Bijlage 10 Archeologisch rapport Julianalaan
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 19043 Julianalaan, Sprang-Capelle Gemeente Waalwijk Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek
Concept versie 24-06-2019
(Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)
Richard Exaltus Joep Orbons
Juni 2019
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 19043 Julianalaan, Sprang-Capelle Gemeente Waalwijk Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam
H. de Jongh Advies, Isaac Trionplein 3, 5141 MD Waalwijk 18-017 ArcheoPro Rapport Julianalaan, Sprang-Capelle 2019 09 24 Versie 24-06-2019 Status Concept Archis melding (OM nummer) 4708800100 Bevoegd gezag Gemeente Waalwijk Opslagplaats documentatie Provincie Noord-Brabant ISSN 1569-7363 Auteur Richard Exaltus, Joep Orbons Projectleider Richard Exaltus Projectmedewerkers Richard Exaltus, Joep Orbons Onderaannemers Niet van toepassing Autorisatie Drs R.P. Exaltus; senior-archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2019 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 24-06-2019
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens (LS02)....................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 5 1.4 Onderzoek (LS01) .............................................................................................................................................
5 1.5 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................................................... 6 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 11 2.1 Methode en bronnen .............................................................................................................................................. 11 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04) ...................................................................................... 13 2.3 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 20 2.4 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04)......................................................................................... 20 2.5 Historie (LS03) .................................................................................................................................................... 24 2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05).................................................................
29 2.7 Onderzoeksstrategie (LS05) ........................................................................................................................... 30 3 Veldonderzoek.............................................................................................................................................................. 31 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................ 31 3.2 Resultaten oppervlaktekartering (VS03) .................................................................................................. 31 3.3 Resultaten booronderzoek (VS03)............................................................................................................... 32 4 Conclusies en aanbevelingen
(VS07) .............................................................................................................. 35
Verklarende woordenlijst ............................................................................................................................................ 36 Archeologische tijdschaal ............................................................................................................................................ 36 Bronnen .............................................................................................................................................................................. 37 Digitale bronnen .............................................................................................................................................................. 38 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 38 Bijlage 1: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 39 Betekenis van de afkortingen: ................................................................................................................................... 40
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 4
Samenvatting Op 11 juni 2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Julianalaan te Sprang-Capelle. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van twee woningen. Hiertoe benodigde graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging buiten een gradiëntzone, hooguit een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. In verband met de ligging op een relatief laaggelegen deel van het dekzandlandschap nabij hoger gelegen dekzandruggen, geldt voor resten uit het neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen eveneens hooguit een middelhoge verwachting. In verband met de ligging van het plangebied tegen een historische weg binnen het historisch bewoningslint van Sprang Capelle, geldt een hoge verwachting voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn verdeeld over het plangebied zes zandgutsboringen gezet in een dichtheid van bijna veertig boringen per hectare en is tevens een vlakdekkende oppervlaktekartering uitgevoerd.
Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat binnen het plangebied een dertig tot veertig centimeter dikke bouwvoor aanwezig is met daaronder de aangeploegde top van de C-horizont van het dekzand. Door de geringe dikte van de humusrijke toplaag kwalificeert de bodem binnen het plangebied niet als enkeerdgrond. Evenmin zijn resten van podzolvorming aangetroffen. Mogelijk is de bodem in het verleden altijd te nat geweest voor podzolvorming of zijn resten van podzolvorming verloren gegaan bij de vorming van de vlakte van ten dele verspoelde dekzanden waarop het plangebied ligt. De bodembewerking tot in de C-horizont betekent dat eventueel aanwezige sporenniveaus, ruimschoots worden aangeploegd en dat vondsten derhalve aan het maaiveld verwacht mogen worden. Dat ondanks de goede vondstzichtbaarheid geen relevante archeologische indicatoren zijn aangetroffen tijdens de oppervlaktekartering, vormt dan ook een sterke aanwijzing dat binnen het plangebied geen behoudenswaardige archeologische sporen aanwezig zijn (geweest). De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 5
1. Inleiding
1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoeringveldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie
H. de Jongh Advies, Isaac Trionplein 3, 5141 MD Waalwijk Henny de Jongh 11 juni 2019 4708800100 Gemeente Waalwijk Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant
1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
(LS02)
Noord-Brabant Waalwijk Sprang-Capelle Julianalaan, Sprang-Capelle Binnen het noordelijke deel van de bebouwde kom van Sprang-Capelle 129119 / 409575 129119 / 409625 129185 / 409625 129185 / 409575 0,16 Hectare particulier Akker Ca. 1,50 meter +NAP GPS Garmin, meetlinten
1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep
1.4 Onderzoek
(LS01)
De bouw van twee woningen
(LS01)
Op 11 juni 2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Julianalaan te Sprang-Capelle. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van twee woningen. Hiertoe benodigde graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 6
Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het oostelijke deel van het plangebied binnen in een gebied van archeologische waarde en het westelijke deel in een zone met een hoge archeologische verwachting. Hier is archeologisch onderzoek vereist is bij bodemingrepen groter dan 2500 vierkante meter. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. Het archeologisch onderzoek betrof het deel bureauonderzoek van een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O).
1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: • Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? • Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? • Wat zijn de verwachte prospectieve kenmerken van dergelijke archeologische resten? • Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek en/of planaanpassing zinvol is. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.0 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog), drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA archeoloog/senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus).
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 7
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 8
Figuur 2: De binnen het plangebied voorgenomen bouw van twee woningen 2
2 Bron: H. de Jongh Advies
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 9
Figuur 3: Het plangebied op de bestemmingsplankaart 3 3 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 10
Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 4
4 Bron: www.kadaster.nl
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 11
2 Bureauonderzoek
2.1 Methode en bronnen Onderzoeksgebied bureauonderzoek: Cirkel met een straal van één kilometer rond het centrum van het plangebied Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de hierin bekende en te verwachten archeologische waarden. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd (voor bronvermelding; zie ook literatuurlijst, dit geldt ook voor de kaarten die in de tekst opgenomen zijn): • • • • • • • • • • • • • • •
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 Gemeente Waalwijk, Archeologische beleidskaart Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 Geomorfologische kaart 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000 Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Overig historisch kaartmateriaal (indien gebruikt) Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 12
Figuur 5: Luchtfoto (2016) met daarop rood omlijnd het plangebied 5
5 Bron: http://maps.google.nl
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 13
(LS04)
Het plangebied ligt in het zogenaamde zuidelijk zandgebied. Dit is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs bedekt is geweest. Het reliëf wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en -ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. In dit gebied ligt een laag dekzand op Pleistoceen rivierzand en-grind. Deze onderliggende rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. Een groot deel van deze formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar BP) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar BP). Tijdens het Pleniglaciaal (circa 75.000 - 15.700 jaar geleden) was de ondergrond permanent bevroren waardoor het regen- en sneeuwsmeltwater over het oppervlak afstroomde. Hierdoor werden fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en werden reeds bestaande dalen verder uitgesleten. Deze afzettingen bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten, en liggen in de diepere ondergrond. Deze afzettingen worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. Aan het einde van het Weichseliën, met name in het Laat Pleniglaciaal (circa 29.000 - 15.700 BP) en het Jonge Dryas (circa 12.745 - 11.755 BP) heerste er een poolklimaat in Nederland.
Door het ontbreken van vegetatie trad op grote schaal verstuiving op. Vanuit het Noordzeebekken werd dekzand meegevoerd. Hierbij werden dekzanden over de fluvioperiglaciale afzettingen (Formatie van Boxtel) afgezet in de vorm van vlaktes, welvingen en ruggen. Dit zand is kalkloos en goed afgerond. Tevens is het fijnkorrelig (150 – 210 micron), goed gesorteerd en arm aan grind. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel (Berendsen, 2004). In het Holoceen (11.755 jaar BP tot heden) steeg de temperatuur. Het landijs smolt, waardoor de zeespiegel steeg. Door de zeespiegelstijging steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor lager liggende terreindelen natter werden. Ter plaatse van de fluvioperiglaciale afzettingen werd de waterafvoer daarnaast plaatselijk belemmerd door in de ondergrond aanwezige leemlagen. In de beekdalen en lokale depressies werd veen gevormd. Het veen wordt gerekend tot het Laagpakket van Griendtsveen (Formatie van Nieuwkoop). Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (figuur 8; legenda-eenheid 2M9). Enkele honderden meters zuidelijker ligt een dekzandrug (figuur 8; legenda-eenheid 3L5).
Op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; figuur 9) is duidelijk te zien dat het reliëf binnen het onderzoeksgebied, van zuid naar noord, sterk afloopt en dat de dekzandrug aanmerkelijk hoger ligt dan de vlakte van ten dele verspoelde dekzanden waarop het plangebied ligt. Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (Bhorizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). De bodems binnen het plangebied bestaan volgens de bodemkaart uit lage enkeerdgronden die zijn ontstaan in lemig fijn zand (figuur 10; legenda-eenheid Ezg21). De lage enkeerdgronden hebben een humusrijk bovendek dat dikker is dan 50 cm. Dit bovendek is veelal ontstaan ten gevolge van grootschalige ontginningsactiviteiten waarbij een dun veendek in een onderliggende podzolbodem is opgenomen. Resten van podzolvorming zijn vaak nog in de ondergrond aanwezig. De grondwatertrap III betekent dat het met name in de winter slecht ontwaterde bodems betreft.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 14
Figuur 6: Geologische kaart 6
6 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 15
Figuur 7: Uitsnede uit de paleogeografische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 7
7 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 16
Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 8
8 Bron: Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 17
Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 9
9 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 18
Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 10
10 Bron: Stichting voor Bodemkartering,
Versie: 24-06-2019
Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 19
Figuur 11: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 11
11 Bron: Stichting voor Bodemkartering,
Versie: 24-06-2019
Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
2.3 Archeologie
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 20
(LS01/LS04)
Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op relatief hooggelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadisch levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze blijft tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. Volgens de gemeentelijke beleidskaart ligt het westelijke deel van het plangebied in een zone met een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. De gemeentelijke beleidskaart laat echter tevens zien dat het oostelijke deel van het plangebied binnen een gebied van archeologische waarde ligt vanwege de ligging binnen het historisch bewoningslint van Sprang Capelle. Het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) laat zien dat binnen het plangebied geen bekende vindplaatsen of archeologische monumenten liggen.
Op de zuidoostrand van het onderzoeksgebied liggen twee grote onderzoeksgebieden die beide in 2006 door BILAN onderzocht zijn. Deze onderzoeken hebben niet de verwachte enkeerdgronden opgeleverd maar wel afgedekte (resten van) podzolbodems (waarnemingen 416884 en 416888). Ten noorden van het onderzoeksgebied liggen de waarnemingsnummers 46416 en 414395. Ter plaatse van de waarneming 46416 zijn oppervlaktevondsten gedaan op een ingeklonken perceel veen (geen opduikend / aangesneden dekzand waargenomen!). Het betreft woeste grond die door Staatsbosbeheer machinaal is geplagd. Op 2 plekken binnen het perceel zijn in totaal één klingfragment, en vier afslagjes gevonden (waarvan 1 verbrand). De waarneming 414395 ligt hier enkele honderden meters ten noordwesten van en betreft een niet nader omschreven versterking uit de periode middeleeuwen tot Nieuwe tijd. Diverse kleine onderzoeken
2.4 Informatie amateurarcheologen
(LS01/LS04)
ArcheoPro heeft contact opgenomen met de Heemkundevereniging Sprang-Capelle. Dit heeft met betrekking tot het plangebied geen informatie opgeleverd
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 21
Figuur 12a: Kaart met Archis-gegevens met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 12
12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 22
Figuur 12b: Legenda van de kaart met Archis-gegevens
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 23
Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart 13
13 Bron: Gemeente Waalwijk
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
2.5 Historie
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 24
(LS03)
Sprang-Capelle ligt op de grens tussen de zandgebieden van Brabant en de veen- en kleigebieden ten noorden hiervan (De Langstraat). Na de uitgifte van de eerste hoeven “moers” omstreeks 1300, was eeuwenlang de turfwinning de voornaamste bron van inkomsten. De ontginning vond plaats in de vorm van langgerekte noord-zuid gerichte opstrekkende verkaveling. Deze lange smalle percelen zijn van oudsher omgeven door elzenhagen. Nadat het veen grotendeels was afgegraven ontstond hier een leer- en schoenenindustrie. Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten (figuren 15 en 16) ligt het plangebied van oudsher binnen het historisch bewoningslint van Sprang-Capelle. Op de kadasterkaart uit de periode 1811-1832 en op de topografische kaarten tot aan het begin van de twintigste eeuw, is het plangebied nog onbebouwd. De topografisch kaart uit 1959 (figuur 18), toont een gebouw op de oostgrens van het plangebied. Dit is inmiddels alweer verdwenen.
Figuur 14: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832 14
14 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 25
Figuur 15: Uitsnede uit de kaart met historische relicten Oost Brabant (Naar de Bont, 1993) 15
15 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 26
Figuur 16: Uitsnede uit de kaart met historische landschapselementen Oost Brabant (Naar de Bont, 1993) 16
16 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 27
Figuur 17: Uitsnede uit de kaart cultuurhistorische monumenten 17
17 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 28
Figuur 18: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1899, 1959 en 2015 18
18 Bron: Kadaster Topografische Dienst
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 29
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt op een relatief lage dekzandvlakte op enkele honderden meters afstand van hoger gelegen delen van het dekzandlandschap die op het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied liggen. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Het oostelijke deel van plangebied ligt binnen het historisch bewoningslint van Sprang-Capelle maar lijkt tot in de eerste helft van de twintigste eeuw onbebouwd te zijn gebleven. Pas later in de twintigste eeuw heeft hier een gebouw gestaan. Verwachte perioden (datering) Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op de hoger gelegen delen in het landschap nabij water. Het plangebied ligt voor zover bekend niet in een dergelijke gradiëntzone. Om deze reden geldt hooguit een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. In verband met de ligging op een relatief laaggelegen deel van het dekzandlandschap nabij hoger gelegen dekzandruggen, geldt voor resten uit deze perioden eveneens hooguit een middelhoge verwachting. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. Op het platteland kwam verspreid een boerderij voor.
Het plangebied ligt tegen een historische weg binnen het historisch bewoningslint van Sprang Capelle. Om deze reden geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Begravingsresten uit deze periode worden niet verwacht omdat deze met name rond kerken lagen. Complextypen Door de ligging van het plangebied op een relatief laaggelegen deel van het dekzandlandschap, is de kans op resten van nederzettingen of grafvelden uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, en de Romeinse tijd, hooguit middelhoog. Dit geldt ook voor resten van (jacht) kampjes uit de Steentijd. De kans op de aanwezigheid van resten van huisplaatsen en (agrarische) bijgebouwen uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd, is hoog. Uiterlijke kenmerken Vuursteenvindplaatsen worden gekenmerkt door een oppervlakkige vuursteenspreiding. Deze kan worden aangetroffen vanaf het maaiveld. Nederzettings- en begravingsresten uit de latere periodes kunnen in situ worden aangetroffen in de vorm van kuilvullingen en artefacten. Resten van bebouwing uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd kunnen ook uit hout en/of baksteen bestaan met eventueel hieraan gekoppelde grondsporen zoals waterputten e.d. Eventuele verploegde resten kunnen aan het maaiveld liggen. Mogelijke verstoringen Gebruik voor de landbouw zal op zijn minst tot oppervlakkige bodemverstoring geleid hebben.
Indien een humushoudend bovendek aanwezig is dat is ontstaan ten gevolge van potstalbemesting, kunnen eventueel hieronder aanwezige archeologische sporen, goed bewaard zijn gebleven. Gezien de historische verkavelingstructuur ligt het echter meer voor de hand dat de aanwezigheid van een dik humushoudend bovendek hier het gevolg is van ontginningsactiviteiten. In dat geval kunnen archeologische sporen hierdoor (sterk) zijn aangetast.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 30
2.7 Onderzoeksstrategie
(LS05)
Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een guts. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlaktekartering het meest geschikt voor het opsporen van archeologische indicatoren. Indien een oppervlaktekartering niet mogelijk is of in onvoldoende mate effectief zal zijn, wordt nageboord met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Het hiermee opgeboorde materiaal wordt gezeefd op een zeef met een maaswijdte van vier millimeter. Binnen het plangebied zijn zes boorpunten verdeeld over een zo gelijkmatig mogelijk netwerk. Hierdoor is binnen het 0,16 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van bijna veertig boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006), ruimschoots als brede zoekoptie om vindplaatsen uit alle perioden, in zand op te sporen. Zelfs met de door ArcheoPro gehanteerde hoge boordichtheid is op basis van booronderzoek nooit te garanderen dat alle typen archeologische resten kunnen worden opgespoord.
De kans op het aantreffen van grondsporen is bijvoorbeeld aanmerkelijk groter indien een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Een dergelijke aanpak zou echter in dit stadium van het onderzoek een te zwaar middel vormen Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en indien nodig, de waterpas.
Figuur 19: Het plangebied gezien vanuit het oosten in westelijke richting
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 31
3 Veldonderzoek
3.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
(VS03)
Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 23). Zandguts met een diameter van 2 cm Zes 36 boringen per hectare 0,8 m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: Ten tijde van het veldonderzoek vormde het plangebied een akker met nog jonge maisplanten. Tussen deze planten heerste een goede vondstzichtbaarheid (zie figuur 20). Om deze reden is binnen het plangebied een vlakdekkende oppervlaktekartering uitgevoerd waarbij elke vier meter een baan is belopen en het oppervlak is geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
3.2 Resultaten oppervlaktekartering
(VS03)
Ondanks de goede vondstzichtbaarheid (zie figuur 20) zijn tijdens de oppervlaktekartering geen vondsten gedaan die van voor de achttiende/negentiende eeuw dateren. Verspreid over het plangebied zijn slechts relatief moderne puin- en aardewerkresten aangetroffen. Het gaat bovendien om zeer divers materiaal dat in een ruime spreiding over het plangebied voorkomt; concentraties ontbreken. Het lijkt derhalve om afval te gaan dat via de mestvaalt op de akker is terechtgekomen. Het aangetroffen materiaal is daarom gedeselecteerd.
Figuur 20: De vondstzichtbaarheid tussen de maisplanten
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
3.3 Resultaten booronderzoek
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 32
(VS03)
De boringen zijn gezet in twee west- oost gerichte boorraaien van elk drie boringen. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Tijdens het veldonderzoek is bovenin alle boringen een dertig tot veertig centimeter dikke toplaag aangetroffen van humusrijk zand. Onder deze bouwvoor is in de boringen 1, 2, 3, 4 en 6 een ongeveer tien centimeter dikke menglaag aangetroffen die ontstaan zal zijn door het incidenteel mee ploegen van de top van de C-horizont. In boring 5 ontbreekt een dergelijke AC-horizont en ligt de bouwvoor direct op het schone witgele zand van de Chorizont (zie figuur 21).
Figuur 21: Foto van de direct op de C-horizont gelegen bouwvoor zoals deze in boring 5 is aangetroffen. Nergens binnen het plangebied is een bodemopbouw aangetroffen die kwalificeert als akkerdek van een enkeerdgrond. Evenmin zijn binnen het plangebied resten van podzolvorming aangetroffen. Mogelijk zijn deze verloren gegaan bij het ontstaan van de vlakte van ten dele verspoelde dekzanden waarop het plangebied ligt. De witgele kleur van de C-horizont zoals deze in alle boringen is aangetroffen, kan echtere eveneens betekenen dat de bodem hier nooit voldoende ontwaterd is geweest om podzolvorming mogelijk te maken.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 33
Figuur 22: Boorprofielen
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 34
Figuur 23: Boorpunten met verstoringsdiepten
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
4 Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 35
(VS07)
Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging buiten een gradiëntzone, hooguit een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. In verband met de ligging op een relatief laaggelegen deel van het dekzandlandschap nabij hoger gelegen dekzandruggen, geldt voor resten uit het neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen eveneens hooguit een middelhoge verwachting. In verband met de ligging van het plangebied tegen een historische weg binnen het historisch bewoningslint van Sprang Capelle, geldt een hoge verwachting voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn verdeeld over het plangebied zes zandgutsboringen gezet in een dichtheid van bijna veertig boringen per hectare en is tevens een vlakdekkende oppervlaktekartering uitgevoerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat binnen het plangebied een dertig tot veertig centimeter dikke bouwvoor aanwezig is met daaronder de aangeploegde top van de C-horizont van het dekzand. Door de geringe dikte van de humusrijke toplaag kwalificeert de bodem binnen het plangebied niet als enkeerdgrond. Evenmin zijn resten van podzolvorming aangetroffen.
Mogelijk is de bodem in het verleden altijd te nat geweest voor podzolvorming of zijn resten van podzolvorming verloren gegaan bij de vorming van de vlakte van ten dele verspoelde dekzanden waarop het plangebied ligt. De bodembewerking tot in de C-horizont betekent dat eventueel aanwezige sporenniveaus, ruimschoots worden aangeploegd en dat vondsten derhalve aan het maaiveld verwacht mogen worden. Dat ondanks de goede vondstzichtbaarheid geen relevante archeologische indicatoren zijn aangetroffen tijdens de oppervlaktekartering, vormt dan ook een sterke aanwijzing dat binnen het plangebied geen behoudenswaardige archeologische sporen aanwezig zijn (geweest). De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 36
Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 24-06-2019
Datering 250.000
- 9000
9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 37
Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)
Cultuurhistorische
waardekaart
(http://www.noord-
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 38
Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl
Literatuur Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993. Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006)
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 39
Bijlage 1: Boorbeschrijving
Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
BAR 18-017 Julianalaan, Sprang-Capelle NVT ArcheoPro 4708800100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm H. de Jongh Advies
Posities van boringen (boorlocaties) Boornummer XCO 1 129133.7 2 129156.3 3 129179.8 4 129122.1 5 129145.1 6 129167.6
Versie: 24-06-2019
YCO 409617.7 409608.1 409598.6 409606.4 409596.8 409586.7
Meters t.o.v. NAP 1.47 1.42 1.47 1.47 1.50 1.44
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 40
Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1
2
3
4
5 6
LDO 36 45 80 34 43 80 38 46 80 33 44 80 40 80 37 46 80
Lithologie GD BK Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z
BS
BZ
BG
BH 3 1
1 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 3 1 1
Kleur HK BR BE GE BR BE GE BR BE GE BR BE GE BR GE BR BE GE
TK
IK DO
VLK
Overige kenmerken CO PLH VS
BR WI
AIS SST
BHN BHAC BHC
DO BR WI
BHAC BHC
DO BR WI
BHAC BHC
DO BR WI
BHAC BHC
DO
BI BOV ROG
GI
DEZ BOV ROG DEZ BOV ROG DEZ BOV ROG DEZ BOV
WI
BHC DO BR
WI
BHAC BHC
DEZ BOV ROG DEZ
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven).
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Julianalaan, Sprang-Capelle, Gemeente Waalwijk.
ArcheoPro Rapport, 19043, Pagina 41
IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, BHAC = AC-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , ROG = rommelig, OPG = opgebracht GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand AIS = Archeologische indicatoren
Versie: 24-06-2019
www.ArcheoPro.nl