CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Notitie milieuafweging v.h. voorkeursalternatief

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Concept Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie9.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

voor transport van gas in de oostelijke plaatsingszone. Buisleidingbeheerders staan niet toe om zonnevelden te ontwikkelen in de belemmeringstrook van buisleidingen. Dit is een strook van 5 m aan beide kanten van een buisleiding. Deze afstand wordt aangehouden om corrosie van leidingen te voorkomen door zwerfspanningen. Dit is eenvoudig te mitigeren door niet in de 5 m zone te ontwikkelen. Dit wordt gezien als inpassingsvraagstuk, maar is voor het VKA dus wel als sterk negatief beoordeeld.

28 | 31

Witteveen+Bos | 130946/23-008.435 | Definitief

De overige negatief beoordeelde milieueffecten zijn naar verwachting te mitigeren of te beperken met de juiste inpassingsmaatregelen De negatieve beoordeling volgt veelal uit het feit dat op voorhand negatieve effecten niet zijn uit te sluiten en dat nader onderzoek nodig is en het geldt als aandachtspunt. Het VKA voor zonne-energie is een samenvoeging van beide in het planMER onderzochte alternatieven. De milieueffecten van het VKA zijn hiermee ook een opsomming van de milieueffecten van de beschreven alternatieven. In relatie tot de alternatieven zijn de milieueffecten groter, omdat de oppervlakte van het onderzochte gebied ook toeneemt. In de praktijk zijn de milieueffecten met inpassing goed te mitigeren, en zijn er geen concrete risico’s voor de haalbaarheid van zonne-energie geïdentificeerd. Het VKA voor zonneenergie sluit goed aan bij de doelstelling voor duurzame opwek in de gemeente Waalwijk.

29 | 31

Witteveen+Bos | 130946/23-008.435 | Definitief

4 AANDACHTSPUNTEN EN LEEMTEN IN KENNIS Vergelijkend met de alternatieven uit het planMER kent het VKA minder sterk negatieve milieueffecten. Hierdoor is de verwachting dat het VKA uitvoerbaar is. Desondanks zijn er een aantal aandachtspunten die in dit hoofdstuk aangegeven worden. Effecten op Natura 2000 In het planMER zijn sterk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden niet uitgesloten door mogelijke stikstofdepositie in de aanlegfase. Als in een planMER significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden, is het noodzakelijk om een Passende Beoordeling uit te voeren. In deze beoordeling wordt de huidige staat van Natura 2000-gebieden verkend, worden mogelijke effecten doorgerekend en wordt bekeken of mitigatie een rol kan spelen in het verminderen van de significantie van de effecten. Als de beoordeling niet verandert door nader onderzoek, kan een Wnb-vergunning alleen verkregen worden via een ADC-toets. In deze toets moet geconcludeerd worden dat er redelijkerwijs geen betere alternatieven zijn (A, de basis hiervoor ligt in het planMER), dat er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang (D), en dat de nodige compensatiemaatregelen worden getroffen om de algehele samenhang van Natura 2000-gebieden te behouden (C).

Omdat er op dit moment nog geen sprake is van concrete opstellingsvarianten (uitwerking op projectniveau) voor windturbines en zonnevelden is een Passende Beoordeling nog niet uitgevoerd. Als blijkt dat stikstofdepositie plaatsvindt en deze zorgt voor negatieve effecten is een Passende Beoordeling noodzakelijk. Effecten op Natuurnetwerk Brabant De meest oostelijke plaatsingszone voor windenergie kent mogelijk overdraai boven NNB. Op projectniveau dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op de kernkwaliteiten van NNB. Indien blijkt dat negatieve effecten niet zijn uitgesloten zal een ontheffing aangevraagd kunnen worden. De provincie Noord-Brabant is hiervoor het bevoegd gezag. Effecten op leefomgeving en gezondheid De sterk negatieve effecten op gezondheid door slagschaduw en geluidsbelasting zijn beiden te mitigeren, onder andere door het toepassen van geluidsreducerende maatregelen en een stilstandvoorziening. Hiermee wordt de hinder voor de omgeving verminderd. Op projectniveau dient nader onderzoek plaats te vinden naar de specifieke effecten. De effecten zijn afhankelijk van het specifieke windturbinetype dat wordt gerealiseerd. Door de ligging van de plaatsingszones op relatief grote afstand van grotere bebouwingsconcentraties en stedelijk gebied zijn de effecten naar verwachting beperkt.

Vanuit de zonnevelden zijn de effecten van geluidhinder eenvoudig te mitigeren door voldoende afstand aan te houden tot omliggende woningen. Voor de windturbines is het van belang dat de gemeente Waalwijk in haar beleid richtlijnen zal opnemen ten aanzien van de maximale geluidsproductie van de mogelijke windturbines. Op dit moment is nog geen duidelijkheid over de normen. De verwachting is wel dat de effecten te mitigeren zijn en daarmee het VKA voor windturbines uitvoerbaar is. Effecten op overige risicobronnen De meeste adviesafstanden voor overige risicobronnen zijn gewaarborgd bij het definiëren van het VKA voor windenergie. Dit geldt niet voor de adviesafstanden voor hoogspanningslijn van TenneT. Door middel van

30 | 31

Witteveen+Bos | 130946/23-008.435 | Definitief

risicoberekeningen moet aangetoond worden of dit een risico oplevert voor de hoogspanningslijn die in oost-west richting door het gebied loopt. Onder de oostelijke plaatsingszone voor zonnevelden ligt een ondergrondse buisleiding van Vermilion Oil & Gas Netherlands B.V. voor transport van gas. Buisleidingbeheerders staan niet toe om zonnevelden te ontwikkelen in de belemmeringstrook van buisleidingen. Dit is een strook van 5 m aan beide kanten van een buisleiding. Deze afstand wordt aangehouden om corrosie van leidingen te voorkomen door zwerfspanningen. Voor zonne-energie geldt daarom een potentieel veiligheidsrisico rondom de buisleiding voor gastransport. Dit wordt gezien als inpassingsvraagstuk, waarbij het zonneveld in de betreffende plaatsingszone dusdanig kan worden ontworpen dat de belemmeringstrook wordt vermeden. Overige aandachtspunten voor vergunningaanvraag Het VKA wordt gezien als haalbaar. Desondanks bestaan er, naast voorgenoemde aandachtspunten, nog een aantal aandachtspunten voor een vergunningsaanvraag. Hierbij is onderscheid te maken tussen windturbines en zonnevelden. Voor de ontwikkeling van windturbines in de plaatsingszones is naar verwachting een projectMER nodig. Hierbij dient binnen de plaatsingszones een nader onderzoek plaats te vinden naar de effecten van specifieke opstellingsvarianten.

Hierbij volgen onderzoeken met een groter detailniveau dan dit planMER. Het gaat hierbij in ieder geval, aanvullend aan de eerdergenoemde aandachtspunten om: - faalkanstoets ten aanzien van de aanwezige waterkeringen; - bepalen benodigde compensatie voor bodembedekking/toebrengen verhard oppervlakte; - veiligheidstoets buisleiding die buiten het VKA ligt, maar mogelijk wel wordt beïnvloed; - onderzoek naar landschappelijke inpassing. Voor zonnevelden is de procedure tot de vergunningaanvraag over het algemeen minder gecompliceerd dan voor windturbines. Desondanks zal ook hiervoor moeten worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, met beschouwing en onderzoek van de milieueffecten die plaats kunnen vinden. Leemten in kennis Hoewel in dit planMER al veel milieuthema’s zijn onderzocht en een goed beeld is ontstaan van de mogelijkheden voor windturbines en zonnevelden in de gemeente Waalwijk, zijn in het planMER ook aannames gedaan. Hierbij ontbreekt nog specifiek onderzoek, wat passend is voor het detail- en schaalniveau van de voorliggende keuzes waarvoor dit planMER is opgesteld. Dit zijn de leemten in kennis. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende aspecten: - in het planMER zijn aannames gedaan voor de beoordeling van het thema landschap, waarbij gedeeltelijk wordt uitgegaan van een geode landschappelijke inpassing.

Hoe dit op projectniveau uitwerkt dient nader onderzocht te worden; - voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid is sprake van onzekerheid ten aanzien van de resultaten van het landelijke planMER voor de windturbinebepalingen voor het Activiteitenbesluit. Dit resulteert in een risico dat de in dit planMER toegepaste normen strenger zullen zijn op het moment dat windturbines worden ontwikkeld. Dit is een leemte in kennis op dit moment; - de wetgeving met betrekking tot stikstof is volop in beweging. Daarnaast zijn er voor dit planMER geen stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd. Dit zorgt dat het planMER geen inzicht geeft in de effecten van stikstofemissie ten gevolge van de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden.

31 | 31

Witteveen+Bos | 130946/23-008.435 | Definitief

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13011617/1