit of vocht van de grond. Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) heeft een divers habitat, maar ze worden vaak geassocieerd met gebieden waar hun waardplanten, zoals de teunisbloem (Oenothera), voorkomen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 Veldbezoek ongewervelden De genoemde biotopen van beschermde libellen, dagvlinders en nachtvlinders komen niet voor in het plangebied en de nabije omgeving, zodoende is het voorkomen op voorhand uit te sluiten. Overige ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Tijdens het veldbezoek is een citroenvlinder waargenomen. Deze is echter niet beschermd en vloog tijdens het veldbezoek alleen voorbij. Deelconclusie ongewervelden In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
5. RESULTATEN EN ADVIES In dit hoofdstuk wordt beschreven welke verbodsbepalingen uit de Omgevingswet mogelijk worden overtreden met de voorgenomen ingreep. Ook worden daarbij eventueel te nemen vervolgstappen aangegeven.
5.1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden 5.1.1 Natura 2000 – stikstofdepositieonderzoek Zoals beschreven in hoofdstuk 4 kan op voorhand niet worden uitgesloten dat door stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase negatieve effecten optreden op omliggende Natura 2000-gebieden. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Voor de overige verstoringsfactoren geldt dat hiervan geen negatieve effecten te verwachten zijn op omliggende Natura 2000-gebieden.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland – niet aan de orde Het plangebied is niet gelegen in Natuurnetwerk Nederland. Negatieve gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden zijn redelijkerwijs uitgesloten. Vervolgonderzoek in het kader van NNN is niet noodzakelijk.
5.1.3 Houtopstanden – niet aan de orde Deze ecologische quickscan heeft alleen betrekking op het vlakke terrein aan de Emmahof. Dit onderdeel bevat geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet. Gebied Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden
Afstand plangebied 1,47 km 1,47 km
Ingreep verstorend Mogelijk Nee
Nader onderzoek Ja Nee
Vergunningaanvraag Mogelijk Nee
Opmerkingen
N.v.t.
Nee
Nee
Nee
-
Stikstofdepositieonderzoek -
Tabel 9: Overzicht gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen.
5.2 Resultaten en advies beschermde soorten 5.2.1 Vleermuizen – nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen Met de voorgenomen ontwikkeling gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van deze soorten is niet noodzakelijk. Om het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen, wanneer het schijnen van kunstlicht op de kreek en groenelementen wordt voorkomen.
5.2.2 Grondgebonden zoogdieren – zorgplicht Het is mogelijk dat er individuen van vrijgestelde soorten grondgebonden zoogdieren binnen het plangebied kunnen voorkomen. De zorgplicht is altijd van kracht.
5.2.3 Broedvogels – zorgplicht Aangezien er in het gebied niks gesloopt wordt wat als verblijfplaats kan functioneren voor beschermde broedvogelsoorten is nader onderzoek naar deze soorten onnodig. Aanwezigheid van nesten van vogels
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
23
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334 waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn in het gebied is onwaarschijnlijk. Voor de zekerheid kan een negatief effect op deze soorten worden voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.
5.2.4 Amfibieën – zorgplicht Het is mogelijk dat er enkele individuen van algemene amfibiesoorten, zoals bruine kikker en gewone pad, in landfase voorkomen binnen het plangebied. Deze soorten zijn vrijgesteld in de provincie Noord-Brabant, maar hiervoor geldt wel de zorgplicht.
5.2.5 Overige soortgroepen Voor de volgende soortgroepen geldt dat met de voorgenomen ingreep geen negatieve effecten worden verwacht: flora, reptielen, vissen en ongewervelden. Soortgroep
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader onder zoek Nee Nee
Vergunning aanvraag
Opmerkingen
Verblijfplaatsen
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Niet significant
Nee
Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Voorkom het schijnen van kunstlicht op omliggende open stootvoegen. Voorkom het schijnen van kunstlicht op omliggende groenelementen. Aandacht voor zorgplicht algemene grondgebonden zoogdieren -
Foerageergebied
Nee
Vliegroutes Marterachtigen Overige grondgebonden zoogdieren
Broedvogels
Nee
Nee
Nee
Nee
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Nee
Reptielen Vissen Ongewervelden
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Flora Vleermuizen
Jaarrond beschermd Algemeen
Werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren Aandacht voor zorgplicht algemene amfibieën -
Tabel 10: Overzicht geschiktheid plangebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
24
Ecologische quickscan Emmahof Waalwijk, BE-1334
5.3 Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: o Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). o Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. Gelet op de zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid.
Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Emmahof raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen of inbouwstenen worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid in de nieuw te bouwen woningen. Het aanbrengen van houten nestkasten is ook mogelijk, maar is minder duurzaam. Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich naar het plangebied uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. Daarnaast dragen huismussen bij aan de regulatie van insectensoorten. o Op plaatsen waar de weg niet intensief gebruikt wordt, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding.