Bijlage 1 Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk
Tekst van het document
Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie Status: Concept
1
Document:
Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie Status: Concept
Auteur:
Diverse stellers van TREW, eindredactie Peter Paul Witsen
Goedgekeurd door:
College van burgemeester en wethouders d.d. 10 juli 2023
InProces document:
D2023-07-000444
Vertrouwelijkheidsclassificatie:
Openbaar
Datum
Versie
Auteur
Omschrijving van de aanpassing
05-07-2023
1.0
P.P.W.
Concept Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
2
Inhoud Inhoud ............................................................................................................................... 3 Samenvatting ..................................................................................................................... 4 1.
Inleiding ...................................................................................................................... 9
2.
Waalwijkse energie ...................................................................................................... 10
3.
Locaties en ontwerpeisen.............................................................................................. 13
4.
Maatschappelijke meerwaarde....................................................................................... 30
5.
Organisatie van de uitvoering........................................................................................ 35
Bijlage 1: Het proces van besluitvorming: van ambitie naar beleid ........................................... 41 Bijlage 2: Overzicht maatregelen voor maatschappelijke meerwaarde ....................................... 49 Bijlage 3: Begrippenlijst ...................................................................................................... 52 Bijlage 4: Plaatsingszones Wind ........................................................................................... 54 Bijlage 5: Plaatsingszones Zon ............................................................................................. 55
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
3
Samenvatting Doel We willen in 2030 de helft van de Waalwijkse behoefte aan elektriciteit in de gemeente zelf opwekken. Daarvoor maken we het onder voorwaarden mogelijk om windparken en zonnevelden aan te leggen tussen de A59 en de Bergsche Maas. Uitleg Bij deze beleidsvisie is ook een begrippenlijst ingevoegd (bijlage 3), hierin zijn alle vaktermen verder toegelicht. Daarnaast is er hieronder een samenvatting te vinden waarin de beleidsvisie makkelijker is verwoord. Introductie Het gebied tussen de A59 en de Bergsche Maas in de gemeente Waalwijk krijgt een belangrijke rol in onze toekomstige energievoorziening. Voor de grootschalige opwek van duurzame energie zijn grote, open gebieden nodig. Binnen de gemeente Waalwijk zijn die alleen daar te vinden. Er kan een flinke hoeveelheid elektriciteit worden opgewekt. Genoeg om invulling te geven aan de doelstelling om in 2030 minimaal de helft van de elektriciteitsbehoefte in de gemeente op te wekken in de gemeente zelf. De gemeenteraad heeft deze doelstelling in 2021 vastgesteld in de Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame Energie.
Het gebied ten noorden van de A59 was daarin opgenomen als ‘zoekgebied’.1 Op basis van een hoge inschatting van het verbruik in 2030 bedraagt de Waalwijkse opgave ongeveer 215.500 MWh (één MWh, oftewel megawatt-uur, staat gelijk aan de hoeveelheid elektriciteit die een gemiddeld huishouden nu in drie tot vier maanden verbruikt). In lijn met de Kadernota willen we 170.500 MWh opwekken met windenergie en 15.000 MWh met nieuwe zonnevelden. Daar gaat deze Beleidsvisie over. De resterende 30.000 MWh komt van bestaande zonnevelden en zonnepanelen op daken, onder meer van bedrijfsgebouwen. Met de realisatie van windmolens en zonnevelden tot 2030 zetten we een grote stap in de richting van een volledig energieneutrale gemeente. Die mijlpaal wil de gemeente Waalwijk in 2043 bereiken. Locaties, ontwerp en inrichting De gemeente kiest ervoor om in twee gebieden ruimte te bieden voor de aanleg van windparken: één bij bedrijventerrein Haven 8-Oost en het Ecopark in Waalwijk (met de werknaam Windpark Haven-Ecopark), en één in het polderlandschap ten noordoosten van Waspik en ten noordwesten van Sprang-Capelle (met de werknaam Windpark Buitenpolders). Om aan de doelstelling te voldoen, moeten in de twee windparken minimaal negen windmolens worden gebouwd, uitgaande van moderne, grote modellen. Het bestaande windpark bij het Ecopark komt volledig te vervallen.
Alle vier de huidige windmolens worden verwijderd voordat het windpark Haven-Ecopark wordt gerealiseerd.
de Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame Energie is vastgesteld in de Raad op 28 januari 2021 met een aanpassing op 24 juni 2021. 1
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
4
Ook komt er ruimte voor de aanleg van zonnevelden. Dat zijn ‘middelgrote’ terreinen van 2,5 tot 10 hectare (ongeveer 3,5 tot 14 voetbalvelden) waar de zonnepanelen direct op de grond staan. De zonnevelden tellen op tot maximaal 15 hectare. Er kunnen zonnevelden komen naast de bedrijventerreinen Maasoever in Waspik en Haven in Waalwijk. De in deze Beleidsvisie aangewezen plaatsingszones voor zonne- en windenergie bieden samen voldoende ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling voor de grootschalige opwek van duurzame energie in 2030. Plaatsingszones zijn de gebieden waarbinnen plaatsing van windmolens of zonnepanelen mogelijk is. We stellen daarbij voorwaarden aan onder meer de ruimtelijke samenhang. Er zit een bescheiden overmaat aan beschikbare plaatsingsruimte. Die flexibiliteit is nodig om eventuele tegenvallers bij de uitwerking op te kunnen vangen. De plaatsingszones zijn geselecteerd na uitvoerig onderzoek en overleg. Bij het bepalen van de plaatsingszones voor windenergie en de daarbij geldende randvoorwaarden is gekeken naar milieuaspecten, draagvlak in de samenleving, economische haalbaarheid en de landschappelijke inpassing.
Milieuaspecten en landschappelijke inpassing zijn onderzocht in het milieueffectrapport bij deze Beleidsvisie, het ‘Plan-MER’, waarin de effecten op de omgeving van verschillende alternatieven zijn onderzocht en vergeleken.2 Daaruit volgt dat windmolens in de nu aangewezen plaatsingszones mogelijk zijn, maar wel aan enkele bijzondere, aanvullende voorwaarden moeten voldoen. Die voorwaarden gaan vooral over de kwaliteit van de leefomgeving (het voorkómen van onevenredige hinder door geluid en slagschaduw) en het beschermen van de natuur. Een klein deel van de plaatsingszones kan alleen worden ingezet als er geen andere reële mogelijkheid overblijft en alleen in nauw overleg met andere instanties (Defensie, de provincie Noord-Brabant, waterbeheerders of TenneT).
Figuur 1 – zoekgebied en plaatsingszones windenergie
2
Het Plan-MER is te lezen via deze link De samenvatting van het Plan-MER is te lezen via deze link
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
5
Bij de keuze van plaatsingszones voor zonnevelden waren de uitgangspunten in de Kadernota leidend. Daarin is opgenomen dat middelgrote zonnevelden moeten aansluiten op bestaand stedelijk gebied. Zo blijft de impact op het landschap beperkt. In het zoekgebied zijn vier gebieden langs bedrijventerreinen onderscheiden die voldoen aan die eis, zonder inbreuk te maken op groen- of natuurstroken die het bedrijventerrein omzomen. Deze gebieden zijn in het Plan-MER onderzocht op hun omgevingseffecten.
Figuur 2 - zoekgebied en plaatsingszones zonne-energie Maatschappelijke meerwaarde We benutten de aanleg en exploitatie van de windparken en zonnevelden om te investeren in de dagelijkse leefomgeving, projecten voor verduurzaming te ondersteunen en de lokale economie te versterken. Bewoners krijgen de kans om zowel collectief als individueel mee te profiteren van de financiële opbrengst.
We willen dat de lokale samenleving direct profijt heeft van de energie die in Waalwijk wordt opgewekt, en dat inwoners in de directe nabijheid van de grootschalige opwek een tegemoetkoming ontvangen voor de veranderingen die de zonne- en windenergie in hun leefomgeving veroorzaken. Vooral windmolens kunnen door hun omvang en voortdurende beweging ingrijpende veranderingen teweegbrengen, ondanks de zorgvuldige locatiekeuzes. Bij zonnevelden is dat in mindere mate het geval. Met een aantal regelingen geven we invulling aan deze ambitie. Deze regelingen gelden als voorwaarden voor initiatiefnemers.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
6
1. Inwoners van de gemeente Waalwijk krijgen de gelegenheid om mede-eigenaar van een windpark of zonneveld te worden, met verschillende gradaties van financieel risico en verwacht rendement. Hetzelfde geldt voor direct omwonenden van een windpark of zonneveld buiten de gemeente. Financiële participatie is ook mogelijk zonder medeeigenaarschap (en dus zonder medezeggenschap over de bedrijfsvoering), bijvoorbeeld via aankoop van obligaties. Dat kan een optie zijn voor mensen die weinig financieel risico willen of kunnen dragen. 2. Exploitanten van windparken en zonnevelden dragen gedurende de exploitatie financieel bij aan een Omgevingsfonds, bedoeld voor investeringen in de dagelijkse leefomgeving en de lokale economie. Een onafhankelijke stichting beslist over de besteding. De ambitie van de gemeente is om er projecten mee te financieren in de gemeente, of buiten de gemeente maar in de invloedssfeer van het windpark of het zonneveld, die de duurzaamheid ten goede komen. Zo bevorderen we de omslag naar een duurzame samenleving. 3. Direct omwonenden van een windpark ontvangen een financiële tegemoetkoming voor de verandering in hun leefomgeving. Die mogelijkheid is er ten minste voor iedereen die op minder dan 750 meter afstand van een nieuwe windmolen woont. Zij ontvangen deze tegemoetkoming direct van de exploitant.
Maatwerk op locatie kan aanleiding zijn om de werking van deze regeling iets uit te breiden naar woningen in het landelijk gebied op iets grotere afstand. Voor direct omwonenden van zonnevelden kunnen initiatiefnemers een soortgelijke regeling treffen. 4. Grondeigenaren van percelen die grenzen aan de percelen waar windmolens worden gebouwd of zonnevelden worden aangelegd, ontvangen een financiële tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming is een deel van de vergoeding die de exploitant van het windpark of zonneveld aan de grondeigenaar betaalt (de ‘grondretributie’). De ‘overdraaivergoeding’, voor de eigenaar van de grond naast de mast van de windmolen, waar de rotorbladen overheen draaien, staat hier los van deze regeling. Organisatie van de uitvoering De gemeente zal op basis van objectieve criteria bepalen welke initiatiefnemers in aanmerking komen voor de ontwikkeling van een windpark of zonneveld.
Iedere initiatiefnemer die geïnteresseerd is in de ontwikkeling en exploitatie van windpark Buitenpolders of een van de zonnevelden, en kan aantonen dat die aan alle voorwaarden en wettelijke vereisten kan voldoen, kan meedingen naar de ontwikkeling. De gemeente zal een of meer tenders inrichten om op een transparante en objectieve wijze de initiatiefnemers te selecteren die een windpark en/of een of meer zonnevelden mogen gaan ontwikkelen. De criteria waarop de gemeente inschrijvingen beoordeelt, worden vooraf openbaar bekendgemaakt.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
7
De inschrijvers die aan alle voorwaarden en wettelijke eisen voldoen en het beste scoren op de criteria van de tender, kunnen hun plan verder uitwerken. Zij kunnen een verzoek tot planologische medewerking indienen bij de gemeente. De gemeente zal deze verlenen als de initiatiefnemer aan alle voorwaarden voldoet. Voor Windpark Haven-Ecopark geldt een andere procedure. Omdat sanering van de bestaande windmolens onlosmakelijk onderdeel van dit project is en de ontwikkeling onlosmakelijk deel uitmaakt van de integrale ontwikkeling van bedrijventerrein Haven 8 Oost, zijn Eneco als eigenaar van de oude windmolens en de gemeente als gebiedsontwikkelaar naar verwachting de enige partijen die gezamenlijk tot ontwikkeling van dit windpark kunnen komen. De gemeente gaat de mogelijkheid onderzoeken om een gemeentelijke ontwikkelmaatschappij op te richten voor de ontwikkeling en exploitatie van dit windpark. Voor dit windpark gelden verder dezelfde voorwaarden als voor het andere windpark (Buitenpolders). Het is aan de initiatiefnemer om het benodigde vervolgonderzoek te doen. Er kan bijvoorbeeld nog een milieueffectrapport voor het project nodig zijn (een ‘Project-MER’). Dat zal in elk geval bij de windparken het geval zijn. Verder geeft de initiatiefnemer omwonenden en andere betrokkenen de kans om te participeren in het planproces en verzorgt deze ook de communicatie met de omgeving.
Een vergunning voor windmolens en zonnevelden geldt voor een periode van maximaal 25 jaar. Daarna moeten de installaties voor de energieopwekking weer verwijderd worden. De situatie van vóór het verlenen van de omgevingsvergunning dient weer te worden hersteld (met uitzondering van locaties waar oude windmolens zijn gesaneerd).
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
8
1. Inleiding Deze Beleidsvisie geeft invulling aan de doelstelling van de gemeente Waalwijk om in 2030 de helft van de elektriciteitsbehoefte in de gemeente duurzaam binnen de gemeentegrenzen op te wekken. Daarvoor is in de gemeentelijke Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame Energie (2021) een zoekgebied aangewezen voor grootschalige opwek van duurzame energie (met zonnevelden en windparken). Het zoekgebied is het deel van de gemeente Waalwijk dat ten noorden van de A59 ligt. De doelstelling en het zoekgebied zijn bevestigd in de Regionale Energie- en Klimaatstrategie van de Regio Hart van Brabant. Deze Beleidsvisie geeft aan welke delen van het zoekgebied in aanmerking kunnen komen voor de realisatie van windparken of zonnevelden, en onder welke voorwaarden. De Beleidsvisie is tot stand gekomen op basis van onderzoek, waaronder het Plan-MER (de milieueffectrapportage), en veelvuldig contact met bewoners van de gemeente Waalwijk, bewoners van omliggende gemeenten, en met andere betrokkenen en instanties. Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting van de doelstellingen en de ruimtelijke uitgangspunten die al in de Kadernota waren opgenomen. Deze zijn nu uitgewerkt en toegepast. Hoofdstuk 3 gaat in op de locaties, de inrichting en het ontwerp van de windparken en zonnevelden.
Hoofdstuk 4 gaat in op de voorwaarden die gelden voor maatschappelijke meerwaarde en de manier waarop de betreffende regelingen worden uitgevoerd. Aan de aanleg en exploitatie van de zonnevelden en windparken zijn namelijk voorwaarden verbonden die ervoor zorgen dat de economische baten voor een belangrijk deel ten goede komen aan de lokale samenleving. Hoofdstuk 5 beschrijft in detail hoe we de uitvoering organiseren. In de bijlage is een overzicht opgenomen van het besluitvormingsproces dat voor deze Beleidsvisie is doorlopen, een schema ‘lokaal eigendom en maatschappelijke meerwaarde’ en een begrippenlijst. Ten slotte zijn de kaarten met de plaatsingszones voor wind en zonne-energie opgenomen in de bijlage.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
9
2. Waalwijkse energie Met de opkomst van wind- en zonne-energie komt er weer energie van Waalwijkse bodem. Dat was eerder ook al zo, met het afgraven van turf, honderden jaren geleden. Het was vooral lucratieve handel, waarvan de opbrengst toeviel aan de eigenaars van de grond en de handelaars. Hetzelfde geldt voor het aardgas dat nog steeds wordt gewonnen in Waalwijk-Noord. Nu willen we toegroeien naar een situatie waarin de gemeente Waalwijk evenveel energie produceert als op het eigen grondgebied nodig is – maar zonder de bodem aan te tasten en uit te putten, en op een manier dat de lokale samenleving er direct baat bij heeft. Al bijna 15 jaar lang is het de beleidsambitie van de gemeente om in 2043 zover te zijn.3 Dan is de gemeente ‘energieneutraal’. In 2030 willen we halverwege zijn. De doelstelling is om dan ongeveer de helft van de gemeentelijke elektriciteitsbehoefte duurzaam binnen de gemeentegrenzen op te wekken. Daarvoor zijn de windparken en zonnevelden bedoeld waar deze Beleidsvisie over gaat. Vooral de windmolens zullen duidelijk in het landschap aanwezig zijn. Dat is onvermijdelijk met de afmetingen die moderne windmolens hebben. Maar ze zijn hard nodig, want we lopen tegen de grenzen aan van het gebruik van fossiele energiebronnen, zoals kolen, olie en gas.
Toenemende urgentie In deze tijd komen een paar ontwikkelingen samen die stuk voor stuk benadrukken hoe urgent de omslag naar duurzame energie is. We ondervinden hoe het klimaat verandert. We hebben te maken gekregen met warme, droge zomers en al sterker wisselende rivierstanden. De uitstoot van CO2 door het gebruik van kolen, olie en gas is daar een belangrijke oorzaak van. Met de dramatische oorlog in Oekraïne merken we ook hoe sterk de internationale politiek doorwerkt in de beschikbaarheid en de prijs van fossiele energiebronnen, omdat daar nu eenmaal niet genoeg van in de Nederlandse grond zit. In de derde plaats is duidelijk geworden dat de winning in het grootste aardgasveld van Nederland, in Groningen, ernstige effecten heeft op de veiligheid en de gezondheid van de mensen die er leven. En tot slot: een kenmerk van fossiele energiebronnen is dat ze op kunnen raken. Op langere termijn wordt de winning steeds moeilijker en de prijs daardoor hoger. Elektriciteit is een schone vorm van energie, als deze tenminste niet wordt opgewekt in centrales die draaien op gas of kolen. Omdat elektriciteit schoon kan worden opgewekt, neemt het meer en meer de plaats in van gas en olie. Steeds meer auto’s rijden op stroom en huizen en bedrijfspanden worden steeds vaker verwarmd met behulp van elektrische warmtepompen. Zo elektrificeert de samenleving steeds verder.
Bewezen technieken Wind en zon hebben zich de afgelopen jaren bewezen als duurzame energiebronnen. Het zijn op dit moment de belangrijkste technieken waarmee de omslag naar duurzame energie in Nederland plaatsvindt. Zo ook in Waalwijk. Onze doelstelling, om in 2030 een hoeveelheid stroom op te
De ambitie om in 2043 energieneutraal te zijn is voor het eerst opgenomen in de ‘Routekaart’ van 2009. 3
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
10
wekken die gelijk is aan de helft van de elektriciteitsbehoefte in onze gemeente, willen we dan ook bereiken met deze bewezen technieken. Voor de vervolgambitie om in 2043 energieneutraal te zijn, is uitbreiding van de opwek van wind- en zonne-energie niet uitgesloten, maar kunnen ook andere technieken in aanmerking komen. De innovaties in de energiewereld gaan snel. Het is nu nog moeilijk te voorspellen welke technieken over tien tot twintig jaar het meest geschikt zijn voor grootschalige toepassing. Tot 2030 moeten we het dus vooral hebben van zonne-energie en windenergie. Dat vraagt om een flinke inzet. Het grootste deel van de windenergie in Nederland zal van zee komen. Begin 2022 heeft het kabinet de ambitie met windparken op zee fors verhoogd. Dat maakt de in Europees verband afgesproken versnelling mogelijk in het terugdringen van de CO2-uitstoot (van 49% ten opzichte van 1990 naar 55%). Maar nog steeds zijn ook windparken op land nodig. De doelstelling uit het nationale Klimaatakkoord (2019) staat nog recht overeind: landelijk moet in 2030 in totaal 35 miljoen megawatt-uur hernieuwbare energie op land (wind en zon) worden opgewekt. Om die doelstelling te halen, hebben we de grootschalige windparken op land en de zonnevelden hard nodig.
Zoekgebied in Waalwijk Een deel van de opgave moet in Brabant worden gerealiseerd, en binnen Brabant geldt hetzelfde voor de regio Hart van Brabant. Net als alle andere regio’s in Nederland, is in Hart van Brabant onderzoek gedaan naar de meest geschikte strategieën en locaties in de regio voor grootschalige opwek van duurzame energie. De conclusies zijn verwerkt in de ‘Regionale Energie- en Klimaat Strategie’, de ‘REKS’ uit 2021. De REKS nam het zoekgebied over dat de gemeente Waalwijk eerder in de eigen Kadernota Duurzame Energie opnam en waar nu deze Beleidsvisie over gaat: het noorden van de gemeente Waalwijk, tussen de A59 en de Bergsche Maas. Het landschap in dit gebied heeft een grote schaal. Je kunt er ver kijken. Wegen zijn recht en liggen ver uit elkaar, en er zijn niet veel kleine landschapselementen zoals vennen, hagen en bosjes. Delen zijn in gebruik als regionaal bedrijventerrein. In zo’n grootschalig landschap zijn de hoge masten van moderne windmolens en aaneengesloten velden met zonnepanelen beter denkbaar dan in het bosrijkere en kleinschaligere midden en zuiden van de regio en de gemeente. Benodigde capaciteit De maat van dit zoekgebied maakt het realistisch om te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling voor 2030.
Berekend is dat op basis van een hoge inschatting van het verbruik in Waalwijk 215.500 MWh stroom per jaar opgewekt moet worden om in 2030 te voorzien in de helft van de elektriciteitsbehoefte van de bewoners, bedrijven en instellingen in de gemeente. Eén MWh (megawatt-uur) staat gelijk aan de hoeveelheid elektriciteit die een gemiddeld huishouden in drie tot vier maanden verbruikt. Dat jaarlijkse verbruik zal in de toekomst wel flink toenemen, onder invloed van bijvoorbeeld elektrische auto’s en warmtepompen.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
11
In lijn met de Kadernota zal er in 2030 in de gemeente als geheel bijna vier keer zoveel windenergie worden opgewekt als zonne-energie: 170.500 MWh windenergie en 45.000 MWh zonne-energie, waarvan 15.000 MWh op de nieuwe zonnevelden. Er is gekozen voor deze verhouding omdat windenergie minder ruimte in agrarisch gebied nodig heeft, en vanwege de balans op het elektriciteitsnet. Windmolens zijn vaker in bedrijf dan zonnepanelen (dag en nacht), waardoor de levering van stroom gelijkmatiger in de tijd plaatsvindt. Voor eenzelfde hoeveelheid stroom kan bij windenergie worden volstaan met een kleinere aansluiting op het net dan bij zonneenergie. Voor deze hoeveelheid energie zijn negen windmolens nodig, uitgaande van moderne, hoge modellen. Deze hebben een vermogen van ongeveer 6 megawatt (MW), een masthoogte en rotordiameter tot zo’n 170 meter en een maximale tiphoogte van 255 meter. Dat zijn minder windmolens dan het maximum volgens de Kadernota. Die ging uit van 14 windmolens met een vermogen van ongeveer 4 MW. Initiatiefnemers kunnen ook kiezen voor kleinere modellen (met een masthoogte en rotordiameter van minimaal 130 meter), maar niet voor grotere: de maat van 170 meter is het maximum.
Figuur 3 – illustratie windmolen Daarnaast zijn twee tot zes nieuwe zonnevelden nodig, in aanvulling op zonnepanelen op daken en de twee reeds gerealiseerde zonnevelden. Elk nieuw zonneveld is minimaal 2,5 hectare en maximaal 10 hectare groot. Samen tellen ze op tot maximaal 15 hectare (vergelijkbaar met iets meer dan twintig voetbalvelden met zonnepanelen). In deze Beleidsvisie stelt de gemeente Waalwijk vast in welke gebieden en onder welke voorwaarden grootschalige windparken en zonnevelden gerealiseerd kunnen worden, en is de uitleg te vinden hoe ze tot die keuze is gekomen. Het beleid voor duurzame energie in andere delen van de gemeente blijft ongewijzigd. De gemeente blijft bijvoorbeeld plaatsing van zonnepanelen op daken stimuleren en een spaarzaam gebruik van energie bevorderen.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
12
3. Locaties en ontwerpeisen 3.1
Plaatsingzones
Windparken en zonnevelden kunnen worden aangelegd in de ‘plaatsingszones’ die zijn aangegeven op figuur 4 en 5.
De gemeente wijst plaatsingszones aan met ruimte voor twee windparken en minimaal twee tot maximaal zes zonnevelden. Plaatsingszones zijn de gebieden waarbinnen plaatsing van windmolens of zonnepanelen mogelijk is. Wind en zon zijn niet inwisselbaar: plaatsingszones voor zonnevelden kunnen niet gebruikt worden voor windparken en andersom. Ze zijn op basis van verschillende criteria geselecteerd en er zijn verschillende randvoorwaarden aan verbonden. De plaatsingszones voor windparken liggen bij het bedrijventerrein Haven 8-Oost en het bestaande Ecopark (werknaam ‘Windpark Haven-Ecopark’) en in het poldergebied ten noordoosten van Waspik en noordwesten van Sprang-Capelle (werknaam ‘Windpark Buitenpolders’). De zone voor Windpark Haven-Ecopark is opgedeeld in verschillende plaatsingszones: drie losse locaties en een korte strook. De gemeente wil de uitbreiding van het bedrijvenpark Haven combineren met grootschalige opwek. Daardoor is de ruimte beperkt. Het gaat bij Haven-Ecopark dus om de integrale ontwikkeling van één samenhangend energie- en bedrijvenpark. Binnen de plaatsingszones voor windparken is de precieze plek van de molens niet bepaald. Initiatiefnemers voor de ontwikkeling van een windpark kunnen daar zelf, onder voorwaarden die in deze Beleidsvisie zijn opgenomen, een keuze in maken. Initiatiefnemers houden zo de nodige speelruimte in de uitwerking.
Ze kunnen bij de exacte plaatsbepaling inspelen op resultaten van onder meer omgevingsparticipatie, overleg en milieu- en ander onderzoek. Initiatiefnemers hebben ook enige mate van vrijheid om maatwerk toe te passen in de uitwerking van de voorwaarden die we stellen aan de ruimtelijke inpassing en vormgeving en aan de maatschappelijke meerwaarde. De tenders die we zullen uitschrijven (zie hoofdstuk 5) bieden daar gelegenheid voor. De ontwikkeling van Windpark Buitenpolders biedt ruimte voor maximaal zes windmolens, en die van Windpark Haven-Ecopark voor maximaal vier windmolens, uitgaande van de grootst toegestane maat. In totaal zijn er minimaal negen van deze grote windmolens nodig. De provincie vereist een minimum van drie per windpark. De plaatsingszones bieden dus wat meer ruimte dan nodig is voor de doelstelling van 170.500 MWh windenergie. Dat biedt flexibiliteit als zich tegenvallers blijken voor te doen bij de uitwerking, zonder de rechtszekerheid voor omwonenden onevenredig aan te tasten. Plaatsingszones voor zonnevelden zijn alleen aangewezen op locaties die direct grenzen aan stedelijk gebied. Die keuze is gemaakt in de gemeentelijke Kadernota, om de landschappelijke impact beperkt te houden. In de praktijk betekent dit dat ze tegen bedrijventerrein Ecopark/Haven 8 (Waalwijk) en/of bedrijventerrein Maasoever (Waspik) aan moeten liggen.
Randen met een groen- en natuurstrook die het bedrijventerrein omzoomt, komen niet aanmerking. In het zoekgebied zijn vier gebieden onderscheiden: drie ten westen van de bedrijventerreinen Scharlo en Maasoever bij Waspik en één bij het Ecopark in Waalwijk.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
13
Figuur 4 – zoekgebied en plaatsingszones windenergie (kopie)
Figuur 5 – zoekgebied en plaatsingszones zonne-energie (kopie)
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
14
Selectie van plaatsingszones Bij de selectie van de plaatsingszones is gezocht naar een balans tussen vier pijlers: -
maatschappelijk draagvlak,
-
economische haalbaarheid,
-
landschappelijke inpassing,
-
effecten op de omgeving.
Deze vier pijlers ‘dragen’ de keuze van de plaatsingszones en de voorwaarden die aan de ontwikkeling verbonden zijn. Plaatsingszones en voorwaarden zijn zodanig gekozen dat de pijlers niet alleen met elkaar in evenwicht zijn, maar ze ook ieder afzonderlijk voldoende tot hun recht komen.4
Figuur 6 – Afwegingpijlers plaatsingszones windenergie Eerste pijler: maatschappelijk draagvlak In de aanloop naar de Beleidsvisie is het maatschappelijk draagvlak voortdurend bewaakt. Bij de start van het proces, bij het opstellen van de Kadernota, zijn alle huishoudens in de gemeente Waalwijk per brief geïnformeerd over het proces rondom grootschalige opwek. Publieksparticipatie was op veel momenten en op veel manieren mogelijk.
4
De pijlers zijn uitgewerkt in de Notitie milieuafweging van het voorkeursalternatief
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
15
Er zijn vijf themabijeenkomsten georganiseerd. Deze kenden een open inloop. Aan thematafels konden ideeën en opvattingen worden gedeeld en kon informatie worden ingewonnen. Iedere geïnteresseerde kon de voortgang volgen via onder meer een digitale nieuwsbrief en de website duurzaamwaalwijk.nl. De gemeenteraad is op gezette tijden geïnformeerd via raadsinformatiebrieven en meerdere informatieavonden. Bijlage 1 gaat meer in detail op de participatie in. De invloed op de leefomgeving van bewoners in en om het zoekgebied speelde uiteraard een belangrijke rol in de participatie. Die invloed is bijvoorbeeld terug te zien in de afstandsnormen die we hanteren tussen plaatsingszones voor windparken en woningen. Er zijn geen plaatsingszones voor windparken aangewezen op minder dan 750 meter afstand van stedelijk gebied (waartoe we ook buurtschappen rekenen). Vanaf individuele woningen in het buitengebied, bedrijfswoningen en arbeidsmigrantencampussen is een grens van minimaal 400 meter aangehouden. Deze minimumafstanden zijn naar nationale maatstaven relatief ruim. Onderzoeks- en ontwerpbureau Generation Energy hanteerde in een recent onderzoek5, op grond van de praktijk in Nederland, afstandsnormen van 500 meter van stedelijk gebied (in plaats van de 750 meter die wij hanteren) en 300 meter tot individuele woningen (in plaats van 400).
Bij de concrete invulling van een windpark moet worden onderbouwd dat deze afstand inderdaad voldoende is, ook om onevenredige negatieve invloed op de woonomgeving te voorkomen. Daarbij heeft het nadrukkelijke voorkeur om bij de inpassing een zo groot mogelijke afstand tot woningen aan te houden. Met name bij woningen op een afstand tussen 400 en 750 meter vraagt dat aandacht. De initiatiefnemer moet in de tender laten zien met welke aanvullende maatregelen die invloed wordt teruggedrongen en hoe deze bewoners tegemoet worden gekomen (zie ook de voorwaarden in paragraaf 3.3 en de Omwonendenregeling in paragraaf 4.3). Tweede pijler: economische haalbaarheid Binnen de plaatsingszones en de voorwaarden die de Beleidsvisie stelt, moeten initiatiefnemers economisch haalbare plannen kunnen maken, indienen en realiseren. Daarvan is sprake bij een rendement dat in de huidige marktomstandigheden gangbaar is. Anderzijds hoeft ook niet veel meer ruimte te worden geboden en benut dan voor de economische haalbaarheid noodzakelijk is. Er is extern onderzoek verricht naar de economische haalbaarheid van de windparken in de vorm van berekeningen en beoordelingen door experts.6 Daaruit zijn onder meer conclusies getrokken over de maximale omvang van de windparken en de maat van de windmolens.
Bij de beoogde productie van 170.500 MWh is de verwachting dat negen windmolens nodig zijn met de hierboven aangegeven maximale maat van 170 meter ashoogte en 255 meter tiphoogte. Dat is een flink formaat, maar bij veel kleinere molens bestaat een reëel risico dat de windparken niet te financieren zijn.
Generation Energy i.o.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2023), ’Ruimtelijk Effecten van verschillende afstandsnormen voor windturbines op land’ 6 Dit blijkt uit het onderzoek naar economische haalbaarheid door het bureau IN.credible (2022) 5
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
16
Voor zonnevelden is geen afzonderlijke economische analyse gedaan. Het verschil in economische haalbaarheid tussen verschillende alternatieven is klein. En gezien de grote belangstelling van ontwikkelaars om in Waalwijk een zonneveld te realiseren hebben wij geen twijfels over de economische haalbaarheid. Derde pijler: landschappelijke inpassing Een van de redenen om ruimte voor windparken en zonnevelden te zoeken in het polderlandschap tussen de A59 en de Bergsche Maas, is de relatief grote schaal hiervan. Die biedt naar verhouding goede mogelijkheden voor de landschappelijke inpassing. Om versnippering over het polderlandschap te vermijden, concentreren we de ontwikkeling van windmolens en zonnepanelen in een beperkt aantal plaatsingszones. Daarbinnen worden samenhangende windparken en zonnevelden ontwikkeld. De minimale omvang voor een windpark bedraagt drie windmolens (conform de de provinciale Interim Omgevingsverordening van 21 maart 2023) en voor een zonneveld 2,5 hectare zonnepanelen. De windmolens en zonnepanelen dienen in hun opstelling aan te sluiten op de omgeving. Aanbevelingen daarvoor zijn te vinden in de ‘Bouwsteen Landschap’, het rapport over de landschappelijke inpassing van de Grootschalige Opwek Duurzame Energie dat landschapsbureau Rho als bouwsteen voor het Plan-MER heeft gemaakt.
Kwaliteitscriteria voor de opstelling van windmolens die daaruit volgen, zijn behoud van de openheid, landschappelijke en functionele samenhang, grootschaligheid, herkenbaarheid van opstellingen en beleving door waarnemers (omwonenden, werkenden, bezoekers, voorbijgangers, enzovoort). De windmolens zijn zo groot dat zij alleen kunnen aansluiten op de grootste structuren in het landschap, zoals de snelweg, de hoogspanningsleiding en de Bergsche Maas. De keuze dat plaatsingszones voor zonnevelden direct moeten grenzen aan stedelijk gebied, al eerder gemaakt in de Kadernota, is in overeenstemming met de Bouwsteen Landschap. Vierde pijler: effecten op de omgeving Belangrijk bij de selectie van de plaatsingszones voor met name de windparken, was de vierde pijler: de effecten op de omgeving. Hier is uitvoerig onderzoek naar gedaan. De resultaten daarvan zijn te vinden in het Plan-MER (zie paragraaf 6.1). Vier thema’s bleken sterk bepalend voor de keuze van de plaatsingszones. Drie daarvan gelden overal in Nederland als belangrijke criteria bij de projecten voor windenergie op land: de effecten op de leefomgeving van de bewoners (met name geluid, slagschaduw en obstakelverlichting), op de natuur en op het landschap.
Een vierde is specifiek voor het zoekgebied in het noorden van Waalwijk relevant: het oefengebied voor laagvliegende helikopters van Defensie en de aanvliegroutes daarnaartoe vanaf de vliegbasis GilzeRijen. Aan de hand van het Plan-MER zijn alle locaties afgevallen waar zodanige bezwaren en belemmeringen aan kleven dat een vergunning voor een windpark bij voorbaat is uitgesloten, of waar relatief zware aanvullende maatregelen getroffen zouden moeten worden. Kleine delen van deze gebieden zijn alsnog in een plaatsingszone opgenomen. Deze delen komen alleen in aanmerking voor de bouw van een windmolen als er geen andere reële mogelijkheid overblijft.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
17
Concreet gaat het voor windenergie om zes typen locaties die zijn afgevallen of waar dergelijke zwaarwegende nadelen aan verbonden zijn: 1. Locaties binnen de beschermzones van waterkeringen. Dit gaat zowel om de primaire waterkering langs de noordoever van het Oude Maasje en het Zuiderkanaal, als om de regionale keringen. Deze zones zijn ingesteld om te voorkomen dat trillingen tijdens de bouw de stabiliteit van de waterkeringen in gevaar brengen. Een deel van de plaatsingszone voor Windpark Haven-Ecopark valt binnen de beschermingszone van de kering langs het Drongelens Kanaal. Deze komt alleen in aanmerking als er geen andere reële mogelijkheid overblijft. Als er een windmolen in deze veiligheidszone wordt geprojecteerd, is het voor het waarborgen van de waterveiligheid noodzakelijk om nauw af te stemmen met de eigenaar en/of beheerder van de waterkering. 2. Locaties in de Overdiepse Polder. Dit gebied komt om twee redenen niet in aanmerking. Ten eerste kan deze polder onder water lopen bij een zeer hoog waterpeil in de Bergsche Maas. Windmolens zouden een negatief effect hebben op de capaciteit om water te bergen en door te laten stromen. Dat zou het risico vergroten op overstromingen vanuit de Bergsche Maas en het Oude Maasje, en de waterlopen die hierop uitkomen. Daarnaast oefent Defensie boven de Overdiepse Polder met laagvliegende helikopters.
Windmolens zouden deze oefeningen onmogelijk maken. Defensie heeft aangegeven dat de Overdiepse Polder voor haar een onvervangbaar operationeel belang vertegenwoordigt, aangezien er geen alternatieve laagvlieggebieden beschikbaar zijn of binnen afzienbare termijn beschikbaar kunnen komen, en dat dit belang planologisch afdoende is beschermd als ‘nationaal belang' in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). 3. Locaties onder de aanvliegroutes van Defensie. Op weg naar oefeningen rond de Bergsche Maas vliegen de helikopters van Defensie vanaf vliegbasis Gilze-Rijen over delen van het Waalwijkse polderlandschap. In verband met de verdeling van de hinder in het gebied moeten twee corridors beschikbaar blijven. Het oostelijke uiteinde van de plaatsingszone voor Windpark Buitenpolders valt net binnen een aanvliegroute. Na overleg met Defensie is besloten om de plaatsingszone toch over een klein gedeelte van de aanvliegroute heen te trekken, voor het geval er geen andere reële mogelijkheid is om binnen de plaatsingszones het benodigde aantal windmolens te kunnen plaatsen. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, is nauw overleg met Defensie noodzakelijk. 4. Locaties binnen het Natuurnetwerk Brabant. Hier zouden windmolens een te groot verstorend effect op de natuur hebben.
Dat geldt ook als de masten weliswaar buiten het natuurnetwerk staan, maar de rotorbladen er wel boven draaien (de zogenaamde ‘overdraai’). Het Natuurnetwerk Brabant heeft ook een ‘externe werking’. Dat betekent dat ontwikkelingen buiten de natuurgebieden ook geen significante negatieve invloed op de natuurgebieden mogen hebben. Daar moet de initiatiefnemer van een windpark nader onderzoek naar doen.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
18
5. Locaties in de Baardwijkse Overlaat. Dit is een landschap met een kleinere schaal dan de omliggende polders. Het heeft een bijzondere cultuurhistorische waarde, als landschap dat ooit onder water kon worden gezet bij een hoog waterpeil in de Maas of bij vijandelijke dreiging (als deel van de Zuiderwaterlinie). De plaatsingszone voor Windpark HavenEcopark steekt in het oosten net de grens van de Baardwijkse Overlaat over. Na overleg met de provincie Noord-Brabant is bepaald dat een windmolen in dit gedeelte alleen in beeld kan komen als blijkt dat er geen andere reële mogelijkheid bestaat, en op de schaal van de gehele Baardwijkse Overlaat onderzocht is hoe dit gebied kan bijdragen aan de opgave voor windmolens. Daarbij moet duidelijk gemaakt worden dat door de plaatsing van windmolens de openheid kan worden gewaarborgd en historische structuren kunnen worden benadrukt of versterkt (vergelijkbaar met de ontwikkeling van windmolens in de Beerse Overlaat). 6. Locaties op minder dan 255 meter afstand van de hoogspanningsleiding en ondergrondse buisleidingen. Deze afstand moet om veiligheidsredenen worden aangehouden bij windmolens met de maximaal toegestane tiphoogte van 255 meter. Er is met name in het oosten een kleine overlap van zo’n 50 meter aangehouden.
Als er een windmolen in die zone van 50 meter wordt geprojecteerd, is het voor het waarborgen van de veiligheid noodzakelijk om nauw af te stemmen met de beheerder van de leiding. Deze criteria bij de keuze van de plaatsingszones komen bovenop de eis van een minimale afstand van 750 meter tot woonkernen, en 400 meter tot individuele woningen in het buitengebied, bedrijfswoningen en de arbeidsmigrantencampussen (zoals aangegeven onder ‘maatschappelijk draagvlak’). Bij de selectie van plaatsingszones voor zonnevelden spelen effecten op de omgeving een minder grote rol. Invloed op de landschappelijke kwaliteit blijft beperkt door de keuze om zonnevelden alleen langs de grens met stedelijk gebied te realiseren. Daardoor zijn vanzelf locaties uitgesloten die bij hoge rivierpeilen onder water kunnen lopen, die onder het Natuurnetwerk Brabant vallen en die in de cultuurhistorisch waardevolle Baardwijkse Overlaat liggen. Bij de keuze van de plaatsingszones voor windparken en zonnevelden is met bovengenoemde belemmeringen rekening gehouden. Maar ook binnen de plaatsingszones zijn in een aantal gevallen aanvullende maatregelen noodzakelijk om te voldoen aan alle eisen op het gebied van bijvoorbeeld geluid, lichthinder, slagschaduw en natuur. Deze aanvullende voorwaarden kunnen verschillen per windpark of zonneveld en zijn te vinden in de volgende twee paragrafen.
De Beleidsvisie anticipeert op nieuwe landelijke milieunormen voor windenergie. Vergunningaanvragen zullen op de nieuwe landelijke normen worden getoetst zodra die normen van kracht zijn. Naar verwachting is dat op z’n vroegst in het voorjaar van 2024 het geval. In de tussentijd zullen wij uitgaan van lokale normen waarbij per locatie wordt bepaald welke norm het beste passend is. Dit is in lijn met de recente uitspraken van de Raad van State inzake de windparken Delfzijl en Karolinapolder.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
19
3.2
Zonnevelden
Zonnevelden zijn minimaal 2,5 hectare en maximaal 10 hectare groot. Het totale oppervlak van alle zonnevelden samen is maximaal 15 hectare. Alle zonnepanelen, technische ruimtes en (trafo)gebouwen moeten binnen de plaatsingszone liggen. Per zonneveld moet de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan en een landschappelijk inpassingsplan opstellen. Daarin moet onder meer invulling worden gegeven aan de eisen die de gemeente stelt aan de verschijningsvorm van de zonnevelden en dit moet publiekrechtelijk worden geborgd. Zonnevelden van 2,5 tot 10 hectare zijn ‘middelgroot’. We kiezen daarvoor om landschappelijke redenen: meerdere kleinere zonnevelden leveren een te versnipperd beeld op en grotere zonnevelden drukken een te zwaar stempel op de omgeving. Om de invloed op de landschapskwaliteit verder te beperken, moeten zonnevelden direct grenzen aan bestaand stedelijk gebied. Ze moeten aansluiten op bestaande perceelsgrenzen en met hun lange zijde grenzen aan het stedelijk gebied. Tussen twee zonnevelden moet minimaal 500 meter afstand worden aangehouden om te voorkomen dat twee of meer middelgrote zonnevelden alsnog het beeld oproepen van één groot zonneveld.
Binnen deze oppervlakte van 2,5 tot 10 hectare ligt een aaneengesloten veld met zonnepanelen inclusief onderhoudspaden, tussenliggende ruimte, technische ruimte/(trafo)gebouwen en de minimaal noodzakelijke landschappelijke inpassing rondom. Wanneer verdere maatregelen voor landschappelijke inpassing worden getroffen, zoals extra brede groenstroken voor natuurontwikkeling of -compensatie of het vergroten van de biodiversiteit, telt die oppervlakte niet mee bij de oppervlakte van het zonneveld. Hetzelfde geldt voor een aansluitend agrarisch erf. Voorwaarde voor de ontwikkeling is dat de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan en een landschappelijk inpassingsplan maakt. Daarin wordt ook aangegeven of de initiatiefnemer de grond ook voor andere doelen wil gebruiken, en zo ja in welke vorm. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan een combinatie met fruitteelt of begrazing door geiten of schapen. De gemeente zal dat toetsen aan de ‘Bouwsteen Landschap’, het rapport over de landschappelijke inpassing van de Grootschalige Opwek Duurzame Energie dat als bouwsteen voor het Plan-MER is gemaakt. Het beeldkwaliteitsplan en het landschappelijk inpassingsplan zullen deel uitmaken van de te verlenen vergunning. 3.3
Windparken
De beide windparken waar de gemeente ruimte voor biedt, moeten elk in samenhang ontwikkeld worden. Die samenhang heeft betrekking op het patroon van de opstelling en op eenheid in de verschijningsvorm van de te bouwen windmolens.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
20
3.3.1
Voorwaarden aan inrichting en vormgeving
Opstellingspatroon In Windpark Buitenpolders is ruimte voor minimaal 5 en maximaal 6 grote windmolens in een enkele rij of een regelmatige clusteropstelling. Windpark Haven-Ecopark wordt ontwikkeld in samenhang met de uitbreiding van het bedrijventerrein Haven 8. Daar is ruimte voor een cluster met minimaal 3 en maximaal 4 grote windmolens, onder de voorwaarde dat de vier bestaande windmolens in het Ecopark worden gesaneerd voordat de nieuwe windmolens in gebruik worden genomen.
In Windpark Buitenpolders moeten de windmolens opgesteld worden in één rechte lijn of een cluster bestaande uit twee evenwijdige rechte lijnen. De windmolens staan op regelmatige afstand van elkaar. In totaal is er ruimte voor minimaal 5 en maximaal 6 windmolens, uitgaande van de maximale maat. De richting van de lijnen volgt de oost-west richting van de snelweg A59 en Bergsche Maas. Als voor twee lijnen wordt gekozen, moeten die lijnen evenwijdig aan elkaar lopen. Dit opstellingspatroon past bij het karakter van dit open landschap met zijn grootschalige verkaveling. Het sluit aan bij de grootste landschapsstructuren. Lange rechte lijnen overheersen daarin, parallel aan de Bergsche Maas en de rijksweg A59. Door op die oriëntatie aan te sluiten, ontstaat een rustig, samenhangend beeld. Bij iedere andere oriëntatie zou het windpark een onevenredige inbreuk op het landschap plegen. Bij Windpark Haven-Ecopark kiezen we voor een clusteropstelling. Van een open landschap is hier geen sprake meer. Het windpark wordt geïntegreerd in het uit te breiden bedrijventerrein Haven, waar de gemeente grootschalige opwek wil combineren met de uitbreiding van het bedrijvenpark. Daarom kon hier niet worden gekozen voor één aaneengesloten plaatsingszone, maar bestaat de plaatsingszone uit drie concrete locaties en een korte strook.
Het opstellingspatroon sluit aan op de structuur van het bedrijventerrein. De plaatsingszones hangen samen met de locaties van bestaande te saneren windmolens, de bestaande bedrijvigheid en de beoogde verkaveling van de geplande uitbreiding van het bedrijventerrein. In lijn met de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) zal windpark Haven-Ecopark ervaren kunnen worden als ‘poort van de regio’. In totaal gaat het bij Haven-Ecopark om minimaal 3 en maximaal 4 windmolens, uitgaande van de maximale maat. De ontwikkeling van windpark Haven-Ecopark is onlosmakelijk verbonden aan de sanering van alle vier bestaande windmolens in het Ecopark. De initiatiefnemer voor de nieuwe ontwikkeling is ook verantwoordelijk voor de sanering. De sanering van de huidige windmolens moet plaatsvinden voordat de nieuwe molens in gebruik worden genomen. Verschijningsvorm Per windpark moet de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan opstellen. Daarin moet onder meer invulling worden gegeven aan de eisen die de gemeente stelt aan de verschijningsvorm van de windmolens.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
21
Per windpark moet de initiatiefnemer voorafgaand aan de vergunningaanvraag een beeldkwaliteitsplan opstellen. Hierin moet tot op microniveau worden aangegeven hoe het windpark eruit zal gaan zien. Dat gaat bijvoorbeeld om de mastvoet, hekken, onderhoudspaden, kleuren, reclamevoering, trafogebouwen en de landschappelijke inpassing. Om een rustig landschapsbeeld te creëren, stellen we de volgende eisen aan de verschijningsvorm van de windmolens: -
alle windmolens bestaan uit een buismast met een driebladige rotor;
-
alle windmolens in één windpark draaien in dezelfde richting;
-
alle windmolens in één windpark zijn van hetzelfde type en hebben dezelfde vorm en kleurstelling;
-
alle windmolens in één windpark hebben dezelfde ashoogte; deze is minimaal 130 meter en maximaal 170 meter;
-
alle windmolens in één windpark hebben dezelfde rotordiameter, deze is minimaal 100 meter en maximaal 170 meter (de maximale tiphoogte komt daarmee uit op 255 meter);
-
een regelmatige afstand tussen twee windmolens in één windpark.
Initiatiefnemers hebben dus de mogelijkheid om te kiezen voor een kleinere maat windmolens dan het gestelde maximum. Om toch te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling van 170.500 MWh, kan in dat geval (met de huidige stand van de techniek) een groter aantal windmolens nodig zijn. Op grond van de reacties uit de omgeving en de invloed op het landschap, streven we naar een kleiner aantal molens, die dan wel de maximale maat hebben.
Figuur 7– illustratie windmolen Betekenis plaatsingzones Binnen de gestelde voorwaarden kan een initiatiefnemer zelf afwegen waar in de plaatsingszones de windmolens worden gepositioneerd. Maatgevend is het hart van de mast: dat moet binnen een plaatsingszone staan.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
22
De plaatsingszones geven aan waar een initiatiefnemer windmolens mag neerzetten, binnen de gestelde voorwaarden aan het opstellingspatroon en de verschijningsvorm. Bij die afweging kan de initiatiefnemer onder meer de afstand tot woonbebouwing en de invloed op de leefomgeving (geluid, slagschaduw) betrekken. Ook zijn de beperkingen van belang die volgen uit de aanvliegroute van Defensie en de cultuurhistorische waarde van de Baardwijkse Overlaat (zie paragraaf 3.1). Het hart van iedere mast moet binnen een plaatsingszone geplaatst zijn. De buitenrand van de mast en de rotorbladen mogen er dus overheen vallen. Alle voorzieningen voor het bouwen en functioneren van de windmolen moeten zoveel mogelijk geconcentreerd worden gerealiseerd, maar dat mag ook voorbij de grens van de plaatsingszone. Dat gaat bijvoorbeeld om transformatorstations, funderingen, bekabeling, toegangs- en onderhoudspaden, kraanopstelplaatsen, en de netaansluiting met het inkoopstation. Ook een eventuele groene rand of andere voorzieningen om de effecten op de natuur te compenseren of beperken, mogen buiten de plaatsingszone gerealiseerd worden. Uiteraard is in alle gevallen overeenstemming nodig met alle betrokken grondeigenaren en dient aan de vereisten voor vergunningverlening te worden voldaan. 3.3.2
Voorwaarden aan inrichting en vormgeving
Geluidshinder We streven ernaar dat de windmolens nergens meer geluid produceren dan 45 decibel aan de gevel van een woning of andere gevoelige functie. Windmolens mogen geen tonaal geluid (brom- of fluittoon) produceren. Voorafgaand aan de bouw voert de gemeente een nulmeting uit naar het al aanwezige geluid in de omgeving.
Draaiende rotorbladen en (in mindere mate) de aandrijving van een windmolen produceren geluid. Dat kan een bron van hinder zijn. Geluid door windmolens wordt eerder als hinderlijk ervaren dan bijvoorbeeld geluid door wegverkeer. Er gelden op dit moment geen landelijke, juridisch vastgelegde normen over de hoeveelheid geluid die een windmolen mag produceren of die hoorbaar mag zijn bij woningen of andere bestemmingen die daar gevoelig voor zijn.7 Gemeenten kunnen daar eigen normen voor opstellen, toegesneden op de plaatselijke situatie. In het Plan-MER is onderzocht hoeveel woningen en andere gevoelige bestemmingen (zoals scholen en verzorgingshuizen) te maken kunnen krijgen met geluidsbelasting aan de buitengevel. Dat is eerst gedaan voor een aantal verschillende alternatieven voor de plaatsing van windmolens, en vervolgens ook bij de geselecteerde plaatsingszones, voor drie geluidsniveaus; 40, 45 en 47 decibel. Een geluidsniveau van 47 decibel was tot 2021 de norm in de nationale milieuwetgeving.
7 Dit is het gevolg van het ‘Nevele-arrest’ van het Europese Hof van Justitie uit 2020. De Raad van
State verbond daar in 2021 de conclusie aan dat de op dat moment geldende nationale milieunormen voor windenergie onvoldoende onderbouwd waren.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
23
De WHO (de World Health Organization van de Verenigde Naties) houdt 45 decibel aan als adviesnorm. Het minimale onderzochte geluidsniveau is 40 decibel. Dat is het laagste geluidsniveau waarbij volgens de WHO hinder kan worden ervaren, maar het valt meestal weg tegen ander omgevingsgeluid. Geluidniveau
Woningen
Overige beschermde objecten
Niet beschermde objecten
47 dB
15
0
24
45 dB
340
0
47
40 dB
3886
11
116
Figuur 8 - maximaal aantal bestemmingen dat geluidhinder kan ervaren boven een bepaald geluidniveau bij de plaatsingszones voor windenergie Uit het onderzoek blijkt dat we met een aantal aanvullende voorwaarden en de gekozen minimale afstanden tot stedelijk gebied (750 meter) en individuele woningen in het landelijk gebied, bedrijfswoningen en arbeidsmigrantencampussen (400 meer) vrijwel geheel binnen de adviesnorm van de WHO van 45 decibel kunnen blijven. Het streven is om hier geen enkele uitzondering in te hoeven maken. Die aanvullende voorwaarden zijn daar wel voor nodig – als we die niet zouden stellen, zijn er vijftien woningen die onder ongunstige omstandigheden te maken krijgen met een relatief ernstige geluidhinder van meer dan 47 decibel, en enkele honderden waar de adviesnorm van de WHO wordt overschreden. Door de maatregelen wordt ook het gebied kleiner waar de windmolens zacht hoorbaar kunnen zijn.
Figuur 9 - maximale geluidscontouren van 40, 45 en 47 dB Lden rondom de plaatsingszones voor windenergie
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
24
Het gaat om de volgende voorwaarden: -
Windmolens moeten beschikken over een geluidsreducerende modus, tenzij de initiatiefnemer een andere techniek toepast waarmee aantoonbaar hetzelfde effect kan worden bereikt;
-
Windmolens mogen geen tonaal geluid produceren. Zo’n ‘brom- of fluittoon’ is een zeer hinderlijke vorm van geluid. Goede, moderne windmolens maken dit type geluid niet. In navolging van de gemeente Lingewaard8 willen we in de vergunning voor de windparken opnemen dat als toch tonaal geluid wordt vastgesteld, het berekende aantal geproduceerde decibellen met een vast aantal wordt opgehoogd. Daardoor kunnen we het verbod op tonaal geluid handhaven, ook als de totale geluidsproductie binnen de gestelde marge valt.
Initiatiefnemers moeten in hun inschrijving voor de tender aangeven hoe zij de geluidsbelasting willen verminderen, en tot op welk niveau. Kort voor de bouw voert de gemeente een nulmeting uit naar het al aanwezige geluid in de omgeving, om nadien te kunnen vaststellen hoeveel geluid het nieuwe windpark feitelijk maakt. Slagschaduw Windmolens moeten beschikken over een stilstandsvoorziening om hinder door slagschaduw tegen te gaan. Er mag geen slagschaduw optreden aan de gevel van woningen.
Een vorm van hinder die specifiek bij windmolens speelt, is de slagschaduw. Dat is de op- en afkomende schaduw van draaiende rotorbladen. In Nederland gold tot 2021 een norm van maximaal 17 dagen per jaar gedurende 20 minuten of langer (dus in totaal 5 uur en 40 minuten per jaar). Een slagschaduw van minder dan 20 minuten was volgens deze landelijke norm niet aan een maximum aantal dagen gebonden en viel buiten deze 5 uur en 40 minuten. Net als de geluidsnormen, heeft deze norm op dit moment geen juridische status. Om de invloed op de leefbaarheid te beperken, houden wij vast aan een norm van nul uur: er mag geen slagschaduw optreden aan de gevels van woningen. In beide windparken ontstaat zonder aanvullende maatregelen een situatie waarin niet alleen slagschaduw optreedt, maar ook de voormalige norm bij een klein aantal woningen wordt overschreden. Dat blijkt uit het Plan-MER. We stellen daarom een stilstandsvoorziening verplicht. Dit is een systeem dat de windmolen stil kan zetten zodra slagschaduw optreedt. In figuur 10 zijn de verwachte maximale slagschaduwcontouren van de plaatsingszones voor wind ingetekend. Een stilstandvoorziening is nodig om geen slagschaduw aan de gevel van woningen te laten optreden.
8
Pagina 14 Besluit vergunningaanvraag gemeente Lingewaard 22-09-2022
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
25
Figuur 10 – slagschaduwcontouren rondom de plaatsingszones voor windenergie Verlichting Initiatiefnemers moeten aangeven hoe ze overmatige hinder door obstakelverlichting tegen zullen gaan.
Om de veiligheid van het vliegverkeer niet in gevaar te brengen, moet op de mast van elke windmolen een lichtje schijnen. Bij daglicht is dat meestal een knipperend wit licht, en in het donker een permanent rood licht. Alleen voor windmolens met een tiphoogte lager dan 150 meter geldt deze verplichting niet, maar de Waalwijkse molens zullen allemaal hoger zijn. Omwonenden kunnen deze verlichting als hinderlijk ervaren. Er zijn verschillende manieren denkbaar om die hinder te verminderen. Zo kan ook overdag voor permanente verlichting gekozen worden in plaats van knipperende verlichting. Ook is het mogelijk om de lichtintensiteit aan te passen op de weersomstandigheden, of de straling van het licht naar onderen af te schermen. Op dit moment onderzoekt de ‘Landelijke Projectgroep Obstakelverlichting op Windparken op Land’ of het mogelijk is om obstakelverlichting alleen in te schakelen op het moment dat een vliegtuig nadert. Onderzocht moet worden of dit ook voor Waalwijk een kansrijke optie is. In Duitsland wordt de transpondertechniek veel gebruikt, waarbij een ontvanger bij een windpark de transponder van een vliegtuig detecteert. Op dat moment schakelt de verlichting zichzelf automatisch in. Ook de helikopters van Defensie beschikken over zo’n transponder.
Van initiatiefnemers voor windparken wordt verwacht dat zij onderzoeken welke hinder door obstakelverlichting kan ontstaan en tot hoever ze die hinder willen zullen beperken en op welke manier.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
26
Natuur Als significante effecten op beschermde leefgebieden of plant- of diersoorten niet kunnen worden uitgesloten als gevolg van de realisatie en exploitatie van een windpark of zonneveld, moet de initiatiefnemer hier aanvullend onderzoek naar laten doen. Dat kan leiden tot aanvullende voorwaarden om de verstoring te beperken of te compenseren.
In Nederland worden belangrijke natuurgebieden én bepaalde plant- en diersoorten beschermd. Beschermde natuurgebieden zijn deel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Als ze internationaal bijzondere waarden hebben vallen ze ook onder Natura 2000, het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. De plaatsingszones voor windenergie bevinden zich buiten deze beschermde natuurgebieden. Toch moet er bij de plaatsing wel rekening mee worden gehouden. Een negatieve invloed op de natuurkwaliteit kan ook op afstand ontstaan. Als bij de aanleg van een windpark stikstof vrijkomt, bijvoorbeeld door het gebruik van machines die draaien op fossiele brandstoffen, kan die voor een deel weer in natuurgebieden neerkomen. Die stikstofdepositie is aan strenge grenzen gebonden. Daar moet bij de aanleg rekening mee worden gehouden.
Figuur 11 – overzicht van natuurgebieden in en nabij het zoekgebied Een deel van Windpark Buitenpolders zou op minder dan anderhalve kilometer van het Natura 2000-gebied Langstraat geplaatst kunnen worden. Plaatsing van windmolens binnen die afstand (de ‘buffer’ rond het natuurgebied) kan een verstorend effect op de natuur hebben, bijvoorbeeld door trillingen, geluid of licht. De initiatiefnemer van het windpark moet hier aanvullend onderzoek naar laten doen.
Concept Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 5 juli 2023
27
Van de andere Natura 2000-gebieden in de omgeving, is de Biesbosch van bijzonder belang voor vogels. Veel vogels zoeken hun voedsel in een wijde omgeving. Daarom is onderzocht of windmolens in het Waalwijkse polderlandschap een wezenlijke bron van risico of verstoring vormen voor vogels in de Biesbosch. Dat blijkt niet zo te zijn. Het gebied waar deze vogels hun voedsel vinden is groot genoeg en eventuele aanvaringen van een vogel met een windmolen zullen incidenten zijn. In nader onderzoek op projectniveau kan naar voren komen dat toch maatregelen nodig zijn om effecten voor vogels te beperken of te compenseren, bijvoorbeeld in de vorm van een zwart rotorblad of door de stilstandsvoorziening in te schakelen (het systeem dat ook gebruikt wordt om slagschaduw bij woningen te beperken). Plaatsingszones komen hier en daar dicht in de buurt van gebieden binnen het Natuurnetwerk Brabant. De Bergsche Maas, het Oude Maasje, het Zuiderkanaal en het Drongelens Kanaal behoren tot het NNB, met inbegrip van een deel van de oevers. Ecologische waarden kunnen indirect worden aangetast als gevolg van geluid, licht, betreding, schaduwwerking, windturbulentie, et cetera. Ook hiervoor geldt dat de initiatiefnemer nader onderzoek moet laten doen naar de verstoring van leefgebieden of plant- of diersoorten in het natuurgebied als gevolg van het windpark.