CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 behorende bij het raadsbesluit wijzigingen APV gemeente Waalwijk 2022

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Algemene plaatselijke verordening 20221.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 behorende bij het raadsbesluit wijzigingen APV gemeente Waalwijk 2022

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden. Toelichting Vorig jaar is een algeheel bedelverbod in de APV opgenomen. Op dat moment had het Europese Hof van de Rechten van de Mens op 19 januari 2021 in Lăcătuş t. Zwitserland (ECLI:CE:ECHR:2021:0119JUD00140651) zich reeds voor het eerst uitgesproken over de verhouding tussen de toepassing van een bedelverbod en het recht op privéleven (art. 8 EVRM). Tijdens de behandeling van de APV in de raadsvergadering van 21 december 2021 is aangegeven dat dit arrest nog door andere gemeenten wordt bestudeerd. De VNG was op dat moment ook nog bezig om het arrest te bestuderen en uit te zoeken welke gevolgen het arrest heeft voor de Nederlandse rechtsorde. De VNG stelt nu aan alle gemeenten voor om het artikel over bedelen aan te passen vanwege de uitspraak van het Hof. In de uitspraak wordt geoordeeld dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen. Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij.

Daarom wordt voorgesteld om bedelen alleen te verbieden in een door het college aangewezen gebied ter voorkomen of beëindiging van overlast. Het Hof geeft niet aan dat een bedelverbod niet mogelijk is, maar dat bij het besluiten tot een bedelverbod een belangenafweging plaats moet vinden. Bij het nemen van een aanwijzingsbesluit kan een belangenafweging worden gemaakt.

Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen 1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen [of voorwerpen] als bedoeld in artikel 2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a. 2. Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.

3. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn. Toelichting De districtelijke Driehoek besloot op 26 november 2020 in gezamenlijkheid om uw raad voor te stellen om een verbod op carbid schieten op te nemen in de APV. Bij de wijzigingen van de APV in 2020 is daarom artikel 2:73a (verbod carbid schieten) alsmede artikel 2:73b (beperken op het voorhanden hebben van carbid) opgenomen in de APV. De primaire doelstelling was om door een toename van carbid schieten en het onjuist gebruik hiervan de druk op de medische zorg niet op te laten lopen en een toename van Covid-19 besmettingen te voorkomen. Bij het nemen van het besluit van uw raad, heeft uw raad aangegeven dat u het verbod alleen voor de jaarwisseling 2020/2021 wilde opnemen. Destijds is toegezegd om het verbod vanwege Covid voor 1 jaar op te nemen (toezegging nummer 71). Op het moment van de jaarwisseling 2021/2022 gold echter dezelfde coronasituatie en is het verbod om deze reden niet vervallen. Op dit moment bestaat geen reden meer om het verbod te houden vanwege Covid. Daarom wordt voorgesteld om het verbod te schrappen.

Artikel 5:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: a) standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. b) ideële standplaats: een standplaats voor bijzondere acties met een algemeen maatschappelijk belang of voor een niet-commerciële sociaal-culturele, sportieve, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige activiteit. c) incidentele standplaats: een (commerciële) standplaats die niet met regelmaat of vaste frequentie, slechts voor 1 of enkele dagen per jaar wordt ingenomen.

2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24; c. een uitstalling voor een winkelvoorziening, gelegen op een weg; d een wagen voor bevolkingsonderzoek; . Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

3. De vergunning kan worden geweigerd: a. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 43.Het college kan gebieden aanwijzen waar incidentele en ideële standplaatsen niet zijn toegestaan. 5.Geen vergunning is vereist voor een incidentele en/of ideële standplaats, indien: a. de standplaats geen bakwagen betreft; b. de standplaats niet los aansluit op een evenement; c. de standplaats niet vaker dan 5 keer per jaar gedurende 1 dag wordt ingenomen; d. de standplaats niet op een door het college aangewezen gebied als bedoeld in lid 4 wordt ingenomen; e. de activiteiten van de standplaats, inclusief inrichten en opruimen van de standplaats, plaats vinden tussen 8.00 uur en 22.00 uur; f. de standplaats geen onevenredige geurhinder of geluidhinder veroorzaakt; g.

de standplaats niet wordt ingenomen wordt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; op een stoep moet minimaal 1,50 meter vrij zijn; h. de fysieke middelen die gebruikt worden voor de standplaats een oppervlakte van niet meer dan 12 m2 hebben; 6.Geen vergunning is vereist voor een incidentele standplaats voor een bakwagen, indien: a. wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in lid 5 onder b tot en met h; b. de standplaats op een afstand van meer dan 25 meter van nabije panden/ woningen komt te staan; c. geen open vuur wordt gebruikt ; d. de aanvrager ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het innemen van de standplaats schriftelijk de melding heeft gedaan aan het college. 7.Het college kan een standplaats als bedoeld in het 5e en 6e lid verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Toelichting standplaatsen Vanwege de ontwikkeling van een nieuw standplaatsenbeleid en vanwege deregulering van de standplaatsenvergunningen dient ook de APV te worden aangepast. De hoofdpunten van de ambtelijke koers voor het maken van het standplaatsenbeleid is bij het raadsvoorstel gevoegd. Standplaatsen zijn "schaarse vergunningen" die moeten voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn.

Dit betekent onder andere voor alle gegadigden gelijke kansen op een standplaatsvergunning. Ook geeft jurisprudentie aan dat een redelijk niveau voor de consument niet meer als eis is toegestaan. Om deze redenen heeft de VNG in de

modelverordening een kwantitatieve en territoriale beperking opgenomen in het derde lid. Artikel 5:18 lid 3 is daarom overgenomen uit de modelverordening. Artikel 5:17 en artikel 5:18 leden 5 en 6 zijn toegevoegd in het kader van deregulering. Deregulering is wenselijk om de regelgeving rond standplaatsen makkelijker te maken voor de aanvragers. Vanwege deregulering maken we kortdurende standplaatsen met een beperkte impact op de leefomgeving vergunningsvrij. Alleen voor incidentele bakwagens stellen we een meldingsplicht in, omdat het risico op (geur)overlast iets groter is. Wel worden enkele criteria gesteld aan deze type standplaatsen. Dit zijn minimale basisvoorwaarden zodat geen nadere regels meer nodig zijn. Lid 4 is toegevoegd om ervoor te zorgen dat vergunningsvrije en meldingsplichtige standplaatsen vanwege mogelijke overlast niet overal zijn toegestaan. Er wordt een afwijkingsbesluit gemaakt om de locaties aan te wijzen. Daarbij worden onder andere bedrijventerreinen en de locaties voor vaste-/seizoenstandplaatsen uitgesloten. Lid 7 is aan artikel 5:17 toegevoegd, omdat de weigeringsgronden uit artikel 1:8 alleen van toepassing zijn op vergunningen. Met deze bepaling zijn de weigeringsgronden ook van toepassing op vergunningsvrije en meldingsplichtige standplaatsen.

Benaming burgemeester Het woord burgemeester is zowel mannelijk als vrouwelijk. Dit hangt af van de persoon die op dat moment burgemeester is. Uit onderzoek van de APV is gebleken dat in de volgende artikelen de burgemeester ten onrechte als “hij” of “zijn” wordt aangeduid: artikel 2:28 lid 3, 2:39 lid 3 onder a, 2:77a lid 4, 2:77c lid 6, 2:77 d lid 2 en artikel 2:90 van de APV. In deze artikelen zullen de aanduidingen “hij” of “zijn” worden vervangen door “de burgemeester”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12014248/2