Bijlage 2 bij vragen en antwoorden Samen Waalwijk (2) Verweerschrift (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Aan
de
vaste
commissie
33601-57196
van
advies
ons
kenmerk
uw
schrijven
Uwschrijven
uw
kenmerk
Uwkenmerk
telefoonnummer
onderwerp
behandeld
Voorkeursrecht
Geachte
in
gebied
door
De
de
voor
bezwaarschriften
Ear
mn
*REFNUMBER*
(geanonimiseerd) Info@waalwijk.n 0416 683456
Els
en
doc.nr. verzonden
AFKORTI
5
EFNUMBER
2025
juni
omgeving
commissie,
Inleiding 1.
Op 19 juni 2025 zult u tijdens januari 2025, dat is ingediend
(geanonimiseerd) wonende
te
een
hoorzitting
het
bezwaarschrift, ingekomen
29
op
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) door
en
hierna (in enkelvoud) te noemen: “bezwaarmaker”, zaaknummer 33601-57196, behandelen.
bij u
bekend
onder
Het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk, hierna te noemen: “(het) college”, van 17 december 2024 tot het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht krachtens artikel 9.1 lid 2 van de Omgevingswet (Ow) op de in het gebied De Els en omgeving gelegen appartementsrechten, kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie D, complexaanduiding 2410-A, appartementsindex 7 en 13, hierna (in enkelvoud) te noemen:
“(de) voorlopige voorkeursrechtbeschikking”
onroerende
Op 27 februari 2025 heeft de raad van “(de) raad”, besloten tot het vestigen lid 20
respectievelijk “(de)
zaak”.
Waalwijk, hierna te noemen: voorkeursrecht krachtens artikel 9.1 1 onder c van de Ow op de onroerende zaak, welk voorkeursrecht vervolgens op maart 2025 door de raad is ingetrokken vanwege de niet tijdige inschrijving in de
openbare registers (en
daarmee
niet in
de
van
gemeente een
werking
is
getreden).
Op
20 maart 2025 heeft de raad opnieuw besloten tot het vestigen van een voorkeursrecht krachtens artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow op de onroerende hierna te noemen: “(de) voorkeursrechtbeschikking”. Krachtens
zaak,
artikel 9.4 lid 3 van de Ow is de voorlopige voorkeursrechtbeschikking rechtswege komen te vervallen drie maanden na het ingaan ervan, omdat de voorkeursrechtbeschikking pas is ingegaan na het verstrijken van de maximale
geldingsduur
van
de
voorlopige voorkeursrechtbeschikking
van
.
Hoewel krachtens artikel 16.32c lid 1 van de Ow niet geheel duidelijk is of het bezwaar dat aanhangig is gemaakt tegen de voorlopige voorkeursrechtbeschikking wordt geacht gericht te zijn tegen de voorkeursrechtbeschikking in de situatie zoals
Verweerschrift
1/3
hiervoor
onder
om
te
aan
5
toegelicht,
nemen
dat
stelt de
hiervan
zou
raad
moeten
zich op het standpunt dat er geen reden is worden afgeweken, omdat blijft staan dat
tijdens de bezwaarprocedure tegen de voorlopige voorkeursrechtbeschikking de voorkeursrechtbeschikking in werking is getreden. Bovendien gaat het hier om een wat inhoud betreft gelijk besluit (zie Kamerstukken II 2006/07, 30 938, nr. 3, pag. 58) en bezwaarmaker door deze ‘samenloop’ bepaling niet in zijn belangen wordt geraakt. 7.
De
raad
leiden
is
tot
van mening dat de aangevoerde bezwaargronden ongegrond zijn en niet kunnen herroeping van de voorkeursrechtbeschikking. De raad licht dat als volgt toe.
Ontvankelijkheid 8.
9.
Conform
de
Algemene ‘belanghebbende’. Een
wet
(Awb) staat bezwaar alleen open voor een belanghebbende degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De eigenaar van en de beperkt gerechtigden tot de onroerende zaak of zaken waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd zijn daarom altijd als in de zin van artikel 1:2 lid 1 van Awb aan te merken. belanghebbende Het
hiervoor
eigendom
is
de
van
bestuursrecht
vermelde
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) voorkeursrechtbeschikking. voldaan aan alle overige ontvankelijk.
en
Aangezien wettelijke
onroerende zaak komt uitsluitend toe aan is dus de zij belanghebbende bij het bezwaarschrift tijdig is ingediend en is is het bezwaarschrift in zoverre vereisten,
10. (geanonimiseerd) heeft niet het eigendom van de onroerende zaak en daar evenmin een beperkt recht op. Hij heeft dan ook geen belang bij het bezwaar ten aanzien van de onroerende zaak, zodat het bezwaarschrift voor zover dat namens hem is ingediend niet-ontvankelijk is. Bezwaren 11. Bezwaarmaker A.
huurder
samengevat
-
Dat
de
op
de onroerende
van
-
het
bezwaarmaker
volgende: contractueel
het eerste
recht
van
koop
heeft
zaak.
B.
Dat bezwaarmaker een vervangende respectievelijk nieuwe locatie wenst in het nieuwe winkelcentrum (horeca inclusief terras) en dat daartoe reeds enige tijd gesprekken worden gevoerd met Buitenvoort vastgoed en de BAN groep, maar dat daar telkens wisselende reacties uit naar voren komen hetgeen leidt tot verwarring en onzekerheid.
C.
Dat
bezwaarmaker verbaast dat het voorkeursrecht is gevestigd, omdat hij steeds in onderhandeling is met de BAN groep, hetwelk resulteert in het nog dat het voorkeursrecht wordt gebruikt om druk uit te oefenen op gevoel bezwaarmaker en de eerste stappen te zetten naar onteigening.
Reactie Ad.
stelt
het
op de
bezwaren
A.
12. De
omstandigheid
bezwaarmaker met de huurder van de onroerende zaak een koop is overeengekomen, maakt niet dat de raad ten onrechte de onroerende zaak legt en/of het instrument van het voorkeursrecht beperkingen op onrechtmatig inzet. Gelet op het doel van een voorkeursrecht, het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van onroerende zaken die benodigd zijn voor eerste
recht
Verweerschrift
dat
van
2/3
de
realisatie
van
koop bevoegdheid van
Ad.
van
toekomstige
planologische ontwikkelingen,
derde niet in de weg aan het gebruik tot het vestigen van een voorkeursrecht. een
van
staat
het eerste
de
wet
bij
recht
gegeven
B.
13. Niet wordt
ontkend
dat
al geruime tijd met bezwaarmaker is gesproken en de transformatie van (winkel)gebied De Els en omgeving en gecorrespondeerd de potentiële rol daarin van bezwaarmaker, maar om dezelfde redenen als genoemd in de toelichting onder 12 staat dat niet in de weg aan het gebruik van de bij wet er
over
gegeven Ad.
bevoegdheid
tot
het
vestigen
van
een
voorkeursrecht.
C.
14. Anders
dan
bezwaarmaker lijkt te het vertrouwen
veronderstellen, is de kernvraag niet of er bij de is gewekt dat bezwaarmaker een positie zou verwerven in de ontwikkeling van het (winkel)gebied De Els en omgeving, maar of het vertrouwen is gewekt dat er geen gebruik zou worden gemaakt van de bevoegdheden uit hoofde van de wet tot het vestigen van een voorkeursrecht. Die vraag wordt ontkennend beantwoord, omdat zulks uit niets is gebleken. Daar komt bij dat talloze malen het voorbehoud is gemaakt dat er nog geen sprake is van een definitief plan, zoals bezwaarmaker zelf bevestigt. onderhandelingen
15.
Overigens kan bezwaarmaker op grond van een gevestigd voorkeursrecht niet worden gedwongen zijn onroerende zaak te verkopen. De aanbiedingsplicht en daarmee het voorkeursrecht van koop van de gemeente wordt alleen ‘geactiveerd’ indien bezwaarmaker vrijwillig het voornemen opvat om zijn onroerende zaak van de hand te doen. De doelstelling van het voorkeursrecht is dan ook een andere dan die van de onteigening (alsmede de daarbij behorende procedures), hetwelk bezwaarmaker miskent. Zie onder meer het Koninklijk besluit van 14 maart 2002, gemeente Bergh, gepubliceerd in de Staatscourant van 5 april 2002.
Conclusie Gelet op het voorgaande bezwaarschrift tegen de Met
verzoekt
de
raad
uw
commissie
om
voorkeursrechtbeschikking ongegrond
te
adviseren het verklaren.
te
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd)
Verweerschrift
3/3