Bijlage 1 Advies SAR Wmo-beleidsplan
Tekst van het document
::' it !.t
.r :
.i1
i :t tl :r, i : i, !r ;':.r:.,
' 1'". i*.,*t*****"**.**;s§ryr'.e'".6:ei.'.u"n:
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Waalwijk
Onderwerp: advies SAR inzake WMO-Beleidsplan 2023-2026 Waalwijlg 27 februati 2023
Geacht College, U hebt ons gevraagd uw college te adviseren inzake het WMO-Beleidsplan 20232-2026. Aan dit
verzoek voldoen wij graag. Wij zijn de ambtelijke orBanisatie erkentelUk voor de gelegenheid die wij kregen reeds in de fase van voorbereiding van het beleidsdocument mee te kunnen denken. Ons
uiteindelijk advies kan hierdoor meer op hoofdlijnen zijn gericht. Het WMO-Beleidsplan betreft een eerste uitwerking van de door de raad in november 2022 vastgestelde Koersbepaling Sociaal Domein, waarover wij u ook eerder hebben geadviseerd. Hetgeen wij u destijds adviseerden- in een advies waarover u uw waardering uitsprak- heeft ook nu zijn geldigheid noB niet verloren. lnzet op méér burgerparticipatie bij ontwikkeling en uitvoering van
beleid is voor de SAR een thema van betekenis. Graag gaan wij dan ook op uw uitnodiging in om in samenspraak met uw college twee beleidsvoorstellen te selecteren waarin ruimte bestaat voor een uitgebreid proces van bur8erparticipatie. De ontwikkeling van ontmoetingsplekken, waaraan in het WMO-Beleid een centrale functie wordt toegekend, mag er voor ons één zijn. Onze positieve waardering voor de ingezette koerswijziging, waarbij ingezet wordt op de
ontwikkeling van 'tamenredzaamheid" en versterking van de veerkracht van individuen in hun relatie tot hun wijk en buurt, blijft onverminderd van kracht. Uw keuze hierbij voor een viertal uitgangspunten van beleid: bestaanszekerheid, publieke (mentale) gezondheid, gelijke kansen en "dichtbij" wordt door ons onderschreven. Bij de uitwerking van het Wmo-beleid staan wij een fluide aanpak voor afhankelijk van de (aangetroffen) omstandigheden in de wijk of buurt. Ook hebben wij gepleit voor het doen van experimenten in de ene wijk, die later al dan niet worden voortgezet in de andere wijken. Ook de mate waarin de uitvoering van het beleid in de praktijk vorm gaat krijgen, mag voor ons gekenmerkt worden door een primaire invulling van taken door vrijwilligers en/of professionals met een rol voor
de gemeente als regisseur/procesbewaker. Enkele kanttekeningen willen wij nog maken:
1. De door u gegeven argumentatie voor de andere koers lijkt met name ingegeven door de zorg dat het huidige - op beschikkingen gebaseerde WMO-Beleid- zeker in een fase van toenemende vergrijzin& niet langer (financieel) houdbaar en uitvoerbaar zal zijn. ln het 1
voorliggende beleidsdocument wordt ieder uitgewerkt uitgan8spunt voorzien van "doelen" met name gericht op een (realistische) reductie van het aantal beschikkingen.
Wij zijn van mening dat het realiseren van dergelijke volume doelstellingen enerzijds begrijpelijk is in het licht van de financiële problematiek waarvoor u zich geplaatst ziet maar anderzijds geen recht doet aan het verhoopte succes in wijken en buurten in termen van meer cohesie, meer samenredzaamheid en meer solidariteit. Zelfs al zouden de geformuleerde reductiedoelen niet of nog niet worden bereikt, dan nog wil dat niet zeggen dat het beleid geen positieve vruchten heeft afgeleverd. ln dit kader merken wij ook op dat de beleidshorizon van de voorliggende Nola 2023-2026, een relatief kort ti.idsbestek beslaat. ln ons eerdere advies pleitten wij voor een ruimere tijdshorizon van bijvoorbeeld 10 jaar voor de hoofdlijnen van uw nieuwe beleíd. ln dít verband verwijzen wij graag naar een recent uitgebracht advies van het Sociaal en Cultureel Planbureau van februari 2023, over de effecten van een verhoging van minimumloon en
bijstand voor de welvaart en welbevinden van de lagere inkomensgroepen. Hierin stelt het Planbureau dat dergelijke inkomen-verbeterende beslissingen eerst op de langere termijn effect hebben op gezondheid en welzijn. Uw voorstellen met betrekking tot verbetering van de bestaanszekerheid, als randvoorwaarde voor WMO-interventies, zouden eveneens in deze beleidscontext moeten worden geplaatst. Om op langere termijn (financieel) rendement uit de nieuwe aanpak mogelijk te maken is het zaak nu te voorzien in een adequate en op maat gesneden zorgstructuut waarbij "de kost voor de baat" kan uitgaan.
2. Hoeksteen van het door u voorgestelde beleid is het aanpakken van sociaal-economische achterstand, zoals die zich in Waalwijk in verschillende wijken manifesteert. U opteert er voor ontmoetingscentra, als wezenlijke schakel in het nieuwe beleid, met name in kwetsbare wijken te positioneren. Wij kunnen ons in die lijn vinden. Anderzíjds worden kwetsbare bewoners geselecteerd als doelgroep voor bijvoorbeeld het bevorderen van publieke Bezondheid en gelijke kansen. De relatie met kwetsbare wijken is hier minder in het oog springend. Wij zijn voorstander om de focus primair te leggen op "kwetsbare mensen"Naar ons idee bevinden "kwetsbare" mensen zich in geheel Waalwijlí met wellicht een relatief hoger aandeel in de sociaal-economisch meer kwetsbare wijken, maar zeker niet uitsluitend. Als wij het goed zien wordt ook de toegang tot de ontmoetingsplekken ook niet uitsluitend gereserveerd voor bewoners van bepaalde wijken, maar staan deze voor eenieder open. Het spreken over kwetsbare wijken en kwetsbare mensen komt op ons overigens onnodig stigmatiserend over en zien wij ook niet als dienstbaar aan het voorgestane beleid. Ook de WMO 2015 spreekt niet over kwetsbare personen maar over mensen die er niet op eigen kracht of met behulp van het sociale netwerk in slagen zelfredzaam te zÍn of te participeren in de samenleving.
Wij adviseren u de door u gehanteerde terminologie meer vanuit een
empowerment te formuleren en in overeenstemming te brengen mèt die van de WMO 2015.
3. Veel waardering hebben wi.i voor uw keuze te komen tot -in den beginne 6ontmoetingsplekken, verdeeld over de wijken en buurten. Ook de inrichting en samenstelling van de in die plekken aanwezige professionals (buurtteams) spreken ons aan .
ln het licht van het ons eerder uitgebrachte advies bepleiten wij bij u een open mind ten aanzien van het in die ontmoetingsplekken voorziene (inhoudelijke) aanbod. Het slagen of mislukken van het in gang te zetien beleid, zal in grote mate afhangen van de vraag of de bedoelde ontmoetingsplekken niet vóór maar vón de wijken en buurten zijn. Op 27 februari 2023 hebben wij een achterbanbijeenkomst gehouden waarop is gebleken dat er groot enthousiasme is over de inhoud van de ingezette koers m.b.t. het idee van de laagdrempelige ontmoetingscentra en de inzet om 'samenredzaamheid' daarmee een steun in de rug en plek te gaan geven. De zorg onder de aanwezigen hoe deze plekken worden ingeregeld en hoe het beste wordt aangesloten bij bestaande plekken en ontwikkelingen, hoe de afstemming er uitziet tussen zorgvraag- en aanbod, hoe plekken worden aangewezen
waar de bewoners zonder drempel kunnen binnenlopen en hoe deze nieuwe vorm wordt geborgd voor de langere termijn, zijn ook onze zorgen. Wij vragen u te koersen op een maximale betrokkenheid van de buurten en wijken bij het in de lokaties te realiseren aanbod. Ook de rol hierin van de zgn. gastvrouwen en - heren alsmede de op de locaties aanwezige
opbouwwerkers, is essentieel voor een succesvolle operatie. Zoals eerder gesteld werken wij graag mee aan de ontwikkeling om bij meerdere van deze plekken burgerparticipatie een centrale plek te geven. 4.
Met uw college zijn wij van mening dat het belangrijk is het functioneren van de ontmoetingsplekken goed te monitoren en te bezien of het functioneren voldoet aan de in het kader van het WMO-beleid gestelde randvoorwaarden. Wat ons betreft betekent dat bij de besturingsvraag dat de verantwoordelijkheid voor een dergelijk punt ook bij aanvang zou kunnen liggen bij (een bundeling van) partijen die in de betreffende wijk reeds vrijwillige enfof professionele diensten leveren. lndien er in een wijk een dergelijke combinatie niet voorhanden zou zijn of men zich niet aan de voorwaarden zou houden, zou er aanleiding zijn voor u als (eind)regisseur te interveniëren c.q. tot aanpassingen te komen.
5.
Een belangrijke rol bij de uitwerking van dit nieuwe beleid als het gaat om het ondersteunen
van burgers bij (samen) redzaamheid maar ook bij het beoordelen van de individuele vraag van een burger blijft uiteraard bij team Wijz. ln de nota wordt gesteld dat: 'De positie van
team Wijz verandert. Omdat er een groot lokaal voorzieningenaanbod komt gaan we het gebruik van maatwerkvoorzieningen ontmoedigen." De SAR mist hierbij enerzijds de uitwerking wat er nu precies in de positie van team Wijz verandert en wat dit betekent voor personeelssamenstelling, ambities op doorlooptijden etc. Graag zien wij daar een nadere uitwerking van in het lopende jaar. ln ons advies over de nieuwe Koers hebben wij over team Wijz ook een aantal overwegingen meegegeven die wij daar gaarne bij blijven betrekken.
Anderzijds maken wij bezwaar tegen de formulering dat de toekenning van de zogenaamde maatwerkvoorzieningen bntmoedigd' moet gaan worden. Deze term suggereert een intentie aan de kant van de gebruiker die wij niet juist vinden. Het mag weliswaar de doelstelling zijn in het algemene beleid om met de investering in lokale versterking, relatief minder dure voorzieningen op termijn te financieren, in het persoonlijke contact tussen medewerkers van team Wijz en burgers met een ondersteuningsvraag mag
4
naar ons oordeel niets anders aan de orde zijn dan dat de vraag van deze burger centraal staat. De term ontmoedigen zou kunnen duiden op een actief beleid en nieuwe instructies aan medewerkers van team wiiz. ook nu al is het de bedoeling dat zij burgers wijzen op beschikbare mogelijkheden van voorliggende zorg/ondersteuníng. Als er in de toekomst meer
mogelijkheden voor gaan komen zal hen dit meer in staat stellen om 'samenredzaamheid te bevorderen'.
Wij adviseren u deze positieve doelen mee te geven voor de medewerkers van team Wijz in plaats van termen als ontmoedi8en van burgers.
Bovenstaande kanttekeningen nemen niet weg dat wij de door uw college in voorliggende
beleidsnota uitgezette Wmo-beleid op hoofdlijn kunnen ondersteunen. Tot een constructief/kritisch volgen van de komende ontwÍkkelingen zijn wij als steeds graag bereid.
4