CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4 Stikstofberekening excl. bijlagen

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Baardwijksestraat, Waalwijk (Borksesticht)”4.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STIKSTOFDEPOSITIE BORKSESTICHT WAALWIJK

Project: Locatie: Datum rapport: Datum wijziging:

(Her)ontwikkeling woningbouw Baardwijksestraat, Waalwijk 23-05-2023 14-09-2023

Bedrijf: Auteur: Wijziging:

Ordito B.V. R. Konings K. Kusters

INHOUDSOPGAVE 2

1. Inleiding

1.1 Aanleiding .................................................................................................................................. 2 1.2 Planvoornemen .......................................................................................................................... 3 1.3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................... 5 1.4 Werkwijze................................................................................................................................... 6 1.4.1 Aanlegfase ........................................................................................................................... 6 1.4.2 Gebruiksfase........................................................................................................................ 7

8

2. Aanlegfase

2.1 Inleiding .................................................................................................................................. 8 2.2 Uitkomsten aanlegfase........................................................................................................... 8 2.3 Berekeningsresultaten aanlegfase ....................................................................................... 11

13

3. Gebruiksfase

3.1 Inleiding ................................................................................................................................ 13 3.2 Uitkomsten gebruiksfase...................................................................................................... 13 3.3 Berekeningsresultaten gebruiksfase .................................................................................... 14

15

4. Conclusie

1

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende toetsingskader is in werking getreden op 1 juli 2015. Te veel stikstof is slecht voor de natuur, waardoor een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig is voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw of de industrie). Tot 29 mei 2019 was toestemming voor dergelijke activiteiten gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het PAS ongeldig verklaard. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) biedt niet genoeg bescherming aan zogenoemde Natura 2000-gebieden. Een nieuwe stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft destijds een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator 2020’) welke het verlenen van vergunning voor projecten mogelijk moet maken. Inmiddels is ‘AERIUS Calculator (versie 2022.2)’ de meest recente versie waarmee gerekend kan worden. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/j.

In het geval de depositie wél hoger is dan 0,00 mol/ha/j, zijn er enkele mogelijkheden zoals het (intern of extern) salderen of de ADC-toets. Deze toets is echter enkel bruikbaar bij zeer grote dwingende projecten zonder alternatief, waarbij tevens gecompenseerd wordt. Het salderen is een manier om uiteindelijk de natuurvergunning te verkrijgen door binnen of buiten het project aan te tonen dat er minder of geen extra stikstof neerslaat op Natura 2000-gebieden.

2

1.2 Planvoornemen In het plangebied wordt een (her)ontwikkeling beoogd, waarbij 28 bestaande grondgebonden woningen worden gesloopt en vervangen door 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen en bijbehorende parkeerplaatsen. De bestaande woningen hebben te veel technische beperkingen om ze aan te kunnen passen aan de wensen en eisen van nu en in de toekomst.

Stedenbouwkundig ontwerp

12 grondgebonden woningen De 12 grondgebonden woningen komen ter hoogte van de Baardwijksestraat 80 - 98 (even). De woningen wordt gerealiseerd in twee blokken, van zes woningen elk. De woningen zullen net als in de bestaande situatie bestaan uit twee bouwlagen plus kap.

3

Appartementencomplexen De appartementen komen ter plaatse van de bestaande woningen Baardwijksestraat 89 – 123 (oneven). De appartementen worden verdeeld over twee complexen met drie woonlagen elk. In het noordelijke complex worden 26 appartementen beoogd en in het zuidelijke 21 appartementen. Het appartementencomplex aan de zuidwestzijde is opgebouwd als een galerijcomplex. De gemeenschappelijke ruimte kan in de toekomst - wanneer hier vraag naar is – door middel van een afwijkingsbevoegdheid omgebouwd worden tot appartement (maximaal 27 appartementen in het noordelijk complex / maximaal 48 appartementen in totaal). In de berekening is zodoende rekening gehouden met de mogelijkheden die deze afwijkingsbevoegdheid biedt, oftewel 48 appartementen. Rondom het bouwvlak van het zuidelijke appartementsgebouw is ook ruimte gereserveerd voor de realisatie van parkeerplaatsen en een erftoegangsweg aansluitend op de aangrenzende weg Mede. Parkeren zal deels plaatsvinden op de achtzijde van het perceel. De ontsluiting van de appartementsgebouwen zal deels verlopen via de Mede – Burgmeester Teijssenlaan en deels langs de Baardwijksestraat.

4

1.3 Natura 2000-gebieden In onderstaand overzicht zijn de meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in Nederland ten opzichte van het plangebied weergegeven. Per natuurgebied is het meest stikstofgevoelige habitattype gegeven. Ook zijn de bijbehorende habitatcode, omschrijving en kritische depositiewaarde (KDW) vermeld. •

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H3130 – Zwakgebufferde vennen, KDW = 571 mol N/ha/jaar;

•

Langstraat: H3130 & H3140hz – Zwakgebufferde vennen & Kranswierwateren, op hogere zandgronden, KDW = 571 mol N/ha/jaar;

•

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek: H3140hz – Kranswierwateren, op hogere zandgronden, KDW = 571 mol N/ha/jaar;

In onderstaande afbeelding zijn de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven. Het Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ is het dichtstbijzijnd gelegen op circa 1,6 km. De Natura-2000 gebieden ‘Langstraat’ en ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ liggen op een afstand van respectievelijk circa 3,3 km en 6,0 km van het plangebied.

Ligging omliggende Natura 2000-gebieden

5

1.4 Werkwijze Een standaard planvoornemen is onder te verdelen in de aanlegfase en gebruiksfase. De aanlegfase is een eenmalig proces en onder te verdelen in de sloopperiode en bouwperiode. De sloopperiode betreft in dit geval het verwijderen van de 28 bestaande grondgebonden eengezingswoningen. Vervolgens vinden er bouwwerkzaamheden plaats om de nieuwbouwwoningen mogelijk te maken. De gebruiksfase komt na de aanlegfase. De gebruiksfase is een continu proces en bestaat uit de toekomstige uitstoot van het verkeer en van de bebouwing. De emissies van beide fases worden in kaart gebracht en de emissies worden berekend. De berekening is gedaan met behulp van de Aerius calculator 2022.2. Deze rekentoepassing toetst de emissies van beide fases aan de waardes van de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden. Bij een rekenresultaat van 0,00 mol per hectare per jaar is de stikstofdepositie nihil en vormt het geen belemmering voor de natuur.

Indeling aanlegfase en gebruiksfase

1.4.1 Aanlegfase Mobiele werktuigen In de sloop- en/of bouwperiode van de aanlegfase wordt er gebruik gemaakt van mobiele werktuigen die zorgen voor de realisatie van de woningen. Deze mobiele werktuigen stoten tijdens de werkzaamheden stikstof uit. In tabelvorm wordt het aantal draaiuren weergegeven. Er is hier gebruik gemaakt van inschattingen die gebaseerd zijn op ervaringscijfers. Verkeersgeneratie aanlegfase De verkeersgeneratie van een eventuele sloopperiode wordt gebaseerd op de te verwachten duur van de werkzaamheden. Onderstaand tabel geeft voor woningen in de bouwperiode aan wanneer welke kengetallen met betrekking tot het aantal ritten moet worden in de berekening. Dit zijn inschattingen die zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Er wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën verkeer. Het middelzware vrachtverkeer is bedoeld (kleinschalige) benodigdheden voor de bouw. Het zware vrachtverkeer is bedoeld voor (grootschalig) bouwmateriaal en het licht verkeer is ten behoeve van het personeel. Onderstaand tabel gaat uit van de volledige nieuwbouw van een woning. 6

type verkeer

LICHT VERKEER MIDDELZWAAR VRACHTVERKEER ZWAAR VRACHTVERKEER

AANTAL VERKEERSBEWEGINGEN 300 per woning per jaar 50 per woning per jaar 10 per woning per jaar

Aantal verkeersbewegingen per jaar afhankelijk van het type verkeer

1.4.2 Gebruiksfase Bebouwing De bebouwing van de gebruiksfase heeft in geval van niet-gasloze bebouwing stikstofuitstoot tot gevolg. Om de uitstoot te berekenen, wordt gebruik gemaakt van de standaard emissiekengetallen per type functie en/of bebouwing. Deze kengetallen zijn afkomstig van AERIUS. Indien bebouwing zonder gasaansluiting gerealiseerd wordt, is de emissie 0,0 NOX kg/jaar. Verkeersgeneratie gebruiksfase Voor de emissie van het wegverkeer wordt gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Met behulp van deze publicaties wordt het maximale aantal motorvoertuigen per etmaal berekend voor de gebruiksfase.

7

2. AANLEGFASE 2.1 Inleiding Voor (her)ontwikkeling van de Baardewijksestraat, waarbij 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen gerealiseerd worden, is een berekening van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden voor de aanlegfase noodzakelijk. Om de woningen te realiseren wordt een inzet van mobiele werktuigen verwacht. De inzet van de te gebruiken werktuigen (en de daarbij behorende verkeersgeneraties) zorgen voor depositie van stikstof. De depositie van stikstof mag niet boven 0,00 mol/ha/j komen. Een berekening met behulp van de AERIUS calculator (Versie 2022.2) moet aantonen dat nieuwe situaties niet leiden tot een te hoge waarde. 2.2 Uitkomsten aanlegfase Mobiele werktuigen In onderstaand tabel zijn de benodigde mobiele werktuigen gedurende de aanlegfase weergegeven. Het plangebied kent momenteel 28 grondgebonden woningen welke worden gesloopt. In de bouwperiode worden 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen gerealiseerd. De draaiuren zijn bepaald aan de hand van kengetallen per woning en/of per oppervlakte. Per mobiel werktuig zijn de ingevoerde kenmerken weergegeven. Bij de bepaling van het brandstofgebruik is aansluiting gezocht bij de kengetallen van de TNO. In het kader van een worstcasescenario is hierbij uitgegaan van het oudste bouwjaar binnen de stageklasse ‘Stage IV’, namelijk 2014.

De bepaling van het motorvermogen van de onvoorziene werktuigen per fase is het gemiddelde van de gebruikte werktuigen. De mobiele werktuigen (inclusief stationair draaien) generen samen een emissie van 169,6 NOX kg/jaar. Mobiele werktuigen Stage Standaard verbruik Sloopperiode graafmachine stage V 11,53 liter/u verreiker stage IV 10,18 liter/u kiepwagen stage IV 29,45 liter/u Overig onvoorziene werktuigen stage IV 17,9 liter/u Bouwperiode graafmachine stage IV 8,25 liter/u heimachine stage IV 19,81 liter/u betonpomp stage IV 8,25 liter/u trilplaat stage IV 2,5 liter/u hijskraan stage IV 10,18 liter/u heftruck stage IV 6,32 liter/u kiepwagen stage IV 29,45 liter/u Overig Onvoorziene werktuigen Stage IV 12 liter/u Stationair draaien mobiele werktuigen**

kW

Draaiuren Totale verbruik

8

Emissie NOx

120 100 300

351 36 188

4047 liter/j 366 liter/j 5522 liter/j

243 liter/j 22 liter/j 331 liter/j

23,5 kg/j 2,1 kg/j 30,9 kg/j

180

57

1028 liter/j

62 liter/j

5,7 kg/j

80 200 80 20 100 60 300

160 64 32 40 270 180 120

1320 liter/j 1268 liter/j 264 liter/j 100 liter/j 2749 liter/j 1138 liter/j 3534 liter/j

79 liter/j 76 liter/j 16 liter/j nvt 165 liter/j 68 liter/j 212 liter/j

8,0 kg/j 7,2 kg/j 1,5 kg/j 2,2 kg/j 16,2 kg/j 7,2 kg/j 19,7 kg/j

120

87

1039 liter/j

62 liter/j

6,2 kg/j 39,1 kg/j

* 10% van het totale aantal draaiuren wordt extra gerekend voor onvoorziene werktuigen ** 30% van de totale emissie NOx wordt extra gerekend voor stationair draaien Berekening emissiebronnen mobiele werktuigen

AdBlue

Toelichting De sloopperiode bestaat uit de sloop van 28 grondgebonden woningen. De opgenomen mobiele werktuigen zijn gebaseerd op aangeleverde cijfers van de sloopaannemer. De sloopaannemer heeft het gebruik van een graafmachine, verreiker en een vrachtwagen opgenomen. Het aantal draaiuren is overgenomen in bovenstaande tabel. Gedurende de bouwperiode is onder andere rekening gehouden met de inzet van een graafmachine voor werkzaamheden zoals kleinere graafwerkzaamheden. Voor graafwerkzaamheden met betrekking tot het bouwrijp maken van de grond wordt een inzet van maximaal 2 maanden (40 werkdagen) verwacht, waarbij de graafmachine 4 draaiuren per dag in gebruik is. In totaal komt het aantal draaiuren hierdoor uit op 160. Verder is rekening gehouden dat voor een gemiddelde grondgebonden woning een aantal van 10 heipalen per woning nodig is. In totaal worden 12 grondgebonden woningen gerealiseerd. Hierdoor zijn er 120 heipalen nodig voor de grondgebonden woningen. Verder dient er rekening gehouden te worden met de palenfundering voor de appartementencomplexen. Hierbij is het uitgangspunt dat per 100 m² aan bebouwing 5 heipalen aangebracht dienen te worden. De appartementencomplexen hebben een oppervlakte van totaal circa 2.033 m². In dit geval worden er, op basis van het eerder genoemde uitgangspunt, 102 heipalen aangebracht.

In totaal worden binnen onderhavig planvoornemen 222 heipalen aangebracht. Een heimachine met een vermogen van 200 kW heeft normaliter een capaciteit van circa 30 heipalen per dag. Gelet op een aantal van 222 heipalen komt dit uit op een inzet van 59,2 draaiuren. Voorzichtigheidshalve is een inzet van 64 draaiuren (8 volledige werkdagen) opgenomen voor het gebruik van een heimachine. Voor het storten van de fundering wordt gebruik gemaakt van een betonpomp. Gezien de gebruikelijke aanvoer- en loscapaciteit van beton is uitgegaan van circa 40 m³ beton per uur. Er worden 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen gebouwd. Gebaseerd op de aangeleverde tekeningen van de architect bedraagt de totale bebouwde oppervlakte circa 2.750 m². Dit komt uit op 825 m³ (berekening 2.750 * 0,3 m diep). De inzet van een betonpomp bedraagt, uitgaande van een gebruikelijke aanvoer- en loscapaciteit van circa 40 m³ beton per uur, 20,63 uur. In het kader van een worstcasescenario is voorzichtigheidshalve een inzet van 4 volledige werkdagen (32 draaiuren) opgenomen in de berekening. Voor de bouw van de beoogde woningen worden één of meerdere hijskranen gebruikt. Deze worden onder andere ingezet voor het plaatsen van dak- en wandconstructies. In de berekening is uitgegaan van een totale inzet van een half jaar. Gemiddeld telt een kalenderjaar 180 werkbare werkdagen.

Het uitgangspunt is dus dat er over een periode van 90 werkdagen een hijskraan wordt gebruikt, waardoor een inzet van gemiddeld 3 draaiuren per dag wordt verwacht. Hierdoor komt de totale inzet uit op 270 draaiuren. Voor alle overige (kleinschalige) werkzaamheden wordt een heftruck ingezet. Dergelijke werkzaamheden komen gedurende het gehele proces voor, waardoor het aantal draaiuren zeer ruim is opgenomen. Voorzichtigheidshalve wordt de inzet van een heftruck geschat op een periode van een volledig jaar. Gemiddeld telt een kalenderjaar 180 werkbare werkdagen. Het uitgangspunt is dat de heftruck hierbij elke dag een volledig uur in gebruik is, waardoor het gebruik in totaal uitkomt op 180 draaiuren.

9

Ten behoeve van het transporteren van los stortgoed (zoals grind, zand, aarde, puin, etc.) is de inzet van een kiepwagen te verwachten. De kiepwagen wordt naar verwachting ingezet over een periode van maximaal 60 werkdagen, waarbij het mobiele werktuig dagelijks 2 draaiuren in gebruik is. De totale inzet komt hierdoor uit op 120 draaiuren. Verder is een post onvoorziene werktuigen opgenomen. Deze post moet eventuele meerwerk aan werkzaamheden dekken in de berekening. Het uitgangspunt is dat het aantal draaiuren van de post onvoorziene werktuigen 10% van het totale aantal draaiuren bedraagt. Daarbij draaien mobiele werktuigen een substantieel deel van de tijd stationair. In de berekening is uitgegaan van gemiddeld 30% van de tijd stationair draaien. Het stationair draaien van de mobiele werktuigen is gemodelleerd als een vlakbron onder de sector ‘Anders’. Hierbij is 30% van de totale emissie NOX kg/jaar van de mobiele werktuigen opgenomen. Verkeersgeneratie Ook is rekening gehouden met de verkeersgeneratie voor de bouwperiode van de aanlegfase. De rijroute dient ingevoerd te worden tot daar waar de verkeersstromen opgaan in het heersende verkeersbeeld. De verkeersintensiteit neemt pas significant toe bij de Rijksweg A59, waardoor het advies is om de verkeersbewegingen tot dit wegvak te modelleren.

Zodoende wordt het wegvak gemodelleerd tot aan de dichtstbijzijnde oprit van de Rijksweg A59 (oprit Taxandriaweg). De verkeersgeneratie in de sloopperiode wordt gebaseerd op de te verwachten duur van de werkzaamheden. Op basis van de gegevens van de sloopaannemer duren de sloopwerkzaamheden maximaal 7 weken (35 werkdagen). Op basis van de gegevens van de sloopaannemer zijn er 125 verkeersbewegingen zwaar verkeer. Voor de bepapaling van het middelzwaar en licht verkeer wordt de verkeersgeneratie gebaseerd op de te verwachten duur van de werkzaamheden. Naar verwachting leidt de sloopperiode gemiddeld dagelijks tot 4 verkeersbewegingen van middelzwaar verkeer (ten behoeve van de afvoer van overbodige materialen en/of gronden) Bij een duur van 35 dagen leidt dit tot een verkeersgeneratie van 140 verkeersbewegingen. Verder genereert de sloopperiode licht verkeer ten behoeve van personeel. Uitgaande van 10 personeelsleden per dag (20 verkeersbewegingen) komt dit uit op een totale verkeersgeneratie van 700 mvt aan licht verkeer. De verkeersgeneratie in de bouwperiode wordt bepaald aan de hand van kengetallen per verkeerscategorie. In paragraaf 1.4 Werkwijze zijn de kengetallen met betrekking tot de verkeersgeneratie in de bouwperiode weergegeven.

Uiteindelijk leidt de ontwikkeling van maximaal 60 wooneenheden naar verwachting tot de volgende verkeersgeneratie: • Licht verkeer: 18.000 mvt/jaar • Middelzwaar vrachtverkeer: 3.000 mvt/jaar • Zwaar vrachtverkeer: 600 mvt/jaar De sloop- en bouwwerkzaamheden vinden (in deze berekening) plaats binnen hetzelfde bouwjaar. Hierdoor worden de verkeersbewegingen in de sloopperiode en bouwperiode bij elkaar opgeteld. De aanlegfase voor onderhavig planvoornemen leidt naar verwachting tot de volgende verkeersgeneratie: •

Licht verkeer (personen auto’s):

18.700 mvt/jaar

•

Middelzwaar vrachtverkeer (bestelbussen):

3.140 mvt/jaar

•

Zwaar vrachtverkeer (vrachtauto’s):

725 mvt/jaa 10

De emissiefactoren van het wegverkeer zijn onder andere gebaseerd op de snelheid van het wegverkeer. Voor verkeersbewegingen binnen de bebouwde kom bedraagt de snelheid namelijk 30 tot 50 km/uur. Het bouwverkeer wordt ontsloten via de Baardwijksestaat, Heermanslaan, Groen van Prinstererlaan, Molenvlietstraat en de Laageinde Stoep. Conform het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit van het RIVM kennen de bovengenoemde wegen 0% filerijden. In het kader van een worstcasescenario is 10% filerijden opgenomen in de berekening. In totaal is de emissie als gevolg van het verkeer 18,1 NOx kg/jaar. 2.3 Berekeningsresultaten aanlegfase Zonder salderen De resultaten van de berekeningen voor de aanlegfase zijn weergegeven in onderstaand tabel. Op basis van de gehanteerde uitganspunten leidt het voornemen tot een maximale bijdrage van 0,03 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Een te hoge toename is berekend over een gebied van 32,84 hectare. In onderstaande tabel is de maximale toenemende stikstofdepositie per omliggend Natura 2000-gebied weergegeven. Natura 2000-gebied

Hoogste bijdrage Mol/ha/jaar

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

0,03

Effecten planvoornemen zonder salderen

Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de export van de AERIUS-berekening in de toegevoegde bijlage. Intern salderen In de referentiesituatie voor de interne saldering (zijnde zowel de huidige vergunde/ toegestane situatie als de feitelijke planologisch legale situatie voor vaststelling bestemmingsplan) is de feitelijke situatie van het plangebied berekend. In de huidige situatie zijn 28 aaneengebouwde woningen aanwezig. De woningen zijn gebouwd omstreeks de jaren ’30 en ’40 van de 20 e eeuw. In onderstaande tekst is de emissie in de bestaande situatie bepaald, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de emissie met betrekking tot de bebouwing en het verkeer. Bebouwing In de bestaande situatie is bebouwing ten behoeve van de bestaande aaneengebouwde woningen aanwezig. De woningen kunnen beschouwd worden als hoek- en tussenwoningen en zijn gebouwd omstreeks de jaren ’30 en ’40 van de 20e eeuw. Deze woningen zijn verouderd en voldoen inmiddels niet meer aan de huidige eisen van de woningmarkt. Op basis van de door AERIUS opgestelde emissiewaarden geldt voor een oudere hoekwoning een emissie van 2,42 NOX in kg/jaar en voor een oudere tussenwoning een emissie van 2,00 NOX in kg/jaar. In de bestaande situatie zijn 28 woningen aanwezig, waarvan 10 hoekwoningen en 18 tussenwoningen.

Hierdoor bedraagt de totale emissie aan bebouwing in de referentiesituatie 60,2 NOX in kg/jaar. Naast NOx weergeeft AERIUS ook een emissiewaarde voor NH3. De emissiewaarde voor NH3 bedraagt 0,47 kg/jaar per woning. Voor onderhavig planvoornemen resulteert dit in een emissiewaarde 13,16 NH 3 kg/jaar (28*0,47), welke wordt opgenomen in de referentiesituatie.

11

Verkeersgeneratie Naast de bebouwing is ook de bijbehorende verkeersgeneratie van de bestaande situatie meegenomen in de berekening. Bij het in kaart brengen van de verkeeraantrekkende werking van de bestaande situatie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘toekomstbestendig parkeren’. Gezien de ligging van het plangebied wordt voor het planvoornemen uitgegaan van de cijfers voor ‘rest bebouwde kom – weinig stedelijk’. In de CROW-publicatie zijn kengetallen opgenomen voor grondgebonden sociale huurwoningen (‘huur, huis, sociale huur’). Hiervoor geldt een maximale verkeersgeneratie van 5,3 mvt/etmaal per wooneenheid. In de bestaande situatie zijn 28 wooneenheden aanwezig. Hierdoor komt de maximale verkeersgeneratie in de referentiesituatie uit op 148,4 mvt/etmaal. De rijroute van het verkeer dient ingevoerd te worden tot daar waar de verkeersstromen opgaan in het heersende verkeersbeeld. De verkeersintensiteit neemt pas significant toe bij de Rijksweg A59, waardoor het advies is om de verkeersbewegingen tot dit wegvak te modelleren. Zodoende wordt het wegvak gemodelleerd tot aan de dichtstbijzijnde oprit van de Rijksweg A59 (oprit Taxandriaweg). Omdat de verkeersbewegingen vooral op doorgaande wegen plaatsvinden en het plangebied dicht aan een goed bereikbare weg ligt, is maximaal 10% filerijden te verwachten.

Op basis van deze uitgangspunten bedraagt de emissie van het wegverkeer in de referentiesituatie 15,8 NOX kg/jaar. Verschilberekening De verschilberekening tussen de referentiesituatie en de berekende aanlegfase toont aan dat er per saldo geen feitelijke toename van stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ of andere Natura 2000-gebieden. De uitkomsten van de verschilberekening per Natura 2000-gebied zijn weergegeven in navolgende tabel. Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

Grootste toename

Grootste afname

Mol/ha/jaar

Mol/ha/jaar

0,00

0,00

Effecten planvoornemen na salderen

Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de export van de AERIUS-berekening in de toegevoegde bijlage.

12

3. GEBRUIKSFASE 3.1 Inleiding Voor (her)ontwikkeling van de Baardewijksestraat, waarbij 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen gerealiseerd worden, is een berekening van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden voor de gebruiksfase noodzakelijk. Door de realisatie van de woningen verandert onder andere de verkeersgeneratie in de directe omgeving. De depositie van stikstof mag niet boven 0,00 mol/ha/j komen. Een berekening met behulp van de AERIUS calculator (Versie 2022.2) moet aantonen dat nieuwe situaties niet leiden tot een te hoge waarde. 3.2 Uitkomsten gebruiksfase Bebouwing Onderhavig planvoornemen voorziet in de nieuwbouw van woningen. Sinds een wetswijziging per 1 juli 2018 kunnen aanvragen voor een bouwvergunning van een woning of bedrijf alleen verleend worden als deze géén aardgasaansluiting hebben. Dit houdt in dat de toekomstige bebouwing zonder gasaansluiting opgeleverd dient te worden. Dit heeft als gevolg dat de betreffende woningen geen stikstof uitstoten. Zodoende kan gesteld worden dat de toekomstige bebouwing geen invloed heeft op de berekening met betrekking tot de depositie van stikstof op omliggende Natura 2000gebieden. Verkeersgeneratie Naast de bebouwing is ook de bijbehorende verkeersgeneratie meegenomen in de berekening.

De gevolgen van de beoogde ontwikkeling op het verkeer wordt bepaald op basis van de verkeersaantrekkende werking. De toevoeging van nieuwe wooneenheden zorgt voor een bijkomende verkeersgeneratie van bestemmingsverkeer in de vorm van personenauto’s. Bij het in kaart brengen van de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘toekomstbestendig parkeren’. Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van de kern Waalwijk wordt voor het planvoornemen uitgegaan van de cijfers voor ‘rest bebouwde kom – matig stedelijk’. Voor het planvoornemen dient uitgegaan te worden van de volgende kerncijfers: Functie

Eenheid

Maximale norm

Verkeersgeneratie

Huur, huis, sociale huur

Woning

5,3 mvt/etmaal

63,6 mvt/etmaal

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

Woning

4,0 mvt/etmaal

192 mvt/etmaal

Totaal

255,6 mvt/etmaal

Uitgaande van 12 grondgebonden eengezinswoningen en maximaal 48 appartementen in de toekomstige situatie, komt de totale verkeeraantrekkende werking uit op maximaal 255,6 mvt/etmaal.

13

De rijroute dient ingevoerd te worden tot daar waar de verkeersstromen opgaan in het heersende verkeersbeeld. De verkeersintensiteit neemt pas significant toe bij de Rijksweg A59, waardoor het advies is om de verkeersbewegingen tot dit wegvak te modelleren. Zodoende wordt het wegvak gemodelleerd tot aan de dichtstbijzijnde oprit van de Rijksweg A59 (oprit Taxandriaweg). De ontsluiting van de appartementsgebouwen zal deels verlopen via de Mede – Burgmeester Teijssenlaan en deels langs de Baardwijksestraat. Hierdoor is voor de appartementencomplexen een verdeling aangehouden van 50% via beide ontsluitingswegen. Alle verkeersbewegingen ten behoeve van de grondgebonden woningen vinden plaats langs de Baardwijksestraat. Dit leidt tot een uiteindelijke verdeling van 159,6 mvt/etmaal langs de Baardwijksestraat en 96 mvt/etmaal via de Mede – Burgemeester Teijssenlaan. Het planvoornemen voorziet in woningbouw, waardoor uitsluitend licht verkeer wordt gegenereerd. Omdat de verkeersbewegingen vooral op doorgaande wegen plaatsvinden en het plangebied dicht aan een goed bereikbare weg ligt, is maximaal 10% filerijden te verwachten. Uitgaande van de maximale verkeersgeneratie is de stikstofemissie als gevolg van het verkeer 30,8 NOX kg/jaar.

3.3 Berekeningsresultaten gebruiksfase In de onderstaande afbeelding zijn de berekeningsresultaten uit AERIUS Calculator (Versie 2022.2) van de gebruiksfase van de 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen aan de Baardwijksestraat te Waalwijk weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn - gedurende de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend.

Weergave van de hoogste depositie (NOx+NH3) ten gevolge van de emissie van de ingevoerde bronnen (mol/ha/j) ten opzichte van de afstand tot de berekende bron(nen).

14

4. CONCLUSIE De berekening van de stikstofdepositie is uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator 2022.2. Het planvoornemen in deze berekening betreft de wens om het plangebied aan de Baardwijksestraat in Waalwijk te herontwikkelen. Met de voorgenomen herontwikkelingen worden 28 bestaande grondgebonden woningen gesloopt en vervangen door 12 grondgebonden woningen en maximaal 48 appartementen. De bestaande woningen hebben namelijk te veel technische beperkingen om ze aan te kunnen passen aan de wensen en eisen van nu en in de toekomst. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Dit houdt in dat, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten op stikstofgevoelige habitat- en leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. Het gebruik van werktuigen met minimaal stageklasse IV, waarbij AdBlue (6%) bij de diesel is toegevoegd bij werktuigen met een vermogen van 56 kW of groter, geldt als aanbestedingseis. Wanneer de uitgangspunten in dit onderzoek wijzigen, dan dient een nieuwe AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Het is namelijk in dat geval mogelijk dat een Wnb-vergunningsplicht toch noodzakelijk is.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13331611/1