CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 PM-posten amendement en moties

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Programmabegroting 20265.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullingen / reacties n.a.v. de Kadernota 2026 en het kaderstellend debat van 3 juli 2025

Aanleiding Op 3 juli 2025 was het kaderstellend debat over de Kadernota 2026. In vervolg daarop worden nu reacties voor de Begroting 2026 voorgelegd: “p.m.”- en overige posten Dit betreft posten waarvan in de Kadernota 2026 is aangegeven dat daar bij de begroting op zou worden terug gekomen. Over deze posten is in het raadsvoorstel Kadernota 2026 opgenomen: Een aantal voorstellen in de Kadernota 2026 kent in een of meerdere begrotingsjaren “p.m.” posten. Zo mogelijk volgt nadere uitwerking bij de Programmabegroting 2026. Mocht ook dan nog niet meer bekend zijn, kunnen voorstellen worden betrokken bij het nieuw op te stellen collegewerkprogramma in 2026. Reacties op amendement en moties Hierbij worden ook reacties op een amendement en moties uit het kaderstellend debat van 3 juli jl. voorgelegd. Het betreft 1 amendement en 7 moties. De financiële consequenties van de p.m.-posten en moties staan samengevat in onderstaand overzicht. Daaronder volgt per voorstel een toelichting. Bedragen N = nadeel x € 1.000 V = voordeel

2026

2027

2028

2029

Structureel begrotingssaldo 2026

V 3.017

V 4.448

V 2.924

V 2.986

Reeds besloten: inburgering

N

N

N

N

Structureel begrotingssaldo 2026

V 2.771

V 4.202

V 2.678

V 2.740

N N

N N

N N

285 150 0 350 0 846

N N

300 94 0 76 15 25 50 700

N N N N V N N

300 94 0 116 15 50 50 700

280 20

N N

280 20

Wijzigingen Begroting 2026: a. Doorontwikkeling bedrijfsvoering b. Vierde ontmoetingsplaats c. Ontwikkeling Zidewinde d. Bouw sporthal Waspik e. Parkeergarage De Els f. Integraal Onderhoud Openbare Ruimte OOR-Zuid en OOR-West g. Onderhoud wegen h. Noord Zuid fietsroute i. Mobiliteitshub j. Openbare verlichting k. Onderhoud vaarwegen l. Verhogen haven- en kadegelden m. Panden Baanbrekers n. Vastgoed, dotatie voorziening en exploitatiebudget o. Omgevingswet p. Districtlijke samenwerkingen (oa BIT)

246

413 25 0

246

535 150 0

N 0 N N N

N

0 314

N

N

300 75 0 0 350

N N

300 0 0 37 365

N N

N N

100 40

N N

50 700

N N V N N

N N

178 30

N N

280 20

N N

246

N N

246

285 150 0 350 0 846

q. Fietsparkeerdrukmetingen r. Evenementen s. Motie mobiele toiletten bij het Stadsstrand t. Motie mantelwoningen voor jongeren u. Motie versnelling woningbouw binnen kaders v. Motie Nominale ontwikkelingen GR’en w. Motie een stap vooruit voor de sociale woningbouw x. Motie verhogen Grens Individuele Inkomenstoeslag (IIT) y. Motie OZB areaal woningen z. Terugdraaien ombuiging structureel inzetten algemene reserve

2026 V 15 N 150 0

2027 N 10

2028 0

2029 0

0

0

0

N

N

46 PM 0 PM

46 PM

N

0 PM

46 PM

N

46 PM

0 PM

0 PM

N

326

N

326

N

326

N

326

N N

284 420

N N

284 420

N N

284 740

N 284 N 1.140

Totaal wijzigingen Begroting 2026

N 2.722

N 3.837

N 4.537

N 4.952

Nieuw structureel begrotingssaldo 2026

V

V

N 1.859

N 2.212

49

365

Reeds besloten: inburgering In de raadsvergadering van 9 oktober 2025 is een besluit genomen over het vaststellen van het beleidsplan inburgering 2026-2029. De financiële gevolgen bedragen jaarlijks € 246.000 aan extra kosten. Dit bedrag is in de eerste begrotingswijziging meegenomen.

a. Doorontwikkeling bedrijfsvoering Met de Begroting 2026 zetten we vervolgstappen om de bedrijfsvoering in balans te brengen met de inhoudelijke domeinen. Daarvoor zijn gerichte investeringen nodig. In de afgelopen kadernota gaven we al aan dat de vraag naar communicatieadvies de afgelopen jaren sterk is toegenomen, terwijl onze capaciteit achterblijft bij vergelijkbare gemeenten. Extra middelen zijn daarom noodzakelijk om die achterstand in te halen en beter te kunnen aansluiten bij de behoeften van bestuur en organisatie. Daarvoor namen we toen een PM-post op die we in bovenstaand voorstel mede kwantificeren (€ 87.000 in 2026 oplopend tot structureel € 215.000 vanaf 2027). Via deze begroting corrigeren we ook een klein deel van de besparing op de vijfde wethouder. Hier zat ook secretariële ondersteuning bij. Deze medewerker doet echter meer dan alleen het ondersteunen van de vijfde wethouder en daarom is de ombuiging maar gedeeltelijk te realiseren. Ook borgen we een beperkte flexibele inzet. De kosten hiervan bedragen € 21.000 in 2026 oplopend tot structureel € 70.000 vanaf 2027. Verder stellen we een mobiliteitsbudget beschikbaar om de kwaliteit te versterken en de organisatieverandering te ondersteunen. Bij de kadernota is dit voorstel niet opgenomen vanwege het financiële beeld en de afwegingen die daardoor gemaakt moest worden.

Gezien het gewijzigde beeld brengen we deze nu wel in (jaarlijks € 175.000 voor 2026 en 2027). Tegelijkertijd weten we ook dat we deze middelen vrijwel zeker structureel nodig hebben maar niet of dit hetzelfde bedrag blijft. Dit aangezien we in een organisatieverandering zitten die de vraag, tijdelijk, naar deze middelen kan verhogen. Richting 2028 kijken we hoe hoog dit budget structureel moet worden.

Om structurele besparingen te kunnen realiseren investeren we bovendien eenmalig in onderzoek naar de efficiency van de bedrijfsvoering. Dit was eerder gericht op de administratieve processen maar dit trekken we nu breder. Deze middelen (eenmalig € 75.000 in 2027) zijn per abuis eerder niet opgenomen bij de kadernota. Tot slot maken we aanvullende middelen vrij, te weten € 130.000 om in 2026 de financiële advisering rondom Samen Redzaam op peil te houden. Hoewel deze voorstellen aanzienlijke middelen vergen, zijn ze noodzakelijk om de basis van onze organisatie te versterken, de wendbaarheid te vergroten en de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen. Daarmee bouwen we verder aan een toekomstbestendige gemeente.

b. Vierde ontmoetingsplaats Vanaf 1 september 2025 starten we met het haalbaarheidsonderzoek naar een vierde ontmoetingsplaats. Door deze timing is het niet haalbaar om in de begrotingsbehandeling voor 2026 al een volledig beeld te geven van de benodigde middelen; de precieze kostenraming volgt namelijk uit de resultaten van het onderzoek. Voor 2026 vragen we daarom een incidenteel budget van € 25.000 om onvoorziene posten en bijkomende werkzaamheden (voortvloeiend uit het haalbaarheidsonderzoek) te dekken. Mocht dit budget niet toereikend blijken, dan zullen we de meerkosten zo veel mogelijk binnen bestaande budgetten opvangen. Voor 2027 en verder is de inschatting gemaakt dat er minimaal € 150.000 structureel nodig is voor de organisatie (exclusief vastgoed). Op basis van de onderzoeksuitkomsten bepalen we de definitieve structurele financiële inzet voor realisatie en exploitatie van de vierde ontmoetingsplaats. Indien bijstelling van de middelen nodig is dan nemen we dit meen in de begroting 2027.

c. Ontwikkeling Zidewinde In de begrotingsbehandeling 2025 is op basis van motie 5 “Integrale aanpak Zidewinde” een bedrag van € 50.000 beschikbaar gesteld voor de inhuur van een (senior) projectleider, zodat hij of zij kan analyseren, onderzoeken en adviseren over een samenhangend en toekomstbestendig ontwikkelplan voor het gebied Zidewinde. Met de keuze voor inhuur wordt de interne organisatie ontlast ten opzichte van het inschakelen van een extern bureau. De financiële consequenties van deze maatregel zijn verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2025. Het college heeft er voor gekozen eerst het beleidskader “Levendig Waalwijk” op te stellen (oplevering Q1 2026) en op basis daarvan, onder andere, de integrale aanpak voor Zidewinde vorm te geven. Hierdoor wordt de in 2025 beschikbaar gestelde € 50.000 niet in dat jaar aangewend. Daarom wordt voorgesteld om met het Najaarsbericht de in 2025 beschikbaar gestelde € 50.000 naar 2026 over te hevelen. Hiermee is de financiering voor de integrale aanpak van Zidewinde in 2026 gewaarborgd en kan uitvoering worden gegeven aan de motie. Bij raadsgoedkeuring van het Najaarsbericht 2025, zijn in 2026 geen extra middelen nodig. Het is op dit moment niet mogelijk een inschatting te maken van de jaarlijkse kapitaallasten, hiervoor moet de gewenste ontwikkelrichting duidelijker zijn.

d. Bouw sporthal Waspik De huidige kostenraming voor de bouw van de sporthal in Waspik is nog zeer globaal. Ambtelijk wordt hierbij nadrukkelijk een slag om de arm gehouden, met name vanwege onzekerheden rondom de grondaankoop. Bij aankoop van de grond en indien er geen bezwaren binnenkomen, is de verwachting dat in 2026 gestart kan worden met de voorbereidingen, waarna in 2027 de daadwerkelijke bouw kan beginnen. In de meerjarenraming nemen we vanaf 2028 aanvullende kapitaallasten op. Dit betreft een inschatting van de extra investering die benodigd is voor de bouw van de nieuwe sporthal en de infra- en grondkosten. Zodra de exacte kapitaallasten bekend zijn dan vindt er een bijstelling plaats.

e. Parkeergarage De Els De ontwikkeling van nieuwe parkeervoorzieningen, inclusief een openbare parkeergarage in De Els en omgeving, heeft financiële gevolgen voor de meerjarenbegroting. Deze investering komt ten laste van de parkeerexploitatie. De komende jaren verwachten we een licht overschot op de eerder geprognotiseerde opbrengst te hebben. Deze winst storten we bij de jaarrekening in een bestemmingsreserve om verwachte tekorten tijdens de herontwikkeling van De Els op te vangen. Zodoende ramen we nu geen aanvullende middelen.

f. Integraal Onderhoud Openbare Ruimte OOR-Zuid en OOR-West Zoals in de raadsinformatiebrief van de Meicirculaire 2025 staat aangegeven zijn er nog diverse p.m.-posten uit de Kadernota 2026 die kunnen leiden tot aanvullende uitgaven. Het Integraal Onderhoud Openbare Ruimte is er daar één van. De afgelopen periode hebben we als organisatie meer inzicht gekregen in de structurele kosten die gepaard gaan met het beheer van het areaal OOR-Zuid en West. Daarnaast hebben we in 2025 onderzocht of een ander onderhoudsniveau kan leiden tot lagere kosten. Dit blijkt nauwelijks het geval te zijn. Een lager onderhoudsniveau, betekent minder vaak, maar op termijn intensiever onderhoud. En daarnaast vooral meer klachten die moeten worden beoordeeld en mogelijk opgepakt.

g. Onderhoud wegen Op 12 september 2024 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen vastgesteld. Hiermee is voor de verhardingen in Waalwijk het niveau “Basis” (opnieuw) vastgesteld. Het nu beschikbare bedrag (€ 1.200.000) is niet voldoende om de verhardingen op het vastgestelde niveau te kunnen onderhouden. Uit de meest recente weginspecties (2023) en actuele ramingen is gebleken dat een bedrag van € 1.500.000 benodigd is om het vastgestelde niveau te kunnen handhaven. Het budget wordt nu structureel met € 300.000 bijgesteld. Het actuele beleidsplan en bijbehorende kwaliteitsniveau B is voor de periode t/m 2029 vastgesteld. Indien de raad een ander kwaliteitsniveau beoogd, dient er nieuwe besluitvorming plaats te vinden. Wanneer dat de wens is, kan in 2027 onderzocht worden wat de verandering van kwaliteitsniveau voor consequenties heeft op onder andere juridisch, technisch en financieel vlak.

h. Noord Zuid fietsroute Het college is voornemens om in 2026 een verkeersveiligheidsplan voor het bedrijventerrein Haven op te stellen. Het verkeersveiligheidsplan bevat een uitvoeringsprogramma en dient in nauwe participatie met de bedrijven op Haven tot stand te komen. Eerder opgehaalde informatie en onderzoeken worden als input meegegeven voor het op te stellen verkeersveiligheidsplan.

Indien er onderzoeksgeld komt (€ 75.000), dan kan het onderzoek in 2026 uitgevoerd worden. Het onderzoek bevat een uitvoeringsprogramma. Op basis hiervan kan in de jaren daarna ingezet worden op uitvoering van de maatregelen. Afhankelijk van de verkeersveiligheidsmaatregelen zal een koppeling met de IUP-projecten gelegd worden en/of zal nieuw budget beschikbaar gesteld moeten worden. De resultaten van het onderzoek naar een vrijliggende fietsvoorziening van de Kleiweg, dat uitgevoerd wordt naar aanleiding van de motie naar de last mile (juli 2024) worden meegenomen in dit verkeersveiligheidsplan. Omdat er cofinancieringskansen zijn bij de provincie wordt er nu ingezet op een budget voor realisatie van een vrijliggend fietspad op of langs de Kleiweg in 2027. Op basis van € 5 miljoen investeren met een provinciale bijdrage van 50% zijn de kapitaallasten opgenomen.

i. Mobiliteitshub Om het openbaar vervoer (OV) sneller te verbeteren, moeten we investeren in onze infrastructuur. Mobiliteitshubs zijn hierbij belangrijk, maar brengen ook hoge kosten met zich mee. Het is duidelijk dat forse investeringen nodig zijn, maar hoeveel precies, weten we nog niet. We werken bij de doorontwikkeling van openbaar vervoer samen met de regio SRBT en de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft in het Regionaal Meerjareninvesteringsprogramma 2025-2027 € 13,5 miljoen gereserveerd, bedoeld voor de eerste investeringen in en rond de BRT-corridor Tilburg – Efteling – Waalwijk – Den Bosch. Daarnaast voeren we samen met de regio en de provincie via BrabantBouwt een lobby richting het Rijk. We vragen om extra geld voor mobiliteit die samenhangt met woningbouw (de WoMo-middelen). In november hopen we rondom het BO-MIRT meer duidelijkheid te krijgen over deze financiering. Ondertussen werken we verder aan het ontwerp van de mobiliteitshubs. Naarmate dit proces vordert, wordt ook duidelijker hoeveel geld er vanuit de gemeente nodig is. Daarna leggen we concrete investeringsvoorstellen voor aan de raad. Op dat moment weten we ook meer over de bijdrage van de provincie en het Rijk. Omdat de financiële kaders nu nog onduidelijk zijn, nemen we nog geen kapitaallasten op in de begroting.

Toch is het belangrijk om alvast rekening te houden met deze toekomstige investeringen als we het OV willen verbeteren.

j. Openbare verlichting In 2025 wordt het beleidsplan openbare verlichting ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Dit beleidsplan volgt het huidige document openbare verlichting 2019 – 2023 op. Het doel van het beleidsplan openbare verlichting is gebaseerd op de visie dat in een ideale situatie de openbare verlichting optimaal bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Het energieverbruik dient zo laag mogelijk te zijn en er wordt gestreefd naar duurzame oplossingen. Het doel van het vaststellen van beleid is om een kader te scheppen waarbinnen de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en milieubewust in stand wordt gehouden. Dit alles binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen. Het college stelt de raad voor t.z.t. nog een scenariokeuze te maken. De investeringen variëren van ca. € 215.000 per jaar voor scenario 1 (vervangen o.b.v. afschrijvingstermijn), tot ca. € 640.000 per jaar voor scenario 2 (volledig led in 2029).

En ca. € 520.000 per jaar voor scenario 3 (volledig led in 2029 + aanpassingen). De kapitaallasten van scenario 2 worden nu meegenomen in de begroting. Het raadsvoorstel met daarin de drie scenario's wordt op 13 november aan de raad voorgelegd. Indien de raad kiest voor een ander scenario dan zal er een bijstelling van de begroting plaatsvinden.

k. Onderhoud vaarwegen De gemeentelijke havens in Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik vervullen een belangrijke rol voor logistiek, recreatie en regionale economische ontwikkeling. Echter, de staat van deze havens laat te wensen over. De afgelopen decennia is het beheer van de havens voornamelijk uitgevoerd op basis van ad-hoc meldingen door de Marktmeester en de Beleidsmedewerker Afvalstoffen. Structureel onderhoud en integraal beheer hebben hierdoor nauwelijks plaatsgevonden, met als gevolg dat sprake is van zichtbaar achterstallig onderhoud. In de komende jaren (vanaf 2025/2026/2027) moeten in de gemeente Waalwijk diverse kades en damwanden worden vervangen. Kades en damwanden hebben een functie als waterkering (veiligheid). Daarnaast is het mogelijk dat enkele vaarwegen moeten worden verdiept om de bereikbaarheid en functionaliteit van de drie havens in Waalwijk te waarborgen. Dit is essentieel om de havens ook op de lange termijn geschikt te houden voor de scheepvaart en economische bedrijvigheid. Indien havens onverhoopt niet meer bereikbaar zijn kan dit grote economische schade tot gevolg hebben. Incidenteel voorbereidingsbudget Om de actuele staat vast te stellen en de daarbij behorende onderhoudsbehoefte voor de komende jaren te bepalen is grondig en deskundig onderzoek nodig.

We schatten de kosten die samen hangen met onderhoudsinspecties, onderwaterinspecties, bodemonderzoek en keuringen op een bedrag van € 400.000. We zullen hiervoor 2 jaar uittrekken en eind 2027 met een voorstel voor structureel onderhoud komen. Calamiteitenonderhoud De verschillende havens, de sluis en waterwegen hebben ook gedurende deze 2 jaar onderhoud nodig. Om ‘de winkel open te houden’ verwachtten we in 2026 en 2027 elk € 150.000 nodig te hebben voor calamiteitenonderhoud. Gemeentelijke loswal Scharloo Op dit moment is de damwand in de Kerkvaartse haven afgekeurd en moet op zeer korte termijn worden vervangen. Naar aanleiding van een geraamde investering voor de ontwikkelingen van de Kerkvaartse haven schatten we de investering op € 500.000. De afschrijvingstermijn op damwanden is 60 jaar waardoor de kapitaallast inclusief rente vanaf 2027 op € 15.000 per jaar komt. Deze berekening is op basis van de op dit moment bekende situatie en beschikbare gegevens.

l. Verhogen haven- en kadegelden De taakstelling voor de verhoging van de inkomsten uit havengelden vereist een structurele stijging van de opbrengsten met oplopende bedragen vanaf 2026, met een einddoel van € 50.000 in 2029. Echter, de huidige stand van zaken binnen de gemeentelijke havens maakt het realiseren van deze verhogingen bijzonder uitdagend zonder aanvullende investeringen in voorzieningen en beheer. De taakstelling impliceert een aanzienlijke stijging van de havengelden, maar diverse factoren maken deze doelstelling moeilijk haalbaar. Tevens zijn we genoodzaakt om de komende jaren heel fors te investeren in de havens.

1. Lage voorzieningen in de havens • In de haven van Waalwijk ontbreekt basale infrastructuur zoals drinkwatervoorzieningen, walstroom, afval servicepunten, bunkerstation, afmeervoorziening voor meerdere dagen en faciliteiten om voertuigen aan wal te zetten. • De voorzieningen in Waalwijk zijn zeer minimaal, waardoor verhoging van de tarieven zonder kwaliteitsverbetering als onrealistisch wordt beschouwd. 2. (Huidige) Inkomsten uit havengelden • De realisatiecijfers over 2024 tonen dat de havenopbrengsten momenteel substantieel lager liggen dan de beoogde verhoging • Om te komen tot een verhoging van de haven en kadegelden is een substantiële verbetering van de faciliteit nodig. Na het opstellen van een beheersplan en het uitvoeren van de verbeteringen kunnen de inkomsten stijgen. Gezien de omvang van de werkzaamheden zal dit naar verwachting per 2028 zijn. 3. Gebrek aan inzicht in kosten en exploitatie • Er is momenteel geen Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) voor de havens. • De operationele en beheerkosten zijn onvoldoende in beeld, wat een gedegen financiële planning bemoeilijkt. • Het heersende sentiment onder gebruikers is dat de tarieven te hoog zijn gezien het lage voorzieningenniveau. 4.

Potentiële verbeteringen en hervormingen • Automatisering en uniformering van de inning van havengelden kunnen de opbrengsten optimaliseren, zoals gesuggereerd door de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB). De komende 2 jaar zullen we werken aan een inventarisatie en beheersplan. De resultaten hiervan zullen via een separaat voorstel worden aangeboden. Hierin zal worden geduid met wat noodzakelijk is voor het havenbeheer en hoe de verwachtte inkomsten zich hiertoe zullen verhouden. De verwachting is dit medio 2027 te kunnen presenteren.

m. Panden Baanbrekers Begin 2026 komen de drie panden van Baanbrekers vrij. Het college heeft besloten een haalbaarheidsonderzoek te starten naar mogelijke maatschappelijke invulling van één van de gebouwen, namelijk gebouw 4. Voor de andere twee panden zijn er nog geen concrete toekomstplannen. In deze uitwerking proberen we meer helderheid te geven over wat we in 2026 kunnen doen, om de mogelijkheden voor de panden in beeld te krijgen. We doen een verkenning aan de hand waarvan we een bewuste afweging kunnen maken voor het gebruik van de panden. Verkenning voor panden 2 en 3 De verkenning ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: • Inventarisatie en doorvertaling van relevante lopende activiteiten: o Burgerbegroting o Beleidskader Vrijetijd (verwachte oplevering begin 2026). o Maatschappelijke initiatieven en ruimtevraag, waaronder stakeholdermapping: wie zijn potentiële maatschappelijke partners? • Selectie maken van kansrijke ideeën, met een globale eerste inschatting van de haalbaarheid. • Voorlopig voorstel voor het invullen van de panden en het bepalen van de concrete vervolgstappen waaronder het uitvoeren van een eerste haalbaarheidsonderzoek.

Beoogd resultaat: Een gedragen voorstel voor een (maatschappelijke, culturele of sportieve) invulling van de panden, inclusief een vertaling van de financiële consequenties. Personele inzet We hebben een (externe) projectleider en een (interne) werkgroep nodig voor de inventarisatie. Afhankelijk van wat daaruit komt kan mogelijk een haalbaarheidsonderzoek nodig zijn. De globale inschatting is dat hier in zijn totaliteit zo'n 500 uur aan personele inzet per pand voor nodig is. Uitgaande van een uurtarief van € 100, komen we daarmee op een investering van € 100.000. Dit bedrag nemen we op in de Begroting 2026. Pand 4 Specifiek voor pand 4 is een bestuursopdracht vastgesteld voor een haalbaarheidsonderzoek. De uitvoering van deze opdracht loopt. Op het moment wordt het programma van eisen met de beoogde partners nader ingevuld. Dit vraagt zorgvuldig onderzoek om te komen tot een goede en volledige inschatting van de kosten, zowel voor ingebruikname van het pand (functioneel en veilig) als inhoudelijk (wat is er nodig om de maatschappelijke partners te huisvesten). Het is dan ook niet mogelijk om in deze begroting al een inschatting te maken van de kosten die hiermee gemoeid gaan. We voorzien dat er hier een investering nodig zal zijn. We komen hier middels een separaat raadsvoorstel bij de raad op terug zodra dit volledig in beeld is gebracht.

Daarnaast nemen we specifiek voor gebouw 4 vanaf 2027 € 50.000 structureel op. Dit bedrag voorzien we voor het faciliteren van de inrichting, invulling en activiteiten van de maatschappelijke partners in het pand. Daarmee geven we structureel een extra impuls aan de maatschappelijke partners die bijdragen aan de gemeentelijke doelen op bestaanszekerheid. Pas wanneer de beoogde invulling en de financiële consequenties daarvan in beeld zijn, kan een nadere inschatting worden gemaakt van de benodigde investeringen voor ingebruikname in de jaren 2026 en verder. Dat geldt zowel voor pand 4, waarvoor het haalbaarheidsonderzoek loopt, als voor de andere twee panden. Voor pand 4 komen we in 2026 met een separaat voorstel bij de raad terug.

n. Vastgoed, dotatie voorziening en exploitatiebudget In de afgelopen periode hebben we opgemerkt dat de bedragen in onze voorziening onderhoud vaak ontoereikend zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Daarom maken we structureel keuzes aan de hand van het op dat moment meest noodzakelijke onderhoud om globaal binnen het beschikbare budget te blijven. Zo zorgen we dat locaties veilig en bruikbaar blijven en het onderhoud steeds, minimaal voldoet, aan de eisen van de tijd. Door deze manier van onderhouden loopt de totale kwaliteit van al het vastgoed langzaam steeds iets verder achteruit en het afgesproken onderhoudsniveau (conditiescore 3 NEN 2767) niet meer wordt behaald. In de Kadernota 2026 is een dotatie aan de onderhoudsvoorziening opgenomen van € 660.000 in 2026. Om het afgesproken onderhoudsniveau te kunnen halen wordt dit gewijzigd in een structurele dotatie van € 300.000 per jaar vanaf 2026. Daarnaast wordt het exploitatiebudget jaarlijks verhoogd met € 400.000. Op onderhoud is een indexering van 5 tot 12% per jaar niet vreemd. Indien we onvoldoende middelen hebben, zal klein dagelijks herstel daar als eerste onder lijden, hetgeen we als eerste op de sportlocaties zullen gaan merken. Daar gaat erg veel geld naar toe voor herstel,

mede doordat de leeftijd van de gebouwen mee gaat tellen in de conditie van de locatie. We brengen steeds meer ‘nieuwe’, ‘slimme’ en ‘duurzame’ systemen en installaties aan in onze gebouwen. Deels omdat door ouderdom van installaties noodzakelijk is (de nieuwe installaties van zwembad Zidewinde), deels doordat we onze gebouwen verduurzamen (de Leest, het Stadhuis, sporthal de Slagen) en door wijzigingen in weten regelgeving (in de kadernota 2026 is rekening gehouden met een investering voor de nodige investeringen voor GACS (gebouw automatisering en controle systemen)). Al deze eenmalige investeringen zorgen direct voor een structurele stijging van de exploitatiekosten voor onderhoud. Dergelijke systemen kunnen een storing krijgen die verholpen moet worden maar moeten ook jaarlijks gecontroleerd en onderhouden worden.

o. Omgevingswet In de Kadernota 2026 is een bedrag opgenomen van € 200.000 in 2026 voor de omgevingswet. Op basis van de laatste berekening nemen nu aanvullend € 178.000 op in dat jaar. In totaliteit is er dan € 900.000 beschikbaar in 2026. De Omgevingsvisie is het strategische document dat de gewenste toekomstige staat van de fysieke leefomgeving beschrijft, inclusief de doelstellingen en ambities voor de lange termijn. Dit document vormt het uitgangspunt voor het opstellen van programma's en andere uitvoeringsinstrumenten onder de Omgevingswet. Programma’s zijn concretere, uitvoeringsgerichte documenten die helpen bij het bereiken van de doelen die in de Omgevingsvisie zijn vastgesteld. Op dit moment is de omgevingsvisie in voorbereiding. Welke programma’s uit de visie komen is nog niet bekend. De exacte financiële gevolgen zijn zodoende ook nog niet bekend. Voor opstelling van het omgevingsplan is ondersteuning nodig van experts/externe bureaus. Ambtelijk is er niet voldoende capaciteit en kennis om dit uit te voeren. Het opstellen van het Omgevingsplan Waalwijk is een traject dat jaren gaat duren. Om het ruimtelijk beleid van Waalwijk goed in het Omgevingsplan te laten landen is de aankomende jaren incidenteel fors extra inzet nodig.

Net als bij de transformatie in het sociaal domein via Samen Redzaam zijn op termijn, na afloop van de transitieperiode, als de juridische planbibliotheek helemaal staat, kostenbesparingen mogelijk. Voor nu ramen we een structureel bedrag van € 280.000 per jaar vanaf 2027. Dit betreft een eerste inschatting. In 2026 monitoren we de voortgang en op basis daarvan komen we met een eventuele bijstelling van de financiële raming.

p. Districtlijke samenwerkingen (o.a. BIT) Onze organisatie ontvangt jaarlijks verzoeken voor districtelijke samenwerkingen op het gebied van veiligheid binnen het politiedistrict Hart van Brabant. Deze betreffen onder meer cyberveiligheid, mensenhandel en de gezamenlijke aanpak van ondermijning via het Bestuurlijk Interventie Team (BIT). Voor cyberveiligheid is op 19 juni 2025 besloten structureel te investeren in een regionale aanpak, noodzakelijk vanwege toenemende digitale dreigingen. Omdat landelijke financiering uitbleef, dragen gemeenten zelf de kosten. Voor Waalwijk betekent dit een structurele bijdrage van € 4.000 per jaar om de continuïteit van de regionale cyberaanpak te waarborgen. Ook bij de aanpak van mensenhandel is regionale samenwerking vereist. Op basis van het programma Geen plaats voor mensenhandel in Zeeland-West-Brabant en de positieve resultaten van een pilot bij het Zorg- en Veiligheidshuis, is besloten om vanaf 2026 structureel 1 fte regie op zorgcoördinatie te beleggen. Voor Waalwijk resulteert dit in een incidentele bijdrage

van € 10.159 in 2026, waarna structurele dekking vanaf 2027 via het Zorg- en Veiligheidshuis wordt nagestreefd. Daarnaast is het Bestuurlijk Interventie Team (BIT) Hart van Brabant, opgericht in oktober 2023, geëvalueerd en positief beoordeeld. Het BIT richt zich op complexe handhaving, georganiseerde criminaliteit en ondermijningscasuïstiek. Op 11 juni 2025 is besloten het BIT structureel te continueren, waarbij elke gemeente een jaarlijkse bijdrage levert. Voor Waalwijk betekent dit een structurele bijdrage van € 15.625 per jaar. De deelname van Waalwijk is hierbij afhankelijk van de beschikbaarheid van de benodigde financiële middelen, maar door dit besluit blijft de gezamenlijke aanpak tegen ondermijning in de regio stevig geborgd.

q. Fietsparkeerdrukmetingen Vanuit de Parkeervisie Waalwijk is eerder een monitoringsbudget opgenomen voor het centrum. Dit budget is zowel voor auto als fietsparkeren. Elke 2 jaar worden van autoen fietsparkeerdrukmetingen uitgevoerd. Te beginnen in 2025. Deze autoparkeermetingen en fietsdrukmetingen worden uitgevoerd in het centrum en bij een aantal belangrijke bushalten uitgevoerd. Om invulling te geven aan een concreter fietsparkeerplan is het wenselijk om meer inzicht in de fietsparkeerlocaties te hebben. Denk daarbij aan sportlocaties, winkelcentra en een leisurelocatie als het Lido. Met dit budget wordt invulling aangegeven aan deze aanvullende wensen. Er wordt vanaf het begin ingezet op het samenbrengen van de uit te voeren onderzoeken. Op die manier werken we efficiënt. In 2027 is het eerste moment waarop de eerstvolgende parkeerdrukmeting wordt uitgevoerd. Het is gewenst om deze opgave in de reguliere monitoringscyclus met te nemen. De € 10.000 voor 2027 komt dus boven op het bestaande budget van € 40.000. De € 15.000 die in de kadernota 2026 is meegenomen in het jaar 2026 komt hiermee te vervallen. Het college kiest er voor om niet meer elke 2 jaar te monitoren, maar naar een driejaarlijkse cyclus te gaan. Dit geldt voor alle onderzoeken. Concreet betekent dit dat er in 2030 wederom in totaal € 50.000 nodig is.

r. Evenementen Vanuit het coalitieakkoord wil het college jaarlijks minimaal één landelijk evenement in Waalwijk laten plaatsvinden. Zoals eerder aangegeven zijn er onvoldoende financiële middelen en capaciteit om hier uitvoering aan te geven. We gaan op zoek naar een landelijk evenement waarmee we extra media-aandacht genereren waardoor we Waalwijk op de kaart zetten, alsook maatschappelijk impact maken. De aangevraagde middelen zijn benodigd om bij te dragen aan het initiëren en organiseren van zo’n evenement, waarbij we niet alleen een groot evenement willen organiseren maar daar omheen ook bijpassende kleinschalige maatschappelijke initiatieven vanuit de samenleving willen stimuleren. Daarnaast zoeken we nadrukkelijk naar mogelijkheden om ook het bedrijfsleven te laten bijdragen.

s. Motie mobiele toiletten bij het Stadsstrand Deze motie heeft betrekking op 2025 en is zodoende niet financieel verwerkt in de Begroting 2026

t. Motie mantelwoningen voor jongeren Het eerste concept om mantelwoningen voor jongeren mogelijk te maken is reeds besproken met portefeuillehouder. Dit wordt momenteel nader uitgewerkt en kan in het vierde kwartaal van 2025 aan het college ter besluitvorming worden voorgelegd. Kosten zijn met name de inzet van vergunningverleners en adviseurs om initiatieven te beoordelen en toetsen. Het is lastig om een inschatting te maken van hoeveel capaciteit dit is. We hebben conservatief ingeschat dat hier jaarlijks ongeveer een halve fte aan capaciteit voor nodig is. De loonkosten hiervoor zijn structureel ongeveer € 46.000. Dit bedrag is structureel opgenomen in de Begroting 2026.

u. Motie versnelling woningbouw binnen kaders Het laten vervallen van de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit bouwen in geval van woningbouw en het vervangen ervan door een meldings- of informatieplicht is juridisch-technisch mogelijk. Deze vergunningplicht is nu geregeld in de bruidsschatregels die deel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Als gemeente gaan we over deze regels. In de tweede helft van 2025 brengen we in beeld wat de (organisatorische) consequenties hiervan zijn. Bijvoorbeeld de impact op legesinkomsten en een mogelijke toe- en afname van capaciteit op diverse afdelingen. Ook moeten we bezien of ook andere activiteiten vergunningsvrij zouden moeten worden gemaakt. Daarnaast denken we eraan de markt (lees: bouwers) hierover te bevragen. Binnen SPRONG, een project van 19 Brabantse gemeenten en de provincie, zullen we nagaan hoe andere gemeenten hiermee omgaan. In het transitieplan Omgevingsplan, dat op dit moment wordt voorbereid en naar verwachting eind van dit jaar wordt voorgelegd aan de raad, wordt voorgesteld om als eerste het omgevingsplan voor woonwijken vorm te geven. Als definitief besloten wordt om de omgevingsplanactiviteit bouwen voor woningen vergunningsvrij te maken en voortaan onder een meldings- of informatieplicht te laten vallen, kan dit voor dit gebied als eerste planologisch verwerkt worden.

Het is op dit moment nog niet mogelijk om de financiële gevolgen in te schatten zodoende is dit nog p.m. opgenomen.

v. Motie Nominale ontwikkelingen GR’en Een groot deel van de begrotingen 2026 van de GR’en waren reeds vastgesteld. De gemeentelijke bijdrage aan deze GR’en is opgenomen conform de vastgestelde begrotingen.

w. Motie een stap vooruit voor de sociale woningbouw Na het aannemen van de motie zijn wij voortvarend aan de slag gegaan met het onderzoeken waarom er onvoldoende sociale woningbouw wordt ontwikkeld. In onze optiek is het essentieel om eerst helder te krijgen waar het knelpunt precies zit, voordat we kunnen bepalen welke maatregelen effectief zouden zijn. De motie noemt echter enkel maatregelen, zonder in te gaan op het onderliggende probleem. Helaas is gebleken dat we op korte termijn nog geen duidelijkheid kunnen geven over de oorzaak, en daarmee ook niet over mogelijke oplossingen. Zodoende is dit p.m. opgenomen.

x. Motie verhogen Grens Individuele Inkomenstoeslag (IIT) De meerkosten voor het uitvoeren van de motie bedragen € 434.000 per jaar. Dit bedrag is inclusief kosten voorzieningen en kosten uitvoering Baanbrekers. Dit bedrag is gebaseerd op 100% bereik van de doelgroep. Uitgaan van een bereik van 100% is niet realistisch. Het landelijk bereik ligt op 45-50%, in Waalwijk ligt het bereik op 48%. De komende periode willen inzetten om het gebruik van voorzieningen te verbeteren. Daarom is gekozen voor “ambitieus” percentage van 75%. Dit is een bedrag van afgerond € 326.000.

y. Motie OZB areaal woningen Op 11 september 2025 is de motie OZB areaal aangenomen. Middels de eerste begrotingswijziging wordt de OZB verhoging voor woningen i.v.m. areaaluitbreiding gecorrigeerd met € 284.000. De correctie van de areaaluitbreiding leidt zodoende niet tot hogere OZB lasten voor woningen.

z. Terugdraaien ombuiging structureel inzetten algemene reserve In de Kadernota 2026 zijn we uitgegaan van een structurele onttrekking uit de Algemene Reserve om het begrotingssaldo structureel sluitend te krijgen. Het gaat om een bedrag van € 420.000 in 2026 oplopend tot € 1.140.000 in 2029. In afwijking van de kadernota stellen we in de begroting voor om de ombuiging te schrappen. Deze ombuiging is voor 2026 en 2027 vooralsnog niet nodig, maar dit blijft een maatregel die in de ogen van het college op een later moment ingezet kan worden om tot een sluitend meerjarenperspectief te komen. Daarnaast sturen we nog niet op het sluitend maken van 2029. Dit is niet alleen in lijn met het VNG-advies, maar sluit ook aan bij onze eigen overtuiging dat het maken van pijnlijke keuzes, zoals het snijden in voorzieningen, niet makkelijk terug te draaien is. Afbreken gaat immers sneller dan weer opbouwen.

Amendement OZB-belasting Tijdens het kaderstellend debat op 3 juli 2025 is het amendement OZB-belasting aangenomen. De voorgestelde extra OZB verhoging van 5% is conform amendement niet doorgevoerd in de Begroting 2026. Dit is reeds verwerkt in de primaire raming en maakt zodoende geen onderdeel uit van de eerste begrotingswijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16045936/1