CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Overizcht wijzigingen APV 2023

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Algemene plaatselijke verordening 20234.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 behorende bij het raadsbesluit wijzigingen APV gemeente Waalwijk 2022

Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Deze wet heeft gevolgen voor de Algemene plaatselijke verordening (APV), omdat de APV ook regels bevat over de fysieke leefomgeving. Tot 2032 is er een overgangsfase waarin inhoudelijke aanpassingen tot stand moeten komen. Gedurende de overgangsfase (tot 2032) kunnen gemeenten regels uit de APV die gaan over de fysieke leefomgeving, overbrengen naar het omgevingsplan. Gemeenten kunnen daarbij andere keuzes maken dan nu in de APV zijn vastgelegd (bijvoorbeeld een vergunningplicht vervangen door een algemene regel). De keuze om een regel in de APV te laten staan of juist over te brengen naar het omgevingsplan heeft verschillende vooren nadelen, die goed in kaart moeten worden gebracht. Omdat daarnaast de APV meerdere domeinen bestrijkt is het (vrijwel) ondoenlijk om de gehele APV in een keer te herzien en aan te passen. Met ingang van 1 januari 2024 moet de APV al wel technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet. In verband daarmee zijn de wettelijke grondslagen en formele verwijzingen in de APV geactualiseerd, zodat vanaf 1 januari 2024 doorgewerkt kan worden met de APV.

De volgende artikelen worden technisch aangepast aan de Omgevingswet: artikelen 1:1, 1:2, 1:4, 1:5, 1:6, 2:10, 2:11, 2:12, 2:21, 2:28, 2:29, 2:39, 2:46, 2:60, 2:64, 2:71, 2:77b, 3:13, 4:6, 4:22, 4:24, 4:26, 4:27, 5:6, 5:7, 5:18 lid 2, 5:20, 5:23, 5:24, 5,25, 5:26, 5:28, 5:30, 5:32, 5:33, artikel 5:34 en artikel 6:1 lid 2. De APV-regels over geluidhinder (de artikelen 4:1 tot en met 4:3 van de APV) blijven gelden tot uiterlijk het einde van de overgangsfase. Voor handhaving van de bestaande toestand moet echter wel duidelijk worden gemaakt dat de basis van deze regels wordt gevormd door de wet- en regelgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden. Omdat de artikelen 4:1 tot en met 4.3 technisch wijzigen, is in artikel 6.6 van de APV bepaald dat deze wijziging in werking treedt op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik, waaronder laden en lossen, schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 45. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 en artikel 5:18;

c. .elektrische laadpalen voor zover deze worden geplaatst bij ten minste één parkeerplaats welke middels een verkeersbesluit is gereserveerd voor het opladen van elektrische voertuigen; dc. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Toelichting wijziging artikel 2:10 APV Vanwege de komst van de Omgevingswet vervalt lid 4 en worden de leden 5 en 6 omgenummerd en aangepast aan de Omgevingswet. Daarnaast wordt voorgesteld om vanwege deregulering het verbod uit het eerste lid niet te laten gelden voor electrische laadpalen. Op de openbare weg worden steeds meer laadpalen voor elektrische voertuigen geplaatst. Daarbij worden er middels een verkeersbesluit steeds 1 of 2 parkeerplaatsen aangewezen als ‘oplaadplaatsen voor elektrische voertuigen’ door het plaatsen van bord E4, met onderbord OB504 en een bord met de tekst “uitsluitend opladen elektrische voertuigen”. Dergelijke verkeersbesluiten worden genomen overeenkomstig de ‘Beleidsregels oplaadinfrastructuur Elektrische voertuigen Waalwijk 2023’. Tegen een verkeersbesluit kan bezwaar worden gemaakt. Daarnaast zou voor het plaatsen van de laadpaal zelf een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10 lid 3 APV nodig zijn. De commissie bezwaarschriften heeft hier al eens nadrukkelijk op gewezen.

Omdat dit, naast een verkeersbesluit, nogal dubbelop is (en je er niet voor kunt kiezen het verkeersbesluit te laten vervallen (omdat voor het plaatsen van het bord E4 simpelweg een verkeersbesluit nodig is), wordt voorgesteld om een nieuwe sub aan lid 5 (omgenummerd lid 4) toe te voegen waarvoor het verbod uit het eerste lid niet geldt: ‘elektrische laadpalen voor zover deze worden geplaatst bij ten minste één parkeerplaats welke middels een verkeersbesluit is gereserveerd voor het opladen van elektrische voertuigen’

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 3. Het college kan in het belang van de in lid 2 genoemde belangen nadere regels stellen ten aanzien van een uitweg 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een uitweg ten behoeve van een woning voor zover de uitweg voldoet aan de door het college vastgestelde nadere regels.

53. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement en/ of de Provinciale wegenverordening.

64. Het verbod in het eerste lid geldt niet als indien een uitweg reeds vóór 12 april 2005 aanwezig is. Toelichting In het kader van de wens om te dereguleren wordt voorgesteld de uitwegen bij woningen vergunningvrij te maken. De aanpassing van artikel 2.12 zorgt ervoor dat het verbod (met bijbehorende toetsingscriteria) gehandhaafd blijft, tenzij het gaat om een uitweg bij een woning en voldaan wordt aan de nadere regels. De nadere regels zijn vereenvoudigd en aangepast op de vergunningvrije situatie. Het college stelt deze vernieuwde nadere regels vast. Voorgesteld wordt om de leden 3 en 4 aan artikel 2:12 APV toe te voegen om ervoor te zorgen dat niet voor iedere uitweg bij een woning een vergunning nodig is als aan de nadere regels wordt voldaan. Vanwege de komst van de Omgevingswet worden de leden 3 en 4 omgenummerd en aangepast aan de Omgevingswet. Artikel 2:31a Drinkgerei van glas, blik en glazen flessen 1. De exploitant is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van het horecabedrijf geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten het horecabedrijf brengen. 2.

Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drinkgerei van glas en/of geopende danwel ongeopende verpakkingen van glas of blik, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3.Het bepaalde in het tweede lid geldt eveneens voor een terras dat behoort bij een horecabedrijf, alsmede glaswerk bij een buitenbar. 4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. 5. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode buiten op een terras van een horecabedrijf drank in glas te verstrekken. Toelichting Om te voorkomen dat tijdens evenementen, zoals de 80 van de Langstraat, glaswerk wordt gebruikt, is dit artikel in de APV nodig. Dit kan niet in een evenementenvergunning worden geregeld, omdat de horecabedrijven gebruik maken van hun eigen terras- en exploitatievergunning. Aangezien het tijdens evenementen erg druk kan zijn met bezoekers, is het niet wenselijk dat de horeca op dat moment in glazen schenkt. Glaswerk kan breken en op de grond terecht komen waardoor personen gewond kunnen raken, of schade kan worden veroorzaakt.

Ook kan (gebroken) glaswerk worden gebruikt als middel voor geweld. Op grond van de APV-artikelen kan er een aanwijzingsbesluit gemaakt worden dat het verbiedt om tijdens evenementen in glaswerk te schenken door de horeca buiten op het terras, en/of om meegebracht glaswerk of blik te verbieden. Ook artikel 2:34 van de APV wordt hierdoor technisch aangepast. Artikel 2:37 Nachtregister Vervallen

De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden. Toelichting Dit is ook al geregeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht en in artikel 13 van de Verordening verblijfsbelasting 2023. Er bestaat ook geen andere reden om dit artikel in de APV te houden. In het kader van deregulering kan dit artikel komen te vervallen.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van de volgende andere voor een ieder toegankelijke plaatsen: - parkeerplaatsen, die niet zijn aan te merken als openbare plaatsen als bedoeld in de Wet Openbare Manifestaties. Toelichting De gemeente Waalwijk maakt gebruik van cameratoezicht. Dat doen we op een zorgvuldige wijze in het belang van de openbare orde en met oog voor privacy. In het coalitieakkoord en het focusblad 2023 behorende bij het vastgestelde integraal veiligheidsbeleid is opgenomen dat we mobiel cameratoezicht toepassen op plekken waar veel overlast of verkeersovertredingen plaatsvinden en binnen de geldende juridische kaders. Om dit mogelijk te maken zal de gemeenteraad het kader daarvoor moeten scheppen en is aanpassing van artikel 2:77 lid 1 nodig. Ook wordt voorgesteld om artikel 2:77 lid 2 toe te voegen. Op grond van artikel 151c van de Gemeentewet kan de raad aan de burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen tot het uitvoeren van cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde.

De raad kan daarbij bepalen tot welke openbare plaatsen de bevoegdheid zich uitstrekt. De raad heeft op grond van artikel 151c, eerste lid, van de Gemeentewet de bevoegdheid om ook andere plaatsen, die zonder enige vorm van beperking publiek toegankelijk zijn, aan te wijzen als openbare plaats en zo onder de reikwijdte van de wet te brengen. Het gaat dan om plaatsen, zoals parkeerterreinen, die vanwege het doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit de Wet Openbare Manifestaties vallen. De wetgever heeft hiermee beoogd dat gemeenten snel kunnen inspelen op gebleken lokale behoeften.

Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtig opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de stamomtrek van minimaal 145 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Inbegrepen zijn de kroon, stam en de wortels van de boom. b. houtopstand: één of meer bomen. mogelijk onderdeel uitmakend van een boomzone of boomstructuur. c. bomencompensatieplicht: herplantplicht en/of financiële compensatieplicht. boomzone: begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen. d. herplantplicht: verplichting van de vergunninghouder om een nieuwe boom of nieuwe bomen op eigen grond te planten. boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt.

e. financiële compensatieplicht: verplichting van de vergunninghouder om geld te betalen aan de gemeente waarmee de gemeente zelf een nieuwe boom of nieuwe bomen gaat planten.bomencatalogus: een door het college vast te stellen catalogus van bomen op particulieren gronden, die op basis van een inventarisatie en beschrijving als waardevol of monumentaal worden beoordeeld; f. vervallen fg. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand.; gh. knotten/kandelaren/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde of gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud.; hi. project: een openbare (gemeentelijke) of particuliere activiteit of werkzaamheid die de fysieke leefomgeving ter plaatse van (een) houtopstand(en) wijzigt, en van invloed is op de houtopstand(en). Als voorbeelden kunnen worden genoemd het bouwen, of realiseren van gebouwen, of bouwwerken, de realisatie of constructie van wegen, parken, of watergangen etc. ij. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand.; jk.

vellen: onder vellen wordt verstaan het rooien, het kappen, het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel (kandelaren), of het voorbereiden van een verplanting met inbegrip van verplanten, of het voor de eerste maal knotten/ kandelaren/ kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. k dode boom: een boom die verkeert in een onomkeerbare toestand zonder stofwisseling of andere actieve levensfuncties. Het vaststellen van de dood van de boom moet gebeuren door een boomdeskundige. Onder boomdeskundige wordt in dit geval verstaan: persoon in het bezit van een European Tree Worker (ETW) certificaat of een boomveiligheidscontroleur (BVC) certificaat. Toelichting Een aantal begrippen zijn in het verleden al komen te vervallen en een aantal begrippen die inhoudelijk niet in de APV voorkomen zijn nu weggehaald. De begrippen bomencompensatieplicht, herplantplicht en compensatieplicht bestaan in de praktijk al en ze worden al als voorschrift opgenomen in vergunningen. Daarom zijn deze begrippen toegevoegd als begripsomschrijvingen. Voor de leesbaarheid is de opsomming aangepast: plekken van vervallen begripsbepalingen zijn ingenomen door nieuwe begripsbepalingen. Het begrip boom is aangepast en verduidelijkt.

Voorheen werd hier de stamdikte aangehouden vanaf welke bomen vergunningplichtig zijn, te weten 15 cm. Nu wordt een kleinere dikte aangehouden, omdat dan ook niet-vergunningplichtige bomen vallen onder de artikelen 4.19 en 4.20 van deze APV. Als we de definitie aan zouden houden zoals die was, dan is het toegestaan om ziektes te verspreiden via bomen met een stam dunner dan 15 cm en mogen publieke bomen dunner dan 15 cm beschadigd worden en dat is niet wenselijk. De dikte die is aangehouden voor de definitie boom, is de minimale plantmaat die de gemeente Waalwijk hanteert voor de aanplant van bomen (stamomtrek van minimaal 14 centimeter op 1 meter hoogte boven het maaiveld) en sluit aan bij de maat die in het Handboek Bomen, waar ongeveer driekwart van de Nederlandse gemeenten mee werkt, wordt gebruikt voor de definitie van boom. In art. 4.11 is vervolgens aangegeven vanaf welke stamdikte bomen vergunningplichtig zijn, dat is hetzelfde gehouden als in eerdere versies van de APV. Het begrip ‘dode boom’ is toegevoegd vanwege de in artikel 4.11 lid 3c toegevoegde uitzondering op het verbod om bomen zonder vergunning te kappen. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

1a. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter ( = 47,12 cm stamomtrek) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld,te vellen of te doen vellen die staatn op een perceel percelen grond datdie in eigendom is zijn van de gemeente Waalwijk te vellen, of te doen vellen, 1b. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter (=47,12 cm stamomtrek) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, op particuliere grond, alssmede die iszijn aangeduid in een nader door het college genomen te nemen aanwijzingsbesluit te vellen of te doen vellen. 1c. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand, die is geplant in het kader van een bomencompensatieplicht, te vellen of te doen vellen. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als de waarde van de houtopstand hoger is dan, of gelijk is aan de verwijderingsbelangen (overlast) van de houtopstand als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels. Als sprake is van een project dan kan in afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 de vergunning worden geweigerd indien de waarde van de houtopstand 35 punten of meer is als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels. 3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een houtopstand: die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag. a. bomen die vanwege een wettelijke plicht moeten worden geveld; b. bomen waarvoor de rijksregels over vellen en herbeplanten gelden; c. dode bomen; d. het periodiek knotten, kandelaren of kandelaberen, met uitzondering van de eerste keer, als periodiek noodzakelijk onderhoud. Toelichting Omdat de definitie van boom is aangepast, is in dit artikel aangegeven vanaf welke stamdikte bomen vergunningplichtig zijn. Daarbij wordt in lid 1b verwezen naar een aanwijzingsbesluit dat reeds is genomen door het college (te weten op 29 januari 2019) dus van een ‘nader te nemen aanwijzingsbesluit’ is geen sprake meer. De tekst is daarop aangepast. Toegevoegd aan de kapvergunningplicht zijn bomen die vanuit een bomencompensatieplicht zijn geplant. Nieuwe bomen die worden aangeplant, zowel vanuit de bomencompensatieplicht als om andere redenen, zijn doorgaans minder dik dan de stamdikte van 15 cm vanaf welke bomen vergunningplichtig zijn. Dat komt doordat dikke bomen zeer beperkt verkrijgbaar zijn bij boomkwekerijen, ze hoge aanschaf- en nazorgkosten met zich meebrengen en daarnaast is het risico dat de boom niet aanslaat na aanplant relatief hoog.

De bomen die vanuit de bomencompensatieplicht worden aangeplant zouden, zonder de toevoeging van lid 1c, zonder vergunning geveld mogen worden. We vinden het voldoen aan de bomencompensatieplicht belangrijk, daarom nemen we dat op als voorschrift in vergunningen. Daardoor hebben die bomen extra waarde en verdienen ze in overeenkomstig daarmee bescherming in de vorm van een vergunningplicht.

Lid 3a is aangepast omdat de Plantenziektewet is vervallen. Op dit moment geldt de Plantgezondheidswet (van kracht sinds 1 maart 2021). Om te voorkomen dat bij tussentijdse wetswijzigingen de APV niet meer actueel is, is een meer algemene beschrijving in de vorm van een ‘wettelijke plicht’ opgenomen in plaats van de benoeming van een specifieke wet. Toegevoegd als uitzonderingen op het verbod om bomen zonder vergunning te kappen zijn dode bomen (lid 3c). Dode bomen vormen, afhankelijk van de situatie en de locatie waar ze staan, een gevaar voor de veiligheid van de omgeving en daarom is het wenselijk dat ze snel geveld kunnen worden indien dat nodig is. Lid 3b is toegevoegd ter verduidelijking. Bomen buiten de bebouwde vallen binnen de regels vanuit de Omgevingswet (de rijksregels) voor vellen en herbeplanten en niet binnen de APV. Er zijn uitzonderingen op de rijksregels, bijvoorbeeld populieren of wilgen van wegbeplantingen, houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are of houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen. Omdat de APV zowel binnen als buiten de bebouwde kom van kracht is, vallen de bomen die een uitzondering vormen op de rijksregels voor vellen en herbeplanten, automatisch onder de regels van de APV. Lid 3d betreft een verduidelijking, in lijn met de begripsbepalingen van knotten/kandelaren/kandelaberen en vellen.

Als een boom voor de eerste keer wordt geknot, gekandelaard of gekandelaberd, wordt meer dan 20% van de kroon gesnoeid en dat valt onder de begripsbepaling vellen waarvoor een vergunning nodig is.

Artikel 4:16 Bijzondere vergunningsvoorschriften 1.Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de boom op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. 2.Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan, middels een bomencompensatieplicht, het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de boom/bomen mag worden overgegaan indien is voldaan aan de financiële compensatieplicht als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels. Toelichting De huidige lijn is, dat in kapvergunningen een herplantplicht wordt opgenomen. Dat gebeurt nu ongeveer 8 jaar. In 2023 is gestart met een financiële compensatieplicht in situaties waar herplant niet of onvoldoende mogelijk is binnen een project. Lid 2 is opgenomen in de APV ter bekrachtiging daarvan. Met het geld dat de gemeente via de financiële compensatieplicht ontvangt, plant de gemeente zelf extra bomen aan ter compensatie van de gevelde bomen die niet zijn gecompenseerd door de vergunninghouder. De concrete uitwerking van de financiële compensatieplicht vindt plaats in gemeentelijke beleidsregels.

Artikel 4:19 Bestrijding van boomziekten 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

a. de boom te vellen, of te behandelen volgens de door het college gegeven aanwijzingen.. b. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het bomen of delen daarvan betreffen een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kunnen kan verspreiden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid van dit artikel gestelde verbod. 4. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. Toelichting Lid 1a is uitgebreid omdat een aantal boomziektes ook op andere manieren dan door vellen behandeld kunnen worden. De toevoeging ‘of delen daarvan’ in lid 2 betreft een verduidelijking en dit lid is tekstueel in lijn gebracht met de inleidende tekst van artikel 1, waar wordt ingegaan op bomen i.p.v. boomsoorten.

Artikel 4:20 Bescherming publieke bomen 1. Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn bomen, heesters, bloemen of grasperken in een park, bos, plantsoen, groenstrook of op andere dergelijke plaatsen die staan op percelen grond die in eigendom zijn van de gemeente Waalwijk: a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken; b. te snoeien daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken. 2. Het is verboden om één of meer voorwerpen, of (vloeibare) stoffen op of in of aan een publieke boom bomen die staan op percelen grond die in eigendom zijn van de gemeente Waalwijk aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens ontheffing van het college. Toelichting Deze afdeling van de APV gaat alleen over houtopstanden en niet over andere vormen van groen, daarom zijn de andere vormen van groen weggehaald uit lid 1a. Voor het beschadigen van eigendommen geldt aansprakelijkheid. Dat geldt ook voor alle vormen van groen en het weglaten van een aantal specifieke vormen van groen uit dit lid verandert daar niets aan, het verbod om te beschadigen blijft van kracht. Toegevoegd aan lid 1 is het eigendom omdat dit artikel alleen betrekking heeft op gemeentelijke bomen. De aanpassing van lid 1b is alleen tekstueel, de inhoud is hetzelfde gebleven.

Lid 2 is meer uitvoerig beschreven ter verduidelijking en is tekstueel in lijn gebracht met de andere artikelen voor wat betreft het eigendom.

Artikel 5:11 Parkeren anders dan op de rijbaan Vervallen

1. Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Toelichting De VNG stelt voor dit verbod te laten vallen omdat dit artikel in strijd is met hogere wetgeving en dus onverbindend is. De wetgever heeft parkeren in de berm namelijk uitdrukkelijk willen toestaan. Het verbod om te parkeren anders dan op de rijbaan (‘bermparkeren’) moet daarom vervallen. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen. Bermparkeren kan alleen worden voorkomen door fysieke maatregelen te nemen, waardoor niet in de berm geparkeerd kan worden. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a.

een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Het college kan gebieden aanwijzen waar incidentele en ideële standplaatsen niet zijn toegestaan. 5.Geen vergunning is vereist voor een incidentele en/of ideële standplaats, als: a. de standplaats geen bakwagen betreft; b. de standplaats niet los aansluit op een evenement; c. de standplaats niet vaker dan 5 keer per jaar gedurende 1 dag wordt ingenomen; d. de standplaats niet op een door het college aangewezen gebied als bedoeld in lid 4 wordt ingenomen; e. de activiteiten van de standplaats, inclusief inrichten en opruimen van de standplaats, plaats vinden tussen 8.00 uur en 22.00 uur; f. de standplaats geen onevenredige geurhinder of geluidhinder veroorzaakt; g. de standplaats niet wordt ingenomen wordt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; op een stoep moet minimaal 1,50 meter vrij zijn; h. de fysieke middelen die gebruikt worden voor de standplaats een oppervlakte van niet meer dan 12 m2 hebben. 6. Geen vergunning is vereist voor een incidentele standplaats voor een bakwagen, als: a. wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in lid 5 onder b tot en met h;

b. de standplaats op een afstand van meer dan 25 meter van nabije panden/ woningen komt te staan; c. geen open vuur wordt gebruikt; d. de aanvrager ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het innemen van de standplaats schriftelijk de melding heeft gedaan aan het college. 7. Het college kan een standplaats als bedoeld in het 5 e en 6e lid verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 8. In aanvulling op artikel 1:5 kan het college op verzoek besluiten dat de vergunning bedoeld in artikel 5:18 lid 1 overdraagbaar is. Toelichting: Vorig jaar is artikel 5:18 van de APV grondig verandert vanwege de ontwikkeling van een nieuw standplaatsenbeleid en vanwege deregulering van de standplaatsenvergunningen. De overdraagbaarheid van standplaatsvergunningen is op dat moment per ongeluk niet in de APV geregeld. Daarom wordt voorgesteld om lid 8 aan artikel 5:18 toe te voegen. De situaties waarin de vergunning overdraagbaar is, zijn in de vastgestelde beleidsregels standplaatsen Waalwijk 2023 uitgewerkt in paragraaf 3.8. Hieronder volgt paragraaf 3.8 van het beleid. 3.8 Vergunning overdragen De vergunninghouder is verplicht om daadwerkelijk gebruik te maken van de vergunning door het persoonlijk innemen van de standplaats. De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar.

Tegelijk willen wij wel de bestaande gebruiken rondom overdracht bij standplaatsvergunningen respecteren. Achter standplaatsen zitten soms familiebedrijven die al verschillende generaties van ouder op kind zijn overgedragen. Daarnaast is in de ambulante handel vaak sprake van opvolging in een vennootschap. Deze praktijk willen wij onder de nieuwe regels in beperkte mate mogelijk maken. Overdracht van de vergunning kan alleen op schriftelijk verzoek. De duur waarvoor de vergunning is uitgegeven blijft hierbij hetzelfde (deze wordt dus niet langer na de overdracht). 3.8.1 Opvolging De vergunninghouder kan de standplaatsvergunning overdragen aan naaste familie of een partner die drie jaar of langer in dezelfde onderneming heeft gewerkt. Dat kan alleen als de vergunninghouder zelf drie jaar of langer de standplaats heeft geëxploiteerd. 3.8.2 Overlijden standplaatshouder Bij overlijden van de vergunninghouder schrijven we op verzoek de vergunning over. Overschrijving kan op de overblijvende echtgenoot, geregistreerde partner of één van de meewerkende kinderen. Hiervoor dienen de nabestaanden binnen twaalf weken na het overlijden een schriftelijk verzoek in bij het college. 3.8.3 Verkoop e.d.

van verkoopinrichting Wanneer de standplaatshouder zijn verkoopwagen of kraam verkoopt, verhuurt of in gebruik geeft, gaat de standplaatsvergunning niet automatisch over naar de koper, huurder of gebruiker. De nieuwe eigenaar moet een nieuwe vergunning aanvragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13491275/2