Bijlage 2 Tekstvoorstel wijz. doordecentralisatieovereenkomst De Overlaat
Tekst van het document
OVEREENKOMST TOT WIJZIGING VAN DE “OVEREENKOMST TOT DOORDECENTRALISATIE VAN HUISVESTINGSVOORZIENINGEN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS TE WAALWIJK” (SG DE OVERLAAT)
Partijen: 1. de gemeente Waalwijk, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw S.C.A.M. Ausems, hierna te noemen: de gemeente, ter uitvoering van het besluit van de raad van de gemeente Waalwijk, d.d. 2 februari 2023 en 2. Stichting De Overlaat, statutair gevestigd te Waalwijk, bevoegd gezag van een instelling voor voortgezet onderwijs, genaamd “Scholengemeenschap De Overlaat”, gevestigd aan de Eikendonklaan 3 te Waalwijk, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de algemeen directeur/bestuurder, de heer O. Dooijes, hierna te noemen bevoegd gezag; Overwegende dat: a. tussen gemeente en bevoegd gezag voor wat betreft de huisvesting van Scholengemeenschap De Overlaat op 15 september 2005 een “overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk” is gesloten; b. dat gemeente en bevoegd gezag in 2015 de afspraak hebben gemaakt (neergelegd in de brief van 18 februari 2015, kenmerk Z13-005502) om bij de eerstvolgende wijziging van de overeenkomst artikel 5.2 onder a. aan te passen en voor wat betreft het eerste recht van koop van de sporthal uit te gaan van 55,5% van de op dat moment geldende economische waarde; c.
de gemeente in april 2016 akkoord is gegaan met het voorstel van het bevoegd gezag om de doorcentralisatiemiddelen in te zetten voor vernieuwbouw (een zodanige renovatie dat de kwaliteit vergelijkbaar is met die van nieuwbouw) in plaats van vervangende nieuwbouw. Met de vernieuwbouw voldoet Stichting De Overlaat aan de in de doordecentralisatieovereenkomst opgenomen verplichting om te voorzien in adequate huisvesting voor de school, waarbij aanpassing/verhoging van de gemeentelijke doordecentralisatievergoeding niet aan de orde en niet noodzakelijk is; d. dat in 2021 de doordecentralisatie-afspraken gezamenlijk zijn geëvalueerd, waarbij is geconstateerd dat de doordecentralisatie door gemeente en bevoegd gezag als positief en succesvol wordt ervaren, maar er een aantal aanvullende verbeteringen op de overeenkomst nodig is; e. dat in artikel 7 van de overeenkomst is bepaald dat bij gewijzigde omstandigheden in overleg de overeenkomst kan worden gewijzigd en dat een dergelijke wijziging slechts mogelijk is bij schriftelijke overeenkomst; Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: 1. Waar in de overeenkomst wordt gesproken over nieuwbouw wordt vernieuwbouw bedoeld; 2.
Artikel 3.6 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: “Het bevoegd gezag is gehouden eens per 4 jaar, te rekenen vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst tot wijziging, een inspectierapport NEN 2767 aan de gemeente te overleggen, waaruit blijkt dat de objecten waarop de
3.
4.
5.
6. 7.
8. 9.
doordecentralisatieovereenkomst betrekking heeft gemiddeld minimaal conditie 3 scoren”. Aan artikel 3 wordt een nieuw lid (artikel 3.7) toegevoegd. De tekst hiervan luidt als volgt: “Het bevoegd gezag is verplicht om in overleg te treden met de gemeente bij voorgenomen wijzigingen van de huisvesting van de scholen. Op het moment dat renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw wordt gerealiseerd, dient het gebouw adequaat te zijn voor de periode die volgt en voor zover nieuwe eisen Bouwbesluit en/ of onderwijskundige ontwikkelingen nieuwe aanpassingen vragen. Hierbij voldoet de huisvesting na renovatie of vernieuwbouw aan het dan geldende Bouwbesluit en overige regelingen. Aan artikel 4 wordt een nieuw lid (artikel 4.4) toegevoegd. De tekst hiervan luidt als volgt: “Het bevoegd gezag kan de gemeente verzoeken tot het verstrekken van een gemeentegarantie ter zekerheid voor nakoming van een door het bevoegd gezag aan te gane lening voor het realiseren van een huisvestingsvoorziening. Een dergelijk verzoek wordt door de gemeente getoetst aan het op dat moment van toepassing zijnde gemeentelijk Treasurystatuut.” Artikel 5.2 onder a wordt gewijzigd.
De tekst hiervan luidt als volgt: “Partijen komen overeen dat, indien het bevoegd gezag een object als bedoeld in artikel 2.4 wenst te vervreemden, dan wel niet meer voor onderwijsdoeleinden wenst te gebruiken, de gemeente een eerste recht van koop heeft ten aanzien van de objecten als bedoeld waarbij de koopprijs in principe wordt bepaald op basis van de boekwaarde overeenkomstig de oorspronkelijke financiële planning uit 2005, tenzij het bevoegd gezag kan aantonen dat er omstandigheden zijn op grond waarvan tot een andere bepaling van de koopprijs moet worden gekomen. Voor wat betreft de in artikel 2.2 onder b aangegeven sporthal wordt hierbij uitgegaan van een vergoeding van 55,5% van de boekwaarde overeenkomstig de oorspronkelijke financiële planning uit 2005. In artikel 5.5 onder c komt “die gelijk is aan de economische waarde zoals bedoeld onder a” te vervallen; Artikel 7.2 eerste volzin wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Partijen evalueren eens in de vijf jaar, voor het eerst in 2027, de uitvoering van deze overeenkomst en treden zo nodig eerder in overleg wanneer zij dat in het belang achten van een goede uitvoering van deze overeenkomst.
Partijen treden in ieder geval in overleg indien één of meerdere van de volgende situaties zich voordoen:…”; Het in bijlage 1 beschreven bedrag per leerling wordt (prijspeil 2021) verhoogd met € 4,73, zijnde de met het bevoegd gezag overeengekomen hogere vergoeding voor de huur van sportvelden; In bijlage 1, toelichting op de financiële overzichten, wordt onder 2 de vijfde alinea gewijzigd. Deze alinea komt als volgt te luiden: “Het bedrag per leerling is gebaseerd op de netto contante waarde. De Netto Contante Waarde (NCW) ontstaat door de contante kosten (huidige waarde van toekomstige kosten) af te trekken van de contante opbrengsten (huidige waarde van toekomstige opbrengsten). Het bedrag per leerling is berekend aan de hand van de netto contante waarde. De gehanteerde rekenrente is 5,50%. De rekenrente betreft zowel de rentecomponent van de kapitaallasten als de rentecomponent op eventuele spaartegoeden.” Aldus overeengekomen, in tweevoud opgemaakt, per pagina geparafeerd en ondertekend op …….. te Waalwijk, O. Dooijes
S.C.A.M. Ausems