Bijlage 3. Advies SAR Inburgering 2026-2029
Tekst van het document
,$fiËtfi.LE nsvt[§RÀ4il
ft
Aan: College van B&W WaalwUk
Betreft: advies Notitie nburgerin E 2026-2029 I
Datum: 14 augustus 2025
Geacht College, Ter advisering legde u ons de (concept) Notitie lnburgerin 9,2026-2029 voor. Vanaf 2022 zijn de
gemeenten verantwoordelijk voor de uiwoering van de Wet lnburgering. U heeft deze opdracht in nauwe samenwerking met de Gemeente Heusden opgepakt. Thans dient zich een nieuwe
beleidsperiode aan, het tijdvak 2025-2029. ln deze notitie zet u het gewenste beleid uiteen. Hierbij is gebruik gemaakt van een evaluatie van het beleid over de voorgaande periode. ln deze evaluatie wordt stilgestaan brj de zaken die goed gingen, maar worden ook verbeterpunten gesignaleerd. Deze verbeterpunten, samen met de gewijzlgde
financiële context, vormen de basis voor het nieuwe beleid. Ambtelijk zijn wij voldoende betrokken geweest bij de ontwikkeling van het nieuwe beleid. Met door ons gemaakte opmerkingen tijdens een ambtelijk vooroverleg is rekening gehouden. wij zijn u voor deze mate van betrokkenheid van de SAR erkentelijk. ln algemene zin kunnen wij het eens zijn met de nieuw uitgezette koers en de verbeterpunten die
door u worden aangebracht. Met de keuze voor scenario 2 kunnen wij instemmen. De aanpak van wachtlijsten en het bieden van extra begeleiding aan bijvoorbeeld jonge statushouders steunen wij van harte. Enkele puntèn willen wij onder uw aandacht brengen:
1. De evaluatie: de evaluatíe is breed opgezet en is tot stand gekomen met inbreng van alle betrokken partijen, waaronder uitdrukkeliJk ook de inburgeraars zelf. De evaluatie ziet er gedegen uit en biedt adequate basis voor de ontwikkeling van nieuw beleid. Ons lijkt de kanttekening passend dat de geëvalueerde periode kort is geweest en eigenlijk té kort om te kunnen beoordelen of het beoogde doel - namelijk een inburgering waarbij statushouders zo snel als mogelijk mee te kunnen doen in de samenleving, het liefst ook met betaald werk- is geslaagd. Wij adviseren u met meer regelmaat te monitoren en te rapporteren welke uitstroom uit de verschillende routes wordt gerealiseerd en hoe met name de uitstroom naar betaald wer( hei ultieme doel, zich hiertoe verhoudt. Hierbij zou niet alleen de uitstroom op het moment van de beëindiging van de inburgeringscursus moeten worden gemeten, maar zou over een langere termijn bijgehouden moeten worden hoe de statushouders/inburgeraars in staat zijn zich duurzaam te verbinden met de samenleving.
Ons valt in de evaluatie verder op dat het verzuim van bijvoorbeeld taal - en andere lessen
door meerdere partners als problematisch wordt ervaren. Méér voorlichting en een aangepast lessenpakket, lijkt daarbij uw antwoord. Uw keuze voor zgn. preventieve handhaving spreekt aan maar hoe gaat u om met de instrumenten van een repressief gerichte benadering door bijv. maatregelen en boetes? Het evaluatierapport gaar hierop nauwelijks in. U wraakt het door u gesignaleerde "gemak" bij het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid maar blijft nog vaag over de vraag wat hier tegenover moet worden gezet. De SAR beveelt aan om hier - in het belang van de toekomst van de inburgeraars, nader te reflecteren hoe verwacht wordt dat de maatregeíen gaan werken. 2.
ln de Beleidsnotitie trekt u de conclusie dat de inburgering over de laatste jaren positief is
verlopen. Tegelijkertijd heeft de evaluatie fricties tussen de verschillende routes aan de dag gelegd, zijn kritische opmerkingen gemaakt bij de verhouding tussen de theoretische en de praktische leermomenten en over de verdeling van de aangeboden uren over de verschillende leerjaren. Met name de begeleiding in de Z-route heeft naar uw mening aan de Bestelde doelen voldaan. Naast hetgeen wij hier onder punt 1 al opmerkten zijn de gevallen vàn uitstroom naar betaald werk (Bl-route) nog zeldzaam gebleken. U geeft aan dat dit onder andere aan de extra eisen ligt die werkgevers stellen aan statushouders. Met name het kunnen voldoen aan de gestelde taaÍeisen, blijkt problematisch. Het hebben van (vrijwilligers) werk is de beste integratie-impuls zo wijst onderzoek keer op keer uit. Daarom bepleit de SAR dat méér actie wordt gezet op sensibiliseren van de
arbeidsmarkt en werkgevers bij het bieden van arbeidscontracten aan statushouders/inburgeraars. Met name willen wij bepleiten dat ingezet wordt op de sectoren zorg, logistiek en bouw, waar immers vele banen te vinden zijn vanwege het grote aantal vacatures. Waarom stellen werkgevers méér taaleisen aan inburgeraars en minder aan arbèidsmigranten? W'rj achten het voorstelbaar dat u de relaties via bijvoorbeeld subsidiering aanbesteding en inkoop mede gebruikt om arbeidsplaatsen voor inburgeraars
te creëren. Ook valt op dat het "succes" van de Z-route is ingegeven door het feit dat vele deelnemers via governance en non-governance organisaties worden geplaatst. Ons lijkt deze markt op enig moment vèrzadigd en er zullen dan toch alternatieve uitstroommogelijkheden moeten worden gevonden. 3.
De voorgestelde maatreqelen: u stelt voor, ook uit oogpunt van kostenbesparing, delen van
de taken van Vluchtelingenwerk en Baanbrekers terug te halen naar de gemeentelijke
organisatie. Ook stelt u dat de Z-route thans vollediq door-de eigen organisatle moet worden opgepakt. Betekent dit dat ook de taallessen en de MAP cursus door de gemeente wordt gedaan?
Wij vragen ons af of het op deze wÍze terughalen van taken naar de eigen organisatie inderdaad zoveel kosten bespaard als je daar ook de desintegratiekosten bij bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk bij betrekt. Wij lezen ook dat Vluchtelingenwerk geconfronteerd wordt met een gebrek àan vr|willigers voor bijvoorbeeld taallessen en maatschappelijke begeleiding. Doet dit probleem zich bij de gemeentelijke organisatie niet voor? Ook vragen wij ons af of het terughalen van taken een gelegenheidsargument betreft voor onderhavige problematiek, dan wel of hieraan een breder organisatorisch concept aan ten
grondslag ligt, met consequenties wellicht ook voor de overige onderdelen van het sociaal
domein?
lnteqraliteit: we zijn het eens dat de inburgering een centrale regie nodig heeft, waarin zich een integrale benadering in al zijn facetten laat borgen. Tegelijkertijd echter zien we een veelheid aan organisaties als V'uchtelingenwerlg Contour de Twern, Baanbrekers, Echtnederlands, UvT, Fontys, Yonder etc. Staat de veelheid aan deze organisatles niet in de weg van de gewenste integraliteit, waarin
ook een soepele switch van de ene naar het andere trainingsniveau gegarandeerd blijft? Scenario's: door de wijze van presentatie lijkt de keuze voor scenario 2 evídent. Wij steunen die keuze ook. Nièttemin van onze kant de kanttekening dat de afweBing tussen de scenario's méér moet zijn dan een afweging van alleen geldelijke factoren in relatie tot de bijdrage van de landelijke overheid. Als in scenario 1 de kosten per saldo hoger uitvallen, is dat dan per definitie slecht als je daarbij ook de menselijke "winsí betrekt van geslaagde inburgeraars die volwaardig deelnemen aan de samenleving en daarin ook hun waardevolle bijdragen leveren? Wij adviseren om in de overwegingen bij de scenario's meer de maatschappelijke business-case te benoemen en mee te nemen in de afweging dan alleen de klinisch overkomende afweging van de vraag of we voldoen aan landelijke regelgeving en landelijke budgetten. Goed geïntegreerde inburgeraars leveren als Waalwijkers ook bijdrages die in de afweging meer benoemd mogen worden.
6. Acouisitie en promotie: behalve dat het werkgeversveld méér verantwoordelijkheid moet nemen voor statushouders/inburgeraars, is het ook zaak dat er een breed draagvlak in Waalwijk blijft die de méérwaarde van deze 'nieuwe Waalwijkers' ziet. Laat integratie s.v.p. van twee kanten komen! ln verband vragen wij u in de communicatie naar de samenleving ook vooral de successen die rondom het domein van de inburgering worden behaald, te vieren en met iedereen te delen.
Tot slot: bovenstaande opmerkingen en kanttekeningen laten onze waardering voor de Notitie en de daarin aangekondigde maatregelen onverlet. wij zien uw reactie op ons adviès met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,