Bijlage 1b bij toelichting Boom effect analyse
Tekst van het document
BOOM EFFECT ANALYSE MEESTER VAN COOTHSTRAAT TE WAALWIJK
Rapportage boom effect analyse Meester van Coothstraat te Waalwijk Opdrachtgever
Magna Capital Partners De Kroonweg 12 5145 NH Waalwijk
Rapportnummer Versienummer
15327.005 D3
Status
Definitief
Datum
14 juli 2022
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
De heer ing. Y.O. van Woerkom / Mevrouw Z. Bosch
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer B. Arndt, MSc / Mevrouw S. Arends, BSc, ETT
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Inventarisatie .................................................................................................................... 6 Boomveiligheidscontrole ................................................................................................... 8 Toekomstverwachting huidige situatie ............................................................................. 9 Projectinvloeden ............................................................................................................. 10 Randvoorwaarden .......................................................................................................... 12
CONCLUSIE ............................................................................................................................. 13 5.1 5.2 5.3
6
Inventarisatie .................................................................................................................... 4 Boomveiligheidscontrole ................................................................................................... 4 Toekomstverwachting huidige situatie ............................................................................. 5 Projectinvloeden ............................................................................................................... 5
RESULTATEN ............................................................................................................................ 6 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3
Duurzaam te behouden .................................................................................................. 13 Duurzaam te behouden onder voorwaarden .................................................................. 13 Niet duurzaam te behouden ........................................................................................... 13
ADVIES ..................................................................................................................................... 14 6.1 6.2 6.3 6.4
Bijlage I Bijlage II
Opstellen boombeschermingsplan ................................................................................. 14 Werkwijze infra ............................................................................................................... 15 Afschermen groeiplaats te behouden bomen ................................................................. 14 Algemene beschermingsmaatregelen ............................................................................ 15
Overzichtskaart Inventarisatiegegevens 15327.005
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Magna Capital Partners opdracht gekregen voor het uitvoeren van een boom effect analyse aan de Meester van Coothstraat te Waalwijk. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie. Het doel van de van het onderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke negatieve invloeden van de voorgenomen plannen op de bomen. Tevens wordt bepaald of en welke maatregelen benodigd zijn om negatieve effecten te minimaliseren, waardoor zoveel mogelijk bomen duurzaam te behouden zijn. De centrale vraag van de boom effect analyse is: ‘kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie met de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden worden?’ Deze centrale vraag is voor de bomen binnen de onderzoekslocatie beantwoord. Deze rapportage betreft een actualisatie en is een groeidocument. Door het beschikbaar komen van de nieuwe versie van het ontwerp en inrichtingstekeningen is er de noodzaak de effecten daarvan op de bomen te toetsen. Hierdoor wordt gedurende het planproces ervoor gezorgd dat zo veel mogelijk bomen duurzaam behouden kunnen blijven. De onderstaande tekeningen zijn beoordeeld:
Op aangeven van het bevoegd gezag is in deze fase het niet gewenst om een ondergrondse beoordeling uit te voeren. Dit maakt dan ook geen deel uit van deze rapportage. Aanleiding hiervoor is dat de plannen/ontwerp nog kan wijzigen. Wij adviseren bij het aanvragen van de omgevingsvergunning of voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden alsnog een ondergrondse beoordeling te laten uitvoeren.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 1 van 15
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 6.500 m²) ligt aan de Mr. Coothstraat ten westen van het centrum van Waalwijk en omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie D nummers 1210 (ged.), 1211 (ged.), 4144 (ged.) en 4152. Zie figuur 1 voor de ligging en afbakening van de onderzoekslocatie.
Figuur 1. Ligging en afbakening onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een grote tuin met een aantal bijgebouwen en een vijver. De bijgebouwen zijn opgebouwd uit bakstenen muren met spouw. Verder is er gevarieerd groen aanwezig met verschillende soorten bomen, struiken en takkenrillen. De locatie ligt in een woonwijk met direct aangrenzend een wandelpark, begraafplaats en jeu-de-boules-baan. Tijdens het veldbezoek op 9 april 2021 zijn foto-opnamen gemaakt ter illustratie van de onderzoekslocatie, zie figuur 2 en 3.
Figuur 2. Onderzoekslocatie gezien vanaf de Meester van Coothstraat.
Rapport 15327.005 versie D3
Figuur 3. Onderzoekslocatie gezien vanuit de zuidwestelijke hoek van de tuin.
Pagina 2 van 15
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens de onderzoekslocatie te herontwikkeling en nieuwbouw te realiseren. Het plan voorziet in de realisatie van 28 appartementen verdeeld over drie bouwvolumes inclusief ontsluitingswegen en parkeervoorzieningen. In figuur 4 is het meest recente ontwerp, met laatste wijziging t.o.v. vorige ontwerp (o.a. wijziging balkon blok 2), weergegeven.
Figuur 4. Situatietekening (bron: Architectenbureau Van Reeven, d.d. 08-02-2022).
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 3 van 15
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Om te bepalen of de aanwezige boom, in de huidige verschijningvorm en op de huidige standplaats, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden kunnen worden zijn de volgende onderzoeksinspanningen verricht: 1. 2. 3. 4. 5.
Inventarisatie van de boom. Boomveiligheidscontrole middels VTA-methode. Beoordeling van de boven- en ondergrondse groeiplaats. Bepalen toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden. Bepalen effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de bomen.
3.1
Inventarisatie
De stampositie van de bomen in middels GPS bepaald. Vervolgens zijn de algemene boomkenmerken opgenomen. De algemene boomkenmerken zijn de Nederlandse en Latijnse soortnaam, boomhoogte, stamdiameter (gemeten op 1,3 meter boven maaiveld), en de conditie. De boomhoogte is bepaald met de hoogtemeter SUUNTO PM 5 en de stamdiameter met een PI-band. De conditiebepaling is onderdeel van de inventarisatie en geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van de boom op een bepaald moment. Bij de conditiebepaling wordt, afhankelijk van het seizoen, gelet op de volgende conditiekenmerken: de blad-/knopbezetting (Roloff methode) en transparantie van de kroon. Daarnaast is gekeken naar de takscheutlengte en de locatie van afgestorven takken in de kroon. Bij de conditiebepaling is onderscheid gemaakt tussen vier conditieklassen, zie tabel I. Tabel I. Conditieklassen (Roloff, 2001).
Conditieklasse
Omschrijving
Goed
Boom vertoont goede groei en vertoont een beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiplaatsomstandigheden.
Redelijk
Niet optimale groei, te zien aan verminderde twijglengte en een ijlere kroon, maar de minder optimale omstandigheden hebben geen duidelijke of onomkeerbare negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom.
Matig
Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals een ijle kroon, scheut- of taksterfte en beperkte twijggroei.
Slecht
Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware taksterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout.
3.2
Boomveiligheidscontrole
Na de inventarisatie is een boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd volgens de VTA-methode. De afkorting VTA staat voor Visual Tree Assesment en is ontwikkeld door prof. Dr. C. Matteck. De VTAmethode betreft een visuele controle van de gehele boom (kroon, stam en stamvoet) waarbij biologische en mechanische symptomen die duiden op (verborgen) gebreken geregistreerd worden. Op basis van de aard van de gebreken wordt de boom ingedeeld in een van de veiligheidscategorieën, zie tabel II.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 4 van 15
Tabel II. Veiligheidscategorieën (Matteck, 1995).
Veiligheidscategorie
Omschrijving
Boom zonder gebreken
De boom heeft geen noemenswaardige gebreken: er zijn geen symptomen aangetroffen welke duiden op een biologisch of mechanisch gebrek.
Attentieboom
De boom heeft een zichtbaar gebrek. Dit gebrek geeft echter geen directe aanleiding tot een verhoogd risico.
Risicoboom
De boom heeft een zichtbaar welke een verhoogd risico veroorzaakt. Of, de boom heeft een zichtbaar gebrek maar op het moment van controle is geen uitspraak te doen over het risico van het gebrek.
3.3
Toekomstverwachting huidige situatie
Op basis van de conditie, gebreken, groeiplaatsomstandigheden en de leeftijd is een inschatting gemaakt van de resterende levensduur van de bomen onder gelijkblijvende omstandigheden. De toekomstverwachting van de bomen is ingedeeld in een van de volgende categorieën, zie tabel III. Tabel III. Categorieën toekomstverwachting.
Categorie Goed (>15 jaar) Redelijk (10-15 jaar) Matig (5-10 jaar)
Omschrijving Toekomstverwachting is minimaal 15 jaar met actieve groei. Toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar met actieve groei. Toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar met actieve groei.
Slecht (< 5 jaar)
Toekomstverwachting van 0 tot 5 jaar met actieve groei.
-
Boom is reeds afgestorven en heeft als levende boom geen toekomstverwachting.
3.4
Projectinvloeden
De toekomstverwachting van de bomen kan tijdens en door de uitvoering van de (civieltechnische) werkzaamheden van het project ernstig beïnvloed worden. Over het algemeen is negatieve beïnvloeding van de toekomstverwachting voornamelijk toe te schrijven aan oorzaken zoals hieronder beschreven. Bovengrondse schade Door inzet van zwaar materieel in de nabijheid van bomen ontstaat de kans op beschadiging van stam of kroon. Ondergrondse schade (wortelschade en bodemverdichting) Door graafwerkzaamheden in de nabijheid van bomen tijdens de uitvoering van de (civieltechnische) werkzaamheden kan wortelverlies ontstaan. Daarnaast bestaat het risico dat de bodem wordt verdicht door de inzet van zwaar materieel en/of opslag van materiaal binnen de kroonprojectie. Bodemverdichting verstoort de uitwisseling van zuurstuf tussen de bodem en de buitenlucht wat wortelschade/sterfte tot gevolg heeft. Bronbemaling Bomen nemen via de opnamewortels voedingstoffen en vocht op. Bomen zijn voor de vochtvoorziening afhankelijk van regen- en/of grondwater. Indien bronbemaling wordt toegepast zal het grondwater tijdelijk verlaagd worden en mogelijk niet bereikbaar zijn voor de opnamewortels. Afhankelijk van de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden kan het vochtleverend vermogen ontoereikend zijn voor de bomen in het projectgebied.
Wanneer bronbemaling noodzakelijk is, bij voorkeur buiten het groeiseizoen uitvoeren (oktober tot maart).
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 5 van 15
4
RESULTATEN
Ten behoeve van de BEA zijn op 9 april 2021 in totaal 43 bomen geïnventariseerd en is de boomveiligheid beoordeeld met behulp van de VTA-methode. Een overzichtskaart met de unieke boomnummers is weergegeven in bijlage I. De nummers zoals weergegeven op de kaart corresponderen met de nummers zoals weergegeven in de tabel met inventarisatiegegevens, zie bijlage II 4.1
Inventarisatie
Boomsoorten Binnen de onderzoekslocatie is een grote diversiteit aan boomsoorten aangetroffen. In totaal zijn twintig verschillende soorten geïnventariseerd. De soorten en aantal per soort is weergegeven in tabel IV. Tabel IV. Aantal bomen per boomsoort.
boomsoort vederesdoorn (Acer negundo) westerse levensboom (Thuja occidentalis) fijnspar (Picea abies) kerspruim (Prunus ceracifera ‘Nigra’) haagbeuk (Carpinus betulus) eensteilige meidoorn (Crataegus monogyna) zomereik (Quercus robur) berk (Betula sp) gewone beuk (Fagus sylvatica) bruine beuk (Fagus sylvatica ’Atropunicea’) gewone es (Fraxinus excelsior) witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) zilveresdoorn (Acer saccharinum) gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) gewone plataan (Platanus x hispanica) schietwilg (Salix alba) Noorse esdoorn (Acer platanoides) okkernoot (Juglans regia) taxus (taxus baccata) zoete kers (Prunus avium) zuileik (Quercus robur ‘Fastigiata’) totaal
aantal bomen 5 4 4 3 3 3 3 2 1 1 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 43
Conditie De conditionele toestand van de bomen is De conditie is een belangrijke indicatie voor de weerbaarheid van bomen tegen negatieve invloeden. Zie tabel V voor conditionele toestand van het bomenbestand. In figuur 5 is de conditionele toestand van de houtopstand op kaart weergegeven. Tabel V. Conditionele toestand geïnventariseerde bomen.
Conditieklasse Goed Redelijk Matig Slecht Afgestorven Totaal
Rapport 15327.005 versie D3
Aantal bomen 18 20 2 1 2 43
Pagina 6 van 15
Figuur 4. Conditionele toestand.
Diameterklassen De stamdiameter van de bomen varieert sterk. Binnen de onderzoekslocatie staan dunne struikachtige bomen, zoals de exemplaren van de soort eensteilige meidoorn en kerspruim, maar ook forse (oude) exemplaren van de soort gewone beuk, Westerse levensboom en zilveresdoorn De diameterklassenverdeling van de houtopstand is weergegeven in figuur 5.
diameterklassenverdeling houtopstand 14
12
aantal bomen
12 10
8
8 6
6
5
4
3
4
2
1
2
2
0 < 20
20-30
31-40
41-50
51-60
61-70
71-80
81-90
> 100
diameterklassen in centimeter Figuur 5. Diameterklassenverdeling houtopstand.
Ecologie • In boom 3, 8, 13, 15 en 30 zijn vogelnesten aangetroffen. Het is onbekend of (en door welke soort) de nesten in gebruik zijn. • In boom 5 en 9 zijn actieve vogelnesten aangetroffen. De nesten zijn in gebruik door reigers. • In boom 11, 14, 32, 41, 42 zijn holtes en/of spechtengaten aangetroffen. De holtes en/of spechtengaten zijn mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 7 van 15
4.2
Boomveiligheidscontrole
De boomveiligheidscontrole is uitgevoerd middels de VTA-methode. De resultaten van de boomveiligheidscontrole zijn weergegeven in tabel VI. In figuur 6 zijn de resultaten van de boomveiligheidscontrole weergegeven op kaart. Tabel VI. Veiligheidsklasse geïnventariseerde bomen.
risicoklasse boom zonder gebreken attentieboom risicoboom totaal
Aantal bomen 31 12 43
Figuur 6. Resultaten boomveiligheidscontrole.
Bij twaalf bomen zijn mechanische en/of biologische gebreken waargenomen. De waargenomen gebreken veroorzaken een verhoogd risico voor de directe omgeving van de boom. De waargenomen gebreken zijn afgestorven takken, afgestorven bomen, holtes, rottingen en een plakoksel. De gebreken en voorgestelde veiligheidsmaatregelen zijn weergegeven in tabel VII. Tabel VII. Gebreken per boom met een verhoogd veiligheidsrisico (risicobomen).
gebrek afgestorven tak
boomnummer 7, 13, 15, 16
maatregel onderhoudssnoei
urgentie < 6 maanden
afgestorven boom
6, 17
vellen
< 3 maanden
holte
14, 32, 41, 42
nader onderzoek
< 3 maanden
rotting
12
nader onderzoek
< 3 maanden
plakoksel
30
nader onderzoek
< 3 maanden
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 8 van 15
4.3
Toekomstverwachting huidige situatie
Op basis van de inventarisatie en boomveiligheidscontrole is een inschatting gemaakt van de toekomstverwachting van de bomen bij gelijkblijvende omstandigheden. De toekomstverwachting van de bomen is weergegeven in tabel VIII. In figuur 7 is de toekomstverwachting weergegeven op kaart. Tabel VIII. Toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden.
toekomstverwachting > 15 jaar 10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar < 5 jaar reeds afgestorven Totaal
aantal bomen 37 1 2 1 2 43
Figuur 7. Toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden.
Het voornaamste gedeelte van de bomen heeft een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. De bomen verkeren in goede of redelijke conditie en hebben geen ernstige gebreken. Eén boom (nr. 28) heeft een toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar. De boom verkeert in matige conditie en is gesitueerd in een groeiplaats in de verharding. Twee bomen, nr. 12 en 27, hebben een toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar. Bij boom 12 is een rotting in de stam aangetroffen. Door de rotting is de toekomstverwachting van de boom beperkt. Boom 27 verkeert in matige conditie en is gesitueerd in de hoek van twee gebouwen. De boom is gesitueerd in de verharding. Een boom (nr. 32) heeft een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar. De boom verkeert in slechte conditie en vertoont afstervingsverschijnselen. De boom bevat daarnaast meerdere holtes. Twee bomen, nr. 6 en 17, zijn reeds afgestorven.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 9 van 15
4.4
Projectinvloeden
Op basis van de toekomstige inrichting, weergegeven in figuur 4, zijn knelpunten geformuleerd. Het gaat om de volgende knelpunten: 1. Realisatie appartementen (drie bouwblokken). 2. Aanleg infrastructuur: (aanleg ontsluitingsweg, diverse verharding (voetpaden/parkeerplaatsen) en plaatsen erfafscheiding). 3. Bronbemaling. 4. Plaatsen damwanden. Per knelpunt zijn de effecten op de bomen nader beschreven, in paragraaf 4.5 zijn randvoorwaarden weergegeven welke van toepassing op alle uit te voeren werkzaamheden. 4.4.1 Knelpunt 1: realisatie appartementen Het huidige plan voorziet in de realisatie van 28 appartementen verdeeld over drie bouwvolumes. Om voldoende werkruimte te hebben voor de bouw van de appartementen is een obstakelvrije zone van 5,0 meter benodigd. De obstakelvrije zone is bepaald door een buffer van 5 meter rondom de footprint van het gebouw te projecteren. In figuur 8 is de obstakelvrije zone en de footprint van de appartementen in relatie tot de stampositie en kroonprojectie van de bomen weergegeven.
x
x x
x x
x
xx xx
x x x
x x x
x
x
x x x
Figuur 8. Footprint appartementen en obstakelvrije zone in relatie tot stampositie en kroonprojectie van de bomen en op voorhand niet te behouden bomen (met x aangegeven).
De bomen waarvan de stampositie gesitueerd is binnen de contouren van de nieuwbouw en de obstakelvrije zone zijn niet duurzaam te behouden. Het betreft boom 8, 9, 10, 11, 20, 28, 29 en 30 t/m 43. Boom 19 is gesitueerd binnen de obstakelvrije zone en staat buiten de onderzoekslocatie. De boom is door snoei te behouden.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 10 van 15
Boom 1, 13, 14, 15, 16, 18, 21 en 22 staan met een deel van de kroon binnen de obstakelvrije zone. Om voldoende werkruimte te creëren kan het noodzakelijk zijn om de bomen te snoeien. Daarnaast kan bij werkzaamheden in de obstakelvrije zone beschadiging en/of verwijdering van wortels ontstaan. 4.4.2 Knelpunt 2: Aanleg infrastructuur Voor de bereikbaarheid van de appartementen wordt een ontsluitingsweg aangelegd. De weg sluit aan op de Meester van Coothstraat. Naast de ontsluitingsweg worden in het plangebied diverse verhardingen aangelegd. In de westelijke hoek van het plangebied worden 19 parkeerplaatsen aangelegd en naast blok 3 is extra ruimte gereserveerd voor parkeren. Onder de verhardingen (rijbaan en parkeerplaatsen) wordt een waterinfiltratie/bergingssysteem toegepast, benodigde ontgravingsdiepte: 0,6 meter ten opzichte van maaiveld. Parallel aan de ontsluitingsweg wordt een verhard wandelpad aangelegd. Dit pad loopt tussen de noordelijke appartementen en buigt in oostelijke richting af. Aan de noordzijde van de onderzoekslocatie is een erfafscheiding voorzien. In figuur 9 is een overzicht weergegeven van de aanleg van infrastructuur ten opzichte van de bomen.
x
xx
xx x x
xx xxxx x xx x
x
xx x x
x x xx x x
Figuur 9. Aanleg infrastructuur en op voorhand niet te behouden bomen (zwarte x door bebouwing en obstakelvrije zone, rode x door aanleg infrastructuur).
Binnen de contouren van de ontsluitingsweg, parkeerplaatsen en overige verhardingen zijn verschillende bomen gesitueerd. Het betreft boom 5, 6, 7, 8, 24, 25, 26 en 27. Deze bomen zijn op voorhand niet duurzaam te behouden. Bij boom 1, 2, 4, 21, 22 en 23 kan schade aan kroon, stam en stamvoet ontstaan door de werkzaamheden. Ondergronds kan wortelschade ontstaan. Om voldoende werkruimte te creëren kan het noodzakelijk zijn om de bomen te snoeien. Indien aan de randvoorwaarden zoals beschreven in 4.5 wordt voldaan kunnen de bomen duurzaam behouden blijven.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 11 van 15
4.4.3 Bronbemaling wanneer de grondwaterstand (tijdelijk) verlaagd wordt door bronbemaling kan dit een negatief effect op de bomen hebben. Opnamewortels kunnen uitdrogen, waardoor de boom verdroogd. Ook kunnen wortelrot en (toekomstige) stabiliteitsproblemen ontstaan. Wanneer bronbemaling binnen het groeiseizoen (april-oktober) plaatsvindt, is er een groot risico op verdroging van de bomen, (ook als het maar een korte periode betreft). Er dient een plan van aanpak te worden opgesteld met daarin vochtmonitoring en alternatieve watergift. 4.4.4 Plaatsen damwanden Het gebied is nat (hoge grondwaterstand) dus er zal mogelijk gewerkt gaan worden met damwanden. De exacte locatie van die damwanden is in deze projectfase nog niet bekend en het effect daarvan op de bomen wordt niet meegenomen in deze BEA. Er kan schade aan kroon, stam en stamvoet ontstaan door bouwwerkzaamheden. Ondergronds kan wortelschade ontstaan. 4.5
Randvoorwaarden
In onderstaande paragrafen zijn randvoorwaarden (bovengronds en ondergronds) meegegeven waaraan tijdens de uitvoering van alle werkzaamheden aan moet worden voldaan. 4.5.1 Randvoorwaarden bovengronds De kroonvorm moet behouden blijven, dus geen takken inkorten of bomen kandelaberen. In figuur 10 is dit schematisch weergegeven.
Figuur 10. Laterale kroon reductie (bron: Europese snoeistandaard).
Snoei alleen in overleg met en uitgevoerd door een gecertificeerd European Tree Worker (ETW). Kandelaberen of de kroon sterk innemen is niet toegestaan. 4.5.2 Randvoorwaarden ondergronds binnen kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5m) • maximaal 10 cm ophogen of verlagen; • boomwortels < 2 cm met recht snijvlak verwijderen als dat nodig is; • maximaal 20% totaal wortelpakket verwijderen; • Alle werkzaamheden die bovenstaande randvoorwaarden overschrijden mogen pas na goedkeuring door boomtechnisch adviseur (ETT) en op basis van dat advies mogelijk alleen onder toezicht uitvoeren.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 12 van 15
5
CONCLUSIE
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hoofdvraag van de boom effect analyse per boom beantwoord. De hoofdvraag luidt: kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden worden?” 5.1
Duurzaam te behouden
Boom 3 is in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden (duurzaam) te behouden. De effecten van de geplande werkzaamheden op deze boom is (zeer) beperkt en hebben geen negatieve invloed op de toekomstverwachting van deze boom. Met inachtneming van de algemene beschermingsmaatregelen kan schade aan de boom worden voorkomen. 5.2
Duurzaam te behouden onder voorwaarden
Boom 1, 2, 4, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 23 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden (duurzaam) te behouden indien aan de aangegeven randvoorwaarden (hoofdstuk 4 en 6) wordt voldaan. Bij boom 12 is een rotting in de stam aangetroffen, daardoor is de toekomstverwachting van de boom geschat op 5 tot 10 jaar. Bij deze boom dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd, aan de hand van de resultaten van dit onderzoek kan de toekomstverwachting nog worden bijgesteld. 5.3
Niet duurzaam te behouden
Boom 5 t/m 11 en 20, 24 t/m 43 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De positie van de bomen is conflicterend met de footprint van de appartementen, ontsluitingsweg en overige verhardingen. Daarnaast staan verschillende bomen binnen de 5,0 meter obstakelvrije zone rondom de footprint van de appartementen. Boom 17 is reeds afgestorven en daarom niet duurzaam te behouden. De conclusie van de boom effect analyse is weergegeven in figuur 11.
Figuur 11. Conclusie boom effect analyse.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 13 van 15
6 6.1
ADVIES Opstellen boombeschermingsplan
Voor aanvang van de werkzaamheden dient een werkplan boombescherming opgesteld te worden door een gecertificeerd boomadviseur (ETW en/of ETT), daarin wordt vastgelegd hoe binnen de kwetsbare boomzone gewerkt mag worden. 6.2 Bij de werkzaamheden kan gebruik worden gemaakt van alternatieve werkwijzen. Hierbij valt te denken aan grond wegzuigen en weer aanvullen na de werkzaamheden, onder de wortels doorwerken. Hierdoor blijven wortels in takt en kan de boom duurzaam behouden blijven. Ook kan gebruik worden gemaakt van alternatieve groeiplaatsinrichtingen en constructies. 6.3
Afschermen groeiplaats te behouden bomen
Ter bescherming van de te behouden bomen wordt geadviseerd om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden de groeiplaatsen van de bomen zoveel als mogelijk af te schermen met onverplaatsbare (bouw)hekken. Door de groeiplaatsen af te schermen wordt schade aan de groeiplaats voorkomen. In figuur 12 is weergegeven waar de bouwhekken bij voorkeur geplaats worden. Hierbij is rekening gehouden met de benodigde obstakelvrije zone van 5,0 meter rondom de footprint van de appartementen.
Figuur 12. Locatie bouwhekken.
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 14 van 15
6.4
Algemene beschermingsmaatregelen
Bij werken rond bomen dient men altijd rekening te houden met de algemeen geldende beschermingsmaatregelen. De algemene beschermingsmaatregelen zijn als volgt: -
Snoei de te behouden bomen vóór uitvoering van de werkzaamheden om voldoende werkruimte te creëren en schade te voorkomen. Deze snoeiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd European Tree Worker (ETW) of gelijkwaardig niveau.
-
Bescherm alle bomen binnen de invloedssfeer tegen directe (stam)schade door aanbrengen stamommanteling met afstandshouder (drain).
-
Er mag geen materiaal tussen de bomen worden geplaatst of opgeslagen. Hiermee wordt bodemverdichting en wortelschade voorkomen.
-
Er mogen geen voertuigen of andere machines tussen de bomen worden geparkeerd. Hiermee wordt bodemverdichting en wortelschade voorkomen.
-
Indien wortelkap bij wortels > 2,5 centimeter doorsnede noodzakelijk is, dient dit te gebeuren met behulp van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting van de wortel. Wortelkap bij wortels > 5 centimeter doorsnede dient handmatig te worden uitgevoerd, in overleg met een boomdeskundige.
-
Instrueer uitvoerende werknemers over werken rond bomen en hoe om te gaan met wortelkap.
-
Stel een boomtechnisch toezichthouder (gecertificeerd European Tree Technician of gelijkwaardig) aan om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te controleren op de naleving van de randvoorwaarde. De boomtechnisch toezichthouder kan tevens advies geven tijdens de werkzaamheden en wortelkap beoordelen en uitvoeren.
-
Bij voorkeur werkzaamheden buiten het groeiseizoen (november - maart) van de bomen uit voeren.
Econsultancy Zwolle, 14 juli 2022
Rapport 15327.005 versie D3
Pagina 15 van 15
GERAADPLEEGDE BRONNEN Roloff, A. (2001). Baumkronen: Verständnis und praktische Bedeutung eines komplexen Naturphänomens. Duitsland: Ulmer. Mattheck, G. C., Breloer, H., & Visser, B. M. (1995). Handboek boomveiligheid: de boombreuk in mechanica en rechtspraak. Zutphen, Nederland: Pius Floris Producties
Rapport 15327.005 versie D3
Bijlage I
Overzichtskaart
Rapport 15327.005 versie D3
Bijlage II
Inventarisatiegegevens
Nr. boomsoort 1 2 3 4
schietwilg Noorse esdoorn Westerse levensboom haagbeuk
stamdiameter (cm) 71 76 70 22
71-80 cm 71-80 cm 61-70 cm 20-30 cm
hoogte kroondiameter conditie (m) (m) 6-9 6 goed 15-18 10 goed 15-18 6 goed 9-12 6 redelijk
diameterklasse
gebreken
toekomstverwachting opmerking > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar
nest meerstammig nest reiger (actief)
5 fijnspar
48
41-50 cm
15-18
6
redelijk
6 fijnspar
33
31-40 cm
6-9
1
afgestorven
7 zomereik
54
51-60 cm
12-15
10
goed
8 Westerse levensboom
34
31-40 cm
15-18
6
goed
> 15 jaar
9 gewone beuk
76
71-80 cm
15-18
10
redelijk
> 15 jaar
10 zuileik 11 kerspruim 12 vederesdoorn
81 32 42
81-90 cm 31-40 cm 41-50 cm
18-21 6-9 9-12
7 4 7
goed redelijk redelijk
> 15 jaar > 15 jaar 5-10 jaar
holte
13 zilveresdoorn
156
> 100 cm
18-21
20
> 15 jaar
nest
14 gewone plataan
66
61-70 cm
12-15
10
> 15 jaar
holte
15 zilveresdoorn
139
> 100 cm
18-21
20
> 15 jaar
nest
16 witte paardenkastanje
58
51-60 cm
12-15
8
17 zomereik
50
41-50 cm
6-9
1
18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
35 30 38 40 20 32 43 26 25 22 26 25
31-40 cm 20-30 cm 31-40 cm 31-40 cm 20-30 cm 31-40 cm 41-50 cm 20-30 cm 20-30 cm 20-30 cm 20-30 cm 20-30 cm
9-12 9-12 9-12 12-15 12-15 9-12 9-12 9-12 9-12 6-9 9-12 9-12
6 7 6 7 7 5 5 6 6 5 6 6
witte paardenkastanje gewone es Westerse levensboom haagbeuk haagbeuk fijnspar fijnspar berk gewone es eenstijlige meidoorn gewone esdoorn okkernoot
> 15 jaar
ecologie
afgestorven boom afgestorven tak
rotting afgestorven redelijk tak redelijk holte afgestorven redelijk tak afgestorven redelijk tak afgestorven afgestorven boom redelijk redelijk goed goed goed redelijk redelijk redelijk redelijk matig matig redelijk
Rapport 15327.005 versie D3
> 15 jaar
> 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 5-10 jaar 10-15 jaar > 15 jaar
nest nest reiger (actief)
30 zoete kers
30
20-30 cm
6-9
5
redelijk
31 zomereik
24
20-30 cm
9-12
7
redelijk
32 berk
40
31-40 cm
9-12
5
slecht
33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43
22 15 18 24 75 14 8 46 44 54 18
20-30 cm < 20 cm < 20 cm 20-30 cm 71-80 cm < 20 cm < 20 cm 41-50 cm 41-50 cm 51-60 cm < 20 cm
9-12 9-12 9-12 9-12 15-18 6-9 6-9 12-15 9-12 12-15 9-12
7 7 6 7 10 4 4 6 8 9 6
goed goed goed goed redelijk goed goed goed redelijk goed goed
vederesdoorn vederesdoorn kerspruim vederesdoorn bruine beuk eenstijlige meidoorn eenstijlige meidoorn Westerse levensboom kerspruim vederesdoorn taxus
Rapport 15327.005 versie D3
plakoksel
> 15 jaar > 15 jaar
holten
holtes holtes
< 5 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar
nest eenzijdige kroon eenzijdige kroon
holtes
holte holte