Bijlage 1.2 behorende bij raadsbesluit - art. die niet worden gebruikt
Tekst van het document
Bijlage 2 behorende bij het raadsvoorstel: artikelen die in de praktijk niet worden gebruikt/ overbodig zijn en dus uit de APV kunnen worden gehaald Toelichting deregulering APV gemeente Waalwijk 2023 Op de raadsvergadering van 15 december 2022 stond de APV geagendeerd, waarbij is gesproken over deregulering. De partijen D66, VVD en Lokaal Belang kondigden aan om mogelijk met een initiatiefvoorstel te komen. Na overleg tussen een aantal raadsleden, de portefeuillehouder en de projectleider deregulering is afgesproken dat jaarlijks bij de wijziging van de APV de deregulering op onderdelen verwerkt is en zichtbaar is. Dit jaar is in een werkgroep artikelsgewijs nagegaan of overbodige artikelen in de APV staan die in de praktijk niet worden gebruikt, landelijke wetgeving hierover zijn intrede heeft gedaan (bijv. straatintimidatie en lachgasverbod), er vanuit privaatrechtelijke gronden geen reden is voor dit op te nemen in de APV of realistisch gezien niet (goed) gehandhaafd kunnen worden. Elk artikel is besproken en hierop beoordeeld. Onderstaande artikelen kunnen ons inziens dan ook verwijderd worden uit de APV. Het is onze overtuiging dat onderstaande artikelen ook in de toekomst niet zullen worden gebruikt. Mocht dit onverwachts tóch tot knelpunten of ongewenste risico’s leiden, bestaat vanzelfsprekend de mogelijkheid de betreffende artikelen weer terug op te nemen in de APV.
Wij verwachten dit niet. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat regels uit de APV die zien op het wijzigen van de fysieke leefomgeving vóór 2032 moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. Ze zullen op datzelfde moment uit de APV moeten worden geschrapt. Tot die tijd geldt een overgangsfase waarin gemeenten de tijd hebben om dergelijke regels uit de autonome verordeningen in het omgevingsplan op te nemen. Hierbij kan worden gedacht aan artikelen in de APV over het kappen van bomen en het maken van een in-of uitrit. Dat kan door de regels zoals nu opgenomen in de APV onverkort over te nemen in het omgevingsplan, maar de wijze waarop deze toestemming wordt geregeld kan ook op een andere manier. De sturingsmogelijkheden kunnen gaan van een strenge regulering (met verbod en vergunningplicht) naar meer algemene regulering (algemene regels en zorgplicht) tot het volledig loslaten van sturing (niets regelen). In de Omgevingsvisie kan de raad haar visie hierop opnemen. In navolging van deze visie zullen we dan ook naar de artikelen kijken en deze – al dan niet gewijzigd – opnemen. Die artikelen hebben we daarom nu nog ongemoeid gelaten. Ook omdat deze artikelen ons inziens de juiste bescherming bieden die wij nodig achten t.a.v. hetgeen met het betreffende artikel is beoogd. Kort gezegd: die artikelen zijn ons inziens geen overbodige luxe. Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d.
van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Artikel 2:9 Straatartiest
1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:33 Ordeverstoring Het is verboden in een openbare inrichting: c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 1. Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap. 2. Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 1. Het is verboden met voertuigen te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Artikel 2:48b Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het eerste lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw. Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 4:7 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.
Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid.