CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Statutenwijziging dd 30 mei 2024

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Mandatering c.q. machtiging college tot het voeren van overleg over begroting en jaarrekening samenwerkingsstichting Floriander6.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brugske 19 Kaatsheuvel Postbus 120 5170 AC Kaatsheuvel T [0416] 274 962 F [0416] 278 295 E info@dgfnotarissen.nl Versiedatum:

CONCEPT Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst, gelieve u tijdig voor het passeren van de akte contact op te nemen.

30 mei 2024

STATUTENWIJZIGING

zaaknummer: 432136CBE

Heden, * tweeduizend vierentwintig, verscheen voor mij, mr. Antonius Lambertus Gerrit Rochus van Grinsven, notaris gevestigd in de gemeente Loon op Zand, kantoorhoudende te Kaatsheuvel: *. De comparant verklaarde te willen overgaan tot wijziging van de statuten van de stichting STICHTING BRAVOO (BRABANTS VERENIGD OPENBAAR ONDERWIJS), statutair gevestigd te gemeente Loon op Zand, kantoorhoudende te Kaatsheuvel, Dodenauweg 2, 5171 NG, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 18072446, en als zodanig bevoegd deze stichting te dezen rechtens te vertegenwoordigen, hierna ook te noemen:”de stichting”. Daartoe verklaarde hij vooraf het navolgende. A. Het bestuur van de stichting heeft in haar vergadering van * met algemene stemmen besloten: 1.

de statuten van de stichting te wijzigen in voege als hierna vermeld;

2.

de comparant te machtigen de statutenwijziging tot stand te brengen, mede te werken aan het verlijden van de akte, deze akte te tekenen en al datgene meer te doen wat zij te dier zake nodig mochten achten.

-1-

Blijkens artikel 21 van de statuten van de stichting, zoals die tot dusver luiden, kan wijziging van de statuten slechts geschieden met goedkeuring van de Raad van Toezicht en instemming van de gemeenteraden van de gemeenten Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk. Van voormeld besluit, de goedkeuring van de Raad van Toezicht en de instemming van de voornoemde gemeenteraden blijkt uit de notulen van de bestuursvergadering, welke notulen aan deze akte gehecht zullen worden. B. De stichting Stichting BRAVOO (Brabants Verenigd Openbaar Onderwijs), voormeld, is thans een openbare stichting conform het bepaalde in artikel 48 Wet op het Primair Onderwijs en wordt na het verlijden van onderhavige akte van statutenwijziging een samenwerkingsbestuur conform het bepaalde in artikel 17 Wet op het Primair Onderwijs. STATUTENWIJZIGING Vervolgens overgaande tot wijziging van de statuten, verklaarde de comparant ter uitvoering van voormeld bestuursbesluit de statuten van de stichting hierbij te wijzigen als volgt: NAAM, VESTIGING en BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 1.

De stichting draagt de naam: *

2.

Zij is gevestigd in de gemeente Loon op Zand.

3.

Zij is opgericht voor onbepaalde tijd, doch tenminste voor een periode van vijf jaar.

4.

In deze statuten wordt verstaan onder: a.

de gemeente: de gemeenten Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

b.

het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

c.

de raden: de gemeenteraden van de gemeenten Dongen, Geertruidenberg, Loon op Zand en Waalwijk;

d.

de wet: de Wet op het Primair Onderwijs;

e.

samenwerkingsschool: een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden;

-2-

f.

College van Bestuur: het College van Bestuur van de stichting;

g.

Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van de stichting.

DOEL Artikel 2 De stichting heeft zonder winstoogmerk ten doel, het bevorderen en geven van openbaar en katholiek onderwijs in afzonderlijke door de stichting in stand te houden scholen voor respectievelijk openbaar of katholiek onderwijs of in samenwerkingsscholen. MIDDELEN Artikel 3 De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door in elk geval: a.

het oprichten, overnemen en in stand houden van scholen voor basis- en speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 2 van deze statuten;

b.

het zoeken van verbinding en samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren;

c.

het zoeken van verbinding en samenwerken met ketenpartners en andere organisaties die (ook) verantwoordelijk zijn voor casu quo zich richten op de ontwikkeling en zorg voor kinderen;

d.

het op de scholen voor katholiek onderwijs aandacht besteden aan de levensbeschouwelijke vorming van de leerlingen overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs is bepaald;

e.

het op de scholen voor openbaar onderwijs aandacht besteden aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs als bedoeld in artikel 46 van de wet;

f.

het aangeven in het schoolplan van de wijze waarop vorm en inhoud wordt gegeven aan het onderwijs en aan de identiteit van de scholen van de stichting;

g.

het benutten van alle wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn.

-3-

GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER, IDENTITEIT Artikel 4 1.

Het College van Bestuur borgt op stichtingsniveau de (invulling van de) grondslag en de identiteit van de afzonderlijke scholen. Door het College van Bestuur wordt in het strategisch beleidsplan aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de katholieke scholen respectievelijk het karakter van de openbare scholen en hoe deze worden geborgd in de (samenwerkings)school.

2.

Aan de grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de school wordt op schoolniveau vorm gegeven. In het schoolplan van de scholen wordt ruimte ingebouwd voor levensbeschouwelijke vorming en identiteitsaspecten.

3.

Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven op katholieke grondslag. De stichting wil daarbij handelen volgens de regelingen betreffende het katholiek onderwijs, die op grond van het gezamenlijk overleg in de Nederlandse Katholieke Schoolraad zijn vastgesteld alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.

4.

Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen en wordt gegeven met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

5.

Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden.

6.

De scholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen.

IDENTITEITSCOMMISSIE SAMENWERKINGSSCHOOL Artikel 5 1.

Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden.

2.

Voor een identiteitscommissie als bedoeld in lid 1 geldt het volgende: a.

De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de directeur van de samenwerkingsschool over alle

-4-

aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. b.

Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit minimaal twee leden.

c.

De leden van de identiteitscommissie worden (her)benoemd en ontslagen door het College van Bestuur.

d.

Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van maximaal vier jaren. Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd voor een termijn van maximaal vier jaren.

e.

De identiteitscommissie overlegt minimaal twee keer per schooljaar met de directeur van de school.

f.

In geval van een geschil tussen directeur en de identiteitscommissie zal het geschilpunt in eerste aanleg ten behoeve van een oplossing worden voorgelegd aan het College van Bestuur. Indien dat niet tot een oplossing leidt, zal zo mogelijk mediation of bemiddeling worden ingezet. Indien deze stappen niet tot een oplossing leiden, zal het geschil worden beslecht via arbitrage of bindend advies.

g. 3.

Elke identiteitscommissie kan een eigen intern reglement vaststellen.

In het schoolplan van de samenwerkingsschool wordt aangegeven op welke wijze door de identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit van de samenwerkingsschool.

4.

Aan leerlingen van de samenwerkingsschool wordt gelegenheid gegeven binnen de schooltijden godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.

5.

Bij benoeming en het ontslag van personeel van de samenwerkingsschool wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter.

ORGANEN VAN DE STICHTING

-5-

Artikel 6 1.

De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit.

2.

De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen een College van Bestuur en een Raad van Toezicht.

3.

De benoeming in de functies van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.

4.

Tot leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd: a.

echtgenoten/levenspartners, ouders en kinderen van zittende leden;

b.

broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van broers en zussen van zittende leden;

c.

personeelsleden van de Stichting dan wel diens echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen;

d.

leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting;

e.

leden van de medezeggenschapsraad van een school van de Stichting;

f.

personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de raden van de gemeente waar een school van de Stichting is gevestigd dan wel dat zijn geweest in de periode van vier jaar voorafgaand aan de datum van benoeming tot lid van het College van Bestuur of Raad van Toezicht;

g.

personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen;

h.

personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen casu quo onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap.

5.

Leden van het College van Bestuur mogen bij voorkeur geen kinderen hebben op een school van de Stichting. Om de onafhankelijkheid van het intern

-6-

toezicht te bevorderen, bestaat de Raad van Toezicht uit minimaal één lid dat geen kind(eren) heeft op een school/scholen van de stichting. COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 7: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1.

De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd, voor een door de Raad van Toezicht te bepalen termijn. De leden van het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd.

2.

Het College van Bestuur bestaat uit ten hoogste twee leden.

3.

De Raad van Toezicht stelt het aantal leden vast.

4.

De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming.

5.

De Raad van Toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden en beloning van de leden van het College van Bestuur vast en fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur conform artikel 11 lid 4 van deze statuten.

6.

Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht.

7.

Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde door de Raad van Toezicht worden geschorst en ontslagen conform het bepaalde in artikel 11 lid 5 van deze statuten.

8.

Bij het ontstaan van een vacature in het College van Bestuur, zal de Raad van Toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien doch in geen geval door de Raad van Toezicht dan wel leden van de Raad van Toezicht. Een niet voltallig College van Bestuur behoudt zijn bevoegdheden.

9.

Bij ontstentenis of belet van een lid van het College van Bestuur, niet zijnde het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende lid het gehele College van Bestuur waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur of van het enig (overgebleven) lid, regelt de Raad van Toezicht de waarneming van de

-7-

taken van het College van Bestuur. Deze waarneming zal in geen geval plaatsvinden door de Raad van Toezicht dan wel leden van de Raad van Toezicht. 10. Leden van het College van Bestuur mogen niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting. Artikel 8: Taak en bevoegdheid 1.

Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden onderwijsvoorzieningen. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het College van Bestuur zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie.

2.

Aan het College van Bestuur komen alle bevoegdheden ten aanzien van de stichting en de scholen toe, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van wetgeving en/of deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend.

3.

Het College van Bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks met in achtneming van lid 4 aanhef en sub h van dit artikel.

4.

Het College van Bestuur heeft voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a.

het vaststellen van het strategisch meerjarenbeleid/-plan voor de stichting en scholen (bovenschools);

b.

het vaststellen van de begroting en het jaarverslag conform de geldende wet- en regelgeving , waarin in elk geval opgenomen de jaarrekening en het bestuursverslag;

c.

het wijzigen van de statuten;

d.

het vaststellen van een code voor goed bestuur en een integriteitscode;

e.

het vaststellen en wijzigen van het bestuursreglement;

f.

het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere onderwijsgerelateerde instelling, dan wel

-8-

vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; g.

de beëindiging van de dienstbetrekking van meer dan 5% van de werknemers in reguliere dienst, tegelijkertijd of binnen een tijdbestek van een half jaar;

h.

een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling;

i.

het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt;

j.

de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen;

k.

(juridische) fusie, (af-)splitsing of ontbinding van de stichting;

l.

alle andere bij wet- of regelgeving en/of voor de stichting geldende code voor goed bestuur voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven.

5.

Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over de uitvoering van haar taken, de uitoefening van haar bevoegdheden en de resultaten van de organisatie.

6.

Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie, een en ander conform het bepaalde in artikel 13 van deze statuten.

7.

Het College van Bestuur neemt besluiten op basis van meerderheid van stemmen. Indien het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, wordt in het bestuursreglement een regeling omtrent de te houden vergaderingen opgenomen alsmede een regeling die voorziet in de situatie dat de stemmen in het College van Bestuur staken. Indien het College van Bestuur uit één persoon bestaat, kunnen besluiten ook rechtsgeldig buiten vergadering worden genomen. Alle belangrijke besluiten worden schriftelijk vastgelegd.

8.

Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft

-9-

dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de tweede volzin van lid 1 van dit artikel. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 9.

Het College van Bestuur stelt met inachtneming van de wetgeving en deze statuten een bestuursreglement vast.

10. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar tenzij het College van Bestuur anders beslist op haar moverende gronden. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a.

het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

b.

de economische of financiële belangen van de stichting;

c.

het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden.

11. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het College van Bestuur anders beslist. Artikel 9. College van Bestuur: defungeren Een bestuurder defungeert: a.

door zijn overlijden;

b.

door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;

c.

door zijn aftreden op eigen verzoek;

d.

door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht;

e.

door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;

f.

door ontslag door de rechtbank overeenkomstig wettelijke bepalingen;

g.

door zijn toetreding tot de Raad van Toezicht;

h.

door het einde van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting;

i.

door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf;

j.

wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt.

RAAD VAN TOEZICHT

-10-

Artikel 10: Samenstelling 1.

De stichting kent een Raad van Toezicht die bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven personen.

2.

Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt - met inachtneming van het in het lid 1 bepaalde - door de Raad van Toezicht vastgesteld met algemene stemmen, in een vergadering waarin alle leden aanwezig of, door middel van een ondertekende schriftelijke volmacht, vertegenwoordigd zijn.

3.

De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht.

4.

Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht wordt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor minimaal één lid.

5.

Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van de Raad van Toezicht vragen, waarbij de Raad van Toezicht in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemeen toezichthoudende kwaliteiten en spreiding, diversiteit en complementariteit van deskundigheden en achtergronden. Tevens wordt zorggedragen voor een evenwichtige spreiding naar grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de door de stichting bestuurde scholen.

6.

Het reglement van de Raad van Toezicht regelt de benoemingsprocedure voor de leden van de Raad van Toezicht.

7.

Voorwaarde voor benoeming in de Raad van Toezicht is het onderschrijven van grondslag en doelstelling van de stichting, zoals omschreven in de artikelen 2 tot en met 4 van deze statuten.

8.

Naast het bepaalde in artikel 6 lid 4 van deze statuten, zijn tot lid van de Raad van Toezicht niet benoembaar: a.

een lid van het College van Bestuur van de stichting;

b.

personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen of diensten aan de stichting, tenzij de overige leden van de Raad van Toezicht hier unaniem hun toestemming aan geven en het betreffende lid geen deel neemt aan de desbetreffende besluitvorming.

-11-

9.

Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en treden periodiek af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, ten hoogste éénmaal en voor een termijn van maximaal vier jaren. De maximale totale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht is acht jaar.

10. Ingeval van een of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures met inachtneming van het in artikel 10 lid 1 gestelde. 11. Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende deel van de Raad van Toezicht waar. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht en het niet binnen zes maanden door de Raad van Toezicht benoemen van nieuwe leden van de Raad van Toezicht, kan door het meest gerede afgetreden lid van de Raad van Toezicht, op verzoek van het College van Bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een nieuw lid van de Raad van Toezicht worden benoemd, die op zijn beurt voorziet in de benoeming van de overige leden van de Raad van Toezicht. 12. De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een twee/derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te verantwoorden en te doen verdedigen. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

Het betrokken lid van de Raad van Toezicht heeft in de desbetreffende vergadering geen stemrecht. 13. De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 14. Aan de leden van de Raad van Toezicht kan een bezoldiging en/of vergoeding worden toegekend. 15. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de

-12-

uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen/adviseurs. Artikel 11: Taken en bevoegdheden 1.

De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het College van Bestuur. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie.

2.

De Raad van Toezicht houdt deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op het beleid van het College van Bestuur, de algemene gang van zaken in de stichting en de organisatie, alsmede de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het College van Bestuur, in het bijzonder op: a.

de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting;

b.

het naleven van de wet- en regelgeving;

c.

het naleven van de voor de stichting vastgestelde code voor goed bestuur;

d.

de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen;

e.

het functioneren van het College van Bestuur;

f.

het belang van het onderwijs;

g.

en andere aangelegenheden voor zover bij wet- of regelgeving voorgeschreven.

3.

De Raad van Toezicht oefent tevens die taken en bevoegdheden uit die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend.

4.

De Raad van Toezicht fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn en komt in die hoedanigheid alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe waaronder de vaststelling van de beloning.

5.

Ter zake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag van een lid van het College van Bestuur, besluit de Raad van Toezicht met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering die daartoe met vermelding van onderwerp bijeen is geroepen.

-13-

Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De Raad van Toezicht kan leden van het College van Bestuur met inachtneming van de geldende Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor bestuurders in elk geval schorsen of ontslaan, indien: a.

er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur;

b.

er ernstige aanwijzingen zijn dat een lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn/haar taak;

c.

er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten in strijd met de wet of deze statuten;

d.

niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 13;

e.

er sprake is van maatschappelijk onbetamelijk gedrag van dien aard dat bij het aanblijven van de betrokken persoon het imago van de stichting ernstig wordt geschaad.

6.

De Raad van Toezicht benoemt conform wettelijke voorschriften een accountant die de jaarstukken controleert en hiervan aan de Raad van Toezicht verslag doet.

7.

De Raad van Toezicht stelt met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vast.

8.

De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde.

9.

De Raad van Toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag.

Artikel 12: Vergaderingen en besluiten 1.

De Raad van Toezicht vergadert ten minste drie maal per jaar en voorts zo dikwijls als een lid van de Raad van Toezicht of een lid van het College van Bestuur het nodig acht. Een en ander wordt nader vastgelegd en uitgewerkt in het reglement van de Raad van Toezicht.

2.

Behoudens in die gevallen, waar de statuten uitdrukkelijk anders bepalen, neemt de Raad van Toezicht haar besluiten met meerderheid van stemmen in een vergadering, waar tenminste de helft plus één van haar leden aanwezig is

-14-

of, door middel van een ondertekende schriftelijke volmacht, vertegenwoordigd zijn. 3.

Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt dit met medeneming van de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, schriftelijk vastgelegd.

4.

De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

5.

In het reglement als bedoeld in artikel 11 lid 7 wordt een nadere regeling opgenomen over de vergaderingen en besluitvorming van de Raad van Toezicht.

Artikel 13: Informatieverschaffing Raad van Toezicht 1.

Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over het door het College gevoerde rechtmatig bestuur en beheer, de uitvoering van haar taken en de resultaten van de organisatie.

2.

Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht (gevraagd en ongevraagd) tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a.

de begroting en het financieel jaarverslag als bedoeld in artikel 17 leden 3 en 4 van deze statuten alsmede de accountantsverklaring (jaarlijks);

b.

ten minste een keer per jaar schriftelijk, de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de kwaliteit van het onderwijs, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen;

c.

ontwikkelingen van strategisch niveau en belang en imago voor de organisatie;

d. 3.

aard en inhoud van juridische procedures.

Het College van Bestuur verstrekt voorts alle overige door de Raad van Toezicht opgevraagde informatie.

Artikel 14: Defungeren Een lid van de Raad van Toezicht defungeert:

-15-

a.

door zijn overlijden;

b.

door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;

c.

door zijn aftreden op eigen verzoek;

d.

door zijn toetreding tot het College van Bestuur;

e.

door het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de stichting;

f.

door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf;

g.

door ontslag hem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht;

h.

wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt;

i.

door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden.

VERTEGENWOORDIGING Artikel 15 1.

De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte.

2.

Het College van Bestuur kan volmacht verlenen aan personeelsleden van de stichting en derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

PERSONEELSBELEID Artikel 16 1.

Bij de benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel verzekert het College van Bestuur zich ervan, dat het personeel het doel en de grondslagen van de stichting onderschrijft en daaraan loyaal zal meewerken zoals in het schoolplan omschreven.

2.

Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbaar karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.

FINANCIEEL BELEID EN GELDMIDDELEN Artikel 17 1.

De geldmiddelen der stichting bestaan uit:

-16-

a.

het stichtingskapitaal.

b.

subsidies uit de openbare kassen.

c.

school- of cursusgelden.

d.

rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen.

e.

erfstellingen, die alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten.

f.

ouderbijdragen.

g.

andere op wettige wijze verkregen baten.

2.

Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.

3.

De goedgekeurde begroting, tot stand gekomen voor aanvang van het boekjaar en na goedkeuring van de Raad van Toezicht conform artikel 8 lid 4 sub b van deze statuten en na overleg met de raden van de gemeente waar openbaar onderwijs wordt gegeven, is maatstaf voor het doen van uitgaven. Het College van Bestuur heeft in geval van belangrijke overschrijdingen, een meldingsplicht aan de Raad van Toezicht.

4.

Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het College van Bestuur het jaarverslag vast, conform artikel 8 lid 4 sub b van deze statuten. De financiële jaarstukken over het afgelopen jaar moeten zijn opgemaakt aan de hand van de voor dat jaar goedgekeurde begroting. De vaststelling kan slechts plaatsvinden na overleg met de raden van de gemeente waar openbaar onderwijs wordt gegeven en indien bij de jaarstukken een rapport van een accountant is gevoegd. De accountant is benoemd conform artikel 11 lid 5 van deze statuten.

5.

Nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Toezicht verleent de Raad van Toezicht in een apart besluit de leden van het College van Bestuur decharge voor het door hen gevoerde beleid.

6.

Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren conform wettelijke voorschriften.

VERANTWOORDING Artikel 18 1.

Het College van Bestuur draagt zorg voor een jaarlijkse verantwoording aan

-17-

de belanghebbenden bij de betrokken scholen door middel van een daartoe opgesteld jaarverslag. In dit verslag legt de Raad van Toezicht tevens verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden zoals bij wet voorgeschreven. 2.

Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt.

STATUTENWIJZIGING Artikel 19 1.

Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht conform artikel 8 lid 4 sub c van deze statuten.

2.

Een besluit tot statutenwijziging van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is. Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot wijziging der statuten met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen.

3.

Een voorstel tot statutenwijziging van de stichting moet tenminste drie weken voor de beslissende vergadering schriftelijk ter kennis worden gebracht van alle leden van de Raad van Toezicht.

4.

Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen, indien aan het in artikel 10 lid 1 genoemde vereiste omtrent het aantal leden van de Raad van Toezicht dat tenminste zitting dient te hebben, wordt voldaan.

5.

Wijziging van de statuten die betrekking heeft op de regeling aangaande de identiteitscommissie als bedoeld in artikel 5 van deze statuten, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe

-18-

gezamenlijk besluiten. 6.

De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het College van Bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.

7.

Voor besluiten tot statutenwijziging voor wat betreft de artikelen ter zake van de naam, doelstelling, middelen ter bereiking van die doelstelling en de samenstelling van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht, fusie, (af)splitsing of ontbinding van de stichting alsmede oprichting, opheffing, overdracht of samenvoeging van (samenwerking)scholen met katholieke of interconfessionele grondslag is goedkeuring van de Nederlands Katholieke Schoolraad (NKSR) vereist.

8.

Het College van Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister.

ONTBINDING VAN DE STICHTING, FUSIE, SPLITSING Artikel 20 1.

Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht conform artikel 8 lid 4 sub k van deze statuten.

2.

Een na ontbinding overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel, zoveel mogelijk overeenkomende met dat van de stichting, aan te wijzen door het College van Bestuur. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het College van Bestuur daarvan opgave aan het Handelsregister.

3.

De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende de wettelijke termijn nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het College van Bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon.

-19-

4.

Voor een besluit tot fusie, splitsing of ontbinding, van de stichting gelden dezelfde regels van besluitvorming en goedkeuring als voorgeschreven voor een statutenwijziging, onverminderd de eisen van de wet.

VEREFFENING Artikel 21 1.

De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het College van Bestuur.

2.

De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.

3.

De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.

4.

De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het Handelsregister.

SLOTBEPALINGEN Artikel 22 1.

Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het College van Bestuur.

2.

In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het College van Bestuur.

3.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur.

4.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.

-20-

5.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar een ander gender in en omgekeerd en is genderneutraliteit beoogd.

6.

In geval van oproeping, besluitvorming en stemming of anderszins kan naast schriftelijke verwerking en verslaglegging gebruik worden gemaakt van gangbare digitale en telecommunicatiemiddelen, zulks ter bepaling van Raad van Toezicht en/of College van Bestuur.

7.

Vergaderingen op grond van deze statuten kunnen zowel fysiek als digitaal plaatsvinden, zulks ter bepaling van Raad van Toezicht en/of College van Bestuur.

OVERGANGSBEPALING Artikel 23 In afwijking van artikel 10 leden 1,2 en 8 van deze statuten bestaat de Raad van Toezicht per één januari tweeduizend vijfentwintig uit de volgende bij deze notariële akte benoemde leden: * GEREGISTREERD PARTNERSCHAP Waar in deze akte een rechtsgevolg afhankelijk is gesteld van het al dan niet gehuwd zijn of van een rechtstreeks met het huwelijk verbonden rechtsfeit, wordt met het huwelijk gelijk gesteld een geregistreerd partnerschap, tenzij in deze akte van deze gelijkstelling uitdrukkelijk is afgeweken. BEKENDHEID COMPARANT De comparant is mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparant/partijen is door mij, notaris, vastgesteld. WAARVAN AKTE OPGEMAAKT IN MINUUT is verleden te Kaatsheuvel op de datum als in het hoofd van deze akte vermeld. De inhoud van de akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Vervolgens heeft hij verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. De akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend door de comparant en mij, notaris.

-21-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14973262/1