Bijlage 1.2 Ecologische quickscan, Averti
Tekst van het document
Ecologische quickscan Burgemeester Verwielstraat 3, Waalwijk
Opdrachtgever Contactpersoon
NUL40 vastgoed B.V. dhr. Van den Biggelaar
Opdracht
Ecologische quickscan Burgemeester Verwielstraat 3 Waalwijk
Kenmerk Datum
27.22.04 29 mei 2022
Projectleider Projectmedewerker
Glenn Lelieveld Martijn Engelen
Averti Ecologie averti@averti-ecologie.nl 06-16548063
Averti Ecologie is een klein ecologisch adviesbureau, opgericht in 2014. Averti Ecologie is kandidaatlid van de brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Averti Ecologie noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Averti Ecologie is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Averti Ecologie. De opdrachtgever vrijwaart Averti Ecologie voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
-2-
Inhoud 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Wettelijk kader ................................................................................................................................ 7 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2
2.3 2.4 3
Wet natuurbescherming – onderdeel houtopstanden ........................................................... 7 Wet natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming ................................................... 7 Natura2000 .................................................................................................................................................. 7 Natuurnetwerk Nederland en Natuurnetwerk Brabant .......................................................................... 8
Wet natuurbescherming – onderdeel soorten ....................................................................... 8 Activiteiten mogelijk door slimme oplossingen ...................................................................... 8
Ecologische quickscan ..................................................................................................................... 9 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2
3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7 3.4.8
4
Aanleiding ................................................................................................................................ 4 Projectgebied .......................................................................................................................... 4 Beoogde ontwikkeling ............................................................................................................. 5 Impressie projectgebied .......................................................................................................... 6
Onderzoeksmethodiek ............................................................................................................ 9 Wet natuurbescherming – onderdeel houtopstanden ........................................................... 9 Wet natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming ................................................... 9 Natura2000 ................................................................................................................................................... 9 Natuurnetwerk Nederland en Natuurnetwerk Brabant .............................................................................. 10
Wet natuurbescherming – onderdeel soorten ..................................................................... 11 Vaatplanten ................................................................................................................................................. 11 Grondgebonden zoogdieren ....................................................................................................................... 11 Vleermuizen ................................................................................................................................................ 11 Vogels .......................................................................................................................................................... 12 Amfibieën .................................................................................................................................................... 12 Reptielen ..................................................................................................................................................... 12 Vissen .......................................................................................................................................................... 12 Insecten (vlinders, libellen, sprinkhanen) en overige soortengroepen ....................................................... 13
Conclusies en implicaties............................................................................................................... 14 4.1 4.2
Conclusies .............................................................................................................................. 14 Implicaties ............................................................................................................................. 14
-3-
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De initiatiefnemer is voornemens aan de Burgemeester Verwielstraat 3 te Waalwijk de aanwezige bebouwing te amoveren om hier een complex met 10 appartementen en bijbehorende parkeerplaatsen te realiseren. Voor de soortbescherming onder de Wet natuurbescherming is het van belang om na te gaan of het projectgebied essentiële functies voor beschermde soorten vervult in de vorm van verblijfplaatsen, vliegroutes en/of foerageergebieden. In dit document rapporteren wij over het verkennende vooronderzoek naar beschermde natuurwaarden. Het rapport sluit af met het duiden van de implicaties van de resultaten voor de beoogde ingrepen.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied betreft een pand met een oppervlakte van circa 730 m2 en is gesitueerd in de woonwijk Besoijen grenzend aan het centrum van Waalwijk. Het volledige perceel is verhard en bestaat uit een pand dat momenteel de binnenhuis adviseur ‘Woninginrichting Knippels B.V.’ huisvest. De Burgemeester Verwielstraat is een drukbezochte doorgaande weg in het centrum van Waalwijk. In de nabije omgeving van het perceel bevinden zich diverse woonhuizen, een parkeerplaats behorende bij een winkelcomplex en de gerenoveerde Pastoor van Kesselhof kerk die zich direct aan de overzijde van de weg bevindt. Aan de noordzijde grenst het projectgebied aan de A59 en een industrieterrein. De rest van de omgeving is sterk verstedelijkt met enkele aaneengesloten groenstructuren.
Figuur 1 Ligging projectgebied Burgemeester Verwielstraat 3 te Waalwijk (rode stip). Bron: Zoom.earth.
-4-
Figuur 2 Projectgebied Burgemeester Verwielstraat 3 te Waalwijk (rood omkader). Bron: Streetsmart.
1.3
Beoogde ontwikkeling
De initiatiefnemer is voornemens de aanwezige bebouwing te amoveren om hier 10 appartementen met parkeerplaatsen te realiseren en langs de oostgrens van het perceel een vegetatiestrook aan te planten.
Figuur 3 Schets van de plattegrond van de beoogde situatie. Bron: Initiatiefnemer. -5-
Figuur 4 Schets van het vooraanzicht van de beoogde situatie. Bron: Initiatiefnemer.
1.4
Impressie projectgebied
Noordwestaanzicht van het projectgebied.
Zuidwestaanzicht van het projectgebied.
Close-up van de overhang aan de westzijde.
Zuidoostelijk aanzicht van projectgebied.
-6-
2 Wettelijk kader De natuurwetgeving is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze vloeit voort uit verplichtingen op internationaal niveau, zoals verdragen en richtlijnen. Daarnaast zijn op nationaal niveau aanvullende regels vastgelegd. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt 3 wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet natuurbescherming heeft invloed op iedereen die activiteiten en werkzaamheden (zogenaamde ruimtelijke ingrepen) verricht op plaatsen waar zich mogelijk beschermde planten of dieren bevinden. Dit is een brede doelgroep variërend van projectontwikkelaars, wegenbouwers, gemeenten die werkzaamheden aanbesteden, waterschappen, grondeigenaren en bosbeheerders tot organisatoren van evenementen, landbouwers, enzovoort. Daarbij kan het gaan om terugkerende werkzaamheden, zoals regulier beheer en onderhoud of gebruik, maar ook om eenmalige werkzaamheden zoals ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor ruimtelijke ingrepen is slechts een deel van de natuurwetgeving van belang. In het bijzonder gaat het dan om de verplichtingen voortvloeiend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn en aanvullende nationale wetgeving ten aanzien van het natuurnetwerk, houtopstanden en soortbescherming.
Hieronder wordt op basis van informatie verstrekt door de Rijksoverheid uitleg gegeven aan de verschillende beschermingsonderdelen.
2.1
Wet natuurbescherming – onderdeel houtopstanden
Naast het soortenbeschermingsregime en gebiedsbeschermingsregime zijn natuurbescherming ook de bepalingen ter bescherming van houtopstanden verankerd.
in
de
Wet
Onder houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Bij intentie tot kap moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag en moet er herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuurof landschapswaarden. Op deze kap- en herplantplicht bestaan enkele uitzonderingen.
2.2
Wet natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming
2.2.1 Natura2000 Nederland kent ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben.
-7-
2.2.2 Natuurnetwerk Nederland en Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren; • alle Natura 2000-gebieden.
2.3
Wet natuurbescherming – onderdeel soorten
De verbodsbepalingen voor in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. De verbodsbepalingen zien toe op bescherming van de individuen (verbod op doden en/of verwonden), hun jongen (zoals eieren), hun voortplantingsplaatsen (zoals nesten) en het leefgebied wat nodig is om te kunnen voortleven (denk aan jachtgebied). De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele dier of plant gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Het aantal exemplaren van een beschermde inheemse soort dat in een bepaald geval verstoord wordt, is voor de vraag óf het verbod op verstoring overtreden wordt niet relevant, ook niet indien er geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.
Anderzijds hoeft niet iedere handeling die tot gevolg heeft-dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderende omgeving te worden opgevat als een (opzettelijke) verstoring. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.
2.4
Activiteiten mogelijk door slimme oplossingen
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de in de wetgeving genoemde criteria zijn voldaan. Deze zien toe op dat de beschermd habitattype en/of beschermde soort voort kan bestaan na de ruimtelijke ingreep. Hiervoor zijn oplossingen mogelijk, zoals het aanbieden van nestkasten. Indien de juiste oplossingen op de juiste wijze worden toegepast, dan kan de initiatiefnemer voldoen aan de vereisten en kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
-8-
3 Ecologische quickscan 3.1
Onderzoeksmethodiek
Via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) kan een indicatie worden verkregen van de beschikbaarheid van soortengegevens. De gegevens geven echter alleen een indicatie. Daarom is besloten geen aanvullende gegevens op te vragen maar het onderzoek vooral te baseren op een biotoopinschatting door een ecoloog. Bij het opstellen van de quickscan flora en fauna is verder gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens zoals uit de websites waarneming.nl en verspreidingsatlas.nl en andere beschikbare bronnen voor verspreidingsgegevens. De meeste gegevens zijn globale verspreidingsgegevens. Op 25 maart 2022 heeft de ecoloog G. Lelieveld van Averti Ecologie het projectgebied en de directe omgeving verkend. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid voor de verschillende soortgroepen te beoordelen. Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie; het eenmalige veldbezoek geeft slechts een globaal beeld van aanwezige soorten en leefgebieden op basis van een momentopname.
3.2
Wet natuurbescherming – onderdeel houtopstanden
Er worden geen bomen of andere houtopstanden gekapt. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is dan ook niet van toepassing.
3.3
Wet natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming
3.3.1 Natura2000 Het projectgebied ligt op ongeveer 1 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ‘Langstraat’. De werkzaamheden zullen op het gebied van geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trillingen slechts lokaal zijn en geen effect hebben op de omliggende Natura2000-gebieden. Op het gebied van stikstof kunnen de voorgenomen ontwikkelingen wel van invloed zijn op de Natura2000-gebieden. Een nadere berekening van de uitstoot van stikstof op deze gebieden kan noodzakelijk zijn.
-9-
Figuur 5 Projectgebied (zwarte stip) in relatie tot nabijgelegen Natura2000 gebieden (groen gearceerd). Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden.
3.3.2 Natuurnetwerk Nederland en Natuurnetwerk Brabant Het projectgebied ligt op circa 1 kilometer afstand van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en/of Natuurnetwerk Brabant (NNB). Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN of NNB verloren. Gezien de lokale aard van de ingreep kunnen negatieve effecten op de NNN en NNB worden uitgesloten.
Figuur 6 Projectgebied (blauwe cirkel) in relatie tot nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland gebieden (donkergrijs gearceerd). Bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/natuurnetwerk-nederland-ehs. - 10 -
3.4
Wet natuurbescherming – onderdeel soorten
In het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soorten moet worden getoetst of er ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is/kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkeling kan (indirecte) aantasting of verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied tot gevolg hebben. 3.4.1 Vaatplanten In de omgeving zijn van de afgelopen 10 jaar geen beschermde plantensoorten bekend in de Nationale Databank Flora en Fauna. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek geen sporen van beschermde plantensoorten aangetroffen. De samenstelling van de grond in het projectgebied vormt geen geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, die typisch op voedselarme gronden groeien. De grond in het projectgebied is namelijk juist erg voedselrijk, en derhalve worden deze beschermde soorten hier niet verwacht. Daarnaast zal er ook geen vegetatie worden verwijderd ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen. Negatieve effecten op strikt beschermde plantensoorten zijn uit te sluiten.
3.4.2 Grondgebonden zoogdieren In de directe omgeving van het projectgebied is de aanwezigheid van enkele nationaal beschermde zoogdiersoorten bekend, namelijk de bever (Castor fiber) en eekhoorn (Sciurus vulgaris) Deze beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn niet vrijgesteld voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Aangezien de bever is gebonden aan grote waterpartijen kan deze echter worden uitgesloten in het projectgebied. Daarnaast is er geen vegetatie bezig binnen het projectgebied, waardoor potentieel habitat voor de eekhoorn ook ontbreekt. Ook zullen er extra groenstructuren gerealiseerd worden bij de uitvoering van het project. Derhalve worden geen negatieve effecten verwacht op grondgebonden zoogdieren. 3.4.3 Vleermuizen Algemeen Vleermuizen zijn globaal in te delen in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn echter ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te maken in zomeren winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Sommige soorten verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten, achter de bast). Een groot aantal soorten, ook soorten die ’s zomers in boomholten verblijven, overwintert echter weer in bunkers, grotten en kelders.
Alle vleermuizen zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en daarom strikt beschermd in de Wet natuurbescherming. Voorkomen van vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het projectgebied negen verschillende soorten vleermuizen voor, namelijk de baardvleermuis (Myotis mystacinus), bosvleermuis (Nyctalus leisleri), franjestaart (Myotis nattereri), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en watervleermuis (Myotis daubentonii). Er zijn binnen het projectgebied diverse potentieel geschikte spleten en andere openingen in de te amoveren bebouwing aanwezig, die kunnen dienen als verblijfplaats. Aangezien het projectgebied volledig uit verharding bestaat is de aanwezigheid van foerageergebied of een vliegroute binnen het projectgebied is onwaarschijnlijk, maar dit kan niet met zekerheid op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar het gebruik van het projectgebied door vleermuizen is noodzakelijk. - 11 -
3.4.4 Vogels Alle vogels en dan specifiek hun verblijfplaatsen (nesten) zijn strikt beschermd in de Wet natuurbescherming. Aantasting van actief gebruikte nesten is niet toegestaan. Daarnaast is van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua)). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus (Passer domesticus)). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld: kerkuil (Tyto alba)). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: buizerd (Buteo buteo)). De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Ook is er een lijst vogels aangewezen waarvan alleen bij effecten op populatieniveau maatregelen nodig zijn; de zogenaamde categorie 5.
In de omgeving van het projectgebied zijn volgens verspreidingsgegevens diverse strikt jaarrond beschermde vogelsoorten waargenomen, namelijk de boomvalk (Falco subbuteo), grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea), huismus, ransuil (Asio otus) en roek (Corvus frugilegus). De boomvalk en grote gele kwikstaart zijn echter slechts eenmalig overvliegend waargenomen, en deze worden dan ook niet binnen het projectgebied verwacht. Daarnaast zijn in het projectgebied geen bomen aanwezig die potentieel kunnen dienen als nestlocatie of roestplaats voor jaarrond beschermde soorten. Derhalve worden geen negatieve effecten verwacht op de ransuil en roek. Wel bevat het westelijke deel van het te amoveren pand een pannendak, die potentieel geschikte nestlocaties zou kunnen bieden voor de huismus. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van deze soort binnen het projectgebied is noodzakelijk. 3.4.5 Amfibieën Er zijn geen waarnemingen in de omgeving bekend van beschermde amfibieën. Het projectgebied bevat geen potentieel habitat voor deze soorten, aangezien het perceel volledig bebouwd is. Negatieve effecten op strikt beschermde soorten zijn uit te sluiten. 3.4.6 Reptielen Er zijn geen waarnemingen in de omgeving bekend van beschermde reptielen. De projectlocatie is gelegen in het centrum van Waalwijk en bestaat volledig uit verharding en bebouwing.
Dit is geen geschikt leefgebied voor beschermde reptielen en deze worden derhalve hier niet verwacht. Negatieve effecten op strikt beschermde soorten zijn uit te sluiten. 3.4.7 Vissen Vanwege het ontbreken van werkzaamheden aan watergangen, zijn effecten op beschermde vissoorten uit te sluiten.
- 12 -
3.4.8 Insecten (vlinders, libellen, sprinkhanen) en overige soortengroepen Slechts een beperkt aantal van de zeer soortenrijke groep van de insecten is beschermd. De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatie-specifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen en/of specifieke waardplanten. Er zijn geen waarnemingen in de nabije omgeving bekend van insecten en overige beschermde soorten. Daarnaast is er geen geschikt habitat of potentiële waardplanten in het projectgebied aanwezig. Negatieve effecten op strikt beschermde insecten en overige soortgroepen zijn uit te sluiten.
- 13 -
4 Conclusies en implicaties 4.1
Conclusies
Vanwege de grote afstand tot Natura2000-gebieden zijn effecten op deze gebieden uit te sluiten. Het is wel noodzakelijk om een berekening uit te laten voeren naar de depositie van stikstof op de Natura2000gebieden in de omgeving. Verder worden er geen effecten verwacht ten aanzien van het NatuurNetwerk Nederland of het Natuurnetwerk Brabant. In de omgeving zijn verschillende beschermde diersoorten aangetoond en/of kunnen deze hier worden verwacht. Negatieve effecten op beschermde diersoorten als gevolg van de beoogde ingrepen kunnen daardoor op voorhand niet worden uitgesloten.
4.2
Implicaties
Voor het onderdeel soortbescherming is nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van beschermde zoogdieren (vleermuizen) en vogels (huismus).
- 14 -