CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte

Raadsvergadering (B) 16 december 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Transitievisie warmte27.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Platform Waspik Het doel van Platform Waspik is om samen met en namens alle inwoners van Waspik in samenwerking met de gemeente Waalwijk de leefbaarheid van Waspik te bevorderen. Het platform wisselt regelmatig van gedachten over lopende ontwikkelingen en wensen die leven onder de inwoners van Waspik. Platform Waspik heeft reeds stappen gezet op het gebied van de energietransitie. Samen met Buurtkracht hebben ze zich gericht op zonnepanelen en warmtepompen en hiervoor een informatieavond georganiseerd. Het Platform Waspik ziet Waspik als geschikte koploper voor de warmtetransitie vanwege het verwachte hoge draagvlak, mede door de grote sociale cohesie. Samen met de gemeente werkt Platform Waspik graag mee aan de transitieopgave.

ContourdeTwern ContourdeTwern verzorgt het sociaal werk in de gemeente Waalwijk en helpt mensen en buurten bij het oplossen van kleine en grote vragen. ContourdeTwern kent de buurten goed en kan bewoners bij de uitvoeringsplannen voor de warmtetransitie betrekken. Dit doet ContourdeTwern reeds samen met Casade en de gemeente in het project Triple Duurzaam. ContourdeTwern wil zich graag inzetten om ook de particuliere woningeigenaren op een vergelijkbare manier te stimuleren om hun woning te verduurzamen.

31

6. Welke strategie volgen we in Waalwijk? 6.1

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Waalwijk

Op basis van de uitgevoerde analyses (hoofdstuk 2 t/m 4) en de inbreng van de inwoners en betrokken partijen (hoofdstuk 5) hebben we de onderstaande ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Waalwijk geformuleerd. In Waalwijk sluiten we aan bij de doelstellingen die landelijk zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Het tijdspad om de doelen van de warmtetransitie te behalen loopt tot 2050. Omdat inzichten kunnen veranderen, is het niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. Inwoners, de woningcorporatie, de gemeente en anderen hebben bovendien niet de middelen om in heel Waalwijk tegelijk aan de gang te gaan met de warmtetransitie. We kiezen daarom voor een stapsgewijze aanpak. Hiermee kunnen we de tijd slim benutten. De onzekerheden in de warmtetransitie vragen om flexibiliteit. Het tegelijkertijd werken aan beleidsontwikkeling (visie en strategie) en het leren van projecten in de praktijk (in de wijken) versterken elkaar. In Waalwijk kiezen we ervoor om ons de komende jaren eerst te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 3.000 bestaande woningen (20% van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij-gereed).

Naast isoleren betekent dit dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag vanuit het Klimaatakkoord ook na 2030 gebeuren. In de tussentijd verzamelen we kennis over technieken, organisatie en financiering. We willen echter geen kansen missen en natuurlijke momenten zo veel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. De vervanging van een cv-ketel is een voorbeeld van zo’n natuurlijk moment. We gaan ervan uit dat duurzame gassen zoals groene waterstof en biogas voor 2030 niet kunnen worden ingezet. Ook gaan we ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Waalwijk worden aangelegd, tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen. We willen initiatief vanuit onze inwoners (en ondernemers) stimuleren en aan de slag gaan op locaties waar draagvlak voor woningverbetering zit. We zien daarbij de warmtetransitie als onderdeel van een integrale aanpak van een buurt, straat of locatie. Op het moment dat er ontwikkelingen in het ruimtelijke of sociale domein plaatsvinden, kunnen ook stappen in de warmtetransitie worden gezet. Samen met de inwoners, de woningcorporatie en andere betrokken partijen werken we vervolgens een uitvoeringsplan uit waarin we de te zetten stappen uitwerken. De inwoners bepalen vervolgens zelf het tempo.

De volgorde van de buurtaanpak is afhankelijk van het draagvlak onder de inwoners. In deze Transitievisie Warmte hebben we al wel enkele kansrijke buurten benoemd die koploper kunnen worden voor het aardgasvrij(-gereed) maken van de woningen. We willen de warmtetransitie aangrijpen om de lokale werkgelegenheid te stimuleren en te voorkomen dat (hoog)opgeleide inwoners de gemeente verlaten. Waalwijk heeft een sterke installatiebranche die het voortouw kan nemen bij innovatie en de uitvoering van de warmtetransitie.

32

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

6.2 Nadere uitwerking strategie De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in vier strategische sporen (A, B, C en D):

• Spoor A: gemeentebrede aanpak voor stimulering inwonersinitiatief • Spoor B: intensieve aanpak meest kansrijke buurten • Spoor C: onderzoek naar kansen warmtenetten • Spoor D: Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie De warmtetransitiesporen A en B zijn opgebouwd uit respectievelijk zes en drie bouwstenen. De sporen en bouwstenen zijn afgebeeld in FIGUUR 7. 2022

Spoor A

2023

2025

2030

A1: ondersteunen inwonersinitiatieven A2: benutten natuurlijke momenten achter de voordeur A3: benutten natuurlijke momenten in de leefomgeving A4: technisch arrangement A5: financieel arrangement A6: communicatie- en participatieactiviteiten

Spoor B

B1: isoleren één of enkele focusbuurten B2: op weg naar een aardgasvrij Landgoed Driessen B3: Waspik als koploper isoleren en aardgasvrij

Spoor C

Onderzoek naar kansen warmtenetten

Spoor D

Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie

Figuur 7.

Strategische sporen met bouwblokken.

De ambitie is om tot 2030 in totaal 3.000 woningen uit de energieklasse C t/m G te isoleren tot minimaal energielabel B en aardgasvrij-gereed te maken. Ruim een derde van dit aantal zal de woningcorporatie voor hun rekening nemen. In 2030 voldoen alle woningen van de woningcorporatie gemiddeld aan energielabel A. Het resterende deel betreft woningen van particuliere eigenaren. Ook de circa120 vve’s die in Waalwijk aanwezig zijn, willen we stimuleren om isolatiemaatregelen te nemen en aardgasvrij-gereed te worden. In het kader van het coronaherstelfonds doet Waalwijk mee met de aanpak van de verduurzaming van de vve’s in Brabant. De strategie voor isoleren verloopt via de sporen A en B. De ambitie is om in de periode tot 2030 een begin te maken met het aardgasvrij maken van woningen in de gemeente. Dat doen we door natuurlijke momenten, zoals de vervanging van cv-ketels, te benutten en de kansen voor warmtenetten te onderzoeken. De strategie voor aardgasvrij verloopt via de sporen A, B en C. De ambitie om de werkgelegenheid te stimuleren en een ‘braindrain’ te voorkomen is uitgewerkt in spoor D. De sporen en bouwstenen zijn hieronder nader toegelicht.

33

6.2.1 Spoor A: gemeentebrede aanpak voor stimulering inwonersinitiatief Het doel van de gemeentebrede aanpak is om initiatief van de particuliere woningeigenaren te stimuleren en zo het natuurlijk tempo van de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen te versnellen. Dit doen we door de woningeigenaren handelingsperspectief voor enerzijds isoleren en anderzijds aardgasvrij maken te geven. De kracht van het energieloket van Waalwijk en de kennis en ervaring van de gemeente, de woningcorporatie, ContourdeTwern, de netbeheerder, de energiecoöperaties en overige relevante partijen en ondernemers worden in dit spoor gebundeld en versterkt. Spoor A bestaat uit zes bouwstenen:

Bouwsteen A1: ondersteunen van inwonersinitiatieven Eigen initiatieven vanuit collectieven van inwoners vinden we erg belangrijk en waardevol. Ervaringen elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, laten zien dat de meest succesvolle projecten zijn voortgekomen uit het eigen initiatief van inwoners. Onderdeel hiervan kan zijn dat inwoners zelf (deels) eigenaar van bijvoorbeeld een warmteopwekinstallatie of -netwerk worden. Als een groep inwoners met een eigen initiatief komt om de woningen in hun buurt of straat te isoleren of aardgasvrij te maken, willen we dit waar mogelijk faciliteren door een gerichte inzet van de bouwstenen A2 t/m A6.

Bouwsteen A2: benutten natuurlijke momenten ‘achter de voordeur’ Op het moment dat particuliere woningeigenaren of vve’s hun pand gaan verbouwen of verkopen of hun cv-ketel gaan vervangen, willen we ze stimuleren om isolatiemaatregelen te treffen of een aardgasvrij warmtealternatief (al dan niet hybride) te kiezen. We willen installateurs en aannemers inzetten om woningeigenaren bewust te maken van de mogelijkheden. Installateurs kunnen bijvoorbeeld (hybride) warmtepompen onder de aandacht brengen en bewoners voorlichten over de verschillen met een cv-ketel. Daarnaast willen we banken en makelaars betrekken om hun klanten de weg te wijzen en waar mogelijk te ontzorgen, zowel technisch als financieel.

Bouwsteen A3: benutten natuurlijke momenten en koppelkansen in de leefomgeving De warmtetransitie is slechts een van de opgaves waar inwoners mee worden geconfronteerd. In de woonomgeving wordt vaak aan meerdere ruimtelijke en maatschappelijke opgaves gewerkt, zoals werkzaamheden in het openbaar gebied, woningrenovatie, klimaatadaptatie en sociale problematiek. Door de warmtetransitie te koppelen aan een algehele verbetering van de leefomgeving verwachten we dat woningeigenaren eerder bereid zijn om voor hun eigen woning aan de slag te gaan met isolatie en eventueel een aardgasloze warmtevoorziening. De renovatie of nieuwbouw van woningen, de vervanging van rioleringen en de herinrichting van het openbare gebied zijn daarmee natuurlijke momenten die benut kunnen worden om de bewoners te stimuleren om gezamenlijk (of middels een vve) initiatief te nemen voor de verduurzaming van hun woning. Op dat moment wordt vaak een werk- of klankbordgroep ingericht waardoor het saamhorigheidsgevoel onder de buurtbewoners toeneemt. Dit is een mooi startpunt voor het gesprek over woningisolatie en een alternatieve warmtevoorziening; de kiem voor een collectief inwonersinitiatief rondom woningverduurzaming is hiermee gezaaid.

34

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Om deze bouwsteen handen en voeten te geven, willen we de bestaande Triple Duurzaam-aanpak van de gemeente, woningcorporatie Casade en ContourdeTwern verbreden en versterken. Deze is nu vooral gericht op de huurders van corporatiewoningen en we willen hier ook de particuliere woningeigenaren in betrekken. Een voorbeeld van een dergelijke aanpak is een gebied waar Casade hun woningen wil verbeteren en de gemeente aan de kwaliteit van het openbaar gebied gaat werken: op dat moment zoeken we via de werk- of klankbordgroep actief contact met de particuliere woningeigenaren (of vve’s) en stimuleren we hen om aan te sluiten bij de woningverbetering van Casade.

Bouwsteen A4: technisch arrangement Particuliere woningeigenaren die aan de slag willen gaan met isolatie of een aardgasvrije warmtevoorziening lopen vaak tegen veel technische vragen en hobbels aan, waardoor ze er uiteindelijk vanaf zien. We willen deze inwoners waar mogelijk ontzorgen door hen te laten zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren en welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen. Voor de isolatiemaatregelen kan dit bijvoorbeeld in de vorm van ‘menukaarten’ per woningtype. Hierbij richten we ons primair op de projectmatig gebouwde woningen met energielabel C en D. Dit zijn woningen die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd, veel rijwoningen en uniform qua bouwstijl. De woningen zijn op een systematische wijze gebouwd en kunnen ook op een systematische en kostenefficiënte manier worden geïsoleerd. Voor aardgasvrij maken richten we ons met name op de eigenaren van woningen met energielabel A en B. Deze woningen zijn meestal nu al geschikt om aardgasvrij te worden verwarmd. We laten de bewoners zien welke mogelijkheden er zijn om hun woning nu al aardgasvrij te maken. Daarbij brengen we ook hybride-oplossingen onder de aandacht zoals hybride-warmtepompen die deels nog van aardgas gebruikmaken.

Bouwsteen A5: financieel arrangement Het isoleren van slecht geïsoleerde woningen van mensen met lagere inkomens kan een oplossing bieden voor energiearmoede. Dan gaat de energierekening immers omlaag en houden mensen meer geld over voor andere levensbehoeften. We vinden energiearmoede ongewenst; de energierekening moet voor alle inwoners van Waalwijk betaalbaar blijven. We willen daarom een financieel arrangement opzetten waarmee we de woningeigenaren met lagere inkomens een helpende hand toesteken, zodat ook zij kunnen meedoen. In dit financieel arrangement koppelen we landelijke subsidies en duurzaamheidsleningen aan een lokale financieringsconstructie waarbij we vooralsnog denken aan de inzet van gelden uit een lokaal duurzaamheidsfonds. Ook willen we bestuderen hoe we de duurzame warmtevoorziening, met name warmteopwekinstallaties en warmtenetten, voor minimaal 50% in lokaal eigendom kunnen brengen. Het financieel arrangement richt zich primair op het isoleren en aardgasvrij-gereed maken van de woningen. Op een transparante manier willen we woningeigenaren laten zien wat het kost om hun woning te isoleren, wat het oplevert en welke financieringsmogelijkheden er zijn. Dit kan als onderdeel van de in bouwsteen A3 genoemde menukaarten aan de woningeigenaren worden gepresenteerd.

Bouwsteen A6: communicatie- en participatieactiviteiten Op een gerichte manier willen we online en offline communicatie- en participatiemiddelen inzetten om de inwoners en andere betrokken partijen van informatie te voorzien en te betrekken. De activiteiten van de bouwstenen A1 t/m A4 delen we op een samenhangende manier. Het energieloket en de energiecoöperaties zijn cruciale partners voor deze bouwsteen. Zij kunnen niet alleen op een onafhankelijke manier de informatievoorziening verzorgen, maar ook energiecoaches inzetten.

35

6.2.2 Spoor B: intensieve aanpak meest kansrijke buurten Bouwsteen B1: isoleren focusbuurten Met een gemeentebrede aanpak kunnen we wel voorruitgang boeken, maar onvoldoende om de 2030-doelstelling te halen, is de verwachting. Daarom selecteren we één of enkele buurten waar snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden verduurzaamd. In deze buurt(en) organiseren we, boven op de aanpak van spoor A, een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners. Doel is om iedere inwoner voor zijn eigen woning een gedetailleerd beeld van de benodigde isolatie- (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering te geven. We laten de inwoners zien wat ze eventueel aanvullend kunnen doen om hun woning aardgasvrij te maken. Hierbij hebben we ook oog voor tijdelijke oplossingen zoals hybride warmtepompen. Verder onderzoeken we de mogelijkheden van gezamenlijke inkoop en uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen. Randvoorwaarde voor deze bouwsteen is dat de woningeigenaren een aantrekkelijke financieringsconstructie kan worden aangeboden, omdat anders de kans van slagen erg klein wordt. De meest kansrijke buurten voor deze bouwsteen zijn buurten met een groot aandeel woningen met energielabel C en D. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd, met veel rijwoningen en uniform qua bouwstijl.

De woningen zijn op een systematische wijze gebouwd en kunnen ook op een systematische en kostenefficiënte manier worden geïsoleerd. Voor de meeste woningen in deze klasse zijn de maatregelen niet erg ingrijpend; er zijn geen grote verbouwingen nodig. Hoe meer corporatiewoningen in een buurt, hoe kansrijker, want de corporatiewoningen kunnen enerzijds als voorbeeld voor de koopwoningen dienen en anderzijds kunnen de woningcorporatie en de particuliere woningeigenaren een gezamenlijke uitvoering op poten zetten. In totaal zijn er ruim 9.000 woningen in Waalwijk met een energielabel C of D. De meest kansrijke buurten voor bouwsteen B1 zijn achtereenvolgens de buurten De Hoef, Zanddonk, Laageinde, Bloemenoord en Vrijhoeve. In de buurten Laageinde, De Hoef en Vrijhoeve is het corporatiebezit het hoogst (41 tot 52%).

Bouwsteen B2: op weg naar een aardgasvrij Landgoed Driessen De woningen in Landgoed Driessen zijn goed geïsoleerd en zijn geschikt om nu al aardgasvrij te maken. De eerste delen van Landgoed Driessen zijn in 2008 opgeleverd. De cv-ketels in deze woningen zullen de komende jaren worden vervangen. Dit natuurlijke moment biedt een kans om de betreffende woningen van een (al dan niet hybride) aardgasvrije warmtevoorziening te voorzien. Om dit moment niet te missen, organiseren we boven op de aanpak van bouwsteen A1 een intensief communicatie- en participatietraject voor de inwoners van deze delen van Landgoed Driessen.

Bouwsteen B3: Waspik als koploper isoleren én aardgasvrij Waspik onderscheidt zich van andere kernen in de gemeente vanwege de grote mate van sociale samenhang. De inwoners organiseren veel activiteiten met en voor elkaar en het verenigingsleven is goed georganiseerd. Een goede sociale structuur is een belangrijke succesfactor voor het in beweging krijgen van inwoners en het verkrijgen van draagvlak. We verwachten dat Waspik andere buurten kan laten zien hoe met initiatief van bewoners stappen in de warmtetransitie kunnen worden gezet. We denken daarom dat Waspik geschikt is om koploper te zijn en daarmee een voorbeeld voor andere buurten te worden. Dit wordt ondersteund door het Platform Waspik. We willen de inwoners stimuleren om zelf, samen met het Platform Waspik en de woningcorporatie, een aanpak op te zetten voor het isoleren én aardgasvrij maken van Waspik. Het gebruikmaken van de kracht uit de samenleving is essentieel. Zo maken we de inwoners eigenaar van de transitie.

36

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

6.2.3 Spoor C: onderzoek naar kansen warmtenetten Voor de verschillende woonkernen van Waalwijk is de aanleg van een warmtenet een serieuze optie, maar niet voor 2030. Momenteel wordt onderzocht of aansluiting van Waalwijk op het regionale Amernet een optie is en wat hiervan de maatschappelijke kosten en baten voor Waalwijk zullen zijn. Aansluiting op een warmtenet stelt minder hoge eisen aan de mate van isolatie van de woningen dan een all-electric-warmtepomp en kan voor met name de oudere en moeilijk te isoleren woningen (vanaf energielabel E) een geschikt alternatief zijn. We willen deze kansen daarom goed verkennen. We willen onderzoeken op welke locaties in Waalwijk op een haalbare en betaalbare manier warmtenetten kunnen worden aangelegd, rekening houdend met de beperkte ruimte in de ondergrond. Daarnaast willen we onderzoeken hoe in het planvormingsproces voor de werkzaamheden in het openbaar gebied rekening met de aanleg van een warmtenet gehouden kan worden. Ook willen we samen met betrokken partijen de ontwikkelingen rondom onder meer aqua-, rio- en geothermie volgen en verzamelen we de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, worden opgedaan.

6.2.4 Spoor D: Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie In Waalwijk zijn veel installatiebedrijven gevestigd en ook bedrijven die zich toeleggen op warmtetechniek en warmtenetten. Hiermee heeft Waalwijk een mooie startpositie om hét nationale kenniscentrum voor de warmtetransitie te worden. Het kenniscentrum richt zich op het ontwikkelen van kennis en innovaties op het gebied van woning- en gebouwisolatie en warmtetechniek. We willen ook opleidingsfaciliteiten aan het kenniscentrum koppelen om zo studenten voor het vakgebied te interesseren.

6.3 Rol gemeente en andere partijen Gemeente Als gemeente voeren we regie in de warmtetransitie. We stellen deze visie op, brengen partijen bij elkaar, starten verkenningen en zorgen voor coördinatie van de buurtuitvoeringsplannen die de komende jaren gemaakt gaan worden. De gemeente richt zich met name op de regie van het proces (procesregisseur) en het waar mogelijk koppelen van de warmtetransitie aan andere ruimtelijke of sociaal-economische opgaves van de gemeente of andere betrokken partijen (integrale regisseur). Concreet betekent dit dat de gemeente vooral inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen aan elkaar verbindt, belangen zorgvuldig afweegt en initiatief stimuleert. Er is nog geen juridische doorzettingsmacht voor de Nederlandse gemeenten in relatie tot de energietransitie. De keuze voor een warmtealternatief kan (op dit moment) dus nog niet worden afgedwongen bij inwoners na een gedegen proces (participatie en technisch onderzoek). De gemeenten proberen zo veel mogelijk initiatief te stimuleren, maar uiteindelijk zal er waarschijnlijk meer nodig zijn om de doelstellingen te behalen. Naar verwachting krijgen gemeenten in de toekomst bevoegdheid om aan te geven dat een wijk op een bepaalde datum van het aardgasnet wordt afgesloten. Dit instrument is nu echter nog niet in wet- en regelgeving verankerd en het is onbekend wanneer dit wel het geval zal zijn.

Tot het moment dat het afsluiten in wet- en regelgeving is verankerd, is het alleen mogelijk om door middel van verleiding inwoners te laten overstappen op een verwarmingssysteem zonder aardgas.

37

Warmtewet 2.0 De huidige Warmtewet wordt herzien en verwacht wordt dat de nieuwe Warmtewet in 2022 in werking treedt. Deze wetsaanpassing heeft aanzienlijke gevolgen voor de marktordening en de positie van gemeenten. Als gemeente kunnen we met de nieuwe wet warmtekavels aanwijzen en warmtebedrijven selecteren en zo sturen op de ontwikkeling van warmtenetten. Een warmtekavel is een gebiedsafbakening waarbinnen zich wijken/gebouwen bevinden waarvoor de gemeenten collectieve warmte overweegt. De gemeente krijgt de bevoegdheid om per warmtekavel een warmtebedrijf aan te wijzen. Het warmtebedrijf heeft de wettelijke taak om een collectief warmtesysteem binnen het warmtekavel tegen zo efficiënt mogelijke kosten met een duurzame en betrouwbare kwaliteit te realiseren. Het warmtebedrijf moet ook de gemeente ondersteunen bij het maken van een uitvoeringsplan voor de uitrol van collectieve warmtesystemen en wordt verantwoordelijk voor de verduurzaming en leveringszekerheid van het warmtesysteem. De gemeente moet op dat moment ook de eigen rol in het warmtebedrijf bepalen. We kunnen ervoor kiezen om alles aan de markt over te laten of zelf in het warmtebedrijf te stappen. Ook zijn constructies als een coöperatief warmtebedrijf denkbaar waarbij ook inwoners eigenaar zijn. Welke rol het best bij Waalwijk past, wordt de komende jaren verder uitgewerkt.

Woningcorporatie Casade De woningcorporatie staat aan de lat voor de verduurzaming van hun eigen woningbestand. In de prestatieafspraken is vastgelegd dat in 2030 alle corporatiewoningen gemiddeld voldoen aan energielabel A. De woningcorporatie werkt mee aan het uitwerken van de buurtuitvoeringsplannen en leveren inbreng in de vorm van kennis op met name technisch en financieel vlak.

Enexis Als beheerder van het gas- en elektriciteitsnet levert Enexis kennis over de benodigde aanpassingen van haar infrastructuur voor aardgasvrije warmteoplossingen. Enexis werkt mee aan het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Enexis toetst of voorgenomen warmteoplossingen uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare netwerkcapaciteit. Enexis heeft een inzicht-tool ontwikkeld waarmee de invloed van autonome ontwikkelingen op het net in beeld kan worden gebracht.

Woning- en gebouweigenaren De te treffen verduurzamingsmaatregelen vinden voor het overgrote deel achter de voordeur van woningen gebouweigenaren plaats. De rol van deze eigenaren bij het opstellen van de buurtuitvoeringsplannen en het vervolg daarop is cruciaal. Woning- en gebouweigenaren kunnen hun inbreng bij de planvorming leveren door mee te doen aan bijvoorbeeld een klankbordgroep. Daarnaast hebben de inwoners een rol in het ontplooien van buurtinitiatieven en het bedenken van een plan om hun buurt te isoleren of aardgasvrij te maken.

ContourdeTwern ContourdeTwern verzorgt het sociaal werk in de gemeente Waalwijk en helpt mensen en buurten bij het oplossen van kleine en grote vragen. Dat doet ContourdeTwern voor een belangrijk deel met vrijwilligers. ContourdeTwern kent de buurten goed en kan bewoners vanuit sociale projecten en activiteiten bij de uitvoeringsplannen voor de warmtetransitie betrekken.

38

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Huurdersbelangenverenigingen Huurders hebben zeggenschap over wat er in hun woning gebeurt zodra de corporatie duurzaamheidsmaatregelen wil nemen die leiden tot huurverhoging. Draagvlak bij de huurders is essentieel om de uitvoering van de maatregelen door de woningcorporatie soepel te laten verlopen. De huurdersbelangenvereniging vormen een schakel tussen de huurders en de woningcorporaties en kunnen helpen om het draagvlak bij huurders te vergroten.

Sociale netwerken Inwonersverenigingen en sociale netwerken kunnen worden ingezet om de inwoners te betrekken. De rol van en het draagvlak bij de inwoners en gebouweigenaren kunnen worden vergroot door bij de buurtuitvoeringsplannen breder dan alleen naar de warmtetransitie te kijken en ook andere buurtverbeteringen ter hand te nemen.

Energiecoöperaties in Waalwijk Langstraat Energie en Energie Gezond Waalwijk Energiecoöperatie Langstraat Energie beschikt over technische en financiële kennis over het verduurzamen van woningen en kunnen energiecoaches inzetten. Ze hebben contact met bewoners en ondernemers, waardoor ze met lokale kennis actief kunnen bijdragen aan buurtinitiatieven en Buurtuitvoeringsplannen.

Energie Gezond Waalwijk Energiecoöperatie Energie Gezond Waalwijk beschikt ook over technische en financiële kennis, maar is vooral nog op zoek naar leden en investeerders om zo hun coöperatie verder te kunnen uitbreiden en een grotere rol binnen de energietransitie te kunnen spelen.

Energieloket Waalwijk We willen dit najaar een energieloket voor Waalwijk introduceren waarbij mensen terecht kunnen voor gratis en onafhankelijk advies. Het energieloket zal contact hebben met inwoners en ondernemers, waardoor ze met lokale kennis actief kunnen bijdragen aan buurtinitiatieven en buurtuitvoeringsplannen. Als gemeente organiseren we dit ook graag samen met inwoners of ondernemers die daar initiatieven in nemen.

Platform Waspik Het Platform Waspik bevordert samen met en namens alle inwoners van Waspik, in samenwerking met de gemeente Waalwijk, de leefbaarheid van Waspik. Voor de realisatie van de plannen wordt niet alleen samengewerkt met de gemeente Waalwijk, maar ook met andere organisaties. Het platform wisselt regelmatig van gedachten met de inwoners van Waspik over lopende ontwikkelingen en wensen die er leven. Het platform ondersteunt de keuze van Waspik als koploperbuurt voor de warmtetransitie en wil meewerken aan het uitwerken van deze bouwsteen.

Particuliere bedrijvensector Lokale ondernemingen, zoals makelaars, banken, aannemers en installateurs, kunnen als intermediair worden ingezet om hun klanten bewust te maken van de mogelijkheden voor de verduurzaming van hun woning of gebouw. Banken en makelaars kunnen bijvoorbeeld nieuwe woningeigenaren bij de overdracht of het afsluiten van een hypotheek wijzen op de kansen voor energiebesparing als ze het huis isoleren. Of een stapje verder: banken zouden in een financieel arrangement kunnen participeren waarmee hun klanten op een financieel aantrekkelijke manier aan de slag kunnen met verduurzamingsmaatregelen.

39

Aannemers en installateurs kunnen hun klanten bij verbouwing of vervanging van de cv-ketel op duurzame alternatieven wijzen. Ze zouden ook kunnen participeren in een technisch (en mogelijk ook financieel) arrangement waarmee ze kun klanten een ontzorgingspakket kunnen aanbieden.

41

7. Hoe pakken we de uitvoering aan? 7.1

Inleiding

In het vorige hoofdstuk hebben we onze ambitie, uitgangspunten en strategie uiteengezet. In dit hoofdstuk hebben we vastgelegd hoe we dat gaan doen en wie we hierbij nodig hebben. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de woningen en gebouwen de komende 30 jaar stapsgewijs, wijk voor wijk of buurt voor buurt, van het aardgas afgaan. Op dit moment vinden we het echter nog te vroeg om een dergelijke planning voor alle wijken of buurten te maken. Er zijn hiervoor nog te veel technische, organisatorische en financiële onzekerheden. Wel kunnen we aangeven op welke buurten we ons in de periode tot 2030 gaan richten en ook een grof beeld schetsen van de periode daarna.

7.2

Planning warmtetransitie

7.2.1

Periode tot 2030

De uitvoeringsstrategie voor de sporen A tot en met D is samengevat in FIGUUR 8 en vervolgens nader toegelicht. 2022

2023

Spoor A

Opstellen gemeentebreed uitvoeringsplan

Spoor B

Onderzoek draagvlak isolatie

Opstellen BUP

2025

2030 Uitvoeren

Opstellen dorpsuitvoeringsplan en uitvoeren BUP

Uitvoeren BUP en dorpsuitvoeringsplan

Spoor C

Onderzoek kansrijke gebieden en adaptief planvormingsproces

Uitvoeren onderzoek naar kansen warmtenet

Spoor D

Onderzoek kansrijkheid

Op poten zetten kenniscentrum

Figuur 8.

Uitvoeringsstrategie sporen A t/m D.

Spoor A: gemeentebrede aanpak voor stimulering inwonersinitiatief In 2022 stellen de gemeente, de woningcorporatie, de energiecoöperaties en overige relevante partijen en ondernemers gezamenlijk een gemeentebreed uitvoeringsplan met een handelingsperspectief voor woningeigenaren op en voeren dit vervolgens samen uit. Het uitvoeringsplan is deels gericht op ‘no regret’-maatregelen voor het isoleren en aardgasvrij maken van woningen en stimuleert woningeigenaren om zelf maatregelen te treffen op een voor hen passend moment. Voor een ander deel richt het uitvoeringsplan zich op het benutten van natuurlijke momenten en koppelkansen met andere opgaves (bouwsteen A3). In het uitvoeringsplan werken we in een stappenplan uit hoe we deze natuurlijke momenten en koppelkansen in beeld brengen en toetsen op kansrijkheid en hoe we de inwoners hierin betrekken.

42

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Het is belangrijk om hier ook de lokaal gevestigde particuliere bedrijvensector (banken, makelaars, installateurs en aannemers) bij te betrekken. Zij kunnen als intermediair worden ingezet om natuurlijke momenten en koppelkansen te benutten (zie ook PARAGRAAF 6.3).

Koeling en ventilatie De warmtetransitie en deze Transitievisie Warmte richten zich in de eerste plaats op de verduurzaming van de verwarming van woningen en gebouwen. De zomers worden echter steeds warmer en de behoefte aan koeling van de woningen neemt ieder jaar toe. Het gebruik van airconditioners zorgt voor een aanzienlijk hoger energieverbruik. Bij de ontwikkeling van het handelingsperspectief voor inwoners is het verstandig om dit aspect integraal mee te nemen. Daarbij kan bijvoorbeeld naar warmtetechnieken worden gezocht die de woning zowel op een duurzame manier kunnen verwarmen als koelen. De ventilatie van de panden is een ander aandachtspunt. Het isoleren van panden kan tot een slechter binnenklimaat leiden als er niet goed over de ventilatie is nagedacht. Isolatie en ventilatie gaan hand in hand bij het ontwikkelen van de technische oplossingen voor de woningverbetering.

Spoor B: intensieve aanpak meest kansrijke buurten In de periode tot 2030 richten we ons voor bouwsteen B1 op maximaal twee buurten waarin we aan de slag gaan met de isolatieaanpak. Als eerste stap onderzoeken we in de eerste helft van 2022 in welke van de buurten het meeste draagvlak onder bewoners, de woningcorporatie en andere betrokken partijen aanwezig is om met bouwsteen B1 te starten. De meest kansrijke buurten die voor dit onderzoek in aanmerking komen, zijn: De Hoef, Zanddonk, Laageinde, Bloemenoord en Vrijhoeve. Aan de hand van het onderzoek kiezen we een eerste buurt en stellen hiervoor samen met inwoners, de woningcorporatie, de energiecoöperaties en andere betrokken partijen een buurtuitvoeringsplan op in 2022. Het buurtuitvoeringsplan richt zich primair op het isoleren van de woningen en het voorbereiden op elektrisch koken, maar we maken ook een doorkijk naar de maatregelen voor het aardgasvrij maken van de woningen. Op deze manier kunnen de eigenaren van voldoende geïsoleerde woningen al stappen zetten om aardgasvrij te worden, al dan niet via een hybride (tussen)oplossing. Het geheel aardgasvrij maken van de bovengenoemde buurten voorzien we in de periode na 2030. Nadat het buurtuitvoeringsplan (of plannen) is opgesteld, start de gezamenlijke uitvoering. Doel is dat uiteindelijk minimaal 50% van de beoogde groep woningeigenaren meedoet.

Om dit doel te halen, is een persoonlijke aanpak cruciaal. Hiervoor willen we onder meer energiecoaches inzetten. Afhankelijk van de voortgang en het succes doen we hetzelfde met een andere buurt. Voor bouwsteen B2 stellen we in 2022 samen met de inwoners, de woningcorporatie, de installateurs en de netbeheerder een buurtuitvoeringsplan op voor de delen van Landgoed Driessen die in de periode 2008-2012 zijn opgeleverd. Onderdeel hiervan is een transparant overzicht van kosten, opbrengsten en financieringsmogelijkheden. In 2023 gaat het plan in uitvoering. Voor bouwsteen B3 stimuleren we de inwoners van Waspik om samen met de woningcorporatie een dorpsuitvoeringsplan te maken en dat in uitvoering te brengen. Omdat hier de uitwerking van spoor A en de bouwstenen B1 en B2 behulpzaam kunnen zijn, willen we dit traject niet eerder dan 2023 starten. De uitvoering kan dan vanaf 2025 aanvangen.

43

Spoor C: onderzoek naar kansen warmtenetten In 2022 inventariseert de beheerafdeling van de gemeente aan de hand van de ruimte in het straatprofiel en de ouderdom en vervangingsopgave van de ondergrondse infra welke gebieden technisch en financieel kansrijk zijn voor de aanleg van een warmtenet en in welke gebieden alleen tegen hoge kosten een warmtenet aangelegd kan worden. De gemeente kan dit onderzoek gebruiken om warmtekavels in het kader van de Warmtewet 2.0 aan te wijzen. Daarnaast wordt onderzocht hoe tot een adaptief planvormingsproces voor de vervanging van riolering en andere ondergrondse assets kan worden gekomen. Dit plan houdt rekening met onvoorziene toekomstige ontwikkelingen in de ondergrond, met name de mogelijke aanleg van een warmtenet. Doel hiervan is te voorkomen dat voor de aanleg van een warmtenet de bestaande ondergrondse infrastructuur moet worden verlegd. We volgen de ontwikkelingen rondom onder meer aqua-, rio- en geothermie en we verzamelen de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, worden opgedaan

Spoor D: Waalwijk kenniscentrum warmtetransitie In 2022 onderzoeken we samen met de bedrijven in de installatiebranche en eventueel branchevereniging Techniek Nederland welke stappen gezet moeten worden om Waalwijk kenniscentrum voor de warmtetransitie te maken.

7.2.2 Periode 2030-2050 Na 2030 stellen we voor alle overige buurten buurtuitvoeringsplannen op om deze waar nodig te isoleren en aardgasvrij te maken. Vermoedelijk starten we met het aardgasvrij maken in buurten waar dat technisch het makkelijkste kan en de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Dit zijn de buurten waar het overgrote deel van de woningen en gebouwen voldoende geïsoleerd is voor een aardgasvrije oplossing. Parallel hieraan zullen we doorgaan met de isolatieaanpak en deze buurt voor buurt verder uitrollen. We verwachten dat de buurten met veel slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G) als laatste aan de beurt zullen zijn. Dit zijn vooral de buurten in de historische kernen en de lintbebouwing. Hier staan veel verschillende woningtypes uit verschillende bouwperiodes en elke woning heeft maatwerk nodig. Voor de aanpak van deze woningen kan veel geleerd worden van de andere buurten, waardoor de te treffen maatregelen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Zolang er voor de betreffende buurten geen buurtuitvoeringsplannen zijn opgesteld, volgen de buurten hun natuurlijke tempo en kunnen de woning- en gebouweigenaren zelfstandig hun pand verduurzamen. In de periode na 2030 start ook de grootschalige aanpak van bedrijfsgebouwen en maatschappelijk en commercieel vastgoed. Hiervoor worden aparte trajecten opgestart.

Dat wil niet zeggen dat er tot 2030 niets gebeurt. Voor verschillende gebouwtypes zijn sectorale milieuvoorschriften van toepassing. Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen.

7.3

Uitvoeringsplannen

Het uitvoeringsplan draagt bij aan het ordenen en concretiseren van de visie op het aardgasvrij maken en/of isoleren van de wijk of buurt. Daarmee biedt het handelingsperspectief. Het uitvoeringsplan beschrijft voor één of meerdere buurten (buurtuitvoeringsplan) of de hele gemeente (gemeentebreed uitvoeringsplan) op welke manier woningen en gebouwen planmatig worden geïsoleerd en vervolgens op welk duurzaam warmtealternatief buurten of wijken overgaan, per wanneer, en welke

44

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Een uitvoeringsplan toont een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de maatregelen te realiseren. Het opstellen van een uitvoeringsplan verloopt via de onderstaande vier stappen:

Stap 1: buurtanalyse De eerste stap bestaat uit een analyse van de bestuurlijke, financiële en technische kaders en de fysieke en sociale kenmerken van de buurt. Het vormt de onderbouwing voor een bestuurlijke opdracht om een uitvoeringsplan op te stellen voor een buurt.

Stap 2: projectplan Op basis van de buurtanalyse kan een projectplan, startnotitie of principenota worden opgesteld. Hierin wordt het proces vastgelegd om tot een uitvoeringsplan te komen.

Stap 3: opstellen uitvoeringsplan Vervolgens kan het uitvoeringsplan worden opgesteld. Het opstellen van een uitvoeringsplan vraagt om keuzes langs verschillende sporen: bestuurlijk, juridisch, ruimtelijk, communicatief, technisch en financieel. Voor elk van deze sporen zijn in dit stappenplan nuttige bronnen opgenomen die meer informatie geven.

Stap 4: vaststellen De laatste stap is het vaststellen van het uitvoeringsplan als programma onder de Omgevingswet door het college van burgemeester en wethouders.

Organisatie en participatie In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenspraak met betrokken stakeholders en de inwoners. Gedurende alle fases vindt dus participatie en communicatie plaats. Verder is het van belang ook de interne organisatie goed op orde te hebben.

7.4

Wat kunnen woningeigenaren nu al doen?

Woningeigenaren kunnen nu al veel doen om hun woning te isoleren en klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Ook bestaat er al een scala aan mogelijkheden voor technische hulp (in de toekomst ook hulp van het energieloket dat nu opgericht wordt) en financiële ondersteuning, bijvoorbeeld via duurzaamheidsleningen of subsidies. Ook marktpartijen benaderen regelmatig inwoners met bijvoorbeeld installatiediensten. Toch blijft het voor woningeigenaren vaak lastig om een goed plan te maken voor de benodigde maatregelen, een goede aannemer of installateur te vinden en de financiering te regelen. In BIJLAGE 2 is een kort overzicht opgenomen van de maatregelen die inwoners nu al kunnen treffen. Voor een uitgebreid overzicht zie www.milieucentraal.nl en de website van de gemeente Waalwijk: www. waalwijk.nl/aardgasvrij.

7.5

Financiering en betaalbaarheid

Op dit moment worden subsidieregelingen en een groot aantal wetten herzien die van grote invloed zijn op de warmtetransitie (onder meer de Warmtewet, Elektriciteitswet, Wet markt en overheid, Wet toezicht financiële markten en diverse belastingwetten). Dit kan gevolgen hebben voor de rol van de gemeente in

45

de warmtetransitie en voor de betaalbaarheid van maatregelen. Voor eigenaren van woningen en gebouwen zullen er de komende jaren andere vormen van financiering beschikbaar komen. Voor woning- en gebouweigenaren bestaan er nu al verschillende mogelijkheden voor financiële ondersteuning, zowel in de vorm van subsidies als duurzaamheidsleningen. Dit zijn onder andere:

• ISDE-regeling (particuliere woningeigenaren): subsidie voor het treffen van isolatiemaatregelen of de aanschaf van installaties.

• SAH-regeling (woningcorporaties, particuliere verhuurders en institutionele beleggers): subsidie voor de aansluiting van huurwoningen op een extern warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet.

• Nationaal Warmtefonds (particuliere woningeigenaren en vve’s): dit biedt langjarige financiering tegen een aantrekkelijke rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (vve’s) voor de verduurzaming van woningen. Verder overweegt de gemeente Waalwijk om een duurzaamheidsfonds op te zetten waarmee verduurzamingsmaatregelen kunnen worden (voor)gefinancierd.

7.6

Monitoring

In het uitvoeringsplan werken we een methode uit waarmee we kunnen volgen of de warmtetransitie op schema ligt, hoeveel woningen al voldoende zijn geïsoleerd en aardgasvrij zijn gemaakt.

47

8. Uitvoeringskosten De uitvoering van de sporen A, B, C en D gaat niet zonder de inzet van capaciteit van de gemeente, de woningcorporatie, de netbeheerder en andere betrokken organisaties.

Inzet gemeente Voor de gemeente is in tabel 8-1 een globale inschatting gemaakt van de benodigde inzet en kosten indien alle sporen en bouwstenen worden uitgevoerd (bovenste rijen). Hierbij is mede gebruikgemaakt van het onderzoek uit september 2020 van de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) naar de uitvoeringskosten voor het Klimaatakkoord1. Deze inschatting is in BIJLAGE 6 nader gespecificeerd. 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Aantal fte

5-7

7,5-10

9-12

9,5-13,5

9,5-13,5

9,5-13,5

9,5-13,5

9,5-13,5

9,5-13,5

Kosten

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Tabel 1

Globale inschatting inzet en kosten gemeente voor alle sporen A, B, C en D.

De gemeente beschikt momenteel voor de uitvoering over ongeveer 2 fte, verdeeld over verschillende afdelingen. Om aan de benodigde inzet te komen, is dus uitbreiding van de bestaande formatie of inhuur vanuit een adviesbureau nodig. Voor een deel kan de gemeente hiervoor uit de bestaande middelen putten en ook worden er, in ieder geval voor 2022, extra middelen vanuit het Rijk verwacht. Vooralsnog is echter onduidelijk of de benodigde inzet hiermee ingevuld kan worden. Gelet op de urgentie vanuit het Rijk en het Klimaatakkoord verwachten we wel dat het Rijk de komende jaren meer geld voor de uitvoering beschikbaar zal stellen. Als er onvoldoende financiële middelen zijn om de uitvoeringskosten te dekken, zijn we genoodzaakt om te snijden in de activiteiten. Hoe meer er gesneden wordt, hoe groter de kans dat de gestelde ambities niet worden gehaald. Als er in de activiteiten moet worden gesneden, is de volgende prioritering van toepassing:

• Spoor A willen we te allen tijde behouden. De activiteiten in spoor A vormen de kern van de aanpak. • In spoor B laten we achtereenvolgens de volgende activiteiten vallen: » Bouwsteen B1: het opstellen van een uitvoeringsplan en de uitvoering voor wijk 2. » Bouwsteen B1: het opstellen van een uitvoeringsplan en de uitvoering voor wijk 1. » Bouwsteen B3: het opstellen van een uitvoeringsplan en de uitvoering voor Waspik. » Bouwsteen B2: het opstellen van een uitvoeringsplan en de uitvoering voor Landgoed Driessen.

• Snijden in de sporen C en D levert nagenoeg geen kostenbesparing op. Het resultaat van het achterwege laten van de genoemde activiteiten is weergegeven in tabel XXX.

1

www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2020/09/24/aef--onderzoeksrapport-uitvoeringskosten-klimaatakkoord

48

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Exclusief bouwsteen B1, buurt 2: Aantal fte

5-7

7,5-10

8-11

8-11

8-11

8-11

8-11

8-11

8-11

Kosten

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Exclusief bouwsteen B1, buurt 1 en 2: Aantal fte

4,5-5,5

6-8

6-9

6-9

6-9

6-9

6-9

6-9

6-9

Kosten

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Exclusief bouwstenen B1 (buurt 1 en 2) en B3: Aantal fte

4,5-5,5

5-6,5

5-6,5

5-6,5

5-6,5

5-6,5

5-6,5

5-6,5

5-6,5

Kosten

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Exclusief bouwstenen B1 (buurt 1 en 2), B2 en B3: Aantal fte

4-5

4,5-6

4,5-6

4,5-6

4,5-6

4,5-6

4,5-6

4,5-6

4,5-6

Kosten

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Tabel 2

Globale inschatting inzet en kosten bij het achterwege laten van activiteiten.

Inzet overige partijen De uitvoering van de warmtetransitie vraagt om extra capaciteit bij met name de woningcorporatie Casade en Enexis Netbeheer. Zij onderzoeken voor hun eigen organisatie wat de impact is.

Bijlagen

51

BIJLAGE 1 1.1

Technisch en financiële analyse

Technische analyse

Voordat een pand aardgasvrij kan worden, moet worden gezocht naar een andere manier waarmee het pand wordt verwarmd en warm water wordt verkregen. In de technische analyse is voor elke buurt in Waalwijk onderzocht welke oplossing technisch gezien het meest haalbaar is op basis van de huidige gegevens. De technische analyse bestaat uit een aantal onderdelen:

• Een karakterisering van de woningen en gebouwen. • Een nulmeting van het warmteverbruik in de huidige situatie. Deze nulmeting bevat een analyse van het huidige gasverbruik van de woningen en grootverbruikers in Waalwijk.

• Een inschatting van de mogelijke besparing die bereikt kan worden door de panden te isoleren. • Een inventarisatie van de beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen in de gemeente. • Een verdeling van de panden in clusters met een vergelijkbare warmteoplossing. • De resultaten van ieder geanalyseerd onderdeel zijn weergegeven op kaarten.

1.1.1

Karakterisering van de woningen en gebouwen

Het warmteverbruik van de panden wordt sterk bepaald door het type en de ouderdom van het pand. Om het huidige warmteverbruik te begrijpen, is daarom als eerste stap een pandenkaart (FIGUUR 9) gemaakt met daarop het bouwjaar van de bestaande panden.

Figuur 9. Pandenkaart met woningtypering (zie BIJLAGE 1.D voor meer detail).

52

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Begin 2020 stonden er in Waalwijk 21.977 woningen waarvan 6.442 sociale huurwoningen. Circa 75% van de woningen dateert van voor 1992, circa 45% van voor 1974 en circa 10% van voor 1945. Aan alle woningen is een energielabel toegekend. Dit geeft aan hoe energiezuinig een woning is. De verdeling van de energielabels in Waalwijk is samengevat in FIGUUR 10. Een voorlopig energielabel is gebaseerd op gegevens bij het Kadaster (bouwjaar, woningtype en oppervlakte) en een definitief label moet je als eigenaar zelf laten opstellen door een energieadviseur. De energielabels in de figuur bevatten zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Daarom kan het totale aantal labels hoger liggen dan bijvoorbeeld de totale woningvoorraad.

Figuur 10. Energielabels (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 30% van de woningbouw en utiliteitsbouw over een energielabel B of beter en 60% over een label C of beter. Van alle woningbouw en utiliteitsbouw heeft ongeveer een derde een definitief energielabel. Van deze woningen en utiliteitsgebouwen met een definitief label beschikt 45% over een energielabel B of beter en meer dan 70% over een energielabel C of beter.

Huidige warmteverbruik De totale warmtevraag van alle woningen in de gemeente Waalwijk bedroeg in het peiljaar 2019 916 TJ (2,54 x 108 kWh) (via de Klimaatmonitor). In de FIGUUR 11 is het huidige warmteverbruik per woning of appartement in beeld gebracht. Hiervoor zijn de gegevens van de netbeheerder op postcode-6-niveau met de data van BAG en CBS omgerekend op pandniveau; een uitgebreide toelichting is te vinden in BIJLAGE 1.A. Voor een klein percentage woningen kan deze methode tot afwijkende resultaten leiden. Het warmteverbruik is een manier om het gasverbruik uit te drukken. Het gasverbruik wordt uitgedrukt in kubieke meters (m3) en het warmteverbruik in kilowattuur (kWh) per vierkante meter (m2). Met het warmteverbruik kan makkelijker bepaald worden welk warmtealternatief in de plaats van aardgas kan komen en welk temperatuurniveau nodig is om de woning voldoende te verwarmen. Grofweg kunnen hierbij drie klassen worden onderscheiden:

• Warmteverbruik <70 kWh/m2: geschikt voor lagetemperatuurverwarming minder dan 50 °C. • Warmteverbruik 70-100 kWh/m2: geschikt voor middentemperatuurverwarming tussen 50 en 70 °C. • Warmteverbruik >100 kWh/m2: geschikt voor hogetemperatuurverwarming meer dan 70 à 80 °C.

53

Figuur 11. Huidig gasverbruik kleinverbruikers per verblijfsobject (zie BIJLAGE 1.D voor meer detail).

Het grootste deel van de verblijfsobjecten in de gemeente Waalwijk valt in de klasse groter dan 100 kWh/ m2 (alleen geschikt voor hogetemperatuurverwarming). Een kleiner deel valt in de klasse 71 - 100 kWh/ m2 (geschikt voor midden- en hogetemperatuurverwarming). Er is een duidelijke correlatie tussen het bouwjaar van een pand en het kWh/m2 -verbruik.

Grootverbruikers In BIJLAGE 1.D is een kaart toegevoegd van het huidige gasverbruik van de grootste grootverbruikers in de gemeente Waalwijk. Dit zijn grootverbruikers met een verbruik hoger dan 75.000 m3/jaar. De vier grootste verbruikers van gas per jaar zijn DSM Coating Resins B.V. (Haven I t/m VI), Maasoever Cold Sotre B.V. (Waspik-Beneden), Jonker Petfood B.V (Haven I t/m VI) en Tarkett locatie Waalwijk (Baardwijk). Het verbruik van deze grootverbruikers zit tussen 1.061.352 m3/jaar en 2.906.778 m3/jaar.

Warmteverbruik van de panden na isolerende maatregelen In de tweede stap van de analyse is onderzocht wat het warmteverbruik van de panden is nadat deze zijn geïsoleerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat panden geïsoleerd worden tot maximaal energielabel B. Energielabel A is voor een deel van de panden ook haalbaar, maar voor de meeste panden worden de kosten van de verduurzaming dan onrealistisch hoog. Daarom wordt landelijk en ook in deze studie voor Waalwijk het bereiken van energielabel B als het maximaal haalbare gezien. Voor de panden met een hoog warmteverbruik (bijvoorbeeld energielabel F) is energielabel B echter niet realistisch, omdat dit of technisch niet kan of te duur is. Voor die panden is het uitgangspunt dat geïsoleerd wordt tot label D. Voorbeelden van panden met een energielabel F zijn een historisch pand of een enkelsteens jarenvijftigwoning. Door het onderscheid van isolerende maatregelen in twee categorieën (energielabel B en D) is dus rekening gehouden met de haalbaarheid van de isolerende maatregelen.

54

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

Het resultaat is gepresenteerd op de kaart in FIGUUR 12. Na het treffen van isolerende maatregelen daalt het warmteverbruik drastisch. De meeste panden vallen dan in de klasse 71 - 100 kWh/m2 (geschikt voor middentemperatuurverwarming). Veel panden vallen zelfs in de klasse < 70 kWh/m2 (geschikt voor lagetemperatuurverwarming). Een klein deel, vaak historische panden en de woningen die in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd, vallen na isolerende maatregelen nog in de hoogste klasse.

Figuur 12. Gasverbruik kleinverbruikers ná isolerende maatregelen (zie BIJLAGE 1.D voor meer detail).

1.1.2

Inventarisatie alternatieven voor aardgas

Met het treffen van isolerende maatregelen kan het warmteverbruik flink worden verminderd. De volgende stap om de panden aardgasvrij te maken, is het zoeken naar een alternatieve energievoorziening om de panden te verwarmen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groen gas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. In deze analyse is onderzocht welke alternatieven voor aardgas in de gemeente Waalwijk beschikbaar zijn. Daarbij is gekeken wat er nu al kan en welke technieken de komende tien jaar ingezet kunnen worden. Voor ieder warmtealternatief is bepaald of deze warmte van hoge temperatuur (hoger dan 70 à 80 °C), midden temperatuur (50 tot 70 °C) of lage temperatuur (lager dan 50 °C) kan leveren. Goed geïsoleerde woningen hebben bijvoorbeeld genoeg aan warmte op lage temperatuur. Anderzijds hebben slecht geïsoleerde panden een hoge warmtevraag. Hier zijn alleen warmtealternatieven die een hoge temperatuur kunnen leveren, toepasbaar. Daarnaast is voor ieder warmtealternatief bepaald of de warmte via een collectieve voorziening, zoals een warmtenet, naar de panden moet worden gebracht, of dat ieder pand een eigen individuele voorziening kan krijgen.

Sommige warmtealternatieven zijn zowel collectief als individueel toepasbaar.

55

De alternatieve warmtebronnen in Waalwijk zijn in BIJLAGE 1.B op zogenaamde warmtekansenkaarten gezet. In de warmtekansenkaart zijn de volgende bronnen opgenomen:

• Restwarmte • Zonthermie • Aquathermie (TEO) en riothermie (TEA) • Bodemenergie (WKO), zowel voor open als gesloten systemen • Geothermie De alternatieve warmtebronnen zijn in BIJLAGE 1.B samengevat in een Exceltabel met de verwachte potentie en temperatuurniveau. In TABEL 3 is een samenvatting gegeven. Legenda Beschikbaar / technisch-economisch kansrijk Beperkt beschikbaar / technisch-economisch minder kansrijk Nauwelijks beschikbaar / niet kansrijk

Temperatuurniveau van de warmtebron

Warmtebronnen geschikt voor aansluiting op warmtenet (collectief )

Warmtebronnen zonder aansluiting op warmtenet (individueel)

Hogetemperatuurwarmte (HT)

Groen gas (in de toekomst mogelijk waterstof), biomassa (houtpellets, reststromen)

Groen gas (in de toekomst mogelijk waterstof), biomassa (houtpellets, reststromen)

Aardwarmte (geothermie) Middentemperatuurwarmte (MT)

Restwarmte van bedrijven

Zonnewarmte (met opslag)

Oppervlaktewater (aquathermie) Zonnewarmte (met opslag)

Lagetemperatuurwarmte (LT)

Tabel 3

Restwarmte van bedrijven

Zonnewarmte (met opslag)

Zonnewarmte (met opslag)

Luchtwarmte

Bodemwarmte (WKO)

Bodemwarmte (WKO)

Oppervlaktewater (aquathermie)

Oppervlaktewater (voor appartementen, kantoren)

Afvalwater (riothermie)

Afvalwater (voor blokverwarming, kantoren)

Overzicht beschikbare alternatieve warmtebronnen in Waalwijk.

Toelichting op de tabel:

• Biomassa en groen gas: onder biomassa worden snoeihout, bermmaaisel en groen afval uit de agrarische sector verstaan. Dit kan worden verstookt in een biomassaketel. Groen gas kan worden gemaakt uit bijvoorbeeld mest en kan direct als alternatief voor aardgas worden gebruikt. Biomassa en groen gas zien we alleen als geschikt alternatief als er lokale reststromen uit bosbeheer of de agrarische sector zijn en deze ook daadwerkelijk voor verwarming gebruikt kunnen worden. Het bedrijf Wabico produceert in Waalwijk groen gas. De huidige productie is gelijk aan het gasverbruik van circa 2100 woningen. Dit gas wordt het landelijk gasnet ingepompt. Het in Nederland geproduceerde groen gas zal via een verdeelsleutel onder de Nederlandse gemeenten worden verdeeld. Dit is vastgelegd in de Routekaart Groen Gas. Het is dus niet zo dat gemeenten waar groen gas wordt geproduceerd dit aan zichzelf mogen toerekenen voor het aardgasloos maken van de woningen en gebouwen. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het niet voor de hand om de warmtetransitie te beginnen met het inzetten van groen gas. Voor de periode na 2030 moet de beperkte hoeveelheid gereserveerd worden voor plaatsen waar een alternatief lastig of kostbaar is. Op lange termijn, vrijwel zeker niet voor 2030, is waterstof mogelijk een geschikt alternatief voor aardgas.

Voor de korte termijn vallen waterstoftoepassingen echter nog in de categorie niet-kansrijk. De reden hiervoor is dat er nog heel weinig groene waterstof beschikbaar is en dit vooralsnog bestemd is voor de industrie en mobiliteit.

56

Transitievisie Warmte gemeente Waalwijk

• Aardwarmte (geothermie): dit is warmte die op een grote diepte (meerdere kilometers) uit de aarde wordt gewonnen. De potentie van geothermie lijkt technisch gezien kansrijk in Waalwijk. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat de ontwikkelkosten en risico’s voor geothermieprojecten hoog zijn en het om grote collectieve projecten gaat van vaak minimaal 5.000 woningen die op een warmtenet moeten worden aangesloten. Ook is een deel van Waalwijk gelegen in een WKO-verbodsgebied ten behoeve van drinkwaterwinning. In een WKO-verbodsgebied is het niet toegestaan om te boren. De ontwikkeling van geothermie kan onderdeel zijn van een regionale warmtestrategie in Midden- en West-Brabant.

• Restwarmte: dit is warmte die overblijft bij bedrijfsmatige en industriële processen. In Waalwijk zijn enkele restwarmtebronnen aanwezig. Deze zijn veelal alleen geschikt voor gebruik in een lagetemperatuurwarmtenet, behalve het Datacenter Brabant dat zich bevindt op Haven 7 vlak boven de buurten Besoijen en Centrum in Waalwijk. Dit datacenter kan 411 TJ/jaar (1,14 x 108 kWh/jaar) (middentemperatuurwarmte) leveren. Van een aantal voedingsmiddelenbedrijven, metaalbewerkers en kunststofproducenten is nog niet bekend hoeveel restwarmte er beschikbaar is. Op grond van de omvang en het type activiteit lijken dit wel interessante bedrijven voor de levering van restwarmte. Om de werkelijke hoeveelheden beschikbare restwarmte te bepalen, is inzicht in de bedrijfsprocessen nodig. De overige bedrijven (supermarkten vooral) leveren waarschijnlijk te weinig restwarmte voor een rendabel warmtenet.

• Aquathermie: dit is warmte die uit oppervlaktewater wordt gewonnen. In de bebouwde omgeving is aquathermie economisch haalbaar vanaf circa 50 woningen of voor een groot kantoor of een bedrijfspand. Ook moet het oppervlaktewater op niet meer dan circa een kilometer afstand van de afnemers liggen: bij langer transport wordt de businesscase al snel te onrendabel. Een aquathermieproject is het meest rendabel als de warmte in lage temperatuur (maximaal 40 ⁰C) aan goed geïsoleerde panden wordt geleverd, zoals de meest recent gebouwde woningen met energielabel A of B. Met extra warmtepompen kan ook middentemperatuurwarmte (70 ⁰C) worden verkregen. Dit kunnen centrale warmtepompen zijn die een middentemperatuurwarmtenet voeden of een warmtepomp per pand wat is aangesloten op een lagetemperatuurwarmtenet. Afstemming met de waterkwaliteitsbeheerder is nodig over het temperatuurniveau van het retourwater. Aquathermie gaat vrijwel altijd samen met WKO (open bodemenergiesystemen). Door de combinatie van beide warmtealternatieven kan warmte uit oppervlakte in voorjaar, zomer en herfst in de bodem worden opgeslagen en in de wintermaanden worden benut. Een aantal buurten in Waalwijk ligt binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Daar is de ontwikkeling van WKO niet toegestaan en dit kan in deze buurten een rem op de ontwikkeling van aquathermie zetten.

Daarnaast is het provinciale beleid rondom de plaatsing van WKO-systemen momenteel in beweging en worden er mogelijk dieptebeperkingen aan WKO-installaties gesteld. Ook dit kan een rem op de ontwikkeling van aquathermie zetten. De Bergsche Maas heeft veel potentie en is geschikt voor aquathermie, maar de woonkernen liggen veelal minimaal 2 kilometer verderop. In Waspik zouden de Kerkvaart (250-1250 huishoudens) en het Zuiderafwateringskanaal (>5000 huishoudens) geschikt zijn voor aquathermie en liggen de afnemers op een afstand van minder dan een kilometer. Ook De Zandput (250-1250 huishoudens) in Waspik is een optie voor aquathermie. In Capelle zijn de Capelse haven (250-1250 huishoudens) en ook het Zuiderafwateringskanaal (>5000 huishoudens) geschikt voor aquathermie voor woonkernen in Capelle. Bij Capelle ligt recreatieplas De Spranckelaar. Deze plas heeft potentie voor aquathermie en zou 1250-2500 huishoudens van warmte kunnen voorzien. In het noorden van de kern Waalwijk ligt de Waalwijkse Haven die een potentie heeft voor aquathermie voor 250-1250 omliggende huishoudens (de buurten Besoijen en Centrum). In het zuidoosten van Waalwijk bevinden zich twee plassen; de Surfplas en de Roeivijver, waarvan beide de potentie hebben voor

57

aquathermie (beide 250-1250 huishoudens). Ten westen van de Surfplas en de Roeivijver zijn er plannen voor het ontwikkelen van een nieuwe wijk genaamd Akkerlanen. Voor deze nieuwe wijk zijn er plannen om de volledige wijk aan te sluiten op een warmtenet. Dit potentiële warmtenet zou dan gevoed worden door warmte uit de Surfplas en de Roeivijver. Volgens een onderzoek van IF Technology en AT Osborne (2021) zou de potentiële energie uit deze bronnen voldoende zijn om zowel de nieuwe wijk Akkerlanen als ook de naastliggende wijk Bloemenoord en het zwembad Olympia te voorzien in hun behoeften. Het Afwateringskanaal, gelegen in het oosten van Waalwijk, heeft de potentie om 1250-2500 huishoudens in de buurt Baardwijk en Laageinde te verwarmen door aquathermie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10897067/1