CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 bij toel. - Ecologische quickscan

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Grotestraat 239-2432.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologische quickscan Grotestraat 239-243 Waalwijk

Opdrachtgever Contactpersoon

OTENTIQ Vastgoed Ontwikkeling BV dhr. F. Ponjé

Opdracht

Ecologische quickscan Grotestraat 239-243 Waalwijk

Kenmerk Datum

27.21.09 7 november2021

Projectleider

Glenn Lelieveld

Averti Ecologie averti@averti-ecologie.nl 06-16548063

Averti Ecologie is een klein ecologisch adviesbureau, opgericht in 2014. Averti Ecologie is kandidaatlid van de brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Averti Ecologie noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Averti Ecologie is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Averti Ecologie. De opdrachtgever vrijwaart Averti Ecologie voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

-2 -

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Wettelijk kader ................................................................................................................................ 7 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Wet Natuurbescherming – onderdeel houtopstanden........................................................... 7 Wet Natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming .................................................. 7 Wet Natuurbescherming – onderdeel soorten ....................................................................... 8 Activiteiten mogelijk door slimme oplossingen ...................................................................... 8

Ecologische quickscan ..................................................................................................................... 9 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Aanleiding ................................................................................................................................ 4 Projectgebied .......................................................................................................................... 4 Beoogde ingrepen ................................................................................................................... 5 Impressie van het projectgebied ............................................................................................. 5

Onderzoeksmethodiek ............................................................................................................ 9 Wet Natuurbescherming – onderdeel houtopstanden........................................................... 9 Wet Natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming .................................................. 9 Wet Natuurbescherming – onderdeel soorten ..................................................................... 11

Conclusies ...................................................................................................................................... 13

-3 -

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te amoveren. Op deze locatie wordt een plein gerealiseerd. Voor de soortbescherming onder de Wet Natuurbescherming is het van belang om na te gaan of het plangebied essentiële functies voor beschermde soorten vervult in de vorm van verblijfplaatsen, vliegroutes en/of foerageergebieden. In dit document rapporteren wij over het verkennende vooronderzoek naar beschermde natuurwaarden. Het rapport sluit af met het duiden van de implicaties van de resultaten voor de beoogde ingrepen.

1.2

Projectgebied

Het projectgebied betreft twee gebouwen met gecombineerde winkel- en woonbestemming. Aan de noordzijde van de gebouwen is een onderhoudsarme tuin met één boom en een paar gecultiveerde struiken gesitueerd. Direct grenzend aan de zuidzijde van het projectgebied is de hoofdwinkelstraat gelegen. Ten westen van het projectgebied zijn andere winkels gesitueerd. Aan de oostzijde van het projectgebied is een gemeentemuseum in aanbouw. Het projectgebied ligt in het centrum van Waalwijk. De gehele omgeving is sterk verstedelijkt met weinig aaneengesloten groenstructuren.

Figuur 1 Ligging projectgebied Grotestraat 239-243 te Waalwijk (rode stip). Bron: Zoom.earth

-4-

Figuur 2 Luchtfoto van het projectgebied Grotestraat 239-243 te Waalwijk (bron: Zoom.earth).

1.3

Beoogde ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te amoveren en hier een plein ten behoeve van het naastgelegen museum te realiseren.

1.4

Impressie van het projectgebied

Voorzijde projectgebied

Voorzijde projectgebied

-5-

Steeg tussen de twee gebouwen

Achterzijde van het projectgebied

Detailfoto dakrand

Detailfoto dakrand

-6-

2 Wettelijk kader De natuurwetgeving is in Nederland vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Deze vloeit voort uit verplichtingen op internationaal niveau, zoals verdragen en richtlijnen. Daarnaast zijn op nationaal niveau aanvullende regels vastgelegd. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt 3 wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet Natuurbescherming heeft invloed op iedereen die activiteiten en werkzaamheden (zogenaamde ruimtelijke ingrepen) verricht op plaatsen waar zich mogelijk beschermde planten of dieren bevinden. Dit is een brede doelgroep variërend van projectontwikkelaars, wegenbouwers, gemeenten die werkzaamheden aanbesteden, waterschappen, grondeigenaren en bosbeheerders tot organisatoren van evenementen, landbouwers, enzovoort. Daarbij kan het gaan om terugkerende werkzaamheden, zoals regulier beheer en onderhoud of gebruik, maar ook om eenmalige werkzaamheden zoals ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor ruimtelijke ingrepen is slechts een deel van de natuurwetgeving van belang. In het bijzonder gaat het dan om de verplichtingen voortvloeiend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn en aanvullende nationale wetgeving ten aanzien van het natuurnetwerk, houtopstanden en soortbescherming.

Hieronder wordt op basis van informatie verstrekt door de Rijksoverheid uitleg gegeven aan de verschillende beschermingsonderdelen.

2.1

Wet Natuurbescherming – onderdeel houtopstanden

Naast het soortenbeschermingsregime en gebiedsbeschermingsregime zijn in de Wet natuurbescherming ook de bepalingen ter bescherming van houtopstanden verankerd. Onder houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat van 10 a of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Bij intentie tot kap moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag en moet er herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Op deze kap- en herplantplicht bestaan enkele uitzonderingen.

2.2

Wet Natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming

2.2.1 Natura2000 Nederland kent ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland en Natuur Netwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: -7-

• • • • •

2.3

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren; alle Natura 2000-gebieden.

Wet Natuurbescherming – onderdeel soorten

De verbodsbepalingen voor in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. De verbodsbepalingen zien toe op bescherming van de individuen (verbod op doden en/of verwonden), hun jongen (zoals eieren), hun voortplantingsplaatsen (zoals nesten) en het leefgebied wat nodig is om te kunnen voortleven (denk aan jachtgebied). De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele dier of plant gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Het aantal exemplaren van een beschermde inheemse soort dat in een bepaald geval verstoord wordt, is voor de vraag óf het verbod op verstoring overtreden wordt niet relevant, ook niet indien er geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.

Anderzijds hoeft niet iedere handeling die tot gevolg heeft-dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderende omgeving te worden opgevat als een (opzettelijke) verstoring. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.

2.4

Activiteiten mogelijk door slimme oplossingen

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de in de wetgeving genoemde criteria zijn voldaan. Deze zien toe op dat de beschermd habitattype en/of beschermde soort voort kan bestaan na de ruimtelijke ingreep. Hiervoor zijn oplossingen mogelijk, zoals het aanbieden van nestkasten. Indien de juiste oplossingen op de juiste wijze worden toegepast, dan kan de initiatiefnemer voldoen aan de vereisten en kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

-8-

3 Ecologische quickscan 3.1

Onderzoeksmethodiek

Via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) kan een indicatie worden verkregen van de beschikbaarheid van soortengegevens. De gegevens geven echter alleen een indicatie. Daarom is besloten geen aanvullende gegevens op te vragen maar het onderzoek vooral te baseren op een biotoopinschatting door een ecoloog. Bij het opstellen van de quickscan flora en fauna is verder gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens zoals uit de websites waarneming.nl en verspreidingsatlas.nl en andere beschikbare bronnen voor verspreidingsgegevens. De meeste gegevens zijn globale verspreidingsgegevens. Op 4 juni 2021 heeft de ecoloog G. Lelieveld van Averti Ecologie het projectgebied en de directe omgeving verkend. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid voor de verschillende soortgroepen te beoordelen. Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie; het eenmalige veldbezoek geeft slechts een globaal beeld van aanwezige soorten en leefgebieden op basis van een momentopname.

3.2

Wet Natuurbescherming – onderdeel houtopstanden

Er worden mogelijk enkele bomen gekapt. Het onderdeel houtopstanden van de Wet Natuurbescherming is niet van toepassing binnen de bebouwde kom van de gemeente Waalwijk. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is dan ook niet van toepassing.

3.3

Wet Natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming

3.3.1 Natura2000 Het projectgebied ligt op ongeveer twee kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ‘Langstraat’. Verder ligt in de omgeving de Natura2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen’. De werkzaamheden zullen op het gebied van geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trillingen slechts lokaal zijn en geen effect hebben op de omliggende Natura2000-gebieden. Echter, de beoogde ingrepen kunnen leiden tot stikstofdepositie in de Natura2000-gebieden. Een stikstofberekening is noodzakelijk om het mogelijke effect hiervan te duiden.

-9-

Figuur 3 Projectgebied (zwarte stip) in relatie tot nabijgelegen Natura2000 gebieden (groen gearceerd). Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden

3.3.2 Natuurnetwerk Brabant Het projectgebied grenst aan het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNB verloren. Gezien de lokale aard van de ingreep kunnen negatieve effecten op de NNB worden uitgesloten.

Figuur 4 Projectgebied (rode ruit met zwarte stip) in relatie tot het Natuurnetwerk Brabant en de Natura2000-gebieden (groen gearceerd). Bron: Kaartbank natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant. - 10 -

3.4

Wet Natuurbescherming – onderdeel soorten

In het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soorten moet worden getoetst of er ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is/kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkeling kan (indirecte) aantasting of verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied tot gevolg hebben. 3.4.1 Vaatplanten In het projectgebied zijn geen beschermde vaatplanten bekend of aangetroffen tijdens het eenmalige veldbezoek in het bloeiseizoen. Gezien de hoge mate van bestrating in het projectgebied worden geen beschermde vaatplanten verwacht. 3.4.2 Grondgebonden zoogdieren In en in de directe omgeving van het projectgebied kunnen verschillende nationaal beschermde zoogdiersoorten voorkomen. In de omgeving van het projectgebied zijn diverse beschermde soorten aangetoond, zoals bever (Castor fiber), bunzing (Mustela putorius), eekhoorn (Sciurus vulgaris) en wezel (Mustela nivalis). Deze beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn niet vrijgesteld voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Echter, de bever is deze gebonden aan grote waterpartijen en kan daarom uitgesloten worden in het projectgebied. Door de afwezigheid van meer dan enkele bomen en struiken kunnen ook bunzing, eekhoorn en wezel worden uitgesloten in het projectgebied.

3.4.3 Vleermuizen Algemeen Vleermuizen zijn globaal in te delen in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn echter ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te maken in zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Sommige soorten verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten, achter de bast). Een groot aantal soorten, ook soorten die ’s zomers in boomholten verblijven, overwintert echter weer in bunkers, grotten en kelders. Alle vleermuizen zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en daarom strikt beschermd in de Wet natuurbescherming. Voorkomen van vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het projectgebied verschillende soorten vleermuizen voor zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Van deze soorten zijn de gewone dwergvleermuis en laatvlieger overwegend gebouwbewonend, de rosse vleermuis overwegend boombewonend en de ruige dwergvleermuis komt in zowel gebouwen als bomen voor. De gebouwen zijn opgetrokken uit bakstenen en gebouwd met spouwmuur. De muren hebben open stootvoegen, scheuren en kieren waardoor vleermuizen in het gebouw kunnen verblijven.

Hierdoor zijn er verschillende locaties in het projectgebied die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen is noodzakelijk. 3.4.4 Vogels Alle vogels en dan specifiek hun verblijfplaatsen (nesten) zijn strikt beschermd in de Wet - 11 -

natuurbescherming. Aantasting van actief gebruikte nesten is niet toegestaan. Daarnaast is van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua)). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus (Passer domesticus)). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld: kerkuil (Tyto alba)). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: buizerd (Buteo buteo)). De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Ook is er een lijst vogels aangewezen waarvan alleen bij effecten op populatieniveau maatregelen nodig zijn; de zogenaamde categorie 5. In het projectgebied is één boom aanwezig die kunnen dienen voor horsten (nesten) van roofvogels of uilen. De buitenruimte van het projectgebied heeft geen bomen waarin nesten aanwezig zijn.

Roofvogels en uilen worden in het projectgebied niet verwacht.. In het projectgebied staan verschillende gebouwen die geschikt zijn als nestgelegenheid voor gebouwbewonende jaarrond beschermde vogelsoorten, zoals gierzwaluw (Apus apus) en huismus. Beide soorten zijn in de omgeving bekend. Onderzoek naar het gebruik van het projectgebied door deze soorten is noodzakelijk. 3.4.5 Amfibieën Er zijn geen waarnemingen in de omgeving bekend van beschermde amfibieën. Het projectgebied heeft geen geschikt water- of landhabitat voor amfibieën. Negatieve effecten op strikt beschermde soorten zijn uit te sluiten. 3.4.6 Reptielen Er zijn geen waarnemingen in de omgeving bekend van beschermde reptielen. De projectlocatie is gelegen middenin een stadscentrum. Dit is geen geschikt leefgebied voor beschermde reptielen en deze worden derhalve hier niet verwacht. Negatieve effecten op strikt beschermde soorten zijn uit te sluiten. 3.4.7 Vissen Vanwege het ontbreken van werkzaamheden aan aansluitende watergangen, zijn effecten op beschermde vissoorten uit te sluiten. 3.4.8 Insecten (vlinders, libellen, sprinkhanen) en overige soortengroepen Slechts een beperkt aantal van de zeer soortenrijke groep van de insecten is beschermd. De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatie-specifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen en/of specifieke waardplanten.

Er zijn geen waarnemingen in de omgeving bekend van insecten en overige beschermde soorten. Negatieve effecten op strikt beschermde insecten en overige soortgroepen zijn uit te sluiten. - 12 -

4 Conclusies Vanwege de afstand tot Natura2000-gebieden zijn de meeste effecten op deze gebieden uit te sluiten. Het is wel noodzakelijk om een berekening uit te laten voeren naar de depositie van stikstof op de Natura2000-gebieden in de omgeving. Verder worden er geen effecten verwacht ten aanzien van het NatuurNetwerk Brabant. In het projectgebied kunnen verschillende beschermde diersoorten worden verwacht. Negatieve effecten op beschermde diersoorten als gevolg van de beoogde ingrepen kunnen daardoor op voorhand niet worden uitgesloten. Voor het onderdeel soortbescherming is nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van beschermde zoogdieren (vleermuizen) en vogels (gierzwaluw en huismus).

- 13 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015685/1