Bijlage 2 Verordening rekenkamercommissie 2016
Tekst van het document
Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2016 De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel d.d. 4 oktober 2016 gelet op artikel 81o van de Gemeentewet;
Besluit: 1. De op 29 januari 2009 vastgestelde verordening gemeentelijke rekenkamercommissie in te trekken. 2. Vast te stellen de Verordening op de rekenkamercommissie 2016:
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Gemeentewet Voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie; College: college van burgemeester en wethouders; Rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Waalwijk Griffier: de griffier dan wel zijn plaatsvervanger. Artikel 2 Rekenkamercommissie 1. Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie. 2. De rekenkamercommissie bestaat uit een externe voorzitter en twee externe leden. 3. De commissie doet ten behoeve van de raad onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.
Artikel 3 Benoeming leden 1. De raad benoemt uit zijn midden een selectiecommissie van minimaal 3 en maximaal 5 raadsleden die gesprekken voert met de kandidaten en een voordracht opstelt voor de raad. 2. Leden van de rekenkamercommissie kunnen als adviseur worden toegevoegd aan de selectiecommissie. 3. De raad benoemt de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie voor de duur van maximaal 6 jaar op voordracht van de selectiecommissie genoemd onder lid 1. 4. De selectiecommissie doet een voordracht vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: a. de mededeling dat de kandidaat een benoeming als lid zal aanvaarden; b. een overzicht van de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt.
Artikel 4 Eed en nevenfuncties 1. Ten aanzien van de leden is artikel 81g van de Wet van overeenkomstige toepassing. 2. De nevenfuncties van leden worden openbaar gemaakt.
1
Artikel 5 Benoeming plaatsvervangende leden 1. De raad kan - op verzoek van de rekenkamercommissie - plaatsvervangende leden benoemen. 2. De bepalingen van deze verordening zijn op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. Artikel 6 Ontslag en non-activiteit 1. De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op non-activiteit. 2. Het lidmaatschap van de voorzitter of een lid eindigt: 1. op eigen verzoek; 2. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie of indien anderszins sprake is van belangenverstrengeling; 3. bij de aanvaarding van een functie in een derde rekenkamer(commissie); 4. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; 5. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 3. De voorzitter en/of de leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen: a. wanneer zij langer dan 1 jaar niet in staat zijn hun functie te vervullen; b. in sprake is van een aantoonbaar ernstig verstoorde werkrelatie die tot een onwerkbare situatie leidt.
Artikel 7 Vergoeding voor werkzaamheden van de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie 1. De voorzitter en de leden ontvangen een maandelijkse vaste vergoeding voor werkzaamheden van de rekenkamercommissie. De hoogte van de vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad. 2. Bij ziekte langer dan 1 maand wordt de vergoeding stopgezet en hervat bij betermelding. 3. De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget van de rekenkamercommissie. 4. Ten aanzien van de vergoedingen alsmede de onkostenvergoedingen van de leden is de verordening ex artikel 96 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8 Voorzitter 1.
2.
De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming door de commissie. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met de griffier. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt een ander door de rekenkamercommissie aangewezen lid op als voorzitter.
2
Artikel 9 Ambtelijk secretaris 1. De griffier en/of een door hem aan te wijzen medewerker is de ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie. 2. De secretaris draagt zorg voor de secretariële ondersteuning zoals agendaplanning, de verslaglegging van de vergaderingen, het voeren van correspondentie, het schrijven van het onderzoeksplan en het jaarverslag en de vorming van dossiers. 3. De griffier en/of secretaris kan de rekenkamercommissie gevraagd en ongevraagd advies geven. 4. De secretaris verricht geen onderzoek en is niet belast met de ondersteuning van het onderzoek.
Artikel 10 Reglement van orde De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling ter kennisneming naar de raad. Artikel 11 Onderwerpselectie 1. De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 2. De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad gemotiveerd in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. 3. Jaarlijks legt de rekenkamercommissie een onderzoeksplan ter kennisneming voor aan de raad en kan daarbij tevens een voorstel voor de nodige middelen voor de goede uitoefening van de taken voor het volgende jaar doen. 4. De rekenkamercommissie informeert de raad over de start van een onderzoek en stuurt de onderzoeksopzet ter kennisgeving aan de raad.
Artikel 12 Werkwijze 1. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3. De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en ambtenaren documenten op te vragen en inlichtingen in te winnen, incl. digitale informatiedragers, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het bestuur en ambtenaren zijn verplicht deze gevraagde documenten en inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. 4. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid en haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De raad dient deze geheimhouding in zijn vergadering te bekrachtigen. 5. De rekenkamercommissie kan in het kader van haar onderzoek openbare informatieve vergaderingen beleggen. 6. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 7.
De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede)voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 8. Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het onderzoeksrapport, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, via de griffie aan de raad aangeboden.
3
9. De griffier overlegt – na afstemming met de rekenkamercommissie – met de agendacommissie over het moment van aanbieden van het rapport aan de raad. 10. De agendacommissie beslist op welk moment het rapport aan de raad wordt toegezonden en over de wijze van openbaarmaking. 11. De rekenkamercommissie heeft geen zelfstandig pers- en communicatietraject.
Artikel 13 Budget 1. De rekenkamercommissie is – na overleg met en met instemming van de budgethouder bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: 1. de vergoedingen aan de (plaatsvervangende) leden; 2. externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld; 3. eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3. De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.
Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 25 november 2016. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2016. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 november 2016. De raad voornoemd, de griffier,
de burgemeester,
G.H. Kocken
drs. A.M.P. Kleijngeld
4