CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 bij toel. - Watertoets

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Grotestraat 239-2434.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WATERTOETS GROTESTRAAT 239 - 243 TE WAALWIJK

Rapportage watertoets Grotestraat 239 - 243 te Waalwijk Opdrachtgever

&Ponjé bouw- en vastgoedzaken Reutsedijk 7 5264 PC Vught

Rapportnummer Versienummer

16779.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

28 september 2021

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw M.G. van Meijel, BSc

Paraaf Kwaliteitscontrole

De heer ing. R. van den Berg

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2

3

WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 3 3.1 3.2

4

OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

5

Planvoornemen................................................................................................................. 9 Verhard oppervlak ............................................................................................................ 9 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 10

PLANUITWERKING.................................................................................................................. 11 6.1 6.2

6.3 6.4 7

Hoogteligging .................................................................................................................... 5 Bodemopbouw .................................................................................................................. 5 Geohydrologie .................................................................................................................. 6 Grondwater ....................................................................................................................... 6 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 8 Ontwatering ...................................................................................................................... 8 Riolering ............................................................................................................................ 8

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING ............................................................................................. 9 5.1 5.2 5.3

6

Waterschap Brabantse Delta ............................................................................................ 3 Gemeente Waalwijk .......................................................................................................... 4

Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 11 Hemelwater..................................................................................................................... 11 6.2.1 Hemelwatervoorziening .................................................................................... 11 6.2.2 Calamiteit.......................................................................................................... 12 6.2.3 Kwaliteit ............................................................................................................ 13 Keur ................................................................................................................................ 13 Riolering .......................................................................................................................... 13

CONCLUSIE ............................................................................................................................. 14

BIJLAGEN: 1. 2. 3.

- Topografische ligging - Schetsontwerp d.d. 28-07-2021 - Resultaten digitale watertoets

16779.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van &Ponjé bouw- en vastgoedzaken opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Grotestraat 239 - 243 te Waalwijk. De initiatiefnemer is voornemens 19 woningen en winkel/horeca-ruimte te realiseren. Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waalwijk’ (vastgesteld 11-09-2008). De gronden zijn bestemd als enkelbestemming Centrumgebied. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de bestaande bestemmingsstructuur. Om het plan te realiseren is een bestemmingsplanwijziging nodig. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht moet te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies.

Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Brabantse Delta en de gemeente Waalwijk). De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie verkregen van de opdrachtgever (contactpersoon de heer F. van Gompel). Als onderdeel van de watertoets is de digitale watertoets doorlopen. Het resultaat van deze digitale toets is bijgesloten in bijlage 3.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 1 van 14

2

LOCATIEGEGEVENS

De planlocatie (± 995 m²) ligt aan de Grotestraat 239 - 243 te Waalwijk en omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie G, nummers 835, 984, 1066 (ged.) en 1067. De coördinaten van een centraal punt zijn X = 132.743, Y = 411.371. De initiatiefnemer is voornemens 19 woningen en winkel/horeca-ruimte te realiseren. De bestaande panden worden gesloopt en maken plaats voor een nieuw pand met daarin op de begane grond ruimte voor horeca en winkels met in totaal negen appartementen op de drie verdiepingen. Achter het gebouw met winkel/horeca-ruimte danwel direct daar tegenaan wordt een gebouw gerealiseerd met nog eens vijf appartementen en vijf maisonnettes. Ten oosten van deze gebouwen wordt een doorsteek (langzaam verkeer) gerealiseerd in de richting van de Winterdijk. Gemeente Waalwijk wil hier een hoogwaardige entree realiseren vanaf de Taxandriaweg en Winterdijk richting het centrum. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 2 van 14

3 3.1

WATERRELEVANT BELEID Waterschap Brabantse Delta

Waterschap Brabantse Delta toetst een ruimtelijk plan op 8 onderwerpen de ‘uitgangspunten watertoets’: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Voorkomen van vervuiling. Wateroverlast vrij bestemmen. Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO). Vuil water en hemelwater scheiden. Hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer. Waterschapsbelangen. Meervoudig ruimtegebruik. Water als kans.

In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de NoordBrabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De waterschappen hebben bij de Keurregels enkele hydrologische uitgangspunten 1 opgesteld voor het afvoeren van hemelwater. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij:    

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06.   

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. 1 Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 3 van 14

3.2

Gemeente Waalwijk

In het Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024 (IWW) heeft de gemeente de kaders van de zorgplicht voor afval-, hemel- en grondwater opgesteld. In het IWW staat beschreven dat de gemeente de intensievere regenval als gevolg van klimaatverandering wil aanpakken door eisen te stellen aan waterberging (tabel 1). Deze eisen gelden niet alleen voor uitbreidingslocaties, maar ook voor locaties waar bestaande bouw ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw wordt gesloopt. De gemeente hanteert, voor de berging op eigen terrein, geen ondergrens voor de toename van afwaterend oppervlak. Tabel 1. Minimum eisen voor waterberging Situatie

Minimum bergingseis

Nieuwbouw

60 mm

Aanbouw en uitbreiding bestaande verharding

60 mm

Bestaande verharding afkoppelen

20 mm

De leegloop is afhankelijk van de situatie. Hierbij heeft infiltratie de voorkeur, mits dit technisch mogelijk is. Wanneer infiltratie toegepast wordt, is een landelijke afvoer van 2 l/s/ha toelaatbaar. In het Beleidsplan Afkoppelen hemelwater van 2012 is onderzocht welke mogelijkheden voor afkoppelen het meest geschikt zijn. Dat is namelijk afhankelijk van een aantal gebiedsfactoren. In beginsel zijn er 4 systemen voor afkoppelen met een reeks varianten. Op basis van de inventarisatie is in tabel 2 aangegeven welke afkoppelmogelijkheden de voorkeur verdienen. Tabel 2. Voorkeur afkoppelsysteem per Kern binnen de gemeente Waalwijk Afkoppel-systeem

Kern Waalwijk noordelijk van A59

Waalwijk overig

SprangCapelle

Opmerkingen Waspik zuid

Waspik overig

Lozing op oppervlaktewater

++

++

++

++

++

Deel HWA naar RWZI

Doorlatende verharding

-

+

+

++

-

Eventueel met drainage

Oppervlakte-infiltratie

-

+

+

++

-

Met drainage

Ondergrondse-infiltratie

--

-

-

+

-

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 4 van 14

4

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer en riolering. 4.1

Hoogteligging

Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland2 bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 2,4 m +NAP in het zuiden en circa 1,7 m +NAP in het noorden van de planlocatie. 4.2

Bodemopbouw

De planlocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland, in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een drechtvaaggrond (Mv81A), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit klei. Op basis van boorprofiel B44H0325 uit het archief van TNO3 blijkt dat de bodem nabij de planlocatie tot de verkende diepte van 3 m -mv te zijn opgebouwd uit fijn zand. In figuur 2 is het boorprofiel weergegeven.

Figuur 2. Boorprofiel B44H0325 (bron: TNO)

2 www.ahn.nl 3 www.dinoloket.nl

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 5 van 14

4.3

Geohydrologie

Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door respectievelijk de formaties van Kreftenheye en Sterksel. Het eerste watervoerende pakket heeft een dikte van ± 30 m. Op het eerste watervoerende pakket ligt een deklaag van Holocene afzettingen bestaande uit een afwisseling van zand en klei lagen met een dikte van ± 0,5 m en een dekzandafzetting behorende tot de Formatie van Boxtel. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Stramproy. In tabel 3 is de opbouw van de diepere ondergrond schematisch weergegeven. Tabel 3. Geohydrologie Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

Holoceen

DKL

Complexe eenheid, afwisseling zandige klei en zand

0,5-1

Boxtel

DKL

Zand

1-13

Kreftenheye

WVP

Zand

13-31

Sterksel

WVP

Zand

31-33

Stramproy

SDL

Klei

33-45

Stramproy

WVP

Zand

0-0,5

DKL = deklaag

4.4

WVP = watervoerend pakket

SDL = slecht doorlatende laag

Grondwater

Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. Rondom de planlocatie zijn meerdere grondwaterpeilputten gelegen. De grondwaterpeilputten zijn gelegen op een diepte van maximaal 3 m -mv De gemeente Waalwijk heeft een eigen grondwatermeetnet in beheer waarin op meerdere locaties de grondwaterstand wordt gemonitord. In de omgeving van de planlocatie zijn in het meetnet van de gemeente Waalwijk enkele grondwatermeetpunten beschikbaar.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 6 van 14

In tabel 4 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 3 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de geraadpleegde bronnen, in noordwestelijke richting. Tabel 4. Overzicht grondwaterpeilputten TNO en gemeente Waalwijk

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B44H0327

Oost

680

14-02-1993 / 14-02-2001

0,55

1,15

Moonenlaan 7

Zuid

220

13-04-2018 / 01-09-2021

0,45

1,00

Grotestraat 341

Noordoost

680

13-04-2018 / 01-09-2021

0,36

0,92

B44H0369

Zuid

230

14-02-1993 / 14-02-2001

0,45

0,90

Grotestraat 106

Noordwest

270

13-04-2018 / 01-09-2021

0,35

0,83

B44H0325

Noordoost

330

14-02-1993 / 14-02-2001

0,30

0,80

B44H0324

Noordwest

270

14-02-1993 / 14-02-2001

0,15

0,60

Figuur 3. Situering grondwaterpeilputten TNO en gemeente Waalwijk

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 7 van 14

Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de planlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op circa 0,80 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 1,6 m -mv in het zuiden en 0,9 m -mv in het noorden van de planlocatie bevinden. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings-, grondwaterwin-, attentiegebied of boringsvrijezone. 4.5

Oppervlaktewater

Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op basis van de leggerkaart van waterschap Brabantse Delta is in de directe omgeving van de planlocatie geen oppervlaktewater gelegen. 4.6

Ontwatering

Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn:     

Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruipruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m

Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 2,4 m +NAP in het zuiden en circa 1,7 m +NAP in het noorden van de planlocatie. De GHG is ingeschat op 0,8 m +NAP (0,9 - 1,6 m -mv). De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. 4.7

Riolering

In de Grotestraat is een gemengd rioolstelsel gelegen.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 8 van 14

5 5.1

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING Planvoornemen

De initiatiefnemer is voornemens 19 woningen en winkel/horeca-ruimte te realiseren. De bestaande panden worden gesloopt en maken plaats voor een nieuw pand met daarin op de begane grond ruimte voor horeca en winkels met in totaal negen appartementen op de drie verdiepingen. Achter het gebouw met winkel/horeca-ruimte danwel direct daar tegenaan wordt een gebouw gerealiseerd met nog eens vijf appartementen en vijf maisonnettes. Ten oosten van deze gebouwen wordt een doorsteek (langzaam verkeer) gerealiseerd in de richting van de Winterdijk. Gemeente Waalwijk wil hier een hoogwaardige entree realiseren vanaf de Taxandriaweg en Winterdijk richting het centrum. In figuur 4 is een impressie van het planvoornemen weergegeven.

Figuur 4. Planvoornemen (bron: Architectenbureau Van Reeven)

5.2

Verhard oppervlak

Het huidig verhard oppervlak is bij benadering en bepaald aan de hand van de Opentopokaart van PDOK, de GBKN, kadastrale gegevens en luchtfoto’s. Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van de schetsontwerp d.d. 28-07-2021 zoals opgenomen in bijlage 2. In figuur 5 staat de verdeling van het verhard oppervlak weergegeven.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 9 van 14

Figuur 5. Verdeling verhard oppervlak huidig (links) en toekomstig (rechts)

In tabel 5 staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. Tabel 5.

Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak

Type verharding

Huidig (m²)

Toekomstig (m²)

Bebouwing

± 760

± 830

Terrein

± 230

± 50

-

± 355

± 990

± 1.235

Infrastructuur Totaal

Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen met 245 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 1.235 m2. 5.3

Waterbergingsopgave

Conform het beleid van de gemeente Waalwijk is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een compenserende berging benodigd van circa 74 m3 (1.235 m3 x 0,06 m).

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 10 van 14

6

PLANUITWERKING

6.1

Randvoorwaarden en uitgangspunten

In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang) en dat kan worden volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap. Het resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in bijlage 3. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.     

     

Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 1.235 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over het aantal m2. Wateropgave 74 m3. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 24 uur. Calamiteit in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG ingeschat op 0,8 m +NAP (0,9 - 1,6 m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.

6.2

Hemelwater

In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen de planlocatie worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. 6.2.1

Hemelwatervoorziening

Binnen de planlocatie is weinig ruimte beschikbaar om hemelwater bovengronds te bergen. Hierdoor zal gezocht moeten worden naar een ondergrondse voorziening. Afhankelijk van het type voorziening en de belastbaarheid hebben ondergrondse systemen een bepaalde gronddekking nodig. De GHG en de benodigde gronddekking zijn bepalend of een ondergrondse bergingsvoorziening zonder verlies van berging kan worden aangelegd.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 11 van 14

Infiltratiekratten Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag die bij een (potentiële) voorziening hoort, is een alternatief uitgewerkt waarbij het hemelwater wordt geborgen middels infiltratiekratten. Bij de berekening is uitgegaan van de inhoud van de Q-Bic+ Infiltratie unit van Wavin (430 liter). Er is gekozen voor de toepassing van de Q-Bic+ infiltratiekrat omdat deze inspecteerbaar en reinigbaar is. Het gebruik van andere systemen is uiteraard ook mogelijk. Het Q-Bic+ infiltratiekrat van Wavin heeft de volgende kengetallen:       

Holle Ruimte: Lengte: Breedte: Hoogte: Netto inhoud: Aansluitingen: Minimale gronddekking o Groenzones (onbelast): o Lichte verkeersbelasting (1 ton wiellast): o Zware verkeersbelasting (10 ton wiellast):

95 % 1,2 m 0,6 m 0,6 m 430 liter (0,43 m3) 160-500 mm buis 0,30 m 0,30 m 0,80 m

Om de wateropgave van 74 m3 met kratten te kunnen bergen zijn in totaal 173 kratten benodigd. Wanneer de kratten niet worden gestapeld, is een minimaal oppervlak benodigd van circa 125 m2 (1,2 m x 0,6 m x 173 st). Wegfundering In het noorden van de planlocatie is, vanwege de hoge GHG, de gronddekking minimaal. Een ander alternatief om hemelwater binnen de planlocatie te kunnen verwerken is het bergen van water in of onder de bestratingen, bijvoorbeeld in de fundering. Dergelijke systemen worden vaak toegepast in gebieden waar de grondwaterstand hoog staat en/of infiltratiemogelijkheden beperkt zijn. Voor de bestratingselementen en funderingslaag kunnen verschillende materialen worden toegepast zoals lava, (drain)zand, waterdoorlatende bestrating en/of bergende bestratingselementen. Het vullen van het systeem kan op conventionele wijze middels kolken en verbuizing, waterdoorlatende verhardingsconstructies (steen of voeg), permeoblokken en/of lijn,- molgoten. Aquaflow® Het Aquaflow® systeem is een systeem waarbij regenwater via de voeg, steen of op conventionele wijze op een snelle en veilige manier wordt gebufferd in een laag drainagezand dat wordt aangebracht onder de weg. In het systeem wordt een filterdoek tussen de bestrating de bergende wegfundering aangebracht. Deze zorgt ervoor dat zware metalen, PAK en minerale oliën worden afgebroken.

De funderingslaag waarin 40% aan holle ruimte aanwezig is, heeft circa 530 m2 (74 m3 / 0,14 m3) oppervlak nodig om het regenwater tijdelijk te bufferen en vertraagt af te voeren. Onder de toekomstige toegangsweg vanaf de Taxandriaweg en de Winterdijk richting het centrum is voldoende ruimte aanwezig om een ondergrondse bergingsvoorziening te realiseren. 6.2.2 Calamiteit Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt kan overtollig water overstorten op de bestaande riolering. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 12 van 14

6.2.3

Kwaliteit

Algemeen Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater niet mag verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Bouwmaterialen De gemeente streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood) om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) en is ook van toepassing op onderhavige planlocatie. De emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater dienen in verband met de waterkwaliteit zoveel mogelijk te worden beperkt door bij voorkeur gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Onkruidwerende middelen Voor het gebruik van onkruidwerende middelen in groen en op verharding dient het landelijke beleid gevolgd te worden. Onkruidwerende middelen worden niet meer gebruikt in het openbaar groen. Voor bestrijding op verhardingen vindt gebruik, voor zover toegestaan, plaats via de DOB-systematiek en dient gezocht te worden naar alternatieven zoals branden, heet water en/of borstelen. 6.3

Keur

Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Ten aanzien van het beoogde planvoornemen zal zeer waarschijnlijk voor de toename van het verhard oppervlak een watervergunning moeten worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht: 6.4

Riolering

Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden.

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 13 van 14

7

CONCLUSIE

Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

Econsultancy Boxmeer, 28 september 2021

Rapport 16779.001 versie D1

Pagina 14 van 14

Bijlage 1

Topografische ligging

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2

Schetsontwerp d.d. 28-07-2021

235-237c

196-196b 7.500

280

1.411

20.380 5.500

6.500

1.475

280

Winterdijk

30-30b

320

320

13

15

17 2.920

4.720

5.500

03

19 4.580

280

04 PERCEELOPP. 1.041,0 m2

06 05

10

12.060

09

12.060

07

12

Type D

Type D

Type D

Type D

Type D

72 m² GBO

72 m² GBO

72 m² GBO

72 m² GBO

72 m² GBO

280

12.720 12.720

10

16 280

11

12

7.220

13

14

7.500

15

16

7.500 37.780

7.500

12.961

9.632

57.880

17

18

19

7.500

280

500 500

6.500 7.060

12.975

280

320

202-204b

320

18 320 320

280

14 280

200a-200b

Winkel ca 150 m²

11.500 12.060

08 12.060

18.380 280

02

14 Bergingen

10.720

198a-200

GROTE STRAAT

198

6.500

01 ENTREE APP.

2.720 2.000

280

30.130 5 Bergingen 11

Plein

247-251

206-206a

Raadhuisplein

28.07.2021

SCHETSONTWERP ONTWIKKELING GROTESTRAAT 243 WAALWIJk A Margrietstraat 10a 5141 GM WAALWIJK

SITUATIE

schaal 1:500

P.4 Projectnaam AVR

Fase

TECHNISCH ONTWERP

Datum

####

Projectnr.

0000

235-237c

196-196b

14 APPARTEMENTEN GBO ex. buitenruimte en BG. -A 2x 3K 78 m2 -B 2x 3K 78 m2 -C 2x 3K 78 m2 -D 5x 3K 73 m2 -F 1x 2K 69 m2 -G 1x 2K 70 m2 -H 1x 2K 69 m2 5 MAISONETTE WONINGEN -E 5x 88 m2 GBO ex. buitenruimte TOTAAL: 1.481 m2 GBO 150 m2 WINKEL-HORECA

6.500

7.500

280

1.411

280

1.475

320

PARKEREN Aan Taxandriaweg

20.380 5.500

5.500

03

320

13

15

17 2.920

19 4.580

04 280

02

14 Bergingen

PERCEELOPP. 1.041,0 m2

06 05

10

11.500 12.060

12.060

09

12.060

07

12

Type D

Type D

Type D

Type D

Type D

72 m² GBO

72 m² GBO

72 m² GBO

72 m² GBO

72 m² GBO

6.500 7.060

280

12.720 12.720

280

11

12

7.220

13

14

7.500

15

16

17

7.500 37.780

7.500

12.961

9.632

57.880

18

19

7.500

280

500 500

280

10

16

12.975

320 320

320

202-204b

320

18

280

14 280

200a-200b

Winkel ca 150 m²

12.060

08

10.720

18.380 280

198a-200

GROTE STRAAT

198

6.500

01 ENTREE APP.

4.720

5 Bergingen 11

2.720 2.000

280

30.130

Plein

SCHETSONTWERP ONTWIKKELING GROTESTRAAT 243 WAALWIJk A Margrietstraat 10a 5141 GM WAALWIJK

P.5

247-251

28.07.2021

Projectnaam AVR

PROGRAMMA BEGANE GROND

schaal 1:200 Fase

TECHNISCH ONTWERP

Datum

####

Projectnr.

0000

Bijlage 3

Resultaten digitale watertoets

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 20-09-2021

Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Neem contact op met het Waters chap

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

20-09-2021, 12:39

P agina 1 van 3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat mogelijk de belangen van het Waters chap raakt? nee

20-09-2021, 12:39

P agina 2 van 3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Neem contact op met het Waterschap Uw ruimtelijk plan raakt de belangen van het waters chap waars chijnlijk niet, toch is het raadzaam om contact op te nemen met het Waters chap om dit te beves tigen.

Wat moet ik doen? Hier vindt u de procedure voor het Waters chap Brabants e Delta https ://www.brabants edelta.nl/watertoets -doen

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

20-09-2021, 12:39

P agina 3 van 3

https://dewatertoets.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015668/1