Bijlage 2 Was-wordt lijst verordening 2026 DEF
Tekst van het document
Was-wordt lijst 'Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026' Hoofdstuk Algemeen Algemeen
Intitulé Hoofdstuk 1 Begripsbepaling Artikel 1
Was Inwoner, bewoner, cliënt Artikel 7 etc. -
Een voorziening waarvan het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover ook als hij geen beperkingen had, kon beschikken, omdat de voorziening: - niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; - algemeen verkrijgbaar is; - een passende bijdrage levert aan het zorgen voor een situatie waarin de cliënt zelfredzaam kan zijn
Hoofdstuk 1 Begripsbepaling Artikel 1 Hoofdstuk 1 Begripsbepaling Artikel 1
of kan participeren; en - financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. 7. Eigen bijdrage Eigen bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet. Huisgenoot is iedereen die op het woonadres van cliënt staat ingeschreven (BRP) en behoort tot de leefeenheid van client. (daarna de rest van de definitie)
Hoofdstuk 1 Begripsbepaling Artikel 1 Hoofdstuk 1 Begripsbepaling Artikel 1
-
Wordt Opmerking cliënt Eenduidige term cliënt of persoon Artikel 8 etc. Omnummering: ivm een nieuw artikel 7, alle daaropvolgende artikelen +1 Overwegend het besluit van 3 november 2022 van de raad om de uitgangspunten van de De veranderopgave van de gemeente is toegevoegd koers sociaal domein vast te stellen voert de gemeente Waalwijk een veranderopgave uit in het Sociaal Domein. Het belangrijkste resultaat hierbij is “Het vergroten van de bestaanszekerheid en de veerkracht van kwetsbare inwoners. door de omstandigheden waarin mensen leven te verbeteren en door de inzet op preventie en publieke voorzieningen.” De gemeente gaat de veerkracht van inwoners en gemeenschappen versterken, zodat de ‘samenredzaamheid’ wordt vergroot. Waar het zwaartepunt van de inzet lag op individuele zorg met een indicatie, wordt dit verschoven naar preventie, gericht op het versterken van individuen en gemeenschappen ofwel de sociale basis.
Algemeen gebruikelijke voorziening Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze - niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; - daadwerkelijk beschikbaar is; - een passende bijdrage levert aan het zorgen voor een situatie waarin de cliënt zelfredzaam kan zijn of kan participeren en; - met een inkomen op minimumniveau financieel kan worden gedragen; en - de voorziening naar algemeen anvaarde maatschappelijke opvattingen gangbaar is onder de gehele bevolking. 7. Eigen bijdrage Eigen bijdrage zoals bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de wet. Huisgenoot is iedereen die op het woonadres van cliënt verblijft en behoort tot de leefeenheid van cliënt (daarna de rest van de definitie) 25. Gebruikelijke hulp Toevoeging begrip 'Gebruikelijke hulp'. Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan de gebruikelijke hulp zoals omschreven in artikel 7. 26. Voorzieningen in de sociale basis Het totaal aan algemene voorzieningen in de gemeente. Als een algemene voorziening passend is wordt deze ingezet bij een ondersteuningsvraag in het kader van de Wmo. Pas als de algemene voorziening niet passend is of blijkt te zijn kan de inwoner in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening.
Toevoeging begrip 'Voorzieningen in de sociale basis'.
Hoofdstuk 2 Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Artikel 3
Het college onderzoekt de hulpvraag samen met degene door of namens wie de melding is gedaan, danwel diens vertegenwoordiger. Waar mogelijk spreekt het college ook met het sociale netwerk om teonderzoeken of gebruikelijke hulp passend is. Indien nodig spreekt het college met deskundigen om te onderzoeken of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Voor zover nodig betrekt het college defactoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet, bij het onderzoek.
Het college onderzoekt de hulpvraag samen met degene door of namens wie de melding is Verwijzing naar voorziening in de sociale basis gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger. Waar mogelijk spreekt het college ook met het sociale netwerk om te onderzoeken of gebruikelijke hulp passend is. Waar mogelijk verwijst het college de inwoner naar een algemene voorziening in het voorliggend veld. Indien nodig spreekt het college met deskundigen om te onderzoeken of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Voor zover nodig betrekt het college de factoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet, bij het onderzoek.
Hoofdstuk 2 Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Artikel 3
Tijdens het gesprek wordt aan de persoon dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke Tijdens het gesprek wordt aan de persoon dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke Verandering Persoonlijk plan naar pgb-formulier en toevoeging ISO 9001 certificaat bewoordingenmedegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een persoonsgebonden bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een budget en wat degevolgen van die keuze zijn. In een Persoonlijk plan voor persoonsgebonden budget persoonsgebonden budget en wat de gevolgen van die keuze zijn. In een pgb-formulier motiveert cliënt dekeuze voor een pgb en wie de voorgenomen uitvoerder van de individuele motiveert cliënt de keuze voor een pgb en wie de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening is. Het collegeonderzoekt op welke wijze de kwaliteit van de zorg wordt gewaarborgd en of voorziening is. Het college onderzoekt op welke wijze de kwaliteit van de zorg wordt de voorgenomenhulpverlener beschikt over de juiste kwalificaties. Het college kan bij deze beoordeling gewaarborgd en of de voorgenomen hulpverlener beschikt over de juiste kwalificaties. Het een registratie inhet Handelsregister, behaalde diploma’s, een HKZ certificaat, SKJ registratie en of college kan bij deze beoordeling onder andere een registratie in het Handelsregister, BIG registratiebetrekken.
behaalde diploma’s, een HKZ certificaat, een ISO 9001 certificaat, SKJ registratie en of BIG registratie betrekken.
Hoofdstuk 2 Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Artikel 3 Hoofdstuk 2 Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Artikel 4 Hoofdstuk 3 De aanvraag van een maatwerkvoorziening Artikel 5
Het college wijst de persoon dan wel zijn vertegenwoordiger op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 8 in te dienen. De cliënt tekent het verslag voor gezien of voor akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaarwordt geretourneerd aan de contactpersoon waarmee hij het gesprek heeft gevoerd. Een cliënt of zijn vertegenwoordiger kan voor een maatwerkvoorziening een schriftelijke aanvraag indienen bij het college.
Hoofdstuk 3 De aanvraag van een maatwerkvoorziening Artikel 5
Een aanvraag kan door het college in behandeling worden genomen …. g. alle door het college gewenste informatie in het onderzoek is ontvangen. (Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt) d. indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; e. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan het moment van aanvragen heeft gemaakt;
Het college wijst de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 5 in te dienen. De cliënt tekent het verslag voor gezien of voor akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar wordt geretourneerd aan afdeling Wijz. Een cliënt of zijn vertegenwoordiger kan voor een maatwerkvoorziening een schriftelijke aanvraag indienen bij het college. Dat kan ook als het college voornemens is om de aanvraag af te wijzen vanwege verwijzing naar bijvoorbeeld eigen kracht of een algemene voorziening. Een aanvraag zal door het college in behandeling worden genomen (Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt) d. indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak en passendheid achteraf nog kan worden vastgesteld; e. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de melding heeft gemaakt, tenzij cliënt kan aantonen dat er sprake was van een acute situatie;
Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 6 (Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt aan een cliënt die beperkingen ondervindt in het normalegebruik van de woning en/of het zich verplaatsen in en om de woning, indien:) d. de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare, meestgeschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door hetcollege; g. het gaat om een woningaanpassing van een hostel/pension, tweede woningen, vakantieenrecreatiewoningen en gehuurde kamers.
Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 6
(Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt aan een cliënt die beperkingen ondervindt in het normalegebruik van de woning en/of het zich verplaatsen in en om de woning, indien:) d. de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare, meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college. Na een periode van vijf jaar na de verhuizing vervalt deze automatische uitsluiting van een maatwerkvoorziening, maar wordt een nieuwe afweging gemaakt; g. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt of bedoeld zijn voor permanente bewoning zoals een hostel/pension, tweede woning, vakantie- en recreatiewoning. Bij kamerverhuur kan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt.
Verwijzing naar onjuist artikel Contactpersoon is afdeling Wijz
Onderdeel g vervalt
Nieuw lid Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 6 Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 6 Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 7
Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 9 (voorheen artikel 8)
Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 10 (voorheen artikel 9)
Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 10 (voorheen artikel 9)
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 10 (voorheen artikel 9)
9. De cliënt moet zich, indien van toepassing, binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij de aanbieder van de maatwerkvoorziening of het pgb binnen 3 maanden gebruiken voor het resultaat waarvoor het is verstrekt. 10. Maatwerkvoorzieningen worden in het Nederlands verstrekt, tenzij maatwerk anderszins Nieuw lid noodzakelijk maakt. 1. De cliënt komt pas in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als hij zelf geen Nieuw artikel 'Gebruikelijke hulp' oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp. 2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van: a. de inwonende echtgenoot b. inwonende ouders c. inwonende kinderen d. of andere huisgenoten Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een duurzaam huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. 3. Het college maakt bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar. b.
Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan drie maanden aansluitend nodig is. 4. Het college verwacht van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die meer omvat dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp. 5. Het college verwacht van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden. Wat gebruikelijke hulp is, wordt bepaald aan de hand van de leden 6, 7 en 8. 6. Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de cliënt: a. De aard van de relatie met de huisgenoot b. De mate van hulp die cliënt nodig heeft c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit d. De mate van planbaarheid van de hulp In de beschikking tot de verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven In de beschikking tot de verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval of dezeals voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, welke voorziening wordt verstrekt en de aangegeven: duur van devoorziening. In het geval van een Pgb, worden ook de kwaliteitseisen beschreven.
Tevens -Of en zo ja, welke voorziening wordt verstrekt, waaronder omvang, doelen en eventuele wordt aangegevenhoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. voorwaarden, -de ingangsdatum en duur van de voorziening, -of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, -in geval van een pgb het doel, de kwaliteitseisen voor besteding, de hoogte van het pgb en hoe dit is vastgesteld, -of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening, -binnen welke termijn de cliënt zich tot de aanbieder moet hebben gewend dat wel het pgb moet hebben gebruikt, -hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb de aanvraag betrekking heeft op: a. kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de voor zover de aanvraag betrekking heeft op: aanvraag heeft gemaakt, tenzij aantoonbaar spoedeisend belang zich hiertegen verzet; a.
kosten die de cliënt voorafgaand aan de melding heeft gemaakt, tenzij sprake is van een acute situatie; en kosten die de cliënt na de melding en voor datum van besluit heeft gemaakt, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak en passendheid achteraf nog kan worden vastgesteld Het college kan de verlening van een pgb weigeren indien: a. de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overlegd volgens het door het college vastgesteldemodel, weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of zonder geldige reden nietverschijnt op de afspraak om het budgetplan te bespreken, waardoor niet beoordeeld kan worden of decliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen of tot een verantwoorde uitvoering van deaan het persoonsgebonden budget verbonden taken;
Budgetplan wordt pgb-formulier Het college kan de verlening van een pgb weigeren indien: a. de cliënt geen volledig ingevuld pgb-formulier heeft overlegd volgens het door het college vastgestelde model, weigert het pgb-formulier desgevraagd met het college te bespreken of zonder geldige reden niet verschijnt op de afspraak om het pgb-formulier te bespreken, waardoor niet beoordeeld kan worden of de cliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen of tot een verantwoorde uitvoering van de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken; Om belangenverstrengeling te voorkomen zal de persoon uit het sociaal netwerk, de Nieuw lid zorgverlener of zorginstelling, van wie de dienst wordt betrokken niet het pgb-budget beheren. Het college kan hiervoor bij uitzondering toestemming geven vanwege bijzondere omstandigheden. Dit laatste is ter beoordeling aan het college.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 11 (voorheen artikel 10)
(De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:) b. dienstverlening: 1°. door een beroepskracht (professional) werkzaam bij een geregistreerde zorgaanbieder of eenzelfstandige, gekwalificeerde en geregistreerde professional, niet zijnde bloed- of aanverwanten in de 1 of 2e graad van de cliënt: op 85% van het gecontracteerde zorg in natura aanbod. 2°. De hoogte van het pgb voor informele hulp is gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulpin de desbetreffende CAO VVT op 1 januari van het betreffende jaar, vermeerderd met de vakantiebijslagen tegenwaarde van de verlofuren.
b. dienstverlening: 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 11 (voorheen artikel 10)
f. het bezoekbaar maken van een woning: op de goedkoopst adequate offerte van twee of meer offertes,rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkendeaannemer; g. een woningaanpassing die niet door een verhuurder wordt uitgevoerd: op de goedkoopst adequateofferte van twee of meer offertes, rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruikte maken van een erkende aannemer.
f. het bezoekbaar maken van een woning: op de goedkoopst adequate offerte van één of meer offertes, rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer; g. een woningaanpassing die niet door een verhuurder wordt uitgevoerd: op de goedkoopst adequate offerte van één of meer offertes, rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 11 (voorheen artikel 10)
d. taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief en uitgaande van 1.500 kilometers per jaar;
d. taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke Wmotarief en uitgaande van 1.500 kilometers per jaar;
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 11 (voorheen artikel 10)
6. De kostprijzen die gebruikt worden voor het berekenen van de hoogte van de toe te kennen voorzieningen in pgb worden genoemd in Bijlage 1 van deze verordening.
6. De actuele kostprijzen die gebruikt worden voor het berekenen van de hoogte van de toe te kennen voorzieningen in pgb worden benoemd op de website ‘www.waalwijk.nl’.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 11 (voorheen artikel 10)
Het college kan nadere regels stellen omtrent het persoonsgebonden budget.
Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkomingen Artikel 12 (voorheen artikel 11)
Hoofdstuk 6 Bijdrage in de kosten Artikel 13 (voorheen artikel 12)
1. Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor: a. tegemoetkoming in de verhuiskosten; b. sportvoorziening; c. vervoer eigen auto of auto van derden. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de in lid 1 genoemde financiëletegemoetkomingen
2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de cliënt: a.Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform art. 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b.Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform art. 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van desbetreffende taken. 3.Informele hulp is: a.Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; b.Hulp die geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar tot het sociaal netwerk van cliënt horen . De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: 1.Formele hulp werkzaam bij een geregistreerde zorgaanbieder of een zelfstandige: op 85% van het gecontracteerde zorg in natura aanbod.
2.De hoogte van het pgb voor informele hulp is gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantiebijslag en, zo nodig, tegenwaarde van de verlofuren en werkgeverslasten.
De tarieven worden benoemd op de website van Waalwijk en niet meer opgenomen in de verordening
1.Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie en het gaat om één van de volgende voorzieningen: a.De kosten voor verhuizen en herinrichting ten bedrage van €2.400,b.De kosten voor vervoer per eigen auto, als dit vervoer niet algemeen gebruikelijk is en cliënt geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. De hoogte bedraagt € 447,75 per jaar. Indien men een voorziening voor het verplaatsen op de korte afstanden zoals b.v. een scootmobiel verstrekt heeft gekregen, wordt de vergoeding met 50% gekort vanwege samenvallende vervoersbehoefte. c.De kosten voor een sportvoorziening. De hoogte is gebaseerd op de feitelijk gevraagde voorziening, inclusief onderhoud, verzekering en dergelijke, met een maximum van € 2.600,per drie jaar.
2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan het bedrag genoemd inhoofdstuk 2, paragraaf 3 van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, tenzijovereenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage isverschuldigd. 4. Voor ritten zoals bedoeld in lid 3 heeft Regiovervoer Midden-Brabant piektijden vastgesteld. De tarieven tijdens deze piektijden zijn gelijk aan het vrije reizigerstarief van Regiovervoer MiddenBrabant.
2. Voor de maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in lid 3 en 4 bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen samen de kostprijs, tot aan het bedrag genoemd in art.2.1.4 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten samen. 4. Voor ritten zoals bedoeld in lid 3 heeft Regiovervoer Midden-Brabant piektijden Het vrije reizigerstarief is vervallen vastgesteld.
Hoofdstuk 7 Kwaliteit en veiligheid Artikel 14 (voorheen artikel 13)
Het college ziet erop toe dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid vanberoepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in detoepasselijke sector erkende keurmerken.
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Ondertekening
Ondertekening De raad van Waalwijk, De griffier, de voorzitter, J. Louer, S. Ausems Artikel 7 etc.
Het college ziet erop toe dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende kenmerken tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard Ondertekening De raad van Waalwijk, De griffier, de voorzitter, J. Deneer, S. Ausems Artikel 8 etc.
Hoofdstuk 6 Bijdrage in de kosten Artikel 13 (voorheen artikel 12)
Toelichting Hoofdstuk 4
Omnummering: ivm een nieuw artikel 7, alle daaropvolgende artikelen +1
Toelichting Hoofdstuk 4 Artikel 7
/
Artikel 7. Gebruikelijke hulp Toelichting nieuw artikel 'Gebruikelijke hulp' Van inwoners die hun hoofdverblijf hebben met een huisgenoot die gebruik wil maken van ondersteuning vanuit de Wmo 2015 wordt verwacht dat zij zorgdragen voor het functioneren van het huishouden als er tijdelijk hulp nodig is. Er wordt een verschil gemaakt tussen kortdurende hulp van minder dan drie maanden in een jaar of van langdurende hulp van meer dan drie maanden in een jaar. In een kortdurende situatie wordt geen hulp ingezet vanuit de gemeente, maar wordt van de huisgeno(o)t(en) verwacht dat zij alle benodigde hulp op zich nemen. Bij hulp langer dan drie maanden houdt de gemeente rekening met de relatie tot de hulpvragende huisgenoot, de situatie van de hulpverlenende huisgenoot en of er door de hulp sprake kan zijn van (dreigende) overbelasting van de huisgenoot. Afhankelijk van deze factoren wordt gekeken of er hulp wordt ingezet en hoeveel hulp wordt ingezet.
Toelichting hoofdstuk 5 Artikel 11
Als geconstateerd wordt dat er sprake is van (dreigende) overbelasting door het bieden van hulp door de huisgenoot kan de huisgenoot geen PGB aanvragen of benutten. Een andere zorgverlener moet in dat geval worden ingezet. De CRvB heeft twee uitspraken gedaan over het tarief voor pgb van het sociale netwerk (CRvB 16-8- De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in 2025 twee uitspraken gedaan over het tarief Nieuwe uitspraken m.b.t. PGB tarief 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580). Hieruit blijkt dat voor pgb van het sociale netwerk CRvB 30-9-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1380 en CRvB 30het tarief minimaal overeen moet komen met de hoogste periodiek in de desbetreffende CAO, 9-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1276. De uitspraken betreffen informele hulp in de Jeugdwet, vermeerderd met vakantiebijslag en tegenwaarde van verlofuren. Voor hulp bij huishouden is dit de maar zijn ook van toepassing voor de Wmo specifiek hiervoor in het leven geroepen salarisschaal hulp bij huishouden, voor begeleiding is dit FWG30 uit de CAO VVT. Uit de uitspraak CRvB 25-07-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5446 blijkt dat Uit deze uitspraken blijkt dat bij informele hulp de hoogte van het PGB-tarief gelijk is aan het bij de tegenwaarde van verlofuren uitgegaan moet worden van het vastgestelde aantal verlofuren uit minimumloon vermeerderd met vakantietoeslag.
Wanneer er sprake is van een PGBde CAO VVT. arbeidsovereenkomst is er sprake van verlofuren en werkgeverslasten. De PGBarbeidsovereenkomst geldt niet voor gezinsleden in de eerste of tweede graad. In die gevallen is er geen sprake van werkgeverslasten en verlofuren. Bij formele hulp hanteert de gemeente Waalwijk 85% van het gecontracteerde aanbod. In dit tarief is rekening gehouden met een lagere overhead en dat we qua administratie en verantwoording lagere eisen stellen aan een niet gecontracteerde zorgaanbieder die zorg verleent in het kader van een PGB.
Toelichting hoofdstuk 5 Artikel 11 Toelichting Hoofdstuk 11 artikel 20
Het zesde lid verwijst naar de bijlage. In de bijlage worden de tarieven gebruikt die de basis vormen voor de berekening van een pgb. artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, van de wet
Het zesde lid verwijst naar de website. Op de website worden de tarieven gebruikt die de basis vormen voor de berekening van een pgb. artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de wet
De tarieven worden benoemd op de website van Waalwijk en niet meer opgenomen in de verordening Foutieve verwijzing. Artikel 2.1.3, tweede lid, onder f bestaat niet. Moet onder e zijn.