CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte

Raadsvergadering (B) 21 december 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Transitievisie warmte27.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie Warmte december 2021

Voorwoord We merken de laatste jaren steeds vaker dat het klimaat aan het veranderen is. We maken hele droge zomers mee en hevige regenvallen met overstromingen. Afgelopen zomer nog, met hoog water in de Maas. In 2019 stelden ruim honderd organisaties het nationale Klimaatakkoord op met als doel de uitstoot van CO2 te verminderen en zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken. Een van de grootste opgaven hierbij is het vóór 2050 aardgasvrij maken van ons land. Woningen en gebouwen moeten we op een andere manier gaan verwarmen. Om mee te gaan met deze grote veranderopgave staat Waalwijk ook voor een grote uitdaging en we zijn ons ervan bewust dat we dat niet alleen kunnen. Samen met onze inwoners, woningcorporatie Casade, netbeheerder Enexis, Stichting Waalwijk CO2-vrij, energiecoöperaties, de huurdersbelangenvereniging, Platform Waspik en ContourdeTwern hebben we deze Transitievisie Warmte opgesteld. In deze visie hebben wij beschreven hoe we willen starten met het aardgasvrij maken van onze gemeente. Bij het opstellen van deze visie hebben wij nog geen volledig zicht op de financiële gevolgen van deze transitie voor onze inwoners, onze ondernemers en de gemeente. Daarom willen wij de komende periode inzetten voor onderzoek en (het stimuleren van) de isolatie van woningen.

Om onze inwoners hierin te ondersteunen, is een digitaal energieloket opgestart. Hier kunnen inwoners terecht voor onafhankelijk advies over het isoleren van hun woning. Daarnaast gaan we in samenwerking met de energiecoöperatie energiecoaches inzetten, die bij de inwoners thuis komen om te adviseren. Natuurlijke momenten zoals het kopen van een woning, een verbouwing, een verhuizing of het vervangen van een cv-ketel zijn de momenten om isolatie onder de aandacht te brengen. Via het energieloket worden ook alle subsidies en leningen in beeld gebracht, waar inwoners gebruik van kunnen maken. Zoals aan het begin ook aangegeven, staan we samen met onze inwoners en ondernemers voor een grote uitdaging. Deze eerste Transitievisie Warmte kunt u daarom ook lezen als een startdocument dat we de komende jaren regelmatig moeten bijstellen. We zullen de landelijke en regionale ontwikkelingen actief volgen en waar mogelijk zullen we daarop anticiperen. Daarbij valt te denken aan (technische) innovaties, beleidsmatige en financiële ontwikkelingen. Ons ambitieniveau sluit daarmee aan bij de visie Duurzaam Waalwijk.

Namens het college van B en W, Dilek Odabasi Wethouder duurzaamheid

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Samenvatting

7

1. Inleiding

11

2. Wat is de opgave voor Waalwijk?

13

3. Hoe kunnen we de opgave aanpakken?

17

4. Waar en wanneer kunnen we starten?

21

5. Wat vinden de inwoners, ondernemers en betrokken partijen ervan?

27

6. Welke strategie volgen we in Waalwijk?

31

2.1 2.2 2.3

3.1 3.2

4.1 4.2 4.3 4.4

5.1 5.2 5.3

Karakteristieken van de woningen en gebouwen Huidig gasverbruik en warmtevraag De opgave

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij-gereed) Passend warmtealternatief zoeken

Afwegen op basis van criteria Technisch-economische criteria Socio-economische criteria Natuurlijke momenten

Inwoners en ondernemers Ondernemers Betrokken partijen

6.1 Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Waalwijk 6.2 Nadere uitwerking strategie 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4

6.3

Spoor A: gemeentebrede aanpak voor stimulering inwonersinitiatief Spoor B: intensieve aanpak meest kansrijke buurten Spoor C: onderzoek naar kansen warmtenetten Spoor D: Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie

Rol gemeente en andere partijen

7. Hoe pakken we de uitvoering aan? 7.1 7.2

Inleiding Planning warmtetransitie

7.2.1 7.2.2

7.3 7.4 7.5 7.6

Periode tot 2030 Periode 2030-2050

Uitvoeringsplannen Wat kunnen woningeigenaren nu al doen? Financiering en betaalbaarheid Monitoring

8. Uitvoeringskosten

13 15 15

17 17

21 21 23 23

27 28 28

31 32 33 35 36 36

36

41 41 41 41 43

43 44 44 45

47

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 Colofon

Technisch en financiële analyse

51

BIJLAGE 1.A BIJLAGE 1.B BIJLAGE 1.C BIJLAGE 1.D

Methoden en technieken Warmtekansenkaarten Toelichting strategieën Startanalyse PBL Kaartenbijlage

69 73 83 89

Handelingsperspectief voor woningeigenaren Inbreng inwoners via enquête Inbreng TVW-werkgroep Inbreng betrokken partijen via interviews Uitvoeringskosten

95 97 99 103 107 108

7

Samenvatting Nederland moet een bijdrage leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen hierover afspraken gemaakt. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen voor 2050 aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Afgesproken is dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen en vaststellen. De gemeente is voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van inwoners, de woningcorporaties, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. Bij de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte zijn inwoners, de woningcorporatie Casade en netbeheerder Enexis intensief betrokken. De Transitievisie Warmte wordt conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere vijf jaar herzien zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na vaststelling van de Transitievisie Warmte gaat de gemeente, samen met inwoners en betrokken partijen, werken aan het opstellen van (buurt)uitvoeringsplannen en de uitvoering daarvan.

De opgave en ambitie van Waalwijk Deze Transitievisie Warmte richt zich op de periode tot 2030. In het Klimaatakkoord geldt deze periode als een aanloopperiode waarin circa 20% van de totale opgave voor de woningen wordt aangepakt. Om woningen aardgasvrij te kunnen maken, moeten deze goed zijn geïsoleerd (minimaal label B). In Waalwijk is de isolatie van ongeveer 70% van de woningen nog onvoldoende. We kiezen er daarom voor om ons eerst te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 3.000 bestaande woningen (20% van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (‘aardgasvrij-gereed’). Dit betekent dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. Naast een bijdrage aan de klimaatdoelstelling zorgt het isoleren van woningen voor een lagere energierekening en een hoger wooncomfort voor de bewoners. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag vanuit het Klimaatakkoord ook na 2030 gebeuren. In Waalwijk zijn verschillende warmtebronnen beschikbaar die als vervanger van aardgas kunnen dienen. Veel warmtetechnieken zijn echter nog sterk in ontwikkeling, de kosten zijn nog erg hoog en de financiering is complex.

In Waalwijk kiezen we er daarom voor om voorlopig nog niet op grootschalige wijze woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. We gaan ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Waalwijk worden aangelegd, tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen, en dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas niet kunnen worden ingezet. Wel verzamelen we in de tussentijd kennis over technieken, organisatie en financiering. Ook willen we natuurlijke momenten, zoals de vervanging van de cv-ketel, zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en dat er draagvlak in een buurt is voordat we met de uitvoering starten. De woningcorporatie Casade is daarbij een belangrijke partner.

8

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Strategie en uitvoering De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in vier strategische sporen (A, B, C en D):

• Spoor A: gemeentebrede aanpak voor stimulering inwonersinitiatief • Spoor B: intensieve aanpak meest kansrijke buurten • Spoor C: onderzoek naar kansen warmtenetten • Spoor D: Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie Deze vier sporen gaan in 2022 parallel aan elkaar van start. In FIGUUR 1 is de planning en samenhang tussen de sporen gevisualiseerd. 2022

2023

Spoor A

Opstellen gemeentebreed uitvoeringsplan

Spoor B

Onderzoek draagvlak isolatie

Opstellen BUP

2025

2030

Uitvoeren

Opstellen dorpsuitvoeringsplan en uitvoeren BUP

Uitvoeren BUP en dorpsuitvoeringsplan

Spoor C

Onderzoek kansrijke gebieden en adaptief planvormingsproces

Uitvoeren onderzoek naar kansen warmtenet

Spoor D

Onderzoek kansrijkheid

Op poten zetten kenniscentrum

Figuur 1.

Planning en samenhang sporen.

Spoor A: gemeentebrede aanpak voor stimulering inwonersinitiatief Woningeigenaren ondervinden vaak veel technische en financiële hobbels bij het isoleren of aardgasvrij maken van hun woning, en laten het dan liggen. We willen het natuurlijke tempo van woningverbetering versnellen door de particuliere woningeigenaren handelingsperspectief te geven. Dit handelingsperspectief laat de bewoners zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren en eventueel aardgasvrij kunnen maken, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost, hoeveel het oplevert en welke financieringsmogelijkheden er zijn. Eigen initiatieven vanuit collectieven van inwoners vinden we erg belangrijk en waardevol. Ervaringen elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, laten zien dat de meest succesvolle projecten zijn voortgekomen uit het eigen initiatief van inwoners. Als een groep inwoners met een eigen initiatief komt om de woningen in hun buurt of straat te isoleren of aardgasvrij te maken, willen we dit waar mogelijk faciliteren. In 2022 starten we met het opstellen van een gemeentebreed uitvoeringsplan, samen met de woningcorporatie, ContourdeTwern, de netbeheerder, de energiecoöperaties en het energieloket.

Onderdeel van het uitvoeringsplan is een intensieve communicatie- en participatiestrategie en de aansluiting bij natuurlijke momenten voor én achter de voordeur, zoals de vervanging van de cv-ketel of de herinrichting van het openbaar gebied. Het is belangrijk om hier ook de lokale particuliere bedrijvensector (banken, makelaars, installateurs en aannemers) bij te betrekken. Zij kunnen als intermediair worden ingezet om natuurlijke momenten en koppelkansen te benutten.

9

Spoor B: intensieve aanpak meest kansrijke buurten Met een gemeentebrede aanpak boeken we naar verwachting onvoldoende vooruitgang om de 2030-doelstelling te halen. In spoor B richten we ons met een intensief en persoonlijk communicatie- en participatietraject op Waspik, Landgoed Driessen en maximaal twee nader te bepalen kansrijke buurten. Vanwege de grote mate van sociale samenhang verwachten we dat Waspik geschikt is om koploper te zijn en andere buurten kan laten zien hoe met initiatief van bewoners stappen in de warmtetransitie kunnen worden gezet. We willen de inwoners stimuleren om zelf, samen met het Platform Waspik en de woningcorporatie, een aanpak op te zetten voor het isoleren én aardgasvrij maken van Waspik. Door gebruik te maken van de kracht uit de samenleving maken we de inwoners eigenaar van de transitie. De woningen in Landgoed Driessen zijn goed geïsoleerd en zijn geschikt om nu al aardgasvrij te maken. De cv-ketels in deze woningen zullen de komende jaren worden vervangen. Dit natuurlijke moment biedt een kans om de betreffende woningen van een (al dan niet hybride) aardgasvrije warmtevoorziening te voorzien. Om dit moment niet te missen, betrekken we inwoners, installateurs, de netbeheerder en de woningcorporatie en maken we met elkaar een plan voor de uitvoering.

Naast Waspik en Landgoed Driessen zien we kansen in buurten uit met name de jaren ’70 en ’80 waar grotere aantallen woningen snel en op een systematische manier kunnen worden geïsoleerd. Op basis van het draagvlak onder de inwoners selecteren we maximaal twee buurten waar we een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners organiseren.

Spoor C: onderzoek naar kansen warmtenetten Voor de verschillende woonkernen van Waalwijk is de aanleg van een warmtenet een serieuze optie, maar niet voor 2030. We willen onderzoeken op welke locaties in Waalwijk op een haalbare en betaalbare manier warmtenetten kunnen worden aangelegd, rekening houdend met de beperkte ruimte in de ondergrond. Daarnaast willen we onderzoeken hoe in het planvormingsproces voor de werkzaamheden in het openbaar gebied rekening met de aanleg van een warmtenet gehouden kan worden. Ook willen we samen met betrokken partijen de ontwikkelingen rondom onder meer aqua-, rio- en geothermie volgen en verzamelen we de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van Programma Aardgasvrije Wijken, worden opgedaan.

Spoor D: Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie In Waalwijk zijn veel installatiebedrijven gevestigd en ook bedrijven die zich toeleggen op warmtetechniek en warmtenetten. Hiermee heeft Waalwijk een mooie startpositie om hét nationale kenniscentrum voor de warmtetransitie te worden. Het kenniscentrum richt zich op het ontwikkelen van kennis en innovaties op het gebied van woning- en gebouwisolatie en warmtetechniek. We willen ook opleidingsfaciliteiten aan het kenniscentrum koppelen om zo studenten voor het vakgebied te interesseren.

Uitvoeringskosten De uitvoering van de sporen A, B, C en D gaat niet zonder de inzet van capaciteit van verschillende disciplines binnen de gemeente, de woningcorporatie, de netbeheerder en andere betrokken organisaties. Voor de gemeente is een globale inschatting gemaakt van de benodigde inzet van mensen en middelen.

11

1. Inleiding Nederland moet een bijdrage leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde. Opwarming van de aarde kan beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Denk hierbij aan de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van aardgas. Om de uitstoot van CO2 te beperken, zijn nationale en internationale afspraken gemaakt. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen afspraken gemaakt over de manier waarop Nederland deze doelen gaat behalen. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen binnen dertig jaar energieneutraal en aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. Gedurende de warmtetransitie zullen gebouwen steeds energiezuiniger worden gemaakt en steeds minder aardgas verbruiken. Duurzame technieken om gebouwen te verwarmen, kunnen hierbij helpen. Denk aan elektrisch verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen of infraroodpanelen, een collectieve warmtevoorziening, zoals een warmtenet, aqua- of geothermie of duurzame brandstoffen, zoals groen gas en waterstofgas.

Wat is de Transitievisie Warmte? In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen en vaststellen. In de Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente besparingsmogelijkheden en de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar warmte. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen ingezet worden en welke warmte-infrastructuur nodig is met als doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Het tussendoel is om in 2030 twintig% van de woningvoorraad, dus één op de vijf woningen, aardgasvrij of ‘aardgasvrij-gereed’ te hebben. Aardgasvrij-gereed betekent dat de woningen qua bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed zijn voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatieve energie-infrastructuur. Zodra een woning aardgasvrij-gereed is, kan later zonder grote inspanning en overlast voor bewoners de afkoppeling van het aardgasnet en koppeling aan de nieuwe energie-infrastructuur plaatsvinden. Dit alles binnen de kaders van haalbaarheid en betaalbaarheid voor de bewoners.

Wat valt niet onder de Transitievisie Warmte? De Transitievisie Warmte richt zich op woningen en gebouwen. Het aardgasloos maken van industriële processen is geen onderdeel van de Transitievisie Warmte. In het Klimaatakkoord valt dit onder de Klimaattafel Industrie.

Geldigheidsduur Transitievisie Warmte en vervolg Inzichten rondom onder andere technieken, wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden veranderen snel. Het is daarom niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. De Transitievisie Warmte wordt minimaal iedere vijf jaar herzien, zodat nieuwe inzichten in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na het vaststellen van de eerste Transitievisie Warmte in 2021 gaat de gemeente zich in de periode tot 2050 richten op het opstellen van wijk- of buurtuitvoeringsplannen. Hierbij betrekken we de inwoners, de woningcorporatie, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden. Pas dan worden de keuzes over de manier waarop de wijk of buurt aardgasvrij wordt gemaakt definitief.

12

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Ook gaat de Transitievisie Warmte niet over de opwekking van duurzame elektriciteit. In het Klimaatakkoord valt dit onder de Klimaattafel Duurzame energie. Hiervoor wordt in een regionaal samenwerkingsverband aan de Regionale energie- en klimaatstrategie (REKS) gewerkt en lokaal is dit onderdeel van de kadernota Duurzame energie. Onderdeel van de REKS is de Regionale structuur warmte (RSW). Deze heeft wel betrekking op de warmtetransitie en beschrijft welke regionale (gemeentegrensoverschrijdende) warmtekansen er liggen. In deze visie wordt hiermee rekening gehouden.

Wie zijn betrokken bij het opstellen van deze visie? De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Regie vraagt om stevig partnerschap. We zijn voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van de inwoners, de woningcorporatie, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties in Waalwijk. We zullen dus intensief met alle betrokkenen samenwerken. We zoeken in de samenwerking de verbinding met wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden, zoals gezondheid, comfort in de woning, werkgelegenheid, woonlasten, betrokkenheid en eigenaarschap. Alle betrokkenen hebben een verantwoordelijkheid om stappen te zetten, waarbij de gemeente kan faciliteren, coördineren en soms kan mee-investeren. Bij het opstellen van deze Transitievisie Warmte hebben we de volgende partijen actief betrokken:

• Netbeheerder Enexis • Woningcorporatie Casade • Stichting Waalwijk CO2-vrij • Energiecoöperaties Langstraat Energie en Energie Gezond Waalwijk • Huurdersbelangenvereniging HVOW • Platform Waspik • ContourdeTwern • Diverse teams van de gemeentelijke organisatie • Inwoners gemeente Waalwijk (via enquête en online meet-up) Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

• HOOFDSTUK 2: Wat is de opgave voor Waalwijk? • HOOFDSTUK 3: Hoe kunnen we de opgave aanpakken? • HOOFDSTUK 4: Waar en wanneer kunnen we starten? • HOOFDSTUK 5: Wat vinden de inwoners, ondernemers en partners ervan? • HOOFDSTUK 6: Welke strategie volgen we in Waalwijk? • HOOFDSTUK 7: Hoe pakken we de uitvoering aan?

13

2. Wat is de opgave voor Waalwijk? 2.1

Karakteristieken van de woningen en gebouwen

Begin 2020 stonden er in Waalwijk 21.977 woningen. De verdeling over de bouwperiodes en de woningtypes zijn in FIGUUR 2 en FIGUUR 3 weergegeven.

Figuur 2.

Ouderdom en typologie woningen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Circa 75% van de woningen dateert van voor 1992, circa 45% van voor 1974 en circa 10% van voor 1945.

Figuur 3.

Pandenkaart met woningtypering (zie BIJLAGE 1.D voor meer detail).

14

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Energielabels De rijksoverheid heeft aan alle woningen op basis van een beperkte dataset een voorlopig energielabel toegekend. Dit geeft indicatie van de energiezuinigheid van een woning. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die de woningeigenaar zelf getroffen heeft om het energieverbruik te verkleinen, zoals extra isolatie. Woningeigenaren kunnen zelf een definitief energielabel aanvragen en daarin wordt de werkelijke toestand van de woning wel meegenomen. De verdeling van de energielabels in Waalwijk is samengevat in FIGUUR 4. De linker figuur met de voorlopige energielabels heeft betrekking op alle woningen. Het deel daarvan dat een definitief energielabel heeft, is in de rechter figuur afgebeeld.

Figuur 4. Energielabels (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 30% van de woningen over een energielabel B of beter en 60% over een label C of beter. Van alle woningen heeft ongeveer een derde een definitief energielabel. Van deze woningen met een definitief label beschikt 45% over een energielabel B of beter en meer dan 70% over een energielabel C of beter. Vanaf 1 januari 2021 is het stelsel van energielabels uitgebreid met een verdere onderverdeling van energielabel A in A+ en A++ en is de wijze van beoordelen aangepast. Woningen met een definitief energielabel van voor 2021 kunnen in sommige gevallen na een herbeoordeling volgens de nieuwe regels in een andere klasse terechtkomen. De slechtst geïsoleerde woningen (energielabel E, F en G) liggen met name in de historische kernen en lintbebouwing. De kaart van Waalwijk in FIGUUR 5 laat dit duidelijk zien.

Figuur 5.

Verdeling (voorlopige) energielabels in Waalwijk (bron: Datavoorziening VNG Realisatie, peildatum 2020).

15

Woningcorporatie Casade In totaal zijn er in Waalwijk 6.644 sociale huurwoningen. Circa 57% van de panden beschikt over een energielabel B, A, A+ of A++. De overige panden hebben een label C, D, E, F of G. In de landelijke prestatieafspraken met de woningcorporaties is afgesproken dat alle corporatiewoningen in 2030 gemiddeld aan de eisen voor energielabel A voldoen.

Overige gebouwen Naast de woningen bevinden zich 3.117 gebouwen in Waalwijk (peiljaar 2020). Het gebruik van deze gebouwen is weergegeven in FIGUUR 6.

Figuur 6.

Overige gebouwen.

Onder de functie ‘Industrie’ vallen onder meer bedrijfsgebouwen en agrarische gebouwen (inclusief kassen). Deze Transitievisie Warmte richt zich alleen op het verduurzamen van de verwarming van deze gebouwen en niet op de industriële processen. De verwarming van kassen valt ook onder industriële processen.

2.2

Huidig gasverbruik en warmtevraag

Het totale warmteverbruik (gas) van de woningen van Waalwijk bedroeg in 2019 916 Terajoule (TJ), oftewel 28,9 miljoen m3 gas per jaar. Het gemiddelde gasverbruik per woning bedroeg 1.270 m3 per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Het totale energieverbruik van de gebouwen die gebruikt worden voor commerciële en publieke dienstverlening (dus exclusief de industriële processen en landbouw) bedroeg 1.059 TJ per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Naar schatting 80% hiervan betreft energie voor verwarming, ofwel circa 847 TJ per jaar.

2.3

De opgave

Landelijke doelstellingen Klimaatakkoord In 2050 moeten alle woningen en gebouwen in Waalwijk en alle andere gemeenten in Nederland voldoende geïsoleerd én van het aardgas af zijn. Dat is de afspraak die de VNG namens alle gemeenten in het Klimaatakkoord heeft gemaakt. De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin voor de woningen circa 20% van de totale opgave wordt aangepakt. Dat betekent dat er in de daaropvolgende twintig jaar nog een opgave van 80% ligt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de aanpak zich in de periode tot en met 2030 in ieder geval richt op het aardgasvrij-gereed maken van de woningen. Concreet betekent dit isoleren en daarmee het verlagen van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken mag eventueel naar de daaropvolgende jaren worden geschoven. Ook de grootschalige verduurzaming van de gebouwen mag naar de periode na 2030 worden geschoven. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Voor verschillende gebouwtypes zijn sectorale milieuvoorschriften van toepassing. Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen.

16

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

De opgave voor Waalwijk in de periode tot 2030 In de periode tot 2030 richt de aanpak zich met name op het aardgasvrij-gereed maken van de woningen. Dit betekent dat de woningen worden geïsoleerd en geschikt gemaakt voor elektrisch koken. Het isoleren tot energielabel B (energie-index1 1,40) wordt landelijk als een haalbare en betaalbare ondergrens gezien voor de meeste bestaande woningen en gebouwen. In de praktijk zullen er soms factoren zijn die dat onmogelijk maken, zoals een monumentenstatus, beschermd stadsgezicht of simpelweg de ouderdom van de woning. In die gevallen wordt energielabel D (energie-index 2,10) als ondergrens gehanteerd. Voor woningen waar zelfs niveau D moeilijk haalbaar is, moet in de uitvoeringsplannen extra aandacht zijn. In Waalwijk voldoet bijna 30% van alle woningen, ruim 6.000 woningen, al aan energielabel B. Dat betekent dat nog in ruim 15.000 woningen extra isolerende maatregelen nodig zijn. In de periode tot 2030 moet de gemeente Waalwijk, volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord, 20% hiervan, dus minimaal 3.000 woningen, isoleren en verder aardgasvrij-gereed maken.

Standaard en streefwaarden voor woningisolatie Als onderdeel van het Klimaatakkoord hebben overheidspartijen, de bouwsector en belangenorganisaties gezamenlijk de zogenaamde standaard voor woningisolatie opgesteld. Het rapport ‘Standaard en streefwaardes bestaande woningbouw’ heeft de minister van BZK op 18 maart 2021 aan de Kamer gepresenteerd . De standaard voor woningisolatie is bedoeld om ervoor te zorgen dat huiseigenaren (verhuurders en kopers) weten hoe ze hun woningen kunnen isoleren. De ‘Standaard voor woningisolatie’ geeft aan wanneer een woning goed geïsoleerd is en hoeveel warmte dan nog nodig is om de woning te verwarmen. Daarbij is een niveau gekozen dat als toekomstvast (en daarmee ‘spijtvrij’) kan worden beschouwd, in die zin dat de betreffende woning later, bij aansluiting op duurzame bronnen met een lagere temperatuurwarmte, niet nogmaals geïsoleerd hoeft te worden en ingrijpende aanpassing van de warmteafgiftesystemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. De Standaard is er voor naoorlogse woningen op gericht om de woningen met warmte van lage temperatuur (minder dan 50 °C) te verwarmen. Voor vooroorlogse woningen zijn de eisen minder streng en is de isolatie gericht op verwarming met middentemperatuurwarmte (ongeveer 70 °C).

Soms wordt een woning niet in één keer aangepakt, maar worden bijvoorbeeld alleen de ramen en kozijnen vervangen, of wordt alleen de vloer geïsoleerd. Daarom zijn ook streefwaarden afgesproken. De streefwaarde is de isolatie die je nodig hebt voor elk apart onderdeel van het huis: dak, vloer, gevels, ramen en deuren. Als elk deel apart is geïsoleerd, geeft dat samen ook voldoende isolatie om de woning aan te sluiten op een andere warmtebron.

De opgave aardgasvrij maken voor Waalwijk Sinds 1 juli 2018 mogen nieuwbouwhuizen niet meer aangesloten worden op het gasnet. Vrijwel alle woningen en gebouwen in Waalwijk van voor die datum hebben een gasaansluiting. Een zeer klein deel is reeds van het aardgas af. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord betekent dit dus dat vrijwel de hele bestaande woning- en gebouwenvoorraad in de gemeente nog aangepakt moet worden. Het streven vanuit het Klimaatakkoord is om in de periode tot 2030 ten minste 4.400 woningen in Waalwijk aardgasvrij te hebben. Dit mag naar de daaropvolgende jaren worden geschoven. 1

De energie-index is een getal dat uitdrukt hoe energiezuinig een woning is. Deze index wordt vastgesteld door een opname van de woning door een energieadviseur waarbij zo’n 150 kenmerken worden beoordeeld

17

3. Hoe kunnen we de opgave aanpakken? 3.1

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrijgereed)

Het isoleren van woningen en gebouwen tot minimaal energielabel B is de eerste en meest cruciale stap in de warmtetransitie. Isolatie van de vloer, het dak en de gevel (spouwmuur), HR++-glas en het dichten van kieren, leveren energiebesparing op. Dit is niet alleen goed voor de portemonnee (lagere maandelijkse energielasten), maar draagt ook bij aan verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast zorgt het voor een verbetering van het wooncomfort. Ook is voor veel woningen en gebouwen isoleren een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Voor een warmtepomp als alternatieve warmteoplossing (all-electric) moet het pand goed geïsoleerd zijn. Extra isolatie kan ook aan de orde zijn om oude en slecht geïsoleerde woningen op een warmtenet aan te sluiten.

Aardgasvrij-gereed maken Naast isolatie is soms ook aanpassing van de radiatoren nodig om op een aardgasvrije oplossing over te stappen. Tot slot betekent betere isolatie (o.a. kierdichting) dat inwoners voor een gezond binnenklimaat aandacht moeten besteden aan de wijze waarop de woning geventileerd wordt. Aanvullend op de isolatiemaatregelen gaat iedereen uiteindelijk elektrisch koken om aardgasvrij te worden. Ook daar moeten de woningen op worden voorbereid.

3.2

Passend warmtealternatief zoeken

Om panden aardgasvrij te maken, moet er een alternatieve warmtebron zijn die het aardgas kan vervangen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groen gas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. De meest geschikte warmteoplossing is afhankelijk van de eigenschappen van het gebouw en het gebied, zoals de mate van isolatie (op basis van bouwjaar), het gebouwtype, de bebouwingsdichtheid in het gebied, het eigendom (zijn er veel woningen van een woningcorporatie of andere grote verhuurder), de schaal en de beschikbaarheid van bronnen. Er is (minimaal) een van de volgende drie energie-infrastructuren in de wijk nodig: een elektriciteitsnet, een warmtenet of een gasnet. Voor Waalwijk hebben we dat vertaald in vier mogelijke warmteoplossingen.

All-electric ‘All-electric’ betekent dat er alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt, zoals een warmtepomp of infraroodpanelen. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur van de warmte uit de omgeving (bodem, lucht of zonnecollector) om de woning comfortabel te verwarmen. Een infraroodpaneel zendt warmte uit in de vorm van warmtestraling. Om de CO2-uitstoot te verminderen, is het van belang dat de gebruikte elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, dus met bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens.

18

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric-oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. De afstemming met netbeheerder Enexis is dus cruciaal.

Warmtenet Een warmtenet zorgt ervoor dat centraal geproduceerd warm water door ondergrondse leidingen naar de woningen stroomt. Verschillende bronnen kunnen de warmte duurzaam leveren, zoals oppervlaktewater (aquathermie), afvalwater bij gemalen of rioolwaterzuiveringen (riothermie), restwarmte van bedrijven of de bodem (geothermie of warmte-koudeopslag, WKO). Een warmtenet is vooral geschikt bij hogere dichtheid van gebouwen, bijvoorbeeld bij appartementen en dicht bij elkaar staande woningen. De randvoorwaarde is dat de duurzame warmtebron op korte afstand van de te verwarmen woningen of gebouwen ligt. Voor een economisch rendabel warmtenet is het van belang dat er voldoende woningen op worden aangesloten, in de regel zijn dat er minimaal 300. Uit de technische en financiële analyse (zie BIJLAGE 1) komen de buurten Landgoed Driessen, Waspik-Beneden, Besoijen, Centrum, Bloemenoord, Baardwijk, Laageinde, De Hoef, Meerdijk en Antoniusparochie als de meest kansrijke locaties voor een warmtenet naar voren. De aanleg van een warmtenet is een grote ingreep in vooral het openbare gebied. Een warmtenet vraagt om relatief veel ruimte in het straatprofiel en de straat moet open. Om de overlast voor de omgeving en kosten te beperken, kan de aanleg van een warmtenet worden gecombineerd met het vervangen van de riolering of de revitalisatie van het openbare gebied.

Bij de ontwikkeling van een warmtenet moet dus goed naar de planning van de werkzaamheden in de openbare ruimte worden gekeken. Behalve dat er een warmtenet moet komen, zal ook het elektriciteitsnet in sommige gevallen verzwaard moeten worden. De woningen stappen over op elektrisch koken en meestal zijn collectieve of individuele elektrische warmtepompen nodig om de temperatuur van de warmte op het juist niveau te krijgen. Het is daarom belangrijk om netbeheerder Enexis te betrekken bij de planvorming. Bij een collectieve warmtepomp zal op de locatie van die warmtepomp een voldoende grote elektriciteitsaansluiting moeten zijn en ruimte om de warmtepomp te kunnen plaatsen.

Duurzaam gas Er zijn wijken waar zowel een warmtenet als een all-electric-oplossing met de huidige stand van de techniek niet mogelijk of veel te kostbaar zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijken met veel historische woningen en gebouwen (van voor 1945) en buitengebieden. Soms is de beste oplossing om woningen te verwarmen met duurzaam gas. In de overgangsperiode tot 2050 zal dit waarschijnlijk nog aardgas zijn, maar daarna kan mogelijk groen gas of waterstof worden ingezet. Daar past echter de volgende kanttekening bij. Voor de periode tot 2030 is de inzet van deze duurzame gassen helaas nog geen realistische optie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De prijs en beschikbaarheid van waterstof en groen gas zijn zeer onzeker, waardoor waterstof en groen gas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven zijn. Waterstof zal in eerste instantie ingezet worden voor de zware industrie en zwaar vervoer, omdat hiervoor geen goede alternatieven voorhanden zijn. Het bedrijf Wabico produceert in Waalwijk groen gas. De huidige productie is gelijk aan het gasverbruik van circa 2100 woningen. Dit gas wordt het landelijke gasnet ingepompt. Het in Nederland geproduceerde groen gas zal via een verdeelsleutel onder de Nederlandse gemeenten worden verdeeld.

Dit is vastgelegd in de Routekaart Groen Gas1. Het is dus niet zo dat gemeenten waar groen gas wordt gepro1

Zie www.groengas.nl/wp-content/uploads/2015/07/Routekaart-hernieuwbaar-gas.pdf

19

duceerd dit aan zichzelf mogen toerekenen voor het aardgasloos maken van de woningen en gebouwen. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het niet voor de hand om de warmtetransitie te beginnen met het inzetten van groen gas. Voor de periode na 2030 moet de beperkte hoeveelheid gereserveerd worden voor plaatsen waar een alternatief lastig of kostbaar is. De ontwikkelingen rondom met name waterstof gaan echter snel en we zullen deze met interesse volgen en er waar mogelijk rekening mee houden in volgende versies van de Transitievisie Warmte.

Hybride oplossingen: (duurzaam) gas met warmtepomp Voor gebouwen in wijken die (voorlopig) op het gasnet aangesloten blijven, kan een hybride oplossing uitkomst bieden. Bij een hybride oplossing krijgt de elektrisch gevoede warmtepomp in koude dagen ondersteuning van een gasgestookte cv-ketel. De warmtepomp zorgt ervoor dat er minder aardgas (of uiteindelijk duurzaam gas) nodig is. Dit is echter wel een tussenoplossing. Om aardgasvrij te worden, is het nodig om ook deze woningen te isoleren en uiteindelijk te voorzien van een volledig aardgasvrije warmteoplossing.

21

4. Waar en wanneer kunnen we starten? 4.1

Afwegen op basis van criteria

In een periode van 30 jaar worden wijken en buurten stap voor stap aardgasvrij gemaakt. In het vorige hoofdstuk hebben we toegelicht dat isolatie van de woningen en gebouwen de eerste stap is en dat vervolgens naar een passend alternatief voor aardgas gezocht kan worden. Maar waar kun je het beste beginnen? In Waalwijk gebruiken we de volgende criteria om de volgorde van de buurtaanpak te bepalen.

Afwegen: hoe doen we dit? Welke criteria leidend zijn bij de bepaling van de volgorde van de buurtaanpak is onderdeel van het bestuurlijk proces. We kunnen ervoor kiezen om bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten leidend te laten zijn, dus eerst de buurten aan te pakken waar de laagste kosten worden verwacht. Maar ook socio-economische criteria, zoals energiearmoede, kunnen de doorslag geven voor prioritering. In het gevolgde proces is er nog geen definitieve keuze voor de volgorde van de buurtaanpak gemaakt. Deze keuze maken we samen met de inwoners en betrokken partijen in de buurtuitvoeringsplannen na de vaststelling van de Transitievisie Warmte.

Aan de hand van de criteria hebben we de buurten met elkaar vergeleken en onderzocht welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aan te pakken.

4.2

Technisch-economische criteria

Criterium 1: technische en financiële haalbaarheid Voor iedere buurt hebben we onderzocht wanneer de woningen zijn gebouwd, welk type woningen er staan, wat de warmtevraag van de woningen voor en na isolatie is, over welke energielabels de woningen beschikken en welke warmtealternatieven kansrijk zijn. Met deze data wordt duidelijk in welke buurten de grootste isolatieopgave ligt, welke buurten geschikt zijn voor een warmtenet en welke warmtebron een dergelijk warmtenet zou kunnen voeden. Hiermee kan de technische haalbaarheid van de alternatieven worden getoetst. Verder hebben we per buurt voor ieder technisch kansrijk warmtealternatief de maatschappelijke kosten voor het isoleren en aardgasvrij maken van de woningen berekend op basis van de kentallen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In buurten waar de maatschappelijke kosten laag zijn, is het financieel gezien makkelijker om te starten dan in buurten met hoge maatschappelijke kosten. In BIJLAGE 1 is de technisch-economische analyse nader toegelicht. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid is nog geen onderscheid gemaakt tussen de kosten voor de eindgebruiker (de woningeigenaar of huurder) en de kosten voor andere partijen (overheid, netbeheerder, etc.). Ook is in de kostenanalyse nog geen rekening gehouden met de waarde van het huidige aardgasnet.

In Waalwijk liggen relatief nieuwe gasnetten en deze kunnen nog circa 80 jaar mee.

22

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Criterium 2: contracteerbaarheid Contracteerbaarheid gaat over de mate waarin het vastgoed in een buurt in bezit is van een grote of juist relatief beperkte hoeveelheid eigenaren. Met andere woorden: zijn alle woningen individueel (privé)bezit of zijn veel huizen eigendom van een of enkele woningcorporaties? Contracteerbaarheid is vooral van belang bij een collectieve oplossing door middel van een warmtenet. Bij relatief weinig vastgoedeigenaren is het aantal contracten dat voor de aansluiting op een warmtenet gesloten moet worden, ook beperkt en dit maakt de realisatie van een warmtenet makkelijker. Vanuit contracteerbaarheid zijn dus buurten met relatief weinig pandeigenaren kansrijker dan buurten met veel pandeigenaren. Per buurt hebben we onderzocht welk deel van de woningen in bezit is van de woningcorporatie. Woningcorporatie Casade is de grootste vastgoedeigenaar in de gemeente.

Welke buurten zijn op basis van technisch-economische criteria het meest kansrijk? Kansrijke buurten voor isolatieaanpak In de periode tot 2030 kan de aanpak zich beperken tot de isolatie en het aardgasvrij-gereed maken van de woningen. Als de ambitie is om in deze periode een zo groot mogelijk aantal woningen te isoleren tot minimaal energielabel B, zijn de buurten met relatief veel woningen met energielabel C en D het meest kansrijk. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd met veel gelijksoortige woningen. Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. In buurten met relatief veel woningen met energielabel E, F en G zijn de woningen veel diverser van samenstelling en zijn de kosten voor het isoleren een stuk hoger. Hier staat een hogere energiebesparing en vermindering van broeikasgassen tegenover, maar omdat het om geringere aantallen woningen gaat, is ook de milieuwinst voor de eerstgenoemde categorie woningen het grootst. Op basis van het aandeel woningen met energielabel C en D zijn achtereenvolgens de buurten De Hoef, Zanddonk, Laageinde, Bloemenoord en Vrijhoeve het meest kansrijk. In de buurten Laageinde, De Hoef en Vrijhoeve is het corporatiebezit het hoogst (41 tot 52%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten.

Kansrijke buurten voor aardgasvrij maken Op basis van de technische en financiële criteria is Landgoed Driessen de meest kansrijke startbuurt voor het aardgasvrij maken. De maatschappelijke kosten om uiteindelijk aardgasvrij te worden, zijn hier het laagst. In deze buurt staan relatief veel nieuwe woningen die al voldoende of nagenoeg voldoende zijn geïsoleerd. De meest voordelige optie hier is om de panden aan te sluiten op een eigen elektrisch aangedreven warmtepomp. In Bloemenoord is er technisch gezien de mogelijkheid om aan te sluiten bij het warmtenet van het nog te ontwikkelen gebied Akkerlanen (een nieuwbouwwijk aangrenzend aan de buurt Bloemenoord). Echter zijn de kosten hiervoor (nog) niet bekend. In Laageinde, Baardwijk en De Hoef is het aandeel corporatiewoningen het hoogst (42 tot 52%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten. In De Hoef lijkt aansluiting op een warmtenet gevoed door bodemenergie (WKO) en aquathermie de minst maatschappelijke kosten te hebben. Het verschil in maatschappelijke kosten met de buurten Laageinde en Baardwijk is niet groot, ook niet voor all-electric-oplossingen.

23

4.3 Socio-economische criteria De manier waarop inwoners tegenover de warmtetransitie staan, verschilt binnen een buurt, maar verschilt zeker ook van buurt tot buurt. Een logische invalshoek is te starten in die buurten waar de warmtetransitie bij inwoners het meest leeft en waar inwoners het meest gemotiveerd zijn. We kunnen ook ervoor kiezen om, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aardgasvrij te maken. Ook kan gekeken worden naar verschillen in de mate van zelfredzaamheid en bereidheid van inwoners (specifiek particuliere huiseigenaren) om te investeren. Er kan dus begonnen worden in buurten met de sterkste of juist de zwakste schouders. Soms nemen bewoners uit een buurt of straat het initiatief om gezamenlijk van het aardgas af te gaan. We kunnen ervoor kiezen om juist in die buurten te starten waar het lokale initiatief groot is. Deze burgerinitiatieven kunnen dan het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente. De kans op lokaal initiatief is het grootste in buurten of straten waar al aan verbetering van de buurt wordt gewerkt, bijvoorbeeld door herinrichting van het openbaar gebied. Dan is er ‘reuring’ in de buurt en dit kan lokaal initiatief stimuleren; hierover meer in de volgende paragraaf.

Voor iedere buurt hebben we op basis van openbare gegevens inzichtelijk gemaakt hoe de inkomens verdeeld zijn, welk deel van hun inkomen door de inwoners aan energie wordt besteed, hoeveel energie er wordt verbruikt en hoeveel woningen al zonnepanelen hebben. Dit laatste criterium is een maat voor de bereidheid van inwoners om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren.

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Om tot een selectie van kansrijke buurten te komen waar de bereidheid tot investeren in verduurzamingsmaatregelen het grootst is, hebben we onderzocht in welke buurten het gemiddelde inkomen hoog is en hoeveel woningen van zonnepanelen zijn voorzien. De buurten Meerdijk, Landgoed Driessen en Waspik-Boven scoren het hoogst op dit socio-economische aspect. Als we, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, buurten in de lagere inkomensklasse als eerste willen aanpakken, zijn de buurten Bloemenoord, Antoniusparochie, Zanddonk en Laageinde het meest kansrijk.

4.4

Natuurlijke momenten

De kosten van het aardgasvrij maken van buurten kunnen worden beperkt als er wordt aangesloten bij grootschalige renovatie en sloop of nieuwbouw van vastgoed. Dit geldt ook voor de aanleg van de benodigde infrastructuur. Het combineren van de aanleg van een warmtenet met de uitbreiding of vervanging van bestaande infrastructuren (wegen en riolering) kan kosten en overlast besparen. Ook de nieuwbouw van woningen is een natuurlijk moment. Nieuwbouwwoningen worden aardgasvrij gebouwd en in de planvorming wordt naar het meest passende alternatief voor aardgas gezocht. Door hierbij ook de omgeving te betrekken, kunnen mogelijk ook omliggende bestaande woningen worden verduurzaamd. Deze ‘meekoppelkansen’ zijn dus relevant voor zowel de vraag in welk jaar het slim is de wijk aardgasvrij te maken als voor de keuze van de technisch-economische oplossing in een buurt. De renovatie of nieuwbouw van woningen, de vervanging van rioleringen en de herinrichting van het openbare gebied vergroten vaak ook het saamhorigheidsgevoel onder de buurtbewoners. Er worden werk- of klankbordgroepen ingericht en bewoners komen samen bij informatiebijeenkomsten. Dit zijn mooie natuurlijke momenten die benut kunnen worden om de bewoners te stimuleren om gezamenlijk initiatief te nemen

24

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

voor de verduurzaming van hun woning. Een goed voorbeeld uit de praktijk is de Triple Duurzaam-aanpak. De gemeente, woningcorporatie Casade en ContourdeTwern trekken hierin samen op en streven ernaar om woningverbetering van corporatiewoningen (Casade) te koppelen aan verbeteringen in het openbare gebied (gemeente) en maatschappelijke opgaves (ContourdeTwern).

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Vervanging energie-infrastructuur De vervanging van de energie-infrastructuur is geen onderscheidend natuurlijk moment voor de buurtaanpak. Het gasnet is relatief kortgeleden vervangen en kan nog circa 80 jaar mee. Het laag- en middenspanningselektriciteitsnet is in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp te laten overgaan of collectieve warmtepompen van stroom te voorzien. Enexis wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen, zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Verder vindt Enexis het belangrijk dat naast de versterking van het elektriciteitsnet voor de warmtetransitie ook nagedacht wordt over de benodigde infrastructuur voor elektrisch rijden.

Vervanging riolering en wegen De vervanging van de riolering vormt een natuurlijk moment voor de aanleg van een warmtenet omdat dit enerzijds de aanlegkosten kan verlagen en anderzijds overlast reduceert doordat de straat maar één keer open hoeft. Andersom geldt dat de kosten van aanleg van een warmtenet in straten waar de riolering onlangs vervangen en de straat heringericht is, heel hoog zijn. Daarom is het bij de prioritering van de aanleg van het warmtenet belangrijk om rekening te houden met het moment van vervanging van de riolering en herinrichting van het openbare gebied. Een ander aspect dat mogelijk een rem zet op de ontwikkeling van warmtenetten is de beperkte ruimte in ondergrond in het openbare gebied. In veel buurten in Waalwijk is het straatprofiel dusdanig smal dat het lastig wordt om zonder uitgebreide verleggingen van kabels en leidingen een extra warmteleidingennet te leggen. Dit maakt de combinatie met de vervanging van rioleringen nog crucialer. Volgens de meerjarenplanning (IUP) is in de periode 2022-2024 het overgrote deel van de te vervangen riolering gesitueerd in Bloemenoord en Baardwijk, waar in meerdere straten het riool vervangen wordt. Beide wijken maken onderdeel uit van het nog op te stellen afkoppelplan, alsook de wijk Nieuwe Vaart, waar in de periode 2022-2024 in meerdere straten het riool zal worden vervangen.

In de buurt Besoijen wordt de riolering in twee straten ook nog vervangen, evenals in twee straten in Waspik-Beneden. De planning na 2024 is nog niet bekend. Op basis van de ouderdom van de rioleringen hebben de nog niet aangepakte straten in de buurten Baardwijk, Laageinde, Bloemenoord en Waspik-Beneden de hoogste prioriteit.

Renovatieopgave woningcorporaties De woningcorporatie Casade heeft een forse opgave waar het gaat om woningverbetering en het totale aantal woningen dat nog aangepakt moet worden. Het starten in buurten met veel corporatiewoningen wordt gezien als een kans, omdat dan ook de omgeving kan worden meegenomen. Voor 2030 wil Casade alle woningen aangepakt hebben als ze niet aan de gewenste warmtevraag voldoen. Als dat niet kan vanwege de technische staat, onevenredige kosten en/of overlast, is sloop/vervangende nieuwbouw een optie, zoals in de Molenstraat in Sprang-Capelle en in de Baardwijksestraat en Bloemenoordflats in Waalwijk. Casade is met de gemeente en andere partijen bezig om programma’s en planningen met elkaar uit te wisselen en zet eerst in op het reduceren van de warmtevraag en vervolgens op de duurzame technieken.

25

In de buurten Vrijhoeve en andere delen van Sprang-Capelle worden in 2022 nog ruim 100 woningen via woningverbetering en Zonnecoöperatie Dakenstroom aangepakt. Datzelfde geldt voor Zanddonk en De Hoef (300 woningen). Ook in Laageinde staan woningverbeteringen gepland voor circa 275 woningen. Zowel in Zanddonk als in Laageinde is er nog veel potentie om energielabels te verbeteren tot minimaal energielabel B. In Waspik-Beneden staan 75 woningen van Casade op de planning om verbeterd te worden en ook hier valt nog veel winst te halen omtrent het energielabel.

27

5. Wat vinden de inwoners, ondernemers en betrokken partijen ervan? 5.1

Inwoners en ondernemers

De gemeente Waalwijk kan en wil de warmtetransitie niet alleen doen. We willen onze inwoners laten meedenken en meedoen bij het tot stand komen van de Transitievisie Warmte en het vervolg daarvan. Zonder de inzet en betrokkenheid van inwoners krijgen we het niet voor elkaar om de gebouwen in de gemeente op tijd te verduurzamen. Voor de Transitievisie Warmte hebben we de inwoners geraadpleegd voor het bepalen van de koers.

Enquête Er is een enquête onder de inwoners van de gemeente uitgezet. Deze enquête geeft inzicht in de manier waarop inwoners van Waalwijk aankijken tegen energiezuinig en aardgasvrij wonen. Voor het onderzoek zijn de volgende onderzoekvragen geformuleerd:

• Welke houding en gedrag hebben inwoners van Waalwijk ten aanzien van energiezuinig en aardgasvrij wonen?

• Wat zijn de drijfveren en drempels om te gaan isoleren en van het gas af te gaan? • Wat is de participatiebehoefte van inwoners t.a.v. isoleren en aardgasvrij? De enquête is via Hoplr, het onderzoekspanel van de gemeente Waalwijk, en via sociale media onder de inwoners verspreid. Deze enquête heeft van 18 juni tot en met 5 juli 2021 open gestaan en 600 inwoners hebben hem ingevuld. In BIJLAGE 3 zijn de resultaten van de enquête in een infographic verwerkt. De belangrijkste resultaten zijn hieronder kort samengevat:

• Veel deelnemers van het onderzoek zien mogelijkheden om hun huis te isoleren, met op de eerste plek het dak. Van degenen die geen mogelijkheden zien om te isoleren, zijn de meesten al in het bezit van energielabel A of B. De belangrijkste redenen om te isoleren voor de deelnemers zijn comfortabel wonen, lagere maandlasten en bijdragen aan een beter milieu. Een reden om niet te investeren in isoleren, is vanwege de kosten die hierbij komen kijken, maar ook door gebrek aan prioriteit. Toch geeft ruim een derde van de deelnemers aan onlangs de woning geïsoleerd te hebben of ermee bezig te zijn.

• Aardgasvrij is een onderwerp dat meer emoties oproept. Men maakt zich zorgen over de investeringskosten die het met zich meebrengt en over het alternatief voor gas.

• Duurzaamheid is voor de meeste deelnemers niet een reden om te isoleren of aardgasvrij te worden. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Pas zodra er een (ander) voordeel is, zal de bereidheid toenemen. Ongeveer 20% van de onderzoeksgroep is wél intrinsiek gemotiveerd om stappen te maken om duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken.

• Indien mensen stappen nemen om een aardgasvrij alternatief te kiezen, wil een groot deel dat dit hen weinig moeite kost. Hierbij is het wel van belang dat het alternatief past bij de specifieke woonsituatie. Bij het maken van buurtuitvoeringsplannen kan de gemeente er rekening mee houden dat de meeste respondenten vooral geïnformeerd willen worden en niet actief betrokken willen zijn.

28

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Online meet-up Als vervolg op de enquête heeft de gemeente op 12 juli 2021 een online meet-up voor alle inwoners georganiseerd. Gedurende deze online meet-up zijn de inwoners geïnformeerd over de warmtetransitie en de stappen die ze zelf al kunnen zetten, en zijn de resultaten van de enquête besproken. Verder was er de ruimte om vragen te stellen omtrent de Transitievisie Warmte.

5.2

Ondernemers

De ondernemers zijn nog niet actief betrokken, omdat het verduurzamen van de bedrijfsgebouwen en utiliteit vooral na 2030 aan de orde zal zijn. Wel is de stichting Waalwijk CO2-vrij geïnterviewd. De Stichting Waalwijk CO₂-vrij stimuleert energiebesparing en productie van duurzame energie voor Waalwijkse bedrijven. Hieronder zijn de belangrijkste punten uit het interview opgesomd:

• Sluit aan bij de Greendeal en Symbiosis for growth. • Welwillendheid onder de ondernemers voor warmte uitwisseling is er, maar er moet eerst een plan zijn waarin bedrijven zien wat er allemaal mogelijk is.

• Materiaalverwerkingsbedrijven of kunststofindustrie hebben mogelijk veel restwarmte en hiermee kan een pilot restwarmte gedaan worden.

• Waalwijk is uitgeroepen tot transporthotspot door de provincie. Dit maakt het aanleggen van warmtenetten lastig, omdat wegen op het industrieterrein opengebroken moeten worden.

• Mogelijk is er niet genoeg restwarmte om na de industrie ook nog de woningen te voorzien van warmte.

5.3 Betrokken partijen Enexis en woningcorporatie Casade maken samen met medewerkers van verschillende interne afdelingen van de gemeente onderdeel uit van de TVW-werkgroep. Deze werkgroep is drie keer bijeengekomen; zie de bevindingen in BIJLAGE 4. Verder zijn Enexis, Casade (samen met huurderbelangenvereniging HVOW), de beheerafdeling van de gemeente en de energiecoöperaties Langstraat Energie en Energie Gezond Waalwijk geïnterviewd. In deze interviews is gevraagd hoe hun strategie en visie aan de transitieopgave voor warmte gekoppeld kunnen worden. Daarnaast zijn ook de vervangings- en renovatieopgave en de daaruit voortvloeiende natuurlijke momenten besproken. In BIJLAGE 5 zijn de belangrijkste punten per interview opgesomd. Ook is er een gesprek geweest met Platform Waspik om te onderzoeken of er draagvlak is in Waspik om koploper te worden in de transitieopgave voor warmte en wat de rol van Platform Waspik hierin zou kunnen zijn. Hieronder is per partij een korte samenvatting gegeven van hun opgaves en standpunten.

Woningcorporatie Casade en huurderbelangenvereniging HVOW Casade richt zich voornamelijk op het reduceren van de warmtevraag. Ze gaan daartoe de woningen die niet aan het gewenste energielabel voldoen, isoleren of kiezen voor sloop en nieuwbouw. Zowel Casade als HVOW vinden het belangrijk dat als je een buurt gaat aanpakken, de bewoners voldoende de gelegenheid krijgen om problemen, knelpunten en andere zaken op tafel te leggen. Casade trekt samen met de gemeente en ContourdeTwern op in het project Triple Duurzaam met als doel om woningverbetering te combineren met de verbetering van de leefomgeving en de aanpak van sociale problematiek. Voor het aardgasloos maken van de woningen ziet Casade vooral kansen in de kleinschalige cluster- of bloksgewijze aanpak, met bijvoorbeeld mini-warmtenetten. In deze aanpak kunnen corporatiewoningen

29

en koopwoningen in gezamenlijkheid worden verduurzaamd. Casade ziet het aardgasloos maken van hun corporatiewoningen als onderdeel van een integrale aanpak van alle woningen en hecht grote waarde aan samenwerking met de gemeente en andere betrokken partijen.

Enexis In Waalwijk ligt een relatief nieuw gasnet waar eventueel ook waterstof en groen gas doorheen zouden kunnen. In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric-oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. Enexis werkt vraaggestuurd en start pas met het verzwaren van de elektriciteitsnetten als er voldoende zekerheid is over de extra behoefte aan elektra. De plannen voor het aardgasloos maken van woningen moeten daarom tijdig met Enexis worden afgestemd, ook omdat het verzwaren van het elektriciteitsnet soms enkele jaren kan duren. Enexis stelt voor om in de buurtuitvoeringsplannen samen met andere partijen te kijken naar doorrekeningen in het net, om zo te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een specifieke buurt. Het verzwaren van het elektriciteitsnet vraagt niet alleen om extra ruimte in de ondergrond, maar ook bovengronds, omdat er meer trafohuisjes nodig zijn. Enexis adviseert de gemeente daarom snippergroen zo veel mogelijk in eigendom te houden, omdat dit ruimte biedt voor de trafohuisjes. Enexis ziet kansen in hybride tussenoplossingen voor de komende jaren. Daarbij worden de woningen voorzien van een hybride warmtepomp die in de koude maanden nog van aardgas gebruikmaakt.

Met het gebruik van tussenoplossingen is de impact op het gas- en elektriciteitsnet veel kleiner dan bij volledige aardgasloze oplossingen.

Gemeente, afdeling beheer openbaar gebied De afdeling beheer openbaar gebied van de gemeente heeft aangegeven dat ruimtegebrek in het straatprofiel een grote belemmering kan zijn voor de warmtetransitie. De ondergrond ligt op veel plekken al helemaal vol en het kost veel geld om leidingen te gaan verleggen. Met name in de wijken uit de jaren ‘70 en ’80 zit alles op elkaar gepropt. Ook is er aangegeven dat er in de planvoorbereiding nog te weinig rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die ruimte zullen vragen in de ondergrond, zoals een warmtenet. Bovendien zijn veel rioleringen recent al vervangen en waren toen de meekoppelkansen voor de energietransitie nog niet in beeld, waardoor deze gemist zijn. Gelet op ontwikkelingen met rioleringen en openbaar gebied zou in Bloemenoord nog wel een koppelkans met bijvoorbeeld een warmtenet gevonden kunnen worden, al is dat alleen in het gebied waar het riool nog vervangen moet worden. De beheerafdeling van de gemeente heeft aangegeven hun plannen zo veel als mogelijk af te stemmen met andere partijen zoals nutsbedrijven en de woningcorporatie.

Energiecoöperatie Langstraat Energie Energiecoöperatie Langstraat Energie streeft naar 50% lokaal eigendom. Ook vinden ze het belangrijk dat de energieopwekking niet los wordt gezien van de warmtetransitie. Volgens de coöperatie zijn er drie triggers waarop bewoners besluiten om te isoleren of om aardgasvrij te worden, namelijk: duurzaamheid, zorgen voor Moeder Aarde en het financiële voordeel. Langstraat Energie adviseert om eerst te focussen op het verbeteren van de energielabels van woningen, oftewel isoleren. De eerste stap van isoleren kan volgens de coöperatie het best gezet worden in de wat oudere wijken of in een wijk met veel sociale cohesie. Voor de ontwikkeling van een collectieve warmtevoorziening ziet de coöperatie kansen in clusters van woningen (met name rijtjeswoningen).

30

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Langstraat Energie wil zijn kennis en kunde verspreiden door middel van energieambassadeurs en benadrukt daarbij ook het belang van installateurs en (lokale) banken die goed getraind en opgeleid zijn. De regelgeving en wetgeving worden door de coöperatie als een van de grotere belemmeringen gezien voor de warmtetransitie.

Energiecoöperatie Energie Gezond Waalwijk Ook voor energiecoöperatie Energie Gezond Waalwijk is 50% lokaal eigendom een belangrijk speerpunt. De coöperatie was primair opgericht vanwege de komst van windmolens, maar momenteel houden ze zich ook bezig met duurzame energieopwekking (en dus niet met het isoleren van woningen). Met betrekking tot de warmtetransitie staat de coöperatie nog wel in de kinderschoenen en moeten ze nog leden werven en investeerders voor de windmolenplannen zoeken. Energie Gezond Waalwijk heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat bewoners goed geïnformeerd worden en subsidies duidelijk zichtbaar zijn. De coöperatie benadrukt dat de mensen vooral zelf het verhaal moeten vertellen, en niet de wethouder. Advies van de coöperatie zou zijn om met het isoleren te beginnen in de wat oudere buurten (zoals Antoniusparochie, Besoijen en delen van Baardwijk), omdat je hier een groot aantal woningen tegelijkertijd kunt aanpakken. Ook zouden er volgens Energie Gezond Waalwijk veel bedrijven in Waalwijk gevestigd zijn met kennis van onder andere isolatie, warmte en klimaat die ingezet zou kunnen worden tijdens de warmtetransitie. Energie Gezond Waalwijk ziet een rol in het ondersteunen van een projectontwikkelaar met de aanleg van een klein warmtenet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10947104/1