Bijlage 2 Oplegnotitie - Waalwijk stadscentrum - Stedenbouwkundig Masterplan
Tekst van het document
Oplegnotitie Waalwijk stadscentrum - Stedenbouwkundig Masterplan Aanleiding De binnenstad: van strategisch belang. Om als Waalwijk een attractieve (woon)stad te blijven in de toekomst, is het van belang om de voorzieningen en werkgelegenheid in stand te houden, voldoende woningen te bieden aan verschillende doelgroepen van jong tot oud en een goede bereikbaarheid te waarborgen. Een aantrekkelijke binnenstad met goede (centrale) voorzieningen is een belangrijke onderdeel hierin en vormt de benodigde basis om door te kunnen groeien. De binnenstad als maatschappelijk en economisch hart van de stad vraagt om voldoende draagvlak (consumenten) om (binnen)stedelijke functies als een theater en winkelstraat op de lange termijn te handhaven en/of te versterken. Een aantrekkelijke binnenstad en groei kunnen elkaar daarin stimuleren. In het stadscentrum kan door functiemix van wonen, winkels en bedrijven een stedelijk woon- en leefmilieu ontstaan, aanvullend op bestaande milieus in Waalwijk zoals dorps en suburbaan. Een stedelijk woon- en leefmilieu is aantrekkelijk voor jongeren en sluit goed aan op de verstedelijkingsstrategie van Brabant en de vertaling daarvan in de twee stedelijke regio’s waar Waalwijk in participeert: Breda-Tilburg en ’s-Hertogenbosch.
De leidende (ontwerp)principes en interventies uit de strategie en van de stedelijke regio’s vertalen we naar de ontwikkelingen in het stadscentrum. In een motie van 12 november 2020 is gevraagd om een concretisering van deze ambities voor stedelijk leven en wonen in het centrumgebied. In 2017 heeft de raad de centrumvisie vastgesteld. Deze biedt een heldere ruimtelijkfunctionele kijk op het centrumgebied. Op basis van de centrumvisie zijn al verschillende ontwikkelingen in gang gezet in het centrum. Daarnaast zijn ook diverse initiatieven van externe partijen zoals in de periferie van het centrum de transformaties van de Gedempte Haven en de locatiestudie voor een hoogwaardig openbaarvervoersknooppunt. Al deze ontwikkelingen werken op elkaar in en moeten integraal worden beantwoord. Om de ambities concreet te maken waarbij tevens aandacht is voor een toekomstgerichte infrastructuur/mobiliteit, meervoudig ruimtegebruik en klimaatadaptief (door/her)ontwikkelen is samen met Palmbout Urban Landscapes gewerkt aan een Stedenbouwkundig Masterplan voor het stadscentrum Waalwijk (hierna: Masterplan stadscentrum).
Doelen Masterplan stadscentrum: van visie naar plan(nen) Doel 1. Het Masterplan stadscentrum legt verbanden tussen de rijdende treinen van kleine en grote transformatieprojecten en ontwikkelingen in aangrenzende gebieden, die daar ruimtelijk en beleidsmatig een relatie mee hebben of gaan krijgen. De centrumvisie is alweer vier jaar geleden vastgesteld en heeft in 2020 nog een addendum gekregen. De planvorming van enkele projecten is al ingezet op basis van de centrumvisie en heeft parallel gelopen aan het opstellen van het Masterplan stadscentrum. Het is gezien de grote opgave niet wenselijk om alle planvorming twee jaar in de pauzestand zetten om een masterplan op te stellen. In het planvormingsproces van enkele projecten heeft daarom al afstemming plaatsgevonden met het Masterplan stadscentrum. De grote ruimtelijke projecten die hieruit volgen zijn onder andere:
• • •
De transformatie van de randen van het centrum. Dit gaat om zowel grote projecten als de Gedempte Haven en de kleinere transformaties in de Stationsstraat, Grotestraat en Mr. Van Coothstraat. De (planmatige) herontwikkeling van De Els inclusief het toevoegen van trekker(s) zoals een supermarkt. Het creëren van een aantrekkelijke en klimaatadaptieve openbare ruimte.
Doel 2. Het Masterplan stadscentrum is een (vooral) stedenbouwkundige vertaling van de beleidsdoelen voor wonen, centrumfuncties, mobiliteit en duurzaamheid. Het Masterplan geeft niet alleen kaders voor de concrete ruimtelijke projecten maar ook voor de integrale beleidsafweging op hoofdlijnen. Deze oplegnotitie dient, naast een introductie tot het masterplan, daarom als een beknopte toelichting op de verschillende beleidsambities (zie pagina 4 en verder). Dit zijn complexe vragen met een hoge ambitie. Er is de wens veel woningen te bouwen, maar de ruimte is beperkt en het kwalitatieve ambitieniveau is hoog. Hoe zorgen we in de binnenstad voor betaalbare huisvesting en – ondanks extra bebouwing – voor meer ruimte voor groen en het opvangen van hemelwater? Als er meer mensen komen wonen, leggen mobiliteit, parkeren en verblijven ook extra druk op de beschikbare ruimte en neemt het belang van een kwalitatieve openbare ruimte ook toe. Het Masterplan stadscentrum geeft richting aan de keuzes op welke plekken verdichting plaats kan vinden en hoe (met o.a. meervoudig ruimtegebruik) de beleidsdoelen mogelijk te realiseren zijn.
Resultaat Masterplan stadscentrum: stedenbouwkundig ontwikkelingskader op basis van de bestaande karakteristieken en kwaliteiten. Het document is als volgt opgebouwd:
• • •
Op basis van een (historische) analyse van het centrum van Waalwijk worden allereerst een aantal deelgebieden gedefinieerd met een overeenkomstige stedenbouwkundige karakteristiek. Vervolgens worden de beleidsambities (de zogenaamde ontwerpmotieven) beschreven en concreet gemaakt voor het stadscentrum als geheel. Tenslotte toont het document de ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor het realiseren van de ontwerpmotieven binnen elk van de deelgebieden en -projecten.
Het resultaat is dat er met nieuwe ontwikkelingen bijgedragen wordt aan een herkenbaar en prettig centrummilieu, met oog voor de bestaande kenmerken en de onderlinge samenhang daarin. Het masterplan is tot stand gekomen binnen een context; de binnenstad is geen leeg vel, (externe) partijen zijn volop bezig met planvorming of hebben uitgesproken wensen. Door middel van diverse workshops met zowel de ambtelijke vakdisciplines als relevante vastgoedeigenaren en ontwikkelende partijen, is bij het opstellen van het Masterplan stadscentrum een nauwe integrale samenwerking aangegaan. Hierbij is tevens een goede basis gelegd voor de gezamenlijke nadere uitwerking van het Masterplan in concrete, haalbare plannen.
Advies Masterplan stadscentrum: gebruiken als ontwerp- en inspiratiekader voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van het stadscentrum. Het masterplan is richtinggevend voor de toekomstige ontwikkelingen, maar geen definitieve blauwdruk. Met het formuleren van kaders voor ontwikkelingen die over een lange periode gerealiseerd zullen worden, is er namelijk een evidente onzekerheid dat maatschappelijke en/of economische ontwikkelingen op termijn een wezenlijke invloed op de kaders kunnen gaan hebben. De recente COVID19-pandemie, de oorlog in Oekraïne en de stikstofproblematiek zijn hier voorbeelden van.
Vervolg Masterplan stadscentrum: plannen ontwikkelen binnen een participatieproces. Op basis van het Masterplan stadscentrum kunnen initiatiefnemers plannen verder gaan ontwikkelen. Hierbij moeten zij voldoen aan de reguliere participatieprocedures. Onderdeel daarvan is het in gesprek gaan met omwonenden en overige belanghebbenden van een specifieke ontwikkeling. Ook voor de transformatie van het stadscentrum in bredere zin willen we in gesprek blijven met geïnteresseerden en belanghebbenden. Het voornemen is daarom stadsgesprekken te organiseren onder professionele leiding. Dit naar voorbeeld van de stadsgesprekken die CAST (Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Tilburg e.o.) in Tilburg voert.
Toelichting op de beleidsambities In het Masterplan stadscentrum worden de verschillende ambities per beleidsthema vertaalt naar een ontwerpkader per deelgebied en -project. De inhoudelijke basis voor het Masterplan volgt daarom uit de eerder geformuleerde ambities voor de volgende relevante beleidsthema’s:
• • • •
Wonen, Centrumfuncties, Mobiliteit, Duurzaamheid.
Op de hierna volgende pagina’s wordt per thema een samenvatting gegeven van de ambities.
Ambities per thema: Wonen De gewenste schaalsprong naar 55.000 inwoners betekent dat we zeker ook moeten kijken naar mogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied. Daarbij liggen er onder andere kansen in het centrum van Waalwijk. Daar zien we immers grote transformatieopgave en dus ook transformatiekans. Kijken we naar het centrum dan springt dit gebied er qua dichtheid op dit moment niet bijzonder uit. Bij het CBS wordt bijvoorbeeld gekeken naar omgevingsadressendichtheid 1 (OAD). We zien daar dat Antoniusparochie de hoogste OAD heeft, gevolgd door het centrum van Waalwijk en daarna door Laageinde. Ook als we kijken naar de Floor Space Index2 van de stad Waalwijk en Landgoed Driessen zien we dat het centrum er niet erg uitspringt. Dat er daarmee ruimte is in het centrum van Waalwijk om een grote rol te spelen in de verstedelijkingsopgave van de gemeente, is evident. Woningbouwaantallen Een intensivering van het ruimtegebruik in het centrum zal voor een groot deel neerkomen op het toevoegen van woningen. Wonen is immers nog een duidelijke ruimtevrager, waar andere functies op korte of lange termijn mogelijk minder vierkante meters nodig hebben. Omdat het over forse gebiedsopgaven gaat, gaat het ook over het toevoegen van forse woningbouwaantallen.
Een doorrekening van alle plannen is nog niet volledig te maken, maar een eerste inschatting komt uit op zo’n 800 tot 1.000 woningen die in het totale centrumgebied toegevoegd worden. We gaan daarbij uit van de locaties die specifiek in de studie van Palmbout aan bod komen, maar ook van kleinere transformaties die bijna wekelijks bij de gemeente aangevraagd worden.
1
De omgevingsadressendichtheid (OAD) van een buurt, wijk of gemeente is het gemiddeld aantal adressen per vierkante kilometer binnen een cirkel met een straal van één kilometer op 1 januari. Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de OAD vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied. De adressen zijn afkomstig uit het Geografisch Basisregister van het betreffende jaar (definitieve versie). Dit register bevat alle adressen van Nederland die zijn voorzien van een postcode, gemeentecode en wijk- en buurtcode. 2
De FSI is de verhouding tussen de totale bruto vloeroppervlakte (BVO) van een gebouw en de bijbehorende terreinoppervlakte. De ondergrondse vloeroppervlakte en de vloeroppervlakte op bovenliggende verdiepingen worden dus ook meegenomen. Als een terrein helemaal wordt bebouwd met 1 bouwlaag is de FSI dus 1. Als een terrein voor de helft wordt bebouwd, maar met 2 bouwlagen is de FSI ook 1.
Als we al deze woningen op korte termijn zouden gaan toevoegen aan het centrum, dan zou dat niet passen binnen de huidige provinciale prognoses en daarmee binnen de ladder voor duurzame verstedelijking. De woningbouwprognoses worden echter iedere 3 à 4 jaar herzien. Via de inbreng in de verstedelijkingsakkoorden werken we hard aan het vergroten van de mogelijkheden om woningen toe te kunnen voegen aan onze woningvoorraad. Door het college is reeds een duidelijke keuze gemaakt om niet op de rem te trappen als het gaat om het voorbereiden van woningbouwplannen in de gehele gemeente. Dit zou immers kunnen betekenen dat als er in de toekomst meer ruimte komt voor woningbouw, we op dat moment een inhaalslag moeten maken, omdat we in de tussentijd plannen stil hebben gelegd. Daarom is er gekozen om wel voortvarend woningbouwplannen voor te bereiden zowel binnen als buiten bestaand stedelijk gebied en hierbij aanvaarden we het risico dat locaties wel voorbereid worden, maar later of niet tot uitvoering komen. Tegelijkertijd is het ook evident dat we niet alle locaties tegelijkertijd op kunnen pakken in het centrum. Voor de leefbaarheid in het centrum is prioritering van de grotere projecten van belang. Dat geeft ook de ruimte om een aantal locaties op te pakken op een moment dat daar ook vanuit woningbouwprognoses en -afspraken ruimte toe is.
Doelgroepen, woonmilieus, prijsklassen en woningtypen In de Centrumvisie (2017 en addendum 2020) was reeds geconstateerd dat het centrum van Waalwijk een wijk is met een relatief oude bevolking. Samen met de wijk Meerdijk spant het centrum de kroon als het gaat om het aandeel mensen van 65 jaar of ouder 3. In de Centrumvisie is dus een duidelijke koers gekozen om ons in het centrum te richten op jongere inwoners. De woonmilieus in de binnenstad en de levendige stadswijken die direct aan de binnenstad grenzen, passen uitermate goed bij starters en jonge gezinnen. Naar de toekomst toe zien we ook nog een vraag voor het wonen in de binnenstad. Het woonmilieu levendige stadswijk is er op dit moment slechts heel beperkt in de stad Waalwijk, dus ook daar zien we mogelijkheden naar de toekomst toe. Tegelijkertijd moeten we ons beseffen dat het centrum en de rand van het centrum ook gewilde gebieden zijn onder senioren. We richten ons weliswaar op jongere inwoners, maar we zorgen dat het woningaanbod ook aansluit bij de wensen van senioren, zodat de woningen voor een brede doelgroep inzetbaar zijn. Als we ons meer willen richten op jonge huishoudens dan brengt dat een iets andere woningvraag met zich mee, waarbij met name betaalbaarheid een belangrijke factor is en tegelijkertijd de grootste uitdaging vormt.
Het bouwen van nieuwe woningen in betaalbare prijsklassen is in de huidige woningmarkt een bijzonder grote uitdaging. We zullen in het centrum nadrukkelijk moeten kijken op welke manier (en met welke maatregelen) we dit kunnen realiseren, zonder daarbij afbreuk te doen aan de kwaliteit van woningen. De woningen die we realiseren, staan er immers over 30 tot 40 jaar nog en moeten ook dan geschikt zijn voor de huishoudens in onze gemeente. Uit het onderzoek naar schaarste dat door de Stec-groep is uitgevoerd (2021) zien we schaarste op de woningmarkt zowel in de goedkope sector als in de dure sector. Dit biedt de ruimte om naast toevoegingen in de goedkope sector (sociale huur, lage middenhuur en goedkope koop) ook voor een (weliswaar kleiner) deel duurdere woningen toe te voegen in het centrum. Het aandeel particuliere huur ligt relatief hoog in het centrumgebied. Dit 3
In Meerdijk en het centrum is 32 – 33% van de inwoners 65 jaar of ouder. Het gemiddelde in de stad Waalwijk ligt op bijna 23%.
is voor een dergelijk gebied niet uitzonderlijk, maar dit betekent wel dat we in de nabije toekomst zullen bezien op welke manier we de koopwoningen in het centrum ook daadwerkelijk kunnen behouden binnen de koopsector. Een verdichting in het centrumgebied en in de randen daar omheen, betekent ook een flinke toevoeging van appartementen. Kijken we hoog over naar het woningbouwprogramma voor de komende 10 jaar, dan zien we dit vanzelfsprekend terug in de cijfers. De appartementen zien we daarbij vooral in grote aantallen in de stad Waalwijk landen en in kleinere aantallen in Sprang-Capelle en Waspik. In de wijken Akkerlanen en Driessen voegen we met name eengezinswoningen toe. Tegelijkertijd moeten we dit afzetten tegen de bestaande woningvoorraad, de huishoudenssamenstelling in de toekomst en de woonwensen van inwoners. De huidige woningvoorraad in de gemeente Waalwijk bestaat voor ca. 76% uit eengezinswoningen. In de stad Waalwijk ligt dat percentage rond de 70%. Kijken we naar de huishoudenssamenstelling in de toekomst, dan zien we veruit de grootste groei in het aantal 1- en 2-persoonshuishoudens. Dat betekent dat de vraag naar kleinere woningtypen zal toenemen. Dit blijkt ook uit het kwalitatief woningbehoefteonderzoek (2018).
Daarin zien we overduidelijk de vraag naar nultredenwoningen terug, die voor een groot deel bestaat uit appartementen die met een lift te bereiken zijn. De toevoeging van appartementen sluit dus vooralsnog aan bij de trends die we zien en de wensen van onze inwoners. In 2022 voeren we een regionale woningmarktanalyse uit. Dit is tevens een actualisering van het woningbehoefteonderzoek uit 2018. De resultaten uit dit onderzoek houden we dan vanzelfsprekend ook aan tegen de ontwikkelingen die we in het centrum voor ogen hebben.
Ambities per thema: Centrumfuncties Het centrum waar je komt om te winkelen moet transformeren naar een plek waar wonen, werken, ontmoeten, recreëren én winkelen hand in hand gaan; van een ‘place to buy’ naar een ‘place to be’. Om daaraan richting te geven heeft de raad in 2017 de centrumvisie vastgesteld. Die schetst beleidslijnen aan de hand van vier centrale thema’s:
1. 2. 3. 4.
Versterking van de structuur; Versterking van de ontmoetings-en verblijfsfunctie; DNA uitbreiden en zichtbaarder maken; Verbetering samenwerking tussen stakeholders.
Versterking van de (boodschappen)structuur Van een centrum met uitgestrekte winkelstraten naar een compact (winkel)rondje waar publieksgerichte voorzieningen een heldere structuur vormen. Een compact- in het kaartje roze gekleurd - rondje. De groene gebieden zijn een gemengd milieu, waar functies elkaar afwisselen. In het gele gebied ligt de nadruk op wonen.
In de eerste plaats wordt gewerkt aan het toevoegen van een dagelijkse trekker. Bij voorkeur een grote supermarkt of andere formule gericht op frequent bezoek. Een supermarkt trekt elke dag grote aantallen bezoekers, waar andere winkels en functies in het centrum van profiteren. De detailhandelsvisie biedt hiervoor de basis. Verder wordt ingezet op versterken van het rondje. Als de trekker in De Els met een uitnodigend front aan of dichtbij de noordtak wordt ontwikkeld, krijgt het winkelrondje (richting de Grotestraat) een substantiële impuls. Tenslotte wordt ook zo veel mogelijk (structurele) leegstand herontwikkeld om overbodige meters uit de markt te nemen. Aan de randen van het centrum worden leegstaande panden omgebouwd tot woningen of andere functies. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Er komen broodnodige nieuwe woningen bij en de functiemix biedt een bredere belevingswaarde. Versterking van de ontmoetings-en verblijfsfunctie De eerste stap is het vergroten van de mogelijkheden voor horeca en terrassen. Met name voor dag – en avondhoreca op het Raadhuisplein en de Markt. Dat doen we ook door het versterken van de belevingswaarde van de openbare ruimte met meer groen en aandacht voor de verblijfsfunctie. Groen toevoegen in de versteende binnenstad is ook een belangrijke stap in de klimaatambities. Tegelijk werken we aan een andere functiemix.
Het centrum is traditioneel sterk gericht op detailhandel. Toevoegen van andere functies, bijvoorbeeld op cultureel en maatschappelijk vlak, brengt meer diversiteit. Hierdoor trek je ook andere doelgroepen naar de stad en blijven mensen langer in de stad. DNA uitbreiden en zichtbaarder maken Het DNA van Waalwijk, de historie op het gebied van schoenen, leer en mode, maken we zichtbaar om de identiteit en het onderscheidend vermogen het centrum te versterken. De opening van het museum in 2022 is hier een belangrijke aanjager voor. Verder worden aan de branche gerelateerde bedrijven gestimuleerd om zich in de binnenstad te vestigen. Ook in ons openbaar gebied maken we de historie zichtbaar. Versterking samenwerking stakeholders Om in de centrumvisie beschreven ambities waar te maken is een goede samenwerking met stakeholders in het centrum essentieel. Bij voorkeur verenigd in een sterke organisatie met voldoende financiële slagkracht. Door de invoering van de bedrijven investeringszone (BIZ) per 1 januari 2022 is hier voor de komende vijf jaar invulling aan gegeven.
Ambities per thema: Mobiliteit Een nieuw mobiliteitssysteem De kwaliteitssprong van de huidige Waalwijkse binnenstad naar een stedelijk netwerk vraagt om een nieuwe visie op mobiliteit. Een nieuw mobiliteitssysteem dat meegroeit met de veranderingen in het centrum. Dat geen belemmering vormt in de groei van de stad en haar economie, dat de gezondheid van mens en omgeving bevordert en zorgt dat iedereen kan meedoen. We moeten een nieuwe weg inslaan met onze mobiliteit. Hiervoor moeten we stevige (beleids)keuzes maken, onder andere door in te zetten op andere vormen van mobiliteit. Dit sluit aan bij de Mobiliteitsvisie Waalwijk 2030 zoals in 2021 door de gemeenteraad is aangenomen. Stappen en trappen eerst! Waar de auto in Waalwijk van oudsher een prominente plek in het straatbeeld heeft, geven we vanuit de nieuwe visie ruim baan aan actieve mobiliteit. De ruimte voor de auto wordt teruggedrongen om plaats te maken voor de fietser en voetganger. Dit worden de belangrijkste manieren van verplaatsen in het centrum van Waalwijk. Doordat lopen en fietsen minder ruimte innemen dan de auto ontstaat er ook meer ruimte voor andere opgaven zoals groen en klimaatadaptatie. Om dit voor elkaar te krijgen moeten we een nieuw mobiliteitssysteem ontwikkelen dat uitnodigt om te gaan fietsen en lopen.
Dit betekent aantrekkelijke looproutes die de groene gebieden in het centrum met elkaar verbinden. Looproutes waar de zintuigen worden geprikkeld. En aantrekkelijke, directe en comfortabele fietsroutes door en van de wijken naar de binnenstad en de grootschalige werkgebieden. De doorontwikkelde binnenstad is kwalitatief hoogwaardig met een samenhangend netwerk van loop- en fietsroutes waar je prettig kunt lopen en fietsen zonder last te hebben van obstakels en barrières en op je hoede te moeten zijn voor autoverkeer. Waar je de fiets gemakkelijk, veilig en dicht bij de bestemming kunt stallen. Goed voor de gezondheid én sociale cohesie, immers is een aantrekkelijke openbare ruimte ook een ontmoetingsplek voor mensen. OV en mobiliteitshubs Als tweede geven we meer aandacht aan het openbaar vervoer. Waalwijk ligt niet aan het spoor en het huidige OV-aanbod is beperkt. Mede daardoor is de auto-afhankelijkheid in onze gemeente hoog. Om onze binnenstad te verbinden met andere gebieden in het stedelijk netwerk moeten we investeren in beter OV. Dat wil zeggen: bereikbaarheid van OV verbeteren, lijnen versnellen en de betrouwbaarheid vergroten. Het busstation functioneert als in- en uitstaphalte, maar moet ook een betekenisvolle plek in de stad zijn. Een plek die inwoners en bezoekers goed kunnen bereiken, die herkenbaar is en een zekere gastvrijheid uitstraalt.
De omgeving van het busstation kan als onderdeel van de binnenstad, een plek zijn voor ontmoeting en verblijven. Door duidelijke en aantrekkelijke loop- en fietsverbindingen met het centrum, de werkgebieden en de woonwijken te creëren ontstaat een integrale, stedelijke interactiezone. Naast deze primaire mobiliteitshub voegen we een aantal buurthubs toe. Dit zijn hubs om voor- en natransport te faciliteren. Op deze locaties vind je goede parkeervoorzieningen voor de fiets en kun je gebruik maken van allerlei soorten duurzaam deelvervoer, zoals elektrische steps, scooters en auto’s. MaaS (mobility as a service) moet het gebruik gaan vergemakkelijken en stimuleren.
Privéauto en flankerend beleid Een mobiliteitstransitie van vooral auto naar meer lopen, fiets en OV is alleen mogelijk met (integraal) flankerend beleid. Slim parkeerbeleid, met een sterke sturing op welke doelgroep waar parkeert, zal bijdragen aan de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. De te hanteren parkeernormen voor nieuwe woningbouw ontwikkelingen kunnen naar beneden, dat vraagt echter wel extra inzet op de hierboven beschreven actieve mobiliteit en openbaar vervoer en daarnaast een actieve sturing op deelmobiliteit. Ook zullen bewoners van nieuwe ontwikkelingen die geen parkeerruimte op eigen terrein kunnen realiseren, geen parkeervergunning in de openbare ruimte krijgen. De uitwerking hiervan vindt plaats in het nieuwe mobiliteitsplan, welke eind 2022 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Door ons primair te richten op stappen en trappen, secundair op OV en mobiliteitshubs en als gevolg daarvan minder op de privéauto, zorgen we voor een bereikbare, leefbare, gezonde en economisch vitale (binnen)stad.
Ambities per thema: Duurzaamheid De verandering van het klimaat en de gevolgen daarvan zijn urgente problemen en vragen om ambitieus en daadkrachtig ingrijpen. De transformaties in het stadscentrum bieden kansen om duurzame ambities te verwezenlijken. In de strategische Visie ‘Samen werken aan de toekomst’ Waalwijk 2025 is het thema Duurzaamheid de “groene” draad. We willen klimaatneutraal zijn in 2043 en in 2030, dus al over acht jaar, halverwege op koers zijn. Om dit te bereiken zijn er drie hoofdthema’s benoemd: Energie De ambitie van Waalwijk is CO2 arm te worden en de energie die we verbruiken duurzaam op te wekken. Concreet betekent dit dat we ernaar streven dat onze CO2-uitstoot met 49% is beperkt in 2030 ten opzichte van het niveau van 1990 en in 2043 onze CO2-uitstoot nagenoeg nul is. Een groot deel van de CO2-reductie bereiken we door energie te besparen en de energie die we nog nodig hebben duurzaam op te wekken. In 2030 hebben we 50% van ons energieverbruik duurzaam opgewekt en een besparing gerealiseerd van 15%. In 2030 zijn de eerste wijken op een duurzame manier verwarmd. Op stedenbouwkundig niveau stuurt het Masterplan stadscentrum op een bundeling en verdichting van diverse functies (wonen, werken, verkeer en recreëren) binnen een beperkt gebied.
Dit is voor de nadere uitwerking in diverse plannen een goede basis voor het beperken van de energievraag en het realiseren van gedeelde energie- en mobiliteitsvoorzieningen.. Water en groen In 2030 hebben we een 10% toename van groen in de woonomgeving gerealiseerd en de biodiversiteit met 5% vergroot t.o.v. 2019. Daar waar mogelijk wordt waterberging geïntegreerd in groen. We streven ernaar dat iedere inwoner binnen 300 meter een toegankelijke groenvoorziening heeft. De ambitie is dat Waalwijk in 2030 de meest urgente stappen uit de stresstest van 2019 uitgevoerd heeft en dat nieuwe ruimtelijke plannen klimaatbestendig worden gerealiseerd. Binnen het Masterplan stadscentrum wordt aangegeven waar vergroening mogelijk is en hoe dit binnen een samenhangend wandelnetwerk beter bereikbaar wordt gemaakt.
Duurzame consumptie en productie In 2043 hebben we een circulaire economie en de overgang naar schone en slimme vervoerwijzen gefaciliteerd. Tevens hebben we een schone leefomgeving gecreëerd en het maatschappelijk verantwoord ondernemen verder uitgebouwd. We hebben geen zwerfafval meer, verspillen geen voedsel en al onze materialen en gebouwen komen uit en keren terug in gezonde kringlopen. Ons afval dient als bouwsteen voor een volgend leven. Recycling en hergebruik van al onze afvalstromen vinden vooral lokaal en/of regionaal plaats. Dit stimuleert de lokale en regionale economie met sociale werkgelegenheid en vergroot de zichtbaarheid en bewustwording van een circulaire economie. We vervoeren ons zonder fossiele brandstoffen te gebruiken. In de plannen voor het stadscentrum sturen we daarom in het Masterplan op het beter faciliteren in loop- en fietsvoorzieningen. Voor de inrichting van de openbare ruimte geven we waar mogelijk prioriteit aan de verblijfsfunctie ten opzichte van ruimte voor gemotoriseerd verkeer. Sociaal In de Centrumvisie (2017 en addendum 2020) was reeds geconstateerd dat het centrum van Waalwijk een wijk is met een relatief oude bevolking. In de Centrumvisie is dus een duidelijke koers gekozen om ons in het centrum te richten op jongere inwoners.
De woonmilieus in de binnenstad en de levendige stadswijken die direct aan de binnenstad grenzen, passen uitermate goed bij starters en jonge gezinnen. Naar de toekomst toe zien we ook nog een vraag voor het wonen in de binnenstad. Tegelijkertijd moeten we ons beseffen dat het centrum en de rand van het centrum ook gewilde gebieden zijn onder senioren. We richten ons weliswaar op jongere inwoners, maar we zorgen dat het woningaanbod ook aansluit bij de wensen van senioren, zodat de woningen voor een brede doelgroep inzetbaar zijn. Door de openbare ruimte daarnaast in te richten als verblijfsplek en aantrekkelijke voorzieningen te behouden, faciliteren we de gelegenheid waarbij jong en oud elkaar meer kunnen ontmoeten. De gevelwanden worden zodanig gesitueerd en ontworpen dat de sociale veiligheid daarbij geborgd is.