CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Baardwijksestraat, Waalwijk (Borksesticht)”7.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming Baardwijksestraat Waalwijk Stichting Casade 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Contactpersoon BART BIEMANS

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

2

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Leeswijzer

4

Plangebied en ingreep

5

2.1

Huidige situatie

5

2.2

Voorgenomen ingreep

6

2.3

Afbakening effecten

6

Soortbescherming

7

3.1

Methode

7

3.2

Aanwezigheid beschermde soorten

7

3.3

Effectbeschrijving

11

3.4

Toetsing

12

3.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

12

3.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

12

3.5

Vervolg

13

3.5.1

Soortgericht onderzoek regulier traject

14

3.5.2

SMP

14

3.5.3

Mitigerende maatregelen

15

Conclusie en vervolgstappen

16

Bijlagen Bijlage A Wettelijke kader soortbescherming Wnb

17

Bijlage B Foto impressie

21

Colofon

24

3

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Stichting Casade (hierna Casade) heeft het voornemen om de volgende adressen te slopen, het terrein om te vormen en ter plaatse nieuwbouw te ontwikkelen, gelegen in de Baardwijksestraat te Waalwijk, Noord-Brabant: • Baardwijksestraat 80 t/m 98 (even nummers); • Baardwijksestraat 89 t/m 123 (oneven nummers); Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten. Zie Bijlage A voor het wettelijk kader van de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (Wnb). Casade heeft Arcadis gevraagd hiervoor een Quickscan op te stellen om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld te brengen. NNN, belangrijke weidevogelgebieden en Natura 2000gebieden zijn niet gelegen in de omgeving van het plangebied en zijn in deze Quickscan niet nader behandeld. De sloop van de bebouwing valt onder de generieke ontheffing van het Soortmanagementplan Casade (hierna SMP). Dit houdt in dat voor werkzaamheden binnen de eigendomsbegrenzing van Casade en de daarbij betrokken gebouwbewonende soorten zoals de gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis onder voorwaarden conform dat SMP en de bijbehorende ontheffing uitgevoerd kunnen worden. Het verwijderen van (openbaar) groen valt echter niet onder het SMP en dient los te worden beoordeeld in het kader van de Wnb.

Deze rapportage volgt in principe het reguliere traject van de Quickscan als vooronderzoek, daar waar conform SMP gehandeld kan worden, wordt dit vermeld als advies.

1.2

Leeswijzer

In Hoofstuk 2 is een beschrijving van het plangebied in de huidige situatie opgenomen, evenals een beschrijving van de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 gaat over soortbescherming met hierin een beschrijving van aanwezigheid van beschermde soorten met effectbeschrijving en toetsing. In Hoofdstuk 4 worden de conclusies en vervolgstappen behandeld. Bijlage A beschrijft het wettelijk kader van soortbescherming onder Wnb. Bijlage B geeft een sfeerimpressie van het plangebied.

4

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

2

Plangebied en ingreep

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het oosten van Waalwijk en bestaat uit 5 woonblokken met in totaal 28 grondgebonden woningen met dezelfde typologie: stenen woningen met twee verdiepingen en vermoedelijk een zolder, met dakpannen daken. Achter kantpannen van de kopgevels in het plangebied zijn openingen aanwezig. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig in de woningen. Wel zijn ventilatievoegen aanwezig op enkele centimeters hoogte van de grond. Voortuinen zijn vrij groen ingericht, met onder andere coniferen en ligusterhagen. Voor een overzicht van het plangebied, zie Figuur 1. De directe omgeving van het plangebied ziet er als volgt uit: • De woningen ten noorden en ten zuiden van het plangebied zijn van eenzelfde of vergelijkbaar type. De woningen ten oosten van het plangebied zijn van een andere typologie; grotendeels met deels platte daken; • Ten westen van het plangebied zijn naast grondgebonden woningen ook appartementencomplexen van 4 tot 5 verdiepingen aanwezig. Langs straten en wegen in het westelijke deel van het plangebied staan veel boomsingels; • Ten zuiden van het plangebied ligt een langgerekt grasveld. Het zuidelijke deel hiervan is voorzien van enkele speeltoestellen en omringd met een haag van Spaanse aak.

Verspreid over het veld zijn enkele volwassen bomen aanwezig, waaronder Amerikaanse eik en beuk; • Ten zuidoosten van het plangebied zijn gras- en sportvelden aanwezig, veelal omringd met boomsingels; • Ten oosten van het plangebied, aangrenzend aan de achtertuinen van de woningen met oneven nummers, is een groenstrook aanwezig, die bestaat met name uit bomen zoals haagbeuk en berk, en struweel waaronder meidoorn, hulst en klimop. Zie Bijlage B voor een sfeerimpressie het plangebied en directe omgeving.

Figuur 1. Het te slopen plangebied (oranje omkaderd) gelegen in de Baardwijksestraat te Waalwijk, Noord-Brabant, met links een overzichtsfoto en rechts de huisnummers aangegeven (Bron: Cyclomedia). 5

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

2.2

Voorgenomen ingreep

Voornemen Het voornemen is om de bebouwing te slopen en het terrein opnieuw te ontwikkelen. Werkzaamheden zullen bestaan uit sloop bebouwing, kappen en rooien van vegetatie, verwijderen van infrastructuur en het bouwrijp maken van aanwezige groenstructuren en nieuwbouw. Exacte werkzaamheden en ontwerp bebouwing, infrastructuur en groen zijn vooralsnog niet bekend. Derhalve wordt in deze beoordeling er vanuit gegaan dat de gehele bestaande inrichting van het plangebied wordt gewijzigd. Planning Per 1 december 2022 staan alle 28 woningen leeg. Het voornemen is om de sloop in het eerste kwartaal van 2023 te starten. Er zijn vooralsnog geen exacte gegevens bekend over de doorlooptijd en oplevering van het project.

2.3

Afbakening effecten

De werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben voor beschermde soorten. Hieronder zijn kort puntsgewijs de effecten weergegeven die kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit: • Verlies van verblijfplaatsen; • Doden of verwonden; • Geluid; • Licht; • Trilling; • Optische prikkels (bijvoorbeeld aanwezigheid mensen); • Vermesting en verzuring (bijvoorbeeld door stikstof uit de lucht door emissie van verbrandingsgassen).

6

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

3

Soortbescherming

De bescherming van soorten valt onder de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 3 Wnb). Het wettelijk kader is opgenomen in Bijlage A. Om het voorkomen van beschermde soorten aan te tonen of mogelijk uit te sluiten is een Quickscan uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze Quickscan worden de effecten van het voornemen getoetst op mogelijk aanwezige beschermde soorten.

3.1

Methode

De Quickscan is uitgevoerd door middel van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), van de afgelopen tien jaar (01-01-2010 t/m 16-09-2021). Daarnaast is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • www.verspreidingsatlas.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.ravon.nl • www.vlinderstichting.nl • www.sovon.nl • www.streetsmart.cyclomedia.com Het veldbezoek is uitgevoerd op vrijdag 17 september 2021 in de middag door Bart Biemans, ecoloog bij Arcadis. De omstandigheden tijdens het veldbezoek waren zonnig en warm, met ca. 20°C met een bij windkracht van 2 Bft. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is globaal geïnventariseerd of en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen.

3.2

Aanwezigheid beschermde soorten

In Tabel 1 is per soortgroep weergegeven of, en zo ja welke, beschermde soorten (mogelijk) voorkomen binnen het plangebied op basis van zowel het bureauonderzoek als het veldbezoek. Alle soorten vallen onder de zorgplicht en zijn daaronder beschermd. Hieronder wordt onder de conclusie aangegeven of streng of algemeen beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn. Tabel 1. Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het projectgebied per soortgroep.

Soortgroep Flora

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgebied en aanwezig biotoop, bestaande uit veelal verhard terrein met enkele plantsoenen zijn groeiplaatsen beschermde plantensoorten binnen het plangebied op voorhand uitgesloten (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Het plangebied is grotendeels bebouwd en verhard. Voortuinen zijn hier en daar voorzien van opgaand groen, maar veelal betegeld. In de Baardwijksestraat zijn enkele aangelegde plantsoenen aanwezig. In de omgeving zijn parken aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten of geschikte groeiplaatsen voor beschermde planten aangetroffen binnen of nabij het plangebied. Door het antropogene karakter van het plangebied en de directe omgeving zijn groeiplaatsen van beschermde soorten planten op basis van habitatseisen binnen het plangebied uitgesloten.

7

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

Conclusie Groeiplaatsen van beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied uitgesloten.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Broedvogel s zonder jaarrond beschermd nest

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van broedvogels waarvan de nestplaats gedurende de broedperiode beschermd is zoals koolmees, merel en roodborst (NDFF). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn eksters, kauwen en een pimpelmees waargenomen. Ook is één vogelnest aangetroffen in een van de achtertuinen binnen het plangebied. • Kauwen en eksters zijn rondom, in de directe omgeving van, het plangebied waargenomen. Kauwen broeden onder andere in boomholten, oude nesten van zwarte spechten en gaten in muren, onder dakpannen en in schoorstenen. Het is niet uitgesloten dat kauwen nestelen in schoorstenen van woningen binnen het plangebied. Woningen in de directe omgeving van het plangebied kunnen tevens nestplaatsen bieden voor kauwen. • Een pimpelmees is waargenomen in het groen in een van de achtertuinen in het oosten van het plangebied. In datzelfde groen is een vogelnest aangetroffen. Sommige achter- en voortuinen binnen het plangebied, alsook de omliggende parken, vormen geschikt leefgebied voor vogelsoorten van parken en tuinen, waaronder de pimpelmees. De aanwezigheid van nesten van algemeen voorkomende broedvogels is binnen het plangebied niet uit te sluiten.

Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied, namelijk buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, ooievaar, roek en sperwer. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen broedvogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen. • Ten tijde van het veldbezoek was de gierzwaluw niet aanwezig in Nederland. De kantpannen aan kopgevels van woningen binnen het plangebied bieden geschikte openingen voor de gierzwaluw. Deze soort is niet afhankelijk van de directe omgeving om te foerageren. Ondanks dat geen sporen zijn waargenomen, is het voorkomen van de gierzwaluw binnen het plangebied is niet uitgesloten. • De huismus is een soort die afhankelijk is van zijn directe omgeving, waarbij dekking, voedsel en stofbaden binnen 50100 meter aanwezig te zijn. De soort broedt onder dakpannen of in geschikte ruimte die voldoende dekking bieden zoals holten in de muur en zelfs dichte struiken. Binnen het plangebied zijn mogelijk geschikte nestplekken aanwezig bij de openingen onder de dakpannen bij de dakgoten. De directe omgeving en de tuinen binnen het plangebied bieden voedsel en dekking en in de vorm van struiken en hagen. Verspreid binnen het plangebied zijn enkele locaties aanwezig die geschikt zijn voor het nemen van stofbaden, zoals in enkele

Algemeen beschermde broedvogels zijn aanwezig binnen de directe omgeving van het plangebied. Het betreft geen essentieel leefgebied.

Broedvogel s met jaarrond beschermd nest

8

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

Vaste ruste en verblijfplaatsen gierzwaluw en huismus zijn op voorhand niet uit te sluiten. Het plangebied vormt mogelijk essentieel leefgebied voor huismus. Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het leefgebied van de sperwer , maar dit betreft geen essentieel onderdeel van het broedhabitat of foerageergebied.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat voortuinen, maar ook in de groenstrook ten oosten van het plangebied (achter de achtertuinen van de oneven nummers). Gezien de aanwezige voorzieningen voor de huismus is op voorhand niet uit te sluiten dat het plangebied mogelijk essentieel leefgebied is voor huismussen die broeden in naastgelegen bebouwing. • Sperwers broeden in bossen, tuinen en parken. De hoge bomen en struiken in de parken rondom het plangebied vormen mogelijk geschikte broedlocaties. Door de hoeveelheid bladeren aan de bomen zijn nesten van sperwers in deze bomen niet uit te sluiten. Binnen het plangebied zijn nesten van sperwer door het ontbreken van geschikte begroeiing uitgesloten. Het groen in het park ten zuiden van het plangebied, alsook een deel van de tuinen binnen het plangebied, kunnen deel uitmaken van een groter foerageergebied voor sperwers. Zij kunnen hier met name jagen op de aanwezige kleine zangvogels. • Aanwezigheid van overige jaarrond beschermde broedvogelsoorten en functies is uitgesloten.

Conclusie

Grondgebonden zoogdieren

Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van grondgebonden zoogdieren binnen het plangebied. Ten zuidwesten van het plangebied zijn waarnemingen bekend van egels (NDFF). Op basis van verspreidingsgebied kunnen soorten zoals huismuis, huisspitsmuis en steenmarter voorkomen (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Er zijn tijdens het veldbezoek geen sporen van grondgebonden zoogdieren waargenomen. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren zoals de huismuis, huisspitsmuis komen mogelijk voor binnen het plangebied. De egel kan binnen het plangebied voorkomen in plantsoenen en achtertuinen. Het is niet uit te sluiten dat de aanwezige schuren in de achtertuinen van de woningen binnen het plangebied openingen en ruimten bieden voor de steenmarter. De aanwezige plantsoenen en groenstroken rondom het plangebied kunnen dienen als foerageergebied. De aanwezigheid van steenmarters is binnen het plangebied niet uitgesloten. Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van vleermuizen binnen het plangebied. Wel zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuizen ten noordoosten en ten westen van het plangebied, en van laatvliegers ten zuidwesten van het plangebied.

Op basis van verspreidingsgebied kunnen soorten zoals de gewone- en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis voorkomen (NDFF, zoogdiervereniging.nl). Veldbezoek De woningen binnen het plangebied bieden mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en incidenteel ruige dwergvleermuis. Met name de openingen onder de kantpannen van kopgevels bieden mogelijk toegang tot de spouwmuren, die als

Algemene grondgebonden zoogdieren en steenmarter zijn niet uit te sluiten binnen het plangebied.

Vleermuizen

9

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen zijn binnen het plangebied niet uit te sluiten. Aaneengesloten bebouwing in en bomenrijen beplanting rondom het plangebied kunnen fungeren als vliegroutes.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Soortgroep

Reptielen

Amfibieën

10

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Open stootvoegen zijn niet aanwezig in de woningen binnen het plangebied. Ventilatievoegen zijn aanwezig onder kniehoogte, en daarmee niet geschikt voor vleermuizen. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig die geschikt holten of openingen hebben die geschikt zouden kunnen zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Wegens blad aan de bomen is niet volledig uit te sluiten dat bomen rondom het plangebied, zoals in de groenstrook ten oosten in, geschikte verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. De volwassen bomenrijen ten westen en zuiden van het plangebied, alsook de aaneengesloten bebouwing binnen het plangebied zelf vormen lijnvormige elementen die door vleermuizen benut kunnen worden als vliegroute. Omringende aaneengesloten bebouwing vormt voldoende alternatieve vliegroutes voor vleermuizen. De achtertuinen en parken vormen mogelijk geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Het is niet duidelijk of dit mogelijk essentieel foerageergebied betreft. Via vliegroutes zijn meerdere geschiktere foerageergebieden in de omgeving bereikbaar, zoals het Hoefsfen, Wereldboom en Plantloon, allen ten zuidoosten van het plangebied. Bureauonderzoek Er zijn geen waarnemingen bekend van reptielen in het plangebied of de directe omgeving (NDFF).

Op basis van verspreidingsgebied en aanwezig habitat zijn geen reptielen te verwachten (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Het plangebied en ook de directe omgeving daarvan, bevat geen geschikt habitat voor beschermde reptielen. Het voorkomen van reptielen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan is daarom uitgesloten. Bureauonderzoek Er zijn geen waarnemingen bekend zijn amfibieën binnen het plangebied (NDFF). Van bruine kikkers en gewone pad zijn waarnemingen bekend ten westen van het plangebied. Op basis van verspreidingsgebied komen algemeen voorkomende amfibieën zoals gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander mogelijk voor in de directe omgeving (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Het plangebied bestaat grotendeels uit bestrating of intensief beheerde plantsoenen en voortuinen en vormt daarom geen geschikt landhabitat van amfibieën. Er zijn binnen het plangebied, en ook in de directe omgeving daarvan geen oppervlaktewateren aanwezig. Veelvoorkomende amfibiesoorten zoals de gewone pad kunnen incidenteel in het plangebied voorkomen. De achtertuinen binnen het plangebied konden tijdens het veldbezoek niet allemaal in detail bekeken worden. Het is niet uit te sluiten dat hier kleine

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

Conclusie Het plangebied kan deel uit maken van het foerageergebied van vleermuizen.

Het voorkomen van beschermde reptielen is binnen en in de directe omgeving van het plangebied uitgesloten.

Het voorkomen van algemeen voorkomende amfibieën kan binnen het plangebied niet worden uitgesloten.

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat watertjes zoals vijvers aanwezig zijn welke geschikt voortplantingsen/of zomerhabitat van veelvoorkomende amfibiesoorten vormt.

Conclusie

Vissen

Bureauonderzoek Door het ontbreken van oppervlaktewater is aanwezigheid van beschermde vissen binnen het plangebied op voorhand uitgesloten (Cyclomedia). Veldbezoek Het voorkomen van beschermde vissoorten is door het ontbreken van oppervlaktewater binnen en in de directe omgeving van het plangebied uitgesloten. Bureauonderzoek Het ontbreken van kruidenrijke schraalgraslanden en oevers sluit aanwezigheid van beschermde vlinders, libellen of overige ongewervelden binnen het plangebied op voorhand uit. Deze soorten stellen kritischere eisen aan hun habitat wat hier ontbreekt. Veldbezoek Het voorkomen van beschermde vlinders, libellen of overige ongewervelden is uitgesloten.

Het voorkomen van beschermde vissoorten is uitgesloten.

Vlinders, libellen en andere ongewervel den

3.3

Het voorkomen van beschermde vlinder- en libellensoorten en andere ongewervelden zijn uitgesloten.

Effectbeschrijving

In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusies in paragraaf 4.2, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2. Tabel 2 Effecten per soortgroep als gevolg van uit te voeren werkzaamheden.

Soortgroep

Mogelijke effecten

Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest

Algemene broedvogels De sloopwerkzaamheden aan de gebouwen binnen het plangebied en omliggend groen leiden binnen het broedseizoen mogelijk tot vernielen of beschadigen van nestplaatsen, eieren of legsels van algemene broedvogels. Vogels van deze soortgroep zijn niet strikt gebonden aan een leefgebied. Effecten op foerageergebied zijn daarom uitgesloten. Huismus en gierzwaluw De sloopwerkzaamheden aan de gebouwen leiden mogelijk tot vernielen of beschadigen van nestplaatsen, en binnen het broedseizoen van eieren of legsels van de huismus en gierzwaluw. Sperwer De werkzaamheden hebben geen directe invloed op nesten van sperwers. Gedurende de werkzaamheden is een deel van het foerageergebied van sperwers mogelijk tijdelijk ongeschikt. Omdat voldoende alternatief foerageergebied in de omgeving van het plangebied aanwezig is zijn effecten uitgesloten. Algemeen grondgebonden zoogdieren De sloopwerkzaamheden aan de woningen en bijbehorende tuinen leiden mogelijk tot verwonden en doden van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren zoals huisspitsmuis en egel. Steenmarter De sloopwerkzaamheden aan de woningen en schuren leiden mogelijk tot verwonden en doden van steenmarters.

Broedvogels met jaarrond beschermd nest

Grondgebonden zoogdieren

11

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

Toetsing vereist Ja

Ja

Ja

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Soortgroep

Mogelijke effecten

Vleermuizen

Verblijfplaatsen De werkzaamheden leiden mogelijk tot beschadigen en/of vernielen van verblijfplaatsen en het doden of verwonden van individuen van gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger indien deze ten tijde van de werkzaamheden in de gebouwen aanwezig zijn. De werkzaamheden leiden niet direct tot effecten op boombewonende vleermuissoorten. Indirecte effecten zijn niet uit volledig te sluiten. Foerageergebied en vliegroutes De werkzaamheden en verlichting in de actieve periode van vleermuizen (half uur voor zonsondergang t/m half uur na zonsopkomst) kan leiden tot verstoring van vliegroutes en foeragerende vleermuizen. Veelvoorkomende amfibiesoorten De werkzaamheden aan de achtertuinen leiden mogelijk tot verwonden en doden van algemeen voorkomende soorten zoals de gewone pad.

Amfibieën

3.4

Toetsing

3.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

Toetsing vereist Ja

Ja

In Tabel 3 is per soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soortgroepen. Soortgroep Mogelijke effecten Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten

Broedvogels (met en zonder jaarrond beschermd nest) Vleermuizen

Andere soorten zonder vrijstelling

Steenmarter

Andere soorten met vrijstelling

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Er geldt in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie Bijlage A.

3.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf.

Vogelrichtlijnsoorten Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn.

Soort Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Broedvogels met jaarrond beschermd nest

Lid 1 X

Lid 2 X

X

X

Lid 3

Lid 4

X

Als gevolg van Sloopwerkzaamheden (bebouwing), kappen van bomen, verwijdering van plantsoen. Sloopwerkzaamheden (bebouwing), verwijdering van plantsoen.

Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; 12

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Voor broedvogels zonder jaarrond beschermd nest zijn de sloopwerkzaamheden en het kappen van bomen niet van invloed op de staat van instandhouding indien buiten het broedseizoen gewerkt wordt. In de omgeving zijn vergelijkbare en vervangende locaties om tijdens de werkzaamheden naar uit te wijken. Voor broedvogels met jaarrond beschermd nest zijn de sloopwerkzaamheden mogelijk van invloed op de staat van instandhouding. Hierbij gaat het namelijk om soorten met specifieke nestplaatsen die niet zonder meer vervangbaar zijn. Derhalve zijn effecten op de staat van instandhouding niet zonder meer uitgesloten.

Habitatrichtlijnsoorten Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn.

Soort

Lid 1

Vleermuizen

Lid 2 X

X

Lid 3

Lid 4 X

Lid 5

Als gevolg van Sloopwerkzaamheden (bebouwing), kappen van bomen, verwijdering van plantsoen.

Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Voor vleermuizen zijn de sloopwerkzaamheden van bebouwing mogelijk van invloed op de staat van instandhouding omdat hier mogelijk bijzondere verblijfsfuncties aanwezig zijn die niet zonder meer vervangbaar zijn. Voor foeragerende vleermuizen zijn de werkzaamheden aan tuinen en plantsoenen niet van invloed op de staat van instandhouding indien niet ’s nachts gewerkt wordt (of wanneer niet anders mogelijk, met vleermuisvriendelijke verlichting). In de omgeving zijn vergelijkbare en vervangende locaties (en structuren die als vliegroute kunnen dienen) om tijdens de werkzaamheden naar uit te wijken.

Andere soorten Tabel 6: Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1 ten aanzien van de marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter).

Soort Steenmarter

a X

b X

c

Als gevolg van Sloopwerkzaamheden (bebouwing), verwijdering van plantsoen.

Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Voor steenmarters zijn de sloopwerkzaamheden van bebouwing mogelijk van invloed op de staat van instandhouding omdat hier mogelijk verblijfsfuncties aanwezig zijn die niet zonder meer vervangbaar zijn. Voor foeragerende vleermuizen zijn de werkzaamheden aan tuinen en plantsoenen niet van invloed op de staat van instandhouding indien niet ’s nachts gewerkt wordt (of wanneer niet anders mogelijk, met vleermuisvriendelijke verlichting). In de omgeving zijn vergelijkbare en vervangende locaties (en structuren die als vliegroute kunnen dienen) om tijdens de werkzaamheden naar uit te wijken.

3.5

Vervolg

In deze paragraaf is een aantal vervolgstappen beschreven. Het gaat hierbij om soortgericht onderzoek waar mogelijk maatregelen uit volgen, mitigerende maatregelen waarvan al bekend is dat deze genomen moeten worden en zorgplichtmaatregelen. De te nemen maatregelen en vervolgstappen zijn mede afhankelijk van de voorwaarden en beleidsroute conform het SMP. Aangezien het SMP geen directe betrekking heeft op het verwijderen van groenstructuren worden in het onderstaande paragraaf de soorten die betrekking hebben op groenstructuren los genoemd onder soortgericht onderzoek, regulier 13

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

traject. Gebouwbewonende soorten worden onder SMP behandeld, waarbij alleen bijzondere functies zoals kraam- en massawinterverblijf en kolonies nader onderzoek vereisen met visuele inspectie of eventueel onderzoek conform vigerend vleermuisprotocol of BIJ12 kennisdocumenten.

3.5.1

Soortgericht onderzoek regulier traject

Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, dient in principe nader onderzoek te worden uitgevoerd naar eventuele bijzondere functies. De te nemen mitigerende maatregelen en bijbehorende vervolgstappen volgen uit het soortgericht onderzoek. Indien aanwezige functies behouden kunnen blijven binnen het project is mogelijk geen nader onderzoek nodig om de functie vast te stellen dan wel uit te kunnen sluiten. Dit is in deze fase nog niet beoordelen. Tabel 7 Soorten waar soortgericht onderzoek naar uitgevoerd dient te worden onder regulier traject.

Soort

Locatie

Onderzoek

Huismus

Tuinen, plantsoenen en groenstroken.

•

3.5.2

Beoordeling leefgebiedenfunctie. Onderzoek conform Kennisdocument BIJ12 Huismus.

SMP

Onder het SMP bestaan de te nemen maatregelen uit de richtlijnen van het SMP en eventueel uit de nadere afstemming tussen de adviserende partij en Casade. Voor de onderstaande soorten kan volgens het SMP gehandeld worden: Tabel 8. Soorten waar conform de richtlijnen uit het SMP gehandeld kan worden.

Soort

Locatie nest/verblijf

Bijzondere functie(s) te verwachten?

Onderzoek noodzakelijk?

Gierzwaluw

Grondgebonden woningen

Kans gemiddeld, mogelijk enkele nesten bij openingen achter kantpannen. Weinig geschikte openingen aanwezig om kolonie van > 10 nesten te huisvesten.

Ja, conform voorschrift ontheffing dienen alle eigendommen minimaal kwalitatief te worden onderzocht

Huismus

Grondgebonden woningen

Kans gemiddeld, mogelijk enkele nesten bij HWA. Geschikte openingen aanwezig om kolonie van > 10 nesten te huisvesten.

Ja, conform voorschrift ontheffing dienen alle eigendommen minimaal kwalitatief te worden onderzocht.

Steenmarter

Grondgebonden woningen en schuren

Mogelijke verblijfplaatsen

Ja, visuele inspectie verblijfplaatsen.

Gebouwbewonende vleermuizen

Grondgebonden woningen

Mogelijke vleermuisverblijven, waarbij een groot verblijf zoals een kraamverblijf niet is uitgesloten

Ja conform voorschrift ontheffing dienen alle eigendommen minimaal kwalitatief te

14

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

worden onderzocht.

3.5.3

Mitigerende maatregelen

Op basis van de Quickscan is de aanwezigheid van een broedvogels zonder jaarrond beschermd nest, algemeen grondgebonden zoogdieren en algemeen voorkomende amfibieën niet geheel uit te sluiten. Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, moeten mitigerende maatregelen genomen worden. De te nemen maatregelen onder het reguliere traject per soort of soortgroep worden hier behandeld. De noodzaak voor mitigerende maatregelen voor vleermuizen en broedvogels met jaarrond beschermd nest hangt af van de resultaten van het soortgericht onderzoek met aansluitend mitigatieplan en ontheffingsbesluit en / of volgen uit de verplichtingen zoals opgenomen in het SMP en de generieke ontheffing welke zal worden uitgewerkt in het SMP ecologisch werkprotocol. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige soorten planten en dieren moet worden omgegaan. Dit geldt voor de in deze Quickscan getoetste werkzaamheden met name voor in de omgeving voorkomende grondgebonden zoogdieren. Hiervoor moeten de volgende maatregelen worden genomen: •

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën: Houd tijdens de werkzaamheden te allen tijde rekening met de algemene zorgplicht; werk in één richting, de richting waarin soorten kunnen vluchten. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

•

Broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest) Voer werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Dit kan door deze voorafgaande aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen al te verwijderen, of deze ongeschikt maken door aanbrengen van spouwborstels bij geschikte openingen en het verwijderen van grind van het dak. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.

•

•

15

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

4

Conclusie en vervolgstappen

Op basis van deze Quickscan is vastgesteld dat binnen het plangebied en de directe omgeving beschermde soorten van de Wet natuurbescherming voorkomen. Het gaat om algemene broedvogels, broedvogels met een jaarrond beschermd nest, vleermuizen, algemeen grondgebonden zoogdieren, steenmarter en algemeen voorkomende amfibieën. Door toepassen van mitigerende maatregelen en rekening te houden met de zorgplicht (zie vorige paragraaf) kan een deel van de negatieve gevolgen voor beschermde soorten voorkomen of beperkt worden. Het toepassen van deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is niet vrijblijvend. De noodzaak voor onderzoek, mitigatie en eventuele juridische stappen hangt af van de ingreep en het ruimtelijk plan betreffende aanwezige beplanting, bomen en inrichting infrastructuur zoals het verlichtingsplan. Voor broedvogels met jaarrond beschermd nest, gebouwbewonende vleermuizen en de steenmarter is aanwezigheid in dit stadium niet uit te sluiten. Voor deze soorten dient gehandeld te worden conform richtlijnen SMP: kwalitatief onderzoek seizoen, visuele/fysieke inspecties in- en uitpandig van de te slopen bebouwing en uitwerking van een ecologische werkprotocol (EWP). Het voornemen is om de werkzaamheden te starten in het eerste kwartaal van 2023. Daarvoor moeten de aanvullende onderzoeken uiterlijk begin oktober 2022 zijn afgerond.

Ongeacht de resultaten van deze onderzoeken dient een EWP te worden opgesteld. Wanneer geen verblijfplaatsen met bijzondere functie worden aangetroffen dient het versturen van het EWP en het ontmoedigen van de woningen plaats te vinden vóór 1 november 2022. Wanneer verblijfplaatsen met een bijzondere functie worden aangetroffen dient het EWP ter goedkeuring naar het ODBN gestuurd te worden. Een reactie hierop kan tot vier weken duren en is noodzakelijk voordat ontmoediging gestart kan worden. Ontmoedigen voor 1 november 2022 is dan niet haalbaar. Het eerstvolgende mogelijke moment is dan 1 april 2023. Na een vrijgave ronde kunnen de werkzaamheden dan op zijn vroegst half april starten.

16

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Bijlage A Wettelijke kader soortbescherming Wnb Soortbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (art 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (art 1.11, lid 2).

Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (art 1.11, lid 3). Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • • •

Soorten Vogelrichtlijn (Wnb paragraaf 3.1). Soorten Habitatrichtlijn (Wnb paragraaf 3.2). Andere soorten (Wnb paragraaf 3.3).

Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1) en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5) Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb paragraaf 3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming.

Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c). Verbodsbepalingen

17

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art. 3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5). Ten aanzien van de soorten van de Habitatrichtlijn beschermde diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk te plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de andere beschermde diersoorten geldt slechts een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b).

Ten aanzien van de andere beschermde plantensoorten geldt een verbod tot opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c). Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. Een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. b. Een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw. c. Een bestendig gebruik. d. Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2-4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van LNV en de afzonderlijke provincies). De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van LNV het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. De provincie Noord-Brabant heeft in haar Verordening voor de Wet natuurbescherming een algemene vrijstelling verleend voor onderstaande soorten; Amfibieën • • • • •

Bruine kikker. Gewone pad. Kleine watersalamander. Meerkikker. Middelste groene kikker (of bastaardkikker).

Zoogdieren • Aardmuis. • Bosmuis. • Dwergmuis. • Dwergspitsmuis. • Egel. • Gewone bosspitsmuis. 18

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

• • • • • • • • • • •

Haas. Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild zwijn Woelrat

Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het plangebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.3 lid 4): 1.

In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid. 2. In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. 3. Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren. 4. Ter bescherming van flora of fauna. 5. Voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt. 6. Om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor soorten van de Habitatrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.8 lid 5): 1. In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. 2. Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom. 3. In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. 4. Voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten. 5.

Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Voor de andere beschermde soorten, gelden de voorwaarden die gelden voor de overige Europees beschermde soorten aangevuld met: (art 3.10 lid 2): 1. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied.

19

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

2. Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen. 3. Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden. 4. Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. 5. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw. 6. In het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. 7. In het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of in het algemeen belang.

20

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Bijlage B Foto impressie

Boven: Langgerekt gras- en speelveld direct ten zuiden van het plangebied. Onder: Overzichtsfoto van het plangebied, met links de woningblokken met even nummers, en rechts de woningblokken met oneven nummers.

21

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Boven: Achterzijde van de woningen. Geen spouwopeningen of openingen achter de dakgoot. Onder: Kopgevel. Openingen aanwezig onder de kantpannen.

22

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Boven: Groenstroken ten oosten van het plangebied, achter de achtertuinen. De groenstrook is begroeid met bomen (waaronder haagbeuk en berk), meidoorn en klimop.

23

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Colofon QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING BAARDWIJKSESTRAAT WAALWIJK KLANT Stichting Casade AUTEUR Bart Biemans PROJECTNUMMER 30069319 ONZE REFERENTIE D10039478:34 DATUM 20 oktober 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

VRIJGEGEVEN DOOR

Hans Hollander Projectmanager Natuur & Biodiversiteit

Hans Hollander Projectmanager Natuur & Biodiversiteit

24

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life

Volg ons op 25

arcadis-nederland

Onze referentie: D10039478:34 - Datum: 20 oktober 2021

arcadis_nl

ArcadisNetherlands

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13331608/1