Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Scharlo 26-28 Waspik
Tekst van het document
Gemeente Waalwijk Ruimtelijke onderbouwing Bouw woning tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik Mei 2024
1. Inleiding 1.1 Inleiding Het voornemen bestaat om op het perceel gelegen tussen de Scharlo 26 en de Scharlo 28 te Waspik een vrijstaande woning te plaatsen. Burgemeester en wethouders van gemeente Waalwijk hebben medegedeeld dat het in beginsel en onder voorwaarden bereid is om via een omgevingsvergunning medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Voorliggend document omvat de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag van deze omgevingsvergunning. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Waspik, sectie G, nummer 2589. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 323 m2. De ligging van het perceel is weergegeven op onderstaande luchtfoto.
Ligging van het plangebied/perceel ter plaatste blauwe contour
Het plangebied is een onderdeel van een bebouwingslint aan de Scharlo, gelegen ten noorden van het dorp Waspik. Het plangebied is gelegen aan de watergang de Kerkvaart, wat uitkomt op het Oude Maasje. De directe omgeving van de locatie wordt gekenmerkt door woningen die ook onderdeel uitmaken van het bebouwingslint. Verder kent de directe omgeving veel agrarische bedrijven en een lage dichtheid aan bebouwing. Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied van Waspik. Ten zuiden van de locatie bevindt zich de A59. De ligging van het plangebied in de brede omgeving is weergeven op de onderstaande afbeelding (zie rode cirkel). Langs de Scharlo staan bomen en ligt een groenstrook, die deel uitmaken van de groene hoofdstructuur van de gemeente Waalwijk. Zowel ten noorden als ten zuiden van de project locatie staan aan de Scharlo diverse woningen. Deze woningen hebben alleen relatief bescheiden bouwvolumes. De woning bestaan uit 1 bouwlaag met een kap. De woningen staan met een regelmatige verkaveling op vrij korte afstand van elkaar.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
2
Mei 2024
Ligging van het plangebied
1.3 Beoogde situatie Het plan bestaat om op het betreffende perceel een vrijstaande woning te plaatsen. Navolgende afbeeldingen tonen een situatietekening en een impressie van de beoogde woning.
Situering beoogde woning
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
3
Mei 2024
Aanzicht van de beoogde woning
De woning heeft een bescheiden omvang, zowel in oppervlakte als in hoogte. De oppervlakte van de woning bedraagt minder dan 75 m2, terwijl de goot- en nokhoogte respectievelijk 2,85 en 4,50 meter bedragen. Verder is de woning voorzien van een zadeldak. Met een dergelijk volume en bouwmassa voegt de woning zich goed in het bestaande stedenbouwkundige beeld van de Scharlo. Voorts wordt de nieuwe woning in de rooilijn van de naastgelegen woningen Scharlo 26a en 28 gesitueerd. Het perceel wordt ontsloten via de Scharlo. De zijdelingsperceelgrens bevindt zich aan beide kanten op minimaal 3 meter. Vanwege verkeersveiligheid en ten behoud van de kwaliteit van de aanwezige bomen en groenstrook wordt ten behoeve van de nieuwe woning geen in- en uitrit gemaakt. Het perceel zal voor langzaam verkeer worden ontsloten via de bestaande trap, die ligt tussen de percelen Scharlo 26a en Scharlo 28. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de woning in stedenbouwkundig opzicht passend is in de omgeving. 1.4 Geldend bestemmingsplan De locatie aan Scharlo ligt binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein’ zoals vastgesteld op 20 november 2020. Op basis van dit bestemmingsplan kent de locatie de bestemming ‘Wonen’ met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Een uitsnede van het bestemmingsplan is hieronder weergegeven. Woningen zij alleen toegestaan ter plaatste van een bouwvlak.
Het betreffende perceel bevat geen bouwvak. De bouw van een woning is dus in strijd met het vigerende bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
4
Mei 2024
Uitsnede van het bestemmingsplan. Plangebied ter plaatse van rode omkadering.
1.5 Opzet van de onderbouwing Deze onderbouwing bestaat uit 3 hoofdstukken. Na het voorliggende eerste inleidende hoofdstuk, bevat hoofdstuk 2 de beleidsmatige verantwoording van dit bestemmingsplan. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de verschillende randvoorwaarden die van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
5
Mei 2024
2. Beleidskader 2.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (vastgesteld in 2020) geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Een van de opgaven die in dit document worden benoemd is de woningbouwopgave van ongeveer 1 miljoen woningen richting 2030. Onderhavig plan is niet in strijd met Rijksbeleid. Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder is per 1 juli 2017 inhoudelijk gewijzigd. De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Volgens artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro is van een stedelijke ontwikkeling een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat de realisatie van 7 woningen niet is te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. In voorliggende situatie gaat het slechts om de realisatie van 1 vrijstaande woning binnen het bestaand stedelijk gebied. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is in dit geval geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. 2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is, ter voorbereiding op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021, de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
6
Mei 2024
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt in ieder geval 4 provinciale beleidsplannen. Dat zijn de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Dit gebeurt als gevolg van de Omgevingswet. Dat de bijbehorende thema’s en opgaven dus een plek krijgen in de Omgevingsvisie is duidelijk. Hierdoor wordt het mogelijk om integraal beleid te maken, waardoor maatschappelijke opgaven minder gehinderd worden door sectorale regels. Interim-omgevingsverordening Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een 1e stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit 6 verordeningen samen. Ten opzichte van de voorheen geldende Verordening ruimte is de interim-omgevingsverordening beleidsarm. Artikel 3.42 ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’ is van toepassing op de voorliggende ontwikkeling.
Het artikel schrijft het volgende voor: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: A. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; B. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; C. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; D. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; E. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; F. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie Het voorliggende initiatief past binnen de provinciale omgevingsverordening. Het betreft de toevoeging van een woning op een perceel binnen het bestaand stedelijk gebied. Hierbij is er sprake va zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij er een woning wordt geplaatst in een al bestaand bebouwingslint. Dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, wordt onderbouwt in de volgende paragraaf ‘gemeentelijk beleid’.
De realisatie van de vrijstaande woning is zo in overeenstemming met de Interim- omgevingsverordening. 2.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Waalwijk 2025 Op 4 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Waalwijk de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat het de ambitie van de gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt te zijn dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van Midden Brabant. Voor de linten in het plangebied zijn de hierna volgende beleidsuitgangspunten uit de structuurvisie van belang. Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
7
Mei 2024
•
• •
•
•
•
Ondergrond: zorgen voor een veilig bodem- en watersysteem en behoud van de EHS. Beschermen van waarden en ruimte reserveren o.a.: gebiedsgericht grondwaterbeheer, behoud drinkwaterwinning zuiden kern Waalwijk, behoud en versterking landschapswaarden. Netwerken: optimaliseren van bereikbaarheid over weg en water. Afstemming met het in ontwikkeling zijnde Mobiliteitsplan. Wonen: speerpunt is vraaggericht herstructureren volgens de duurzaamheidsladder en thematisering van bestaande woongebieden. Naast kleinstedelijk en dorps wonen zijn in de structuurvisie de oude bebouwingslinten specifiek benoemd voor 'gemengd wonen'. Deze beleidsnotitie vormt de uitwerking van het thema gemengd uit de structuurvisie. Werken: de basis wordt gevormd door de Nota Wensbeelden Bedrijventerreinen. Specifiek voor de linten geeft de structuurvisie als speerpunt aan dat de oude bebouwingslinten vanuit de historische gemengde functie geschikt zijn als kweekkasfunctie voor kleinschalige bedrijven (aan huis). De schaal, aard en omvang van een kleinschalig bedrijf (aan huis) dient wel steeds in de (woon)omgeving te passen. Voorzieningen: speerpunt is het voorzieningenaanbod vraaggericht versterken op basis van de duurzaamheidsladder en thematisering. Voor de linten betekent dit een passend voorzieningenniveau om aan de lokale behoefte te kunnen voldoen.
Met in ieder geval centrumontwikkeling van zowel Waalwijk, Sprang-Capelle als Waspik. De structuurvisie sluit verder aan bij de Detailhandelsvisie. Duurzaamheid: de gemeente pakt dit begrip breed op en hieronder vallen de volgende thema's: - Duurzaamheid algemeen: zorgvuldig ruimtegebruik en behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Hieronder vallen ook de principes van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' en de 'duurzaamheidsladder lokaal toepassen op voorzieningen', zie onder. - Energie: voor de linten is vooral het stimuleren van een afname in energiegebruik van belang. - Milieu: behouden en versterken van de milieukwaliteit. Waar mogelijk milieuproblemen aanpakken bij de bron. Zie volgende paragraaf. - Erfgoed: hergebruik wordt gestimuleerd door een flexibele functionele invulling van gebieden, objecten en gebouwen met voldoende behoud van de cultuurhistorische waarden. - Sociaal: geschikt wonen aanbieden voor alle levensfasen al dan niet met een zorgbehoefte en aanpassingen in de woningvoorraad als gevolg van scheiden wonen - zorg. Gezondheid van het begin af aan expliciet meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen, met name als het gaat om geluid, luchtkwaliteit en groen.
Het voorliggende initiatief voorziet een woning toe te voegen aan de woningvoorraad. Daarnaast beoogt de initiatiefnemer deze woning te plaatsen binnen een bestaand bebouwingslint onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. De geplande ontwikkeling aan de Scharlo 26-28 past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Waalwijk 2025. De gemeenteraad heeft in het uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie van de gemeente Waalwijk opgenomen dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied een bijdrage moet worden betaald aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. Deze bijdrage kan worden gedaan aan de verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap en/of cultuurhistorie alsmede aan andere kwaliteitsverbeteringen in de fysieke leefomgeving. Bovendien is geen bijdrage nodig indien het plan op zichzelf voorziet in een evenredige maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld de opheffing van een milieuhygiënisch knelpunt en/of sociale woningbouw.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
8
Mei 2024
De hoogte van deze bijdrage wordt berekend aan de hand van de stijging van de bestemmingswaarde en hangt af van de oppervlakte van het perceel waarvoor de bestemming uiteindelijk wordt gewijzigd. Twintig procent (20%) van het verschil moet worden geïnvesteerd middels een maatschappelijke en/of landschappelijke bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving. Dit kan plaatsvinden in het plan zelf of door middel van een fondsbijdrage. In de te sluiten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente zullen bij nadere afspraken worden gemaakt. Woonvisie 2020 Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Waalwijk de Woonvisie 2020 vastgesteld. De Woonvisie 2020 bevat drie hoofdthema’s met elk eigen doelstellingen. Deze hoofdthema’s zijn: a. Betaalbaarheid: Van belang is dat iedereen kan wonen in een woning die qua woningtype en prijsklasse past bij zijn/haar huishouden en inkomen. b. Wonen en zorg: Voor alle inwoners is er een geschikte woning en woonomgeving, waar zorg geleverd kan worden en waar een sterke sociale structuur is. c. Leefbaarheid en duurzaamheid: Alle inwoners wonen in aantrekkelijke en toekomstbestendige woonmilieus Er is nog steeds sprake van een woningtekort, ook binnen de gemeente Waalwijk.
Bij de invulling van het woonprogramma streeft de gemeente naar voldoende kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle bevolkingsgroepen. Er is vooral behoefte aan woningen voor starters. Om die reden wordt doorstroming gestimuleerd. Dat laatste kan door middeldure en dure woningen te bouwen. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van 1 woning binnen het bestaand dorpsgebied van Waspik. Als gevolg van de bouw van deze woningen ontstaat doorstroming in de markt waardoor mogelijk woonruimte vrijkomt voor starters op de koopmarkt, alsmede voor (jonge) gezinnen met een meer stedelijke woonwens. Als het gaat om nieuwe woningbouwontwikkelingen heeft inbreiding de voorkeur boven uitbreiding. De locatie aan de Scharlo te Waspik leent zich ertoe om te worden ‘verdicht’ met een nieuwe woning. De voorliggende ontwikkeling sluit daarom aan op de uitgangspunten van de woonvisie. Groenbeleidsvisie De groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft!’ is op 14 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en bevat een langetermijnvisie voor het groen. Het vormt de basis voor al het andere beleid en regels over het groen in de gemeente Waalwijk. In geval van nieuwbouw is het voor de woongebieden in Waalwijk van belang om het groen vroegtijdig mee te ontwerpen voor een aantrekkelijke en duurzame woonomgeving.
Dit betreft zowel de kwaliteit (type groen) als kwantiteit (oppervlakte groen): • Kwantiteit: minimaal 10% van het totale ontwerp wordt als grondgebonden openbaar groen ingericht met gebruikmaking van kwaliteitselementen en oog op de diversiteit. Daarnaast bestaat extra 5% uit een combinatie van groen met andere functies, zoals parkeren, natuurlijk spelen en wateropvang. • Kwaliteitselementen voorbeelden: parken, vogelbosjes, natuurvriendelijke oevers, bomen(lanen). De kwaliteitselementen worden ook gericht op samenhang met biodiversiteit, toekomstbestendigheid, beleving en zo mogelijk participatie. Voor de uitwerking van de kwaliteitselementen kunnen de gidssoorten als richtlijn worden gebruikt. • Groen wat binnen het totale ontwerp van een semiopenbare of particuliere ruimte wordt gerealiseerd en met een blijvende meerwaarde voor de leefomgeving, kan hiervoor worden meegerekend. • Particulier groen stimuleren. Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
9
Mei 2024
In de onderhavige situatie is sprake inbreiding door middel van een particulier initiatief op eigen terrein. Er wordt geen nieuwe openbare ruimte aangelegd. Gezien het feit dat bij deze ontwikkeling slechts 1 woning wordt ontwikkeld. Gezien deze beperkte omvang is het feitelijk niet mogelijk om wezenlijke kwaliteitsverbetering in de (openbare) ruimte te realiseren. Daarom zijn de uitgangspunten van de Groenbeleidsvisie Groen leeft! In voorliggende situatie niet relevant. Integraal Waterplan Waalwijk Het gemeentelijke beleid ten aanzien van water is vastgelegd in het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021-2024, dat de opvolger is van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020. Het IWW omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van het beleidsplan. Conform de wetgeving stelt het IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m²) berging te maken over de extra verharding. Anders dan het waterschap hanteert de gemeente derhalve geen ondergrens voor de toename van afwaterend oppervlak.
Bij alle nieuwbouw wordt alleen het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering en afgevoerd naar de RWZI. Welstand Volgens de Welstandsnota 2016 is het grootste van het grondgebied van de gemeente Waalwijk volledig welstandsvrij. Dit betekent dat binnen deze gebieden geen toetsing plaatsvindt van bouwplannen aan redelijke eisen van Welstand. De Scharlo is volgens de gemeentelijke welstandsnota aangewezen als welstandsvrij. Derhalve behoeft het beoogde bouwplan voor de realisatie van een woning op de locatie tussen Scharlo 26 en 28 niet beoordeeld te worden aan de hand van welstandseisen.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
10
Mei 2024
3. Randvoorwaarden 3.1
Geluid
Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet volgens de Wet geluidhinder (Wgh) worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies of relevante geluidsbronnen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting om akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. De planlocatie voor wat betreft wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzones van de rijksweg A59, de Scharlo (met in het noordelijke verlengde de Industrieweg) en nog net binnen de geluidzone van de Blokenweg. De planlocatie bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein of spoorlijn. In dit geval dient dus alleen voor wegverkeerslawaai getoetst te worden aan de normen uit de Wet geluidhinder. Akoestisch onderzoek Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is in verband met de beoogde woning een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de gevels van de nieuwbouwwoning. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage d.d. 31 juli 2023 met projectnummer VL.2318.R01. Dit rapport is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.
Uit de rekenresultaten van het akoestische onderzoek blijkt dat: • de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege Rijksweg A59 niet wordt overschreden. De geluidbelasting op de gevels bedraagt ten hoogste 48 dB en wordt berekend aan de westelijke voorzijde. Omdat de geluidbelasting van deze wege voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, is nader onderzoek naar maatregelen om de geluidbelasting vanwege deze wegen te verlagen, niet noodzakelijk. • de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de Scharlo wordt overschreden. De Scharlo is daarbij de maatgevende weg. De overschrijding bedraagt 7 dB op de westelijke voorgevel en 1 dB op de beide zijgevels. De geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw bedraagt ten hoogste 55 dB vanwege de Scharlo, waarmee de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is een onderzoek naar maatregelen om de geluidbelasting te verlagen noodzakelijk. • de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de Blokenweg en Dijkeindenweg niet wordt overschreden. De geluidbelasting op de gevels bedraagt ten hoogste 31 dB en wordt berekend aan de westelijke voorzijde.
Omdat de geluidbelasting van deze wege voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, is nader onderzoek naar maatregelen om de geluidbelasting vanwege deze wegen te verlagen, niet noodzakelijk Goede ruimtelijke ordening Ondanks dat op grond van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 een cumulatieberekening niet noodzakelijk is, is deze toch uitgevoerd om het akoestisch woon- en leefklimaat te beoordelen. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 47 dB op de achtergevel (oostgevel), 55 dB op de beide zijgevels (noord- en zuidgevel) en 60 dB op de westelijke voorgevel. Deze rekenresultaten wijzen uit dat het akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorgevel als “matig” dient te worden Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
11
Mei 2024
beoordeeld, bij de zijgevels als “redelijk” en bij de achtergevel van de nieuwbouw als “goed”. Gelet op de ligging van de enige maatgevende weg (Scharlo) ten opzichte van de nieuwbouw en de geluidbelasting op de achtergevel, kan worden geconcludeerd dat zowel de achtergevel als de buitenruimte aan de achterzijde van de woning als geluidluw zijn te beschouwen (geluidbelasting zonder aftrek minder dan 53 dB). Hierdoor wordt het woon- en leefklimaat vanuit akoestisch oogpunt aanvaardbaar geacht. In voorliggende situatie is dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Hogere waarden Aangezien de geluidbelasting vanwege de Scharlo de voorkeursgrenswaarde op de westelijke voorgevel overschrijdt, is naast toetsing aan de Wet geluidhinder, ook het gemeentelijk geluidbeleid van toepassing en kan uitsluitend een hogere waarde worden vastgesteld als ook voldaan wordt aan de voorwaarden uit dit gemeentelijk geluidbeleid. Uit het in vorige paragrafen beschreven maatregelenonderzoek om de geluidbelasting vanwege de Scharlo te verlagen blijkt dat maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of stuiten op overwegende bezwaren. Omdat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, is in dit geval een hogere waarde mogelijk.
Met een geluidbelasting van ten hoogste 47 dB na cumulatie van geluid op de achtergevel, is bij de woning zondermeer sprake van de aanwezigheid van minimaal één geluidluwe gevel en, gelet op de ligging van de Scharlo ten opzichte van de woning, een geluidluwe buitenruimte aan de achterzijde van de woning. Aanvullend op de aanwezigheid van geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte, voldoet voorliggende ruimtelijke ontwikkeling ook aan één van de zeven criteria die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleid, namelijk criteria 2: opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er in voorliggende planlocatie voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid en een aanvraag hogere waarde kan worden vastgesteld. De vast te stellen hogere waarde bedraagt 55 dB vanwege de Scharlo. . 3.2 Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het doel van dit hoofdstuk is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen als een project “niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM)” aan de luchtverontreiniging.
In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een project draagt niet in betekenende mate bij indien aannemelijk is gemaakt dat de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3% grens overschrijdt. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Het gaat in dit geval om de realisatie van één vrijstaande woning. Een dergelijke ontwikkeling wordt op grond van de Regeling NIBM aangemerkt als een geval dat niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
12
Mei 2024
Teneinde de luchtkwaliteit ter plaatse te bepalen is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 van respectievelijk 40, 40 en 25 μg/m3 ter plaatse van het meest nabijgelegen rekenpunt 17278006_15471847 (Industrieweg) niet (zullen) worden overschreden in 2020 en 2030. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het onderhavige project. 3.3
Externe veiligheid
Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting), het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen) en het gebruik van luchthavens. In het kader van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om te inventariseren of voor bestaande risicobronnen voldoende afstand tot (geprojecteerde) kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt aangehouden. Standaardadvies Door de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is het standaardadvies 2019 opgesteld voor de verantwoording van het groepsrisico bij ruimtelijke ontwikkelingen (d.d. 21 december 2018). Voorliggend plan voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van dit standaardadvies. Het standaardadvies is als separate bijlage bij dit memo opgenomen. Standaard verantwoording Tevens is ten behoeve van de geplande ontwikkeling gebruik gemaakt van de standaard verantwoording groepsrisico van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant d.d. juli 2019. Deze standaard verantwoording is een hulpmiddel voor het opstellen van de paragraaf “externe veiligheid” in ruimtelijke plannen, waarvan de gronden liggen binnen het invloedgebied van een risicobron.
Een risicobron is een bron waar opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, zoals een Beviinrichting, buisleiding, spoor-, water- of autoweg. De standaard verantwoording wordt toegepast voor Wro-besluiten en omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplan of beheersverordeningen. De standaard verantwoording kan gebruikt worden om te voldoen aan artikel 13 van het Bevi. Daarnaast kan deze standaard verantwoording toegepast worden als (beperkte) verantwoording op grond van artikel 7 en 8 van het Bevt en artikel 12 van het Bevb. De onderbouwing in hoeverre de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient opgenomen te worden in het ruimtelijk plan Voor de toepassingsmogelijkheden van de standaard verantwoording wordt verwezen naar het bij de standaardverantwoording horende stroomschema. In dit stroomschema wordt een relatie gelegd met de kaart ‘zone indeling standaard verantwoording groepsrisico’. Volgens de kaart ‘zone indeling standaard verantwoording groepsrisico’ ligt de betreffende locatie in de gele zone. Gele zones zijn de gebieden binnen 30 meter van een risicobron.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
13
Mei 2024
De ontwikkeling betreft de realisatie van 1 woning. De ontwikkeling heeft derhalve betrekking op een toename van minder dan 10 personen en niet op de huisvesting van niet-zelfredzame personen. In dat geval en vanwege de ligging van de locatie binnen de gele zone is volgens het genoemde stroomschema maatwerk noodzakelijk. Bevi inrichtingen De geplande woning is zoals hiervoor benoemd gelegen binnen het invloedsgebied van de volgende Bevi-inrichtingen: •
Industrieweg 1: Van Beurden Prepack b.v. Het betreft een inrichting voor het vervaardigen van diervoer en hebben een opslaggebouw voor gevaarlijke stoffen. Het invloedsgebied ligt enkele tientallen meters buiten de grens van de inrichting. Uit de QRA blijkt dat er geen sprake is van een groepsrisico. De QRA is uitgevoerd met Safeti 6.53
•
Industrieweg 3 en 5: Maasoever Coldstore b.v. Het betreft een inrichting voor het verwerken van groente- en fruit. Het invloedsgebied van de twee ammoniakkoelinstallaties is gelegen op een afstand van 260 respectievelijk 300 meter. Het groepsrisico is gelegen onder de oriënterende waarde. De werkelijke personendichtheid versus maximaal toegestane personendichtheid
•
Industrieweg 8: Perstorp Waspik b.v. Het betreft een inrichting voor het vervaardigen van diervoer en hebben een opslaggebouw voor gevaarlijke stoffen. Het invloedsgebied ligt enkele tientallen meters buiten de grens van de inrichting. Uit de QRA blijkt dat er geen sprake is van een groepsrisico. De QRA is uitgevoerd met Safeti 6.53
Als gevolg van de geplande woning zal de dichtheid van personen nauwelijks toenemen. Volgens de rapportage standaard verantwoording groepsrisico kan daarom in verband met Bevi-inrichtingen volstaan worden met de standaard verantwoording Basisnetroute De geplande woning ligt op 500 meter van de basisnetroute A59 (knooppunt Hooipolder, afrit 37 Waalwijk). De A59 heeft op deze locatie geen plasbrandaandachtsgebied. Het invloedsgebied van de weg is 880 meter op grond van vervoer van LT2 stoffen. De woning ligt binnen het invloedsgebied van de A59. Als gevolg van de geplande woning zal de dichtheid van personen nauwelijks toenemen. Krachtens artikel 8 lid 2 sub b onder 1 van het Bevt volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico (artikel 7 Bevt). Transportroute gevaarijke stoffen De woning ligt op een afstand van circa 20 meter van de Scharlo. Over de gemeentelijke weg “Scharlo” vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats en valt derhalve onder het Bevt. De gemeentelijke wegen met transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in het onderzoeksrapport transport over gemeentelijke wegen (d.d. november 2018). Uit het onderzoeksrapport kan worden opgemaakt dat het transport van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied beperkt is (maximaal 16 transporten Propaan/LPG).
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
14
Mei 2024
In het onderzoeksrapport transport over gemeentelijke wegen wordt het volgende geconcludeerd: In de gemeente Waalwijk is op geen van de gemeentelijke transportroutes sprake van een overschrijding van de normen voor het plaatsgebonden risico. Voor vrijwel alle wegen kan zonder nader onderzoek gesteld worden dat sprake is van een waarde van het groepsrisico, dat lager is dan 0,1 x OW. Dit betekent dat bij nieuwe kleinschalige ontwikkelingen nabij deze wegen geen inzicht behoeft te worden gegeven in het groepsrisico. Volstaan kan worden met een beschrijving van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Naar aanleiding van deze conclusie kan worden gesteld dat er verder geen onderzoek dient plaats te vinden. De personendichtheid nabij het plangebied is namelijk zeer beperkt. Het groepsrisico zal lager blijven dan 0,1 x OW. Hierdoor is er slechts sprake van een beperkte verantwoordingsplicht waardoor er kan worden volstaan met een Standaard verantwoording van het groepsrisico. Deze Standaard verantwoording van het groepsrisico van de gemeente Waalwijk is als bijgevoegd. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling op het perceel Scharlo 26-28..
3.4 Bodem Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. In dit kader heeft Bodeminzicht bv. een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de bodem ter plaatse van de te bouwen woning op een perceel nabij de Scharlo 26 te Waspik. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van Bodeminzicht d.d. 6 juni 2023, met nummer B3226. De rapportage is als separate bij deze toelichting gevoegd. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de bovengrond verontreinigingen met zink zijn aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Geadviseerd wordt de gehaltes ter plaatse van meetpunten 4 en 5 nader te onderzoeken. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is nader onderzoek uitgevoerd op het perceel aan de Scharlo. Het rapport d.d. 27 juli 2023 met nummer B3264 bevat de resultaten van dit onderzoek en dit rapport is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging binnen de onderzoekslocatie. Uit het onderzoek blijkt het volgende: • De verontreiniging met zink in vaste bodem is op basis van zintuiglijke waarnemingen afgeperkt.
• Uit analyses van de grondmonsters ter plaatse van meetpunt 4 blijkt sprake van gehaltes aan zink boven interventiewaarde. De bodem in het traject 0,4 m-mv tot maximaal 1,70 m-mv sterk verontreinigd met zink. De omvang van de met zink verontreinigde bodem boven interventiewaarde wordt ingeschat op 80 m³. • Uit analyses van de grondmonsters ter plaatse van meetpunt 5 blijkt sprake van gehaltes aan zink boven tussenwaarde. • De omvang van de met zink verontreinigde bodem boven tussenwaarde wordt ingeschat op 35 m³. • De verontreiniging met zink is middels zintuiglijke en analytische bevindingen voldoende afgeperkt in horizontale en verticale richting.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
15
Mei 2024
• •
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een ernstig geval van bodemverontreiniging aan zink vastgesteld. Waarschijnlijk is sprake van een historisch geval van bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt een belemmering voor de beoogde oprichting van een woning.
Op basis van het bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie aanwezig is. De sanering zal worden uitgevoerd door een erkend bedrijf voor bodemsanering. De verontreiniging moet gesaneerd worden voordat er gebouwd mag worden. Voor deze sanering zal op grond van artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving een melding bij de gemeente worden ingediend. 3.5 Water Op grond van het gemeentelijke IWW geldt een bergingseis van 60 mm (6 liter/m²). De verharding op de locatie Scharlo 26-28 in de nieuwe situatie kan als volgt worden gespecificeerd: • Hoofdgebouw: 75 m2 • Bestrating: 30 m2 Totaal 105 m2 Met een oppervlakte van 105 m2 aan verharding dient een retentievoorziening te worden gerealiseerd met een inhoud van 6.3 m3 (105 m2 x 0,06 x gevoeligheidsfactor 1). Deze benodigde retentie wordt met gerealiseerd met een wadi. De bodem ter plaatse van de beoogde woning bestaat uit klei. Daarom wordt vanuit de wadi een landbouwkundige afvoer gerealiseerd. Op deze manier kan de wadi langzaam leeg kan lopen. Deze afvoer is ten minimaal 4 cm en zal maximaal 2 liter/seconde/hectare water afvoeren. De aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel zal gerealiseerd worden met een gescheiden rioleringssysteem voor hemel- en vuilwater. Het hemelwater wordt opgevangen in de aan te leggen wadi.
Daarbij wordt een overstort vanuit de wadi over het maaiveld gerealiseerd naar het oppervlaktewater. De locatie waarop de woning is voorzien, ligt volgens de legger van Waterschap Brabantse Delta in de beschermingszone van de regionale waterkering langs de Kerkvaart. Om die reden is voor de bouw van de woning ook een Watervergunning nodig. Deze vergunning is inmiddels aangevraagd. Bij de bouw van de woning wordt zo veel als mogelijk gebruik gemaakt worden van milieuvriendelijke bouwmaterialen. Uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC, worden niet gebruikt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Verder zal aandacht zijn bij de uitvoering van het bouwplan voor de oeverbescherming aan de Kerkvaart.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
16
Mei 2024
3.6 Natuur Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient bezien te worden wat het effect daarvan is op de natuurwaarden op en in omgeving van de betreffende locatie. In dat verband dient bezien te worden of op grond van Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten worden verstoord door de voorgenomen ingreep. Tevens moet worden beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op beschermde natuurgebieden zoals Natuurnetwerk Brabant en Natura 2000-gebieden. Om te beoordelen of het voorliggende plan een negatief effect heeft op beschermde gebieden of beschermde planten en dieren, heeft Blom Ecologie een QuickScan Wet Natuurbescherming uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek d.d. 27 juli 2023 met projectnummer 2023-0809 is als separate bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Uit de quick scan blijkt dat de beoogde ruimtelijke ingreep niet leidt tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Wel wordt een aantal aanbevelingen gegeven voor te treffen werkzaamheden tijdens de werkzaamheden. Gebiedsbescherming De locatie bevindt zich niet in of nabij het Natuurnetwerk Brabant of een Natura 2000-gebied.
Gezien er sprake is van een grote afstand (1,8 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt volgens Blom Ecologie op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Om een negatief effect op Natura 2000-gebieden volledig uit te sluiten is voor zowel de realisatie- als gebruiksfase is door Architectenbureau Goedehuizen een stikstofberekening uitgevoerd middels de AERIUS calculator. Deze berekening en begeleidende memo zijn als separate bijlagen bij deze onderbouwing gevoegd. Uit de stikstofberekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de bouwwerkzaamheden en het beoogde gebruik van de woning aan de Scharlo tussen numeer 26 en 28, te Waspik niet leiden tot significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. 3.7 Archeologie en cultuurhistorie Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd.
Als gevolg van deze wetswijzigingen is de al bestaande verplichting expliciet gemaakt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het belang bij behoud van archeologische waarden. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Waalwijk is de locatie tussen Scharlo 26 en 28 aangeduid als “Categorie 2-Gebied van archeologische waarde”. De gronden die als zodanig zijn aangewezen, hebben in het bestemmingsplan “Buitengebied” de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm. De beoogde woning heeft een oppervlakte van circa 75 m2. Derhalve vindt er geen bodemingreep plaats, groter dan 100 m2. Om die reden is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
17
Mei 2024
Uitsnede archeologisch beleidskaart
3.8 Verkeer en parkeren Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de kentallen uit de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’. Hieruit volgt voor een vrijstaande woning in het segment ‘koop’ in de rest bebouwde kom van matig stedelijke gemeente Waalwijk een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,1 verkeersbewegingen. De omliggende wegen (waaronder de Scharlo) worden toereikend geacht hierin te kunnen voorzien. De ontsluiting van het perceel voor autoverkeer vindt plaats via de Scharlo. Op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Nota Parkeernormen Waalwijk 2015) moet voor een vrijstaande koopwoning binnen de bebouwde kom van Waspik 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Omdat er op eigen terrein geen ruimte is voor parkeerplaatsen, zal geparkeerd worden in de openbare ruimte van de Scharlo. Uit parkeeronderzoek blijkt dat hiervoor voldoende mogelijkheden zijn. Het aspect verkeer en parkeren vormt zo geen belemmering voor het voorliggende initiatief. 3.9
Milieuhinderlijke bedrijvigheid
Inleiding Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat milieugevoelige functies (woningen, verzorgingshuizen, campings) niet komen te liggen binnen belemmeringencirkels van nabijgelegen bedrijven. Voorkomen moet worden dat bestaande bedrijven worden belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast dient aangetoond te worden dat bestaande bedrijven geen onaanvaardbaar effect hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te ontwikkelen functie.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
18
Mei 2024
Voor wat betreft de onderbouwing van één en ander dient in eerste instantie te worden uitgegaan van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009. Deze brochure geeft minimale richtafstanden vanaf de grens van een bedrijf tot een gevoelige functie die aangehouden moeten worden. De in de genoemde brochure opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De richtafstanden kunnen met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Gezien de ligging van de locatie in de nabijheid van diverse bedrijven, kan de locatie nabij de Scharlo 26 en de omliggende omgeving worden aangemerkt als een gemengd gebied, aangezien er sprake is van functiemening. Dit betekent dat in deze situatie de richtafstanden met één afstandstap kunnen worden verlaagd. De volgende bedrijfslocaties zijn relevant te beschouwen in het kader van milieuzonering. Toetsing Bestaande bedrijventerreinen Ten zuiden van de projectlocatie, aan de Blokkenweg, bevindt zich eveneens een bedrijventerrein. Op dit terrein zijn volgens het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen” bedrijven toestaan in milieucategorie 2 tot en met 3.2. In een gemengd gebied betekent dit ten een richtafstand van 50 meter.
Met een afstand van circa 190 meter tussen de woning en dit bedrijventerrein wordt aan de richtafstand voldaan. Op de locatie Scharlo 22 te Waspik zijn volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan bedrijven behorend tot categorie tot en met categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Zo heeft het perceel de functieaanduiding ‘specifiek vorm van bedrijventerrein – milieucategorie 2 tot en met 3.2’. een gemengd gebied betekent dit ten een richtafstand van 50 meter. Met een afstand van circa 50 meter tussen de woning en de locatie Scharlo wordt aan de richtafstand voldaan Ten noorden van het plangebied is het industrieterrein Maasoever gelegen. Deze gronden hebben volgens het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen” de bestemming ‘bedrijventerrein’ en de functieaanduiding ’specifieke vorm van bedrijventerrein – milieucategorie 3 tot en met 5’. Hier zijn bedrijven behorend tot milieucategorie 3 tot en met 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. In een gemengd gebied betekent dit ten hoogste (bij een bedrijf behorend tot miliuecategorie 5.2) een richtafstand van 500 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan, aangezien de afstand tussen de beoogde woning en het bedrijventerrein circa 120 meter bedraagt. Daarom verdient één en ander nadere aandacht.
Tussen de grens van het bedrijventerrein Maasoever en de locatie van de beoogde woning zijn 8 woningen gesitueerd. Deze bestaande woningen bevinden zich op kortere afstand van het industrieterrein dan de beoogde woning op Scharlo 26-28. De bedrijven op het industrieterrein dienen in hun bedrijfsvoering reeds rekening te houden met deze bestaande woningen. Dit betekent dat bedrijven op het bedrijventerrein door de nieuw beoogde woning niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Tevens betekent ook dat daarmee op de locatie van de nieuwe woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
19
Mei 2024
Bedrijventerrein in ontwikkeling Ten westen van de locatie Scharlo 26-28 is de ontwikkeling van het bedrijventerrein “Maasoever– Scharlo” in voorbereiding. Daartoe is op 21 december 2023 het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Wat betreft milieuzonering wordt met de ontwikkeling van dit bedrijventerrein rekening gehouden met de woningen aan de Scharlo. Concreet houdt dat in dat in het ontwerpbestemmingsplan voor het bedrijventerrein is voorzien in een zone langs de woningen aan Scharlo waarbinnen bedrijven van milieucategorie 2 en 3.1 toe te laten, rekening houdend met de richtafstanden. Op deze manier wordt geborgd dat de te vestigen bedrijvigheid niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen aan het Scharlo. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat omliggende bedrijven en de toekomstige ontwikkeling van het bedrijventerrein bedrijventerrein “Maasoever–Scharlo” geen belemmeringen geven voor het voorliggend plan. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het onderhavige project. 3.10
Volksgezondheid i.r.t. geitenhouderij(en)
Inleiding Veehouderijen, en in het bijzonder geitenhouderijen in de buurt van het plangebied kunnen van invloed zijn op de volksgezondheid en daarmee op een acceptabel woon- en leefklimaat. Van het plan zelf gaan geen negatieve effecten voor de volksgezondheid uit naar de omgeving omdat het plan uitsluitend woningbouw mogelijk maakt. Uit het VGO2 rapport (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) van het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) blijkt dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Onduidelijk is waardoor dit verhoogde risico precies wordt veroorzaakt. Een toetsingskader waarmee het verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van geitenhouderij wordt bepaald ontbreekt op dit moment. Hiervoor wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten op korte termijn worden verwacht. Omdat maatregelen nog niet bekend zijn, is er nu uit voorzorg een bouwstop op de uitbreiding van geitenhouderijen. Toetsing Op de locatie Voshoornweg 5, Raamsdonk ligt de afstand van circa 2 kilometer van de project een geitenhouderij. De locatie van de beoogde woning bevindt zich derhalve op ruime afstand van een geitenhouderij. Tussen de ontwikkeling en de geitenhouderij bevinden zich een groot aantal woningen waar personen verblijven die blootstaan aan de gezondheidsrisico’s.
Conclusie Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling neemt het gezondheidsrisico, dat wordt veroorzaakt door geitenhouderijen, als gevolg van de ontwikkeling niet significant toe. Daarom wordt geconcludeerd dat geitenhouderijen geen belemmeringen vormen voor de beoogde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
20
Mei 2024
3.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Inleiding De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit milieueffectrapportage en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordeling plichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (D-lijst). In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.-plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.beoordeling.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de volgende drie hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling in relatie tot het plangebied In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) m.e.r.-beoordeling plichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft meermaals geoordeeld dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de specifieke ontwikkeling. Aspecten als de aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij leidend. Zo heeft de Afdeling bij uitspraak van 15 januari 2020 met kenmerk 201901439/1/R1 geoordeeld dat de ontwikkeling van 12 woningen niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
In voorliggende situatie betreft het de bouw van één woning. Gelet op de aard en omvang van deze ontwikkeling kan de beoogde ontwikkeling niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling kan daarom achterwege blijven.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
21
Mei 2024
4. Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid Aan de realisatie van het plan zijn voor de gemeente Waalwijk geen kosten verbonden. De ontwikkelingskosten worden geheel door de initiatiefnemer gedragen. De kosten welke door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de procedure die met de herziening van het bestemmingsplan is gemoeid, worden door middel van een exploitatie-overeenkomst bij de initiatiefnemer in rekening gebracht. Verder zal de initiatiefnemer met het gemeentebestuur een planschadeovereenkomst sluiten. Daardoor is verzekerd dat eventueel uit te betalen tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van het gemeentebestuur komen. 4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouder in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan vooroverleg te plegen met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de betrokken diensten van provincie en Rijk. Omgevingsdialoog Volgens de Handleiding Burgerparticipatie van de gemeente Waalwijk wordt de ontwikkeling van 1 woning beschouwd als een plan waarvoor beperkte participatie nodig is. Over de voorgenomen ontwikkeling heeft initiatiefnemer gesproken met de eigenaar/bewoners van de woning op Scharlo 26a en Scharlo 28. Tijdens deze gesprekken hebben deze eigenaren/bewoners aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de beoogde woning. In het kader de omgevingsdialoog zijn de eigenaar/bewoners van de woning op Scharlo 28 relevant. Dit is de woning die direct aan de bouwlocatie grenst. Aan de andere zijde van de bouwlocatie woont de initiatiefnemer zelf. Dit hebben zij schriftelijk bevestigd op Draagvlakformulieren. Deze formulieren zijn vertrouwelijk aan de gemeente gestuurd.
Ruimtelijke onderbouwing tussen Scharlo 26 en 28 te Waspik
22
Mei 2024