CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Algemene informatie adviesrecht participatieplicht delegatie 291021

Raadsbijeenkomst 9 november 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Brainstormsessie1.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Algemene informatie Deze bijlage geeft algemene informatie over de drie onderwerpen adviesrecht, participatieplicht en delegatie.

Bindend adviesrecht Bestaande situatie In de huidige situatie onder de Wabo is er een drietal mogelijkheden om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan: 1. binnenplans (geregeld in bestemmingsplan) 2. kruimelafwijking (op basis van artikel 4, bijlage II Bor) 3. buitenplans (projectafwijkingsbesluit) Het college is in alle drie de gevallen het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen. De raad is enkel betrokken bij een omgevingsvergunning onder punt 3. De raad moet daarvoor namelijk een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) geven, tenzij het om een geval gaat dat door de raad is aangewezen als categorie waarvoor geen VVGB is vereist. Naast het afwijken van het bestemmingsplan met een vergunning bestaat de mogelijkheid van een bestemmingsplanherziening. In overleg met de initiatiefnemer wordt de afweging gemaakt om het initiatief mogelijk te maken met een bestemmingsplanherziening of een vergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De volgende criteria spelen hierbij een rol. a. Is het initiatief voldoende concreet, zoals vereist voor een omgevingsvergunning. b. Maakt het (bouw)plan onderdeel uit van een groter project dat gefaseerd plaatsvindt? In dat geval is het wenselijk eerst het ruimtelijk kader voor het gehele project vast te stellen en vervolgens voor de onderdelen aparte omgevingsvergunningen te verlenen. c.

Is het wenselijk de onderliggende bestemming te herzien. Nieuwe situatie In de situatie onder de Omgevingswet blijft het college het bevoegd gezag tot het verlenen van omgevingsvergunningen. Het onderscheid in de omgevingsvergunningen onder punt 2 en 3 verdwijnt echter. Dit wordt in beide gevallen een omgevingsvergunning voor een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). BOPA Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is de raad niet betrokken, tenzij het om een geval gaat waarvoor de raad zichzelf heeft aangewezen als adviseur. Het college zal op de aanvraag moeten besluiten binnen 8 weken. Het college heeft wel de bevoegdheid om een uitgebreide procedure te doorlopen. Omgevingsplan Naast het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) kan initiatiefnemer verzoeken om een herziening van het 1

omgevingsplan en daarna (mits nog nodig) het aanvragen van een omgevingsvergunning (die niet meer afwijkt van het omgevingsplan). Als de initiatiefnemer verzoekt om eerst het omgevingsplan te wijzigen is de raad bevoegd het omgevingsplan te wijzigen. De raad kan een delegatiebesluit nemen en categorieën/activiteiten vaststellen waarvoor geldt dat het college bevoegd wordt het Omgevingsplan te wijzigen. Het omgevingsplan wordt uiterlijk vijf jaar na het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning voor een blijvende afwijkactiviteit, met die omgevingsvergunning in overeenstemming gebracht. Ook voor deze actualisatie van het omgevingsplan is de raad aan zet, de raad stelt deze actualisatie vast. Advies is bindend De raad geeft alleen advies over die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarover de raad heeft vastgelegd gebruik te willen maken van het adviesrecht. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan het college niet zelfstandig afdoen. Als de raad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Nieuwe beslistermijnen noodzaken snelheid in geven bindend advies Het adviesrecht moet plaatsvinden in het vergunningstraject. Echter, in de reguliere procedure van 8 weken is het, met de huidige procesafspraken, onmogelijk om een advies van de raad te verkrijgen.

Het bestuurlijk proces tot het verkrijgen van het advies van de raad bedraagt op zichzelf al 6 tot 8 weken. Hier zijn de ambtelijke voorbereiding en afhandeling van het raadsadvies nog niet inbegrepen. Het is aan te raden te onderzoeken of het mogelijk is om de bestuurlijke besluitvormingsprocedure te verkorten. De VNG adviseert gemeenten bijvoorbeeld als onderdeel van het proces een permanente ‘hoorcommissie’ in te stellen om initiatiefnemers en betrokkenen de mogelijkheid te bieden hun initiatief, dan wel zienswijze toe te lichten. Maar wellicht zijn er ook andere mogelijkheden. Er wordt samen met de raadsgriffie bekeken hoe deze afhandeling gedaan kan worden in relatie tot benodigde behandeltijd door de gemeenteraad. Hierover volgt nog informatie met zo nodig een advies of een voorstel. Mogelijkheden tot verlenging van behandeltermijn a. Overwogen kan worden om de normale beslistermijn van 8 weken standaard met 6 weken te verlengen omdat een nadere beoordeling vereist is. b. Het college kan, na het horen van de initiatiefnemer, de uitgebreide procedure van 26 weken van toepassing verklaren als: • de activiteit aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving, en • er naar verwachting meerdere belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Deze bevoegdheid kan enkel worden toegepast als het initiatief afwijkt van het omgevingsplan, net als bij het aanwijzen van de gevallen van participatieplicht en adviesrecht. Per geval moet het college afwegen of het gewenst is om van deze bevoegdheid gebruik te maken. c. Met de initiatiefnemer kan een verlenging van de beslistermijn overeen worden gekomen.

2

Participatieplicht Bestaande situatie In de huidige situatie is participatie bij de omgevingsvergunning niet verplicht. Uitzondering: indien tegelijk sprake is van een beleidswijziging kan het college na consultatie van de raad besluiten of participatie of inspraak of geen van beide nodig is op basis van de Algemene inspraak- en participatieverordening Nieuwe situatie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Met de invoering van de wet geldt voor alle aanvragen om een omgevingsvergunning dat: • een initiatiefnemer moet aangeven of participatie heeft plaatsgevonden (indieningsvereiste); • als participatie heeft plaatsgevonden, de initiatiefnemer aangeeft hoe dit heeft plaats gevonden en wat de resultaten zijn; • heeft er geen participatie plaatsgevonden? Dan is dat geen grond om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Mogelijkheid tot participatieplicht De raad heeft de bevoegdheid om gevallen van activiteiten aan te wijzen, waarbij participatie vooraf verplicht is. Dit kan alleen voor activiteiten die niet binnen het omgevingsplan passen en als het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is. In die gevallen moet een aanvrager een participatieproces vormgeven en doorlopen. Hij moet aangeven wat er aan participatie gedaan is en wat de resultaten ervan zijn.

Als niet aan participatie is gedaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Participatievorm en ondersteuning De vorm van participatie mag initiatiefnemer zelf bepalen. Hij is verantwoordelijk voor het vormgeven en doorlopen van het participatieproces. Een gemeente kan een initiatiefnemer hierbij ondersteunen, bijvoorbeeld met een handreiking. Het is logisch deze handreiking af te stemmen met het gemeentelijke participatiebeleid en participatieverordening. Wat bijvoorbeeld in een handreiking kan staan, is dat bij het indienen van de aanvraag van initiatiefnemer een participatieverslag wordt verwacht. Daarin geeft de initiatiefnemer in ieder geval aan wie zijn betrokken, hoe belanghebbenden zijn benaderd, hoe de inbreng is gegeven, hoe die is verwerkt in het plan en welke afwegingen zijn gemaakt.

3

4

Delegatie Bestaande situatie De huidige wet kent geen formele delegatiemogelijkheid. Wel kan op basis van de huidige wet de raad wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in een bestemmingsplan opnemen waarin de raad voor bepaalde locaties al bepaald dat voor deze specifieke gevallen of locaties het college bevoegd gezag is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. De raad stelt de kaders daarvoor vast in het bestemmingsplan. Het wijzigingsplan en uitwerkingsplan worden door het college vastgesteld. Nieuwe situatie Eén van de verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet is snellere bestuurlijke besluitvorming. Ook in de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan is een mogelijkheid opgenomen de besluitvorming te versnellen, namelijk het delegatiebesluit. Mogelijkheid tot delegatie De raad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college. Het delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit geeft de reikwijdte van de bevoegdheid. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend. Ook kan in het delegatiebesluit bepaald worden hoe het college uitvoering moet geven aan de gedelegeerde bevoegdheid.

De mogelijkheid om delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Met delegatie kan de raad ervoor zorgen dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan neergelegd wordt. Ook vanuit het oogpunt van efficiency en flexibiliteit kan delegatie wenselijk zijn.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11091351/1