CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bijlagen bij Ruimtelijke Onderbouwing Vier Heultjes 82, SC

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: PAB Vier Heultjes 82 Sprang-Capelle23.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

Vier Heultjes 82, Sprang-Capelle

Inhoudsopgave

Bijlage 1

Overzicht grondoverdracht

4

Bijlage 2

Bijdrage landschappelijke kwaliteit

6

Bijlage 3a

Boomeffectanalyse

8

Bijlage 3b

Bomencompensatie d.m.v. herplant

39

Bijlage 4

Landschappelijke inpassing

41

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

46

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

140

Bijlage 7

Onderzoek externe veiligheid

188

Bijlage 8

Standaardadvies 2023

201

Bijlage 9

Quickscan soortenbescherming

207

Bijlage 10

Berekening stikstofdepositie

269

Bijlage 11

Waterparagraaf

295

Bijlage 12

Verslag omgevingsdialoog

316

2

3

Bijlage 1 Overzicht grondoverdracht

4

101 N 497

N 492

100

81 80

103 N 679

N 493

N 498

102

105 N 531

888.67m2

N 640 N 494

104

107 N 499

N 495

N 1101

106

N 916

74.16m2 16.14m2

109 N 509

N 914 N 496

108

111

385.69m2 N 915

N 642 N 506

110

N 985

113 N 811 N 598

Werk: 112 Hof van Capelle

754.69

N 643

Tekening: 2103 02 versie 2

Omschrijving: 115 Overzicht over te dragen gronden

N 507

N 810

114 Opdrachtgever: Hof van Capelle N 706

Legenda

89

Projectnummer: 2103 01

Over te dragen door HVC aan Verweij Mungra (1274,36m2)

N 516

92

Over te dragen door Verweij Mungra aan HVC (844,99m2)

93

N 515 N 508

Huidige kadastrale grens Nieuwe kadastrale grens

N 528

90

Datum: 117 11-09-2023 116 Tekenaar: S.C.J.A. van de Spijker Schaal: 1:500

N 707

Beyerinckweg 10a, 4251 LP Werkendam tel: 0183-445777 info@cinvento.nl www.cinvento.nl

N 652

Bijlage 2 Bijdrage landschappelijke kwaliteit

6

Bijdrage Landschappelijke Kwaliteit Plan: Vier Heultjes 82 te Sprang-Capelle Kadastrale Percelen: Capelle N 1121, Capelle N 1122, Capelle N 1123, Capelle N1124 Opdrachtgever: Verweij Mungra Vastgoed BV Calculatie Bijdrage:

Bijdrage totaal: 86.495,12

Woning A Invulling Bijdrage, fysieke maatregelen Dubbele Laadpaal Thuisbatterij 5KWH Groen dak Garage Totaal

Bedrag Aantal € 6.866,75 € 6.441,39 € 7.493,55

1 1 1

Totaal € 6.866,75 € 6.441,39 € 7.493,55 € 20.801,69

Bedrag Aantal € 6.866,75 € 6.441,39 € 7.545,71

1 1 1

Totaal € 6.866,75 € 6.441,39 € 7.545,71 € 20.853,85

Bedrag Aantal € 6.866,75 € 6.441,39 € 8.821,32

1 1 1

Totaal € 6.866,75 € 6.441,39 € 8.821,32 € 22.129,46

Bedrag Aantal € 6.866,75 € 6.441,39 € 9.013,87

1 1 1

Totaal € 6.866,75 € 6.441,39 € 9.013,87 € 22.322,01

Bedrag Aantal € 6.866,75 € 6.441,39 -

4 4 4

Totaal € 27.467,00 € 25.765,56 € 32.874,45 € 86.107,01

Woning B Invulling Bijdrage, fysieke maatregelen Dubbele Laadpaal Thuisbatterij 5KWH Groen dak Garage Totaal Woning C Invulling Bijdrage, fysieke maatregelen Dubbele Laadpaal Thuisbatterij 5KWH Groen dak Garage Totaal Woning D Invulling Bijdrage, fysieke maatregelen Dubbele Laadpaal Thuisbatterij 5KWH Groen dak Garage Totaal Totaal Invulling Bijdrage, fysieke maatregelen Dubbele Laadpaal Thuisbatterij 5KWH Groen dak Garage Totaal

Bijlage 3a Boomeffectanalyse

8

Bomen Effect Analyse Vier Heultjes 100 te Sprang-Capelle

Steffen Korstanje-Jacobs 3 maart 2025

Colofon Titel van het rapport Bomen Effect Analyse Vier Heultjes 100 te Sprang-Capelle

Projectnummer AC-25-1035

Opdrachtgever Partners RO T.a.v. mevr. I. de Lange Ceresstraat 13 4811 CA Breda

Opdrachtnemer Arbor Consultancy BV Vroenhoutseweg 26 4703 SJ ROOSENDAAL

Adviseur Steffen Korstanje-Jacobs European Tree Technician E: steffen@arborconsultancy.nl T: 06-16382333

Kwaliteitscontrole Martijn van der Spoel European Tree Technician E: martijn@arborconsultancy.nl T: 06-22 692 485 Pagina 2 van 30

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................ 4

2.

Methode van onderzoek ................................................................................. 5

3.

Locatie .......................................................................................................... 6 3.1 Locatie........................................................................................................................ 6 3.2 Geplande werkzaamheden ....................................................................................... 7

4.

Resultaten ..................................................................................................... 8 4.1 Visuele controle ......................................................................................................... 8 4.2 Bodem- en bewortelingsonderzoek ....................................................................... 10

5.

Conclusie......................................................................................................11 5.1 Conditie, kwaliteit en toekomstverwachting ......................................................... 11 5.2 Bodem en beworteling ............................................................................................ 11 5.3 Knelpunten analyse ................................................................................................. 11

6.

Advies ..........................................................................................................12 6.1 Niet inpasbare bomen ............................................................................................. 12 6.1.1 Boomnummer 1 t/m 8 ......................................................................................... 12 6.1.2 Boomnummer 9 ................................................................................................... 12 6.2 Handhaven bomen .................................................................................................. 12 6.2.1 Boomnummers 10, 11, 12.................................................................................... 13 6.2.2 Boomnummer 13 ................................................................................................. 13 6.2.3 Boomnummer 14 ................................................................................................. 13 6.2.4 Boomnummer 15 ................................................................................................. 13 6.3 Potentieel verplantbare bomen.............................................................................. 13 6.4 Benaderbaarheid bomen ........................................................................................

14 6.5 Puntentelling bomenbeleid .................................................................................... 15 6.6 Opnemen verhardingen en herstraten ................................................................... 16 6.7 Omgang wortels ...................................................................................................... 16 6.8 Ophogen................................................................................................................... 17 6.9 Toezicht houden ...................................................................................................... 17

Bijlagen: Bijlage 1: locatie met boomnummering .................................................................18 Bijlage 2: ontwerptekening ..................................................................................19 Bijlage 3: gegevens boomcontrole ........................................................................20 Bijlage 4: foto’s bodemprofielen ...........................................................................21 Bijlage 5: foto’s proefsleuven ...............................................................................22 Bijlage 6: boombeschermende maatregelen ..........................................................24 Bijlage 7: methode van onderzoek ........................................................................28 Pagina 3 van 30

1. Inleiding In opdracht van Partners RO is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd bij 15 bomen binnen het projectgebied Vier Heultjes 100 te Sprang-Capelle. De opdrachtgever is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en hier nieuwbouw te realiseren in de vorm van 4 woningen. Tevens zal de buitenruimte opnieuw worden ingericht. Doel van het onderzoek is de opdrachtgever te informeren over de vitaliteit, kwaliteit en handhaafbaarheid van de bomen, alsmede de gevolgen van de geplande werkzaamheden en daarnaast de benaderbaarheid van de bomen. Het onderzoek is uitgevoerd op 25 november 2024 door S.L. Korstanje-Jacobs, Consulent Boom en Bodem. Werkzaam bij Arbor Consultancy BV.

Pagina 4 van 30

2. Methode van onderzoek Een uitgebreide beschrijving van de toegepaste onderzoeksmethodiek en een uitleg over de gebruikte parameters is opgenomen in bijlage 7. Onderstaand is een beknopte toelichting gegeven over de methode van onderzoek. Allereerst zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie en mechanische kwaliteit. Wanneer een boom in een goede conditie verkeert, zal deze beter bestand zijn tegen eventuele schades of andere nadelige gevolgen van de werkzaamheden. Om te beoordelen of de boom schade gaat ondervinden van de voorgenomen plannen, is de boom bovengronds onderzocht conform de VTA-methodiek. Aanvullend is door middel van bodem- en wortelonderzoek de groeiplaats onderzocht om de beworteling, samenstelling van de bodem en de grondwaterstand in kaart te brengen. De bovenstaande aspecten vormen de basis voor de beoordeling of en wanneer de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op de kwaliteit voor de boom.

Pagina 5 van 30

3. Locatie 3.1 Locatie De onderzoekslocatie betreft Vier Heultjes 100 te Sprang-Capelle. De projectlocatie is weergegeven op de onderstaande tekening (rood omkadert) en in bijlage 1.

Afbeelding 1: het projectgebied (rood omkadert)

Pagina 6 van 30

3.2 Geplande werkzaamheden De opdrachtgever is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en hier nieuwbouw te realiseren in de vorm van 4 woningen. Tevens zal de buitenruimte opnieuw worden ingericht. De BEA is uitgevoerd aan de hand van onderstaande, aan ons beschikbaar gestelde, ontwerptekening (Vier_Heultjes_82_B-05_03-09-2024). Een grotere weergave is bijgevoegd in bijlage 2.

Afbeelding 2: ontwerptekening

Pagina 7 van 30

4. Resultaten 4.1 Visuele controle Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen visueel beoordeeld op conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting. Het betreft hier een opname van de huidige conditie, kwaliteit en toekomstverwachting, zonder de effecten van de werkzaamheden hierin mee te wegen. Om een goede afweging te kunnen maken is het immers van belang de kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen te kennen. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven. Een volledig overzicht van de visuele controle is opgenomen in bijlage 3. Binnen het project staan 15 bomen van diverse boomsoorten: Conditie: • 6 bomen verkeren in een goede conditie; • 6 bomen verkeren in een redelijke conditie; • 3 bomen verkeren in een matige conditie. Mechanische kwaliteit: • 8 bomen hebben een goede mechanische kwaliteit; • 7 bomen hebben een redelijke mechanische kwaliteit. Toekomstverwachting op basis van gelijkblijvende omstandigheden: • 11 bomen hebben een goede toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de bomen binnen 15 jaar niet wordt verwacht; • 4 bomen hebben een redelijke toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 10 jaar niet wordt verwacht.

Bijzonderheden: • Boomnummer 6 & 14 hebben dood hout in de kroon, dit kan bij breuk leiden tot (letsel)schade; • Boomnummer 1 t/m 3 zijn vrij uitgroeiend; • Boomnummer 9 heeft signalen van kastanjebloedingsziekte; • Boomnummer 5 heeft een plakoksel, zonder verstevigingsgroei; • Boomnummer 12 heeft oppervlakkige beworteling met maaischade.

Pagina 8 van 30

Foto 1: boomnummer 9, lekplekken

Foto 2: boomnummer 5, plakoksel

Foto 3: boomnummer 12, oppervlakkige wortels met maaischade

Pagina 9 van 30

4.2 Bodem- en bewortelingsonderzoek Bij de bomen zijn steekproefsgewijs proefsleuven gegraven en grondboringen verricht. De proefsleuven zijn gegraven om inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, wortelintensiteit en diameter van wortels op de rand van de werkgrens. De boom- en sleufnummering is weergegeven in bijlage 1. De foto’s van de proefsleuven en boringen zijn bijgevoegd in bijlagen 4 & 5. Tabel 1: bodemopbouw en beworteling

Sleuf

Beschrijving bodem

Beschrijving beworteling

1

Boom -nr. 12

0 0-25 25-80 >80 ~120

Gras Matig humushoudend zand Humusarm zand Humusarm grijs zand grondwater

2

13

0 0-20 20-50 >50 ~110

Gras Humushoudend zand Humusarm zand Humusarm grijs zand grondwater

3

9

4

3

0 0-20 >20 ~110 0 0-40 >40 ~90

Gras Humushoudend zand Humusarm grijs zand grondwater Gras Humushoudend zand Humusarm grijs zand grondwater

Matig intensieve beworteling tot circa 5 cm in diameter. De beworteling bevindt zich overwegend oppervlakkig. Vanaf circa 50 cm diepte is de beworteling zeer extensief tot afwezig. Matig intensieve beworteling tot circa 3 cm in diameter. De beworteling bevindt zich overwegend oppervlakkig. Vanaf circa 50 cm diepte is de beworteling zeer extensief tot afwezig. Beworteling kan worden verwacht tot circa 40 cm diepte.

Pagina 10 van 30

Beworteling kan worden verwacht tot circa 60 cm diepte.

5. Conclusie 5.1 Conditie, kwaliteit en toekomstverwachting Geconcludeerd kan worden dat de bomen overwegend in een redelijke (6 stuks) tot goede (6 stuks) conditie verkeren, een redelijke (7 stuks) tot goede (8 stuks) mechanische kwaliteit hebben en hierdoor een redelijke (4 stuks) tot goede (11 stuks) toekomstverwachting hebben. Uitzondering hierop vormen boomnummers 3, 6 & 7. Deze bomen verkeren in een matige conditie en hebben een redelijke toekomstverwachting. Dit houdt in dat uitval niet wordt verwacht binnen 10 jaar.

5.2 Bodem en beworteling De aanwezige bodem is van onvoldoende kwaliteit maar voldoende kwantiteit voor een duurzame groei van de bomen. De bomen staan in ruime gazons. De bodem bestaat in de bovenste circa 40 cm uit (matig) humushoudend zand wat overgaat in humusarm (grijs) zand. De aangetroffen beworteling is overwegend matig intensief en bevindt zich overwegend oppervlakkig tot circa 40 cm diepte. Dieper is de beworteling zeer extensief tot afwezig. Grondwater is aangetroffen op circa 110 cm diepte.

5.3 Knelpunten analyse Op basis van het bodem- en bewortelingsonderzoek zijn enkele (potentiële) knelpunten naar voren gekomen. Onderstaand zijn deze knelpunten beschreven. Tabel 2: knelpunten

Boomnr. 1 t/m 9 Alle bomen

Knelpunt In of zeer dicht op woning en/of verharding Werken rondom bomen

Pagina 11 van 30

Gevolg Niet duurzaam te behouden op de huidige standplaats Kans op schade aan onder- en bovengrondse boomdelen

6. Advies 6.1 Niet inpasbare bomen De volgende bomen zijn op basis van de planvorming niet inpasbaar.

6.1.1 Boomnummer 1 t/m 8 Deze bomen komen in of zeer dicht op de nieuwe bebouwing of verharding. Hierdoor zijn de bomen niet handhaafbaar op de huidige locatie. De opdrachtgever heeft de intentie de bomen op een andere locatie binnen het projectgebied te compenseren met nieuwe aanplant. Enkele bomen zijn potentieel verplantbaar, zie paragraaf 6.3).

6.1.2 Boomnummer 9 Deze boom komt in een woning, hierdoor is deze boom niet handhaafbaar op de huidige locatie. De VVE is voornemens deze boom te verplanten naar een andere locatie binnen de wijk. Echter wordt verplanting op basis van de matige conditie en de aangetroffen bodem afgeraden. De boom heeft diverse lekplekken en signalen van kastanjebloedingsziekte. Hierdoor heeft de boom een beperkte toekomstverwachting. Bij verplanting, waarbij de boom tijdelijk in een mindere conditie zal verkeren, zal de boom versneld aangetast kunnen raken door de bloedingsziekte.

6.2 Handhaven bomen Het advies is onderstaande bomen te handhaven en te verzorgen met een snoeibeurt. Hierbij moet de nadruk liggen op het wegnemen van laaghangende takken (welke beschadigd kunnen raken tijdens de werkzaamheden) en het verwijderen van het eventueel aanwezige dode hout om (letsel)schade te voorkomen. Tevens wordt geadviseerd de bomen te beschermen tijdens de verschillende fasen van de werkzaamheden. Hoe de bomen beschermd kunnen worden, staat omschreven in dit hoofdstuk en in bijlage 6.

Pagina 12 van 30

6.2.1 Boomnummers 10, 11, 12 In de buurt van deze bomen zullen geen ingrijpende werkzaamheden plaatsvinden. Wel moet er bij het werken rond deze bomen zeer voorzichtig worden gewerkt. De bomen hebben tot circa 5 m uit de bomen beworteling direct aan de oppervlakte. Deze beworteling zal beschadigd kunnen raken bij rij- en/of transportbewegingen. Hierdoor wordt geadviseerd om tot circa 1,5 m uit de rand van de kroonprojectie uit de bomen uit te roepen tot beschermd boomgebied (zie bijlage 6.2.1).

6.2.2 Boomnummer 13 Deze boom kan behouden blijven op de huidige standplaats. Echter heeft de VVE het idee de boom te verplanten naar een nieuwe locatie binnen de wijk. De boom heeft matig intensieve beworteling welke zich overwegend oppervlakkig tot circa 50 cm diepte bevindt. Gezien de conditie en aangetroffen beworteling is de boom potentieel verplantbaar. Wel wordt hierbij een voorbereidingstijd van tenminste 1 groeiseizoen aangeraden. Bij het voorbereiden wordt de boom rondgegraven op de kluitmaat van de verplantkluit. Vervolgens wordt de kluitrand ingepakt met folie met als doel nieuwe wortels in de kluit te stimuleren. De boom wordt gedurende de voorbereidingstijd voorzien van watergiften en sturende bemesting.

6.2.3 Boomnummer 14 Deze boom valt buiten het projectgebied, hierdoor zullen er ook geen werkzaamheden worden uitgevoerd nabij de boom.

6.2.4 Boomnummer 15 Deze boom staat langs de waterkant. Zolang de waterkant niet wordt aangepast zal deze boom geen schade ondervinden van de werkzaamheden.

6.3 Potentieel verplantbare bomen Aan de hand van onder andere de boomsoort, conditie, toekomstverwachting, grootte en standplaats wordt een indicatie gegeven van potentiële verplantbaarheid. Indien besloten wordt de bomen daadwerkelijk te verplanten, wordt aangeraden een aanvullend verplantbaarheidsonderzoek uit te laten voeren.

Pagina 13 van 30

Onderstaande bomen zijn potentieel verplantbaar, mits deze tenminste 1 jaar (bij voorkeur 2) worden voorbereid op verplanting: Tabel 3: potentieel verplantbare bomen

Boomnr Boomsoort 1 Fagus sylvatica 2 Fagus sylvatica 4 Catalpa bignonioides 'Nana' 5 Tilia platyphyllos 8 Fraxinus excelsior 13 Liriodendron tulipifera

Stamdiameter 30 cm 26 cm 39 cm 37 cm 34 cm 31 cm

Toekomstverwachting Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar)

6.4 Benaderbaarheid bomen De benaderbaarheid is gestaafd aan de hand van de proefsleuven en grondboringen. Het kan echter voorkomen dat zich bij een enkele boom een dikkere wortel bevindt. De boomtechnisch toezichthouder kan bepalen of de wortels verwijderd kunnen worden of behouden moeten blijven. (zie ook paragraaf 6.7 en 6.9). De onderstaande, ondergrondse benaderbaarheid geldt vanuit midden stamvoet en wanneer tot de gehele doorwortelde diepte wordt ontgraven. Wanneer minder diep wordt ontgraven, kan plaatselijk mogelijk dichter bij de betreffende boom worden gewerkt. In het veld moet per boom worden bepaald of men dichter naar de boom toe kan werken. Zie ook paragraaf 6.7 voor de omgang met boomwortels. De bovengrondse benaderbaarheid betreft de kroonstraal +1,5 m en geldt wanneer met materieel gewerkt wordt welke tot binnen de hoogte van de kroon reikt. Tabel 4: benaderbaarheid

Nr. Ondergrondse benaderbaarheid 1 2,5 m 2 2,25 m 3 2,5 m 4 2,5 m 5 2,5 m 6 2,5 m 7 2,25 m 8 2,5 m

Pagina 14 van 30

Bovengrondse benaderbaarheid 4,5 m 5m 5m 5,5 m 6,5 m 4,5 m 4,5 m 5,5 m

Nr. Ondergrondse benaderbaarheid 9 2,5 m 10 4 m 11 4 m 12 4 m 13 2,5 m 14 4 m 15 2,25 m

Bovengrondse benaderbaarheid 5m 6,5 m 6,5 m 6,5 m 5,5 m 12 m 4m

6.5 Puntentelling bomenbeleid Gemeente Waalwijk eist, volgens Beleidsregels bomen 2024, bij het aanvragen van een kapvergunning om de bomen te beoordelen met een waarde. Indien een boom minder dan 35 punten scoort mag deze worden geveld. Tussen de 35 en 70 punten is behoud het uitgangspunt. Bij een score van meer dan 70 punten moet de boom behouden blijven. Onderstaand zijn de punten per boom weergegeven: Tabel 5: punten waarde

Boomnr: 1 2 3 4 5 6 7 8

Punten 50 50 45 45 50 45 45 50

Boomnr: 9 10 11 12 13 14 15

Punten 40 50 50 50 45 65 50

Hieruit blijkt dat bij alle bomen behoud als uitgangspunt moet worden aangehouden. In de huidige planvorming zijn alternatieven niet wenselijk gezien de layout van de plannen en de ruimtelijke indeling. Wel is het mogelijk een herplantplan in te dienen voor de te vellen bomen, waardoor de bomen alsnog geveld mogen worden. Binnen het projectgebied is ruimte voor deze compenserende herplant. Hierbij is het van belang dat de gevelde bomen worden gecompenseerd door bomen welke dezelfde potentiële eindgrootte hebben. Opdrachtgever heeft hier zelf al een vervangingsplan voor opgesteld. Tevens zullen, volgens de plannen, meer bomen worden terug geplant (15 stuks) dan worden geveld (9 stuks). De beoogde plantmaat betreft 18/20 cm. Op de tekening op de volgende pagina zijn de beoogde locaties van de herplant weergegeven.

Pagina 15 van 30

Afbeelding 3: beoogde locaties herplant

6.6 Opnemen verhardingen en herstraten Om wortelschade te voorkomen, moet het oprooien van de verhardingen rondom de bomen (met name op locaties waar opdruk zichtbaar is), zo veel als mogelijk handmatig worden uitgevoerd. Daar waar oppervlakkig groeiende wortels moeten worden verwijderd, kan de boomtechnisch toezichthouder hierin adviseren.

6.7 Omgang wortels Om wortelschade te voorkomen, wordt geadviseerd de wortels te behandelen alsof het kabels en leidingen betreffen. Dit houdt in dat bij het graven altijd wordt voorgestoken. De aangetroffen wortels worden met een snoeischaar/snoeitang afgeknipt (onder begeleiding van boomtechnisch toezichthouder). Wortels dikker dan 5 cm worden met een scherpe zaag, haaks op de groeirichting afgezaagd. Hierdoor blijft het wondoppervlak zo klein mogelijk en wordt de kans op inrotting en/of de vorming van wortelopschot zo veel als mogelijk beperkt.

Pagina 16 van 30

6.8 Ophogen Ophogen van de bodem onder de kronen van de bomen moet in principe worden voorkomen. Door ophogen wordt de gaswisseling met de ondergrond belemmerd, waardoor zuurstofgebrek in de bodem optreedt. De wortels zijn aangepast aan het op een bepaalde diepte heersende zuurstofpercentage en zullen afsterven indien dit abrupt verandert. Hierdoor treedt conditieverlies op. Een zeer beperkte ophoging van enkele cm zal voor de bomen nauwelijks gevolgen hebben, mits graszoden en vers organisch materiaal voorafgaand aan de ophoging wordt verwijderd en wordt opgehoogd met een ophoog materiaal met een open structuur. Geadviseerd wordt de stamvoet (bast/schors) zo veel als mogelijk vrij te houden van ophoging.

6.9 Toezicht houden Het is van groot belang dat de werkzaamheden rondom de boom worden begeleid door een deskundige. Hiervoor kan een boomtechnisch toezichthouder worden ingezet. Dit is een persoon met aantoonbare boomtechnische kennis (niveau European Tree Technician), die ingezet kan worden om werkzaamheden rondom de boom te begeleiden en te controleren. Deze toezichthouder moet sturend optreden en controleert op het naleven van de hier beschreven voorschriften om eventuele problemen tijdig te signaleren en (ondergrondse of bovengrondse) schade aan de boom te voorkomen. Daarnaast kan de toezichthouder zorgen voor vaktechnische input en beoordelen, bij knelpunten, welke wortels wel of niet verwijderd kunnen worden. Door zelf, indien nodig, deze wortels deskundig af te zetten, wordt onnodige schade aan wortels voorkomen, wat een goede hergroei na afronding van de werkzaamheden bevorderd. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de bevoegdheid van de boomtechnisch toezichthouder in het bestek van de civiele aannemer moet worden vastgelegd. Tot de bevoegdheden kunnen horen: het stil leggen van het werk en instructie aan personeel geven.

Pagina 17 van 30

Bijlage 1: locatie met boomnummering

Pagina 18 van 30

Bijlage 2: ontwerptekening

Pagina 19 van 30

Bijlage 3: gegevens boomcontrole Nr.

Boomsoort

1 Fagus sylvatica

Bomen in ruw gras/bermen

Stam- Kroon- Boomdia. dia. hoogte 26 jaar (pj 1999) 30 cm 6 m 6-12 m

2 Fagus sylvatica 3 Fagus sylvatica

Bomen in gazon Bomen in gazon

26 jaar (pj 1999) 26 jaar (pj 1999)

26 cm 35 cm

7 m 6-12 m 7 m 6-12 m

Redelijk Matig

Goed Redelijk

Goed (>15 jaar) Redelijk (10-15 jaar)

Veilige Boom Veilige Boom

Niet relevant Niet relevant

n.v.t. n.v.t.

4 Catalpa bignonioides 'Nana' 5 Tilia platyphyllos

Knotboom in beplanting

26 jaar (pj 1999)

39 cm

8 m tot 6 m

Goed

Goed

Goed (>15 jaar)

Veilige Boom

Knotten

Bomen in beplanting

26 jaar (pj 1999)

37 cm

10 m 6-12 m

Redelijk

Redelijk

Goed (>15 jaar)

Veilige Boom

Achterstallige snoei Regulier

6 7 8 9

Bomen in beplanting Bomen in beplanting Bomen in gazon Bomen in gazon

26 jaar (pj 1999) 26 jaar (pj 1999) 26 jaar (pj 1999) 26 jaar (pj 1999)

30 cm 21 cm 34 cm 37 cm

6m 6m 8m 7m

Matig Matig Goed Redelijk

Redelijk Redelijk Goed Redelijk

Redelijk (10-15 jaar) Redelijk (10-15 jaar) Goed (>15 jaar) Redelijk (10-15 jaar)

Risico Boom Veilige Boom Veilige Boom Attentie boom

Regulier Regulier Aanvaard Regulier

Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei

10 Betula pendula 11 Betula pendula 12 Betula pendula

Bomen in gazon Bomen in gazon Bomen in gazon

26 jaar (pj 1999) 26 jaar (pj 1999) 26 jaar (pj 1999)

40 cm 38 cm 38 cm

10 m 12-18 m 10 m 12-18 m 10 m 12-18 m

Goed Goed Goed

Goed Goed Goed

Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar) Goed (>15 jaar)

Veilige Boom Veilige Boom Veilige Boom

Aanvaard Regulier Regulier

Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei

13 Liriodendron tulipifera 14 Salix sepulcralis 'Chrysocoma' 15 Salix alba

Bomen in gazon

26 jaar (pj 1999)

31 cm

8 m 6-12 m

Redelijk

Goed

Goed (>15 jaar)

Veilige Boom

Regulier

Onderhoudssnoei

Bomen in gazon

26 jaar (pj 1999)

89 cm

21 m 12-18 m

Redelijk

Redelijk

Goed (>15 jaar)

Risico Boom

Regulier

Onderhoudssnoei

Knotboom in beplanting

26 jaar (pj 1999)

23 cm

5 m tot 6 m

Goed

Goed

Goed (>15 jaar)

Veilige Boom

Achterstallige snoei

Knotten

Tilia platyphyllos Tilia platyphyllos Fraxinus excelsior Aesculus hippocastanum

Pagina 20 van 30

Standplaats

Leeftijd

6-12 m tot 6 m 6-12 m 6-12 m

Conditie

Toekomstverwachting Goed (>15 jaar)

Conclusie

Boombeeld

Snoeifase

Opmerkingen

Redelijk

Mechanische kwaliteit Redelijk

Veilige Boom

Niet relevant

n.v.t.

Vrij uitgroeiend. Codominantie top. Vrij uitgroeiend. Vrij uitgroeiend. Terugstervende top.

Onderhoudssnoei

Plakoksel zonder verstevigingsgroei Dood hout.

Diverse lekplekken, signalen van kastanjebloedingszie kte.

Oppervlakkige beworteling met maaischade

Dood hout.

Bijlage 4: foto’s bodemprofielen

Foto 4: bodemprofiel 1, boomnummer 12

Foto 5: bodemprofiel 2, boomnummer 13

Foto 6: bodemprofiel 3, boomnummer 9

Foto 7: bodemprofiel 4, boomnummer 3

Pagina 21 van 30

Bijlage 5: foto’s proefsleuven

Foto 8: proefsleuf 1, boomnummer 12

Foto 9: bovenaanzicht proefsleuf

Pagina 22 van 30

Foto 10: doorzicht proefsleuf

Foto 11: proefsleuf 2, boomnummer 13

Foto 12: bovenaanzicht proefsleuf

Pagina 23 van 30

Foto 13: doorzicht proefsleuf

Bijlage 6: boombeschermende maatregelen Geadviseerd wordt de te handhaven boom gedurende de werkzaamheden adequaat te beschermen. Om de boom duurzaam te behouden dienen onderstaande boombeschermende maatregelen onveranderd in acht te worden genomen! Wanneer dit onvoldoende wordt gewaarborgd, zullen de werkzaamheden leiden tot (snelle) conditievermindering van de boom, met als uiteindelijk gevolg het geheel afsterven.

6.1 Aandachtspunten vóór de werkzaamheden 6.1.1 Snoeien Geadviseerd wordt om te beoordelen in hoeverre het zinvol is de boom voor de werkzaamheden te snoeien. De snoei zal gericht zijn op het verwijderen/inkorten van laaghangende takken die mogelijk schade op kunnen lopen door het werken met machines. Tevens kan dan het dode hout worden verwijderd. Snoeien dient uitgevoerd te worden door een ervaren boomspecialist (European Treeworker) omdat gesnoeid dient te worden met gevoel voor evenwicht binnen de kroon. Er wordt steeds gesnoeid tot op een goede zijtak waarbij geen snoeiwonden gemaakt mogen worden met een diameter groter dan 10 centimeter. Grotere wonden overgroeien niet of nauwelijks en vormen invalspoorten voor (houtparasitaire) schimmels.

6.1.2 Boombeschermende maatregelen in bestek Het is sterk aan te bevelen de in dit hoofdstuk beschreven eisen, randvoorwaarden en boombeschermende maatregelen in het bestek op te nemen en sancties te treffen bij het niet houden hieraan. Binnen de gemeente Waalwijk wordt gewerkt met het Handboek Bomen, opgesteld door het Norminstituut Bomen, waardoor deze van toepassing worden verklaard bij de uitvoering van de werkzaamheden.

6.1.3 Schouwen bomen Voorafgaande aan de werkzaamheden wordt geadviseerd de bomen nogmaals te schouwen waarbij de nadruk ligt op het noteren van alle al aanwezige schades en afwijkingen. Op deze wijze ontstaat er een nulopname die getoetst kan worden aan de situatie na werkzaamheden.

Pagina 24 van 30

6.1.4 Instructie personeel Ondanks de inzet van een boomtechnisch toezichthouder (zie paragraaf 6.2.2) tijdens het werk moet het uitvoerende personeel in eerste instantie op de hoogte te zijn van de “speciale” regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen. Conform het Handboek Bomen moet de opdrachtnemer hiervoor een Werkplan Bomen opstellen.

6.1.5 Kabels en leidingen Geadviseerd wordt om van tevoren de ligging en mogelijkheden tot vervanging en onderhoud van kabels en leidingen duidelijk in kaart te brengen. Bij voorkeur dienen kabels en leidingen zover mogelijk bij de wortelkluit vandaan te liggen zodat wortelschade bij onderhoud in de toekomst voorkomen kan worden. Geadviseerd wordt om gebruik te maken van zogenaamde mantelbuizen.

6.2 Aandachtpunten tijdens de werkzaamheden 6.2.1 Beschermd boomgebied Het is ongewenst om op de doorwortelde bodem acties uit te voeren die de bodem onevenredig sterk verdichten. Hierbij moet men denken aan acties als het storten van grond, het rijden met zwaar materieel en het opslaan van materialen op de doorwortelde bodem. Om te voorkomen dat tijdens de bouwwerkzaamheden toch ongewenste situaties ontstaan, wordt geadviseerd tussen de boom en het werkgebied een stevig bouwhek van 2 meter hoog te plaatsen en het gebied met de bomen tot "Beschermd boomgebied" te benoemen. Dit is om boven- en ondergrondse beschadigingen van de boom zo veel mogelijk te voorkomen. Aandachtspunt bij de afgezette boomgebieden is zwerfvuil te verwijderen en eventueel onderhoud te blijven plegen aan het gras en onderbeplantingen. Een verzorgd uiterlijk geeft minder aanleiding tot het overtreden van bovengenoemde reglementen. Indien bij enkele bomen het gebied niet afgezet kan worden, kan gebruik worden gemaakt van stamommanteling.

Pagina 25 van 30

6.2.2 Inzet boomtechnisch toezichthouder Het is van groot belang dat de werkzaamheden rondom de boom worden begeleid door een deskundige. Hiervoor kan een boomtechnisch toezichthouder worden ingezet. Dit is een persoon met aantoonbare boomtechnische kennis (niveau European Tree Technician), die ingezet kan worden om werkzaamheden rondom de boom te begeleiden en te controleren. Deze toezichthouder moet sturend optreden en controleert op het naleven van de hier beschreven voorschriften om eventuele problemen tijdig te signaleren en (ondergrondse of bovengrondse) schade aan de boom te voorkomen. Daarnaast kan de toezichthouder zorgen voor vaktechnische input en beoordelen, bij knelpunten, welke wortels wel of niet verwijderd kunnen worden. Door zelf, indien nodig, deze wortels deskundig af te zetten, wordt onnodige schade aan wortels voorkomen, wat een goede hergroei na afronding van de werkzaamheden bevorderd. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de bevoegdheid van de boomtechnisch toezichthouder in het bestek van de civiele aannemer moet worden vastgelegd. Tot de bevoegdheden kunnen horen: het stil leggen van het werk en instructie aan personeel geven.

6.2.3 Ophangen poster Ondanks de inzet van een bomenwacht tijdens het werk moet het uitvoerende personeel in eerste instantie op de hoogte te zijn van de “speciale” regels die gelden met betrekking op werken rondom de boom. Daarom wordt geadviseerd posters op te hangen in de directiekeet en in de bouwkeet, met aandachtspunten voor het behoud van bomen op bouwlocaties, zodat iedereen die op de bouwplaats werkt, hier kennis van kan nemen zodat de maatregelen onderbouwd en “gedragen worden” door de uitvoering. De posters "Boombescherming op bouwlocaties" zijn op te vragen bij vereniging stadswerk.

6.2.4 Ophogen of afgraven Ophogen van de bodem onder de kronen van de bomen moet in principe worden voorkomen. Door ophogen wordt de gaswisseling met de ondergrond belemmerd, waardoor zuurstofgebrek in de bodem optreedt. De wortels zijn aangepast aan het op een bepaalde diepte heersende zuurstofpercentage en zullen afsterven indien dit abrupt verandert. Hierdoor treedt conditieverlies op. Afgraven binnen de geadviseerde ontgravingafstand heeft wortel- en conditieverlies, mogelijk zelfs instabiliteit van de bomen tot gevolg.

Pagina 26 van 30

6.3 Aandachtspunten na de werkzaamheden 6.3.1 Snoeien Indien, ondanks zorgvuldige omgang met de bomen, naderhand breuk in de kronen is opgetreden, zal dit door middel van snoei moeten worden gecorrigeerd.

6.3.2 Verdichting opheffen Doordat de meeste wortels in de bovenste lagen van de bodem groeien, zijn deze relatief kwetsbaar. Bovendien zijn de over het algemeen open groeiplaatsen van de bomen gevoelig voor verdichting en verslemping, wat gemakkelijk optreedt door gebruik van machines, opslag van materiaal en materieel en opslag van grond op de (toekomstig) doorwortelde bodem. Door verdichting treedt zuurstofgebrek op in de bodem, omdat de gaswisseling tussen bodem en buitenlucht wordt belemmerd, met als gevolg het verminderen van de wortelactiviteit, het afsterven van bodemleven gevolgd door wortelsterfte. Hierdoor kan de conditie van de boom sterk verminderen en kan de boom in het ergste geval afsterven. Deze verdichting is te verhelpen door middel van pneumatisch losbreken van de grond (het zogenaamde ploffen) met het tegelijkertijd injecteren van organische meststoffen. Ook voor de bomen welke geen hinder ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden, kan deze maatregel als groeiplaatsverbetering worden ingezet.

6.3.3 Dood hout verwijderen Er zal blijvend gecontroleerd moeten worden op het ontstaan van dood hout, dit om veiligheidsrisico’s voor de omgeving zo klein mogelijk te houden. Diverse boomsoorten kunnen meer dood hout gaan vormen als er ingrepen in de groeiplaats hebben plaats gevonden.

6.3.4 Schades beoordelen Tijdens de werkzaamheden kunnen schades optreden. Geadviseerd wordt voor de oplevering van de werkzaamheden de boom en de groeiplaats (i.v.m. verdichting) nogmaals te schouwen en te vergelijken met de nul-opname zodat de aannemer bij grote schades aansprakelijk gesteld kan worden.

Pagina 27 van 30

Bijlage 7: methode van onderzoek 7.1 Visuele boomcontrole Voor de visuele controle wordt op volgens een vastgesteld systeem gewerkt. Dit systeem bestaat uit een biologische en een mechanische component. De biologische component omvat een visuele inspectie van de conditie van de boom. Arbor Consultancy heeft hiervoor een gestandaardiseerde beoordelingsmethode. N Conditie: Goed: Redelijk: Matig: Slecht:

Goed groeiende twijgen, gezonde dikke knoppen op kort- en langloten; Acceptabele twijggroei, enigszins transparante kroon door verminderde ontwikkeling van zijknoppen; Transparante kroon door deels afstervende twijgen, matige twijggroei, afstervende takuiteinden, regeneratiegroei op hoofdtakken; (zeer) Transparante kroon door grootschalig afgestorven twijgen, nauwelijks groei, afgestorven takuiteinden.

aast de conditie van de boom wordt binnen de biologische component gekeken naar de aanwezigheid van vruchtlichamen van schimmels op stam en wortels. De mechanische component omvat een boomveiligheidsbeoordeling volgens de Visual Tree Assessment methodiek (V.T.A.-methode). In geval van twijfel wordt geavanceerde meetapparatuur ingezet. Mechanische kwaliteit: Goed: Geen signalen van mechanische verzwakking. Redelijk: Signalen van lichte mechanische verzwakking: bijvoorbeeld beginnende overbelasting van hoofdtakken, lichte mechanische beschadigingen, grote, inrottende snoeiwonden of beginnende ontwikkeling probleemtakken; Matig: Signalen van matig ernstige mechanische verzwakking: bijvoorbeeld overbelaste hoofdtakken, plakoksels met versterkingsgroei, risico van uitbreken van (hoofd)takken of fors inrottende wonden; Slecht: Mechanisch sterk verzwakte kroon: bijvoorbeeld diep inrottende wonden, acute dreiging van uitbreken van probleemtakken of kroondelen.

Pagina 28 van 30

7.2 Toekomstverwachting De toekomstverwachting is gebaseerd op de huidige conditie van de boom, de huidige mechanische kwaliteit en op eventuele aanwezigheid van (houtparasitaire) schimmelsoorten en aantastingen hierdoor. Het betreft een momentopname en geldt bij gelijkblijvende (groeiplaats) omstandigheden. Uit de toekomstverwachting kan geen maximale restlevensduur worden afgeleid. Diverse complexe processen voor de boom die invloed hebben op het verdere levensverloop van een boom, spelen een rol. Mede daarom kan Arbor Consultancy geen uitspraken doen over een termijn langer dan 15 jaar. Binnen dit tijdsbestek kunnen wij wel een classificering geven van de toekomstverwachting. Toekomstverwachting: Goed: De toekomstverwachting van de boom is goed. Op basis van de huidige toestand van de boom wordt de komende 15 jaar geen uitval verwacht. Redelijk: De toekomstverwachting van de boom is verminderd. De aangetroffen afwijkingen zijn van dien aard dat eventueel herstel mogelijk wordt geacht. Op basis van de huidige toestand van de boom wordt de komende 10 jaar geen uitval verwacht. Matig: De toekomstverwachting van de boom is sterk verminderd. Op grond van de huidige toestand van de boom wordt de komende 5 jaar geen uitval verwacht. Slecht: De toekomstverwachting van de boom is minimaal.

Op grond van de huidige toestand van de boom rekening moet worden gehouden met uitval van de boom binnen enkele jaren.

7.3 Groeiplaatsonderzoek Door graven van proefsleuven binnen de kroonprojectie wordt de opbouw en samenstelling van de bodem, grondwaterstand en de omvang en reikwijdte van de wortelkluit in beeld gebracht. Vooral de opbouw en samenstelling van de bodem en de grondwaterstand vormen de basis voor de beoordeling van de kwaliteit van de groeiplaats. De reikwijdte van de wortelgestellen wordt in hoofdlijnen bepaald door de kwaliteit van de groeiplaats.

7.4 Boom en werkzaamheden Werkzaamheden in de nabijheid van bomen hebben meestal negatieve gevolgen voor bomen; er kan schade ontstaan aan bovengrondse boomdelen (kroon, stam, wortelaanzetten), maar er kan ook schade ontstaan aan de wortels, bijvoorbeeld tijdens graafwerkzaamheden. Bij het ontstaan van grote wonden is een aantasting door houtparasitaire schimmels vaak het gevolg. Hierdoor zal de boom op den duur breukgevaarlijk worden. Bovendien kunnen bomen bij ernstige wortelschade direct instabiel worden. Daarnaast kan de kwaliteit van de groeiplaats nadelig worden beïnvloed door bijvoorbeeld verdichting, waardoor wortels het door zuurstofgebrek moeilijk krijgen en afsterven. Pagina 29 van 30

Om een uitspraak te kunnen doen over de mate waarin de boom bestand is tegen ingrepen in de groeiplaats is de boomsoort en leeftijd van de boom van groot belang.

Pagina 30 van 30

Bijlage 3b Bomencompensatie d.m.v. herplant

39

Sa Sa Tc Herplant bomen:

Tc

Sa Salix alba

Schietwilg

3 stuks

Fs

Gewone beuk

6 stuks

Tc Tilia cordata

Kleinbladige linde

3 stuks

Jr

Gewone walnoot

3 stuks

Fagus sylvatica

Juglans regia

Sa Fs Fs Fs

Jr

Fs Fs Fs

Gemengde struweelhaag (+1,00/1,50 m)

Jr

- Meidoorn - Sleedoorn - Vllier - Kornoelje - Grauwe wilg - Braam

Jr

Tc

De Vier Heultjes (Sprang-Capelle) Bomencompensatie d.m.v. herplant

25,00 m

NB: locatie bomen is indicatief; ze zijn niet landmeetkundig ingemeten

Opdrachtgever:

Getekend door: WdB

Projectnummer:

Verweij Holding

Datum:

Tekeningnummer: LAN-AUR205-06

17-04-2025

AUR205

Schaal:

1:250

Formaat: A1

Beethovenlaan 24b 4941 WC Raamsdonksveer 06 - 12516487 info@buroaura.nl www.buroaura.nl

Bijlage 4 Landschappelijke inpassing

41

3

15 1 2 Bestaande bomen:

5

4

6 10 1.

7

8 11

9

1.

Fagus sylvatica (Beuk) (Ø 30 cm)

2.

Fagus sylvatica (Beuk) (Ø 26 cm)

3.

Fagus sylvatica (Beuk) (Ø 35 cm)

4.

Catalpa bignoides (Trompetboom) (Ø 39 cm)

5.

Tilia platyphyllos 'Fastigiata'(Zomerlinde) (Ø 37 cm)

6.

Tilia platyphyllos 'Fastigiata'(Zomerlinde) (Ø 30 cm)

7.

Tilia platyphyllos 'Fastigiata'(Zomerlinde) (Ø 21 cm)

8.

Fraxinus excelsior (Es) (Ø 34 cm)

9.

Aesculus hippocastanum (Witte paardenkastanje) (Ø 37 cm)

10. Betula pendula (Ruwe berk) (Ø 40 cm) 11. Betula pendula (Ruwe berk) (Ø 38 cm) 12. Betula pendula (Ruwe berk) (Ø 38 cm) 13. Liriodendron tulipifera (Tulpenboom) (Ø 31 cm) 14. Salix sepalcralis 'Chrysocoma' (Ø 89 cm)

12 1.

15. Salix alba (Wilg) (Ø 23 cm)

NB: boom 13 zal verplant worden naar het terrein van het Hof 13

van Capelle; hierover zijn al afspraken gemaakt.

De Vier Heultjes (Sprang-Capelle) 14

25,00 m

NB: locatie bomen is indicatief; ze zijn niet landmeetkundig ingemeten

Situatie na sloop (bomeninventarisatie) Opdrachtgever:

Getekend door: WdB

Projectnummer:

Verweij Holding

Datum:

Tekeningnummer: LAN-AUR205-06

17-04-2025

AUR205

Schaal:

1:250

Formaat: A1

Beethovenlaan 24b 4941 WC Raamsdonksveer 06 - 12516487 info@buroaura.nl www.buroaura.nl

Open zicht op waterplas; gevrijwaard van struweelhaag en lage beplanting (onder bomen kan door gekeken worden)

Nieuwe bomen - selectie uit: - Fagus sylvatica (Beuk) (maat 20/25 cm) - Tilia cordata (Linde) (maat 20/25 cm) - Juglans regia (Walnoot) (maat 20/25 cm) - Salix alba (Wilg) (nabij waterkant) (maat 20/25 cm)

Gebakken straatsteen, roodbruin Laadpaal

'Groen'parkeren

Gemengde struweelhaag (+1,00/1,50 m) - Meidoorn - Sleedoorn - Vllier - Kornoelje - Grauwe wilg - Braam

De Vier Heultjes (Sprang-Capelle) Nieuwe situatie met landschappelijke inpassing

25,00 m

NB: locatie bomen is indicatief; ze zijn niet landmeetkundig ingemeten

Opdrachtgever:

Getekend door: WdB

Projectnummer:

Verweij Holding

Datum:

Tekeningnummer: LAN-AUR205-06

17-04-2025

AUR205

Schaal:

1:250

Formaat: A1

Beethovenlaan 24b 4941 WC Raamsdonksveer 06 - 12516487 info@buroaura.nl www.buroaura.nl

De Vier Heultjes (Sprang-Capelle) Nieuwe situatie met landschappelijke inpassing Opdrachtgever:

Getekend door: WdB

Projectnummer:

Verweij Holding

Datum:

Tekeningnummer: LAN-AUR205-06

17-04-2025

AUR205

Schaal:

1:250

Formaat: A1

Beethovenlaan 24b 4941 WC Raamsdonksveer 06 - 12516487 info@buroaura.nl www.buroaura.nl

Situatie na sloop restaurant

Te verwijderen of

te verplanten bomen

Nieuwe bomen - selectie uit: - Fagus sylvatica (Beuk) (maat 20/25 cm) - Tilia cordata (Linde) (maat 20/25 cm) - Juglans regia (Walnoot) (maat 20/25 cm) - Salix alba (Wilg) (nabij waterkant) (maat 20/25 cm)

in totaal 15 stuks.

De Vier Heultjes (Sprang-Capelle) Ontwikkeling bomenbestand Opdrachtgever:

Getekend door: WdB

Projectnummer:

Verweij Holding

Datum:

Tekeningnummer: LAN-AUR205-06

17-04-2025

AUR205

Schaal:

1:250

Formaat: A1

Beethovenlaan 24b 4941 WC Raamsdonksveer 06 - 12516487 info@buroaura.nl www.buroaura.nl

Nieuwe situatie met landschappelijke inpassing

Nieuwe bomen

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek

46

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Rapport:

Vier Heultjes Sprang-Capelle

Opdrachtgever:

Projectnummer:

Partners RO T.a.v. mevr. de Lange Ceresstraat 13 4811 CA Breda 2302958

Rapportdatum: Status:

12 april 2024 Definitief

Auteur:

Tamara Heesakkers-Kivits

Kwaliteitscontrole:

Walter van den Heuvel

Vestiging Middelbeers: Putstraat 9a 5091 TH Middelbeers Tel.: 0499 578 520

Vestiging Gouda: Marconistraat 72 2809 PE Gouda Tel.: 0182 585 503

Versie: 2

Silt Milieu B.V. Postbus 38, 5688 ZG Oirschot info@silt.nl www.silt.nl

K.v.K. 17182328 IBAN: NL25 RABO 0370 7175 03 BTW: NL8148.87.016.B01 BIC: RABONL2U

Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest, Vier Heultjes te Sprang-Capelle Rapport: 2302958 versie 2, 12 april 2024

Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................1 1 Inleiding ............................................................................................................................................2 1.1 Opdrachtvorming ..................................................................................................................... 2 1.2 Aanleiding en doel ................................................................................................................... 2 1.3 Opzet van het bodemonderzoek ............................................................................................. 2 1.4 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage ............................................................................ 2 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................4 2.1 Inleiding en opzet vooronderzoek............................................................................................ 4 2.2 Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie .......................................................... 4 2.3 Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten .......................................................

5 2.3.1 Topografische gegevens ..................................................................................................... 5 2.4 Boven- en ondergrondse tanks ............................................................................................... 6 2.5 Overzicht milieukundige bodemonderzoeken ......................................................................... 6 2.6 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................... 6 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................ 7 2.8 Terreinverkenning en asbest ................................................................................................... 7 2.9 Overig ...................................................................................................................................... 7 2.10 Resultaten vooronderzoek ....................................................................................................... 8 3 Hypothese en onderzoeksstrategie ...............................................................................................9 3.1 Hypothese ................................................................................................................................

9 3.2 Onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 9 4 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................... 11 4.1 Grond ..................................................................................................................................... 11 4.2 Asbest .................................................................................................................................... 12 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden ...................................................... 12 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie ........................................................................................... 12 4.3 Grondwater ............................................................................................................................ 13 4.4 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 ........................................................ 13 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ....................................................................... 14 5.1 Samenstelling en analyseparameters ...................................................................................

14 5.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 14 5.3 Toetsingen ............................................................................................................................. 17 6 Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................... 19 6.1 Conclusies ............................................................................................................................. 19 6.2 Resumé en aanbevelingen .................................................................................................... 20

Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage

Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest, Vier Heultjes te Sprang-Capelle Rapport: 2302958 versie 2,12 april 2024

Samenvatting Algemeen In opdracht van Partners RO is door Silt Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Vier Heultjes te SprangCapelle, gemeente Waalwijk. De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, bijlage Vd). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een gebied of locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem. Daarnaast is bepaald of het aanwezige fundatiemateriaal onder de klinkerverharding en het aanwezige menggranulaat asbestverdacht is. Conclusies en aanbevelingen Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Nader bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het aanwezige menggranulaat bevat een verhoogd gehalte asbest, welke de detectiegrens overschrijdt, doch ligt onder de helft van de samenstellingswaarde.

Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek zijn de boven- en ondergrond indicatief als zijnde klasse landbouw/natuur bestempeld.

1

Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest, Vier Heultjes te Sprang-Capelle Rapport: 2302958 versie 2,12 april 2024

1 Inleiding 1.1

Opdrachtvorming

In opdracht van Partners RO is door Silt Milieu B.V een verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Vier Heultjes te SprangCapelle, gemeente Waalwijk. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. 1.2

Aanleiding en doel

De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, bijlage Vd). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een gebied of locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem. Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. 1.3

Opzet van het bodemonderzoek

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740:2023 en NEN5897+C2:2017. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Het hierbij behorende procescertificaat (EC-SIK-02238, 22 maart 2023) en keurmerk van Silt Milieu B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Zoals in de betreffende protocollen wordt vereist, is tussen Silt Milieu B.V. en haar opdrachtgever geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van Silt Milieu B.V. zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Silt Milieu B.V. verklaart hierbij dan ook dat zij in geval van de geoffreerde werkzaamheden op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze gelieerd is aan de opdrachtgever. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2023 “Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek” en de NEN5740:2023 “Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”.

Evenals de NEN5897+C2:2017 “Inspectie en monsterneming van asbest in bouwen sloopafval en recyclinggranulaat”. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.4

Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage

Silt Milieu B.V. is een onafhankelijk bureau dat naast NEN-EN-ISO 9001, NEN-EN-ISO 14001, VCA**, CO2-prestatieladder (trede 5), is gecertificeerd conform BRL SIKB 1000 (protocol 1001, 1002 en 1003), BRL SIKB 2000 (protocol 2001, 2002, 2003 en 2018) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001 en 6003).

2

Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest, Vier Heultjes te Sprang-Capelle Rapport: 2302958 versie 2,12 april 2024

De werkzaamheden zijn door Silt Milieu B.V. onder procescertificaat (EC-SIK-02238, 22 maart 2023) uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen:  2001 (versie 6.0): “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”;  2002 (versie 6.0): “Het nemen van grondwatermonsters”; Allen inclusief wijzigingsblad 3, d.d. 2 november 2021. De werkzaamheden uitgevoerd conform de NEN5897 (wanneer sprake is meer dan 50% bodemvreemde bijmengingen), zijn niet onder procescertificaat uitgevoerd. Dit als gevolg van het feit dat deze werkzaamheden niet in een protocol zijn opgenomen. Ondanks het zorgvuldig, conform de normen, uitgevoerde onderzoek kan de representativiteit niet worden gegarandeerd: er blijft altijd een kans aanwezig dat een op locatie aanwezige verontreiniging niet wordt gedetecteerd als gevolg van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Lokale afwijkingen ten opzichte van de volgens de norm voorgeschreven steekmonsters kunnen nimmer worden uitgesloten. Dit rapport is tot stand gekomen op basis van een overeenkomst van opdracht tussen Silt Milieu B.V. in kwaliteit van adviseur en haar opdrachtgever, op welke rechtsverhouding exclusief de DNR 2011 voorwaarden toepasselijk zijn. Silt Milieu B.V.

is slechts in verhouding tot haar opdrachtgever verantwoording schuldig over de inhoud en wijze van totstandkoming van het rapport. Derden kunnen dan ook geen rechten ontlenen aan de inhoud van het rapport. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3), de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

3

Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest, Vier Heultjes te Sprang-Capelle Rapport: 2302958 versie 2,12 april 2024

2 Vooronderzoek 2.1

Inleiding en opzet vooronderzoek

Het milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN 5725 is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (veld- en laboratoriumonderzoek). Het doel van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij aanleiding A ‘Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie’. De resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij het vaststellen van de onderzoekshypothese en -strategie en kunnen worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. De belangrijkste door Silt Milieu B.V. geraadpleegde bronnen zijn in onderstaande tabel vermeld.

tabel 2.1 Vooronderzoek, openbare bronnen Bronnaam

Website / contactpersoon

Geraadpleegd

Opmerking

Provincie

www.brabant.nl

14 december 2023

Stortplaatsenkaart, grondwaterbeschermingsgebieden

Omgevingsdienst

https://noordbrabant.nazca4u.nl/rapportage/

14 december 2023

-

Gemeente

Waalwijk

22 december 2023

-

Kadaster

https://kadaster.nl/

14 december 2023

Eigendomssituatie en topografie

Topografie

https://www.topotijdreis.nl/

14 december 2023

Topografische gegevens uit verleden en heden

Bodemloket

https://www.bodemloket.nl/

14 december 2023

Bekende bodeminformatie

Internet

http://www.ikme.nl/

14 december 2023

NGE-gegevens

https://www.grondwatertools.nl/

14 december 2023

-

Dino-loket

https://www.dinoloket.nl/

14 december 2023

Geohydro-opbouw

Archieven Silt Milieu B.V.

-

14 december 2023

Betreft tevens de archieven van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. en Bodex Milieu B.V.

In de navolgende paragrafen wordt de verkregen informatie uit het vooronderzoek nader toegelicht. 2.2

Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie

Bebouwing Maaiveldtype Ligging Gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Topografische veldcoördinaten

: Voormalige bebouwing (restaurant en woningen) ten behoeve van recreatie : Plantsoen en wegen verhard met klinkers : Stedelijk gebied Sprang-Capelle, noordelijk gelegen van centrum : Recreatie : Maximaal 7.000 m2 : X = 128.154 Y = 411.623

De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart en de situatietekening, welke zijn opgenomen als respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.

4

Verkennend bodemonderzoek en indicatief onderzoek asbest, Vier Heultjes te Sprang-Capelle Rapport: 2302958 versie 2,12 april 2024

2.3

Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten

2.3.1 Topografische gegevens Uit topografische gegevens blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie tot eind jaren ’90 van de vorige eeuw nog geen sprake was van bebouwing. De recreatieplas de Spranckelaar is omstreeks 1969 aangelegd en door de jaren heen vergroot. In onderstaande figuren is de onderzoekslocatie op topografische kaarten uit meerdere tijdsperioden weergegeven. figuur 1: situatie omstreeks 1900

figuur 2: situatie omstreeks 1968

figuur 3: situatie omstreeks 1969

figuur 4: situatie omstreeks 1997

figuur 5: situatie omstreeks 1998

figuur 6: situatie omstreeks 2023

Volgens opgave van de opdrachtgever betreft de huidige bebouwing het voormalige restaurant van een voormalig recreatiepark. De voormalige recreatiewoningen zijn bij recht tot burgerwoningen bestemd en daarvoor ook voorzien van een woonbestemming. Ook het restaurant heeft al een woonbestemming. Ter plaatse zijn mogelijk een aantal sloten gedempt. In het verleden is mogelijk sprake geweest van een boomgaard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15571470/1