Bijlage 1.6 toelichting Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Nieuwevaart 89 en 93 en Eerste Wittedijk ong. te Sprang-Capelle
Verkennend bodemonderzoek Nieuwevaart 89 en 93 en Eerste Wittedijk ong. te Sprang-Capelle Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM21122 : Definitief (versie 1) : 22 juni 2021
Opdrachtgever
: Ordito Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze
Opgesteld door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en NEN5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina | 2
AM21122
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 10
2.7
Bodemkwaliteitskaart gemeente Waalwijk ...................................................................................................................................... 11
2.8
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 11
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 12 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 12
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 12
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 13
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 14 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 14
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 15
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 17 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 17
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 17
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 18
5.4
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 20
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 21
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 22
Bijlagen: 1 2 3 4a 4b 5 6 7a 7b 8a 8b 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekeningen met boorpunten en fotolocaties Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Nieuwevaart 89-93 Boorprofielen Eerste Wittedijk ong. Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Nieuwevaart 89-93 Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Nieuwevaart 89-93 Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Eerste Wittedijk ong. Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Nieuwevaart 89-93 Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Eerste Wittedijk ong. Omgevingsrapportage gemeente Waalwijk
Pagina | 3
AM21122
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de planlocaties Nieuwevaart 89 en 93 en Eerste Wittedijk ong. te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk).
Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de bestemmingswijzing en nieuwbouwplan. De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de wens om het rundveebedrijf aan de Nieuwevaart 89 en 93 te beëindigen en ter compensatie vier woonkavels te realiseren (2 voormalige bedrijfswoningen en 2 nieuwe compensatiewoningen). De opstallen van de rundveebedrijf worden daarbij gesloopt. Voor de functie wonen wijzigt het volgende: - Nieuwevaart 89 wordt een burgerwoning (was een voormalige bedrijfswoning); - Nieuwevaart 93 wordt een burgerwoning met herbouw (was een voormalige bedrijfswoning); - Compensatiewoning naast Nieuwevaart 93; - Compensatiewoning Eerste Wittedijk.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in april-mei 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM21122
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever/eigenaar;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
BHIC;
•
dinoloket;
•
gemeente Waalwijk;
•
omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB);
•
provincie Noord-Brabant;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De planlocaties liggen ten westen van de kern van Sprang-Capelle. De planlocatie aan de Nieuwevaart 89 en 93 is kadastraal bekend als Sprang-Capelle sectie O nummers 529, 973 en 974 (ged.) en heef een oppervlakte van 1 hectare. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 127.162/ Y = 409.237. De planlocatie Eerste Wittedijk ong. is kadastraal bekend als SprangCapelle sectie O nummers 533 en 534 (ged.) en heeft een oppervlakte van 2.650 m2. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 127.180 / Y = 409.125. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven. De locatie Nieuwevaart 89-93 is weergegeven met de rode contour en de Eerste Wittedijk ong. met de gele contour.
Pagina | 5
AM21122
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocaties (bron luchtfoto: pdokviewer)
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. De ontwikkeling van de planlocatie en directe omgeving is weergegeven op de topografische kaarten in afbeelding 3. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de adreslocaties Nieuwevaart 89 en 93 in 1900 niet bebouwd waren en bestonden uit agrarische bouwland. Op de kaart van 1940 is bebouwing waar te nemen. Uit informatie van BAG viewer is af te leiden dat de woning Nieuwevaart 93 dateert van 1904. Het adres Nieuwevaart 89 is is waarschijnlijk rond dezelfde periode bebouwd. De oorspronkelijke bebouwing is medio 2006-2007 gesloopt. Waarna in 2009 de huidige woning is gerealiseerd. In afbeelding 2 zijn foto’s opgenomen van de oorspronkelijk bebouwing aan de Nieuwevaart 89. In de periode jaren 50 tot 90 van de vorige eeuw is de bebouwing op de locatie Nieuwevaart 93 uitgebreid met stallen en schuren. De planlocatie aan de Eerste Wittedijk is niet bebouwd geweest en heeft voornamelijk een agrarisch gebruik (akkerland/weiland) gekend.
Afbeelding 2: foto’s gesloopte bebouwing Nieuwevaart 89 (bron foto’s: BHIC)
Pagina | 6
AM21122
jaartal 1900
jaartal 1940
jaartal 1960
jaartal 1975
jaartal 1990
jaartal 2005
Afbeelding 3: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Waalwijk. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Door een medewerker van de afdeling Bouwen, Wonen en Leefomgeving van de gemeente Waalwijk zijn bodemonderzoeksrapporten en bouw- en milieuvergunningdossiers digitaal beschikbaar gesteld. Tevens is een Omgevingsrapportage met bodeminformatie van de locatie en directe omgeving beschikbaar gesteld. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 9. Uit de rapportage blijkt dat ter plaatse van de locaties Nieuwevaart 89 en 93 eerder een bodemonderzoek is uitgevoerd. In tabel 2.1 is de beschikbare gestelde bouw- en sloopvergunninginformatie samengevat. Adres
Datum
Vergunning
Opmerkingen
Nieuwevaart 89
28-12-2006
Slopen van schuur/loods
Ten behoeve van de sloop is een asbestinventarisatie uitgevoerd (rapport AA&C Zuid BV, kenmerk 06.A.823 d.d. 10-11-2006). Pagina | 7
AM21122
Adres
Datum
Vergunning
Opmerkingen Het onderzoek geeft aan dat er asbest aanwezig is. Zowel aan de buitenzijde (golfplaten) als aan de binnenzijde (rookgasafvoer)
zijn
asbesthoudende
materialen
waargenomen. Nieuwevaart 89
29-03-2007
Nieuwevaart 89
25-03-2008
Nieuwevaart 89
05-04-2011
Bouwen van een agrarische
In de vergunningstukken zijn geen bijzonderheden t.a.v.
bedrijfsloods en bedrijfswoning
asbest opgenomen
Bouwen van een agrarische bedrijf-
In de vergunningstukken zijn geen bijzonderheden t.a.v.
woning en bedrijfsloods (fase 2)
asbest opgenomen
Bouwen van een werktuigenloods
In de vergunningstukken zijn geen bijzonderheden t.a.v. asbest opgenomen
Nieuwevaart 93
23-08-1994
Bouwen van een mestopslag
In de vergunningstukken zijn geen bijzonderheden t.a.v. asbest opgenomen
Nieuwevaart 93
23-04-1998
Bouwen van een jongveestal
In de vergunningstukken zijn geen bijzonderheden t.a.v. asbest opgenomen
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
In tabel 2.2 is de beschikbare gestelde milieuvergunninginformatie samengevat. Adres
Datum
Vergunning
Opmerkingen
Nieuwevaart 93
22-04-1982
Hinderwetvergunning voor
In de aangeleverde dossierstukken is geen informatie
rundveehouderij met mestopslag
opgenomen betreffende potentieel bodembedreigende activiteiten.
Nieuwevaart 93
21-04-1998
Revisievergunning Wet
Binnen de inrichting is een bovengrondse opslagtank
milieubeheer voor een
(3.000 liter) met rode diesel aanwezig.
melkveehouderij en vleesstierenhouderij Nieuwevaart 93
17-05-2004
Nieuwe vergunning Wet
De inrichting omvat onder andere 3 stallen (rundvee en
milieubeheer voor een
vleesstieren),
melkveehouderij en vlees-
mestopslag, dieselolietanks en diverse platen voor de
stierenhouderij
opslag van ruwvoer. Het betreft het houden van
een
werktuigenberging,
(vaste)
melkkoeien, vrouwelijk jongvee en vleesstieren. Binnen de inrichting is een bovengrondse opslagtank (3.000 liter) met rode diesel aanwezig en een bovengrondse dieseltank (wit) van 1200 liter. Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen
Uit de Omgevingsrapport met bodeminformatie (zie bijlage 9) blijkt dat ter plaatse van de locaties Nieuwevaart 89 en 93 eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. De onderzoeksresultaten zijn beschreven in de omgevingsrapportage. Door de gemeente Waalwijk zijn drie bodemonderzoeksrapporten beschikbaar gesteld. Een samenvatting van de rapporten is weergegeven in tabel 2.3. Onderzoek
Samenvatting resultaten
Verkennend bodemonderzoek
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de verkoop van het onroerend goed en de
Nieuwevaart 89
voorgenomen bouw van een woonhuis. Pagina | 8
AM21122
Onderzoek
Samenvatting resultaten
VPB Holland bv, kenmerk
Zintuiglijk grond: baksteen-, puin- en kooldeeltjes en plaatselijk asbestverdacht plaatmateriaal.
06.M.2100 d.d. 06-02-2006
Analyse bovengrond: licht verhoogd met zware metalen en PAK. Plaatselijk matig verhoogd met koper, lood en zink. Analyse ondergrond: geen verhoogde gehalten aangetoond Analyse bovengrond: geen verhoogde gehalten aangetoond
Bovengrondonderzoek
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de nieuwbouw van een woning en uitgevoerde de
Nieuwevaart 89
recent uitgevoerde sloopwerkzaamheden. Naar oordeel van de gemeente Waalwijk is de sloop niet
Bakker milieuadviezen,
uitgevoerd volgens de geldende richtlijnen. Om deze reden is dan ook een inspectie naar asbest
kenmerk 13171 d.d. 23-08-
uitgevoerd op het maaiveld. Op het maaiveld zijn geen asbestfragmenten aangetroffen. In de toplaag
2007
(0-0,2 m-mv) is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. In de toplaag is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond.
Verkennend bodemonderzoek
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een bouwvergunning voor de
Nieuwevaart 85
uitbreiding van de woning.
Bakker Milieuadviezen,
Zintuiglijk: bovengrond puin- en kooldeeltjes
kenmerk BM/445-98 d.d. mei
Analyse bovengrond: licht verhoogd met PAK en minerale olie
1998
Analyse ondergrond: geen verhoogde gehalten aangetoond Analyse grondwater: licht verhoogd met chroom
Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Uit informatie van de provincie Noord-Brabant (stortplaatsenkaart) blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen bekend zijn.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]
Hydrogeologische eenheid
Lithologie
0 – 4,5
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
4,5 – 20
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
20 – 42,5
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
42,5 – 46,5
Formatie van Stramproy
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B44G0256)
Pagina | 9
AM21122
Het maaiveld ter plaatse van deellocatie Nieuwevaart 89-93 bevindt zich op een hoogte van circa 1,9 meter +NAP. De maaiveldhoogte ter plaatse de deellocatie Eerste Wittedijk bedraagt circa 1,0 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 0 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 29 en 30 april 2021 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocaties is opgenomen in bijlage 2. De locatie Nieuwevaart 89 is in gebruik als woonperceel. De locatie is bebouwd met een woning en een loods. Het overig deel van de locatie is ingericht als tuin met gazon, borders en klinkerbestrating. De locatie Nieuwevaart 93 is bebouwd met een hoofgebouw, een open werktuigenloods en stallen. Het hoofdgebouw bestaat uit de woning met garage en een stalgedeelte. Het dak van het hoofdgebouw bestaat uit dakpannen. Het stalgedeelte wordt niet meer gebruikt voor het houden van dieren. De stal wordt gebruikt voor de opslag van allerlei materialen (zie foto 11 in bijlage 2). Ten oosten van de stal bevindt zich de open werktuigenloods waar landbouwwerktuigen gestald staan. De werktuigenloods is verhard met beton. Grenzend aan de oostzijde van de werktuigenloods ligt nog een stal. De stal wordt gebruikt voor de opslag van hooibalen. Het dak van de stal bestaat deels uit asbestverdachte golfplaten. In de grote stal op het midden van het terrein als ook in de zuidelijk gesitueerde (open) stal staan runderen.
Beide stallen hebben (deels) een dak dat bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Beide stallen hebben geen goten voor het opvangen en afvoeren van hemelwater. Het westelijk deel van de zuidelijke stal wordt gebruikt als opslag/stalling een oplegger, aanhangwagen en auto. Tevens worden er (deels in een lekbak) milieugevaarlijk stoffen opgeslagen (o.a. oliën). De opslagruimte is voorzien van een deugdelijke betonvloer (zie foto 23 in bijlage 2).
Het buitenterrein is grotendeels verhard met klinkers. Het meest oostelijke deel van de locatie is onverhard. Het oostelijk terreindeel wordt voornamelijk gebruikt voor de opslag van hooi (voederkuil en balenopslag).
Op het terrein zijn twee bovengrondse dieselolietanks met afleverslang aanwezig. Een tank bevindt zich aan de buitenzijde oostelijk van de werktuigenloods (zie foto 13 in bijlage 2) en de andere tank staat langs de noordgevel van de stal op het midden van het terrein (zie foto 14). De locatie aan de Eerste Wittedijk is in gebruik als weiland. Ter plaatse is geen bebouwing en verharding aanwezig. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door het woonperceel Nieuwevaart 107, aan de oostzijde door weiland, aan de zuidzijde door de Eerste Wittedijk en aan de westzijde door het woonperceel Nieuwevaart 109. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van potentiële bronnen voor verontreinigingen.
Pagina | 10
AM21122
2.7
Bodemkwaliteitskaart gemeente Waalwijk
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Waalwijk (2013) blijkt dat de locatie Nieuwevaart 89-93 voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) is ingedeeld in bodemkwaliteitszone 3 en voor de locatie Eerste Wittedijk in zone 1. Beide locaties zijn voor de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) ingedeeld in bodemkwaliteitszone 7. Voor de bovengrond van de locatie Nieuwevaart 89-93 geldt de ontgravingsklasse ‘Wonen’ en voor locatie Eerste Wittedijk de ontgravingsklasse “AW2000’. Voor beide locatie geldt voor de ondergrond de ontgravingsklasse ‘AW2000’. Op de bodemfunctieklassenkaart hebben beide locaties de functieklasse ‘Wonen’.
2.8
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de locatie Nieuwevaart 89 en 93 als “verdacht” beschouwd. Gelet op eerdere onderzoeksresultaten en de bedrijfsmatige activiteiten op de locatie worden verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond verwacht. De grond en het grondwater ter plaatse van de bovengrondse dieselolietanks en olieopslag in de meest zuidelijke stal wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van minerale olie en/of vluchtige aromaten. In de onderzoeksopzet is hiermee rekening gehouden. Op basis van de uitgevoerde veldinspectie dient de locatie Nieuwevaart 89-93 als verdacht beschouwd te worden op het voorkomen van asbest in de bodem (bovengrond). De dakbedekking van enkele stallen bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. De locatie aan de Eerste Wittedijk is als “onverdacht” beschouwd.
Pagina | 11
AM21122
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek ter plaatse van de Nieuwevaart 89 en 93 is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE uit de NEN 5740. Het onderzoek ter plaatse van de Eerste Wittedijk is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden.
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte
tot 0,5 m in de verdachte laag
1,3 hectare
18
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 4 2
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 4
2
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “VED-HE” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Het onderzoek ter plaatse van de bovengrondse dieselolietanks en olieopslag is uitgevoerd conform de strategie VEP (strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern) van de NEN5740. De veldwerk- en analysestrategie is opgenomen in tabel 3.2. (deel)locatie
veldwerkzaamheden
analyses
Bovengrondse dieselolietank bij werktuigenloods (<10 m2) Bovengrondse dieselolietank bij stal (<10 m2) Olie opslag in zuidelijke (open) stal
1 peilbuis
2 grondanalyses min. olie en aromaten incl. lu/os 1 grondwateranalyse min. olie en aromaten 2 grondanalyses min. olie en aromaten incl. lu/os 1 grondwateranalyse min. olie en aromaten 1 grondanalyse min. olie en aromaten incl. lu/os
1 peilbuis 2 boringen tot 1,0 m-mv
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek verdachte deellocaties
Pagina | 12
AM21122
Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
2.650 m²
9
2
1
2
1
1
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.3: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse van de locatie Nieuwevaart 89-93 is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Oppervlakte
1,3 hectare
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
18
18
4
4
Tabel 3.3: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 13
AM21122
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 29 en 30 april 2021 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het zwaar bewolkt weer met lichte neerslag. De asbestverdachte locatie bestaat grotendeels bebouwd (50%) en verhard (30%) en deels braakliggend (20%) met minder dan 25% vegetatie. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 70-80%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verdeeld over de planlocatie Nieuwevaart 89-93 in Sprang-Capelle zijn in totaal 18 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 30 x 30 cm tot 0,5 m-mv. In de inspectiegaten 5, 12, 13 en 14 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Bij de stallen met asbestverdachte golfplaten zonder hemelwatergoten zijn de asbestinspectiegaten in de druipzone geplaatst.
Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 8 mengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) op beide planlocaties zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Voor het uitvoeren van een grondwateronderzoek zijn op beide planlocaties peilbuizen geplaatst. Ter plaatse van de planlocatie Nieuwevaart 89-93 zijn vier peilbuizen geplaatst. Deze bevinden zich ter plaatse van de boorpunten 2, 17, 25 en 26. De peilbuizen 25 en 26 zijn gesitueerd ter plaatse van de bovengrondse dieselolietanks. Pagina | 14
AM21122
Op de planlocatie Eerste Wittedijk is een peilbuis geplaatst bij boorpunt 1. De bovenkant van de peilbuisfilters zijn onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Vanwege de aanwezigheid van een deugdelijke betonvloer ter plaatse van de olieopslag in de zuidelijke (open) stal zijn de twee geplande boringen (27 en 28) geplaatst in de beklinkerde goot direct langs de betonvloer. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Het opgeboorde bodemmateriaal van de boringen bij de bovengrondse dieselolietanks en olieopslag is middels een panproef (olie-water reactie test) visueel beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen met olie. Bij de uitgevoerde testen is visueel geen olie-water reactie waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen. In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0,5 – 1,4
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
1
Diepte boring (m -mv) 1,9
zand
zwak baksteenhoudend
2
3,8
0,5 – 1,5
zand
zwak baksteenhoudend en sporen puin
3
1,0
0,2 – 0,5
zand
sporen baksteen en puin
5
2,0
0,2 – 0,5
zand
matig baksteen- en puinhoudend
0,5 – 0,6 8
0,5
12
0,85
13
sporen baksteen- en puinresten
0,08 – 0,15
zand
sporen puin
0,15 – 0,5
zand
sterk puinhoudend, sporen baksteen en plastic
0,5 – 0,85
zand
zwak baksteen, zwakke olieachtige geur, geen olie-water reactie
2,0
0,2 – 0,5
zand
sporen baksteen- en glasresten
14
2,0
0,2 – 0,5
zand
sporen baksteen- en plasticresten
25
3,7
0,15 – 0,5
zand
sporen baksteen, geen olie-water reactie
26
2,9
0,5 – 1,0
zand
sporen baksteen, geen olie-water reactie
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
De bij de boring 12 beschreven geur is passief waargenomen bij het uitspreiden en bemonsteren van het opgeboorde bodemmateriaal. De locaties van de boorpunten en asbestinspectiegaten zijn weergegeven in bijlage 3. De uitkomende grond en alle visueel waargenomen bijzonderheden zijn beschreven in de profielbeschrijvingen in bijlage 4a en 4b. In bijlage 4a zijn tevens foto’s van de gegraven asbestinspectiegaten opgenomen.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 7 mei 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen.
Pagina | 15
AM21122
Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis
Filterdiepte (m-mv.)
Grondwaterstand (m-mv.)
pH (-)
Ec (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 2
2,8 – 3,8
2,5
6,9
804
35,9
17
2,4 – 3,4
1,8
6,8
1165
high (niet meetbaar)
25
2,7 – 3,7
1,7
6,8
410
98,3
26
1,9 – 2,9
1,6
6,8
280
196
1,2
6,7
526
863
Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. 1
1,8 – 2,8
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken voor wat betreft de grondwaterstand, pH en Ec niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.4 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 16
AM21122
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
Geselecteerd voor analyse
geen bijmengingen
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
ABM1
5, 9, 14, 15, 16
0,08 – 0,2
ABM2
4, 9, 10, 15, 16
0,2 – 0,5
geen bijmengingen
Nee
Nee
ABM3
3, 5, 14
0,2 – 0,5
baksteen-, puin- en metaalresten
Nee
Ja
Ja
(>20mm=1-10%) ABM4
3, 4
0,08 – 0,2
geen bijmengingen
Nee
Ja
ABM5
11, 12, 13, 22
0,08 – 0,5
baksteen en glasresten
Nee
Nee
(>20mm=0-1%) ABM6
19, 20, 21, 23, 24
0 – 0,2
geen bijmengingen
Nee
Ja
ABM7
14, 20, 21, 23, 24
0,2 – 0,5
geen bijmengingen
Nee
Nee
ABM8
8
0,15 – 0,5
puin-, baksteen- en plasticresten
Nee
Ja
(>20mm=30%) Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
Indicatieve asbestconcentratie 1)
[mg/kg d.s.kg] grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
ABM1
geen bijmengingen
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
ABM3
baksteen-, puin- en metaalresten
n.a.
n.a.
36
1,9
38
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
(>20mm=1-10%) ABM4
geen bijmengingen
Pagina | 17
AM21122
Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
Indicatieve asbestconcentratie 1)
[mg/kg d.s.kg] grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
ABM6
geen bijmengingen
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
ABM8
puin-, baksteen- en plasticresten
n.a.
n.a.
19
<2
19
(>20mm=30%) Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond 1)
deze concentratie betreft een berekende concentratie conform de opzet van een verkennend asbest in bodem onderzoek en de bijhorende formules.
In de mengmonsters (fijne fractie) ABM3 en ABM8 is analytisch asbest aangetoond. In beide mengmonsters betreft het een concentratie beneden het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). In de overige geanalyseerde mengmonsters zijn geen verhoogde asbestconcentraties aangetoond,
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Analysepakket
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 MM1 0,2 – 0,5
3-2, 5-2, 13-2, 14-2
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,08 – 0,5
9-1, 10-1, 15-1, 21-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0,08 – 0,5
6-1, 11-2, 22-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM4
0 – 0,5
7-1, 17-1, 18-1, 24-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM5
0,5 – 1,5
1-1, 1-2, 2-2, 2-3
Standaardpakket incl. lu/os
MM6
0,5 – 2,0
5-4, 13-3, 13-4, 14-3, 14-5, 17-4
Standaardpakket incl. lu/os
M7
0,5 – 0,85
12-3
Minerale olie/aromaten incl. lu/os
M8 (bovengrondse tank)
0,15 – 0,5
25-1
Minerale olie/aromaten incl. lu/os
MM9 (bovengrondse tank)
1,0 – 2,0
25-3, 25-4
Minerale olie/aromaten incl. lu/os
M10 (bovengrondse tank)
0,08 – 0,5
26-1
Minerale olie/aromaten incl. lu/os
MM11 (bovengrondse tank)
1,0 – 2,0
26-3, 26-4
Minerale olie/aromaten incl. lu/os
MM12 (open schuur)
0,08 – 0,5
27-1, 28-1
Minerale olie/aromaten incl. lu/os
MM1
0 – 0,5
1-1, 3-1, 4-1, 6-1, 8-1, 9-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0 – 0,5
2-1, 5-1, 7-1, 10-1, 11-1, 12-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0,5 – 1,5
1-4, 2-2, 2-3, 3-2
Standaardpakket incl. lu/os
Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong.
Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket Pagina | 18
AM21122
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlagen 7a en 7b voor de toetsingstabellen en analyserapporten. (Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 MM1 0,2 – 0,5
baksteen- en puinhoudend
PAK
1,78
*
MM2
0,08 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM3
0,08 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM4
0 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM5
0,5 – 1,5
baksteen- en puinhoudend
Lood
117
*
Zink
143
*
PAK
2,83
*
MM6
0,5 – 2,0
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
M7
0,5 – 0,85
zwak baksteenhoudend, zwakke olie-
--
-
-
achtige geur, geen olie-water reactie M8
0,15 – 0,5
geen olie-waterreactie
--
-
-
MM9
1,0 – 2,0
geen olie-waterreactie
--
-
-
M10
0,08 – 0,5
geen olie-waterreactie
--
-
-
MM11
1,0 – 2,0
geen olie-waterreactie
--
-
-
MM12
0,08 – 0,5
geen olie-waterreactie
--
-
-
Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. MM1
0 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM2
0 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM3
0,5 – 1,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,2 tot 0,5 m-mv.) met bijmengingen aan baksteen en puinresten licht verhoogd is met PAK. Pagina | 19
AM21122
Grondmengmonster MM5 (dieptetraject 0,5-1,5 m-mv.) met bijmengingen aan baksteen en puinresten is licht verhoogd met lood, zink en PAK. In de overige geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond en ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in de mengmonsters MM1 en MM5 zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen bijmengingen met baksteen en puinresten in de bovengrond. Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond en ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden.
5.4
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8a en 8b voor de toetsingstabellen en analyserapporten. Peilbuis
Filtertraject [m-mv]
Verhoogde component
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing
Deellocatie A, Nieuwvaart 89 en 93 2 2,8 – 3,8 2,5
Molybdeen
10
*
17
Barium
100
*
Molybdeen
14
*
2,4 – 3,4
Grondwaterstand [m-mv.]
1,8
25 (tank)
2,7 – 3,7
1,7
--
-
-
26 (tank)
1,9 – 2,9
1,6
--
-
-
1,2
Koper
18
*
Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. 1
1,8 – 2,8
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 Uit de analyseresultaten blijkt dat het freatisch grondwater afkomstig uit peilbuis 2 licht verhoogd is met molybdeen. Het grondwater uit peilbuis 17 is licht verhoogd met barium en molybdeen. In het grondwater ter plaatse van de peilbuizen 25 en 26 bij de bovengrondse dieselolietanks zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond.
Pagina | 20
AM21122
Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. Het freatisch grondwater afkomstig uit peilbuis 1 is licht verhoogd met koper.
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 Geconcludeerd kan worden dat de licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond en licht verhoogde gehalten aan zware metalen in het freatisch grondwater in overeenstemming zijn met de hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is gelet op de aangetoonde concentraties niet noodzakelijk. De hypothese verdacht voor de grond en het grondwater ter plaatse van bovengrondse dieselolietanks en olieopslag is onterecht. In de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De resultaten van het onderzoek naar asbest in bodem zijn deels in overeenstemming met de hypothese verdacht. Op zowel het maaiveld als in de grove is geen asbest aangetroffen/aangetoond. In twee mengmonsters (fijne fractie) is analytisch asbest aangetoond. In beide mengmonsters betreft het een concentratie beneden het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. Geconcludeerd kan worden dat de analyseresultaten van de grondmengmonsters in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. Het licht verhoogde gehalte aan koper in het freatisch grondwater is in tegenspraak met de hypothese onverdacht.
Het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen component en gemeten concentratie niet noodzakelijk.
Pagina | 21
AM21122
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Ter plaatse van de planlocatie Nieuwevaart 89-93 zijn bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk baksteen- en puinresten en glas en plastic aangetroffen. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond waarin bijmengingen met baksteen en puinresten zijn aangetroffen licht verhoogd is met PAK en zware metalen. In de overige geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond en ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met molybdeen en barium. In de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters ter plaatse van de bovengrondse dieselolietanks en olieopslag zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar asbest blijkt dat in twee mengmonsters (fijne fractie) analytisch asbest is aangetoond. In beide mengmonsters betreft het een concentratie beneden het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatieve concentratie. Vanwege de hoogte van de concentratie wordt nader onderzoek hiernaar echter niet noodzakelijk geacht.
Ter plaatse van de locatie Eerste Wittedijk zijn in het opgeboorde bodemmateriaal zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en de ondergrond geen gehalten zijn gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met koper. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de beoogde voorgenomen planontwikkeling (bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw). Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 22
AM21122
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM21122
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM21122-LA
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Capelle O 974
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 19 maart 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocaties
AM21122
AM21122
Foto 1 – Nieuwevaart 89
Foto 2 – Nieuwevaart 89
Foto 3 – Nieuwevaart 89
Foto 4 – Nieuwevaart 89
Foto 5 – Nieuwevaart 89
Foto 6 – Nieuwevaart 93
AM21122
Foto 7 – Nieuwevaart 93
Foto 8 – Nieuwevaart 93
Foto 9 – Nieuwevaart 93
Foto 10 – Nieuwevaart 93
Foto 11 – Nieuwevaart 93
Foto 12 – Nieuwevaart 93
AM21122
Foto 13 – Nieuwevaart 93
Foto 14 – Nieuwevaart 93
Foto 15 – Nieuwevaart 93
Foto 16 – Nieuwevaart 93
Foto 17 – Nieuwevaart 93
Foto 18 – Nieuwevaart 93
AM21122
Foto 19 – Nieuwevaart 93
Foto 20 – Nieuwevaart 93
Foto 21 – Nieuwevaart 93
Foto 22 – Nieuwevaart 93
Foto 23 – Nieuwevaart 93
Foto 24 – Nieuwevaart 93
AM21122
Foto 1 – Eerste Wittedijk ong.
Foto 2 – Eerste Wittedijk ong.
Foto 3 – Eerste Wittedijk ong.
Foto 4 – Eerste Wittedijk ong.
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekeningen met foto- en boorpuntlocaties
AM21122
127126
127151
127176
127201
127226
409250 409225
Fotopuntenkaart
409200
409200
409225
409250
409275
127101
409275
127076
AM21122a Nieuwevaart 89 en 93 Sprang-Capelle
Legenda Bovengrondse tank
Schaal
N
Foto's
v1.0_18-6-2021_LK
409175
Onderzoekslocatie Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
127076
127101
127126
127151
127176
127201
127226
409175
Plangebied
127126
127151
127176
127201
127226
409250 409225
409225
409250
409275
127101
409275
127076
Legenda Plangebied Onderzoekslocatie 409200
Boorpuntenkaart AM21122a Nieuwevaart 89 en 93 Sprang-Capelle
Boorpunten asbestinspectiegat boring tot 0,5 m-mv
Schaal
N
boring tot 1,0 m-mv
v1.0_18-6-2021_LK
boring tot 2,0 m-mv
409175
peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
127076
127101
127126
127151
127176
127201
127226
409175
409200
Bovengrondse tank
127201
127226
409125
409125
409150
127176
409175
409175
127151
409150
127126
Legenda Boorpunten Boor- en fotopuntenkaart
peilbuis
409100
AM21122b Sprang-Capelle Eerste Wittedijk ong.
boring tot 2,0 m-mv
Schaal
N
Plangebied Onderzoekslocatie b
v1.0_15-6-2021_LK
409100
boring tot 0,5 m-mv
Foto's Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
127126
127151
127176
127201
127226
aeres milieu
AM21122
Bijlage 4a Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten – Nieuwevaart 89-93
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0 8
0
klinker
0
0
Volledig menggranulaat, roodgrijs, Graven 50
50
50
50
100
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
02
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, sporen puin, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
2
3 140
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
150 3
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
4 190
200
250
260
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig 300
350 380
Boring:
03
Boring: 0 8
0 1
20
klinker
0 8
0
Graven
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegrijs, Graven, %>20mm=0%
2 50
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen puin, licht grijszwart, Graven, %>20mm=1%
3
04 20
2 50
50
klinker Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, beigegrijs, Graven, %>20mm=0% Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Graven, %>20mm=0%
100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Boring:
05
Boring: 0 8
0 1
20
klinker
0 8
0
Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Graven, %>20mm=0%
2 50
50
60
3 100
110
06
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, sporen metaal afval, licht grijszwart, Graven, %>20mm=10%
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen puin, grijszwart, Edelmanboor
4 150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, grijszwart, Edelmanboor 5
200
Boring:
200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker grijsbeige, Edelmanboor
0
gras
07
0
Boring:
1 50
50
Projectnaam: Nieuwevaart 89-93, Sprang Capelle Projectcode: AM21122A
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor 50
08 0 8 15
50
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, sporen puin, beigegrijs, Graven, %>20 mm circa 1% Zand, matig grof, zwak siltig, sterk puinhoudend, sporen baksteen, sporen plastic, bruinrood, Graven, %> 20 mm circa 30%
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0 8
0 1
50
50
Boring:
klinker
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Graven, %>20mm=0%
1 50
50
Boring: 0 8
klinker
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Graven, %>20mm =0%
2 50
50
0 8
0
Edelmanboor
11
0
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Graven, %>20mm=0%
0 1 2
Boring: 0 8
0 1
20
2
klinker
0 8
klinker
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbeige, Graven
3 100
0 1
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker witbeige, Graven, %>20mm=0%
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen glas, sporen grind, grijszwart, Graven, %>20mm=1%
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
100
85
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor, Zwakke olieachtige geur. Gestaakt op harde laag
0 8
klinker
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Graven, %>20mm = 0%
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen plastic, neutraal witbruin, Graven, %>20mm = 2%
3
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor
4
150
Graven
14
Edelmanboor
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Graven, %>20mm=0%
50
50
13
Edelmanboor
12
3
Boring:
klinker
150 5
5 200
200
Boring:
15
Boring: 0 8
0 1 50
200
200
50
klinker
16
0
Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Graven, %>20mm=0%
1 2 50
0 8
klinker
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Graven
Graven
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, grijszwart, Graven
Projectnaam: Nieuwevaart 89-93, Sprang Capelle Projectcode: AM21122A
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
17
Boring: 0
0
erf
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
18 erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 2 90
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
100 3 150
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
4 200 220
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig 250
300
340
Boring:
19
Boring: 0 8
0
klinker
50
50
Boring: 1
40 50
2
Boring:
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven
0 8
1
erf
1 50
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Graven, %>20mm=0%
1 50
klinker
24
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven, %>20mm=0%
40 50
2
50
Boring: 0
50
22
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Graven
23
0
50
50
Boring: 0 8
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Graven
1
21
0
50
0 8
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Graven, %>20mm = 0%
1
20
50
Projectnaam: Nieuwevaart 89-93, Sprang Capelle Projectcode: AM21122A
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
25
Boring: 0 8 15
0
1 50
50 2
90
100
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor
150 4 200
1 50
50 2
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht beigegrijs, Edelmanboor
3 150 4 200
200
210
250
0 8
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
26
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig 250
290
300
350 370
Boring:
27
Boring: 0 8
0
klinker
50
0 8
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbeige, Edelmanboor
1
28 klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbeige, Edelmanboor
1 50
2 100
2 100
100
100
Projectnaam: Nieuwevaart 89-93, Sprang Capelle Projectcode: AM21122A
Opdrachtgever: Ordito
AM21122
Asbestinspectiegat 3
Asbestinspectiegat 4
Asbestinspectiegat 5
Asbestinspectiegat 8
Asbestinspectiegat 9
Asbestinspectiegat 10
AM21122
Asbestinspectiegat 11
Asbestinspectiegat 12
Asbestinspectiegat 13
Asbestinspectiegat 14
Asbestinspectiegat 15
Asbestinspectiegat 16
AM21122
Asbestinspectiegat 19
Asbestinspectiegat 20
Asbestinspectiegat 21
Asbestinspectiegat 22
Asbestinspectiegat 23
Asbestinspectiegat 24
aeres milieu
Bijlage 4b Boorprofielen– Eerste Wittedijk ong.
AM21122
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
02 Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, lichtzwart, Edelmanboor
1 50
60
2 80
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
2 Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
3
gras
100
4
3 150
150
150 Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, licht beigegrijs, Edelmanboor
5 200
200
4 200
200 Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig