CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 MIP Onderwijshuisvesting WW 2022-2025

Raadsvergadering (B) 16 december 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Meerjaren Investeringsprogramma Onderwijshuisvesting 2022-20258.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK

2022-2025 Waalwijk, september 2021

Document: Meerjaren Investeringsprogramma Onderwijshuisvesting Waalwijk Omschrijving: Met het MIP worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente Waalwijk, samen met de schoolbesturen die actief zijn in de gemeente, investeert in de huisvesting van het basis- en speciaal basisonderwijs. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar wettelijk zorgplicht voor onderwijshuisvesting wenst in te vullen. Goedgekeurd door: de gemeenteraad

d.d. ..................................... 2021

InProcesdocument: Z 2021-048659 Vertrouwelijkheidsclassificatie: Openbaar

DATUM

Pagina 2

VERSIE

AUTEUR

OMSCHRIJVING VAN DE AANPASSING

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING 1.1 Doelstelling 1.2 Aanpak 1.3 Afbakening

2. HET ONDERWIJS IN WAALWIJK 2.1 Basisonderwijs 2.2 Speciaal basisonderwijs

3. BELEIDSKADERS EN BELEIDSAMBITIES 3.1 Juridisch kader: wet- en regelgeving 3.1.1 Zorgplicht 3.1.2 Verordening 3.1.3 Eigendom 3.1.4 Ontwikkelingen 3.2 Beleidsambities 3.2.1

Beleidsambitie 1: Duurzame en gezonde schoolgebouwen 3.2.1 a Investeren in duurzaamheid 3.2.1b Investeren in gezonde scholen

3.2.2

Beleidsambitie 2: Samenwerking onderwijs en kinderopvang (Kindcentrum)

4. ANALYSE ONDERWIJSHUISVESTING 4.1 Leerlingenprognose 4.2 Capaciteitsanalyse 4.3 Huisvestingsanalyse per cluster

5. HUISVESTINGSAGENDA 2021 – 2024 6. FINANCIEEL KADER 6.1 Investeringen 2021-2024 6.2 Jaarlijks huisvestingsprogramma 6.3 Dynamisch plan

7. BIJLAGEN 7.1 Overzicht leerlingenprognose basisonderwijs

Pagina 3

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

1. INLEIDING Onderwijs is de sleutel voor de ontwikkeling van een kind én van de samenleving. Een kind dat goed onderwijs krijgt, krijgt kansen voor de toekomst. Onderwijshuisvesting is een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs. Om optimaal invulling te geven aan deze randvoorwaarde wordt voor het primair onderwijs in Waalwijk eenmaal in de vier jaar een Meerjaren Investeringsprogramma Onderwijshuisvesting (MIP) opgesteld. Het MIP bestaat uit een strategisch deel, met daarin de kaders en uitgangspunten voor de onderwijshuisvesting en een operationeel deel waarin de knelpunten en oplossingen worden uitgewerkt. Het MIP is in samenwerking met de schoolbesturen tot stand gekomen. Deze samenwerking is noodzakelijk; de taken en rollen van gemeente en schoolbesturen ten aanzien van de onderwijshuisvesting zijn immers nauw met elkaar verweven. De instandhouding van de schoolgebouwen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en de gemeente. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van de gebouwen. Daarvoor ontvangen zij rechtstreeks van het ministerie van OCW bekostiging. De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, herstel constructiefouten en schades en het bewegingsonderwijs.

In het kader van lokaal maatwerk komt in bepaalde situaties ook renovatie van een schoolgebouw voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. Schoolbesturen kunnen jaarlijks een aanvraag voor een door de gemeente te bekostigen voorziening indienen bij de gemeente. Het college geeft een inhoudelijk oordeel over deze aanvragen en de gemeenteraad bepaalt het budget dat jaarlijks aan onderwijshuisvesting wordt uitgegeven. 1.1. Doelstelling Met het MIP worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente Waalwijk, samen met de schoolbesturen die actief zijn in de gemeente, investeert in de huisvesting van het basis- en speciaal basisonderwijs. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar wettelijk zorgplicht voor onderwijshuisvesting wenst in te vullen. Het MIP is het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2022-2025. Het MIP: -

biedt gemeente en schoolbesturen een meerjarenperspectief, waarop het eigen (investerings-)beleid kan worden afgestemd. leidt tot een betere beheersbaarheid van de investeringen en voorkomt ad hoc beslissingen. helpt de gemeente en het onderwijs daarmee met het effectief inzetten van haar middelen voor onderwijs en stimuleert samenwerking tussen de betrokken partners. wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

1.2. Aanpak Zoals omschreven in de inleiding, is het MIP in samenwerking met de schoolbesturen ontwikkeld. Ieder schoolbestuur heeft constructief geparticipeerd in het MIP-traject. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: -

-

Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is met de schoolbesturen zowel afzonderlijk als gezamenlijk (op overeenstemming gericht overleg [OOGO]) gesproken over de toekomst van de onderwijshuisvesting. Stap 2: het gebouwenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Waalwijk is in beeld gebracht. In opdracht van gemeente en betrokken schoolbesturen is voor de schoolgebouwen van OBS De Hoef en RKBS De Veste door HEVO onderzoek gedaan naar de toekomst van deze schoolgebouwen. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn vastgelegd in rapportages. Stap 3: op basis van de beleidsambities en de beoordeling van het gebouwenbestand (capaciteit en kwaliteit) is een vierjarige huisvestingsagenda geformuleerd met daarin de uitvoeringsopgaven voor de komende vier jaren (2022-2025). Stap 4: de huisvestingsagenda is financieel vertaald.

Pagina 4

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Huisvesting is een belangrijke voorwaarde voor goed onderwijs!

Pagina 5

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

1.3. Afbakening Het MIP heeft alleen betrekking op het primair onderwijs van de gemeente Waalwijk. Ten aanzien van de zorgplicht voor het voorgezet onderwijs zijn in 2005 met de schoolbesturen doordecentralisatieovereenkomsten gesloten op basis waarvan zij onder voorwaarden met een eigen verantwoordelijkheid de huisvestingszaken behartigen.

2. HET ONDERWIJS VAN WAALWIJK Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod van de gemeente Waalwijk, waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijshuisvesting. 2.1. Basisonderwijs Het scholenlandschap van de gemeente Waalwijk voor het basisonderwijs is divers. Er zijn verschillen in denominatie, onderwijsconcept en omvang. Er zijn 5 schoolbesturen voor primair onderwijs in de gemeente Waalwijk gevestigd. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 18 basisscholen en 1 school voor speciaal basisonderwijs. Ze verzorgen het basisonderwijs voor 3708 leerlingen (teldatum 1 oktober 2020). Schoolbestuur

Denominatie

Stichting Leerrijk! Stichting Bravoo Willem van Oranje Scholengroep Vereniging voor Hervormd Christelijk Schoolonderwijs Vereniging voor Protestants-Christelijk Basisonderwijs te Sprang-Capelle en Kaatsheuvel

Scholen Leerlingen Leerlingen

Rooms-Katholiek Openbaar Protestant Christelijk Protestant-Christelijk

8 5* 3 1

1-10-2020 1641 1069 610 106

Protestant-Christelijk

1

282

% 2020 44% 29% 16% 3% 8%

* waarvan 1 school (OBS Hugo) formeel een dislocatie is van OBS De Hoef

2.2 Speciaal basisonderwijs Voor kinderen die zich op de gewone basisschool niet optimaal ontwikkelen is er het speciaal basisonderwijs (SBO). SBO-scholen hebben dezelfde kerndoelen als gewone basisscholen, maar de leerlingen krijgen meer tijd om die te halen. Het SBO is een combinatie van regulier basisonderwijs aangevuld met specifieke leer-, gedrags- en opvoedingsexpertise. De groepen in het SBO zijn kleiner en er zijn meer deskundigen. Waalwijk heeft één SBO-school. Deze school valt onder het bestuur van Stichting Leerrijk! Schoolbestuur Stichting Leerrijk!

Pagina 6

Denominatie Rooms-Katholiek

Schoolnaam

Leerlingen

SBO Het Zilverlicht

1-10-2020 155

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

3. BELEIDSKADERS EN BELEIDSAMBITIES 3.1 Juridisch kader: wet- en regelgeving 3.1.1 Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting een zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor o.a. het primair onderwijs. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Hoewel renovatie (nog) niet wettelijk is geregeld, kunnen schoolbesturen in Waalwijk voor de bekostiging hiervan, reeds nu (onder voorwaarden) al een beroep doen op de gemeente. 3.1.2 Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149) en de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling op te stellen. De verordening is de basis voor onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken.

De raad van de gemeente Waalwijk heeft op 6 juni 2019 de “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waalwijk 2019” vastgesteld. De huisvestingsverordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Als lokaal maatwerk is de verordening de bekostiging van renovatie van schoolgebouwen opgenomen. De VNG heeft in november 2020 een aangepaste modelverordening gepubliceerd. De aanpassingen, die o.a. betrekking hebben op de afschaffing van de gewichtenregeling in het basisonderwijs, dienen nog te worden opgenomen in de Waalwijkse verordening. 3.1.3 Eigendom De eigendom van de schoolgebouwen is wettelijk geregeld. Uitgangspunt is dat het schoolbestuur juridisch eigenaar is van het schoolgebouw en de gemeente het economisch claimrecht heeft. Onder juridisch eigendom moet worden verstaan het eigenaar zijn van terrein en opstallen zoals beschreven in het Kadaster. Onder economisch claimrecht moet worden verstaan het van rechtswege vervallen van het juridisch eigendom aan de gemeente indien het gebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt. Achterliggende gedachte van deze constructie is dat de gemeente de realisering van de schoolgebouwen financiert.

Het economisch claimrecht van de gemeente beperkt het juridisch eigendom van het schoolbestuur in die zin dat het schoolbestuur een schoolgebouw niet mag vervreemden of, zonder toestemming van de gemeente, het gebouw mag bezwaren met een zakelijk recht. De onderwijswetgeving gaat er vanuit dat de (toekomstige) juridisch eigenaar van het schoolgebouw ook optreedt als bouwheer/opdrachtgever. Daarvan kan, op verzoek van het schoolbestuur, worden afgeweken. In sommige gevallen wordt er voor gekozen de gemeente bouwheer/opdrachtgever te laten zijn. Na oplevering van het gebouw wordt de eigendom dan aan het schoolbestuur overgedragen. Voor het instandhouden van het schoolgebouw en de zorg voor de veiligheid van de leerlingen, leerkrachten en ouders is de juridisch eigenaar verantwoordelijk. Deze verantwoordelijkheid staat los van de vraag wie verantwoordelijk is voor het bekostigen van een voorziening. Voor de bekostiging van het noodzakelijke onderhoud aan de gebouwen ontvangt het schoolbestuur een rijksvergoeding. 3.1.4 Ontwikkelingen - Rapport Algemene rekenkamer: Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs, de praktijk gecheckt In het door de Algemene Rekenkamer (ARK) in februari 2016 uitgebrachte rapport “Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs, de praktijk gecheckt” wordt geconstateerd dat de kwaliteit van de onderwijshuisvesting vaak tekort schiet.

De gescheiden geldstromen via gemeenten en Rijk zorgen voor het ontbreken van de juiste prikkel voor adequate huisvesting: gemeenten zijn verantwoordelijk voor de nieuwbouw, scholen voor het onderhoud. Daarnaast is de financiering voor nieuwbouw en exploitatie te krap, stelt de ARK. Het geld dat scholen via de lumpsum ontvangen neemt af vanwege de leerlingendaling, maar de huisvestingslasten nemen uiteraard niet evenredig af. Bovendien stellen passend onderwijs en IKC-ontwikkeling andere eisen aan schoolgebouwen waar in de financiering onvoldoende rekening mee wordt gehouden. Een ander kritiekpunt van het rapport op het huidige stelsel is dat het zich focust op de korte termijnresultaten (jaarcyclus) in plaats van een meerjarenperspectief. De ARK doet de aanbeveling om de gemeentelijke integrale huisvestingsplannen zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de vierjarige raadsperiode van gemeenten. Pagina 7

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting een zorgplicht.

Pagina 8

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

- Voorstel VNG, PO-raad en VO-raad Naar aanleiding van het advies van de ARK heeft “de commissie Nijpels” (een bestuurlijke commissie van de PO-Raad, VO-raad en VNG) een voorstel ontwikkeld dat in december 2016 bij de staatssecretaris van OCW is ingediend. Het voorstel beschrijft een aantal maatregelen die de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen voor (de kwaliteit van) onderwijshuisvesting moet borgen. Samengevat geeft het huisvestingsvoorstel het volgende weer: Uit het huisvestingsvoorstel VNG, PO-raad en VO-raad: -

Gemeenten en schoolbesturen stellen gezamenlijk een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) op, waarover Op Overeenstemming Gericht Overleg gevoerd wordt en dat in de plaats treedt van de bestaande jaarcyclus. Daarmee krijgt het IHP een wettelijke status. Renovatie wordt als voorziening in de wet opgenomen. Schoolbesturen stellen verplicht een meerjarenonderhoudsplan op, waarin onderhoudswerkzaamheden en te besteden middelen zijn aangegeven. Het investeringsverbod als beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs wordt aangepast en versoepeld.

Dit voorstel op hoofdlijnen is nader geconcretiseerd in het rapport “Concretisering Huisvestingsvoorstel PO-raad, VO-raad en VNG” d.d. 13 april 2018. Vraag van de brancheorganisaties aan de minister van OCW is om de in dit rapport uitgewerkte voorstellen te verankeren in de wet. De voorgestelde wetswijzigingen in het kort: Uit het voorstel PO-raad, VO-raad en VNG over wijziging WPO, WEC en WVO: 1.

2.

3.

De huidige jaarcyclus waarin gemeenten en schoolbesturen overeenkomen welke gebouwen moeten worden vervangen of gerenoveerd, maakt plaats voor een Integraal Huisvestingsplan met een looptijd van minimaal zestien jaar. Voor de gebouwen die de eerstkomende vier jaar op de rol staan, vormt dit plan meteen de beschikking. Door deze wijziging weten scholen en gemeente beter waar ze aan toe zijn. Renovatie van het gebouw is méér dan gewoon onderhoud. Wanneer dit de levensduur van het gebouw verlengt, valt het onder de reguliere huisvestingsvoorziening, en wordt daarmee een taak van de gemeente. Om te komen tot een eenduidig en bij het meerjarenprogramma passend perspectief en kwaliteitsniveau, is een afwegingskader nodig ter begeleiding van de keuze tussen de voorzieningen nieuwbouw of renovatie. Door het afwegingskader deel uit te laten maken van de verordening, wordt voor gemeente en schoolbesturen duidelijkheid gecreëerd over de vraag wanneer renovatie wordt toegepast en wanneer wordt overgegaan tot vervangende nieuwbouw. Schoolbesturen mogen ook zelf investeren in het gebouw en profiteren van financieel voordeel. Dit prikkelt hen om slim met geld om te gaan en bevordert duurzaamheid.

Op dit moment is het schoolbesturen wettelijk niet toegestaan om te investeren in gebouwen, al maakte de vorige staatssecretaris een uitzondering op investeringen die zichzelf binnen ‘redelijke tijd’ terugverdienden.

- Wijziging wetgeving Door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt op basis van bovenstaand voorstel van VNG, PO-raad en VO-raad een wijziging van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra én de Wet op het voortgezet onderwijs voorbereid. Naar verwachting treden de wetswijzigingen in 2023 in werking. - Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen een groot aantal organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. In het Klimaatakkoord hebben 12 sectoren (Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies, Politie, PO en VO, MBO, HBO en WO, zorg- en sportvastgoed en monumenten) afgesproken ieder een Sectorale Routekaart op te stellen waarin duidelijk wordt op welke wijze het vastgoed in die sector CO2-arm en aardgasvrij wordt gemaakt richting 2050. Het streefdoel conform het Klimaatakkoord is 49% CO2-reductie in 2030 en het einddoel 95% CO2-reductie in 2050. Voor de huisvesting van scholen in het PO en VO hebben PO- en VO-raad in samenspraak met de VNG de Routekaart PO/VO opgesteld. De routekaart stelt o.a.:

Pagina 9

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Uit de routekaart PO/VO: Een duurzaam schoolgebouw is een schoolgebouw dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee duurzaam in meerdere opzichten dan alleen CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De sectoren in het funderend onderwijs hebben te kampen met achterstand op het gebied van de kwaliteit van de huisvesting. Verduurzaming en kwaliteitsverbetering moeten daar in combinatie een antwoord op geven. Door het combineren van deze doelen wordt voorkomen dat processen niet op elkaar worden aangesloten en daarmee uiteindelijk minder doelmatig wordt omgesprongen met middelen voor onderwijshuisvesting. Met de ambitie om onderwijshuisvesting op dat integrale gewenste kwaliteitsniveau te brengen zijn aanvullende middelen nodig. De investeringsbehoefte voor een synchrone aanpak van verduurzaming en minimumkwaliteit bedraagt € 21 miljard (aanvullende investering voor integrale verduurzaming van gebouwen die voor 2050 nog niet aan vervanging toe zijn € 9,6 miljard + kosten voor kwaliteitsverbetering € 11,4 miljard).

De VNG heeft het Rijk steun gevraagd voor de kwaliteit en duurzaamheid van de scholen. Een extra investering van het Rijk is nodig. - Passend onderwijs Op 1 augustus 2014 is Passend Onderwijs ingevoerd. Het doel van Passend Onderwijs is om voor leerlingen met een extra zorgbehoefte een “passende” plek te vinden binnen het onderwijs. De samenwerking tussen BO, SBO en SO is intensiever geworden. Scholen maken gebruik van elkaars faciliteiten. Dit vraagt ruimtelijke en organisatorische flexibiliteit van scholen. Passend onderwijs heeft gevolgen voor de onderwijshuisvesting. De scholen zullen in hun gebouwen voorzieningen moeten treffen om kinderen met lichamelijke problemen en gedragsproblemen onderwijs te kunnen bieden. Concreet zullen maatregelen bijvoorbeeld bestaan uit het rolstoeltoegankelijk maken van gebouwen, het aanpassen van toiletten, het plaatsen van een lift, het treffen van voorzieningen voor de zorg (ambulante begeleiding, logopedie, fysiotherapie) en/of het splitsen van groepen. Sinds 2015 zijn scholen volledig verantwoordelijk voor de aanpassing van de bestaande schoolgebouwen. Nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen biedt de mogelijkheid tot het realiseren van passende huisvesting voor passend onderwijs.

De minister voor Basis- en Voortgezet onderwijs en Media heeft met het oog op het einde van de vijfjarige beleidsperiode Passend Onderwijs de Onderwijsraad om advies gevraagd. In het in juni 2020 door de Onderwijsraad gepubliceerde advies “Steeds inclusiever” gaat de raad na hoe het onderwijs inclusiever kan worden voor leerlingen en studenten met een beperking. Inclusiever onderwijs betekent allereerst dat leerlingen met een beperking de benodigde ondersteuning en toerusting krijgen om naar school te kunnen. En in de tweede en derde plaats dat hun school dicht bij huis is en dat ze samen met leerlingen zonder een beperking onderwijs volgen. De combinatie van deze drie – ondersteuning en toerusting, thuisnabij onderwijs en gezamenlijk onderwijs – vormt de stip aan de horizon waar naartoe wordt gewerkt. Één van de aanbevelingen van de Onderwijsraad is om onderwijssoorten dichter bij elkaar te brengen, waardoor mengvormen van speciaal en regulier onderwijs gaan ontstaan en schoolsoorten waar mogelijk ook op één locatie komen. - Kwaliteitskader Los van het beleid van de overheden zijn er ook initiatieven vanuit het onderwijsveld. In mei 2021 is het nieuwe ‘Kwaliteitskader huisvesting primair onderwijs’ verschenen. Dit Kwaliteitskader vervangt het reeds in 2014 opgestelde en 2016 geactualiseerde Kwaliteitskader.

Het Kwaliteitskader is het product van een samenwerking van de VNG, PO-raad, Ruimte OK en een aantal schoolbesturen. In het Kwaliteitskader staan functionele eisen, duurzaamheidseisen en eisen met betrekking tot energie en het binnenklimaat beschreven. Schoolbesturen en gemeenten kunnen aan de hand van dit instrument keuzes en afspraken maken over de gewenste kwaliteit van het gebouw en inzicht krijgen in het bijbehorende financiële plaatje. - IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs In april 2021 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media het rapport over het interdepartementale beleidsonderzoek Een vak apart. Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingstelsel aangeboden aan de Tweede Kamer. In het rapport worden de volgende conclusies getrokken: -

Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs, inclusief onderwijs en het ondersteunen van verschillende onderwijsconcepten;

Pagina 10

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

-

De kwaliteit van de schoolgebouwen blijft achter bij maatschappelijke verwachtingen en voldoet op plekken niet aan de wettelijke eisen; In het huidige tempo worden de doelen met betrekking tot klimaat niet gehaald; Het idee achter de decentralisatie van onderwijshuisvesting is nog steeds logisch, maar bijsturing van het stelsel is nodig;

Op vijf centrale knelpunten in het stelsel (knelpunten die in de weg staan aan een soepel samenspel tussen Rijk, gemeenten en schoolbesturen) is bijstelling nodig: 1. 2. 3. 4. 5.

Het huidig stelsel stimuleert een total-cost-of-ownership-benadering onvoldoende Geen eenduidige integrale eisen waar onderwijshuisvesting aan moet voldoen; De beleidscyclus is niet gesloten: rijksambities, monitoring en toezicht zijn onvoldoende ingeregeld; Gebrek aan goede koppeling tussen eisen, (bouw)kosten en beschikbare budgetten; Gebrek aan expertise met betrekking tot ontwikkeling, realisatie en beheer van onderwijshuisvesting bij schoolbesturen en gemeenten.

Voor de, ter oplossing van de knelpunten, te nemen maatregelen stelt de interdepartementale werkgroep vier beleidspakketten voor: -

Basis op orde: optimalisatie van het huidige stelsel; Aanpak verouderde voorraad: stappenplan voor financiële impuls; Budgetten stroomlijnen: oormerken en eenduidige verantwoordelijkheden en Centrale bouwcatalogus: verstevigen kwaliteitsborging en versnellen bouw.

Het kabinetsstandpunt over het onderzoek wordt door het nieuwe kabinet opgesteld. 3.2 .1 Beleidsambities MIP 2022-2026 3.2.1: Duurzame en gezonde schoolgebouwen 3.2.1a Investeren in duurzaamheid De gemeente Waalwijk wil zich duurzaam ontwikkelen en overgaan naar een energieneutraal, CO2-arm en klimaatbestendig Waalwijk in 2043. Bij de realisatie van onderwijshuisvesting dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met duurzaamheidseisen. Een duurzaam schoolgebouw heeft ook een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Daarnaast leren leerlingen het belang van duurzaamheid. Vanaf 1 januari 2021 geldt dat aanvragen voor de omgevingsvergunning voor scholenbouw moeten voldoen aan BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele gebouwgebonden energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Deze eisen gelden bij nieuwbouw van scholen. Uitgangspunten MIP 2022-2025: -

De gemeente is, in het verlengde van de nieuwe regelgeving, verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG, maar is, hoewel daartoe niet verplicht, bereid om de bekostiging voor nieuwbouw te baseren op ENG (Energie Neutraal Gebouw), onder voorwaarde dat het schoolbestuur 50% mee-investeert in de aanvullende kosten van ENG.

-

Bij renovatie van een bestaand schoolgebouw is verduurzaming / het voldoen aan de vigerende eisen van het Bouwbesluit het uitgangspunt mét de ambitie om op een later moment te komen tot een energieneutraal gebouw, waarbij aardgas vervangen wordt door een alternatieve warmtebron.

3.2.1b Investeren in gezonde scholen Een “moderne, frisse school” is een schoolgebouw met een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Voor ieder thema zijn in het Programma van Eisen Frisse Scholen drie ambitieniveaus vastgesteld: klasse C (voldoende), klasse B (goed) en klasse A (uitstekend). Het huidige Bouwbesluit gaat bij nieuwbouw van scholen voor de thema’s temperatuur, licht en geluid uit van klasse C en voor de thema’s energie en lucht uit van klasse B. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voorhet realiseren van een goed binnenklimaat bij renovatie en nieuwbouw van scholen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de bestaande scholen en daarmee ook voor de handhaving van een goed binnenklimaat. Pagina 11

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Actueel is de aandacht voor ventilatie op scholen. Om de algehele gezondheid van het onderwijspersoneel en leerlingen op scholen te waarborgen, is goede ventilatie noodzakelijk. Het RIVM adviseert om voor de ventilatie van scholen uit te gaan van de reeds van toepassing zijnde eisen: Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen. De minister heeft het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) gevraagd om voor 1 oktober 2020 inzichtelijk te maken of schoolgebouwen in het funderend onderwijs aan de minimumeisen voor luchtverversing voldoen. Het LCVS heeft vervolgens de schoolbesturen benaderd met het verzoek om onderzoek te doen naar de ventilatie van de schoolgebouwen (voldoet deze aan de eisen?) en om over de resultaten van deze onderzoeken nadere informatie aan te leveren. Op 1 oktober 2020 heeft het LCVS “Eindrapportage, Beeld van ventilatie op scholen in het funderend onderwijs” uitgebracht. De inventarisatie geeft een globaal beeld van de ventilatie in de schoolgebouwen. Het gaat om een momentopname in de maand september 2020, met een indicatieve meetmethode. Daarbij voldeed 38% van de schoolgebouwen op moment van meten aan de normen. 11% van de gebouwen kwam boven de normen uit. Voor de overige 51% zou de meting later plaatsvinden of kon niet gemeten worden. Om een scherper beeld te krijgen is aanvullend onderzoek nodig, aldus het LCVS.

Naar aanleiding van het eindrapport stelt het Rijk € 360 miljoen ter beschikking. Met deze Rijksbijdrage (Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen) moet een investering van € 1,2 miljard in verbetering van ventilatie op scholen gaan plaatsvinden. Met het bedrag dat de minister nu als cofinanciering ter beschikking stelt kunnen stappen worden gezet in het verbeteren van de ventilatie in schoolgebouwen. Uit de Rijksbijdrage van € 360 miljoen kan 30% van de kosten gefinancierd worden. De overige 70% financiering moet komen van de eigenaren van de schoolgebouwen, in de meeste gevallen de schoolbesturen. Gezien de beperkte middelen van de schoolbesturen zal het nog een flinke opgave zijn om de overige 70% financiering te vinden. De Waalwijkse schoolbesturen hebben tot op heden geen gebruik gemaakt van de SUVIS-regeling. Uitgangspunten MIP 2022-2025: -

-

Gezonde scholen zijn een voorwaarde voor goed onderwijs. Om dit te waarborgen, wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2-concentratie en temperatuur van belang zijn. De ambitie is om bij alle scholen, waar mogelijk, minimaal te voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B, zowel bij nieuw te realiseren scholen als bij de scholen die in stand gehouden worden. Bij door de gemeente te bekostigen nieuwbouw en bij door de gemeente (gedeeltelijk) te bekostigen renovatie wordt voldoende gemeentelijk budget beschikbaar gesteld voor het realiseren van het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het binnenklimaat in de bestaande schoolgebouwen. Op grond van de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen kan voor de verbetering van het binnenklimaat/het optimaliseren van de ventilatie subsidie bij het Rijk worden aangevraagd. De gemeente stelt hiervoor vooralsnog geen financiële middelen beschikbaar.

3.3.2 Beleidsambitie 2: Samenwerking onderwijs en kinderopvang (Kindcentrum) De gemeente erkent het belang en de meerwaarde van een duurzame samenwerking tussen kinderopvang en het basisonderwijs voor een doorgaande leer- en ontwikkellijn van het kind. Het gezamenlijk gehuisvest zijn in één gebouw kan deze samenwerking optimaliseren. Het voornemen is dan ook om in het nieuw op te stellen MIP 2022-2025 de gemeentelijke bereidheid op te nemen om bij vervangende nieuwbouw te investeren in extra m² voor de kinderopvang (en dus de in eerdere MIP’s opgenomen beperking van één kindcentrum per wijk los te laten). Uiteraard onder nader te formuleren voorwaarden, zoals de bereidheid van de kinderopvangorganisatie om een langjarige huurovereenkomst aan te gaan. Uitgangspunten MIP 2022-2025: -

Het belang en de meerwaarde van een duurzame samenwerking tussen kinderopvang en het basisonderwijs voor een doorgaande leer- en ontwikkellijn van het kind wordt erkend. Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners gehuisvest zijn in één gebouw maar dit is niet per se nodig; Bij nieuwbouw van een school is de gemeente bereid om te investeren in extra m² voor een kindvoorziening, wanneer de kosten voor de niet-onderwijscapaciteit (kapitaallasten/exploitatielasten) met huuropbrengsten worden gecompenseerd. De kinderopvangorganisatie moet in dit geval bereid zijn om een langjarige huurovereenkomst aan te gaan. Partners in het kindcentrum maken (multi)functioneel gebruik van elkaars ruimten.

Pagina 12

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

In mei 2021 is het nieuwe ‘Kwaliteitskader huisvesting primair onderwijs’ verschenen. Pagina 13

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

4. ANALYSE ONDERWIJSHUISVESTING: De gemiddelde leeftijd van de ruim 9.000 schoolgebouwen in Nederland ligt boven de 40 jaar. In 2016 heeft de Algemene Rekenkamer geconcludeerd dat schoolgebouwen in Nederland gemiddeld pas na 69 jaar vervangen worden. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen in Waalwijk (de gebouwen die in het kader van het MIP 2015-2020 op korte termijn worden vervangen buiten beschouwing latend) bedraagt circa 28 jaar. Van de 6 gebouwen die ouder zijn dan 40 jaar zijn 4 gebouwen in de afgelopen jaren grondig gerenoveerd. 4.1. Leerlingenprognose Pronexus heeft in opdracht van de gemeente in 2021 een leerlingenprognose opgesteld voor het basisonderwijs. De leerlingenprognose geeft een indicatie van de leerlingenontwikkeling in Waalwijk. De doelgroep voor het basisonderwijs laat een stijging zien met in 2041 ongeveer 700 kinderen meer dan in 2020. Deze stijging is het effect van de verwachte woningbouw, die flink hoger is dan in de vorige prognose én het hoger aantal geboorten de afgelopen periode. 4.2 Capaciteitsanalyse In het MIP zal, mede met het oog op de toekomstige leerlingengroei, ook de capaciteit van de schoolgebouwen worden geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een ruimtetekort of overschot per gebouw inzichtelijk.

De ruimtebehoefte van een school wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waalwijk 2019). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het beschikbare aantal vierkante meters: het bruto vloeroppervlak (bvo). Voor de in uitvoering zijnde nieuwbouwprojecten (RKBS Meerdijk, RKBS Vrijhoeve en PC Koningsschool wordt uitgegaan van de op de leerlingenprognose gebaseerde omvang van de nieuwe schoolgebouwen. In onderstaande tabellen worden (eerst per afzonderlijk schoolbestuur, vervolgens per cluster) de (genormeerde) ruimtebehoefte en ruimtecapaciteit naast elkaar gezet. Een capaciteitsanalyse is van belang omdat ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de schoolbesturen met ingang van het schooljaar 2019-2020 afspraken hebben gemaakt over het reguleren van de leerlingenstromen. Deze afspraken vloeiden voort uit de gezamenlijke ambitie om de leegstand in de schoolgebouwen op te lossen. In verband hiermee hebben de schoolbesturen met elkaar een maximum capaciteit (uitgedrukt in leerlingenaantallen) vastgelegd per school. De maximumomvang wordt bepaald door de ruimtecapaciteit van het schoolgebouw.

Daar waar aanmeldingen de maximumcapaciteit van het schoolgebouw overschrijden, treedt regulering in werking. De schoolbesturen bepalen ter zake gezamenlijk de koers. Onderstaand overzicht vraagt om nuance. Het kan namelijk zijn dat leegstaande m² in medegebruik zijn gegeven of zijn verhuurd. BASISONDERWIJS Waalwijk Schoolbestuur

Leerrijk!

School

Totale capaciteit in m²

Ruimtebehoefte in 2021 in m²

Ruimtebehoefte in 2025 in m²

Ruimtebehoefte

De Veste

1615 m²

1437 m²

1543 m²

1709 m²

De Vrijhoeve

1206 m²*

562 m²

834 m²

1110 m²

Pater van der Geld

1792 m²

1649 m²

1668 m²

1769 m²

Meerdijk

1206 m²*

1201 m²

1196 m²

1226 m²

Pieter Wijten

954 m²

728 m²

738 m²

818 m²

Besoyen

2212 m²

1844 m²

1905 m²

2171 m²

Teresiaschool

1267 m²**

1306 m²

1427 m²

1759 m²

Baardwijk

2080 m²

1125 m²

1165 m²

1302 m²

12332 m²

9852 m²

10.476

11.864

840 m²

607 m²

592 m²

623 m²

Totaal

Bravoo Pagina 14

OBS van der Heijden

in 2036 in m²

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

OBS De Hoef

1835 m²

1805 m²

1734 m²

1950 m²

OBS Hugo

533 m²

592 m²

612 m²

682 m²

OBS Villa Vlinderhof

2721 m²

2856 m²

2559 m²

2745 m²

OBS De Krullevaar

937 m²

517 m²

527 m²

577 m²

6866 m²

6377 m²

6024 m²

6577 m²

De Bron

1084 m²

502 m²

492 m²

547 m²

Koningsschool

1458 m²***

1151 m²

1357 m²

1553 m²

Juliana van Stolberg

2128 m²

2016 m²

2051 m²

2252 m²

4670 m²

3669 m²

3900 m²

4353 m²

1686 m²

1618 m²

1659 m²

1789 m²

630 m²

733 m²

743 m²

798 m²

Totaal

WvO Scholengroep

Totaal

Vereniging voor PC Basisonderwijs te Sprang-Capelle en Kaatsheuvel

De Rank

Vereniging voor De Brug Hervormd Christelijk Onderwijs *bvo voor nieuw gebouw voor 200 leerlingen **in 2020 inpandig uitgebreid met 175 m² ***bvo voor nieuw gebouw voor 250 leerlingen

4.3 Huisvestingsanalyse per cluster HUISVESTINGSANALYSE CLUSTER WASPIK Schoolbestuur

School

Bouwjaar

BVO

Ruimtebehoefte in 2021 in m²

Ruimtebehoefte in 2025 in m²

Ruimtebehoefte in 2036 in m

Leerrijk!

De Veste

1961

1615 m²

1437 m² (+178)

1543 m² (+72)

1709 m² (-94)

Vereniging voor Hervormd Christelijk Schoolonderwijs

De Brug

2017

630 m²

733 m² (-103)

743 m² (-113)

798 m² (-168)

2245 m²

2170 m² (+ 75 m)

Totaal

2286 m² (-41)

2507 m² (-262 m²)

Analyse: In Waspik zijn twee basisscholen gevestigd: PC basisschool De Brug en RKBS De Veste. De Veste is een aantal jaren geleden als fusieschool (Jacinta en De Hooght) gevormd op de voormalige locatie van de Jacintaschool. De school kent een beperkt ruimteoverschot. In het geactualiseerde MIP 2015-2020 werd voor De Veste uitgegaan van renovatie van het gebouw. Schoolbestuur Leerrijk! heeft in mei 2020 bij het college het verzoek ingediend om de renovatie van de school op te nemen op het huisvestingsprogramma 2022. In juni 2020 heeft het schoolbestuur het college gemeld dat de renovatie geen prioriteit heeft en deze kan worden meegenomen bij de actualisatie van het MIP. In het kader van de voorbereiding van het MIP heeft HEVO de toekomst-mogelijkheden van het schoolgebouw in beeld gebracht. Het gebouw van De Veste is in meerdere fasen gerealiseerd. Het oudste deel is gebouwd in 1960 en is daarmee 61 jaar oud. In 2005 is het gebouw uitgebreid. In toenemende mate wordt ervaren dat het gebouw verouderd is en met name op het gebied van het binnenklimaat tot beperkingen van het onderwijs leidt In de naar aanleiding van het onderzoek door HEVO opgestelde rapportage wordt geconcludeerd dat: • • Pagina 15

De bouwkundige staat van het gebouwdeel uit 1960 ondanks het goede huisvaderschap en de gemaakte investeringen op korte termijn behoorlijke investeringen verwacht om te voldoen aan huidige standaarden. Het totale gebouw nauwelijks geïsoleerd is en verhoudingsgewijs veel energie verbruikt (hoge CO2-uitstoot), wat in deze tijd niet meer verantwoord is. MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

• • • • • • • • • • •

• • •

Het totale gebouw een slecht en ongezond binnenmilieu heeft en bij goed weer en zon veel te sterk opwarmt en zelfs het functioneren van het gebouw voor onderwijs belemmert. Het totale gebouw in de winter moeilijk te verwarmen is. Beide gebouwdelen vanwege de constructieve opzet (deels dragende wanden, deels dragende kolommen) redelijk goed aanpasbaar zijn maar dat dit wel substantiële investeringen vraagt. Renovatie met een levensduurverlenging van 25 jaar niet tot de gewenste technische en klimatologische kwaliteit leidt en daarmee geen duurzame investering is. Vernieuwbouw met een levensduurverlenging van 40 jaar substantiële ingrepen in het gebouw vraagt, waarbij een hoge kwaliteit bereikt kan worden (onderwijskundige, bouwkundige, klimatologische kwaliteit) die net niet gelijkwaardig is aan de kwaliteit van nieuwbouw (ENG niet haalbaar, effecten voor exploitatie). Vernieuwbouw met een levensduurverlenging van 40 jaar ervoor zorgt dat de huidige opzet van klaslokalen, open ruimten en de bruto-netto-verhouding behouden blijft, wat door de school als erg prettig ervaren wordt. Totale nieuwbouw als compact, tweelaags gebouw op de huidige kavel binnen het bestemmingsplan realiseerbaar is, wat zich positief zal vertalen in met name het binnenmilieu.

Totale nieuwbouw als compact, tweelaags gebouw tot minder warmteverlies naar buiten/ opwarming binnen zal leiden, maar dat een hoogwaardige en complexe installatie tegelijkertijd kostenverhogend voor de exploitatie kan werken. Bij totale nieuwbouw de zorg bij de school leeft of de nu beschikbare functionele ruimte bereikt kan worden (voldoende grote klaslokalen, functioneel gebruik van aanvullende ruimten en gangen). Zowel bij vernieuwbouw voor 40 jaar als bij nieuwbouw substantiële kosten voor tijdelijke huisvesting nodig zijn, behalve als hiervoor een andere oplossing gevonden kan worden. Een combinatie van nieuwbouw en renovatie van het gebouwdeel uit 2005 niet zinvol is. Dit omdat er niet binnen het huidige bestemmingsplan compact aangebouwd kan worden aan het gebouwdeel uit 2005 (om daglichttoetreding niet te beperken) en erop bouwen waarschijnlijk vanwege de huidige constructie niet mogelijk zal zijn. Bij totale nieuwbouw direct moet worden gekozen voor een gasloos en energieneutraal gebouw met een hoge mate aan flexibiliteit in de constructieve opzet. Het planproces tot oplevering (nieuwbouw, vernieuwbouw, renovatie) gemiddeld circa 5 jaar duurt en daarom nu keuzes gemaakt moeten worden.

Op basis van deze conclusies adviseert HEVO de gemeente en het schoolbestuur om te kiezen voor totale vervangende nieuwbouw op basis van een compact, energie-efficiënt gebouw en maatregelen te treffen voor het realiseren van een prettig binnenmilieu (Frisse Scholen Klasse B). In de huisvestingsagenda van dit MIP wordt rekening gehouden met vervangende nieuwbouw voor De Veste (omvang 1709 m²). De Brug heeft in 2017 de nieuwbouw in gebruik genomen. Op basis van toenmalige prognoses is hierbij uitgegaan van een gebouw voor 80 leerlingen. In werkelijkheid ligt het aantal leerlingen structureel hoger. Op de teldatum 1 oktober 2020 had De Brug 106 leerlingen. Op termijn groeit het aantal leerlingen naar 119. Op 14 juni 2021 heeft de school een aanvraag ingediend voor een uitbreiding van het schoolgebouw met 2 lokalen, 2 kantoren, een toiletgroep en een magazijn. De aanvraag heeft daarnaast betrekking op uitbreiding van het perceel met 400 m². De leerlingenprognose laat zien dat De Brug recht heeft op een permanente uitbreiding met 168 m². In de huisvestingsagenda van dit MIP wordt rekening gehouden met de bekostiging van deze uitbreiding. Voor de realisering van de uitbreiding van het gebouw dient ook het schoolterrein te worden uitgebreid. De mogelijkheden hiervoor worden nader onderzocht.

De Brug heeft in het verleden eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair ontvangen voor 636 m². Bij een uitbreiding van het bvo met 168 m² (en een totaal bvo van 798 m²) bestaat recht op uitbreiding eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair voor 162 m². In de huisvestingsagenda van dit MIP wordt rekening gehouden met de uitbreiding van De Brug met 168 m² en de uitbreiding eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair voor 162 m².

Pagina 16

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

HUISVESTINGSANALYSE CLUSTER CAPELLE Schoolbestuur

School

Bouwjaar

BVO

Ruimtebehoefte in 2021 in m²

Ruimtebehoefte in 2025 in m²

Ruimtebehoefte in 2036 in m²

WvO Scholengroep

De Bron

1962

1084 m²

502 m² (+582)

492 m² (+592)

547 m² (+537)

Bravoo

Krullevaar

2000

937 m²

517 m² (+420)

527 m² (+410)

577 m² (+360)

2021 m²

1019 m2 (+1002)

1019 m² (+1002)

1124 m² (+897)

Totaal

Analyse: In Capelle verzorgen basisscholen OBS De Krullevaar en PC De Bron het onderwijs. Op de teldatum 1 oktober 2020 hadden de scholen gezamenlijk 123 leerlingen. Dit aantal blijft de komende jaren stabiel. Het gebouw van De Bron is verouderd en vraagt op termijn aanpassing/vernieuwing. Beide scholen hebben een royaal (normatief) ruimteoverschot; in theorie passen de beide scholen in één van de bestaande gebouwen. In het geactualiseerde MIP 2015-2020 wordt voor het jaar 2027 uitgegaan van het realiseren van een unilocatie. In de periode van dit MIP worden voor de scholen in de cluster Capelle geen huisvestingsvoorzieningen voorzien. HUISVESTINGSANALYSE CLUSTER VRIJHOEVE, LANDGOED DRIESSEN EN SPRANG Schoolbestuur

School

Bouwjaar

BVO

Ruimtebehoefte in 2021 in m²

Ruimtebehoefte in 2025 in m²

Ruimtebehoefte in 2036 in m²

Vereniging voor PC-Basisonderwijs te Sprang-Capelle en Kaatsheuvel

De Rank

1972*

1686 m²

1618 m² (+68)

1659 m² (+27)

1789 (-103)

Bravoo

Villa Vlinderhof

2013

2721 m²

2856 m² (-135)

2559 m² (+162)

2745 m² (-24)

Leerrijk!

De Vrijhoeve

nieuwbouw

1206 m²

562 m²

834 m²

1110 m²

WvO Scholengroep

Koningsschool

nieuwbouw

1458 m ²

1151 m²

1357 m²

1553 m²

7071 m²

6187 m²

6409 m²

7197 m²

Totaal *gerenoveerd in 2014

Analyse: In het huisvestingsprogramma 2020 wordt voor PC Koningsschool en RKBS Vrijhoeve uitgegaan van nieuwbouw in Landgoed Driessen. Uitgangspunt op dit moment is de bouw van een school voor in totaal 450 leerlingen. De daadwerkelijke ontwikkeling van de leerlingenaantallen zal bepalen hoe de werkelijke verdeling van de ruimte plaats gaat vinden. De voorbereidingen voor de nieuwbouw zijn inmiddels gestart. De intentie van gemeente en schoolbesturen is het realiseren van een functioneel en flexibel schoolgebouw, waarin gedeelde ruimtes zijn zoals een speellokaal, een aula, leer- en werkruimtes en waarbij de ruimtes van de afzonderlijke scholen uitwisselbaar zijn bij groei of krimp van de ene of de andere school. Na de realisering van het gebouw beschikt de wijk Landgoed Driessen over voldoende onderwijsgebouwen en een ruime keuzemogelijkheid voor ouders. In de gemeentelijke meerjarenbegroting is voor de nieuwbouw van de twee scholen (met elk 250 leerlingen) rekening gehouden met een budget van € 7.194.220. Basisschool De Rank blijft de komende jaren adequaat gehuisvest.

Pagina 17

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

HUISVESTINGSANALYSE WAALWIJK “ZUID”: ZANDDONK, OOSTEIND Schoolbestuur

School

Bouwjaar

BVO

2021

2025

2036

Pater van der Geld

2019

1792 m²

1649 m² (+143)

1668 (+124)

1769 m² (+23)

Meerdijk

nieuwbouw

1206 m²

1201 m² (+5)

1196 m² (+10)

1226 m(-20)

Bravoo

OBS van der Heijden

2019

840 m²

607 m² (+233)

592 m² (+248)

623 m²(+217)

WvO Scholengroep

Juliana van Stolbergschool

2013

2128 m²

2016 m² (+112)

2051 m² (+77)

2252 m² (-124)

5966 m²

5473 m² (+493)

5507 m² (+459)

5870 m² (+96)

Bouwjaar

BVO

2021

2025

2036

1973*

1805*

1390 m²

***

***

Basisonderwijs Leerrijk!

Totaal

Speciaal basisonderwijs

Leerrijk!

SBO Het Zilverlicht

*in 2014 gerenoveerd ** geen prognosecijfers beschikbaar

Analyse: RKBS Pater van der Geld en OBS Van der Heijden hebben begin 2020 het nieuwe Kindcentrum Zanddonk in gebruik genomen en zijn adequaat gehuisvest. In het huisvestingsprogramma 2020 wordt voor RKBS Meerdijk uitgegaan van nieuwbouw op de huidige locatie. De voorbereidingen voor deze nieuwbouw zijn inmiddels gestart. Op basis van de leerlingenprognose wordt uitgegaan van een gebouw voor 200 leerlingen. In de gemeentelijke meerjarenbegroting is voor de realisering van deze voorziening rekening gehouden met een budget van € 2.830.000. PC Juliana van Stolberg is op basis van de leerlingenprognose de komende jaren passend gehuisvest. Op de langere termijn is er sprake van een capaciteitstekort. HUISVESTINGSANALYSE WAALWIJK “ZUID-OOST”: BLOEMENOORD Schoolbestuur

School

Bouwjaar

BVO

2021

2025

2036

Leerrijk!

Pieter Wijten

1970*

954 m²

728 m² (+226)

738 m² (+216)

818 m² (+136)

Bravoo

OBS Hugo

2014

533 m²

592 m² (-59)

612 m² (-79)

682 m² (-149)

1487 m²

1320 m² (+167)

1350 m² (+137)

1500 m² (-13)

Totaal *in 2011 gerenoveerd

Analyse: RKBS Pieter Wijten en OBS Hugo zijn gezamenlijk gehuisvest in het gebouw van Kindcentrum Bloemenoord. OBS Hugo heeft op dit moment ruimte van RKBS Pieter Wijten in medegebruik. Beide scholen zijn de komende jaren passend gehuisvest. In de periode van dit MIP worden voor de scholen in Waalwijk “Zuid-Oost”geen huisvestingsvoorzieningen voorzien.

Pagina 18

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

HUISVESTINGSANALYSE WAALWIJK “NOORD”: BESOYEN, CENTRUM, BAARDWIJK EN HOEF Schoolbestuur

School

Bouwjaar

BVO

2021

2025

2036

Leerrijk!

Besoyen

2015

2212 m²

1844 m² (+368)

1905 m² (+307)

2171 m² (+41)

Teresiaschool

1940*

1267 m²

1306 m² (-39)

1427 m² (-160)

1759 m² (-492)

Baardwijk

2010

2080 m²

1125 m² (+925)

1165 m² (+915)

1302 m² (+778)

De Hoef

1984

1835 m²

1805 m² (+30)

1734 m² (+101)

1950 m² (-115 m²)

7394 m²

6080 m² (+1314)

6231 m² (+1163)

7182 m² (+212)

Bravoo

Totaal Totaal % *gerenoveerd in 2012

Analyse: RKBS Teresia heeft, ondanks de in 2020 gerealiseerde inpandige uitbreiding, de komende jaren een structureel ruimtetekort. De eveneens in het cluster gelegen andere basisscholen van Leerrijk!, te weten Besoyen en Baardwijk, hebben echter te maken met een flink ruimteoverschot. Schoolbestuur Bravoo heeft in januari 2020 bij het college het verzoek ingediend om de renovatie van OBS De Hoef op te nemen op het huisvestingsprogramma 2021. In juni 2020 heeft het schoolbestuur het college gemeld dat de renovatie geen prioriteit heeft en deze kan worden meegenomen bij de actualisatie van het MIP. Ter voorbereiding op het MIP hebben gemeente en schoolbestuur gezamenlijk opdracht gegeven aan HEVO om nader onderzoek te verrichten naar de toekomstmogelijkheden van het gebouw. Het gebouw is in meerdere fasen gerealiseerd. Het oudste deel is gebouwd in 1984. In 1986, 1989 en 2002 is het gebouw uitgebreid. Het oudste deel van het gebouw is nu 37 jaar oud. In toenemende mate wordt ervaren dat het gebouw het onderwijs onvoldoende faciliteert. In de naar aanleiding van het onderzoek door HEVO opgestelde rapportage wordt geconcludeerd dat: • • • • • • • • • • • •

Op grond van de door HEVO opgedane ervaringen bij onderzoek naar ruim 1.500 schoolgebouwen in Nederland de gebouwscan van OBS De Hoef laat zien dat er sprake is van een hoge prioriteit. (Ver)nieuwbouw of nieuwbouw (ingebruikname) is op korte termijn (binnen 5 jaar) noodzakelijk. Het gebouwdeel uit de jaren’80 het onderwijs van de school sterk onvoldoende faciliteert. Het gebouwdeel uit 2002 het onderwijs van de school matig faciliteert. Het totale gebouw niet geïsoleerd is en verhoudingsgewijs veel energie verbruikt (hoge CO2 uitstoot), wat in deze tijd niet meer verantwoord is. Het totale gebouw een slecht en ongezond binnenmilieu heeft en bij goed weer en zon veel te sterk opwarmt. Het totale gebouw in de winter moeilijk te verwarmen is. Het huidige gebouwdeel uit de jaren’80 een matige basiskwaliteit heeft en zeer gedateerd is. Het gebouwdeel uit de jaren’80 vanwege haar structuur (lokalen aan smalle gang) en dragende wanden niet geschikt is voor het realiseren van een eigentijdse, moderne onderwijsomgeving met gewenste transparantie tussen lokalen en centrale werkplekken op een leerplein. Renovatie met een levensduurverlenging van 25 jaar voor het gebouwdeel uit de jaren’80 niet tot de gewenste technische en onderwijskundige kwaliteit leidt en daarmee geen duurzame investering is.

Het gebouwdeel uit 2002 onderwijskundig geschikt is te maken voor een eigen moderne onderwijsomgeving. Dit door meer transparantie te realiseren waardoor een omgeving met lokalen transparant grenzend aan centrale werkplekken wordt gerealiseerd. Het gebouw uit 2002 ook technisch geschikt te maken is zodat deze ook voldoet aan de huidige eisen conform Bouwbesluit Nieuwbouw en Frisse Scholen Klasse B. Bij nieuwbouw van het gedeelte uit de jaren’80 de gewenste bouwkundige en onderwijskundige kwaliteit wordt bereikt en een gebouw wordt gerealiseerd dat beter te exploiteren is.

Op basis van deze conclusies adviseert HEVO de gemeente en het schoolbestuur om uit te gaan van: • Pagina 19

vervangende nieuwbouw van het gebouwdeel uit de jaren’80 en MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Voor ieder project op de huisvestingsagenda 2022-2025 wordt op een later moment een realisatiebesluit en uitvoeringskrediet aan de raad gevraagd

Pagina 20

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

•

maatregelen te treffen voor het realiseren van een prettig binnenmilieu (Frisse Scholen Klasse B) en onderwijskundige aanpassingen van het gebouwdeel uit 2002.

Hierbij komen de kosten voor nieuwbouw voor rekening van de gemeente en kosten voor aanpassingen van het binnenmilieu en onderwijskundige aanpassingen voor het schoolbestuur. Het gebouwdeel uit 2002 heeft een bruto vloeroppervlak van 524 m². De ruimtebehoefte van de school is 1950 m², hetgeen betekent dat voor de te realiseren m2 nieuwbouw moet worden uitgegaan van 1426 m². In de huisvestingsagenda van dit MIP wordt rekening gehouden met vervangende nieuwbouw voor het gebouwdeel uit de jaren ’80 én met de kosten van tijdelijke huisvesting tijdens de bouw.

5. HUISVESTINGSAGENDA 2022-2025 Onderstaande tabel beschrijft de projecten en planning binnen het MIP. Binnen het totale plan zijn er geen relaties tussen de projecten, in die zin dat een voorgaand project dient te zijn afgerond voordat de uitvoering van het andere project kan starten. Er is wel uitgegaan van een prioritering van de projecten. Deze prioritering is gebaseerd op de volgende criteria: 1. Projecten waarover reeds eerder besluitvorming heeft plaatsgevonden; 2. Projecten in het kader van de aanpassing van de capaciteit van gebouwen; 3. Projecten in het kader van de kwaliteit van gebouwen.

Huisvestingsagenda 2022-2025 Projectomschrijving Plaats 2

Capaciteit in m²

Toelichting

0

Start plan

School 1206 m²

2021

De gemeenteraad heeft op 9 maart 2021 het voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld.

2021

De gemeenteraad heeft op 9 maart 2021 het voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld.

2 2

Vervangende nieuwbouw KC Meerdijk

Waalwijk

Kinderopvang 360 m² Totaal 1556 m²

Vervangende nieuwbouw PC Koningsschool en RKBS Vrijhoeve in Landgoed Driessen

Waalwijk

Uitbreiding CBS De Brug

Waspik

Kinderopvang p.m.

Uitbreiding eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair

2

Scholen 2664 m²

168 m²

2022

162 m²

Uitvoering projecten 2022

0 2 3 2

Gedeeltelijke vervangende nieuwbouw OBS De Hoef

Waalwijk

1426 m²

2024

Vervangende nieuwbouw RKBS De Veste

Waspik

1709 m²

2025

0 2 4 2 0 2 5 Pagina 21

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

6. FINANCIEEL KADER 6.1 Investeringen 2021-2024 In onderstaande tabel zijn de investeringsbedragen die voortkomen uit de in paragraaf 5 opgenomen huisvestingsmaatregelen weergegeven. Het zijn indicatieve bedragen, enerzijds gebaseerd op bijlage IV van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waalwijk, anderzijds op ervaringscijfers (kosten tijdelijke huisvesting/ kosten sloop). De normbedragen uit Bijlage IV van de verordening zijn gebaseerd op de bouwkosten prijspeil 2021 inclusief BENG. In de tabel is nog geen rekening gehouden met de indexering voor de jaren 2022, de marktwerking in de bouw, maar ook bijkomende kosten als aanleg parkeerplaatsen, aanpassen infrastructuur en het vervallen van de boekwaarde van de te vervangen gebouwen. Uiteindelijk zal na planvorming per project een realisatiebesluit en bijbehorend uitvoeringskrediet aan de raad worden gevraagd.

2

School

Maatregel

Toelichting

0

Investering gemeente

Basisschool Meerdijk

Vervangende nieuwbouw

€ 3.929.894

In gemeentelijke meerjarenbegroting is voor de 1206 m² van de school rekening gehouden met

2

€ 2.830.000 (prijspeil 2017).

2

Op basis van normvergoedingen 2021 dient voor het totale gebouw (inclusief de m² voor de kinderopvang) te worden uitgegaan van € 3.929.894, waarvan € 909.230 betrekking heeft op het bouwdeel kinderopvang. De kapitaallasten van dit bouwdeel worden gecompenseerd door huurinkomsten.

Sloopkosten

Vervangende nieuwbouw PC Koningsschool en RKBS vrijhoeve in Landgoed Driessen

Vervangende nieuwbouw

€ 70.000

€ 6.838.144

In gemeentelijke meerjarenbegroting is voor de vervangende nieuwbouw van de twee scholen rekening gehouden met € 7.194.220 (prijspeil 2017), waarbij werd uitgegaan van 2 scholen van 250 leerlingen. Op basis van de meest recente leerlingenprognose dient voor de 2 scholen gezamenlijk huisvesting te worden gerealiseerd voor 450 leerlingen. Op basis van de normvergoedingen 2021 dient te worden uitgegaan van € 6.838.144. De kapitaallasten van de extra investering voor de voor kinderopvang te realiseren m² (op dit moment nog niet bekend) worden gecompenseerd door huurinkomsten.

Pagina 22

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Uitbreiding CBS De Brug

Uitbreiding gebouw

Uitbreiding eerste inrichting

€ 604.749

€ 23.652

Betreft de normvergoeding 2021 voor uitbreiding met 168 m²

betreft de normvergoeding 2021 voor uitbreiding eerste inrichting met 162 m²

Uitbreiding terrein p.m.

2 0 2 3 2

Vervangende nieuwbouw en renovatie OBS De Hoef

0 2

Gedeeltelijke vervangende nieuwbouw

€ 3.624.274

Betreft de normvergoeding 2021 voor vervangende nieuwbouw voor 1426 m²

Sloopkosten

4

€ 65.000 Tijdelijke huisvesting € 600.000

2

Vervangende nieuwbouw RKBS De Veste

Vervangende nieuwbouw

€ 4.242.063

Betreft de normvergoeding 2021 voor vervangende nieuwbouw voor 1709 m²

0 2 5

Sloopkosten

Tijdelijke huisvesting

€ 90.000

€ 540.000

Voor de inkomsten en uitgaven onderwijshuisvesting kent de gemeente Waalwijk sinds jaar en dag een egalisatiereserve onderwijshuisvesting. Deze egalisatiereserve is ingesteld in verband met de jaarlijkse fluctuatie in de gemeentelijke uitgaven voor onderwijshuisvesting. Het uitgangspunt is dat er jaarlijks in de begroting een bedrag beschikbaar is dat overeenkomt met de gemiddelde kosten/inkomsten per jaar. In de jaren waarin er minder kosten worden gemaakt of meer inkomsten zijn dan het gemiddelde, kan er een dotatie aan de egalisatiereserve plaatsvinden. In de jaren dat er meer kosten worden gemaakt of minder inkomsten zijn dan het gemiddelde, kan er een onttrekking aan de reserve plaatsvinden. De reserve onderwijshuisvesting is op termijn niet toereikend om de nieuwe investeringen, te weten de uitbreiding van CBS De Brug, de vervangende nieuwbouw van OBS De Hoef en de vervangende nieuwbouw van De Veste, te bekostigen. In de gemeentebegroting 2023 en volgende jaren dient dan ook rekening te worden gehouden met een extra last van € 192.000,--. Bij de bepaling van dit bedrag is, met het oog op de hierboven genoemde risico’s (indexering, marktwerking, bijkomende kosten) rekening gehouden met een ondergrens van de reserve van € 1 miljoen.

Pagina 23

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

6.2 Jaarlijks huisvestingsprogramma Zolang de onderwijswetgeving nog niet is aangepast, wordt op basis van de in de verordening opgenomen jaarlijkse aanvragencyclus, jaarlijks een huisvestingsprogramma vastgesteld. De projecten zoals beschreven in paragraaf 5 worden opgenomen op dit programma. Op basis van actuele ontwikkelingen, uitkomsten van de plannen voor de functionele aanpassingen en leerlingenprognoses kan het jaarlijkse huisvestingsprogramma op onderdelen afwijken van de in dit MIP opgenomen projectenlijst. Deze afwijkingen kunnen zowel de aard, omvang, prioritering van maatregelen betreffen. Over het jaarlijkse huisvestingsprogramma wordt overleg gevoerd met de schoolbesturen. 6.3 Dynamisch plan Dit MIP is opgesteld als taakstellend voor de eerstkomende vier jaar. Bij ongewijzigde omstandigheden is het aannemelijk dat voorliggend plan zoals omschreven tot uitvoering wordt gebracht. Iedere vier jaar wordt het MIP geactualiseerd en opnieuw vastgesteld door de raad. Het plan wordt geactualiseerd aan de ontwikkelingen in het onderwijs en wijzigingen in onderwijswetgeving. Ook worden de maatregelen herijkt op basis van geactualiseerde leerlingenprognoses, geëvalueerde beleidsambities en budgettaire ruimte van de gemeente.

Pagina 24

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Iedere vier jaar wordt het MIP geactualiseerd en opnieuw vastgesteld door de Raad.

Pagina 25

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

Bijlage: samenvatting leerlingenprognose januari 2021

Instnr 03PC 04FF 05EN 05MY 06EI 06EJ 06JN 08EE 08SY 09EI 09RG00 09RG01 10RF 13C P 13NB 13RQ 16XK 23WG

Pagina 26

Naam Teresia De Rank De Veste De Bron De Brug Koningsschool Besoyen Villa Vlinderhof OBS van der Heijden De Krullevaar De Hoef De Hoef / locatie Hugo Juliana van Stolbergschool Meerdijk Pater vd Geld Pieter Wijten Baardwijk De Vrijhoeve Totaal

Historie 2020 215 286 244 61 98 162 318 544 85 72 325 82 364 209 289 95 214 80 3743

2021 220 282 246 60 106 189 327 528 81 63 319 78 361 199 288 105 184 72 3708

Prognose 2022 226 284 252 58 106 206 320 528 84 63 316 79 365 200 291 105 187 71 3741

2023 230 287 264 58 109 224 325 524 82 63 309 79 367 200 293 104 185 71 3774

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

2024 237 290 267 58 108 243 331 518 80 64 310 79 367 198 293 104 189 71 3807

2025 244 293 274 58 109 262 339 509 78 65 305 82 368 198 292 107 191 70 3844

2026 251 292 278 58 110 265 346 517 78 65 309 82 372 200 294 107 193 70 3887

2027 258 293 277 60 109 270 349 528 78 67 312 83 374 204 294 107 195 70 3928

2028 267 296 282 61 111 275 361 539 78 68 317 84 375 203 294 110 199 70 3990

2029 277 299 281 63 111 280 367 550 79 70 325 86 380 206 296 112 204 70 4056

2030 284 303 286 65 113 287 373 563 80 71 326 88 384 208 297 114 205 71 4118

2031 290 306 290 66 115 289 380 567 80 73 331 89 388 211 299 115 207 72 4168

2032 295 308 293 66 116 291 383 571 81 73 337 91 392 213 301 117 211 72 4211

2033 300 311 295 67 116 294 387 577 82 73 340 92 397 216 304 118 213 73 4255

2034 305 313 297 67 118 297 391 582 83 74 343 94 402 219 307 121 215 74 4302

2035 307 316 300 69 119 298 392 584 83 75 345 95 405 221 311 122 217 74 4333

MEERJAREN INVESTERINGSPROGAMMA ONDERWIJSHUISVESTING WAALWIJK 2022-2025

2036 310 319 301 69 119 298 392 584 84 76 348 96 408 222 312 123 219 75 4355

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10679385/1