Bijlage 1a Begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
Tekst van het document
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
28
2.2.3 Financiering In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen en uitgangspunten voor de kasgeldlimiet, de rente, de geldleningen en het treasurybeleid. De paragraaf beoogt, in samenhang met de financiële verordening, inzicht te geven in de sturing en beheersing van de financieringsfunctie. De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn in het treasurystatuut geconcretiseerd voor risicobeheer, financiën en kasbeheer. De voornaamste doelstellingen zijn het beperken van financiële risico’s, het verbeteren van het renteresultaat en het regelen van het liquiditeitenbeheer. Treasury In de vergadering van het algemeen bestuur van 16 december 2019 is het herziene treasurystatuut Baanbrekers vastgesteld. Het treasurystatuut geeft de spelregels voor de treasuryfunctie en diverse uitgangspunten voor het risicobeheer. Schatkistbankieren Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De banktegoeden die boven het drempelbedrag uitkomen, moeten worden overgemaakt naar een aparte rekening bij de Rijksschatkist. Het drempelbedrag wordt jaarlijks op basis van het begrotingstotaal berekend. Leningen en kredietfaciliteiten Baanbrekers heeft twee opgenomen langlopende leningen: Verstrekker *BNG 20 jaar BNG 50 jaar Totaal
Schuld per 1-1-2023 € 165.000 19.600.000 € 19.765.000
Jaarlijkse aflossing € 15.000 400.000 € 415.000
Jaar laatste aflossing 2033 2071
Rente 3,40 % 0,71%
* Deze lening is afgesloten t.b.v. de gemeente Waalwijk. De rente en aflossing worden jaarlijks doorbelast.
Indien het voor de financiering van nieuwe investeringen in 2023 noodzakelijk is aanvullende leningen aan te trekken, zal dit conform de kaders van het treasurystatuut plaatsvinden. Voor 2022 zal dit zeker niet aan de orde zijn. In de begroting is derhalve geen rekening gehouden met rentelasten van nieuwe leningen. Baanbrekers heeft bij de BNG een kredietfaciliteit van € 3,1 miljoen (situatie per begin 2022). Hier zal in 2022 geen gebruik van worden gemaakt. Bij de Rabobank en de ING is roodstand niet toegestaan. Rentevisie Verantwoorde financieringsbeslissingen vereisen een goede inschatting van de renteontwikkelingen. De lening bij de BNG ad € 20 miljoen is eind 2021 aangegaan en dient ter financiering van (een deel van) de herhuisvesting. Met het opnemen van de lening zijn renterisico’s voor de komende jaren nagenoeg uitgesloten. Onderscheiden worden rente voor kortlopende leningen (< 1 jaar) en rente voor langlopende leningen (> 1 jaar). Voor de begroting 2023 gaan we uit van maximaal 2 % voor zowel kortlopende als langlopende leningen.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
29
Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten voor het renterisicobeheer: • Geen overschrijdingen van de renterisiconorm conform de wet Financiering decentrale overheden (Fido); • Afstemming van nieuwe leningen/uitzettingen op de liquiditeitsplanning en de financiële positie; • Maximale afstemming van de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting op de actuele rentestand en de rentevisie. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de wet Fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar). De kasgeldlimiet voor de gemeenschappelijke regelingen is 8,2% van het begrotingstotaal. Rentetoerekening Op grond van het BBV dient de paragraaf financiering inzicht te geven in: • De rentelasten; • Het renteresultaat; • De wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. In de begroting 2023 is een bedrag voor rente op langlopende leningen opgenomen van € 139.000, bij de bepaling is rekening gehouden met transitorische rente. Rentebaten worden niet verwacht. Aan investeringen en projecten wordt geen rente toegerekend. Het renteresultaat bestaat dus alleen uit de werkelijk verschuldigde rente. Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op de vaste schulden heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld.
Deze norm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
30
2.2.4 Verbonden partijen De volgende verbonden partijen zijn allen gevestigd in Waalwijk en vallen volledig onder de invloed van (het bestuur van) Baanbrekers: Soort 1. Gemeenschappelijke regelingen 2. Vennootschappen en coöperaties 3. Stichtingen en verenigingen 4. Overige verbonden partijen
Verbonden partijen n.v.t. a) Ruelong B.V. b) Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW) c) Stichting Fidant n.v.t.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
31
a) Ruelong B.V. De besloten vennootschap Ruelong B.V. is voor 100% eigendom van Baanbrekers. Het bestuur van de B.V. is in handen van de directie zijnde de directeur van Baanbrekers. Er is een manager benoemd die taken en werkzaamheden van de B.V. in de uitvoering verricht onder verantwoordelijkheid van deze directeur/bestuurder. Bij het besturen van Ruelong B.V. wordt rekening gehouden met de belangen van de aandeelhouders. Dit gebeurt door afstemming over de wijze van besturen met de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA), zijnde de voorzitter van het dagelijks en algemeen bestuur van Baanbrekers. Ruelong B.V. exploiteert de bedrijfsactiviteiten groen en schoonmaak. Gedurende het jaar 2021 zijn gemiddeld 85,7 fte Wsw en 12,8 fte P-wet via Baanbrekers bij Ruelong B.V. aan de slag geweest. Daarmee zijn niet alleen de financiële maar ook de sociale belangen in deze deelneming voor Baanbrekers groot. Daarnaast heeft Ruelong B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst zelf medewerkers in dienst. Voor de besloten vennootschap Ruelong worden afzonderlijke jaarrekeningen opgemaakt. Naam regeling Rechtsvorm Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s
Beleidsvoornemens Ontwikkelingen/ veranderingen in het belang
Ruelong B.V. Besloten vennootschap Ruelong B.V. exploiteert de bedrijfsactiviteiten groen en schoonmaak. Ruelong B.V. hanteert de handelsnaam “WML-Facilitair”. De besloten vennootschap Ruelong B.V. is voor 100% eigendom van Baanbrekers. • Tussen Baanbrekers en Ruelong B.V. bestaat een rekeningcourantverhouding. • Baanbrekers heeft een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Ruelong B.V. afgesloten. Aan Ruelong B.V. wordt een deel van de overhead van Baanbrekers doorberekend. • Baanbrekers heeft gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel in dienst, dat gedetacheerd is bij Ruelong B.V. De salarislasten worden doorberekend aan Ruelong B.V. en de ontvangen Wsw rijksvergoeding wordt door Baanbrekers aan Ruelong B.V. doorbetaald. Begin begrotingsjaar 2022: -/- € 1.098.000 Begin begrotingsjaar 2022: € 2.053.000 2021: -/- € 243.000 Het risico is aanwezig dat de financiële performance van de bedrijfsactiviteit onder druk komt te staan waardoor doorgeleend geld niet meer terugbetaald wordt en ook de bijdrage aan de overheadkosten niet kan worden voldaan. Baanbrekers voorziet verliezen in de jaarrekening door het vormen voor een voorziening gelijk aan de hoogte van het negatieve eigen vermogen. Nader uitwerken van het IDU-proces en de bijdrage die Ruelong B.V. daaraan levert door het beschikbaar stellen van doorstroomplekken. Hiervoor worden diverse leerlijnen uitgewerkt.
Niet van toepassing.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
32
b) Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW) Baanbrekers leent personeel in van de Stichting Bevordering Werkgelegenheid (SBW). De enige activiteit van deze stichting is het in dienst hebben en detacheren van personeel bij of via Baanbrekers. Het hieruit voortvloeiend werkgeversrisico is voor rekening van Baanbrekers. De stichting maakt geen winst of verlies en heeft geen eigen vermogen. Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt tevens het bestuur van SBW. Van de stichting SBW worden afzonderlijke jaarrekeningen opgemaakt. Naam regeling Rechtsvorm Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
Risico’s
Beleidsvoornemens Ontwikkelingen/ veranderingen in het belang
Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW) Stichting De stichting heeft regulier personeel in dienst dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt het stichtingsbestuur van Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW). • Tussen Baanbrekers en SBW bestaat een rekening-courantverhouding. • SBW heeft personeel in dienst, dat gedetacheerd is bij Baanbrekers. De salarislasten worden doorberekend aan Baanbrekers en subsidies en andere bijdragen worden door SBW aan Baanbrekers doorbetaald. Begin begrotingsjaar 2022: € 0 Begin begrotingsjaar 2022 kortlopende schulden: € 635.802 2021: € 0 Begrotingsjaar 2022: € 0 Begrotingsjaar 2023: € 0 De activiteiten van de stichting bestaan uit het in dienst hebben van personeel dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het risico is aanwezig dat detacheringsvergoedingen, subsidies en bijdragen verlaagd worden waardoor de financiële prestatie van de bedrijfsactiviteit onder druk komt te staan. De organisatiekosten van de stichting Bevordering Werkgelegenheid MiddenBrabant (SBW) en de loonkosten van het personeel in dienst bij SBW worden doorbelast aan Baanbrekers, zodat het financiële resultaat per definitie nihil is.
Het risico ligt derhalve bij Baanbrekers. Geen wijzigingen Geen wijzigingen
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
33
c) Stichting Fidant Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt het stichtingsbestuur van Stichting Fidant. Stichting Fidant is in een aantal gevallen voor Baanbrekers, de drie aan Baanbrekers deelnemende gemeenten, UWV en derden de contractant voor trajecten voor personen voor het opdoen van vaardigheden om de vereiste competenties te bereiken naar zo regulier als mogelijk werk. De feitelijke uitvoering van deze trajecten wordt door stichting Fidant uitbesteed aan Baanbrekers. De stichting maakt geen winst of verlies en heeft geen eigen vermogen. Voor de stichting Fidant worden afzonderlijke jaarrekeningen opgemaakt. Naam regeling Rechtsvorm Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
Risico’s
Beleidsvoornemens Ontwikkelingen/ veranderingen in het belang
Stichting Fidant Stichting De stichting heeft personeel in dienst dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt het stichtingsbestuur van Stichting Fidant. - Tussen Baanbrekers en stichting Fidant bestaat een rekeningcourantverhouding. - Stichting Fidant heeft personeel in dienst, dat gedetacheerd is bij Baanbrekers. De salarislasten worden doorberekend aan Baanbrekers en subsidies en bijdragen worden door stichting Fidant aan Baanbrekers doorbetaald. Begin begrotingsjaar 2022: € 0 Begin begrotingsjaar 2022 kortlopende schulden: € 73.843 2021: € 0 Begrotingsjaar 2022: € 0 Begrotingsjaar 2023: € 0 De activiteiten van de stichting bestaan uit het in dienst hebben van personeel uit de doelgroep P-wet dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het risico is aanwezig dat detacheringsvergoedingen, subsidies en bijdragen verlaagd worden waardoor de financiële prestatie van de bedrijfsactiviteit onder druk komt te staan. De organisatiekosten van de stichting Fidant en de loonkosten van het personeel in dienst bij Fidant worden doorbelast aan Baanbrekers, zodat het financiële resultaat per definitie nihil is. Het risico ligt derhalve bij Baanbrekers. Geen wijzigingen Geen wijzigingen
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
34
2.2.5 Bedrijfsvoering Algemeen Het primaire doel van de afdeling Bedrijfsvoering & Control is de interne klant te adviseren en te ondersteunen in het behalen van de doelstellingen van Baanbrekers. Daarbij staan effectiviteit en efficiency voorop en worden risico’s zoveel mogelijk beperkt. Planning & Control/ Financiën Op 27 mei 2019 heeft het algemeen bestuur van Baanbrekers de “Financiële verordening Baanbrekers ex artikel 212 Gemeentewet” vastgesteld. Op dezelfde datum is de ‘‘Controleverordening Baanbrekers ex artikel 213 Gemeentewet’’ vastgesteld. Het herziene “Treasurystatuut Baanbrekers” dateert van 16 december 2019 en is in werking getreden per 1 januari 2020. Hiermee zijn voor de komende jaren duidelijke kaders gegeven voor de inrichting en het beheer van de financiële functie en de daarmee gepaard gaande planning- en control cyclus. Wijziging rechtmatigheidsverantwoording in 2022 De aangekondigde rechtmatigheidsverantwoording, waarmee decentrale overheden zelfstandig verantwoording afleggen over de naleving van de geldende wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening, is door de overheid opgeschoven naar het boekjaar 2022 (bij schrijven nog niet definitief).
Dit betekent dat de interne controles zodanig systeem- of gegevensgericht uitgevoerd moeten worden dat een gedegen onderbouwd oordeel over de rechtmatigheid kan worden gegeven door het dagelijks bestuur. Naar aanleiding van de wetswijziging zullen de interne controleprocessen in de loop van 2022 in overleg met de accountant beoordeeld en aangepast worden. In 2023 ligt de focus op het uitvoeren en documenteren van deze aangepaste controles, op basis waarvan de rechtmatigheidsverantwoording kan worden onderbouwd. Interne beheersing In voorgaande jaren is het team Interne Beheersing beschreven als een team dat zich enerzijds richt op risicomanagement en anderzijds op de daarbij behorende inrichting van de processen. Externe partijen zoals de accountant, BSI (certificerende instantie) en de archiefinspecteur voeren audits uit op de processen van Baanbrekers. Interne Beheersing speelt daarbij een belangrijke rol. Aan de achterkant worden tweede- en derdelijns controles uitgevoerd op de inrichting van de administratieve organisatie, informatieveiligheid, informatiebeheer en kwaliteit, arbo en milieu. Aan de voorzijde wordt hierin geadviseerd juist omdat het belangrijk is dat de borging daar plaatsvindt. Inspecties, controles en toezicht zijn tijdens de coronaperiode gewoon doorgaan, waarbij het werk grotendeels digitaal werd uitgevoerd.
In 2023 zal naar een goede balans worden gezocht tussen wat digitaal moet en/of kan, en wat fysiek. Gevoed vanuit de Plan-Do-Check-Act cirkel van Deming en het gedachtegoed vanuit diverse managementsystemen, blijft interne beheersing de ‘controlerende strik’ rondom de processen. Baanbrekers blijft daarmee aantonen ‘in control’ te zijn.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
35
Personeel en organisatie Het jaar 2023 zal in het teken staan van afronding implementatie uitkomsten onderzoek fijnstructuur dat in 2022 wordt opgeleverd en waarbij het zwaartepunt zal liggen op de veranderingen van het organisatieonderdeel Leren & Werken. P&O ondersteunt de `lijn` daar waar dit consequenties voor medewerkers zal hebben; denk aan initiatieven op het gebied van mobiliteit, in- en externe herplaatsing etc. De uitwerking van de strategische HR-doelstellingen 2019-2023 met de 2 HR-doelstellingen Duurzame inzetbaarheid (vitaliteit, groei, plezier) en Professionele cultuur (lef, vakmanschap, integraliteit/ verbinding) zal in een afrondende fase belanden en geëvalueerd moeten worden. Wat betreft de doelstelling Professionele Cultuur zal het voeren van “het goede gesprek”, dat in 2022 de plaats heeft ingenomen van de verouderde HR-gesprekkencyclus, verder gemonitord en geëvalueerd worden. P&O zorgt daar waar nodig voor trainingen, workshops en individuele coaching van de leidinggevenden zodat de omslag gemaakt wordt om niet alleen de focus te richten op inhoudelijke taken maar ook op groei en ontwikkeling. De ondersteuning vanuit P&O geldt ook voor de medewerkers die de omslag moeten maken om ook zelf verantwoordelijk te zijn voor groei en ontwikkeling.
De HR-doelstelling Duurzame inzetbaarheid zal ook in 2023 nog steeds volop onder de aandacht zijn en blijft noodzakelijk voor een organisatie als Baanbrekers. Acties die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld het verbeteren van preventie en terugdringen van verzuim waarbij P&O zorgt voor adviezen, workshops en coaching. De nieuwe arbodienst die Baanbrekers per 1 januari 2022 heeft, zal in 2022 een diagnosescan uitvoeren onder de medewerkers van Baanbrekers. Met de acties en adviezen die daaruit volgen zal ook vanuit P&O ondersteuning gevraagd gaan worden. Een en ander zal zo mogelijk worden gecombineerd met een in 2023 uit te voeren opvolging van het medewerkerstevredenheidsonderzoek (of werkvermogensmonitor). De krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat het een uitdaging blijft om de goede medewerkers te binden en te werven. P&O zal daarom blijven zoeken naar de beste manieren van werving en selectie. Tenslotte zal vanuit P&O ondersteuning nodig zijn richting de medewerkers bij de verdere digitalisering van alle werkprocessen op HR-gebied middels E-HRM. Communicatie Binden, boeien en betrekken. Dat is ons doel met onze communicatie. We delen steeds vaker mooie verhalen, die blijven hangen en ook door anderen worden doorverteld. Verhalen over kandidaten en medewerkers die in beweging zijn op de arbeidsmarkt.
Maar ook verhalen over ondernemers die graag met ons en onze mensen werken. We gaan in onze communicatie ook in op de kansen en mogelijkheden van werken met Baanbrekers. Natuurlijk komt onze dienstverlening op het gebied van inkomensondersteuning, de samenwerking in de lokale en regionale keten van werk en inkomen en op het gebied van inburgering van nieuwkomers ook communicatief aan bod. Baanbrekers is op weg om ook steeds meer digitaal te communiceren. Dit doen we intern op ons sociale intranet Bink. Dit doen we extern op onze websites, onze sociale mediakanalen en in onze digitale klantenomgeving. We maken hierbij gebruik van tekst, maar in het bijzonder ook van duidelijke infographics, verhelderende filmpjes en krachtige foto’s. In 2022 zijn er stappen gezet op het gebied van de branding van Baanbrekers. Besloten is om alleen nog maar vanuit Baanbrekers te communiceren als het gaat om het merendeel van ons bedrijfsmatige BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
36
activiteiten (kringloop blijft het merk Twiddus voeren) en om alle niet-bedrijfsmatige activiteiten. We kiezen er dus voor dat Baanbrekers het hoofdmerk van onze organisatie is. In 2022 zijn we begonnen met het verder integreren en met elkaar in één lijn brengen van onze communicatiemiddelen. Ook de huisstijl is op details gewijzigd en doorgevoerd bij de verschillende organisatieonderdelen. In 2023 gaan we hiermee verder. Met ons project om onze verschillende communicatie-uitingen nog begrijpelijker en gebruiksvriendelijker te maken, gaan we in 2023 verder. In 2023 gaan we ook regelmatig communiceren over de bouwplannen van Baanbrekers. We werken langzaam toe naar één modern en functioneel gebouw, van waaruit we onze diensten aanbieden. De bouwplannen zorgen ervoor dat onze dienstverlening tijdelijk mogelijk vanuit andere plekken zal plaatsvinden. Graag willen we alle doelgroepen goed meenemen in het bouwproces en hen tijdig en volledig informeren over de stand van zaken met betrekking tot onze huisvesting en dienstverlening. Feit is dat de ‘winkel openblijft tijdens de verbouwing’. Informatie en automatisering Verdere digitalisering blijft een punt van aandacht. Steeds meer papieren documenten van Baanbrekers worden verder gedigitaliseerd, van aanvraagformulier tot orderbon. Dit in samenspraak met de medewerkers waarbij ook de klanten van Baanbrekers worden meegenomen.
Verder is de verwachting dat we de software rondom het IDU-proces verder gaan optimaliseren. Ook blijven we werken aan het digitale klantportaal om de diverse soorten aanvragen digitaal en zoveel mogelijk geautomatiseerd te kunnen afhandelen. De aankomende nieuwbouw (en de inrichting van de nieuwe werkplekken) en de ingezette digitale transformatie geven in 2023 ook aanleiding om te gaan kijken naar het printerpark van Baanbrekers. De verwachting is dat we dat kunnen verkleinen in aantallen machines en kopieën. Naast de nieuwe zaken blijven we bezig om de veiligheid van de omgeving te waarborgen door het upto-date houden van de diverse systemen, uitwijkscenario’s testen, en het uitvoeren van pentesten. Facilitaire Zaken In 2023 zal in samenwerking met de interne klanten verder gewerkt worden aan de verbetering van de processen en systemen in het digitaliseringsproces. De verwachting is dat er in 2023 nog een klein gedeelte aan fysieke documenten gedigitaliseerd moet worden. Daarnaast zullen er nog acties zijn om de transitie van archief naar Informatiebeheer te implementeren. In 2022 wordt het wagenparkbeheer en het beheer van machines gecentraliseerd en ondergebracht bij Facilitaire Zaken (Technische Zaken). Dit zal meer efficiency opleveren, en beter inzicht in wat (en wanneer) nodig is.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
37
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
38
3 Financiële begroting 3.1 Uiteenzetting financiële positie en toelichting Algemeen Bij het opstellen van de staat van geraamde lasten en baten voor het begrotingsjaar 2023 is rekening gehouden met de actualisatie van de begroting 2022 en de bepalingen uit de kaderbrief 2023 inzake indexering van salariskosten en overige exploitatiekosten. Voor de doorwerking naar 2023 is de bijgestelde begroting 2022 gecorrigeerd voor incidentele voor- en nadelen. Om de algemene reserve weer op het oude niveau te brengen, is in 2023 een incidentele storting van € 555.000 opgenomen. De begroting gaat uit van vastgesteld beleid. Indien als gevolg van nieuwe ontwikkelingen programmaonderdelen aanvullend zijn bijgesteld, dan is dit in de betreffende programma’s duidelijk toegelicht. Omdat de ontwerpbegroting van een gemeenschappelijke regeling ruim driekwart jaar vóór aanvang van het begrotingsjaar wordt opgesteld, moet voor een groot aantal posten gewerkt worden met aannames. Om die reden worden alle nieuwe ontwikkelingen met financiële consequenties in een later stadium via begrotingswijzingen verwerkt. De eerste bijstelling vindt plaats bij aanvang van het boekjaar en wordt in januari 2023 aan het algemeen bestuur voorgelegd.
Daarnaast zullen we dit jaar bij het aanbieden van Berap II 2022 tevens melding doen van het voorlopig budget BUIG 2023 zodat de gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om dit nog voor aanvang boekjaar in hun begrotingen te verwerken. Salarislasten De salarissen zijn geraamd op basis van de vastgestelde formatie bij de actualisatie van de begroting 2022. Nieuwe ontwikkelingen op dit gebied, zoals ook wordt toegelicht in paragraaf 4.1 Toelichting op de lasten en baten per deelprogramma, worden steeds na besluitvorming in de eerstvolgende bijstelling van de begroting verwerkt. Voor 2023 worden de salarislasten ten opzichte van 2022 geïndexeerd met de ‘index loonvoet sector overheid’ zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2021. Voor 2023 bedraagt deze index 2,3 %. Cao-wijzigingen die in de loop van het jaar geëffectueerd worden, zullen in de eerstvolgende begrotingswijziging worden verwerkt. Overige kosten Het prijsindexcijfer van de netto materiële overheidsconsumptie (IMOC) uit de septembercirculaire 2021 van 1,5% is de basis voor de indexering in de begroting 2023. Deze indexering wordt generiek toegepast op alle overige budgetten, niet zijnde salariskosten. Bijdragen deelnemers De deelnemers dragen bij aan de kosten van Baanbrekers op basis van de in de gemeenschappelijke regeling vastgelegde verdeelsleutel.
Investeringen/financiering/stand en verloop van de reserves en voorzieningen De voorgenomen investeringen zijn nader toegelicht onder paragraaf 4.2. De financiering komt aan de orde in de paragraaf financiering (2.2.3). In bijlage I is het geraamde verloop van de reserves en voorzieningen weergegeven. Geprognosticeerde begin- en eindbalans voor het begrotingsjaar Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Toelichting op de meerjarenraming. Daar zijn, voor een betere vergelijking, de betreffende bedragen afgezet tegen de meerjarenraming tot en met 2026. BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
39
Ontwikkeling reserves Algemene reserve In de gemeenschappelijke regeling van Baanbrekers is opgenomen dat Baanbrekers over een algemene reserve mag beschikken van € 1,2 miljoen, mits daar vanuit bedrijfseconomisch standpunt aanleiding toe is. Het belangrijkste doel van deze reserve is om gedurende het begrotingsjaar fluctuaties op te vangen, zodat bij tegenvallende exploitatielasten de deelnemers niet direct met aanvullende bijdragen worden geconfronteerd. Daarmee verkleinen we het risico dat we bij bijstellingen van de begroting in 2023 met een vertragende zienswijzeprocedure te maken krijgen. Het jaarrekeningresultaat 2021 ad € 555.000 is ten laste van de algemene reserve gebracht zodat medio 2022 nog € 645.000 resteert. In deze begroting is een incidentele storting verwerkt van € 555.000 om de algemene reserve weer op het gewenste niveau te brengen. Reserve herpositionering Voor wat betreft de bestemmingsreserve herpositionering geldt dat hierop in het kader van de fijnstructuur op korte termijn nog aanzienlijke uitgaven worden verwacht. Zo worden in dat kader nog incidentele kosten verwacht voor: • externe procesbegeleiding • functiewaarderingstrajecten • extra opleidingen • kosten van boventalligen en bijkomende kosten van uitvoering sociaal plan.
We verwachten dat de kosten die met dergelijke trajecten gepaard gaan, ervoor zorgen dat de reserve volledig besteed gaat worden. Zoals we in een eerder stadium al meldden, verwachten we medio 2022 alles uitgekristalliseerd te hebben, en we de balans kunnen opmaken en een duidelijk beeld hebben van alle kosten. Daarna zal de reserve worden afgewikkeld. Reserve vakantiegeld De reserve is bestemd voor het betalen van de opgebouwde vakantiegelden van Wsw-medewerkers over de periode juni 2023-december 2023. Reserve herhuisvesting Deze reserve is in 2021 gevormd. Vanaf 2021 tot en met het jaar van de oplevering van de nieuwbouw, zullen de lasten en baten voortvloeiend uit diverse transacties via deze reserve lopen. In bijlage 5.1 is van alle reserves het geraamde verloop weergegeven.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
40
3.2 Begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 Het overzicht van de geraamde lasten en baten is als volgt: Baanbrekers Bedragen x € 1.000
Realisatie 2021
Lasten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen DP2: Leren & Werken DP3: Gemeentelijke bijdragen & .........overige lasten en baten Totaal lasten deelprogramma's Overhead Totaal lasten
Begroting 2022
Begroting 2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
35.851 11.992
32.718 13.062
32.344 12.989
33.351 13.167
34.051 13.080
34.501 13.036
71 47.915 8.837 56.751
35 45.815 6.959 52.774
35 45.368 7.032 52.400
35 46.553 7.006 53.559
35 47.166 8.075 55.241
35 47.572 7.261 54.833
34.582 11.939
30.428 13.468
30.309 13.162
31.197 13.119
31.895 12.909
32.341 12.830
8.882 55.404
9.161 53.057
9.975 53.446
9.716 54.032
12.681 57.485
9.661 54.833
Geraamd saldo van lasten en baten
-1.348
283
1.046
473
2.244
0
Af: stortingen reserves Bij: onttrekkingen reserves
-1.475 2.268
-492 209
-1.046 0
-473 0
-2.244 0
0 0
Baten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen DP2: Leren & Werken DP3: Gemeentelijke bijdragen & .........overige lasten en baten Totaal baten
Geraamd resultaat -555 0 0 0 0 Realisatie 2021 : conform voorlopige jaarrekening 2021, realisatiecijfers kunnen nog wijzingen na accountantscontrole. Begroting 2022 : conform begroting 2022 na 2e begrotingswijziging, formele besluitvorming door AB op 4 april 2022
0
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
41
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
42
4 Toelichting op de begroting 2023 4.1 Toelichting op de lasten en baten per deelprogramma In de navolgende paragrafen zijn per deelprogramma de lasten en baten nader gespecificeerd en toegelicht. Na de overzichten van lasten en baten, worden de kosten van overhead gepresenteerd. Hierna volgt een algemene toelichting op de programmaonderdelen die in meerdere deelprogramma’s tot uiting komen. Algemene toelichting op gemeenschappelijke programmaonderdelen Gesubsidieerd personeel en Wsw rijksvergoeding Gesubsidieerd personeel bestaat uit medewerkers met een Wsw-indicatie. Op basis van het huidige personeelsbestand met de bijbehorende pensioenleeftijden is het meerjarige verloop van de loonkosten begroot. De loonkosten zijn berekend conform loonkostenniveau 2022 met een indexering van 2,3%. Als tegemoetkoming in de loonkosten van de Wsw-doelgroep wordt de Wsw rijksvergoeding ontvangen. In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 is de Wsw rijksvergoeding conform de budgetten uit de septembercirculaire 2021 verwerkt. De verdeling van de Wsw rijksvergoeding over de deelprogramma’s is gemaakt op basis van de afdelingen waarvoor de medewerkers per februari 2022 werkzaam waren. Verwachte omvang Sw-doelgroep 2023 Beginstand 2023 Woongemeente in fte's in aantallen Heus den 100,0 119 Loon op Za nd 87,4 104 Wa a l wi jk 146,8 172 El ders (bui tengemeente) 10,7 14
Eindstand 2023 in fte's in aantallen 97,3 116 85,3 101 143,0 167 10,7 14
Totaal
336,2
344,8
409
398
Niet gesubsidieerd personeel en inhuur derden In de begroting is, behoudens de jaarlijkse groei in het kader van jobcoaching (1 fte), uitgegaan van een ongewijzigd takenpakket. Daarom wordt aangenomen dat de huidige formatie (vast) aangevuld met inhuur derden (flexibel) in staat is om in de komende jaren het volledige takenpakket uit te voeren. Externe ontwikkelingen, veranderende vraag naar specifieke dienstverlening, maar ook interne ontwikkelingen zoals de steeds verder gaande digitalisering met efficiëntere werkprocessen tot gevolg kunnen op termijn leiden tot een andere, mogelijk kleinere formatiebehoefte. Wijzigingen hierin zullen voorgesteld worden op het moment dat ze zich voordoen of een concreet karakter hebben. Momenteel loopt een onderzoek naar de fijnstructuur van Baanbrekers. Zoals in paragraaf 3.1 onder Reserve herpositionering geschreven, verwachten we medio 2022 alles uitgekristalliseerd te hebben. De formatieve gevolgen met doorwerking naar 2023 worden daarna integraal verwerkt. Overige lasten en baten deelprogramma’s Vanaf jaarrekening 2018 is de lijn ingezet om overige lasten en baten zoveel mogelijk te presenteren bij de deelprogramma’s waarop ze betrekking hebben. Dit ter voorkoming dat in de overhead onterecht hoge lasten worden gepresenteerd. Omdat het vaak incidentele posten betreffen, worden de overige lasten en baten in principe niet begroot.
Indien gedurende het jaar noemenswaardige mutaties ontstaan, worden deze via begrotingswijzigingen opgenomen. BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
43
4.1.1 Deelprogramma 1: Re-integratie, Participatie & Inkomen Deelprogramma 1: Re-integratie, Participatie & Inkomen Bedragen x € 1.000
Realisatie 2021
Lasten BUIG - Uitkeringen BUIG - LKS: Banenafspraak BUIG - LKS: Beschut Werk Bbz bedrijfskrediet Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Bijzondere bijstand Re-integratie trajecten Lonen Fidant extern Gesubsidieerd personeel Niet gesubsidieerd personeel - doorbelast aan trajecten Inhuur derden Specifieke ICT Projectkosten (Plus-taken) Inleg Bundeling Middelen Overige lasten Totaal lasten Baten BUIG - Inkomsten BUIG - Invordering Bbz bedrijfskrediet Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Bijzondere bijstand Participatiebudget (P-budget) Vergoeding Fidant extern Wsw rijksvergoeding Projectinkomsten (Plus-taken) Inkomsten uit de regio Overige baten Totaal baten
Begroting 2022
Begroting 2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
20.224 1.298 242 31
20.400 1.520 440 300
20.400 1.740 550 50
20.900 1.960 660 50
21.200 2.180 770 50
21.400 2.300 830 50
3.686 2.644 603 35 107 5.162 -470 1.540 393 188 60 110 35.851
0 2.595 770 45 108 5.404 -688 970 425 429 0 0 32.718
0 2.595 840 45 110 6.022 -780 220 432 0 0 120 32.344
0 2.595 910 45 110 6.202 -854 220 432 0 0 120 33.351
0 2.595 980 45 110 6.276 -927 220 432 0 0 120 34.051
0 2.595 1.050 45 110 6.349 -1.001 220 432 0 0 120 34.501
25.702 726 28
25.781 650 50
26.153 550 25
26.983 550 25
27.613 550 25
27.993 550 25
4.088 2.644 744 34 71 172 40 332 34.582
0 2.595 822 30 71 429 0 0 30.428
0 2.595 886 30 70 0 0 0 30.309
0 2.595 944 30 70 0 0 0 31.197
0 2.595 1.013 30 69 0 0 0 31.895
0 2.595 1.079 30 70 0 0 0 32.341
Geraamd saldo van lasten en baten -1.269 -2.291 -2.036 -2.154 -2.156 Realisatie 2021 : conform voorlopige jaarrekening 2021, realisatiecijfers kunnen nog wijzingen na accountantscontrole. Begroting 2022 : conform begroting 2022 na 2e begrotingswijziging, formele besluitvorming door AB op 4 april 2022
-2.160
Gebundelde uitkering (BUIG) BUIG – inkomsten en uitkeringen Omdat de eerste beschikking voor het BUIG-budget 2023 pas in september 2022 gepubliceerd wordt, is voor het opstellen van deze begroting op basis van het macrobudget Participatiewetuitkeringen (PW) 2023 van het Ministerie van SZW een prognose gemaakt van het BUIG-budget 2023. Het geraamde macrobudget PW 2023 toont momenteel een stabiel niveau (- 0,03%) ten opzichte van 2022. Daarvan afgeleid kunnen we aannemen dat de gemeenten de komende jaren in omvang een soortgelijk BUIG-budget zullen ontvangen als in de afgelopen paar jaar. De absolute groei van het budget wordt veroorzaakt door een toenemende omvang van het deel dat ter dekking van de uitbetaalde loonkostensubsidies Banenafspraak en Beschut Werk dient. Deze middelen, die vanaf 2022 op realisatiebasis worden verstrekt, lopen integraal mee in het allesomvattend BUIG-budget.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
44
Het verwacht aantal uitkeringsgerechtigden en de bijbehorende uitkeringslast is ook op basis van het macrobudget PW 2023 bepaald. Voor de begroting 2023 gaan we daarom ook uit van een gelijkblijvend aantal uitkeringsgerechtigden en eenzelfde uitkeringslast. Integrale bijstelling vindt plaats bij aanvang van het jaar. Op dat moment nemen we de werkelijke ontwikkeling van het uitkeringsbestand en het voorlopig budget BUIG als uitgangspunt. Bij aanbieding van Berap II 2022 zullen we tevens melding maken van het voorlopig budget BUIG 2023, zodat de gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om dit nog voor aanvang boekjaar in hun begrotingen te verwerken. BUIG – LKS: Banenafspraak en Beschut Werk Zoals hiervoor gesteld, worden gemeenten vanaf 2022 voor het lopende jaar gefinancierd op basis van de gerealiseerde uitgaven aan loonkostensubsidies van het vorige jaar. Doordat de financiering is aangepast, wordt vanaf 2022 extra inzet van LKS verwacht. Daarnaast nemen de uitgaven aan loonkostensubsidie jaarlijks toe omdat de doelgroep van LKS sinds de invoering van de Participatiewet ingroeit. Mocht het werkelijke volume in de toekomst significant afwijken, dan wordt dit met een begrotingswijziging verwerkt. Met betrekking tot Beschut Werk wordt in 2023 voorlopig, conform de laatst bekende taakstelling vanuit het Rijk uitgegaan van 53 plaatsingen.
Baanbrekers is voor de instroom afhankelijk van het UWV. BUIG – Invordering In een eerder stadium is besloten dat voor inkomsten uit hoofde van BUIG - Invordering structureel € 550.000 in de begroting wordt opgenomen. Overige inkomensregelingen Bbz - bedrijfskrediet Startende, gevestigde en beëindigende zelfstandigen kunnen voor financiële ondersteuning onder voorwaarden een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Met dit besluit wordt beoogd kansrijke vanuit een uitkering startende ondernemers een steuntje in de rug te geven en zelfstandigen met tijdelijke financiële moeilijkheden in staat te stellen hun werkzaamheden voort te zetten. De bijstand kan worden verstrekt in de vorm van een uitkering om te voorzien in de kosten van levensonderhoud (onder BUIG) en in de vorm van bedrijfskredieten. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) De Tozo is een tijdelijke regeling uit 2020 en 2021. Vanaf 2022 verantwoordt Baanbrekers haar ontvangsten uit terugvordering op deze regeling. Voor de ontvangen middelen geldt een 100% terugbetalingsverplichting aan het Rijk, waardoor het neutraal voor de begroting is. Bijzondere bijstand In de begroting wordt uitgegaan dat Baanbrekers de bijzondere bijstand voor de deelnemende gemeenten volledig uitvoert. De uitkeringslasten worden volledig door de betreffende gemeenten vergoed.
De raming voor 2023 en volgende jaren is gebaseerd op de meest recente realisatiecijfers. Nieuwe ontwikkelingen zullen te zijner tijd verwerkt worden in een bijstelling van de begroting. Participatiebudget Participatiebudget (P-budget) Conform de budgetten uit de septembercirculaire 2021 zijn de inkomsten vanuit het participatiebudget begroot. Omdat het voorlopige budgetten betreft, zal het budget voor aanvang en gedurende het begrotingsjaar steeds conform de laatste beschikking worden bijgesteld. BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
45
Re-integratie trajecten Vanuit de Participatiewet draagt Baanbrekers optimaal bij aan het (re-)integreren en participeren van kwetsbare doelgroepen in de reguliere arbeidsmarkt. Enerzijds doet zij dit via het inzetten van loonkostensubsidies, anderzijds wordt dit bewerkstelligd met re-integratie trajecten. De groeiende omvang van de doelgroep uit de P-wet leidt tot een toenemende vraag van dit soort trajecten. Voornamelijk de inzet van jobcoaches zal in de komende jaren een steeds grotere omvang krijgen. Actualisering van deze post vindt voor aanvang van ieder boekjaar plaats, omdat veranderende behoeftes en ontwikkelingen in het uitkeringsbestand tot aangepaste of aanvullende trajecten kunnen leiden. Fidant extern Hieronder vallen de loonkosten en ontvangen detacheringsvergoedingen van werknemers die direct bij externe bedrijven werkzaam zijn, maar over de payroll van Stichting Fidant lopen. Voor de komende jaren worden hierin geen grote financiële veranderingen verwacht. Uitvoeringskosten Specifieke ICT Conform de bepalingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald welke automatiseringskosten specifiek aan de uitvoering van dit deelprogramma toe te rekenen zijn. Dit deel is voor 2023 en verder begroot op € 432.000. Gedurende het boekjaar vindt de toerekening op basis van werkelijke kosten plaats.
Overigen Projectkosten en -inkomsten (Plus-taken) In het kader van specifieke dienstverlening voor de gemeenten wordt in 2022 de nieuwe Wet Inburgering uitgevoerd. Omdat nog geen uitvoeringsplan 2023 is overeengekomen, zijn baten en lasten voorlopig op nul gehouden. Datzelfde geldt voor de inzet van Baanbrekers’ handhavers binnen de gemeentelijke interventieteams (HIT en BIT). Per saldo zitten de projectenlasten en –baten neutraal in de begroting omdat de lasten één op één vergoed worden door de opdrachtgevende gemeenten. Bij actualisatie van de begroting zullen nieuw overeengekomen projecten worden meegenomen en de huidige projecten worden bijgesteld. Inleg Bundeling Middelen De gemeenten hebben begin 2020 besloten tot bundeling middelen in het WerkgeversServicepunt Midden-Brabant. De financiële bijdrage in dit regionaal samenwerkingsverband werd in de jaren 2020 – 2021 vanuit Baanbrekers namens de deelnemers verzorgd. Tijdens het opstellen van deze begroting is nog onduidelijk in welke vorm dit wordt voortgezet. Het is een optie dat de pilot wordt gestopt en de uitvoering van de regionale dienstverlening weer bij Baanbrekers wordt belegd. De inleg bundeling middelen zou daarmee komen te vervallen. Onder de post re-integratie trajecten is in dat verband vanaf 2022 weer een budget opgenomen voor de verstrekking van stimuleringspremies.
Inkomsten uit de regio Voor de uitvoering van re-integratie activiteiten worden incidenteel vergoedingen uit de regio ontvangen. Omdat deze vergoedingen afhankelijk zijn van specifiek uitgevoerde taken, kan op voorhand geen schatting worden gemaakt over de hoogte van deze inkomsten. Overige lasten en baten Gemeenten kunnen de kosten van Bbz levensvatbaarheidsonderzoeken niet meer declareren. De middelen zijn toegevoegd aan het gemeentefonds. De verwachte kosten zijn nu onder de overige lasten opgenomen. BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
46
4.1.2 Deelprogramma 2: Leren & Werken Deelprogramma 2: Leren & Werken Bedragen x € 1.000
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
Lasten Directe productiekosten Lonen Fidant intern Gesubsidieerd personeel Niet gesubsidieerd personeel Inhuur derden Resultaat deelneming Ruelong B.V. Overige lasten Totaal lasten
165 1.275 8.624 1.674 12 243 0 11.992
97 1.494 9.243 1.799 0 429 0 13.062
97 1.542 9.153 1.724 25 448 0 12.989
97 2.002 8.825 1.724 25 495 0 13.167
97 2.312 8.402 1.724 25 521 0 13.080
97 2.520 8.145 1.724 25 526 0 13.036
Baten Omzet Wsw rijksvergoeding Loonkostensubsidies Fidant intern Overige baten Totaal baten
3.563 7.936 440 0 11.939
4.471 8.286 711 0 13.468
4.511 7.918 733 0 13.162
4.511 7.645 963 0 13.119
4.511 7.280 1.118 0 12.909
4.511 7.097 1.222 0 12.830
Geraamd saldo van lasten en baten -53 406 174 -48 -170 Realisatie 2021 : conform voorlopige jaarrekening 2021, realisatiecijfers kunnen nog wijzingen na accountantscontrole. Begroting 2022 : conform begroting 2022 na 2e begrotingswijziging, formele besluitvorming door AB op 4 april 2022
-206
Directe productiekosten en omzet Voor wat betreft de omzet van de diverse PMC’s binnen Leren & Werken wordt in de begroting uitgegaan van een gelijkblijvende omvang in de komende jaren, hierbij baseren we onze verwachting op de bijgestelde begroting 2022, na correctie van het incidenteel nadeel door winkelsluiting van Twiddus. Deze continuïteitsveronderstelling heeft ook betrekking op de directe productiekosten. Fidant intern De lasten van Fidant intern worden gevormd door de loonkosten van kandidaten vanuit de Participatiewet die bij Baanbrekers aan het werk zijn, dit zowel in het kader van de Banenafspraak als Beschut Werk. Het inzetten van kandidaten uit de Participatiewet binnen de leerwerkstructuur van Baanbrekers heeft immers een tweeledig doel. Enerzijds dient de leerwerkstructuur voor kandidaten met een doelgroepverklaring Banenafspraak als springplank naar een zo regulier mogelijke baan. Anderzijds dient het als vangnet voor kandidaten met een doelgroepverklaring Beschut Werk. Ondanks een steeds grotere doelgroep Banenafspraak verwachten we de komende jaren een stabiel aantal kandidaten dat intern op een leerwerkplek aan de slag gaat. Voor Beschut Werk geldt telkens de taakstelling vanuit de overheid, waarin meerjarig een continue groei verwacht wordt.
Als tegemoetkoming in de loonkosten van Participatiewetkandidaten wordt uit het BUIG-budget een loonkostensubsidie ontvangen (maken onderdeel uit van deelprogramma 1: Re-integratie, Participatie & Inkomen). De ontwikkeling van de loonkostensubsidies volgt de lijn van de loonkosten en bedraagt effectief zo’n 50% van de loonkosten. Resultaat deelneming Ruelong B.V. Conform de financiële garantstelling van Baanbrekers aan Ruelong B.V. wordt vanaf 2018 voor de gecumuleerde negatieve resultaten van Ruelong B.V. een voorziening gevormd. De jaarlijkse mutatie hiervan wordt in dit deelprogramma verantwoord. De verwachting is dat het resultaat, als gevolg van de veranderende samenstelling van de diverse doelgroepen, steeds verder onder druk komt te staan.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
47
4.1.3 Deelprogramma 3: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten Deelprogramma 3: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten Bedragen x € 1.000
Realisatie 2021
Lasten Lasten overige omzet Onvoorzien Incidentele lasten Totaal lasten Baten Gemeentelijke bijdragen Wsw rijksvergoeding Beg. Werken - doorbetaald aan bedrijven - doorbetaald aan buitengemeenten Overige omzet Incidentele baten Totaal baten
Begroting 2022
Begroting 2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
13 0 58 71
10 25 0 35
10 25 0 35
10 25 0 35
10 25 0 35
10 25 0 35
6.910 541 -220 6 34 1.612 8.882
8.789 551 -220 0 40 0 9.161
9.613 543 -220 0 40 0 9.975
9.354 542 -220 0 40 0 9.716
9.517 539 -220 0 40 2.805 12.681
9.300 541 -220 0 40 0 9.661
Geraamd saldo van lasten en baten 8.811 9.126 9.940 9.681 12.646 Realisatie 2021 : conform voorlopige jaarrekening 2021, realisatiecijfers kunnen nog wijzingen na accountantscontrole. Begroting 2022 : conform begroting 2022 na 2e begrotingswijziging, formele besluitvorming door AB op 4 april 2022
9.626
Gemeentelijke bijdragen Conform de eisen van de toezichthouder werkt Baanbrekers met een structureel sluitende begroting. De gemeentelijke bijdragen dekken het exploitatietekort af. Omdat alle ontwikkelingen, zowel intern als extern, doorwerken in de gemeentelijke bijdragen is vooraf lastig te voorspellen wat het daadwerkelijke tekort uit normale bedrijfsvoering zal zijn. De huidig begrote bijdragen zijn een resultante van alle tot op heden bekende ontwikkelingen. Lasten en baten overige omzet Naast de omzet en de productiekosten die daarmee gepaard gaan, heeft Baanbrekers nog overige lasten en baten uit bedrijfsvoering. Te denken valt hier aan huuropbrengsten, transportkosten etc. Het volume hiervan ligt jaarlijks ongeveer op hetzelfde niveau. Onvoorzien Bij de aanbieding van de begroting 2021 heeft de provincie Noord-Brabant de opmerking gemaakt dat conform de regelgeving van het BBV (artikel 8 lid 1) een post onvoorzien verplicht is. Om aan de opmerking van de provincie te voldoen, is met ingang van de begroting 2022 een post onvoorzien opgenomen van € 25.000.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
48
4.1.4 Overhead Conform het BBV worden kosten van overhead afzonderlijk begroot en verantwoord. De totale kosten van overhead voor de gehele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Tot de overhead worden “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces” gerekend. Overhead Meerjarenraming 2025 2024 2.375 2.476 -1.815 -1.908 560 567
Realisatie 2021 3.693 -2.852 841
Begroting 2022 2.661 -2.043 618
Begroting 2023 2.591 -1.992 599
Niet gesubsidieerd personeel - doorbelast Ruelong B.V. Netto niet gesubsidieerd personeel
4.155 -318 3.837
3.930 -237 3.693
4.003 -242 3.761
4.003 -242 3.761
4.003 -242 3.761
4.003 -242 3.761
Wsw rijksvergoeding - doorbelast Ruelong B.V. Netto Wsw rijksvergoeding
-3.137 2.566 -571
-2.214 1.789 -425
-2.099 1.697 -403
-2.008 1.619 -389
-1.917 1.529 -387
-1.883 1.494 -389
Lage Inkomensvoordeel (LIV) - doorbelast Ruelong B.V. Netto Lage Inkomensvoordeel (LIV)
-196 39 -157
-175 35 -140
-175 35 -140
-175 35 -140
-175 35 -140
-175 35 -140
Overige personeelslasten Inhuur derden Afschrijving Rente Onderhoud Algemene lasten DVO Ruelong B.V.
510 351 1.671 44 560 2.519 -769
735 65 265 146 223 2.178 -400
735 195 265 139 226 2.055 -400
735 195 260 136 226 2.055 -400
795 195 1.280 133 226 2.052 -400
735 195 530 130 226 2.052 -400
Bedragen x € 1.000 Gesubsideerd personeel - doorbelast Ruelong B.V. Netto gesubsidieerd personeel
2026 2.326 -1.766 560
8.075 7.006 7.032 6.959 8.837 Geraamde lasten overhead Realisatie 2021 : conform voorlopige jaarrekening 2021, realisatiecijfers kunnen nog wijzingen na accountantscontrole. Begroting 2022 : conform begroting 2022 na 2e begrotingswijziging, formele besluitvorming door AB op 4 april 2022
7.261
Lage Inkomensvoordeel (LIV) Het LIV is een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Hierdoor dalen de loonkosten voor de werkgever. De hoogte van het lage inkomensvoordeel is afhankelijk van het aantal uur dat de werknemer op jaarbasis werkt, afgezet tegen zijn jaarinkomen dat met deze uren wordt verdiend. Gezien de krimp van de Wsw-doelgroep aan de ene kant, maar een groei van het aantal medewerkers met een indicatie Beschut Werk aan de andere kant, verwachten we de komende jaren per saldo een gelijkblijvend bedrag aan LIV-middelen. Overige personeelslasten De komende jaren worden geen opvallende ontwikkelingen verwacht in de overige personeelslasten. De mutatie in 2025 wordt veroorzaakt door het personeelsfeest waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie worden gebracht.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
49
Afschrijving, rente en onderhoud De activastaat ultimo 2021 opgehoogd met de goedgekeurde voorgenomen investeringen 2022 is als basis gebruikt voor de verwachte afschrijvingslasten. Aanvullend daarop is in de geraamde afschrijvingslasten 2023 - 2026 rekening gehouden met indicatieve investeringsbedragen ten behoeve van vervangingsinvesteringen. Meer hierover in paragraaf 4.2 (Vervangings)investeringen. De rentelasten zijn geprognotiseerd op basis van de renteverplichtingen die voorkomen uit langlopende leningen die per eind maart 2022 reeds zijn afgesloten. Algemene lasten De komende jaren worden geen opvallende ontwikkelingen verwacht in de algemene lasten. Per ultimo 2022 lopen de huidige energiecontracten af. Om enigszins voorbereid te zijn op de huidige energietarieven is nu € 25.000 extra budget opgenomen. Mochten tussentijds nieuwe ontwikkelingen optreden, dan wordt dit via begrotingswijzigingen verwerkt. DVO Ruelong B.V. Jaarlijks wordt door Baanbrekers, op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst, een deel van de overhead doorbelast aan Ruelong B.V. Nu de inrichting van Leren & Werken steeds meer vorm krijgt, is het de verwachting dat het bedrag dat vanuit de DVO doorbelast wordt, in de komende jaren stabiel zal zijn.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
50
4.2 (Vervangings)investeringen Algemeen Het is bij Baanbrekers geen automatisme dat activa direct worden vervangen nadat ze volledig zijn afgeschreven. De huidige, voornamelijk verouderde activa zorgen voor grote financiële en bedrijfsmatige risico’s simpelweg omdat we in de komende jaren genoodzaakt zijn om vervangingsinvesteringen te doen om onze taken op het minimaal vereiste niveau te kunnen blijven uitoefenen. Uiteraard worden eerst nut en noodzaak afgewogen en vervolgens worden de benodigde investeringskredieten via de reguliere bestuursrapportages of met een afzonderlijk bestuursvoorstel ter goedkeuring aan het algemeen bestuur voorgelegd. Op 27 mei 2019 heeft het algemeen bestuur de financiële verordening Baanbrekers vastgesteld. De daarbij behorende nota Investeren, waarderen en afschrijven is door het dagelijks bestuur geactualiseerd vastgesteld op 8 oktober 2021. In deze nota zijn voor de diverse activa de afschrijvingstermijnen vastgelegd. Ook is bepaald dat afschrijven op activa plaats vindt in het jaar volgend op de aanschaf. Alleen investeringen groter dan €10.000 worden geactiveerd. Vervangingen of nieuwe aanschaffingen onder dit drempelbedrag worden direct verantwoord op de exploitatie. Vervallen van duurzaamheidsinvesteringen In oktober 2019 heeft het algemeen bestuur het DMJOP vastgesteld.
Uit dit DMJOP kwam ook naar voren dat gedurende de jaren 2020 tot en met 2025 voor € 989.000 geïnvesteerd moet worden als gevolg van de uitgevoerde EED-audit. Als gevolg van het besluit tot vernieuwbouw zijn de voorgenomen duurzaamheidsinvesteringen komen te vervallen. Ook overige investeringen in huisvesting en materiaal zijn als gevolg van de koers en de op handen zijnde huisvestingsplannen tot het absolute minimum beperkt. Vervangingsinvesteringen en nieuwe projecten werden pas in de begrotingen opgenomen zodra er een concreet besluit aan ten grondslag lag. Dit heeft tot gevolg gehad dat de afschrijvingslasten al enkele jaren een dalend verloop vertonen. Investeringsruimte 2022 en volgende jaren In de aanloop naar de nieuwbouw wordt een integraal plan opgesteld voor de aanschaf c.q. vervanging van alle machines, installaties, vervoermiddelen en overig rijdend materieel. Dit uiteraard alleen voor zover de posten niet al opgenomen zijn in het krediet voor de nieuwbouw. In dit nieuw op te stellen plan worden, anders dan in het verleden, ook de vervangingen opgenomen zodra de betreffende activa zijn afgeschreven. In de geraamde afschrijvingslasten 2023 - 2026 is rekening gehouden met de volgende (indicatieve) investeringsbedragen: Jaar van investering 2022 2023 2024 2025
Investeringsbedrag € 100.000 € 100.000 € 150.000 € 23.928.000
Omschrijving Diversen Diversen Diversen Netto krediet herhuisvesting
Afschrijvingslast € 20.000 € 20.000 € 30.000 € 371.000
1e Afschrijvingsjaar 2023 2024 2025 2026
Voor de benodigde kredieten in de jaren 2022 tot en met 2024 geldt dat deze in de bestuursrapportages worden voorgelegd aan het algemeen bestuur ter accordering. Op dat moment worden ook de kapitaallasten definitief berekend, en worden verschillen ten opzichte van bovenstaande indicatieve bedragen ten laste of ten gunste van het betreffende boekjaar worden gebracht. Het investeringsbedrag voor de herhuisvesting is conform het door het algemeen bestuur beschikbaar gestelde krediet in de begroting opgenomen. BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
51
4.3 Toelichting op de meerjarenraming Algemeen Ingevolge het BBV bevat de meerjarenraming voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid. De meerjarenraming is opgenomen in het cijfermatige overzicht onder 3.2. De meerjarenraming is opgesteld op basis van het (geïndexeerde) prijspeil 2022. Voor de periode 2024 – 2026 heeft nog geen aanvullende indexering plaatsgevonden en nieuwe ontwikkelingen zijn eveneens niet verwerkt in de meerjarenraming. De financiële vertaling van nieuwe ontwikkelingen zal pas plaatsvinden nadat daarover besluitvorming in het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden. Voor een juiste interpretatie van de meerjarenraming is het noodzakelijk om met deze kanttekening rekening te houden. Geprognosticeerde begin- en eindbalans Hierna is de geprognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming.
Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa
Geprognosticeerde balans per 31 december (bedragen x € 1.000) Realisatie Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
2.354 198 2.552
0 4.580 165 4.745
0 7.769 168 7.937
0 13.688 153 13.841
0 23.414 138 23.552
0 23.224 123 22.347
Openbare lichamen Uitzettingen rijks schatkist Overige vorderingen
15 20.835 6.274
200 1.331 6.400
200 19.504 6.300
200 14.078 6.300
200 5.305 6.300
200 1.320 6.300
Uitzettingen met looptijd < 1 jaar
27.124
7.931
26.004
20.578
11.805
7.820
143
390
400
400
400
400
Overige overlopende activa
1.161
2.000
1.500
1.500
1.500
1.500
TOTAAL ACTIVA
30.980
15.066
35.841
36.319
37.257
33.067
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat vóór bestemming
1.200 2.247 -554
1.200 1.970 0
1.200 2.976 0
1.200 3.424 0
1.200 4.306 0
1.200 355 0
Eigen vermogen
2.893
3.170
4.176
4.624
5.506
1.555
Voorzieningen
1.466
7.031
6.915
7.360
7.831
8.007
Vaste schulden
20.360
165
19.350
18.935
18.520
18.105
Vlottende schulden < 1 jaar
2.365
2.400
2.400
2.400
2.400
2.400
Overlopende passiva
3.897
2.300
3.000
3.000
3.000
3.000
TOTAAL PASSIVA
30.980
15.066
35.841
36.319
37.257
33.067
Liquide middelen
Passiva
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
52
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
53
5 Bijlagen 5.1 Bijlage I: Geraamd verloop reserves en voorzieningen Algemene reserve
Reserve Reserve herpositi- vakantiegeld onering
Reserve herhuisvesting
Voorziening bovenmatig verlof
Voorziening dubieuze debiteuren
Voorziening exploitatietekorten Ruelong B.V.
stand per 1-1-2023 stortingen onttrekkingen
645.000 555.000 0
1.334.000 0 0
455.000 0 -25.000
721.113 491.062 0
300.000 0 -50.000
4.672.000 0 0
1.545.000 448.000 0
stand per 1-1-2024 stortingen onttrekkingen
1.200.000 0 0
1.334.000 0 0
430.000 0 -25.000
1.212.175 472.704 0
250.000 0 -50.000
4.672.000 0 0
1.993.000 495.000 0
stand per 1-1-2025 stortingen onttrekkingen
1.200.000 0 0
1.334.000 0 1.334.000
405.000 0 -25.000
1.684.879 3.265.651 -1.021.384
200.000 -50.000
4.672.000 0 0
2.488.000 521.000
stand per 1-1-2026 stortingen onttrekkingen stand per 1-1-2027
1.200.000 0 0 1.200.000
0 0 0 0
380.000 0 -25.000 355.000
3.929.146 0 - 3.929.146 0
150.000 0 -50.000 100.000
4.672.000 0 0 4.672.000
3.009.000 526.000 0 3.535.000
Toelichting Algemene reserve De algemene reserve heeft de functie van algemene buffer, in het kader van het minimaal in stand te houden weerstandsvermogen. De algemene reserve is gevormd in 2018. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2021 wordt voorgesteld het tekort ten laste van de algemene reserve te brengen. Daarna resteert een saldo van € 645.000. Voor 2023 is een storting in de algemene reserve opgenomen van € 555.000 zodat het weerstandsvermogen weer op het oude niveau wordt gebracht. Reserve herpositionering De reserve herpositionering is in het boekjaar 2017 gevormd voor een bedrag van € 2.600.000. Op basis van de geraamde onttrekking in 2022 bedraagt de reserve per 1 januari 2023 € 1.334.000. Echter, in boekjaar 2022 zal finale bestemming worden gegeven aan het resterend saldo. De reserve zal uiterlijk in 2025 afgewikkeld zijn. Reserve vakantiegeld In de reserve vakantiegeld worden de per 31 december bestaande verplichtingen inzake vakantiegeld over de periode juni tot en met december opgenomen. Deze reserve kent een dalend verloop. Reserve herhuisvesting Op 13 december 2021 heeft het algemeen bestuur besloten tot instellen van de reserve herhuisvesting. De reserve wordt gedurende de jaren 2021 tot en met 2025 gemuteerd met de incidentele baten en lasten die voortvloeien uit het besluit tot herhuisvesting.
In 2026 wordt de opgebouwde reserve ingezet ter gedeeltelijke financiering van de herhuisvesting.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
54
Voorziening bovenmatig verlof Deze voorziening is gevormd ter afdekking van de hoge verlofsaldi die door werknemers zijn opgebouwd. Door actief te sturen op het terugdringen van de verlofstuwmeren zal de voorziening de komende jaren kunnen afnemen. Voorziening dubieuze debiteuren Een groot deel van de ingeboekte vorderingen (verhaal- en terugvordering) zal naar verwachting niet te innen zijn. Bij de jaarrekening 2021 is circa 48% van het totaal openstaande debiteurensaldo opgenomen als oninbaar. Baanbrekers is over het algemeen terughoudend in het definitief afboeken van vorderingen, omdat daarmee de mogelijkheid wordt ontnomen om bij gewijzigde omstandigheden alsnog tot invordering over te gaan. Voorziening exploitatietekorten Ruelong B.V. De toevoegingen in de voorziening zijn conform de meerjarenraming resultaat deelneming Ruelong B.V. opgenomen.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
55
5.2 Bijlage II: Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld (bedragen x € 1.000) 0. 0.4 0.5 0.8 0.9 0.10 0.11 6.0 6.3 6.4 6.5
Bestuur en ondersteuning Overhea d Trea s ury Overi ge ba ten en l a s ten Vennoots cha ps bel a s ti ng Muta ti es res erves Gera a md s a l do va n l a s ten en ba ten Sociaal domein Inkomens regel i ngen Begel ei de pa rti ci pa ti e Arbei ds pa rti ci pa ti e
Saldo van baten en lasten op taakvelden
Baten
Lasten
9.975
6.894 139 35
0
1.046 0
29.393 13.162 916
27.199 12.989 5.145
53.446
53.446
In bovenstaand overzicht zijn de geraamde baten en lasten voor 2023 gerubriceerd naar de wettelijk verplichte taakvelden. Daarbij is aansluiting gezocht bij de IV-3 informatie die periodiek aan het CBS wordt verstrekt. De verantwoording van de deelprogramma’s loopt synchroon met de bovenstaande deeltaakvelden onder ‘Sociaal Domein’.
BEGROTING 2023 EN MEERJARENRAMING 2024-2026
56
5.3 Bijlage III: Formatie regulier / personele bezetting Wsw 2023 Formatie Niet gesubsidieerd (fte's) Organisatieonderdeel
Begroting 2022 87,0 34,6 51,9 173,5
Begroting 2023 88,0 34,6 50,9 173,5
Geraamde bezetting Gesubsidieerd - Wsw (fte's) Organisatieonderdeel Begroting 2022 Re-integratie, Participatie & Inkomen 2,4 Leren & Werken 335,7 Directie | Bedrijfsvoering & Control 17,8 Totaal 356,0