Bijlage 2. Verordening leges 2026 Ww, incl. tarieventabel
Tekst van het document
a.
als sprake is van een milieubelastende activiteit:
€ 3.426,25
b.
als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 1.122,10
c.
als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 1.122,10
Artikel 2.49
Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
a.
een milieukundig bodemrapport:
€ 500,83
b.
een archeologisch bodemrapport:
€ 500,83
c.
een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
€ 500,83
d.
een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 500,83
e.
een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 500,83
f.
een milieueffectrapportage (MER):
€ 8.223,00
g.
Een verkeer- en parkeeronderzoek
€ 500,83
h.
Onderzoek EV
€ 280,54
i.
een aanmeldnotitie MER
€ 280,54
j.
een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (Goflo)
€ 280,54
k.
een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
€ 280,54
Artikel 2.50
Advies
1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:
a.
voor een advies van de gemeenteraad:
€ 313,29
b.
voor elk advies van de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
€ 267,10
c.
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op het aspect monumenten
€ 267,10
d.
voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen
€ 920,00
e.
voor een advies van de Adviescommissie Agrarische € 1.015,00 Bouwaanvragen en hiertoe een bedrijfsbezoek wordt afgelegd
f.
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met e:
2.
het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 2.51
Advies met instemming
1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:
a.
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
2.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13
Vermindering
Artikel 2.52
Vermindering na omgevingsoverleg
1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in 100,00% artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:
a.
voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;
b.
in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en
c.
binnen 6 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.
3.
Onverminderd het bepaalde in voorgaande leden, bedraagt de vermindering maximaal het bedrag van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges.
Artikel 2.53
Vermindering bij meervoudige aanvraag gereserveerd
Paragraaf 2.14
Teruggaaf
Artikel 2.54
Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van 50,00% een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.55
Artikel 2.56
Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
50,00%
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag:
50,00%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
25,00%
Artikel 2.57
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen dertien weken na de indiening van de aanvraag:
50,00%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf dertien weken na de indiening van de aanvraag:
25,00%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.58
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
5,00%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.59
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
a.
Als het college van burgemeester en wethouders een 5,00% omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. b.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.60
Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
Artikel 2.61
Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100,00 wordt niet teruggegeven.
HOOFDSTUK 3
DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2
Paragraaf 3.1
Horeca
Artikel 3.1
Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:
a.
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 352,44
b.
Een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet (inclusief € 388,87 uittreksel inschrijving Kamer van Koophandel)
c.
Het aanbrengen van wijzigingen van een in dit hoofdstuk genoemde vergunning
€ 119,63
d.
Een ontheffing als bedoeld in art. 35 van de Alcoholwet
€ 119,63
e.
Het wijzigen van een ontheffing genoemd in artikel 3.1
€ 119,63
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven
Artikel 3.2
Vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening:
a.
voor een escortbedrijf:
€ 1.903,27
b.
voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a:
€ 1.903,27
c.
voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 1.903,27
Artikel 3.3
Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van:
a.
Het beheer in een seksinrichting of een escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3.15, 2e lid van de APV
€ 961,65
b.
De duur van de vergunning (jaarlijkse verlenging)
€ 807,33
Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet
Artikel 3.4
Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet, het overdragen van een toestemming om een ontheffing aan een ander, of het intrekking van een bedoelde ontheffing
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
Artikel 3.5
Organiseren evenement
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: Voor een evenement tot 350 bezoekers (klein evenement) € 179,46
a.
€ 119,63
b.
Voor een evenement tot 350 bezoekers, passend binnen de voorwaarden van art 2.25 lid 2 APV (melding)
€ 0,00
c.
Voor een evenement met 350 tot 1600 bezoekers
€ 317,28
d.
Voor een evenement boven 1600 bezoekers
€ 634,46
e.
Voor een aanvraag die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van
50,00%
van de geheven leges verleend. 2.
Indien de aanvraag als bedoeld in lid 1 wordt aangevraagd minder dan 10 werkdagen voor de datum van het evenement, worden de volgens dit hoofdstuk verschuldigde leges verhoogd met:
Artikel 3.6
gereserveerd
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
25,00%
Artikel 3.7
gereserveerd
Artikel 3.8
gereserveerd
Artikel 3.9
Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om, en voor het wijzigen/overschrijven van, een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening:
Paragraaf 3.6
Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]
Artikel 3.10
Vergunning onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:
Artikel 3.11
€ 119,63
€ 332,41
Vergunning samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een € 332,41 aanvraag om een vergunning om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014:
Artikel 3.12
Artikel 3.13
Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c,van de Huisvestingswet 2014:
€ 332,41
Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een € 332,41 aanvraag om een vergunning om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014:
Artikel 3.14
Splitsingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerst lid van de Huisvestingswet 2014:
Artikel 3.15
€ 269,19
Intrekking aanvraag vergunning splitsen/onttrekken/samenvoegen/omzetten Voor een aanvraag die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van
50,00%
van de geheven leges verleend. Artikel 3.16
Buiten behandeling stellen splitsen/onttrekken/samenvoegen/omzetten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, wordt teruggaaf van
75,00%
van de geheven leges verleend. Artikel 3.17
Aanvraag na activiteit Onverminderd het bepaalde in deze titel, bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit:
150,00%
van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. Paragraaf 3.8
Kinderopvang
Artikel 3.18
Kinderopvang Het tarief voor het in behandeling nemen van een nieuw verzoek, een overname dan wel een houderwijziging, bedraagt voor
a.
een aanvraag voor het in exploitatie nemen van een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang, waarvoor een onderzoek door de GGD benodigd is
€ 832,98
b.
een aanvraag voor bieden van een voorziening voor € 277,68 gastouderopvang (door gastouders) als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang, waarvoor een onderzoek van de GGD benodigd is
c.
een aanvraag voor het in exploitatie nemen van een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang, waarvoor een onderzoek door de GGD benodigd is
€ 721,94
d.
een mededeling van wijziging inzake het bieden van een voorziening voor gastouderopvang indien een reeds geregistreerde voorziening voor gastouderopvang op een ander adres op gaat vangen en er sprake is van een verkort inspectiebezoek
€ 222,13
e.
Voor een aanvraag die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken en waarvoor nog geen inspectie door de GGD heeft plaats gevonden, wordt teruggaaf van
50%
van de geheven leges verleend Paragraaf 3.8
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Artikel 3.19
Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
Behorende bij raadsbesluit van datum
De griffier van Waalwijk,
€ 119,63
Bijlage 1 – Uitzonderingen adviesrecht van de gemeenteraad Waalwijk onder de Omgevingswet Categorie 1: bouwactiviteit in afwijking van een toebedeelde functie Reikwijdte 1.1
Het verrichten van een bouwactiviteit in strijd met de op grond van het geldende omgevingsplan toebedeelde functie met uitzondering van: 1. Bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan binnen bestaand stedelijk gebied, zoals is aangeduid op de verbeelding van de ten tijde van de aanvraag geldende Omgevingsverordening Noord-Brabant; 2. Bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan buiten bestaand stedelijk gebied, zoals is aangeduid op de verbeelding van de ten tijde van de aanvraag geldende Omgevingsverordening Noord-Brabant, met een hoogte van maximaal 5 m of een oppervlakte van maximaal 150 m2; 3. Bouwwerken, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk met een maximale hoogte van 10 meter en een oppervlakte van maximaal 50 m2; 4. Een antenne-installatie niet hoger dan 40 meter; 5. Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening voor zover het betreft: een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, water- of luchtverkeer: a. niet hoger dan 5 meter en b. minder dan 50 m² oppervlakte
Toelichting begripsbepalingen en wijze van meten Voor de toepassing van in de hele lijst gebruikte begrippen wordt aangesloten bij de begripsbepalingen zoals die in de betreffende wetgeving en bestaande jurisprudentie zijn opgenomen, tenzij de specifieke artikelsgewijze daar van afwijkt . Artikelsgewijze toelichting Ad. 1.1 Aangewezen voor advies van de raad zijn het bouwen, aanleggen, realiseren van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde (in strijd met de op grond van het geldende omgevingsplan toebedeelde functie). Hieronder wordt in ieder geval begrepen bebouwing ten behoeve van een of meerdere woningen, bedrijven, horeca, detailhandel, dienstverlening, energievoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen (zoals educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, welzijnsvoorzieningen). En daarnaast het oprichten of uitbreiden van nieuwe opstellingen van zonnevelden, windturbines (zowel in aantal turbines als in de hoogte daarvan) en andere installaties voor duurzame energie zoals biomassavergisting. De opgenomen uitzonderingen zijn gebaseerd op de Kruimellijst en sluiten daarmee aan bij de bestaande situatie onder de Wabo.
Bijbehorende bouwwerken en uitbreidingen daarvan met een bepaalde hoogte of oppervlakte buiten bestaand stedelijk gebied zijn aangewezen. De bepaling van hoogte en oppervlakte geldt afzonderlijk van elkaar. Het woordje ‘of’ betekent dat de bepaling van hoogte en oppervlakte beide afzonderlijk bepalen of een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) voor een bijbehorend bouwwerk en uitbreiding daarvan buiten bestaand stedelijk gebied moet worden voorgelegd aan de raad of niet. Is bijvoorbeeld de hoogte minder dan 5 meter maar de oppervlakte meer dan 150 m² dan is een advies van de raad nodig. Bouwwerken die geen gebouwen zijn, zijn eveneens aangewezen als daarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) nodig is en deze bouwwerken hoger zijn dan 10 meter én groter zijn dan 50 m². Of een bouwwerk geen gebouw is, wordt bepaald door de definitie van gebouw. Valt het niet onder die definitie dan is het geen gebouw. Het gaat om bouwwerken als vlaggenmasten of kunstwerken. Er is geen onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten bestaand stedelijk gebied. Onder een antenne installatie wordt hier verstaan: een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
Bij het bepalen van de hoogte moet de installatie in uitgeschoven toestand beoordeeld worden. Een antenne-installatie met een hoogte van meer dan 40 meter is aangewezen als geval waarover de raad advies moet geven indien daarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) wordt gevraagd. In dit onderdeel worden bepaalde gebouwen ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen in openbaar gebied aangewezen. Als voor deze gebouwen een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) wordt gevraagd, is een bindend advies van de raad nodig indien de gebouwen hoger zijn dan 5 meter én groter zijn dan 50 m².
Categorie 2: Gebruik gronden en/of bestaande bebouwing in afwijking van de toebedeelde functie Reikwijdte 2.1
2.2
Huisvesting van personen die geen huishouden vormen die niet voldoet aan de ‘Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk’ die gelden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een periode van meer dan 10 jaar, met uitzondering van: 1. Het gebruiken van bestaande bouwwerken en van bij die bouwwerken aansluitend terrein binnen het bestaand stedelijk gebied zoals is aangeduid op de verbeelding van de ten tijde van de aanvraag geldende omgevingsverordening Noord-Brabant. 2. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. 3. het uitbreiden met maximaal 20 % van de bestaande oppervlakte van sportaccommodaties/velden, recreatieterreinen en begraafplaatsen.
Artikelsgewijze toelichting Ad 2.1 Het gaat hier om de logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Om op een verantwoorde wijze invulling te geven aan haar autonome bevoegdheid heeft het college beleidsregels vastgesteld; de ‘Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk – 4e wijziging’. Wanneer een initiatief niet voldoet aan deze of actuelere beleidsregels is advies van de raad nodig. Ad 2.2 Het gebruik van gronden en bouwwerken voor een periode van meer dan 10 jaar waarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) nodig is, is aangewezen. De opgenomen uitzonderingen zijn gebaseerd op de Kruimellijst en sluiten daarmee aan bij de bestaande situatie onder de Wabo. Voor de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied wordt aangesloten bij de verbeelding van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zoals die geldt op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Binnen de bebouwde kom is gebruik van bestaande bouwwerken niet aangewezen. Tijdelijk gebruik van gronden en bouwwerken voor de duur van maximaal 10 jaar is conform de huidige situatie ook niet aangewezen. In onderdeel 2 wordt een uitzondering gemaakt voor niet-ingrijpende herinrichtingen van het openbaar gebied.
Het gaat in dit geval bv om het aanleggen van een paar parkeerplaatsen in een groenstrook. Voor het bepalen van wat een ingrijpende herinrichting van openbaar gebied is, moeten de te verwachten gevolgen van de herinrichting voor omwonende en gebruikers van het desbetreffende gebied worden beschouwd. We sluiten daarbij aan bij jurisprudentie op dit onderdeel. Onderdeel 3 is gebaseerd op de VNG handreiking. In dit onderdeel zijn uitbreidingen van sportaccommodaties/velden, recreatieterreinen en begraafplaatsen aangewezen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten bestaand stedelijk gebied. Indien de uitbreidingen groter zijn dan 20 % van de oppervlakte is advies van de raad nodig.
Bijlage 2 - Lijst verduurzamende maatregelen monumenten, zoals bedoeld in artikelen 2.8 en 2.9 van de tarieventabel (‘groene leges’) Tot de verduurzamende maatregelen worden gerekend: a. Isolatie van dak, gevel, spouwmuur en vloer b. Isolatieglas c. Warmtepomp, bron: bodem, lucht of gevel d. Warmtepompboiler/combinatiewarmtepomp e. WTW voor ventilatie f. Zonnepanelen g. Zonnecollectoren/zonneboiler h. LTV (lage temperatuur verwarming) i. Douche WTW j. Vraag-/druk-/CO2 gestuurde ventilatieroosters k. Groen dak l. Overige maatregelen die naar het oordeel van het College aantoonbaar bijdragen aan de beperking van de energievraag ofwel vermindering van de CO2-uitstoot ofwel bijdragen aan klimaatadaptatie.