Bijlage 3 bij vragen en antwoorden Samen Waalwijk (2) Verweerschrift (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Aan
|
ons
de
vaste
commissie
van
advies
de
voor
bezwaarschriften
33601-
uw
schrijven
Uwschrijven
uw
kenmerk
Uwkenmerk
onderwerp
Voorkeursrecht
Geachte
*REFNUMBER*
behandeld or (geanonimiseerd)
_57197/Zaaknummer
kenmerk
e-mail telefoonnummer
in
gebied
De
Els
Info@waalwijk.n 0416 683456
doc.nr. verzonden
AF!
5
juni
ING-REFN
2025
omgeving
en
commissie,
Inleiding 1.
|
Op 19 juni 2025 zult u tijdens een hoorzitting het bezwaarschrift van 10 april 2025, ingediend namens (geanonimiseerd) aan de (geanonimiseerd) hierna te noemen: “bezwaarmaker”, bij u bekend onder zaaknummer
„33601-57197
behandelen.
2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk, hierna te noemen: “(het) college”, besloten tot het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht krachtens artikel 9.1 lid 2 van de Omgevingswet (Ow) op het in het gebied De Els en omgeving gelegen appartementsrecht, kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie D, complexaanduiding 3143-A, appartementsindex 2, hierna te noemen: “(de) voorlopige voorkeursrechtbeschikking” respectievelijk “(de) onroerende zaak”. 17
december
2.
Op
3.
Op 27 februari 2025 heeft de raad van “(de) raad”, besloten tot het vestigen
4.
,
de
Waalwijk, hierna te noemen: voorkeursrecht krachtens artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow op de onroerende zaak, welk voorkeursrecht vervolgens op 20 maart 2025 door de raad is ingetrokken vanwege de niet tijdige inschrijving in de openbare registers (en daarmee niet in werking is getreden). van
gemeente een
Op
20 maart 2025 heeft de raad opnieuw besloten tot het vestigen van een voorkeursrecht krachtens artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow op de onroerende hierna te noemen: “(de) voorkeursrechtbeschikking”.
5.
Het
bezwaarschrift
6.
Krachtens
is
gericht tegen
de
zaak,
voorkeursrechtbeschikking.
artikel 9.4 lid 3 van de Ow is de voorlopige voorkeursrechtbeschikking rechtswege komen te vervallen drie maanden na het ingaan ervan, omdat de voorkeursrechtbeschikking pas is ingegaan na het verstrijken van de maximale van de voorlopige voorkeursrechtbeschikking, hetgeen voor bezwaarmaker aanleiding heeft gegeven het reeds eerder op 28 januari 2025 ingediende bezwaarschrift tegen de voorlopige voorkeursrechtbeschikking op 22 2025 in te trekken.
van
geldingsduur
Verweerschrift
april
1/8
7.
De raad is van mening dat de aangevoerde bezwaargronden ongegrond zijn en niet kunnen leiden tot herroeping van de voorkeursrechtbeschikking. De raad licht dat als
volgt
toe.
Ontvankelijkheid 8.
Conform
de
Algemene ‘belanghebbende’. Een
(Awb) staat bezwaar alleen open voor een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De eigenaar van en de beperkt gerechtigden tot de onroerende zaak of zaken waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd zijn daarom altijd als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 van Awb aan te merken. Het eigendom van de hiervoor vermelde onroerende zaak komt toe aan (geanonimiseerd) en zij is dus belanghebbende bij de voorkeursrechtbeschikking.
9.
Voorts is het bezwaarschrift tijdig ingediend door bezwaarmaker en is voldaan alle overige wettelijke vereisten, waardoor het bezwaarschrift ontvankelijk is.
wet
bestuursrecht
aan
Bezwaren 10. Bezwaarmaker
stelt
-
samengevat
-
het
volgende:
onderbouwing van de voorkeursrechtbeschikking ten onrechte wordt naar de voorlopige voorkeursrechtbeschikking, omdat deze laatste niet meer bestaat en daarom beschikking procedureel gezien onjuist is.
A.
Dat
in de
verwezen
Dat
de voorkeursrechtbeschikking in strijd is met artikel 9.1 lid 1 onder c van de omdat het huidige gebruik van de onroerende zaak als woning niet afwijkt van de toegedachte functie als ‘gemengd gebied voor woningen, economische en maatschappelijke functies (waaronder kantoren, detailhandel, horeca,
Ow,
dienstverlening en bibliotheek), voorzieningen (waaronder ontmoetings/verblijfsplekken en parkeerplaatsen) en groen’. Dat de voorkeursrechtbeschikking in strijd is met het motiveringsbeginsel, omdat niet blijkt op welke wijze wordt voorzien in een beter of intensiever dan het bestaande gebruik.
„
Dat de noodzaak voor de vestiging van het voorkeursrecht ontbreekt, onroerende zaak in het voorlopige stedenbouwkundige plan De Els en buiten het rood omlijnde plangebied valt. Dat
de
plannen
mede
gebruik
omdat
de
omgeving
noodzaak voor de vestiging van het voorkeursrecht ontbreekt, omdat de in het (winkel)gebied De Els en omgeving nog te weinig duidelijkheid
bieden. Dat
het gebied waarop het voorkeursrecht is gevestigd te ruim is gepakt, met als gevolg dat de gemeente Waalwijk een groot financieel risico heeft genomen in het geval alle betrokken onroerende zaken gelijktijdig zouden worden aangeboden. ‚
.
Dat
door de vestiging van het voorkeursrecht sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht van bezwaarmaker, maar de raad ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de belangen van bezwaarmaker, hetwelk in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat de voorkeursrechtbeschikking emotionele gevolgen van dien.
Verweerschrift
veel
onzekerheid
met
zich
meebrengt,
met
alle
2/8
I.
Dat bezwaarmaker (financiële) schade ondervindt op het moment dat het bezwaarmaker vrij staat om zijn onroerende zaak op de vrije markt aan een derde te vervreemden in het geval de gemeente Waalwijk afziet van de mogelijkheid tot aankoop.
J.
Dat de raad bij de vestiging van het voorkeursrecht ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de monumentale status van de onroerende zaak , omdat niet aannemelijk is dat de onroerende zaak zal worden gesloopt of rigoureus worden verbouwd en haaks staat op de reactie van wethouder Klerz op 13 februari 2025 tijdens een gespreksavond dat panden met een monumentale status buiten de ontwikkeling van het (winkel)gebied De Els en omgeving zullen worden gelaten.
Reactie op de bezwaren Ad. A. 11. In de voorkeursrechtbeschikking is vermeld dat , om het voorkeursrecht voort te zetten , binnen drie maanden na het ingaan van de voorlopige voorkeursrechtbeschikking , te weten 17 maart 2025 , een voorkeursrechtbeschikking van de raad nodig is. Dat de voorlopige voorkeursrechtbeschikking echter reeds was vervallen ten tijde van het voorkeursrechtbeschikking maakt niet dat deze vermelding onjuist is , terwijl het al helemaal niets afdoet aan de rechtsgeldigheid van de voorkeursrechtbeschikking. De voorkeursrechtbeschikking is immers op de juiste wijze genomen en bekendgemaakt. Dat in de brief van 21 maart 2025 aan bezwaarmaker voor wat betreft de rechtsgevolgen van de voorkeursrechtbeschikking is verwezen naar de brief van 18 december 2024 maakt dit niet anders. Ingevolge artikel 7. 1 Omgevingsbesluit (Ob) is de raad verplicht bezwaarmaker op de rechtsgevolgen van de niet voorkeursrechtbeschikking te wijzen. Desalniettemin heeft de raad dit wel gedaan , zulks onder verwijzing naar de brief van 18 december 2024. Ad B. 12. Artikel 9.
1 lid 1 onder c van de Ow strekt ertoe dat de raad reeds voor aanvang van de procedure tot vaststelling van een omgevingsplan dan wel een omgevingsvisie of een programma een voorkeursrecht kan vestigen op onroerende zaken die deel uitmaken van een locatie waaraan in de voorkeursrechtbeschikking een nietagrarische functie of een moderniseringslocatie wordt toegedacht die afwijkt van het bestaande gebruik , zodat reeds in een vroegtijdig stadium slagvaardig kan worden opgetreden teneinde te voorkomen dat de verwezenlijking van de toegedachte functie wordt belemmerd. 13. De raad ontkomt er dan ook niet aan bij de omschrijving van de toegedachte functie een vrij algemene en abstracte formulering te hanteren. Indien met het vestigen van het voorkeursrecht zou moeten worden gewacht totdat een per perceel uitgewerkt gedetailleerde functie voorhanden is , zouden de doelstellingen van het voorkeursrecht niet kunnen worden gerealiseerd. Aan de toepassing van artikel 9. 1 lid 1 onder c van de Ow is derhalve inherent dat van de toekomstige functie nog slechts een globaal beeld bestaat. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , hierna te noemen: “Afdeling” , van 19 januari 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BP1355). 14.
De functie die de raad voorziet voor de locatie waarvan de onroerende zaak van bezwaarmaker deel uitmaakt betreft ‘gemengd gebied voor woningen , economische en maatschappelijke functies (waaronder kantoren , detailhandel , horeca , dienstverlening en bibliotheek) , voorzieningen (waaronder ontmoetingsVerweerschrift
3 / 8
/verblijfsplekken en parkeerplaatsen) en groen’. Dat op de onroerende zaak van bezwaarmaker al een woning aanwezig is , zoals bezwaarmaker stelt , is juist , maar dat neemt niet weg dat de toegedachte functie op de locatie waarvan de onroerende zaak deel uitmaakt méér dan alleen wonen omvat , zoals hiervoor is toegelicht. 15. Bovendien geldt dat , ook wanneer een functie voorziet in een vergelijkbaar maar beter of intensiever gebruik dan het bestaand gebruik , van afwijkend gebruik kan worden gesproken. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BP1306). Zoals in het bij de voorkeursrechtbeschikking behorende raadsvoorstel is vermeld , wordt op de locatie waarvan de onroerende zaak deel uitmaakt een beter en intensiever gebruik dan het daadwerkelijke feitelijke gebruik beoogt. Ad C. 16. De raad betwist stellig dat in de voorkeursrechtbeschikking geenszins wordt gemotiveerd dat het toegedachte gebruik ‘kwalitatief beter’ of ‘intensiever’ zal zijn dan het daadwerkelijke (feitelijke) gebruik.
Onder ‘Inleiding’ van het bij de voorkeursrechtbeschikking behorende raadsvoorstel wordt bijvoorbeeld gezegd: “Om als Waalwijk een attractieve (woon)stad te blijven in de toekomst is het van belang om de voorzieningen en werkgelegenheid in stand te houden , voldoende woningen te bieden aan verschillende doelgroepen van jong tot oud en een goede bereikbaarheid te waarborgen. Een aantrekkelijke binnenstad met goede (centrale) voorzieningen is een belangrijk onderdeel hierin en vormt de benodigde basis om door te kunnen groeien. De binnenstad als sociaal en economisch hart van de stad vraagt om voldoende draagvlak (consumenten) om (binnen)stedelijke functies als een theater en winkels op lange termijn te handhaven en/of te versterken. Een aantrekkelijke binnenstad en groei kunnen elkaar dan stimuleren. Vanuit de Centrumvisie Waalwijk 2017 en het Addendum Centrumvisie Waalwijk (2020) zijn al verschillende ontwikkelingen in het centrumgebied in gang gezet. Om de ambities concreet te maken , ervoor te zorgen dat de stedenbouwkundige samenhang behouden blijft en waar mogelijk te versterken is het op 8 juli 2022 door de raad vastgestelde document ‘Waalwijk stadscentrum - Stedenbouwkundig Masterplan’ opgesteld. Het Masterplan is een richtinggevend ontwerp- en inspiratiekader voor de doorontwikkeling van de binnenstad van Waalwijk.
De transformatie van het overdekte winkelcentrum De Els en omgeving wordt daarbij aangemerkt als één van de grotere en belangrijke ontwikkellocaties in het centrum van Waalwijk. De door de raad op 20 april 2024 vastgestelde Actualisatie centrumvisie Waalwijk 2024 sluit aan bij de hiervoor vermelde - maatschappelijk en bestuurlijke - ambities. Om deze ambities te realiseren wordt in de Actualisatie centrumvisie 2024 ingezet op de volgende speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5.
Kwalitatieve herontwikkeling van De Els en omgeving; Sterke basis creëren voor dagelijkse centrumbezoekers; Verbeteren van de ontmoetings- en verblijfsfunctie; Lokale identiteit beter zichtbaar en beleefbaar maken; Het centrum als levendig en leefbaar woongebied.
Verweerschrift
4 / 8
In dezelfde Actualisatie centrumvisie Waalwijk 2024 staat dat het geen doel op zich is om bij de herontwikkeling van De Els een bepaalde hoeveelheid commerciële ruimte terug te brengen. Doel is om de gewenste bijdrage aan het centrum te realiseren (te weten: compact rondje , boodschappenbronpunt , verblijfsplek en nieuw woonmilieu) én de ruimtelijke kwaliteit en flexibiliteit van het gebied drastisch te verbeteren (reguliere centrumstraten in plaats van winkelpassages). ” In dit verband is onder ‘Argumenten/Overwegingen’ van het raadsvoorstel onder meer het volgende opgenomen: “De in de aanwijzing betrokken onroerende zaken (bijlage 1 en 2) zijn voor een deel gelegen in het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waalwijk’ en voor een ander deel in het bestemmingsplan ‘Herziening Centrumgebied Waalwijk’ , welke plannen zijn opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Waalwijk. Aan deze onroerende zaken zijn grotendeels de bestemmingen respectievelijk functies ‘Centrumdoeleinden’ , ‘Centrum-1’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ toegekend. Voor een enkele onroerende zaak geldt de bestemming respectievelijk functie ‘Gemengde doeleinden’ , ‘Woondoeleinden’ , “Verblijfsdoeleinden - promenade’ en ‘Tuin (parkeren)’. De onroerende zaken zijn feitelijk ook als zodanig in gebruik.
De gemeente wil het (winkel)gebied De Els en omgeving transformeren naar een modern , aantrekkelijk , duurzaam en gemengd gebied voor wonen , economische en maatschappelijke functies (waaronder kantoren , detailhandel , horeca , dienstverlening en bibliotheek) , voorzieningen (waaronder ontmoetings-/verblijfsplekken en parkeerplaatsen) en groen , zoals ter visuele verduidelijking is aangeduid op de bijgevoegde kaart (bijlage 3). Dit betekent dat een functie aan de locatie wordt toegedacht die ten tijde van het nemen van de voorkeursrechtbeschikking al deels conform die functie wordt gebruikt. Desondanks kan worden gesproken van een afwijkend gebruik , omdat de gemeente een kwalitatief beter of intensiever gebruik dan het daadwerkelijke feitelijke gebruik beoogt. Het bestaande gebruik wijkt daarmee af van de toegedachte functie en daarmee wordt voldaan aan de in artikel 9. 1 lid 1 onder c van de Ow gestelde formele vereisten tot vestiging van het voorkeursrecht. ” 17. Ten overvloede merkt de raad op dat de gemeente het (winkel)gebied De Els en omgeving wil transformeren naar een plek waar wonen , werken , ontmoeten , verblijven én winkelen hand in hand gaan: van een ‘place to buy’ naar een ‘place to be’. De ambitie voor het gebied is dan ook tweeledig.
De herontwikkeling van het winkelcentrum wordt gecombineerd met een nieuwe stedelijke woonomgeving waarin ongeveer 350 woningen worden toegevoegd. Daarbij is het goed en volwaardig functioneren van winkelcentrum De Els enerzijds benodigd voor het overleven van de binnenstedelijke winkelfunctie in de gemeente Waalwijk (aangezien er op dit moment veel sprake is van leegstand in het winkelcentrum) en anderzijds omdat er ‘zonder’ binnenstad geen aantrekkelijk woonmilieu kan worden gecreëerd als basis voor de ambitie van de gemeente om woningen toe te voegen in het centrum (en daarmee te voorzien in de behoefte van woningzoekenden). 18. Anders dan bezwaarmaker ziet de raad niet in waarom onvoldoende en ontoereikend is gemotiveerd dat sprake is van afwijkend (ofwel kwalitatief beter dan wel intensiever) gebruik. Ad D. 19. Ten aanzien van de verwijzing van bezwaarmaker naar het voorlopige stedenbouwkundige plan De Els en omgeving merkt de raad op dat het voorkeursrecht is gestoeld op de voorkeursrechtbeschikking zelf. Stedenbouwkundige Verweerschrift
5 / 8
plannen hebben niet de status van een omgevingsplan , een omgevingsvisie of een programma en kunnen dus - zo blijkt uit de wet – niet als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht dienen. Zelfs in de situatie dat het voorlopige stedenbouwkundige plan De Els en omgeving van latere datum zou zijn dan de vestiging van het voorkeursrecht , waarvan in casu geen sprake is , maakt niet dat de voorkeursrechtbeschikking zelf niet (meer) als basis kan dienen voor het vestigen van het voorkeursrecht. Zie onder meer de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 november 2024 , ECLI:NL:RBDHA:2024:19692 , r. o. 4. 3 e. v. Ad E. 20. Onder verwijzing naar de toelichting onder 12 en 13 strekt artikel 9. 1 lid 1 onder c van de Ow ertoe dat de raad reeds voor aanvang van de procedure tot vaststelling van een omgevingsplan dan wel een omgevingsvisie of een programma een voorkeursrecht kan vestigen , zodat reeds in een vroegtijdig stadium slagvaardig kan worden opgetreden teneinde te voorkomen dat de verwezenlijking van de toegedachte functie wordt belemmerd. 21. Daar komt bij dat uit vaste rechtspraak volgt dat bij vestiging van een voorkeursrecht geen zekerheid hoeft te bestaan omtrent de vraag of de beoogde uitwerking , waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd , daadwerkelijk tot stand zal komen.
De systematiek van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) brengt mee , dat op het moment dat het voorkeursrecht kan en dient te worden aangewend , veelal nog niet zeker zal zijn of de geplande uitwerking feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 16 april 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AF7348 , r. o. 2. 3. 2) en 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1638 , r. o. 5. 1 en 5. 2. ) 22. De systematiek en het doel van de Ow is in relatie tot hetgeen hiervoor is opgemerkt over de Wvg hetzelfde gebleven. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat deze rechtspraak onder de Ow anders zal zijn. Ad F. 23. De omvang van het gebied waarop een voorkeursrecht wordt gevestigd kan ruim worden aangewezen. Het argument is dat , nu er bij de vestiging van een voorkeursrecht op grond van artikel 9. 1 lid 1 onder c van de Ow slechts een globaal beeld bestaat van de toekomstige functie , niet van de gemeente kan worden verwacht dat zij wel al een precies beeld heeft van de omvang van het gebied waaraan de toekomstige functie zal worden toegedeeld. Wel moet het bestuursorgaan bij het aanwijzen van een ruim gebied een zorgvuldige belangenafweging maken. 24. Bezwaarmaker heeft bovendien geen feiten en omstandigheden genoemd waarop de stelling is gebaseerd dat het gebied waarop het voorkeursrecht is gevestigd te ruim is.
Bij de toepassing van de bevoegdheden uit hoofde van de wet tot het vestigen van een voorkeursrecht is geen enkel onderscheid gemaakt , anders dan dat de onroerende zaak van bezwaarmaker in de voorkeursrechtbeschikking is meegenomen om speculatie tegen te gaan en de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane planologische ontwikkeling in het (winkel)gebied De Els en omgeving te behouden. Van een onzorgvuldige belangenafweging is dan ook geen sprake. 25. Dat er onzekerheid zou bestaan over de financiering van eventuele grondaankopen respectievelijk haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling maakt niet dat de raad ten onrechte beperkingen op onroerende zaken legt en/of het instrument van het Verweerschrift
6 / 8
voorkeursrecht onrechtmatig inzet. Zoals hiervoor toegelicht onder 20 t/m 22 brengt de systematiek van de wet immers met zich mee , dat op het moment dat het voorkeursrecht kan en dient te worden aangewend , veelal nog niet zeker zal zijn of en op welke wijze de toegedachte functie feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd en welke uitgaven hierbij zijn te verwachten. Dat uit de wetgeschiedenis volgt dat het van belang is dat de overheid niet meer risico aangaat dan de financiële situatie toelaat , betekent niet dat de publiekrechtelijke rechtspersoon in staat moet zijn om alle onroerende zaken waarop een voorkeursrecht is gevestigd , daadwerkelijk te kopen (zie Kamerstukken II 2018/19 , 35133 , nr. 3 , pag. 76). Ad G. 26. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 21 augustus 2002 , ECLI:NL:RVS:2002:AE6739) , is met het vestigen van een voorkeursrecht weliswaar sprake van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht , doch vindt deze inbreuk plaats in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de Wvg , terwijl niet kan worden gezegd dat daarbij niet een redelijk evenwicht wordt bereikt tussen het door die wet nagestreefde algemene belang en de rechten van de eigenaar. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het wettelijke voorkeursrecht slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht maakt.
De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat bezwaarmaker als eigenaar van de onroerende zaak niet langer de hem toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen , doch uitsluitend dat hij – indien hij tot vervreemding zou willen overgaan – eerst de gemeente Waalwijk in de gelegenheid moet stellen de onroerende zaak te kopen. 27. De systematiek en het doel van de Ow is in relatie tot hetgeen hiervoor is opgemerkt over de Wvg hetzelfde gebleven. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat deze rechtspraak onder de Ow anders zal zijn. Ad H. 28. De omstandigheid dat de vestiging van een voorkeursrecht leidt tot onzekerheid en onrust voor bezwaarmaker , maakt niet dat de raad ten onrechte beperkingen op de onroerende zaak legt en/of het instrument van het voorkeursrecht onrechtmatig inzet. Gelet op het doel van een voorkeursrecht , het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van onroerende zaken die benodigd zijn voor de realisatie van toekomstige planologische ontwikkelingen , staat de gestelde onzekerheid en onrust niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. Ad I. 29.
Het is juist dat het een eigenaar of beperkt gerechtigde gedurende een periode van drie jaar vrij staat om de in het aanbod vermelde onroerende zaak of zaken aan derden te vervreemden ingeval van een negatief beginselbesluit of na het ongebruikt verstrijken van de termijn door het bevoegd gezag (zie artikel 9. 14 lid 1 van de Ow) , terwijl het voorkeursrecht van kracht blijft. 30. Dat bezwaarmaker hierdoor schade lijdt , wordt echter door de raad ontkend , los van het feit dat de voorkeursrechtbeschikking ten doel heeft om speculatie tegen te gaan en de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane planologische ontwikkeling in het (winkel)gebied De Els en omgeving te behouden.
Verweerschrift
7 / 8
Ad
J.
31. De omstandigheid dat de onroerende zaak van bezwaarmaker een monumentale status heeft, maakt niet dat de raad ten onrechte beperkingen op de onroerende zaak legt en/of het instrument van het voorkeursrecht onrechtmatig inzet. Gelet op het doel van een voorkeursrecht, het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van onroerende zaken die benodigd zijn voor de realisatie van toekomstige planologische ontwikkelingen, staat de monumentale status niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. 32. Dat de wethouder heeft aangegeven dat de panden met monumentale status buiten de plannen worden gehouden is overigens juist. De raad verbindt hieraan echter niet de gevolgen die bezwaarmaker daaraan verbindt. Bezwaarmaker houdt namelijk een veel te enge interpretatie aan van deze opmerking, omdat nog geen sprake is van een definitief plan, zoals bezwaarmaker zelf bevestigt, waardoor niet van de
gemeente kan
kan
duiden
worden verwacht dat de toekomstige
waaraan
zij
wel al een precieze begrenzing functie zal worden toegedeeld.
van
het
gebied
33. Daar
komt bij dat uit vaste rechtspraak volgt dat bij vestiging van een voorkeursrecht zekerheid hoeft te bestaan omtrent de vraag of de beoogde uitwerking, waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, daadwerkelijk tot stand zal komen. De systematiek van de wet brengt mee, dat op het moment dat het voorkeursrecht kan geen
en
dient te worden
uitwerking feitelijk 20 t/m 22).
aangewend, zal
kunnen
veelal worden
nog
niet zeker
gerealiseerd
zal
(zie
zijn of de geplande hiervoor de toelichting
onder
Conclusie Gelet op het voorgaande verzoekt de raad uw commissie om te adviseren het bezwaarschrift tegen de voorkeursrechtbeschikking ongegrond te verklaren en verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
Znaam=Met
het
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd)
Verweerschrift
8/8