Bijlage 2 Toelichting
Tekst van het document
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Gemeente Waalwijk Bestemmingsplan Akkerlaan 20
Projectnummer: Datum:
180489 7 april 2021
Gemeente Waalwijk Bestemmingsplan Akkerlaan 20
Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr. : NL.IMRO.0867.BPWWAkkerlaan20-va01 d.d. : 03-03-2021
Projectleider: Projectmedewerker: Status:
Dhr. drs. ir. W.J.J. Leenders Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Vastgesteld
Toelichting
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
3
Gemeente Waalwijk
4
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding en doel Plangebied en vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 8 9
Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 2.4
Planbeschrijving Ontstaansgeschiedenis Waalwijk en huidige situatie plangebied Beoogde situatie Parkeren Verkeer
11 11 13 15 16
Hoofdstuk3
Beleidskader
17
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
17 17 20 26
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Milieuhygiënische aspecten Algemeen Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Natuur Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Groenbeleidsvisie Groen leeft!
29 29 29 30 33 34 36 37 38 39 40 43 43 45 47
Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Regels
49 49 49 49
Hoofdstuk6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet
53 53 53
Hoofdstuk7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak en vooroverleg Tervisielegging
55 55 56
Bijlagen bij d e t o e l i c h t i n g
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
5
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
AERIUS-berekening
Bijlage 3
Quickscan soortenbescherming
Bijlage 4
Nota van inspraak en vooroverleg
Bijlage 5
Nota van zienswijzen
Gemeente Waalwijk
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
1.1.1
Aanleiding
Aan de Akkerlaan 20 te Waalwijk is op een bouwperceel een vrijstaande woning met aansluitend terrein gesitueerd. Het voornemen bestaat om op dit aansluitend terrein twee nieuwe woningen te realiseren, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen en tuin. De bestaande woning aan de Akkerlaan 20 blijft daarbij behouden. De te realiseren woningen kunnen niet bereikt worden via de Akkerlaan. Daarom is er een talud met duiker/brug voorzien in het verlengde van de Jozef Israelstraat waarover de beoogde woningen worden ontsloten. Het vigerende ruimtelijke regime betreft de beheersverordening "Woonwijken (incl. parkeerregeling)" zoals vastgesteld door de raad op 4 juli 2019. Deze beheersverordening verklaart ter plaatse van onderhavig plangebied de planregels en plankaart uit het bestemmingsplan "Woonwijken" zoals vastgesteld door de raad op 23 februari 2006 van toepassing. Ter plaatse van de beoogde woningen geldt op basis van dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen'. De realisatie van de twee woningen is niet mogelijk binnen deze bestemming, daar ter plaatse woningvermeerdering niet is toegestaan en tevens gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd. Het eerder genoemde talud ter ontsluiting van de twee woningen wordt gerealiseerd binnen de bestemming 'Water', 'Groen' en 'Verblijfsgebied'.
Binnen al deze bestemmingen zijn 'kunstwerken' (zoals een talud) ten behoeve van verkeer reeds toegestaan. Daarmee is de realisatie van deze talud toegestaan binnen het vigerende ruimtelijk regime en valt deze ontwikkeling buiten het toepassingsbereik van onderhavig bestemmingsplan.
1.1.2
Doel
Teneinde de realisatie van de twee woningen mogelijk te maken, is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Door de gemeente Waalwijk is besloten hieraan medewerking te verlenen in de vorm van het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk". Dit bestemmingsplan vervangt de vigerende beheersverordening binnen het plangebied. Samengevat omvat de doelstelling van het onderhavige bestemmingsplan het voorzien in een juridisch-planologische regeling die de realisatie van twee burgerwoningen mogelijk maakt binnen het onderhavige plangebied.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
7
1.2
Plangebied en vigerend bestemmingsplan
1.2.1
Ligging plangebied
Het plangebied waar de ontwikkeling is voorzien, is gelegen in het zuidoosten van de kern Waalwijk. De locatie is gesitueerd binnen het achtererfgebied van het hoofdgebouw gelegen op het adres Akkerlaan 20. Dit hoofdgebouw zal met het planvoornemen behouden blijven. De wijdere omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door overwegend uniforme woongebieden alsmede Landgoed Plantloon ten oosten en zuiden van het plangebied. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Waalwijk, sectie H, nummers 1457, 1536 (ged.) en 1660 (ged.). Op het navolgende kaartmateriaal is het plangebied nader geduid.
Uitsnede topografische kaart omgeving Waalwijk. Het plangebied is globaal aangeduid met een gele ster. Bron: www.topotijdreis.nl, 2019.
Gemeente Waalwijk
8
Satellietfoto met weergave plangebied. Bron: StreetSmart, 2019.
1.2.2
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerende ruimtelijke regime betreft de beheersverordening "Woonwijken (incl. parkeerregeling)" zoals vastgesteld door de raad op 4 juli 2019 Deze beheersverordening verklaart ter plaatse van onderhavig plangebied de planregels en plankaart uit het bestemmingsplan "Woonwijken" zoals vastgesteld door de raad op 23 februari 2006 van toepassing. Ter plaatse van de beoogde woningen geldt op basis van dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede plankaart bestemmingsplan "Woonwijken". Met de rode contour is het plangebied geduid. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Zoals in de aanleiding geschetst is de realisatie van de twee woningen niet mogelijk op basis van het vigerende ruimtelijk beleid, daar woningvermeerdering niet is toegestaan en tevens gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologische regeling die de realisatie van twee burgerwoningen mogelijk maakt binnen het onderhavige plangebied.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie in het plangebied en het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een omschrijving van de vigerende ruimtelijke beleidskaders gegeven, waarna in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische aspecten aan bod komen. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hoofdstuk 6 en 7 beschrijven tenslotte respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
9
Gemeente Waalwijk
10
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
OntstaansgeschiedenisWaalwijk en huidige situatie plangebied
Ontstaansgeschiedenis Waalwijk Waalwijk is ontstaan langs een eenvoudige verbindingsweg (de Langstraat) over de oeverwal aan de zuidkant van de Maasloop. Elke bewoner langs de weg kreeg een concessie voor een strook hoogveen van slechts enkele tientallen meters breed, maar soms wel met een lengte van meer dan een kilometer. Deze grondstrook, ook wel slag genaamd, werd aan weerszijden begrensd door sloten om het gebied te ontwateren. Na de St. Elisabethsvloed van 1421 werd de Winterdijk aangelegd als beschermende dijk voor het achterland. Waalwijk heeft zich vanaf de Grotestraat ontwikkeld in zuidelijke richting. In eerste instantie bestonden er drie oeverwalnederzettingen: Besoijen, Waalwijk en Baardwijk. De opkomst van handel en bedrijvigheid leidde tot een verdichting van de bebouwing. De bloei van de schoen- en lederindustrie werd mede mogelijk gemaakt door de spoorlijn die aan het eind van de 19e eeuw werd aangelegd, het zogenoemde Halvezolenpad. Deze centraal door de kern lopende voormalige spoorlijn heet nu ook officieel Halvezolenpad en is nu een fietspad. De bebouwing breidde zich vanaf het begin van de 20e eeuw uit door invulling van het gebied tussen en aansluitend aan de oude lintbebouwingsassen.
Na de Tweede Wereldoorlog zorgden de ontwikkeling van industriegebied Haven en de aanleg van de A59 voor een voortvarende groei van de economie en van het inwonertal van Waalwijk.
Huidige situatie plangebied Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.395 m2 en is thans volledig onverhard en vrij van gebouwen. Enige vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bestaan uit erfafscheidingen en een paardenbak ten behoeve van hobbymatige paardenhouderij. Ter hoogte van deze paardenbak was in het verleden een vijver gesitueerd.
Paardenbak op satellietfoto
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
Paardenbak op ooghoogte
11
Paardenbak met paard
Stal op het perceel (buiten plangebied)
Op basis van historisch kaartmateriaal kan worden vastgesteld dat de gronden rondom het plangebied in de afgelopen 65 jaar een functieverandering hebben ondergaan. Oorspronkelijk kenden de gronden overwegend een agrarisch gebruik. Eind jaren '60 is op deze gronden de nu nog aanwezige woning aan de Akkerlaan 20 gebouwd. Het agrarisch gebruik werd toen vermoedelijk nog voortgezet, onder meer in de vorm van een manege. Eind jaren '90 intensiveert de bebouwing rondom het plangebied. Waarschijnlijk is het agrarisch gebruik van de gronden rond die tijd komen te vervallen en zijn de gronden binnen het plangebied in gebruik genomen als siertuin behorende bij de woning aan de Akkerlaan 20. Een aantal voorzieningen van de manege is daarbij behouden gebleven voor hobbymatig gebruik, waaronder de binnen het plangebied gelegen paardenbak. Buiten het plangebied staat tevens nog een stal. De gronden binnen het plangebied zijn altijd vrij geweest van gebouwen.
Gemeente Waalwijk
12
Uitsnede topografische kaart omgeving Akkerlaan te Waalwijk. Het plangebied is globaal geduid met een rode contour. Linksboven: jaar 1950, rechtsboven: jaar 1975, linksonder: jaar 2000. Rechtsonder: jaar 2018. Bron topotijdreis.nl, 2019.
Ruimtelijke en functionele structuur plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van de kern Waalwijk. De ruimtelijke structuur van het plangebied wordt in de huidige situatie bepaald door de aanwezige bebouwing. Het plangebied is aan de noord-, oost- en westzijde omringd door ruim opgezette vrijstaande woningen. Ten zuiden van het plangebied ligt de grens van de bebouwde kom van Waalwijk. Aldaar ligt 'Landgoed Plantloon'.
2.2
Beoogde situatie
In de beoogde situatie worden aan de gronden behorend tot het plangebied twee woontitels toegevoegd. Nadat met onderhavig bestemmingsplan bouwmogelijkheden zijn gecreëerd voor twee vrijstaande woningen, bestaat het voornemen hieraan invulling te geven conform onderstaand indicatief bouwplan.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
13
Indicatief bouwplan. Het betreffen twee vrijstaande woningen gericht op de Jozef Israëlsstraat. Bron: Architectenbureau Van Reeven, 2019.
Het bouwplan gaat uit van twee vrijstaande woningen. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. De parkeerplaatsen, alsook de woningen zijn te bereiken via een talud met duiker/brug over het water wat aan de westzijde van het plangebied ligt. De woningen worden daarmee ontsloten op de Jozef Israëlsstraat . Het water waar het talud over wordt voorzien betreft op basis van de Legger van waterschap Brabantse Delta een categorie A waterloop. Voor handelingen rondom deze watergang, waaronder begrepen het aanleggen van een talud met duiker/brug, is een vergunning nodig van het waterschap. Daar de realisatie van een talud met duiker/brug reeds mogelijk is op basis van het vigerende ruimtelijk regime en deze aldus an sich geen onderdeel uitmaakt van onderhavig bestemmingsplan, zal de vergunning buiten de bestemmingsplanprocedure om worden aangevraagd. Uit afstemming met het waterschap volgt dat het waterschap voornemens is om de vergunning te verlenen.
Gemeente Waalwijk
14
Indicatief bouwplan. Het betreffen twee vrijstaande woningen gericht op de Jozef Israëlsstraat. Bron: Architectenbureau Van Reeven, 2019.
Wat betreft situering en massaopbouw is afstemming gezocht met de omgeving. De woningen volgen de noord-zuidrichting, parallel aan de Jozef Israëlsstraat en liggen daarbij op vergelijkbare afstand tot de weg als de bestaande woningen ten noorden van het plangebied (Jozef Israëlsstraat 1 en 7). De twee beoogde woningen staan in dezelfde rooilijn, hetgeen ook gebruikelijk is voor de bestaande woningen aan de overzijde van de Jozef Israëlsstraat. Ten aanzien van de massaopbouw wordt voorzien in woningen met een plat dak. De bouwhoogte blijft daardoor beperkt tot maximaal 6,5 meter.
2.3
Parkeren
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren met een bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een wijzigingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid.
Beoordeling Door de gemeente Waalwijk zijn in de 'Nota Parkeernormen Waalwijk 2015' parkeernormen gesteld.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
15
Blijkens de gebiedsindeling zoals opgenomen als bijlage 1 bij de nota ligt onderhavig plangebied binnen een gebied aangeduid als 'Waalwijk rest bebouwde kom'. Voor een vrijstaande woning gelegen binnen dit gebied geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Binnen het plangebied is voldoende ruimte beschikbaar om in deze parkeereis te voorzien, zoals ook valt af te leiden uit het voorlopig bouwplan waarop twee parkeerplaatsen per woning zijn ingetekend. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. De 'Nota Parkeernormen Waalwijk 2015' vormt hiervoor een rechtstreeks toetsingskader. Toepassing van dit parkeerbeleid is in de regels van dit bestemmingsplan gewaarborgd.
Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.
2.4
Verkeer
Het planvoornemen voorziet in maximaal twee grondgebonden woningen. Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en te typeren als 'matig stedelijk' (bron: Nota Parkeernormen Waalwijk 2015). Bij het te realiseren woningtype vrijstaand hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 8,6 per woning. Derhalve genereert het plan in totaal 17,2 vpe. Ontsluiting van het plangebied zal langs de Joze Israëlsstraat geschieden. Dit betreft een erftoegangsweg welke hoofdzakelijk wordt gebruikt ten behoeve van bestemmingsverkeer. Gelet op de beperkte verkeersgeneratie kan worden aangenomen dat deze weg de verkeerstoename eenvoudig kan verwerken. Daarna zal het verkeer opgaan in de reguliere verkeersstromen. Het plan zorgt niet voor een significante toename van het aantal vpe, waardoor het aspect verkeer geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
Gemeente Waalwijk
16
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsdocumenten. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012
Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.
Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.
Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.
Beoordeling
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
17
Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt, met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied. Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt navolgend getoetst.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Beoordeling Het plangebied is gelegen binnen de radarverstoringsgebieden van de radarstations Herwijnen en Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. Voor Woensdrecht geldt een maximale hoogte van bouwwerken van 113 meter ten opzichte van NAP. De ligging in deze gebieden vormt geen belemmering, aangezien de maximale toegestane bouwhoogtes niet gehaald worden.
Gemeente Waalwijk
18
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations Herwijnen en Woensdrecht. Met de gele ster is het plangebied geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
19
op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
Beoordeling a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige bestemmingsplan maakt ter plaatse van het plangebied de ontwikkeling van twee woningen mogelijk. De ontwikkeling is reeds gelet op de kleinschalige omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet te worden doorlopen.
Conclusie De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is niet van toepassing op de onderhavige ontwikkeling.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014,
Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014.
Gemeente Waalwijk
20
Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant.
Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur 'Stedelijke structuur' met als perspectief ‘Stedelijk concentratiegebied'.
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijk Ordening met het plangebied aangeduid door middel van een gele ster. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur het stedelijk concentratiegebied. In het stedelijk concentratiegebied, inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen. Het stedelijk netwerk BrabantStad, bestaande uit de steden Eindhoven, Helmond, 's-Hertogenbosch, Tilburg en Breda, vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Het biedt een (hoogwaardige) stedelijke omgeving voor wonen, werken en voorzieningen. De vijf grote steden van BrabantStad ontwikkelen zich tot (hoog)stedelijke centra voor wonen, werken en voorzieningen. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de intensivering van verstedelijking in de zones langs infrastructuurassen en in de stationsgebieden. In de stedelijke structuur streeft de provincie naar concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur, inspelen op demografische ontwikkelingen en versterking van economische clusters. Onderhavig initiatief betreft herstructurering van gronden ten behoeve van woningbouw op een inbreidingslocatie. Daarmee wordt ingespeeld op het streven naar concentratie van verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik.
De provincie vindt het belangrijk dat er in Noord-Brabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied. Middels onderhavig initiatief worden twee woningen gerealiseerd op een inbreidingslocatie in het stedelijk gebied van Waalwijk. Waalwijk kan worden aangemerkt als stad waarbij het als buurgemeente van Tilburg een rol vervult als gebied waar bovenlokale verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen. Gelet daarop is het logisch dat Waalwijk uitbreidt in de kwantitatieve woonvoorraad. Dit draagt bij aan het onderscheid tussen steden en kernen in het landelijk gebied.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
21
Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale structuurvisie.
3.3.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet.
Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van twee grondgebonden woningen op een bestaand bouwperceel. Hiermee wordt zuinig ruimtegebruik bevorderd waardoor bestaande kwaliteiten buiten het bestaand stedelijk gebied behouden blijven. Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie.
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.
Gemeente Waalwijk
22
3.3.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden en worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.
Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het 'Stedelijk gebied'. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.
Uitsnede kaartbeeld 'stedelijke ontwikkeling en erfgoed' van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is geduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
23
Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van twee woningen. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. In de Regionale Agenda Wonen 2018 stemt de gemeente Waalwijk het woningbouwprogramma in regionaal verband af met andere gemeenten in de regio Midden-Brabant. Met de Agenda wordt minder ingezet op de kwantiteit, maar meer op kwaliteit. Het accent richt zich daarbij op duurzame verstedelijking en het kwalitatief op peil houden en/of brengen van de bestaande woningvoorraad. Onderhavig plan behelst de realisatie van twee nieuwe woningen in bestaand stedelijk gebied en draagt daarmee bij aan een duurzame verstedelijking. Het plan blijft binnen de Agenda ook onderdeel uitmaken van de kwantitatieve programmering en past daarmee ruimschoots binnen de geprognotiseerde behoefte.
Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov.
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipesvoor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik;
Gemeente Waalwijk
24
b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie.
Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.
Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
25
bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.
Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.
Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering door invulling te geven aan een binnenstedelijke locatie. Het gebied krijgt daarmee een nieuwe kwaliteitsimpuls.
Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Waalwijk 2025
Toetsingskader Op 4 februari 2016 is de structuurvisie ‘Waalwijk 2025, onderscheidend meer verleiden’ door de gemeenteraad van Waalwijk vastgesteld. In de visie geeft de gemeente haar ambities aan voor de gehele gemeente tot 2025. In de structuurvisie staat drie leidende principes centraal: Waarden ondergrond behouden en versterken; Bereikbaarheid netwerk optimaliseren; Vraaggericht functies versterken met kwaliteit. Ten aanzien van dit laatste punt wordt in de structuurvisie aangegeven dat het voor nieuwe ontwikkelingen zaak is om kansen te benutten die zich voordoen vanuit de samenleving. Het is van belang om op daarvoor geschikte locaties ruimte te reserveren in de nabijheid van het bestaande netwerk van weg en water voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en voorzieningen. Duurzaamheid is een voor de gemeente Waalwijk algemeen leidend principe. Speerpunten van het beleid omtrent duurzaamheid zijn onder andere zorgvuldig ruimtegebruik en het behouden en
Gemeente Waalwijk
26
versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe plannen dienen te worden getoetst aan de ‘duurzaamheidsladder’, milieunormen en parkeereisen.
Beoordeling Het plangebied is op de bij de structuurvisie behorende totaalkaart aangeduid als ‘Kleinstedelijk wonen’. Ten aanzien van de functie ‘Wonen’ is aangegeven dat bij nieuwe ontwikkelingen vooral kansen dienen te worden benut in fases vanuit de vraagkant. Eén van die kansen is bijvoorbeeld het benutten van inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied. Met onderhavig planvoornemen wordt deze kans benut. Het plangebied is (via een te realiseren talud over het water) direct gelegen aan een bestaand netwerk van straten en wegen. Bovendien wordt met deze binnenstedelijke woningbouwlocatie een bijdrage geleverd aan zorgvuldig ruimtegebruik. Elders in deze toelichting is gemotiveerd hoe in dit plan rekening wordt gehouden met de ladder voor duurzame verstedelijking, parkeereisen, waarden in de ondergrond en milieunormen.
Uitsnede van de totaalkaart uit de Structuurvisie Waalwijk 2025. De ligging van het plangebied is geduid met een gele ster.
Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij de leidende principes en genoemde kansen uit de structuurvisie Waalwijk 2025.
3.4.2
Woonvisie 2020
Toetsingskader De Woonvisie 2020 is op 17 september 2020 door de gemeenteraad vastgesteld en betreft de opvolger van de Woonvisie 2010-2019 'Over woonlasten en lusten'. De Woonvisie bestaat uit twee delen, waarbij de hoofdlijnen zijn terug te vinden in deel A. De verdieping en achtergronden zijn opgenomen in deel B. Drie hoofdthema's vormen het hart van de Woonvisie 2020 en komen terug in beide delen: Betaalbaarheid: iedereen kan wonen in een woning die qua woningtype en prijsklasse past bij zijn/haar huishouden en inkomen;
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
27
Wonen en zorg: voor alle inwoners is er een geschikte woning en woonomgeving, waar zorg geleverd kan worden en waar een sterke sociale structuur is; Leefbaarheid en duurzaamheid: alle inwoners wonen in aantrekkelijke en toekomstbestendige woonmilieus. Daarnaast wordt een aantal specifieke doelgroepen op de woningmarkt uitgelicht in de visie, zoals starters, stop the brain drainers, urgenten en spoedzoekers, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. In het uitvoeringsprogramma wordt uitgebreider ingegaan op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de visie voor de komende 10 jaar. Het uitvoeringsprogramma is met name gericht op de komende jaren en zal na een periode van 3 tot 4 jaar herzien worden.
Beoordeling Het onderhavige planvoornemen voorziet in het mogelijk maken van twee nieuwe vrijstaande woningen in de kern Waalwijk. Het betreft een particulier initiatief met aanknopingspunten bij elk van de onderscheiden thema's. Met het plan wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen binnen de gemeente en zo het terugdringen van het woningtekort. Tevens speelt het initiatief in op de hoge vraag naar woningen in de rustige stadswijk. Gelet op de ligging van het plangebied nabij bosen natuurgebieden is sprake van een aantrekkelijk woonmilieu.
Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de uitgangspunten van het beleid uit de Woonvisie 2020.
Gemeente Waalwijk
28
Hoofdstuk 4
4.1
Milieuhygiënische aspecten
Algemeen
Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten.
4.2
Bodem
Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.
Beoordeling Door Milon is in juni 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Rapportage daarvan is als Bijlage 1 gevoegd bij deze toelichting. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Uit het onderzoek blijkt dat ten hoogste licht verhoogde concentraties worden aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie.
Conclusie De bodem geschikt is voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit vormt geen onaanvaardbaar risico voor de gebruikers.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
29
4.3
Waterhuishouding
Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro.
Beleid provincie Noord-Brabant Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater.
Beleid waterschap Brabantse Delta De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 en kent een geldigheid vanaf 22 december 2015. Het waterschap richt zich hierbij op een doelmatig waterbeheer als motor voor een economische en ecologisch krachtige regio. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen
Gemeente Waalwijk
30
verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. b. c. d.
het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m² is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. de toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:
Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06
Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; b. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c. daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Voor het overige zijn er in de keur diverse regels opgenomen om gebieden met een specifieke functie te beschermen, zoals de attentiegebieden en invloedsgebieden Natura 2000. Er geldt een specifiek beschermingsregime, afhankelijk van het type gebied en de ligging in of nabij een beschermd gebied.
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
31
Uitsnede keurkaart Brabantse Delta met het plangebied globaal geduid met een gele ster. Bron: brabantsedelta.nl, 2019.
Beleid gemeente Waalwijk Het gemeentelijke beleid ten aanzien van water is vastgelegd in het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021-2024, dat de opvolger is van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020. Het IWW omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van het beleidsplan. Conform de wetgeving stelt het IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m²) berging te maken over de extra verharding. Anders dan het waterschap hanteert de gemeente derhalve geen ondergrens voor de toename van afwaterend oppervlak Bij alle nieuwbouw wordt alleen het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering en afgevoerd naar de RWZI.
Beoordeling De Keur kent diverse verbodsbepalingen voor handelingen in het watersysteem. Deze handelingen mogen enkel worden verricht indien een waterwetvergunning is verleend, of indien wordt voldaan aan algemene regels. Uit de kaarten behorende bij de Keur waterschap Brabantse Delta 2015 volgt dat de locatie gelegen is binnen het invloedsgebied Natura 2000. Het invloedsgebied Natura 2000 betreft een zeer ruim gebied en omvat grote delen van West-Brabant. Dit zijn de gebieden rond Natura 2000-gebieden waar significante effecten van de verruiming van agrarische grondwateronttrekking niet kan worden uitgesloten. Voorliggend initiatief betreft geen grondwateronttrekking. Derhalve is de ligging binnen dit invloedsgebied niet relevant voor het initiatief. Aan de westzijde van het plangebied is een A-watergang aanwezig die door het waterschap wordt onderhouden. Ten behoeve hiervan blijft een 5 meter brede obstakelvrije strook vrijgehouden, zodat het waterschap het onderhoud uit kan voeren. De A-watergang zal worden doorkruist door een duiker/brug. Hiervoor wrdt een watervergunning ingevolge de keur aangevraagd en zal vooroverleg/afstemming plaats vinden met het waterschap.
Gemeente Waalwijk
32
Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2.395 m2 en is thans onverhard. Uitgaande van een verhardingspercentage van 60% zal in de toekomst sprake zijn van een lichte verhardingstoename, echter niet zodanig dat deze meer dan 2.000 m2 bedraagt. Op basis van het beleid van het waterschap is daarmee geen sprake is van een retentievereiste. Op grond van het gemeentelijke IWW geldt bergingseis van 60 mm (6 liter/m²). Aan deze eis wordt in onderhavig geval voldaan. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Om verdere invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer, kan bij eventuele bouwwerkzaamheden rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij bouwwerkzaamheden wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc.
wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de waterhuishouding binnen het plangebied wordt gerespecteerd.
4.4
Cultuurhistorie
Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Beoordeling Voor het beoordelen van de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden wordt gebruik gemaakt van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).
bestemmingsplan "Akkerlaan 20 Waalwijk"
33
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid.
Uit de cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat binnen het plangebied zelf geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het plangebied grenst in het zuiden wel aan de historische lijn 'Meerdijk'. Deze lijn vormde met de meer oostelijk gelegen Heidijk tesamen de achterkade en uiterste begrenzing van de in 1421 ondergegane Grote of Zuid-Hollandse Waard. Met het onderhavige planvoornemen blijft deze lijn, voor zover nog aanwezig, behouden daar deze buiten het onderhavige plangebied is gelegen. Voor het overige geldt dat de gronden thans zijn bestemd ten behoeve van het wonen en deze ook als zodanig kunnen worden ingericht. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet daarmee niet in een functiewijziging en eventuele aantasting van omliggende cultuurrhistorische waarden.
Conclusie Het planvoornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied.
4.5
Archeologie
Toetsingskader
Gemeente Waalwijk
34
In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect 'archeologie' is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.