CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 Definitief advies NRD Cie MER

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Grootschalige Opwek Duurzame Energie3.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Grootschalige opwekking wind- en zonne-energie, gemeente Waalwijk Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport 3 maart 2022 / projectnummer: 3591

Advies voor de inhoud van het MER Samen met acht andere gemeenten heeft de gemeente Waalwijk zich verbonden aan de energie en klimaatstrategie van de regio ‘Hart van Brabant’. Daarin zijn plannen om de regio aan te passen aan een veranderend klimaat gekoppeld aan plannen voor de energietransitie. Waalwijk heeft als ambitie om in 2030 minimaal de helft (215.500 megawattuur per jaar) van haar elektriciteitsgebruik duurzaam op te wekken. De gemeente wil een combinatie van zonne- en windenergie en zoekt daar ten noorden van de A59 ruimte voor. Om dit mogelijk te maken dient de gemeenteraad van Waalwijk te besluiten over benodigde bestemmingsplannen of structuurvisies. De gemeente Waalwijk heeft de Commissie gevraagd om te adviseren over de gewenste inhoud van het op te stellen milieueffectrapport.

Essentiële informatie voor het MER De notitie reikwijdte en detailniveau1 (verder: notitie R&D) biedt een goede basis en plan van aanpak voor het MER. De Commissie vindt dat, voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over de plannen, het MER in ieder geval de volgende drie punten moet bevatten: •

Geef aan hoe milieueffecten een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van de huidige zoeklocaties en onderbouw hiermee de keuze voor deze locaties. Ga ook in op de samenhang met de regionale energieopgave en onderbouw de keuze voor een gefaseerde aanpak.

•

Voeg alternatieven toe die de maximale bandbreedte beslaan ten aanzien van leefbaarheid, natuur, landschap en energieopbrengst (zoek daarmee de ‘hoeken van het speelveld’ op).

•

Onderzoek voor alle alternatieven en varianten de verschillende milieueffecten. Houd rekening met wet- en regelgeving, waaronder jurisprudentie over het Activiteitenbesluit en de gevolgen voor de omliggende Natura 2000-gebieden.

Besluitvormers en insprekers lezen in de eerste plaats de samenvatting van het MER. Daarom verdient dit onderdeel bijzondere aandacht. De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER. Geef hierin ook aan hoe het participatieproces is verlopen, zoals de wijze waarop reacties van belanghebbenden zijn verzameld en betrokken bij de planvorming. In de volgende hoofdstukken beschrijft de Commissie in meer detail welke informatie het MER moet bevatten. De Commissie bouwt daarbij voort op de notitie R&D. Dat wil zeggen dat ze in dit advies niet ingaat op de punten die naar haar mening in de notitie R&D voldoende aan de orde komen. Op verzoek van de gemeente heeft de Commissie de binnengekomen zienswijzen bij haar advisering betrokken.

1

Notitie Reikwijdte en Detailniveau, Grootschalige opwek duurzame energie Waalwijk. Witteveen+Bos, 3 december 2021.

-1-

Figuur 1 - Zoekgebieden voor zonne- (boven) en windenergie (onder). Bron: notitie R&D. Aanleiding MER Om het opwekken van duurzame energie mogelijk te maken zijn een bestemmingsplan (of structuurvisie) en omgevingsvergunningen nodig. Daarom stelt de gemeente Waalwijk een plan-MER op. Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie is bij wet ingesteld, onafhankelijk en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft zelf geen milieueffectrapporten. Dat doet het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk als initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – de gemeenteraad van Waalwijk - besluit vervolgens over het plan om duurzame energie op te wekken en op te slaan. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, zijn te vinden door nummer 3591 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-2-

Achtergrond en besluitvorming Achtergrond De gemeente Waalwijk maakt onderdeel uit van de regio Hart van Brabant en heeft zich gecommitteerd aan de regionale energie- en klimaatstrategie2 (REKS). De gemeente wil in 2043 100% en in 2030 tenminste 50% van haar elektriciteitsverbruik duurzaam opwekken. Voor 2030 betreft het 215.500 megawattuur die met een combinatie van zonne- en windenergie ten noorden van de A59 opgewekt moet gaan worden. De gemeente wil hierbij windturbines plaatsen met een vermogen van elk minimaal 4 megawatt en maximaal 15 hectare aan zonnevelden.

Beleidskader en wet- en regelgeving Neem in het MER een overzicht van wet- en regelgeving, beleidsafspraken en andere kaders op waaraan het grootschalig opwekken van duurzame energie moet voldoen of die relevant zijn voor de te nemen besluiten. Geef concreet aan welke belangrijke randvoorwaarden uit die kaders voortvloeien en hoe de verschillende projecten die onderdeel zijn van het voornemen daaraan kunnen voldoen. Ga daarbij in ieder geval in op: •

Wet natuurbescherming (gebieds- en soortenbescherming)

•

Interim-Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant

•

Recente jurisprudentie over het Activiteitenbesluit3

Te nemen besluiten De procedure voor de milieueffectrapportage wordt doorlopen voor benodigde (omgevings)plannen, structuurvisie(s), ontheffingen en mogelijk ook voor vergunningen en het opstellen van een Passende Beoordeling. Daarnaast zullen andere besluiten genomen worden voor de realisatie van het voornemen. Geef aan welke besluiten dit zijn, wie daarvoor het bevoegde gezag is en wat globaal de planning hiervoor is.

Ambities, regionale samenhang en alternatieven 3.1

Ambities in samenhang met regionale opgave en totale opgave In de REKS, de kadernota grootschalige opwek duurzame energie4 en de notitie R&D wordt gesproken over (verschillende) ambities en over (regionale) zoekgebieden, zoals ten noorden van de A59. Geef in het MER aan welke stappen zijn doorlopen om van alle mogelijke locaties in de regio tot alleen de locatie(s) ten noorden van de A59 binnen de gemeentegrenzen van

2

Zie: https://www.regio-hartvanbrabant.nl/programmas/leefomgeving-en-milieu/klimaatneutraal-enklimaatbestendig/regionale-energie-en-klimaatstrategie

3

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 juni 2021 geconcludeerd dat de normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid uit het Activiteitenbesluit in strijd zijn met het Europees recht. De normen moeten met een MER onderbouwd zijn. Tot die tijd kunnen overheden niet meer zo maar verwijzen naar het Activiteitenbesluit voor deze normen. Ze moeten zelf normen stellen en hiervoor een eigen milieuonderbouwing leveren. Voor meer info zie: https://commissiemer.nl/jurisprudentie/ECLI%3ANL%3ARVS%3A2021%3A1395

4

Kadernota grootschalige opwek duurzame energie, Gemeente Waalwijk, 24-06-2021.

-3-

Waalwijk5 te komen. Geef ook aan welke rol milieueffecten daarbij hebben gespeeld. En besteed aandacht aan de rol die participatie heeft gespeeld en de resultaten daarvan. Beschrijf in het MER hoe de plannen van Waalwijk zich verhouden tot de regionale opgave om in dit deel van de regio Hart van Brabant 20 windturbines te plaatsen. Leg ook uit waarom nu niet in één keer een integrale (regionale) afweging plaatsvindt voor alle 20 windturbines zoals vastgelegd in de regionale energiestrategie, maar dit wordt opgeknipt in kleinere delen. De Commissie adviseert verder om in het MER aan te geven waarom gekozen is voor een gefaseerde aanpak op weg naar de benodigde energieopgave in 2043. Geef in ieder geval in het MER een doorkijk naar 2043 en beschrijf de kansen en risico’s voor de gehele opgave (bijvoorbeeld met betrekking tot de beschikbare ruimte). Geef vervolgens aan of deze doorkijk leidt tot een wijziging van de huidige scope.

3.2

Alternatieven en varianten In de notitie R&D wordt een aantal te beschouwen alternatieven en varianten beschreven. Het gaat om turbineafmetingen, opstellingsvarianten en de verhouding tussen zonne- en windenergie. Beschrijf hoe de gestelde doelen en ambities de keuze en de afbakening van de alternatieven hebben bepaald. Houd bij de te onderzoeken turbineafmetingen ook rekening met ontwikkelingen in de markt. De Commissie adviseert om in het MER de “hoeken van het speelveld” op te zoeken, zodat inzichtelijk wordt welke mogelijkheden het plangebied (maximaal) biedt en welke consequenties dit heeft: •

Ontwikkel alternatieven op basis van combinaties van diverse opstellingen voor wind en zon om de cumulatieve milieueffecten van deze combinaties te bepalen. Ontkoppel in het alternatievenonderzoek de zoekopgave voor wind en zon. Varieer - binnen de gestelde kaders – met aantallen turbines op verschillende locaties. Alternatieven bestaan bijvoorbeeld uit concentreren of spreiden van windturbines (landschappelijke impact), een ecologisch optimale opstelling of een combinatie die leefbaarheid als belangrijkste criterium hanteert.

•

Hanteer voor deze fase (plan-MER) binnen de wettelijke mogelijkheden minder strenge criteria (zoals afstandseis van windturbines tot woningen). Met name solitaire woningen in of aan de rand van het gebied zijn vaak bepalend voor de mogelijkheden.6 Dit kan ook gelden voor woningen nabij de snelweg, die al een hoog achtergrondgeluidniveau ondervinden. Met minder strenge criteria ontstaan grotere zoekgebieden, waardoor bijvoorbeeld windturbines in een lijnopstelling langs de snelweg of bij woningen midden in het zoekgebied als te onderzoeken alternatief in beeld kan komen. Een dergelijk alternatief biedt mogelijk op een aantal milieuaspecten (bijvoorbeeld voor geluid en landschap) meerwaarde7.

5

Het opwekken van duurzame vervult een regionale functie (vastgelegd in REKS). Ook buiten de gemeentegrenzen dienen daarom redelijke alternatieven bekeken te worden. Zie ook jurisprudentie ECLI:NL:RVS:2009:BJ4039: https://www.commissiemer.nl/jurisprudentie/ECLI%3ANL%3ARVS%3A2009%3ABJ4039

6

Woningen kunnen in een later stadium wellicht als zogenaamde ‘molenaarswoningen’ vervallen als toetspunt.

7

Overigens kan ook het werken vanuit een landschappelijke visie meerwaarde bieden bij het opstellen van alternatieven. Het grootschalige, open, zoekgebied wordt gekenmerkt door lange lijnen, zoals de snelweg, rivier en hoogspanningsverbinding. Door optimalisatie van clusters of lijnen kunnen samenhangende ruimtelijke alternatieven ontstaan. Zie als voorbeeld het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, waaraan een landschappelijke visie ten grondslag ligt.

-4-

3.3

Referentie Beschrijf de bestaande toestand van het milieu in het studiegebied. Beschrijf ook de te verwachten milieutoestand als gevolg van de autonome ontwikkeling, als referentie voor de te verwachten milieueffecten. Daarbij wordt onder de 'autonome ontwikkeling' verstaan: de toekomstige milieutoestand zonder dat de voorgenomen activiteit of één van de alternatieven worden gerealiseerd. Ga bij beschrijving van deze ontwikkeling uit van te verwachten veranderingen in de huidige activiteiten in het studiegebied en van nieuwe activiteiten waarover al is besloten, zoals plannen in buurgemeenten om duurzame energie op te wekken. Betrek ook de plannen uit de REKS die al door de verschillende gemeenten zijn vastgesteld.

Bestaande situatie en milieugevolgen 4.1

Gezonde leefomgeving De Commissie vindt het van belang dat het thema gezondheid aandacht krijgt in het MER. De notitie R&D geeft al een volledig overzicht van de milieuaspecten met betrekking tot leefbaarheid door windturbines (geluid, slagschaduw, veiligheid), maar geeft geen zicht op de te onderzoeken normen. Het daartoe gehanteerde Activiteitenbesluit is recent door de rechter buiten werking verklaard (zie voetnoot 3). Dat betekent dat de daarin opgenomen normen niet mogen worden gehanteerd bij de toetsing van (wind)energieprojecten. In de notitie R&D is opgenomen dat de geluidcontouren van 40, 45 en 47 dB worden bepaald, maar niet aan welke norm wordt getoetst. De Commissie adviseert daarom, vooruitlopend op de vergunningverlening van windturbines, alvast in het MER globaal te onderzoeken en te onderbouwen welke normen de gemeente wil hanteren. De uitkomsten daarvan kunnen vervolgens worden gebruikt in de volgende fase bij het projectMER. Daartoe verwijst de Commissie naar ontwikkelingen in andere gemeenten, zoals Reimerswaal 8 en Beuningen. De Commissie geeft naast de in de notitie R&D gekozen aanpak een alternatieve methode in overweging. In de huidige fase (plan-MER) kan ook worden volstaan met (globale) richtafstanden tot woningen en een inschatting van de opwekpotentie van de vast te stellen gebieden.

De exacte invulling van een zoeklocatie vindt dan (later) op projectniveau plaats op basis van de nieuwe (nationale) normstelling. Deze wordt in 2023 verwacht. Onderzoek daarnaast in het MER de cumulatie van geluid (windturbines, A59, industrieterreinen, haven) en geef een (kwalitatieve) beschouwing over laagfrequent geluid. Besteed ook aandacht aan de mogelijke slagschaduwhinder in bedrijfsgebouwen (kantoren).

4.2

Sociale effecten De gemeente wil haar inwoners graag betrekken in het proces en vindt vroegtijdige participatie van groot belang. De Commissie heeft kennisgenomen van de zienswijzen en geeft de gemeente in overweging om sociale effecten toe te voegen aan het beoordelingskader. Hierbij kan gedacht worden aan aspecten als sociale inclusiviteit, sociale cohesie en

8

Zie het advies van de Commissie hierover: https://commissiemer.nl/adviezen/3550.

-5-

(financiële) participatie. Vorig jaar is voor dit doel de handreiking ‘sociale effecten in milieueffectrapportage’ gepubliceerd9. Bijlage 2 van deze handreiking geeft meer specifieke voorbeelden voor het beoordelen van sociale effecten bij windparken. De Commissie merkt verder op dat meer participatie ook kan leiden tot minder gezondheidseffecten10.

4.3

Landschap In het beoordelingskader van de notitie R&D staat dat landschappelijke effecten worden beoordeeld aan de hand van een kwalitatieve quickscan. De Commissie adviseert in het MER de kernwaarden van het landschap en de visie die ten grondslag ligt aan de landschappelijke inpassing van het voornemen te beschrijven. Beschrijf hoe het gebied voor en na de realisatie van zonne- en windparken wordt beleefd. Doe dat met behulp van (vogelvlucht)visualisaties11 en dan met name vanuit de A59, de woningen, natuur12- en landbouwgebieden. Kies standpunten waar de veranderingen goed te zien zijn. Laat ook de effecten van maatregelen zien om zonnevelden landschappelijk in te passen13. Beschouw de eventuele hinder als gevolg van obstakelverlichting op de windturbines, voor zover nog relevant gezien de verwachtte nieuwe regelgeving ten aanzien van dit thema14.

4.4

Natuur Geef de gebieden met een beschermingsstatus (Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant (NNB), ecologische verbindingszones) aan op kaart en duidt de gevoeligheid van deze gebieden in relatie tot het voorgenomen plan. Beschrijf specifiek per locatie de verschillende mogelijke effecten van windturbines en zonnevelden op de aanwezige natuur. Zet de effecten af tegen de waarde van het studiegebied voor (relevante) beschermde of kenmerkende soorten.

Natura 2000-gebieden In het studiegebied bevinden zich de Natura 2000-gebieden “Biesbosch”, “Langstraat” en op enige afstand “Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem”. Geef aan in hoeverre deze gebieden via externe werking beïnvloed kunnen worden. Bij windturbines kan gedacht worden aan barrièrewerking en sterfte door aanvaring van vogels die in de Biesbosch slapen en in de wijde omgeving naar voedsel zoeken. Zonnevelden kunnen leiden tot verlies van foerageergebied voor vogels en meervleermuizen. Houd ook rekening met (geringe en tijdelijke) veranderingen in waterhuishouding in de verdrogingsgevoelige Langstraat. Ga bij eventuele risico’s voor Natura 2000-gebieden in op mitigerende maatregelen waaronder inrichtingsvarianten waarmee barrièrewerking en het risico op meer dan incidentele sterfte beperkt kan worden15. Indien een Passende beoordeling wordt opgesteld dan adviseert de Commissie die als bijlage bij het MER toe voegen en de conclusies met onderbouwing op te nemen in het hoofddocument. 9

Te raadplegen via: https://commissiemer.nl/publicaties/handreikingen.

10

Uit recente onderzoeken blijkt dat omwonenden minder hinder hebben van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan, zie bijvoorbeeld een rapport van het RIVM: https://doi.org/10.21945/rivm-2020-0214.

11

Vogelvluchtvisualisaties zijn belangrijk voor het overzicht en om de samenhang te beoordelen. 3D-visualisaties op ooghoogte zijn belangrijk om te zien hoe het zonneveld landschappelijk ingepast is i.c.m. de impact van de windturbines.

12

In zienswijzen wordt gewezen op het behoud van natuurpanorama’s, zoals eerder in de REKS benoemd.

13

Een beeldkwaliteitsplan kan helpen om bij het uitwerken van zonnevelden de landschappelijke kwaliteit te waarborgen.

14

Deze verlichting wordt hoogstwaarschijnlijk vervangen door radardetectie (van vliegtuigen).

15

Uit vaste jurisprudentie volgt dat mitigerende maatregelen niet in een voortoets onderzocht kunnen worden. Dan is een Passende beoordeling al aan de orde.

-6-

Overige gebieden In het studiegebied bevinden zich natuurgebieden en gronden die behoren tot het NNB, ecologische verbindingszones en de groenblauwe mantel. Geef deze gebieden aan op kaart en ga in op de actuele status en gebruiksfunctie. •

Beschrijf de ecologische kenmerken en waarden van het NNB en ecologische verbindingszones in het studiegebied aan de hand van beheertypen en daarbij behorende doelsoorten. Geef aan of behoud en de voorgenomen ontwikkeling van de ecologische kenmerken en waarden door de grootschalige natuurontwikkeling kan worden beïnvloed, rekening houdend met externe werking. Doorloop het ‘Nee tenzij principe’16 indien behoud van de ecologische kenmerken en waarden niet zeker is.

•

In de Capelsche Uiterwaard (onderdeel van de groenblauwe mantel) wordt de ontwikkeling van nieuwe riviernatuur (natuurvriendelijke lagunes en getijdenkreken) verkend. Beschrijf de beoogde ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden van dit gebied. Ga daarna in op de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van de alternatieven voor grootschalige energieopwekking op de beoogde natuur.

Beschermde soorten Beschrijf de kwaliteit en de regionale en provinciale betekenis van leefgebieden van soorten die door het plan beïnvloed kunnen worden.17 Ga daarbij in op de factoren die de huidige functionaliteit bepalen (bijvoorbeeld hydrologische maatregelen en uitgesteld maaibeheer ten behoeve van weidevogels). Breng de gevolgen (afzonderlijk en in cumulatie) voor beschermde soorten in beeld, zoals het risico dat vogels en vleermuizen in aanvaring komen met een windturbine. Houd bij zonnevelden rekening met de huidige aanwezige natuurwaarden (leefgebieden voor soorten). De Commissie wijst daarbij op de mogelijke gevolgen van windparken en zonnevelden voor de weidevogelconcentraties in het plangebied.18 In dat verband adviseert de Commissie om met de provincie in overleg te treden over nut en noodzaak van een weidevogelkartering in het studiegebied. Geef aan of en hoe zonnevelden ecologisch kunnen worden ingepast. Als een ontheffing van de verboden in de Wet natuurbescherming nodig is, geef dan aan op grond waarvan verwacht kan worden dat die ontheffing (of toestemming) wordt verleend, eventueel met inbegrip van mitigerende en compenserende maatregelen.19 Betrek hierbij ook de gevolgen voor de staat van instandhouding van beschermde soorten die mogelijk door het plan worden beïnvloed.

4.5

Energie Door de energietransitie en de elektrificatie wordt het Nederlandse elektriciteitsnet uitgebreid en versterkt. Daarbij worden nieuwe hoogspanningsverbindingen vaak ondergronds aangelegd met kabels in plaats van bovengronds met masten. Het kan zijn dat deze ‘verkabeling’ van het netwerk in de toekomst ook in Waalwijk optreedt. Als dat zo is, resulteert dat mogelijk in een groter zoekgebied voor zonne- en windenergie. Daarom

16

Zie artikel 5.34 van de Interim-Omgevingsverordening.

17

In de zienswijze van de Brabantse Milieufederatie wordt geadviseerd onderscheid te maken tussen uiterwaardennatuur en

18

Ook in de zienswijzen van de Weidevogelbeschermingsgroep Waalwijk e.o. en de Brabantse Milieufederatie wordt hierop

‘poldernatuur’. De Commissie vindt dit een zinvolle aanbeveling. gewezen. In die van de weidevogelbeschermingsgroep wordt ook ingegaan op eerdere aan de gemeente via een PowerPointpresentatie verstrekte informatie over concentraties van weidevogellegsels, waaronder in de Polder ten westen van de Vrijhoevensche Vaart. 19

In de zienswijze van de Weidevogelbeschermingsgroep Waalwijk e.o. wordt het creëren van een plasdras-gebied in overweging gegeven.

-7-

adviseert de Commissie om bij de landelijke netbeheerder te informeren naar de plannen voor de verbinding die in het noorden van de gemeente loopt. Bepaal de energieopbrengst van de verschillende alternatieven en geef de (kwantificeerbare) milieueffecten per op te wekken kilowattuur om een relatieve vergelijking tussen alternatieven met verschillende opbrengsten (wind) mogelijk te maken.

4.6

Ruimtegebruik In het beoordelingskader van de notitie R&D wordt het aspect ruimtegebruik genoemd. Met een kwalitatieve GIS-analyse en een kwalitatieve quickscan wordt ‘oppervlakteverlies’ bepaald. Dit geeft inzicht in het landoppervlak waarvan het gebruik door het aanleggen van zonnevelden en windparken verandert. Dit kan bijvoorbeeld landbouwgrond zijn die plaatsmaakt voor zonneparken of windturbines. De Commissie geeft de gemeente Waalwijk in overweging om compenserende of (ecologische/ landschappelijke) inpassingsmaatregelen te koppelen aan de transformatie van grond. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de voorwaarde om voor elke hectare te verdwijnen landbouwgrond de grondeigenaar te verplichten ergens anders een hectare van zijn grond om te zetten naar natuurinclusieve landbouw.

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens Advies van de Commissie over het op te stellen MER De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep geeft aan welke onderwerpen naar zijn mening moeten worden behandeld in het MER en met welke diepgang. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA dr. Theo Fens ing. Caspar Slijpen ing. Rob Vogel Wouter Berendsen MSc (secretaris) ir. C.T. Slingerland (voorzitter) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport wordt opgesteld Onder andere een structuurvisie. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het oprichten van een windturbinepark. Daarom wordt een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Waalwijk. Initiatiefnemer besluit Gemeente Waalwijk. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 17-02-2022 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft gebruikt? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3591 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11305778/1