Bijlage 1 Transitievisie Warmte
Tekst van het document
• Riothermie: dit is warmte die uit gemalen en bij rioolwaterzuiveringen (RWZI) wordt gewonnen. In de gemeente Waalwijk zijn twee RWZI’s aanwezig; RWZI Waspik en RWZI Waalwijk. In Waalwijk ligt de RWZI te ver van de woonkernen vandaan, waardoor deze niet relevant is voor riothermie. In Waspik ligt de RWZI op iets meer dan een kilometer, waardoor deze nog enigszins relevant zou kunnen zijn. In de kernen Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk liggen gemalen die de potentie hebben voor de levering van 3 TJ (8,33 x 105 kWh) (Waspik), 7 TJ (1,94 x 106 kWh) (Sprang-Capelle) en 22 TJ (6,11 x 106 kWh) (Waalwijk) per jaar. Hiermee kunnen respectievelijk 21 woningen in Waspik, 54 woningen in Sprang-Capelle en 171 woningen in Waalwijk (Laageinde/Besoijen) van warmte worden voorzien mits deze voldoende geïsoleerd zijn. De potentie in Waspik en Sprang-Capelle is waarschijnlijk te klein om een rendabel riothermieproject op te starten.
• Zonnewarmte: in zonnecollectoren op het dak of in het veld wordt water door de zon opgewarmd. Dit warme water wordt opgeslagen in een zonneboiler, en om ook warm water in de winter te hebben, kan het warme water ondergronds worden opgeslagen in de bodem of in een vat. Zonnewarmte is meestal een aanvulling op andere technieken, bijvoorbeeld bodemwarmte of aquathermie, en niet een primaire bron. Vooral de opslag van de warmte in de winter is vaak nog een technisch en financieel struikelblok voor zonnewarmte.
• Bodem- en luchtwarmte: de warmte wordt uit de bodem of uit de lucht gewonnen en door middel van een elektrische warmtepomp omgezet in warmte voor het pand. Luchtwarmtepompen zijn vooral voor individuele woningen geschikt en bodemwarmtepompen kunnen voor individuele panden en clusters van panden worden ingezet. Bij bodemwarmte moet vanwege provinciale regels in de toekomst mogelijk rekening worden gehouden met dieptebeperkingen die de capaciteit van de bodemenergiesystemen sterk kunnen reduceren. Een aantal buurten van Waalwijk ligt in een WKO-verbodsgebied (ter bescherming van het grondwater). Dit verbodsgebied geldt voor delen van de buurten Zanddonk, Antoniusparochie, Bloemenoord en Meerdijk in Waalwijk.
1.1.3
Meest passende warmtealternatief per buurt
Voor iedere buurt is onderzocht welk warmtealternatief technisch gezien het beste bij de panden past. Voor deze zogenaamde voorkeursoplossing is gezocht naar een warmtebron die qua temperatuurniveau bij het pand past, dus bij een pand met een lage warmtevraag is naar een warmtebron gezocht die lagetemperatuurwarmte levert. Verder is onderzocht waar de warmtevraag voldoende hoog is om een haalbaar en betaalbaar warmtenet aan te leggen. Waar dat technisch-financieel kan, is de optie met het warmtenet als voorkeur genomen, omdat daarmee de grootste beperking van de uitstoot van broeikasgassen kan worden bereikt. Dit betekent niet per definitie dat het een grootschalig warmtenet moet zijn. Ook kleinschalige warmtenetten voor bijvoorbeeld blokverwarming kunnen een aantrekkelijke oplossing zijn. De analyse is gedaan in de situatie zowel voor als na het treffen van isolerende maatregelen. Het resultaat is op de volgende pagina’s gevisualiseerd.
58
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
1.1.4
Meest passende warmtealternatief in de huidige situatie
In de huidige situatie zijn veel kernen geschikt voor aansluiting op een warmtenet. Dit moet echter een warmtenet zijn dat hogetemperatuurwarmte levert om de woningen voldoende warm te krijgen in de koude periodes. De warmtekansenkaart heeft laten zien dat dit lokaal alleen in de vorm van geothermie aanwezig is. De ontwikkeling van geothermie is echter kostbaar en risicovol en vereist een schaalgrootte van minimaal circa 5.000 woningequivalenten. Mogelijk blijkt in de praktijk dat voor veel panden in de huidige situatie een middentemperatuurwarmtenet ook volstaat, mits de panden geïsoleerd zijn tot minimaal energielabel D, al dan niet in combinatie met de installatie van een elektrische warmtebooster voor de meest koude dagen. Dit is echter een minder wenselijke oplossing, omdat het energieverbruik dan hoog blijft en de bewoners nog lange tijd een hoge energierekening betalen. Een beter alternatief in dat geval is om de woningen van een hybride warmtepomp te voorzien. Dit is een elektrische (lucht)warmtepomp die voor de meest koude periodes gebruikmaakt van gas. Bij de vervanging van de cv-ketel is dit vaak een goede keuze. De relatief recent gebouwde woningen in de buurt Landgoed Driessen in Waalwijk zijn nu al geschikt om zonder aanvullende maatregelen op een middentemperatuurwarmtenet aan te sluiten.
Dit kan worden gevoed door een lagetemperatuurbron (restwarmte) waarvan de warmte collectief of individueel wordt opgewaardeerd. De overige kernen hebben in de meeste gevallen een te lage warmtedichtheid, waardoor een warmtenet hier geen geschikte oplossing is. In de lintbebouwing en het buitengebied moet ook naar individuele oplossingen gezocht worden, in de meeste gevallen met een hoge temperatuur.
Figuur 13. Meest passende warmteoplossing in huidige situatie.
1.1.5
Meest passende warmtealternatief nadat de panden zijn geïsoleerd
Na het treffen van isolerende maatregelen zijn de warmtedichtheid en de warmtevraag nog steeds voldoende hoog om de panden in de kernen op een warmtenet aan te sluiten, maar dan op middentemperatuur (MT-warmtenet). Dit warmtenet zou gevoed kunnen worden met de warmtebronnen die hiervoor
59
zijn beschreven. Voor de situatie na isolatie is een nieuwe clusterindeling gemaakt en deze wijkt vanwege de veranderde warmtevraag af van die van de huidige situatie. Na isolatie is het technisch ook goed mogelijk om de panden van een elektrische warmtepomp te voorzien. Voor de lintbebouwing en het buitengebied blijven individuele oplossingen het meest geschikt, wat al snel neerkomt op een all-electric-oplossing met een elektrische warmtepomp (lucht of bodem).
Figuur 14. Meest passende warmteoplossing na isolatie.
1.1.6
Conclusies en aanbevelingen technische analyse
Uit de technische analyse kunnen enkele conclusies getrokken worden die van belang zijn voor vervolgkeuzes. Deze conclusies en enkele aanvullende aanbevelingen zijn:
• De eerste stap in de warmtetransitie is het isoleren van de panden, tot in ieder geval energielabel B. Op dit moment verbruiken de panden in de gemeente Waalwijk nog veel warmte. Door te isoleren daalt het energieverbruik (en de energierekening!) en de uitstoot van broeikasgassen.
• Als de panden in de huidige staat van het aardgas zouden moeten, zijn er weinig geschikte alternatieven. Voor de meeste panden in de kernen zou de aansluiting op een collectief warmtenet technisch gezien de beste oplossing zijn. Dit zou dan een warmtenet moeten zijn dat warmte van hoge temperatuur levert, maar in Waalwijk zou daarvoor een geothermieproject moeten worden ontwikkeld. Vanwege de hoge risico’s en kosten is het onwaarschijnlijk dat dit de komende 10 jaar gaat gebeuren. Daarbij geldt dat marktpartijen zich vooral richten op de ontwikkeling van midden- en lagetemperatuurwarmtenetten.
• Wel is voor een groot deel van de panden een hybride warmtepomp een geschikt alternatief. Dit is een elektrische (lucht)warmtepomp die voor de meest koude periodes gebruikmaakt van gas. Bij de vervanging van de cv-ketel is dit vaak een goede keuze.
• De na 2012 gebouwde woningen in Landgoed Driessen in Waalwijk zijn nu al voldoende geïsoleerd en zouden in de huidige staat al van het aardgas kunnen. Technisch gezien heeft aansluiting op een middentemperatuurwarmtenet dat gevoed wordt door lagetemperatuurrestwarmte de voorkeur en mogelijk voldoet zelfs een lagetemperatuurwarmtenet. In plaats van een warmtenet kan ook voor individuele elektrische warmtepompen worden gekozen.
60
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
• Na isolatie zijn veel panden in de kernen geschikt om op een warmtenet te worden aangesloten, maar dan op middentemperatuur (MT-warmtenet). Voor de kernen die langs oppervlaktewater liggen, is aquathermie in combinatie met bodemwarmte en/of zonthermie mogelijk geschikt om het warmtenet te voeden, evenals restwarmte uit de RWZI in Waspik en gemalen. Op het industrieterrein (Haven 1 t/m 8) zijn enkele bedrijven die de noordelijke buurten van Waalwijk kunnen voorzien van restwarmte. In de overige kernen resteren alleen bodemwarmte en zonnethermie, en hier zal het in de praktijk lastig zijn om een haalbaar en betaalbaar warmtenet aan te leggen.
• Voor de panden in de lintbebouwing en het buitengebied is de aanleg van een warmtenet in elk geval niet rendabel en voor de meeste van deze panden is na isolatie een eigen elektrische lucht- of bodemwarmtepomp het meest geschikt. Een deel van de panden vraagt na isolatie om midden- of hogetemperatuurwarmte en hiervoor kan, technisch gezien, zonnewarmte, biomassa of groen gas worden gebruikt.
1.2 Financiële analyse 1.2.1
Drie kostenvarianten
Per buurt is bepaald welke warmteoplossing de laagst maatschappelijke kosten met zich meebrengt. De warmteoplossingen zijn afgeleid uit de strategieën in de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een nadere beschrijving van de strategieën, inclusief een schematische conceptuele uitwerking met beschrijving is te vinden in BIJLAGE 1.C. Deze strategieën, S1 t/m S5, zijn in TABEL 4 weergeven met een omschrijving van de strategie, de strategiecode, energielabel en omschrijving van de inhoud. Strategiecode
Omschrijving strategie
Variantcode
Schillabel
Omschrijving variant
S1
Individuele elektrische warmtepomp
S2
Warmtenet met midden- tot hogetemperatuurbron
S3
Warmtenet met laagtemperatuurbron
S4
Groengas
S5
Waterstof
S1a S1b S2a S2b S2c S2d S2e S2f S3a S3b S3c S3d S3e S3f S3g S3h S4a S4b S4c S4d S5a S5b S5c S5d
B+ B+ B+ B+ B+ D+ D+ D+ B+ B+ B+ B+ B+ D+ D+ D+ B+ B+ D+ D+ B+ B+ D+ D+
Luchtwarmtepomp Bodemwarmtepomp MT-restwarmte MT-geothermie MT-geothermie overal MT-restwarmte MT-geothermie MT-geothermie overal LT-warmtebron, levering 30 °C LT-warmtebron, levering 70 °C WKO, levering 70 °C hele buurt WKO, levering 50 °C TEO + WKO, levering 70 °C LT-warmtebron, levering 70 °C WKO, levering 70 °C hele buurt TEO + WKO, levering 70 °C Hybride warmtepomp HR-ketel Hybride warmtepomp HR-ketel Hybride warmtepomp HR-ketel Hybride warmtepomp HR-ketel
Tabel 4
Varianten PBL.
Voor de berekening van de kosten voor de inzet van een strategie hanteren we de uitgangspunten van het PBL. Op basis van de warmtekansenkaarten in BIJLAGE 1.B is bepaald welke strategieën per buurt (S1 t/m S3) haalbaar zijn. Alleen voor de technisch haalbare varianten zijn de kosten gepresenteerd. De strategieën S4 (groen gas) en S5 (waterstof) zijn niet meegenomen, omdat de verwachting is dat deze niet voor 2030 zullen worden ingezet.
61
De kosten zijn berekend voor de onderstaande drie varianten. Per variant is berekend wat de extra kosten voor het duurzaam verwarmen van de panden zijn ten opzichte van de kosten voor de huidige verwarming met gas (o.b.v. het prijspeil in 2030). Deze extra kosten betreffen de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een buurt van duurzame warmte te voorzien, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Daarbij is niet bekeken wie die kosten betaalt. Dit worden de totale maatschappelijke meerkosten genoemd. Een deel van deze kosten komt ten laste van de bewoner of de eigenaar van een bedrijfspand en een ander deel dragen bijvoorbeeld netbeheerders en overheden. In de kostenkentallen zijn afschrijvingstermijnen voor bijvoorbeeld isolatiemaatregelen en netwerken verwerkt. In feite wordt ervan uitgegaan dat er ieder jaar een vast bedrag voor de nieuwe warmtevoorziening wordt betaald, bijvoorbeeld in de vorm van een extra hypotheek of een aflossing van een lening uit een warmtefonds.
Wat zeggen deze kostenberekeningen? De berekeningen zijn uitgevoerd om de buurten en verschillende varianten financieel met elkaar te vergelijken, als een van de indicatoren voor de uiteindelijke keuze van het meest geschikte warmtealternatief. Belangrijke kanttekening is dat opgevoerde bedragen niet te absoluut moeten worden genomen. De werkelijke kosten kunnen in de praktijk behoorlijk afwijken door lokale omstandigheden, zeker als op woningniveau wordt gekeken. Denk aan hogere aanlegkosten van warmtenetwerken als gevolg van beperkte ruimte in het openbare gebied of andere isolatiekosten als gevolg van afwijkende woningkarakteristieken.
De drie varianten zijn: 1. Collectief warmtenet zonder of met beperkte extra isolatie: deze variant gaat uit van de huidige staat van de panden. Alleen de slechtst geïsoleerde panden worden geïsoleerd tot maximaal energielabel D. In dat geval is het technisch mogelijk om een groot deel van de panden in de kernen aan te sluiten op een middentemperatuurwarmtenet. Dit komt overeen met de PBL-strategieën S2d t/m S2f en S3f t/m S3h. 2. Collectief warmtenet na isolatie: deze variant is vergelijkbaar met de eerste variant, alleen nu worden de panden eerst geïsoleerd tot energielabel B en daarna aangesloten op een warmtenet. Dit komt overeen met de PBL-strategieën S2a t/m S2c en S3a t/m S3e. 3. Individuele warmtepomp na isolatie: deze variant is toepasbaar voor alle buurten. De panden worden eerst geïsoleerd tot minimaal energielabel B. Daarna worden de panden voorzien van een eigen pandgebonden warmtevoorziening in de vorm van een luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp. Dit komt overeen met de PBL-strategieën S1a en S1b.
1.2.2 Resultaten kostenberekeningen Per variant is een tabel opgenomen waarin de clusters (genummerd 1,2,3…) horizontaal zijn weergeven. Rechts van de clusternummering is de warmtestrategie weergeven met daaronder per strategie de gemiddelde maatschappelijke meerkosten per pand per jaar (‘extra totale nationale kosten’, ENTK, meerkosten t.o.v. peiljaar 2030). In de tabel zijn sommige velden blanco. Dit betekent dat de strategie voor dat betreffende cluster niet kan worden toegepast omdat de warmtebron die de betreffende warmte zou moeten leveren, niet toereikend is vanwege de afstand of de potentie om een heel cluster te voorzien in de warmtevraag.
62
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
1. Collectief warmtenet zonder of met beperkte extra isolatie Voor deze variant zijn de volgende PBL-strategieën in theorie bruikbaar:
• S2d - MT-restwarmte • S2e - MT-geothermie • S2f - MT-geothermie overal • S3f - LT-warmtebron levering 70 °C • S3g - WKO, levering 70 °C hele buurt • S3h - Aquathermie + WKO, levering 70 °C
Figuur 15. Ligging clusters variant 1.
In TABEL 5 zijn de kosten weergegeven. Cluster
Naam
Aantal woningen
Oplossing
2
Bloemenoord
1232
HT warmtenet
19
Baardwijk
965
HT warmtenet
20
Capelle / Nieuwe Vaart
263
HT warmtenet
21
Waspik Boven
205
HT warmtenet
22
Vrijhoeve
1.585
HT warmtenet
23
Besoijen
1.778
HT warmtenet
24
Sprang
787
HT warmtenet
25
Waspik Beneden
411
HT warmtenet
26
Waspik Beneden
517
HT warmtenet
27
Landgoed Driessen
251
MT warmtenet
28
Landgoed Driessen
1.262
MT warmtenet
29
Zanddonk
1.538
HT warmtenet
30
Antoniusparochie
1.140
HT warmtenet
31
Centrum
1.203
HT warmtenet
32
Laageinde
1.600
HT warmtenet
33
De Hoef
942
HT warmtenet
Tabel 5
Kostenberekening variant 1.
Gemiddelde ETNK per woning per jaar S2d
S2e
S2f
S3f
S3g
S3h
* € 1.358 € 2.101 € 2.209 € 1.519 € 1.369 € 1.660 € 1.789 € 1.789 € 915 € 925 * * € 1.211 € 1.371 € 1.090
* € 1.358 € 2.101 € 2.209 € 1.519 € 1.369 € 1.660 € 1.789 € 1.789 € 915 € 925 * * € 1.211 € 1.371 € 1.090
€ 1.234 € 1.325
* € 1.670 € 2.500 € 2.636 € 1.852 € 1.686 € 2.018 € 2.170 € 2.170 € 1.171 € 1.182 * * € 1.493 € 1.673 € 1.382
* € 1.331
€ 1.297 € 1.332 € 1.419
€ 1.496 € 1.322 € 1.175 € 1.275
€ 1.430 € 1.430
€ 1.226
Toelichting:
• De kosten van de verschillende strategieën zijn redelijk vergelijkbaar, alleen strategie S3g (bodemenergie met WKO) brengt hogere kosten met zich mee.
• Landgoed Driessen en de Hoef komen het meest gunstig uit de analyse en Capelle/Nieuwe Vaart en Waspik-Boven het minst.
63
2. Collectief warmtenet na isolatie Voor deze variant zijn de volgende PBL strategieën in theorie bruikbaar:
• S2a - MT-restwarmte • S2b - MT-geothermie • S2c - MT-geothermie overal • S3b - LT-warmtebron, levering 70 °C • S3c - WKO, levering 70 °C hele buurt • S3d - WKO, levering 50 °C • S3e - Aquathermie + WKO, levering 70 °C Strategie S3a (LT-warmtebron, levering 30 °C) is niet meegenomen in de kostenanalyse, omdat de woningen minimaal warmte van 50 °C (MT-warmte) nodig hebben.
Figuur 16. Ligging clusters variant 2.
In TABEL 6 zijn de kosten weergegeven. Cluster
Naam
14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
Baardwijk Landgoed Driessen Vrijhoeve Capelle / Nieuwe Vaart Waspik Beneden Zanddonk Meerdijk Antoniusparochie Bloemenoord Besoijen Centrum Laageinde De Hoef Sprang
Tabel 6
Kostenberekening variant 2.
Aantal woningen
Oplossing
965 1637 1733 273 708 2065 1233 1136 1232 1778 2527 1600 942 943
MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet
Gemiddelde ETNK per woning per jaar S2a
S2b
S2c
S3b
S3c
S3d
S3e
€ 1.685 € 907 € 1.919 € 2.553 € 2.243 * * * * € 1.671 € 1.428 € 1.663 € 1.524 € 2.036
€ 1.685 € 907 € 1.919 € 2.553 € 2.243 * * * * € 1.671 € 1.428 € 1.663 € 1.524 € 2.036
€ 1.332
€ 1.977 € 1.158 € 2.229 € 2.921 € 2.596 * * * * € 1.973 € 1.699 € 1.945 € 1.796 € 2.372
€ 1.514 € 669 € 1.490 € 1.695 € 1.703 * * * * € 1.338 € 1.414 € 1.380 € 1.285 € 1.512
€ 1.371
€ 1.287
€ 1.285 € 1.397 € 1.321 € 1.291 € 1.309 € 1.222 € 1.314 € 1.366
€ 1.530
* € 1.325 € 1.191 € 1.209
64
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Toelichting:
• Na isolatie tot energielabel B kunnen de panden op een middentemperatuurwarmtenet worden aangesloten dat financieel gezien het beste gevoed kan worden met lagetemperatuurrestwarmte (S3b) of aquathermie in combinatie met bodemenergie (S3e) en een collectieve warmtepomp. Ook de strategie met bodemenergie zonder aquathermie (S3d) komt er relatief gunstig uit mits een aanvoertemperatuur van 50 °C voldoende is. Mogelijk is dat voor veel panden net te laag om aan de warmtevraag te kunnen voldoen.
• De strategieën met geothermie (S2b en S2c) en bodemenergie (WKO) met een aanvoertemperatuur van 70 °C (S3c) lijken financieel gezien een stuk minder gunstig.
• Landgoed Driessen komt het meest gunstig uit de analyse en Capelle/Nieuwe Vaart het minst. 3. Individuele warmtepomp na isolatie Voor deze variant zijn de volgende PBL strategieën in theorie bruikbaar:
• S1a - Luchtwarmtepomp • S1b - Bodemwarmtepomp
Figuur 17. Ligging clusters variant 3.
In TABEL 7 zijn de kosten weergegeven. Toelichting:
• Na isolatie tot energielabel B kunnen de panden van een eigen lucht- op bodemwarmtepomp worden voorzien. Dan is de aanleg van een warmtenet niet nodig. De kosten voor een luchtwarmtepomp (S1a) zijn lager dan die voor een bodemwarmtepomp (S1b). Een luchtwarmtepomp is in de regel wel minder duurzaam vanwege een hogere CO2-uitstoot.
• Van de grotere buurten komt Landgoed Driessen financieel het meest gunstig uit de bus en Waspik het minst. Dit laatste hangt mede samen met de grootte van de woningen.
• Als de kosten van deze individuele variant met de tweede warmtenetvariant worden vergeleken valt op dat de kosten voor de veel buurten vergelijkbaar zijn. Financieel gezien lijkt het dus weinig uit te maken of er voor een warmtenet of individuele elektrische warmtepompen wordt gekozen. Daarbij wordt aangetekend dat de genoemde kosten gemiddelden per woning betreffen. Voor individuele woningen kunnen de kosten behoorlijk uiteenlopen en kan dus ook de vergelijking anders uitvallen.
65
Cluster
Naam
Aantal woningen
Oplossing
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
Industrieterrein Zanddonk Industrieterrein Haven Buitengebied Waalwijk Noord Eikendonk Recreatieoord Sprang Vrijhoeve Capelle / Nieuwe Vaart Buitengebeid Capelle Waspik Beneden Waspik Boven Industrieterrein Waspik Buitengebied Waspik Baardwijk Landgoed Driessen Vrijhoeve Capelle / Nieuwe Vaart Waspik Beneden Zanddonk Meerdijk Antoniusparochie Bloemenoord Besoijen Centrum Laageinde De Hoef Sprang
38 14 16 104 3 238 56 835 8 896 503 26 9 965 1637 1733 273 708 2065 1233 1136 1232 1778 2527 1600 942 943
Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp
Tabel 7
Kostenberekening variant 3.
1.3
Gemiddelde ETNK per woning per jaar S2a
S2b
€ 1.018 € 478 € 377 € 981 € 776 € 1.323 € 1.274 € 1.377 € 1.894 € 1.431 € 1.487 € 1.038 € 1.558 € 1.320 € 581 € 1.275 € 1.377 € 1.431 € 1.255 € 1.361 € 1.249 € 1.232 € 1.224 € 1.165 € 1.249 € 1.203 € 1.323
€ 1.029 € 403 € 83 € 1.019 € 1.053 € 1.448 € 1.442 € 1.534 € 2.104 € 1.597 € 1.663 € 1.091 € 1.741 € 1.488 € 680 € 1.443 € 1.534 € 1.597 * * * * € 1.352 € 1.286 € 1.406 € 1.342 € 1.448
Koppelkansen met andere opgaven
Bij de opzet van de ontwikkelstrategie is het verstandig om naar de koppelkansen met andere opgaven te kijken. Dit zijn opgaves die de komende jaren urgent zijn, zoals herstructurering van de openbare ruimte of de vervanging van de riolering, nieuwbouw en de renovatieopgave van de woningbouwcorporatie. Deze opgaves zijn in de volgende paragrafen nader toegelicht.
Planning rioolvervanging De vervanging van de riolering vormt een natuurlijk moment voor de aanleg van een warmtenet omdat dit enerzijds de aanlegkosten kan verlagen en anderzijds overlast reduceert doordat de straat maar één keer open hoeft. De prioritering van de aanleg van het warmtenet en de vervanging van de riolering kunnen op elkaar worden afgestemd. De gemeente heeft de meerjarenplanning (IUP) voor de vervanging van het riool en de wegen aangeleverd. Het IUP hanteert een periode van 2021-2024 voor riolering en werkt toe naar 5 kilometer rioolvervanging per jaar (dat is ingegeven door de totale lengte en de gemiddelde levensduur van een riool). Volgens het IUP 2021-2024 wordt er in de periode 2021-2022 in verschillende buurten het riool vervangen. Zo wordt in het zuidelijk deel van de buurt Besoijen in circa 8 straten het riool vervangen inclusief de huisaansluiting tot aan de perceelgrens. In het centrum wordt aan de Taxandriaweg, tussen Zomerdijksestoep en HJ-rotonde de riolering in de gehele straat vervangen. In Baardwijk aan de Baardwijksestraat en in Bloemenoord aan de Groenewoudlaan wordt ook de gehele straat vervangen. In het oosten van Waalwijk, in de buurt Eikendonk, wordt in twee straten het gemengde riool volledig vervangen door een nieuwe vuilwaterriool.
In de periode 2022-2024 is het overgrote deel van de te vervangen riolering gesitueerd in Bloemenoord en Baardwijk, waar wederom in meerdere straten het riool vervangen wordt. Beide wijken maken onderdeel
66
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
uit van het nog op te stellen afkoppelplan, alsook de wijk Nieuwe Vaart, waar in de periode 2022-2024 in meerdere straten het riool zal worden vervangen. In de buurt Besoijen wordt de riolering in twee straten nog vervangen. Ook in Waspik-Beneden wordt er in deze periode in twee straten de riolering vervangen. In Sprang wordt op enkele plekken in Van der Duinstraat het riool vergroot. Tot slot staat in Laageinde iets op de planning voor het riool, maar wat dat precies is, is nog niet bekend. Ook na 2024 wordt er een rioolvervanging van circa 5 kilometer per jaar verwacht. Eens in de 10 jaar worden de riolen geïnspecteerd en op basis daarvan wordt een ‘rangorde’ gemaakt. Op basis van de ouderdom van de rioleringen kan een verwachting gemaakt worden van het jaar waarop de riolering economisch is afgeschreven. Dit kan bij het voornemen voor de aanleg van een warmtenet helpen om buurten te prioriteren. In de praktijk blijft de riolering vaak langer liggen en incidenteel korter als bijvoorbeeld het riool is aangetast door boomwortels. Op basis van de rangorde zou nu de riolering van 60/70 jaar aan de beurt zijn. In FIGUUR 18 zijn de aanlegjaren van de riolering per buurt weergegeven. De ouderdom van de riolering is het grootst in de buurten Baardwijk, Laageinde en Bloemenoord (riolering aangelegd tussen 1969 en 1975).
In Landgoed Driessen en het buitengebied van Waalwijk Noord is de riolering aangelegd na het jaar 2000.
Figuur 18. Aanlegjaren riolering.
Planning nieuwbouw Nieuwbouw vormt een natuurlijk moment voor de aanleg van een collectief warmtenet; niet alleen voor het nieuwbouwproject, maar ook voor de aangrenzende omgeving. De gemeente Waalwijk heeft de globale woningbouwplannen van 2021 t/m 2025 aangeleverd. In totaal staan er circa 2543 nieuwbouwwoningen op de planning. Het grootste deel van de nieuwbouw is gepland in de kern Waalwijk met 1740 woningen. De rest van de nieuwbouw is in de overige kernen gepland.
67
Renovatie- en verduurzamingsopgave woningbouwcorporatie Een natuurlijk moment voor het isoleren en aardgasvrij maken van woningen is de renovatie- en verduurzamingsopgave van de woningbouwcorporatie. Op dat moment is er activiteit in de buurt en zullen particuliere woningeigenaren eerder over de streep worden getrokken om mee te doen. In TABEL 8 zijn het aantal woningen van woningcorporatie Casade in Waalwijk weergegeven, samen met het percentage van het aantal woningen in de bijbehorende buurt dat geïsoleerd is tot minimaal energielabiel B (energielabel A of B) of minimaal energielabel D (energielabel A, B, C of D). De kolom met de onbekende energielabels staat voor alle woningen per buurt waarvan het energielabel niet bekend is. Belangrijk om te vermelden is dat bij de berekening van de percentages van de energielabels, het totaal aantal woningen per buurt is gebruikt (dus ook de woningen waarvan het energielabel onbekend is). Dit leidt ertoe dat het percentage van woningen met minimaal energielabel B of D in werkelijkheid iets hoger kan liggen (niet lager). Dit zal in de meeste buurten maar een klein verschil maken. Uit de tabel valt af te lezen dat het merendeel van de woningen van Casade in Eikendonk en Landgoed Driessen al voldoende geïsoleerd is. In Eikendonk zelfs al alle woningen.
Wat opvalt is dat voor de andere buurten het percentage woningen met minimaal energielabel B veelal niet hoger komt dan 50% (op Capelle/Nieuwe Vaart en Baardwijk na). In Bloemenoord en Meerdijk ligt het aantal woningen met minimaal energielabel B het laagst, met in Bloemenoord een percentage van 12% en in Meerdijk van 20%. Hier valt nog veel winst te behalen. Het percentage woningen met minimaal energielabel D ligt voor alle buurten een stuk hoger. Alleen in de buurten Sprang, Antoniusparochie, Capelle/Nieuwe Vaart en Waspik-Boven blijft het percentage met minimaal energielabel D relatief laag. Naam
Aantal woningen
Aantal onbekende energielabels per buurt
Percentage minimaal energielabel B (%)
Percentage minimaal energielabel D (%)
Zanddonk Laageinde Vrijhoeve Centrum Besoijen Baardwijk Waspik Beneden De Hoef Landgoed Driessen Bloemenoord Sprang Antoniusparochie Capelle/Nieuwe Vaart Waspik Boven Meerdijk Eikendonk
825 821 745 532 485 437 436 393 378 368 308 243 213 132 82 44
15 1 27 43 40 13 21 1 66 0 3 2 0 5 2 0
28 30 44 22 42 58 23 49 83 12 23 40 51 32 20 100
92 83 82 76 78 85 83 99,7 83 97 65 54 62 65 98 100
Tabel 8
Energielabels Casade.
Vooral in de buurten Zanddonk en Laageinde staan veel woningverbeteringen gepland. Zoals te zien in bovenstaande tabel hebben zowel Zanddonk als Laageinde nog veel potentie om hun energielabels te verbeteren tot minimaal energielabel B. Ook in de buurt Vrijhoeve en Waspik-Beneden zijn woningverbeteringen gepland en ook in deze buurten valt nog veel verbetering te behalen om het huidige percentage woningen met minimaal energielabel B te verhogen. Wat opvalt is dat in de buurten Bloemenoord en Meerdijk relatief weinig woning op de planning staan om verbeterd te worden. Juist deze buurten hebben het laagste percentage aantal woningen met minimaal energielabel B.
69
BIJLAGE 1.A Methoden en
technieken
Gebruikte brondata Voor de technische analyse hebben we gebruikgemaakt van data uit zowel openbare bronnen als data die door de betrokken stakeholders zijn aangeleverd. In TABEL 9 is een overzicht gegeven: Bron
Format en bijzonderheden
BAG
Open data: gegevens over panden. Deze gegevens worden elke twee weken op basis van wijzigingen bij gemeenten geüpdatet.
CBS
Open data: buurt- en wijkindeling.
ESRI-kaart woningtypologieën.
Open data: typen woningen. Deze gegevens worden elke twee weken op basis van wijzigingen bij gemeenten geüpdatet.
Enexis
Open data: verbruiksdata geaccumuleerd per PC6-gebied. Hier is de meest recente data (2019) gebruikt.
KNMI
Open data: graaddagen gemeten op meetstation De Bilt. Hier is 2019 gebruikt
ECN
Open data: verbruiksindicatoren woningtypen/ oppervlakten. Hier zijn de meest recente kengetallen (2016) gebruikt
PBL 4.0 model
Open data: besparingscoëfficiënten. De meest recente kengetallen uit dit model dateren van 2018.
Warmteatlas
Open data: restwarmtebronnen en aquathermie.
Nationale Energieatlas
Energielabels en verbruiksgegevens.
ThermoGIS
Potentie van geothermie.
STOWA
Potentie aquathermie : https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bf-e811-a2c000155d010457
Provincie Noord-Brabant
Potentiële warmtebronnenkaart van de provincie.
Enexis
Gegevens gasnet, www.enexis.nl/over-ons/wat-bieden-we/andere-diensten/open-data (Netwerkstudie Enexis)
Tabel 9
Gebruikte bronnen.
Nulmeting Voor het in kaart brengen van het huidige energieverbruik hebben we gebruikgemaakt van verbruiksdata van netbeheerders. Dit geeft een beeld van het werkelijke gemiddelde verbruik per kleinverbruikaansluiting binnen een bepaald postcode-6-gebied (‘1234 AB’). Om deze data compleet te maken en een beeld te kunnen schetsen op verblijfsobjectniveau, in plaats van per postcode-6 of per buurt, zijn deze bronnen aangevuld met gegevens uit de BAG en kengetallen van het ECN en het CBS. Hiermee is het mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende woningtypen, verbruiksoppervlakten en bouwjaarklassen. Daarnaast is een inschatting gemaakt van het verbruik van grootverbruikaansluitingen door kengetallen van ECN toe te passen op de vloeroppervlakten van alle utiliteitsgebouwen binnen het gebied. Hierdoor is het mogelijk om een accuratere inschatting te maken van het totaalverbruik in de wijk. Een nadeel van deze methodiek is dat mogelijke verschillen in aantal inwoners en de gebruiksprofielen worden genivelleerd. Hiervoor is in het gehanteerde rekenmodel een correctiefactor toegepast om het berekende verbruik te corrigeren naar het daadwerkelijk gemeten verbruik door de netbeheerders (op postcode-6-niveau). Hierdoor wijkt het totale berekende verbruik gemiddeld slechts 1%-2% af van het daadwerkelijk gemeten verbruik.
De werkwijze van dit proces is in de flowchart in FIGUUR 19 schematisch uitgewerkt.
70
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Categorisering op: - Bouwjaarklasse - Woningtype - Oppervlakteklasse
Object = ‘Grootverbruik’
Categorisering op: - Functietype - Bouwjaarklasse - Oppervlakteklasse
Ja
Woningtypering (ESRI)
Ja
Panden (BAG)
Ja
Status = ‘In gebruik’ Verblijfsobjecten (BAG)
Adressen (BAG)
Object = ‘Kleinverbruik’
Status = ‘NULL’
Inactief = ‘N’
Ja
Nee
Functie = ‘Wonen’
Nee
Filtering object
Nee
Nee
Filtering object
Filtering object
Gemeten verbruiksdata netbeheerders (2019) Kengetallen gemeten kleinverbruik (CBS, 2019)
Schatting verbruik a.d.h.v. kengetallen en categorisering
Toepassen correctie o.b.v. gemeten verbruik Aggregeren verbruik per PC6
Postcode-6-kaart (ESRI, 2020)
Schatting verbruik a.d.h.v. kengetallen en categorisering
Deaggregeren naar individueel verblijfsobject
Overschrijven model-output met gemeentelijke context
Gevalideerd kleinverbruik
Gemeentelijke context (aangeleverde data)
Toepassen correctie o.b.v. gemeten verbruik
Deaggregeren naar individueel verblijfsobject
Overschrijven model-output met gemeentelijke context
Gevalideerd grootverbruik
Aggregeren verbruik per PC6
Kengetallen grootverbruikers (CBS, 2018)
Figuur 19. Flowchart van het in kaart brengen van het huidige energieverbruik. Boven staat de linkerhelft, onder staat de rechterhelft.
Besparingspotentie Voor dit onderdeel is gekeken naar de mogelijke om het gasverbruik ten behoeve van verwarming te verminderen. Voor de modellering van de besparingspotentie zijn de warmtecoëfficiënten en besparingspotentie-coëfficiënten vanuit het VestaMAIS-model en onze eigen expertkennis gebruikt. De openbare databronnen zijn ingezet om een inschatting te maken van de besparingspotentie op individueel verblijfsobjectniveau, vergelijkbaar met de aanpak van de nulmeting. Omdat deze manier van modelleren voor specifieke type woningen een vertekend beeld kan geven (denk hierbij aan sterk verouderde woningen), is deze analyse aangevuld met een aantal pragmatische verbeteringsslagen zoals een bovengrens voor wat betreft realistische besparingspotentie voor oudere panden. De werkwijze van dit proces is in de flowchart in FIGUUR 20 schematisch uitgewerkt. Op basis van deze werkwijze zijn twee berekeningen uitgevoerd:
• Het bepalen van het toekomstige verbruik, wanneer alle woningen zijn geïsoleerd tot minimaal label B. • Het bepalen van de benodigde besparing, wanneer de warmtevraag van alle woningen is teruggebracht tot 70 kWh/m2 (plus 12,5 kWh/m2 voor warm tapwater). kWh/m2 is de maatstaf die gehanteerd wordt voor het berekenen van de warmtelast van een gebouw. Ook gasverbruik is naar deze duiding omgerekend aan de hand van conversiefactoren.
71
Gevalideerd kleinverbruik
Verwarmingscoëfficiënten kleinverbruik VestaMAIS
Kengetallen besparingspotentie kleinverbruik VestaMAIS
Definiëren kleinverbruik t.b.v. verwarming
Berekenen besparingspotentie huidig -> label B
Plausibiliteitscheck
Is besparing realistisch? Gevalideerd grootverbruik
Definiëren grootverbruik t.b.v. verwarming
Berekenen besparingspotentie huidig -> label B
Besparingspotentie = huidig -> label B
Nee Besparingspotentie = huidig * 0,4
Verwarmingscoëfficiënten grootverbruik VestaMAIS
Kengetallen besparingspotentie grootverbruik VestaMAIS
Figuur 20. Flowchart van het modelleringsproces van de besparingspotentie.
73
BIJLAGE 1.B Warmtekansenkaarten ID Bedrijfsnaam
1
Type bron
MWRestcapaciteit warmte (TJ/jaar)
Max. aantal woningequivalenten
Warmte
Opmerking
WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB Geen robuuste WarmteAtlas/Warmtewarmtebron bronnenregister PNB Geen robuuste WarmteAtlas/Warmtewarmtebron bronnenregister PNB Geen robuuste WarmteAtlas/Warmtewarmtebron bronnenregister PNB Geen robuuste WarmteAtlas/Warmtewarmtebron bronnenregister PNB Geen robuuste WarmteAtlas/Warmtewarmtebron bronnenregister PNB Geen robuuste WarmteAtlas/Warmtewarmtebron bronnenregister PNB Dit is objectlid 9 WarmteAtlas/WarmteAlbert Heijn BV bronnenregister PNB Bestaat niet meer WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB Bestaat niet meer WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB Niet relevant want WarmteAtlas/Warmtebuitengebied bronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB Niet relevant want WarmteAtlas/Warmtebuitengebied bronnenregister PNB Niet relevant want WarmteAtlas/Warmtebuitengebied bronnenregister PNB Niet relevant want WarmteAtlas/Warmtebuitengebied bronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB
WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB
1
0
LT-warmte
1
0
LT-warmte
1
0
LT-warmte
10
40
LT-warmte
1
0
LT-warmte
10
40
LT-warmte
1
0
LT-warmte
8
Ce-es Vleeswaren Voedingsmiddelen, BV dranken, tabak Henningsen Voedingsmiddelen, Nederland BV dranken, tabak Jonker Petfood Voedingsmiddelen, BV dranken, tabak Oerlemans Foods Voedingsmiddelen, Waalwijk BV dranken, tabak Slagerij Van Voedingsmiddelen, Roessel BV dranken, tabak Van den Burg Voedingsmiddelen, Eiproducten BV dranken, tabak Van Gorp Voedingsmiddelen, Diervoeders BV dranken, tabak Albert Heijn BV Supermarkt 0,485872
15,4
50
LT-warmte
9
Albert Heijn BV
Supermarkt
0,24
7,6
0
LT-warmte
10
Emé BV
Supermarkt
0,11337
3,6
0
LT-warmte
11
Emté BV
Supermarkt
0,11337
3,6
0
LT-warmte
12
LIDL Nederland
Supermarkt
0,048587
1,5
0
LT-warmte
13
Plus Supermarkt Supermarkt
0,242936
7,7
0
LT-warmte
14
Supermarkt
17
Supermarkt Jansen Onbekend slachthuis Onbekend slachthuis RWZI Waalwijk
RWZI
2,077663
65,7
0
Niet relevant
18
RWZI Waspik
RWZI
0,407356
12,9
50
LT-warmte
19
Diepop Waalwijk KoelVries
2
63,2
250
LT-warmte
20
KoelVries
10
40
LT-warmte
KoelVries
10
40
LT-warmte
22
Froster Holding BV Maasoever Cold Store BV Gemaal 1
Gemaalwarmte
Onbekend
23
Gemaal 2
Gemaalwarmte
Onbekend
24
Gemaal 3
Gemaalwarmte
Onbekend
25
Gemaal 4
Gemaalwarmte
26
Gemaal 5
27
2 3 4 5 6 7
15 16
21
Slachthuis Slachthuis
Niet relevant
Onbekend
Niet relevant Niet relevant Niet relevant Onbekend
Gemaalwarmte
Onbekend
Onbekend
LT-warmte
Gemaal 6
Gemaalwarmte
Onbekend
Onbekend
LT-warmte
28
Gemaal 7
Gemaalwarmte
Onbekend
Onbekend
LT-warmte
29
Gemaal 8
Gemaalwarmte
Onbekend
Onbekend
LT-warmte
30
Datacenter Brabant
Datacenter
13
410,8
Niet relevant Niet relevant LT-warmte
1500
LT-warmte
Bron
74
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
31
33
Ad van der Bakkerij Westen BV Bakkersland Bakkerij Waalwijk West BV Dutch Bakery BV Bakkerij
34
Organic Made BV Bakkerij
35
DSM NeoResins Industrie BV Gemaal Waspik Gemaalwarmte Gemaal Sprang- Gemaalwarmte capelle Gemaal Waalwijk Gemaalwarmte Naber Plastics AiropackAir Powered Dispersing Aarts Packaging B.V. Bijl CarTruckwash BV Borgesius Waalwijk BV Coldservice Waalwijk K.I.K. Kunststoffen Industrie B.V. Kunststoffen Industrie Waalwijk B.V./ Desch Plantpak B.V. Ralplast BV Stahl Europe B.V. + Stahl International B.V. Foodfocus BV Kivits Transport Desso Tarkett
32
36 37 38 39 40
41 42 43 44 45
46
47 48
49 50 51
Onbekend
Onbekend
LT-warmte
1
0
LT-warmte
5
0
LT-warmte
1
0
LT-warmte
Onbekend
WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas/Warmtebronnenregister PNB WarmteAtlas WarmteAtlas
MT-warmte
2,7 7
21 54
LT-warmte LT-warmte
22,1
171
LT-warmte
WarmteAtlas Googlemaps Googlemaps
Googlemaps Googlemaps Googlemaps Googlemaps Googlemaps
Googlemaps
Googlemaps Googlemaps
Googlemaps Googlemaps Googlemaps
Overige warmtebronnen
Kansrijk
Restwarmte (TJ/jaar)
Warmte
Geothermie
Kansrijk
n.t.b.
MT-HT
Bodemenergie Kansrijk (WKO)
n.t.b.
LT
Aquathermie
20 744 15 12 56 24 27 11 63
LT LT LT LT LT LT LT LT LT
Kansrijk Kansrijk Kansrijk Kansrijk Kansrijk Kansrijk Kansrijk Matig kansrijk Kansrijk
Onbekend
Aantal huis- Opmerking houdens
250-1250 >5000 250-1250 250-1250 1250-2500 250-1250 250-1251 25-250 1250-2500
Nader onderzoek nodig om te bepalen hoeveel warmte winbaar is. Een aantal buurten in Waalwijk (Meerdijk, Zanddonk, Antoniusparochie en Bloemenoord) liggen voor een deel in een WKO-verbodsgebied, waardoor geothermie in delen van die buurten niet mogelijk is. Provincie kan beperkingen opleggen i.h.k.v. omgevingsverordening. Een aantal buurten in Waalwijk (Meerdijk, Zanddonk, Antoniusparochie en Bloemenoord) liggen voor een deel in een WKO-verbodsgebied. Kerkvaart Zuiderafwateringskanaal Zandput Capelse Haven Recreatieplas de Spranckelaar Waalwijkse Haven Surfplas Plas aan de Vijverlaan (onder Surfplas) Afwateringskanaal
Bron
ThermoGIS
WarmteAtlas
Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa Aquathermieviewer Stowa
75
Zonthermie
Matig kansrijk
n.t.b.
MT
Biogas
Weinig kansrijk
280
HT
Biomassa
Weinig kansrijk
87
HT
Warmtekansenkaart Restwarmtebronnen
Hank
Genoeg ruimte op daken en velden, maar RVO nog veel haken en ogen technisch en financieel De inzetbaarheid van deze warmtebron WarmteAtlas is beperkt De inzetbaarheid van deze warmtebron WarmteAtlas is beperkt
M a
Genderen
a s
Dussen
Eethen N283
Meeuwen
Oudheusden s c B e r g
h e
M a
a s 22 - Gemaal 1 23 - Gemaal 2
B e
r g
s c
h e
M a
a s B
g e r
s
c
h
M
e
a
a
s
24 - Gemaal 3
17 - RWZI Waalwijk
18 - RWZI Waspik 34 - Organic Made BV
40 - Airopack-Air Powered Dispersing
31 - Ad van der Westen BV
39 - Naber Plastics
36 - Gemaal Waspik
15 - Onbekend slachthuis 4 - Oerlemans Foods Waalwijk BV
21 - Maasoever Cold Store BV
19 - Diepop Waalwijk 49 - Foodfocus BV
50 - Kivits Drunen
30 - Datacenter Brabant A59
A59
A59
41 - Aarts B.V.
33 - Dutch Bakery BV
2 - Henningsen Nederland BV 6 - Van den Burg BV
44 - Coldservice Waalwijk 47 - Ralplast 3 - Jonker Petfood BV 35 - DSM BV 48 - Stahl Holdings B.V. 32 - Bakkersland BV 7 - Van Gorp Diervoeders BV
43 - Borgesius Waalwijk BV
38 - Gemaal Waalwijk
46 - Desch-Plantpak B.V.
A59-N261
10 - Emé BV
12 - LIDL Nederland
25 - Gemaal 4
8 - Albert Heijn BV
Raamsdonk
Waalwijk
Waspik
A59
51 - Desso Tarkett
45 - K.I.K. B.V.
42 - Bijl Car-Truckwash BV 5 - Slagerij Van Roessel BV 16 - Onbekend slachthuis
26 - Gemaal 5
9 - Albert Heijn BV 14 - Supermarkt Jansen
1 - Ce-es Vleeswaren BV
27 - Gemaal 6
13 - Plus Supermarkt
Sprang-Capelle 37 - Gemaal Sprang-Capelle
20 - Froster Holding BV 28 - Gemaal 7
11 - Emté BV 29 - Gemaal 8
's Gravenmoer
Oosteind
Kaatsheuvel
Restwarmtebronnen (WarmteAtlas) Vaart Gemeentegrens Waalwijk
0
N261
0,5
1
2 Kilometers
76
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Warmtekansenkaarten: Aqua- en riothermie
Koude uit Gemalen/Stuwen (Warmteatlas)
Aquathermie Open Water (TEO) (Warmteatlas)
Gemeentegrens Waalwijk
0
0,5
1
2 Kilometers
77
Warmtekansenkaarten: Zonthermie
Potentie zonthermie op velden (RVO)
Potentie zonthermie op daken (> 2.000 m2) (Antea Group) Gemeentegrens Waalwijk
0
0,5
1
2 Kilometers
78
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Warmtekansenkaarten: Bodemenergie - Geothermie
0,1 - 0,3 PJ/km2
0,3 - 0,5 PJ/km2
Technische potentie geothermie voor woningen (ThermoGis) 0 - 0,1 PJ/km2 0,1 - 0,3 PJ/km2 0,3 - 0,5 PJ/km2 0,5 - 1 PJ/km2 1 - 1,74 PJ/km2 Gemeentegrens Waalwijk
0,5 - 1 PJ/km2
0
0,5
1
2 Kilometers
79
Warmtekansenkaarten: Bodemenergie - Open Warmte Opslag
WKO potentie voor open warmte opslag (Warmteatlas)
Let op: voor de gehele Gemeente Waalwijk gelden aanvullende provinciale restricties voor het toepassen van WKO
WKO aandachtsgebieden natuur (Warmteatlas) WKO verbodsgebieden (Warmteatlas) Gemeentegrens Waalwijk 0
0,75
1,5
3 Kilometers
80
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Warmtekansenkaarten: Bodemenergie - Open Koude Opslag
WKO potentie voor open koude opslag (Warmteatlas)
Let op: voor de gehele Gemeente Waalwijk gelden aanvullende provinciale restricties voor het toepassen van WKO
WKO aandachtsgebieden natuur (Warmteatlas) WKO verbodsgebieden (Warmteatlas) Gemeentegrens Waalwijk 0
0,75
1,5
3 Kilometers
81
Warmtekansenkaarten: Bodemenergie - Gesloten Warmte Opslag
WKO potentie voor gesloten warmte opslag (Warmteatlas)
Let op: voor de gehele Gemeente Waalwijk gelden aanvullende provinciale restricties voor het toepassen van WKO
WKO aandachtsgebieden natuur (Warmteatlas) WKO verbodsgebieden (Warmteatlas) Gemeentegrens Waalwijk
0
0,75
1,5
3 Kilometers
82
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Warmtekansenkaarten: Bodemenergie - Gesloten Koude Opslag
WKO potentie voor gesloten koude opslag (Warmteatlas)
Let op: voor de gehele Gemeente Waalwijk gelden aanvullende provinciale restricties voor het toepassen van WKO
WKO aandachtsgebieden natuur (Warmteatlas) WKO verbodsgebieden (Warmteatlas) Gemeentegrens Waalwijk 0
0,75
1,5
3 Kilometers
83
BIJLAGE 1.C Toelichting strategieën
Startanalyse PBL
S1 In variant 1a worden elektrische lucht/water-warmtepompen ingezet, bestaande uit een buitenunit met luchtcollector en een binnenunit met warmtepomp. De buitenunit is bevestigd aan het gebouw of staat nabij het gebouw. Buitenlucht is hier de belangrijkste warmtebron; de warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit. In variant 1b worden elektrische water/water-warmtepompen ingezet, bestaande uit een bodemcollector met warmtewisselaar en een binnenunit met warmtepomp. De bodemcollector wordt onder of nabij de woning aangebracht in de bodem. Bodemwarmte is hier de belangrijkste warmtebron; de warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit.
1a,b
S2 Voor buurten met een nabijgelegen bestaande (of geplande) warmtebron – bijvoorbeeld een industriële restwarmtebron – wordt in variant 2a berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van het warmtenet vanuit deze bron. De gemeente wordt geacht zelf na te gaan of dit een bron is die op lange termijn (verduurzaamd) warmte kan blijven leveren. Om de kosten te kunnen berekenen, wordt een aanname gedaan over de plek waar deze warmtebron wel en niet wordt ingezet. Deze aanname wordt onderbouwd met een rentabiliteitsafweging, waarbij wordt gestreefd naar zo laag mogelijke nationale kosten.
2a
84
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
In variant 2b en 2c wordt berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van een warmtenet met een nieuw te realiseren geothermie-installatie. Hierbij wordt in variant 2b gebruikgemaakt van de warmtekansenkaart, waarbij buurten in minder kansrijke gebieden transportkosten maken om vanuit kansrijke gebieden warmte te halen. In variant 2c worden de transportkosten en het gebruik van de kansenkaart buiten beschouwing gelaten. Ongeacht de positie van een gebied op de kansenkaart van bodemgeschiktheid voor geothermie, vereist een definitief oordeel over de werkelijke bodemgeschiktheid altijd nader onderzoek. Er is op landelijk niveau momenteel onvoldoende informatie beschikbaar over bodemgeschiktheid om op basis van bureaustudie zonder meer te kunnen vaststellen in hoeverre geothermie op een bepaalde locatie haalbaar is. Om deze reden is ervoor gekozen een extra strategie met geothermie door te rekenen, waarbij de huidig beschikbare inschattingen over bodemgeschiktheid buiten beschouwing zijn gelaten. In variant 2d wordt berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van een warmtenet met een nieuw te realiseren bio-WKK-installatie. Hierbij worden voor warmte geen transportkosten gerekend, omdat wordt aangenomen dat de installatie in of bij de buurt kan worden geplaatst.
2b,c
2d
85
S3 Variant 3a is de laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron en wordt de warmte via een nieuw te ontwikkelen laagtemperatuurwarmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd op LT-niveau (30°C) en binnen woning en gebouw met een individuele combiwarmtepomp opgewaardeerd naar de juiste temperatuurniveaus voor ruimteverwarming (50°C) en warm tapwater. Plaatsing van individuele warmtepompen in alle woningen en gebouwen vereist een verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt. In variant 3b is laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron en wordt de warmte met een collectieve warmtepomp in temperatuurniveau verhoogd naar 70°C en via een nieuw te ontwikkelen laagtemperatuurwarmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Hiermee kan direct worden voorzien in ruimteverwarming en warm tapwater. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt.
3a
3b
86
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Voor variant 3c wordt de warmte met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar een temperatuur van 70 °C en via een warmtenet bij gebouwen afgeleverd. Dat is geschikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. Het warmtenet wordt gecombineerd met WKO voor seizoensopslag. De varianten S3c en S3g zijn doorgerekend om voor iedere buurt inzicht te geven in de verschillende kostenposten van warmtenetten. Daartoe is verondersteld dat WKO in iedere buurt mogelijk is. In variant 3d is laagtemperatuurwarmte afkomstig uit een WKO-bron en wordt de warmte met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar een temperatuurniveau geschikt voor ruimteverwarming bij aflevering op 50°C en wordt deze via een nieuw te ontwikkelen warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Bestaande radiatoren worden vervangen voor LT-radiatoren. Voor warm tapwater maken afnemers gebruik van individuele boosterwarmtepompen. Op collectief niveau wordt een droge koeler toegepast voor regeneratie van de WKO. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt
3c
3d
87
Varianten 3e,f,g,h zijn warmtenetten met een laagtemperatuurbron, WKO en in combinatie met thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) of enkel het gebruik van LT-warmtebron met aflevering op 70 °C. Laagtemperatuurwarmte afkomstig uit een WKO-bron wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar MT-niveau (70°C) en wordt via een nieuw te ontwikkelen warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Hierdoor kunnen de bestaande radiatoren in gebruik blijven en kan direct in de vraag naar warm tapwater worden voorzien. Voor regeneratie van de WKO wordt omgevingswarmte uit oppervlaktewater gewonnen. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt.
3e,f,g,h
88
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
89
BIJLAGE 1.D Kaartenbijlage Woningtypering Hank
appartement
Dussen
hoekwoning tussenwoning/geschakeld
N283
twee-onder-een-kap
Oudheusden
vrijstaande woning
Gemeentegrens Waalwijk
Raamsdonksveer
Waalwijk
Waspik
Drunen
Sprang-Capelle
Kaatsheuvel
's Gravenmoer
0
1,75
3,5
7 Kilometers N261
Bouwjaar Hank
<1900
Dussen
1900 - 1945 1946 - 1959
N283
1960 - 1974
Oudheusden 1975 - 1992 1993 - 2012 >2012 Gemeentegrens Waalwijk
Waalwijk
Waspik
Sprang-Capelle
Kaatsheuvel
's Gravenmoer
0
1,75
3,5
7 Kilometers N261
Drunen
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
90
Kleinverbruik gas in kWh/m2 Voor Besparing Hank
<70 kWh/m2
Dussen
70-100 kWh/m2 >100 kWh/m2
N283
Gemeentegrens Waalwijk
Oudheusden
Waalwijk
Waspik
Sprang-Capelle
Kaatsheuvel
's Gravenmoer
0
1,75
3,5
7 Kilometers N261
A27
Grootverbruikers gas gemeente Waalwijk (verbruik > 75.000 m3/jaar)
Genderen
Dussen Eethen N283
B e r g
s c h
e
M a
Meeuwen
a s B e
r g
s c
h e
M a
a s
B e
r g
s
c
h
e
M
a
a
s
22
33
32 2 10
A59
A59
28
8
1
3 A59
30
37 9 24 38 35 5 7
6
4
34
A59-N261
Raamsdonk
Waspik
Waalwijk
23
15 11
16 17
Sprang-Capelle 36
14 12
21
31
26 25 29
13 20
18 19
27
Kaatsheuvel
's Gravenmoer
Oosteind
Vaart
N261
Grootverbruikers Gemeentegrens Waalwijk Dongen
0
0,75
Loon op Zand 1,5
3 Kilometers Esri Nederland, Community Map Contributors
Drunen
91
Kleinverbruik gas in kWh/m2 Na Besparing <70 kWh/m2 70 - 100 kWh/m2
Dussen
>100 kWh/m2 Gemeentegrens Waalwijk
N283
Oudheusden
Waalwijk
Waspik
Drunen
Sprang-Capelle
Kaatsheuvel
's Gravenmoer
0
1,75
3,5
7 Kilometers N261
Variant 1, Collectief warmtenet voor isolatie
18
7
13 17 6
19 26 15
25
8
23
11
12
2
30 5
20
14
21
33
32
31
1
28
22
29
9 4
27 3 24
16
10
Clustering voor besparing Clusters/buurten geschikt voor hoge temperatuur warmtenet Clusters/buurten geschikt voor midden temperatuur warmtenet Buurten niet geschikt voor warmtenet (alleen individuele oplossing mogelijk) Gemeentegrens Waalwijk
0
1,25
2,5
5 Kilometers
92
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
Variant 2, Collectief warmtenet na isolatie
13
3
9 12
2
14 18 10
4
23
7
8
26
25
24
22
21
5
1
17
19
15
20
16
27 6
11
Clustering na besparing Clusters/buurten geschikt voor midden temperatuur warmtenet Buurten niet geschikt voor warmtenet (alleen individuele oplossing mogelijk) Gemeentegrens Waalwijk 0
1,25
2,5
5 Kilometers
2,5
5 Kilometers
Variant 3, Individuele warmtepomp na isolatie
13
3
9 12
2
14 18 10
4
23
7
8
26
25
24
22
21
5
1
17
19
15
20
16
27 11
6
Clustering na besparing Buurten niet geschikt voor warmtenet (alleen individuele oplossing mogelijk) Gemeentegrens Waalwijk 0
1,25
93
A27
Aanlegjaar Riolering gemeente Waalwijk
M a a
M a
Genderen
Hank
s
a s
Heusden
Dussen Eethen N283
Herpt
Meeuwen Oudheusden
B e r g
Raamsdonksveer
s c h
e
M a
a s B e
r g
s c
h e
M a
a s
B
g e r
s
c
h
e
M
a
a
s
A27
Elshout
A59
A59
A59
A59
A59-N261 Hooipolder
Raamsdonk
Waalwijk
Waspik
Drunen
Sprang-Capelle
A27
Aanlegjaar ≤1970
Kaatsheuvel
's Gravenmoer
1971 - 1980 1981 - 1990
Oosteind
Vaart
1991 - 2000 2001 - 2010
A27
2011 - 2020
N261
Gemeentegrens Waalwijk
0
Dongen
Loon op Zand
0,75
1,5
3 Kilometers
95
BIJLAGE 2
Handelingsperspectief voor woningeigenaren
Deze bijlage geeft een beeld van de ‘no-regret’-maatregelen per type woning en bouwjaar. Dit geeft een algemene richting. Voor meer informatie over deze maatregelen, kijk op www.milieucentraal.nl. Voor een individueel advies over passende maatregelen, kosten en opbrengsten kan een gebouweigenaar maatwerkadvies inwinnen en zich wenden tot het energieloket van de gemeente (in oprichting).
Meergezinswoningen gebouwd vóór 1990 Portiekflats, galerijflats, portiekwoningen Individueel per woning:
• Bij aankoop van huis nagaan welke delen van de gevel nog niet zijn geïsoleerd en of dit technisch mogelijk is (meenemen in bouwkundige rapportage), nagaan hoe er wordt gekookt en of woning voldoende wordt geventileerd.
• Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 70 °C staat. • Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken of aanschaf nieuw fornuis. • Vervangen van enkele beglazing door isolatieglas bij schilderbeurt (eventueel via vve) • Bij cascorenovatie de woning, indien geen spouw aanwezig, woning aan binnenzijde isoleren. • Bij plaatsen van nieuwe radiatoren deze dimensioneren op een zo laag mogelijke aanvoertemperatuur. • Bij plaatsen van een aan- of uitbouw deze isoleren op nieuwbouwniveau. • Bij verbouwing van zolder naar slaapkamers of plaatsen van dakkapel ook dak aan binnenzijde isoleren. Vve:
• Isoleren van plat dak, beganegrondvloer en spouw in combinatie met natuurlijke momenten van onderhoud. Meenemen in de meerjarenonderhoudsplanning- en begroting. Indien van toepassing opdracht verlenen aan vve-beheerder.
• Bij aankoop van huis nagaan of de vve naast geld voor noodzakelijk onderhoud ook geld reserveert / een planning heeft voor isolatie.
Meergezinswoningen gebouwd na 1990 Portiekflats, galerijflats, portiekwoningen • Bij aankoop van huis nagaan hoe er wordt gekookt. • Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 70 °C staat. • Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken of aanschaf nieuw fornuis. Eengezinswoningen gebouwd vóór 1990 Rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen • Bij aankoop van huis nagaan welke delen van de gevel nog niet zijn geïsoleerd en of dit technisch mogelijk is (meenemen in bouwkundige rapportage), nagaan hoe er wordt gekookt en of woning voldoende wordt geventileerd.
• Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 70 °C staat. • Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken of aanschaf nieuw fornuis. • Isoleren van dak, beganegrondvloer en spouw indien aanwezig.
96
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
• Vervangen van enkele beglazing door isolatieglas en daar waar mogelijk spouw isoleren en de beganegrondvloer.
• Bij cascorenovatie de woning, indien geen spouw aanwezig, aan binnenzijde isoleren. • Bij verbouwing van zolder naar slaapkamers of plaatsen van dakkapel ook dak aan binnenzijde isoleren. • Als zolder weinig wordt gebruikt, dan zoldervloer isoleren tussen de bestaande balken. • Bij plaatsen van nieuwe radiatoren deze dimensioneren op een zo laag mogelijke aanvoertemperatuur. • Bij plaatsen van een aan- of uitbouw deze isoleren op nieuwbouwniveau. Eengezinswoningen gebouwd na 1990 Rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen • Bij aankoop van huis nagaan hoe er wordt gekookt. • Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 70 °C staat. Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken of aanschaf nieuw fornuis.
Wat te doen bij ketelvervanging? • All-electric Bij ketelvervanging overwegen om warmtepomp aan te schaffen. De woning moet dan wel voldoende geïsoleerd zijn. Houd er rekening mee dat in veel gevallen ook alle radiatoren vervangen moeten worden. Bij grotere complexen overwegen om voor collectieve oplossing te kiezen via de vve.
• Gasnet en hybride Bij ketelvervanging overwegen om een hybride warmtepomp aan te schaffen. De woning moet dan wel voldoende geïsoleerd zijn. Volledig all-electric is in enkele gevallen ook mogelijk.
97
BIJLAGE 3
Inbreng inwoners via enquête
Figuur 21. Deze infographic is online te vinden via https://www.waalwijk.nl/document. php?m=23&fileid=25603&f=d6ead78d1f8fc5fa6a0bc900748474e0&attachment=0
99
BIJLAGE 4
Inbreng TVWwerkgroep
Overzicht kansen en belemmeringen PSU TVW-werkgroep 1 juni 2021 Kansen voor de TVW tot 2030 • Technische kansen: » Aquathermie(pilots) bij nieuwbouw » Inzicht verkrijgen in de toepassing van geothermie » Inzicht verkrijgen in de inzet van het Amernet en de eventuele standhouding van de Amercentrale zonder steenkool en biomassa » Lokale opslag » I.p.v. PV (stroom) transitie naar PVT (warmte) in verband met netwerkproblematiek Enexis
• Inwoners: » Noodzaak aangeven bij inwoners en advies geven: 1) duurzaamheidscoach, 2) Hoplr inzetten als digitaal platform, 3) energieloket (nog te ontwikkelen). » Stimuleren van isoleren, aansluiten bij lopende projecten (bijvoorbeeld renovatieprojecten woningcorporatie) » Installatiebedrijven het verhaal laten vertellen, zij komen bij de mensen thuis!
• Externe partijen: » Samenwerking met externe partners (Casade, Enexis) » Planningen van iedereen die in de openbare ruimte werkt synchroniseren » Casade verbetert hun woningen. Zij kunnen samen met de gemeente en welzijnswerk optrekken om ook de huiseigenaren hierbij te betrekken door mogelijk inkoopvoordeel te bieden en hen te wijzen op financieringsmogelijkheden. » Koppelkansen benutten met IUP, IWW, klimaatadaptieve maatregelen, uitbreidingsplannen, inbreidingsplannen, proceswarmte bedrijventerrein.
Belemmeringen voor de TVW tot 2030 • Technische belemmeringen: » Nog onvoldoende inzicht in alternatieve warmtebronnen » Overbelasting elektriciteitsnet » Ruimtegebrek in het openbaar gebied
• Inwoners: » Warmtenet betekent verlies van keuzevrijheid voor afnemers » Inwoners wachten af en komen niet in actie, ‘ver-van-mijn-bedshow’ » Gespikkeld bezit is extra uitdaging » Veel discussie over energie: klimaatontkenners, klimaatverwarring » Vergroting energiearmoede, groter verschil tussen arm en rijk en dus mensen die wel/niet kunnen meedoen. » Warmtenet: aansluitplicht of niet?
100
Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk
• Politiek: » Politieke onzekerheid
• Externe partijen: » Veel loketten en mogelijkheden maar geen overzicht » Verschillende plannen synchroniseren duurt (te) lang
Samenvatting inbreng cocreatiesessie TVW-werkgroep 20 juli 2021 Centrale vraagstelling: waar zetten we op in in de periode tot 2030?: • Voor het isoleren moet echt de strategie bepaald worden: willen we bijvoorbeeld van energielabel D naar C of van energielabel D naar B?
• Voor het aardgasvrij maken van woningen zal het aanwijzen van buurten makkelijker gaan als dit op basis van technische mogelijkheden wordt gedaan.
• Hybride oplossingen niet vergeten. • De keuze voor de meest geschikte startbuurt en de volgorde van de buurtaanpak zou je kunnen bepalen aan de hand van een multicriteria-analyse. In deze multicriteria-analyse maak je eerst een prioriteitenlijst van factoren die invloed hebben op de keuze voor de strategie van een buurt. Vervolgens ga je per wijk/buurt alle criteria af en kom je zo tot een soort puntensysteem waaruit de meest geschikte strategie vloeit. Hierbij wordt het wel lastig om de weging van de factoren in de analyse te bepalen.
• In een buurt kunnen verschillende strategieën toegepast worden. Niet focussen op één strategie per buurt.
• Buurtgericht is niet per se de juiste aanpak. Er kan beter een locatiegerichte aanpak worden gevolgd. Soms is een locatie een straat en soms een complete kern.
• De meest geschikte locaties om aan de slag te gaan, zijn locaties waar de inwoners zelf initiatief tonen en waar draagvlak voor duurzaamheid zit. Het gebruikmaken van de kracht uit de samenleving is essentieel. Maak de inwoners eigenaar van de transitie! Leg geen ‘dictaat van boven’ op!
• Een andere bepalende factor vormen (ruimtelijke) ontwikkelingen, bijvoorbeeld woningverbetering door Casade, vervanging riolering, revitalisatie van het openbare gebied, het treffen van klimaatadaptatiemaatregelen. Op dat moment gebeurt er wat op een locatie en kunnen bewoners in beweging worden gebracht om ook hun eigen woning aan te pakken. Vaak wordt er dan ook een werkgroep of klankbordgroep van bewoners geformeerd en dit is een mooi startpunt voor het gesprek over woningisolatie en een alternatieve warmtevoorziening. Ga dus aan de slag op plaatsen waar al wat gebeurt!