Bijlage 1.8 bij toel. - Nader onderzoek asbest Grotestr 239
Tekst van het document
Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep (< 10 m) en diep (> 10 m) grondwater; 2. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Geval van ernstige verontreiniging en saneringscriterium
In het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest’, dat is opgenomen als bijlage 3 bij de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, is geregeld wanneer er voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing. Op basis van het protocol asbest dient bij ernstige verontreiniging te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Voor het toepassen van het ‘protocol asbest’ gelden de volgende uitgangspunten: Het protocol heeft alleen betrekking op (water)bodem, grond en baggerspecie; Het protocol is alleen van toepassing indien er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool).
Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie alleen over ‘verontreiniging’ wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden; Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie die niet op basis van de zorgplicht dienen te worden gesaneerd1; Het protocol heeft betrekking op de huidige en toekomstige situatie. Op materialen met een lagere asbestconcentratie (100 mg/kg gewogen) worden de voorschriften van het Arbeidsomstandigheden Besluit en Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn.
1
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest, die zijn ontstaan vanaf 1993, dienen (ongeacht het asbest gehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is, volledig te worden verwijderd. Volledig verwijderen betekent in het geval van asbest dat de verontreiniging tot de nul-waarde (detectiegrens) dient te worden verwijderd.
AGEL adviseurs
Schema Wettelijk kader en bevoegd gezag Voor asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat), inclusief verhardingen
Asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat): Welk wettelijk kader?
1. Stort asbesthoudende afvalstoffen buiten een inrichting (incl. wegen) ?
ja
Wet milieubeheer 10.2 / gemeente of provincie
nee
2. Asbesthoudende weg, erfverharding
ja
Besluit Asbestwegen / Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
nee
3. Asbesthoudende ondergrondse (bouw)werken?
ja
Asbestverwijderingsbesluit / gemeente
nee
4. Toepassen van asbesthoudende grond / puin(granulaat) in een werk (zijnde een bouwstof)?
ja
Productenbesluit asbest / Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
ja
Productenbesluit asbest / Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
nee
5. Handeling met een asbesthoudende product?
nee
6. Handeling met een asbesthoudende afvalstroom?
ja
Wet milieubeheer (afval) / Provincie
nee
7. Asbest verontreinigde bodem
ja
Wet bodembescherming / provincie, gemeente of waterkwaliteitsbeheerder
AGEL adviseurs
Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling bevat het wettelijk kader voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater.
Definitie grond en bagger
Het Besluit hanteert voor grond en baggerspecie de volgende definities: Grond is vast materiaal en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie; Baggerspecie is materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter.
Bodemvreemd materiaal
Het Besluit stelt aanvullend dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om bijmengingen van bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie nadat het materiaal is afgegraven.
Toetsingskaders
Het generieke kader is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aansluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Naast de toetsingskaders voor gebiedsspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen.
Tabel: Toetsingskaders grond en bagger Generiek of gebied specifiek beleid Alleen generiek beleid
Toepassingsmogelijkheden grond en baggerspecie Toepassen grond en baggerspecie
Verspreiden baggerspecie
Op de landbodem In oppervlaktewater In grootschalige toepassing
In oppervlaktewater Over aangrenzend perceel
Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. Uitgangspunt bij het toepassen van grond en baggerspecie is dat de toegepaste grond en baggerspecie onderdeel gaat uitmaken van de ontvangende bodem, zonder dat extra maatregelen zoals afscheidingslagen of maatregelen in het kader van isoleren, beheersen en controleren (IBC) worden toegepast.
Bodemfuncties en bodemfunctieklassen
In die gebieden waarvoor de bevoegde bestuursorganen geen lokale maximale waarden in een besluit hebben vastgelegd, wordt de toepassing van grond en baggerspecie generiek getoetst. Voor deze generieke toetsing zijn zowel maximale waarden voor bodemfunctieklassen (landbodem) als maximale waarden voor bodemkwaliteitsklassen vastgelegd.
Klassenindeling voor bodemfuncties en bodemkwaliteit
Om te toetsen of de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie aansluit bij de functie en kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt in het generieke kader gewerkt met een klassenindeling voor de kwaliteit en functie. Uitgangspunt van het Besluit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven zijn voor 7 bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld. Deze functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn de functies samengevoegd tot 2 bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat wil zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden.
Tabel: Bodemfuncties Gebiedspecifiek
wonen met tuin plaatsen waar kinderen spelen groen met natuurwaarden ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur
Generiek beleid wonen industrie Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden
AGEL adviseurs
Naast de bodemfuncties, wordt de bodemkwaliteit ook ingedeeld in de klassen wonen en industrie. De bodemkwaliteit geeft hiermee een maat voor de kwaliteit van zowel de ontvangende als de toe te passen bodem en toe te passen baggerspecie. Aan de bodemkwaliteitsklassen zijn nieuwe normen gekoppeld: de Maximale waarden voor de klasse wonen en de Maximale waarden voor de klasse industrie. Wanneer de maximale waarde voor industrie wordt overschreden, mag deze grond of baggerspecie binnen het generieke kader niet worden toegepast. Om een partij grond of baggerspecie toe te mogen passen, moet de partij worden getoetst aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toetsing geldt dat de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. In onderstaand schema is de toepassingseis voor de toe te passen grond of baggerspecie gegeven.
Tabel: Bepaling toepassingseis voor een partij grond of baggerspecie Functie op kaart Wonen
Industrie
Niet ingedeeld (bijv. landbouw/natuur
Actuele bodemkwaliteit
Toepassingseis
Achtergrondwaarde Wonen industrie Achtergrondwaarde Wonen Industrie Achtergrondwaarde Wonen industrie
Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde wonen Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde
Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse wonen en de Maximale Waarden voor de klasse industrie. Deze Generieke Maximale Waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem ook op de lange termijn geschikt te houden voor de betreffende functie. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen lokale bodembeheerders zelf bodemkwaliteitsnormen vaststellen. Als randvoorwaarde voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid geldt dat sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. De ruimte voor de Lokale Maximale Waarden ligt tussen de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Wanneer de Lokale Maximale Waarden een verruiming van de normen ten opzicht van het generieke kader zijn, moet getoetst worden of dit niet leidt tot onaanvaardbare risico’s. Voor het bepalen van de gevolgen van de gekozen Lokale Maximale Waarden is een Risicotoolbox ontwikkeld. In de onderstaande figuren is de normstelling schematisch weergegeven.
Figuur: Normstelling en toepassingskader landbodem Achtergrond waarden
Generiek Gebieds specifiek
Maximale waarden klasse wonen
Klasse wonen
Altijd toepasbaar
Maximale waarden klasse industrie
Klasse industrie
Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden
Interventiewaarden droge bodem
Figuur: Normstelling en toepassingskader waterbodem Achtergrond waarden
Generiek Gebieds specifiek
Niet toepasbaar
Vrij toepasbaar
Maximale waarden klasse A
Maximale waarden klasse B
Toepasbaar klasse A
Toepasbaar klasse B
Nooit toepasbaar
Nooit toepasbaar Sanerings criterium
Nooit toepasbaar
Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden
Interventiewaarden waterbodem
Sanerings criterium
Voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel is een criterium ontwikkeld dat gebaseerd is op ecologische risico’s. De risico’s worden uitgedrukt met de parameter msPAF (meer-soorten Potentieel Aangetaste Fractie). De msPAF geeft een indicatie van het deel van de potentieel aanwezige organismen dat nadelige gevolgen kan ondervinden van het aanwezige mengsel van verontreinigingen. Op basis van het beleidscriterium dat de verspreidbare hoeveelheid bagger minimaal gelijk moet blijven is de norm gesteld op msPAFmetalen < 50%, en msPAForganisch < 20%. Daarnaast zijn 5 stoffen individueel genormeerd. Voor overige stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF geldt de achtergrondwaarde.
Figuur: Verspreiden baggerspecie Vrij verspreidbaar Achtergrondwaarde
Ontvangstplicht
Verspreidbaar op aangrenzend perceel msPAF metalen < 50% ms PAF organisch < 20% 5 stoffen individueel genormeerd Alle stoffen < interventiewaarde bodem
Niet verspreidbaar op aangrenzend perceel
BIJLAGE 7 FOTOREPORTAGE
AGEL adviseurs Nader onderzoek naar asbest in de bodem Grotestraat 239 Waalwijk
20190199 03-07-2019 blad 1 van 1
Foto 01
Foto 02
Foto 03
Foto 04
Foto 05
BIJLAGE 8 KWALITEITSBORING EN ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING
AGEL adviseurs
KWALITEITSBORGING AGEL adviseurs heeft het bodemonderzoek uitgevoerd volgens de wettelijk voorgeschreven Kwalibo vereisten zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit en bijbehorende Regeling. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door AGEL adviseurs conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en bijbehorende protocollen: Protocol 2018: op 3 juli 2019 door de heren B.C.M.M. Snepvangers en P. van Beveren AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258) en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving. De heren Snepvangers en Van Beveren zijn ervaren en geregistreerde veldwerkers. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam. Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam voldoet aan de accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 door de RvA (L086). De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de accreditatie AS3000 waarvoor Eurofins OMEGAM Laboratoria door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is aangewezen als erkend laboratorium. ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING AGEL adviseurs heeft geen persoonlijke banden of zakelijke belangen bij de onderzoekspercelen en/of de perceelseigenaren, zoals bedoeld in de BRL 2000. Daarmee is de onafhankelijkheid van AGEL adviseurs in dit onderzoek gewaarborgd.
Het procescertificaat van AGEL adviseurs en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever, die (ingeval van monsters van grond of bouwstoffen voor nuttige toepassing) dan zelf erkend is volgens deze beoordelingsrichtlijn.
A G E L
adviseurs Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
ruimte infra bouw milieu
0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl