Bijl. 1.5 - Weging waterbelangen en infiltratieonderzoek
Tekst van het document
Weging waterbelang & Infiltratie onderzoek Oranjehoek te Waspik
Weging waterbelang & Infiltratie onderzoek Oranjehoek te Waspik
Aeres Milieu Projectnummer
: AM25239
Status rapport
: Concept (versie 1)
Datum
: 8 september 2025
Opdrachtgever
: Ordito Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze
Opgesteld door
: dhr. M. Vrolix bc.
Gecontroleerd door
: dhr. J. Martens MSc.
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
AM25239
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
WATERBELEID ...........................................................................................................................................................................................................6
3.
BUREAUSTUDIE WATERHUISHOUDING ..........................................................................................................................................................8 3.1.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................8
3.2.
Hoogteligging .................................................................................................................................................................................................8
3.3.
Bodemopbouw................................................................................................................................................................................................9
3.4.
Grondwater ......................................................................................................................................................................................................9
3.5.
Oppervlaktewater ..........................................................................................................................................................................................9
3.6.
Hemel- en afvalwater ............................................................................................................................................................................... 10
3.7.
Klimaatadaptatie ........................................................................................................................................................................................ 10
4.
INFILTRATIEONDERZOEK .................................................................................................................................................................................. 12 4.1.
Opzet onderzoek ......................................................................................................................................................................................... 12
4.2.
Resultaten veldwerk .................................................................................................................................................................................. 13
4.3.
Lokale bodemopbouw .............................................................................................................................................................................. 14
4.4.
Resultaten onverzadigde zone .............................................................................................................................................................. 14
4.5.
Conclusie ....................................................................................................................................................................................................... 15
5.
PLANVOORNEMEN EN AFWEGING ................................................................................................................................................................. 16 5.1.
Verhard oppervlak ...................................................................................................................................................................................... 17
5.2.
Verwerking hemelwater ........................................................................................................................................................................... 17
5.3.
Conclusie ....................................................................................................................................................................................................... 19
6.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................. 20
Bijlage: Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening met boor- en fotostandpunten Bijlage 3: Foto’s plangebied Bijlage 4: Conceptplanvoornemen Bijlage 5: Boorprofielen Bijlage 6: Meetresultaten en grafieken Bijlage 7: Analysecertificaat en uitwerking zeefkromme Bijlage 8: Geraadpleegde literatuur
AM25239
3
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een infiltratieonderzoek en een weging van het waterbelang uitgevoerd voor een voorgenomen projectontwikkeling van Casade aan de Oranjehoek te Waspik. Men is voornemens ter plaatse na sloop van de bestaande woningen nieuwbouw te realiseren. Momenteel zijn nabij de straten aaneengesloten woningen met achtergelegen tuin aanwezig met centraal een park/binnentuin. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1. Een topografische kaart is opgenomen in bijlage 1 en foto’s van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 4. Adres onderzoekslocatie
: Oranjehoek te Waspik
Gemeente
: Waalwijk
Waterschap
: Brabantse Delta
Kadastrale registratie
: gemeente Waspik, sectie F, nrs. 1433, 1428, 1429, 2394, 2392, 2393, 2344, 2377, 2378 en 1431
Oppervlakte
: 9.440 m2
Peil maaiveld
: 0,4 tot 0,9 m +NAP
Peil grondwater
: -0,8 m NAP
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer
Aanleiding De aanleiding voor voorliggend onderzoek is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel. De bestaande bebouwing (24 woningen) wordt gesloopt voor ongeveer 50 nieuwe levensloopbestendige appartementen. Zie het planontwerp in bijlage 4. Bij nieuwbouwplannen dient minimaal waterneutraal ontwikkeld te worden.
AM25239
4
Deze ontwikkeling heeft mogelijk invloed op de bestaande waterhuishouding. Tevens dient rekening gehouden te worden met het geldend beleid. Het is noodzakelijk om vroegtijdig de toekomstige waterstromen in beeld te brengen, zodat deze op een duurzame manier verwerkt kunnen worden en het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg heeft. Een plantekening is opgenomen in bijlage 2.
Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling (bron: opdrachtgever)
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om de waterstromen in de toekomstige situatie duurzaam te verwerken zonder dat hierbij een verhoogd risico op overlast ontstaat. Naast het vaststellen van de verwachte bodemopbouw en grondwaterstanden wordt nagegaan wat de doorlatendheid van de bodem ter plaatse is.
AM25239
5
2. WATERBELEID Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteren de waterbeheerders (o.a. waterschap en gemeente) een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden zoals onder andere opgenomen in de Leidraad riolering, module C2510.
Totdat hiervoor vastgestelde protocollen en richtlijnen worden opgesteld, is daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen en geldende normen zoals deze voor o.a. bodemonderzoek gelden. Voorts is een infiltratieonderzoek een momentopname van enkele willekeurig verspreide meetlocaties, waardoor een zo goed mogelijk beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Het is mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem voorkomen. Het gevolg kan zijn dat resultaten van het infiltratieonderzoek binnen het plangebied onderling (sterk) verschillen. Derhalve is Aeres Milieu niet verantwoordelijk voor eventuele (vervolg)schade door onvoldoende gedimensioneerde voorzieningen. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet waarin alle regels staan voor de ruimte waarin we wonen, werken en ontspannen: onze leefomgeving. Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter.
Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Vanuit de Omgevingswet heeft de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vastgesteld voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren.
AM25239
6
Verder is een Regionaal Water en Bodem programma (RWP 2022-2027) door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De concretere invulling om dit te verwezenlijken is opgenomen in o.a. de omgevingsverordening. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta. De doelstellingen en hoe het waterschap dit wil gaan halen voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma. De drie belangrijkste aspecten zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid en een gezond, schoon watersysteem. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Met dit beleid is er meer aandacht voor klimaatadaptatie en een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Voor het beheer van de diverse wateraspecten en het watersysteem is een waterschapsverordening opgesteld. In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten, waar in het werkgebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden.
De regels zijn nu specifiek gekoppeld aan bepaalde gebieden waar ze gelden en toegespitst op activiteiten die iemand kan doen. Activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan voorwaarden in de waterschapsverordening. Middels het omgevingsloket kan dit gecontroleerd worden. Het gemeentelijk Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2025-2027 omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van dit beleidsplan. In hoofdlijnen wordt het beleid voortgezet, waarbij samenwerking met interne en externe partijen van belang is om de wateropgaven goed te kunnen uitvoeren. Klimaatadaptatie is daarbij een actueel thema. Daarnaast blijft een deugdelijke afvoer van vuilwater cruciaal voor een gezonde samenleving. Samen met een sterke structuur van oppervlaktewater zijn dit dragers van de leefkwaliteit in de gemeente Waalwijk. De helft van het afwaterend oppervlak is in particulier eigendom. De opgave die gepaard gaat met klimaatadaptatie kan de gemeente niet uitvoeren zonder hulp van bewoners en bedrijven. Conform de wetgeving stelt dit IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt.
Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm berging te maken over de extra verharding. Bewustwording en goede voorlichting zorgen dat bewoners, bedrijven en gemeente samen bouwen aan een robuust watersysteem dat zowel wateroverlast als droogte het hoofd biedt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden een aantal uitgangspunten gehanteerd ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerders. Inrichtingen van waterhuishoudingen bij plannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd.
Leeswijzer Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven met in hoofdstuk 4 de uitvoering van het infiltratieonderzoek. In hoofdstuk 5 wordt een samenvatting met aandachtspunten voor het planvoornemen beschreven. Tot slot wordt er in hoofdstuk 6 nog enkele algemene aandachtspunten en randvoorwaarden beschreven.
AM25239
7
3. BUREAUSTUDIE WATERHUISHOUDING 3.1. Inleiding Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Waspik, zuidelijk van het Zuiderafwateringskanaal. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. In bijlage 3 zijn actuele foto’s van het plangebied opgenomen. De relevante aspecten zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, zijn onderverdeeld in volgende thema’s: hoogteligging, bodemopbouw, grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Bijkomend wordt de visie van de gemeente omtrent klimaat adaptief ontwikkelen kort samengevat. Hieronder zijn de relevante aspecten kort beschreven.
3.2. Hoogteligging Het plangebied kent weinig hoogteverschil. De straten liggen op ca. 0,6 m +NAP en de woningen ca. 20 cm hoger. De achter deze panden gelegen tuinen en het centraal gelegen binnenhof liggen iets lager op ca. 0,4-0,5 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen visueel weer.
Afbeelding 3: Uitsnede hoogtekaart met aanduiding ligging plangebied (bron: AHN Nederland)
AM25239
8
3.3. Bodemopbouw Van de onderzoekslocatie is diverse informatie geraadpleegd bij o.a. het BRO-loket, bodematlas Noord-Brabant, bodemdata Nederland en ons eigen archief. Door de ligging in stedelijk gebied is het plangebied niet gekarteerd op de geomorfologische kaart van Nederland (2024). Naar verwachting ligt het plangebied op een dekzandrug of een ontgonnen veenvlakte. Volgens de bodemkaart (2024) komt binnen het plangebied naar verwachting een meerveengrond op zand voor. De verwachte bodemopbouw bepaald middels het BRO-loket wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 1,9
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
1,9 – 8,8
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand
10,8 – 37,4
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind
Tabel 1: Verwachte bodemopbouw (bron: BRO-loket)
Bij het uitgevoerde infiltratie onderzoek zijn naast zes doorlatendheidsmetingen ook drie profielboringen geplaatst om de lokale bodemopbouw vast te stellen.
3.4. Grondwater Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen of aangelegde infiltratievoorzieningen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied of in peilbeheerd gebied. Op basis van een oostelijk in de omgeving beschikbare grondwatermonitoringspeilbuis bij het BRO-loket (nabij de Schoolstraat) is een inschatting gemaakt van de optredende grondwaterstanden. Gemiddeld komt het grondwater voor op ca. -0,85 m NAP. De GHG wordt hierbij ingeschat op ca. -0,7 m NAP. Ter plaatse is geen grondwateroverlast bekend. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m-mv. voor bebouwing of 0,5 m-mv. bij bebouwing zonder kelder. In de huidige situatie wordt voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte en is geen grondwateroverlast te verwachten.
3.5. Oppervlaktewater Op of nabij het plangebied is er geen primair oppervlaktewater aanwezig. Noordelijk bevindt zich het Zuiderafwateringskanaal. Hierin wordt een zomerpeil van -1,1 en winterpeil van -1,3 m NAP nagestreefd (peilgebied Keizersveer_Groenendijk). De ontwikkeling heeft gezien de afstand geen directe invloed op het bestaande oppervlaktewater.
AM25239
9
3.6. Hemel- en afvalwater Ter plaatse is een gemeentelijk gemengd rioolstelsel aanwezig. De riolering op het binnenterrein is momenteel noordelijk naar de Irenestraat aangesloten. De panden en verharding in de voor- en achtertuin is grotendeels aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Plaatselijk is veel groen aanwezig waardoor hemelwater naar verwachting lokaal verwerkt wordt in de bodem. Bij nieuwbouw dient op eigen terrein minimaal een gescheiden rioolstelsel aangelegd te worden. Door de voorgenomen woningbouwontwikkeling met 50 appartementen zal de toekomstige vuilwaterhoeveelheid ca. 1,5 - 1,8 m3/u bedragen. Voor een wijziging aan of nieuwe rioolaansluiting dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Waalwijk. Bij een ontwikkeling dient in eerste instantie de toepassing van gesloten verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt hemelwater lokaal verwerkt. Gezien de grootte van de ontwikkelingslocatie en de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling is er vanuit de gemeente een verplichting om bij nieuwbouwplannen watercompensatie aan te leggen. Bij nieuwbouw dient 60 mm hemelwater geborgen te worden per vierkante meter verhard oppervlak.
Gezien de voorgenomen nieuwbouw met als insteek een infiltratievoorziening op het perceel zijn in het veld metingen uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen in de lokale bodemsamenstelling en de doorlatendheid (k-waardes), zie hieronder en hoofdstuk 4.
3.7. Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte. De gemeente werkt samen met Brabant Water en waterschap Brabantse Delta aan water en klimaatadaptatie. Hierbij is het streefdoel om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Samen hebben ze de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Hieraan kan een plan een bijdrage leveren door dit zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. In onderstaande afbeelding 5 is een uitsnede van een uitgevoerde klimaatstresstest weergegeven. Uit een uitsnede uit de klimaateffectatlas blijkt dat ter plaatse van het plangebied centraal in de lager gelegen binnentuin tot ca. 30 cm water verwacht wordt bij een neerslagbui van 70 mm in 1 uur. Op de omliggende bestrating zijn er waterstanden tot ca. 20 cm water te verwachten. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de herontwikkeling.
AM25239
10
Afbeelding 4: Uitsnede klimaateffectatlas met aanduiding plangebied (bron: klimaateffectatlas)
Naast het zoveel mogelijk beperken van de hoeveelheid verhard oppervlak en een voldoende hoge ligging dient water zoveel mogelijk groen en lokaal verwerkt te worden. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Ook dient voorkomen te worden dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. Verder kan water zoveel mogelijk hergebruikt of vastgehouden worden voor droge periodes. Dit kan door de inpassing van opslagtanks, hemelwaterinfiltratie, grondgebonden groenstructuren of groene daken. Middels een groene planinvulling wordt het risico op hittestress zoveel mogelijk beperkt. Op de website https://bouwadaptief.nl/ zijn voorbeelden van mogelijke maatregelen en klimaatadaptatieve projecten opgenomen.
AM25239
11
4. INFILTRATIEONDERZOEK 4.1. Opzet onderzoek Het infiltreren van hemelwater heeft bij ontwikkelingen altijd de voorkeur. Door praktijkervaringen is vastgesteld dat een infiltratiesnelheid van ca. 0,4 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van een infiltratievoorziening. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. Om de doorlatendheid ter plaatse vast te stellen, zijn veldmetingen uitgevoerd. De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de Hydro geologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten, zie tabel 2 [stichting Rioned leidraad C2510].
Materiaal
k [m/d]
klei
0,01 - 10-8
klei, zand en grind mengsels
0,01 – 0,001
silt, löss
1 - 10-4
silt, klei en mengsels van zand, silt en klei
0,1 - 10-4
fijn zand
2 – 0,02
middelfijn tot middelgrof zand
43 – 0,09
grof zand
400 – 0,09
Tabel 1: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.
Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 15 groter dan de verticale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoekslocatie. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd.
AM25239
12
De doorlatendheid boven de grondwaterstand is bepaald door middel van de “Open-end-test” en de omgekeerde boorgatmethode. De zogenaamde “Openend” test is zeer geschikt voor het meten van de onverzadigde verticale doorlatendheid van een bodemlaag. Deze test wordt als volgt uitgevoerd: Met een handboor wordt een gat geboord tot op de laag waarvan de doorlatendheid bepaald moet worden. In het boorgat wordt vervolgens een blinde verbuizing geplaatst, die aan de onder- en bovenzijde is geopend, en die boven het maaiveld uitsteekt. Deze buis wordt in de bodem gedrukt, en geheel gevuld met water, dat in de ondergrond infiltreert (de "voornatting"). Nadat de ondergrond aldus voldoende verzadigd is geraakt met water, wordt vervolgens met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt.
Afbeelding 5: Principetekening Open-end-test
Hieruit wordt berekend hoe groot de infiltratiesnelheid van het water in de bodem is. Deze is afhankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt. Met deze meetmethode wordt voornamelijk de verticale infiltratiesnelheid gemeten. Een aanvullende meetmethode betreft de omgekeerde boorgatmethode. Bij deze methode wordt in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt een hoeveelheid water toegevoegd. In beide gevallen wordt handmatig en met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de horizontale doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Beide tests zijn voor het infiltratieonderzoek van belang voor de onverzadigde zone. Afbeelding 6: Principetekening meettest
4.2. Resultaten veldwerk Binnen het onderzoeksgebied zijn op 12 augustus 2025 veldmetingen uitgevoerd in de onverzadigde zone gezien de diepte tot het grondwater en voorgenomen aanleg van een wadi. Op zes locaties binnen de geplande voorziening zijn infiltratiemetingen uitgevoerd. Voor het vaststellen van de lokale bodemopbouw zijn er 3 profileringsboringen geplaatst tot 3,0 meter onder maaiveld. De boor- en meetlocaties staan op de situatietekening weergegeven in bijlage 2. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4.
AM25239
13
Op de meetlocaties zijn de metingen uitgevoerd middels een verbuizing in een boorgat van 10 centimeter doorsnede. Na de voornatting is de open-end-test gestart met een gemiddelde meetduur van circa 15-20 minuten per meetronde. Hieropvolgend is in hetzelfde boorgat, na verwijdering van de verbuizing, een hooghoudtmeting uitgevoerd voor het vaststellen van de horizontale doorlatendheid. Alle metingen zijn vastgelegd door middel van een diver, waarbij elke 5 seconde het drukverschil tussen het boorgat en de luchtdruk worden gemeten.
4.3. Lokale bodemopbouw Uit de uitkomende bodem van de profielboringen blijkt dat er ter plaatse tot de geboorde einddiepte geen infiltratie belemmerende bodemlaag zoals leem of vette klei aangetroffen is. Uit de verzamelde profielboringen blijkt dat de bovengrond hoofzakelijk uit matig fijn, matig humeus, matig siltig zand bestaat met een dikte van ca 0,5-0,7 meter dikte. De ondergrond bestaat uit een lichtgrijs zwak siltig, matig fijn zand, zie ook afbeelding 7. Ter plaatse van meetpunt 3 is sprake van een ophoging waarbij in de top een dunne sterk zandige kleilaag aangetroffen is. Verder zijn bij de uitkomende bodem geen bijzonderheden waargenomen.
Afbeelding 7: profielboringen van boring 02 en 07, uitgelegd per halve meter van linksboven naar rechtsonder
Bij de uitvoering van het veldwerk in augustus 2025 is het grondwater aangetroffen op ca. 1,4-1,5 m-mv. Van de aangetroffen bodem zijn tevens grondmonsters genomen voor enkele zeefkromme bepalingen in verband met de voorgenomen aanleg van wadi’s. De verwerkte resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 6. De onderzochte humeuze toplaag blijkt een humusarm tot matig humeus westelijk, leemarm, matig fijn zandpakket te zijn met een grote spreiding. De theoretische doorlatendheid van dit pakket is goed (3 meter per dag) en niet slempgevoelig.
4.4. Resultaten onverzadigde zone De resultaten van de uitgevoerde metingen in de onverzadigde zone zijn berekend uit de veldmetingen van de open-end-tests (verticale doorlatendheid) en de hooghoudtmethode (horizontale doorlatendheid). De resultaten zijn in tabel 2 weergegeven. De meetgrafieken zijn opgenomen in bijlage 5.
AM25239
14
Meetpunt
Verticale infiltratiesnelheid [m/d]
Horizontale infiltratiesnelheid [m/d]
Diepte [m-mv.]
04
3,65
18,6 / 18,2
0,7
05
1,64
8,91 / 5,48
1
06
0,25
3,05 / 2,67 / 2,68 / 2,57
0,5
07
2,17
4,22 / 3,99
1
08
0,39
7,60
0,5
09
0,25 / 0,24
0,89 / 0,99
0,5
Tabel 2: Berekende k-waarden in de onverzadigde zone
Uit de berekende infiltratiesnelheden blijkt dat de humeuze toplaag een goede horizontale doorlatendheid en slechte verticale doorlatendheid vertoont. In het hier ondergelegen niet humeus pakket is een goede horizontale en verticale doorlatendheid gemeten. De gemeten waardes komen overeen met de verwachting voor de aangetroffen bodemsamenstelling. Westelijk en centraal kan in de toplaag voor de leegloop gerekend worden met een k-waarde van 1-2 meter per dag en oostelijk met een k-waarde van 0,5 meter per dag. De bodem van een voorziening in de humeuse bodemlaag kan niet meegerekend worden voor de leegloopsnelheid van een voorziening (< 0,4 meter per dag). Het hieronder gelegen pakket laat in beide richtingen een goede infiltratie toe. Hiervoor kan inclusief veiligheidsfactor gerekend worden met een k-waarde van 2 meter per dag.
4.5. Conclusie Uit de resultaten van het infiltratieonderzoek kan worden geconcludeerd dat de lokale bodem een goede infiltratiesnelheid vertoond en lediging middels infiltratie toepasbaar is. Er dient wel aandacht te zijn voor de leegloopsnelheid bij toepassing van oppervlakkige voorzieningen. Mede door de mogelijkheid tot dichtslempen en gemeten lage verticale doorlatendheid mag het bodemoppervlak van de bovengrondse infiltratievoorziening niet worden meegenomen als infiltratieoppervlak. Voor een vlottere leegloop zijn grondverbetering of doorvoer naar het ondergelegen niet humeus zandpakket geadviseeerd. Een hemelwatervoorziening wordt best voorzien van een (oppervlakkige) noodoverloop voor hevige of langdurige buineerslag. Dit is mogelijk richting het openbaar gebied/ bestaand aanwezig rioolstelsel. Uiteindelijke dimensies van de leidingen en de voorziening is afhankelijk van het beleid, ontwerp en constructeur en dient ontworpen te worden op het uiteindelijk aangesloten oppervlak. Een voorziening dient hierop gedimensioneerd te worden.
AM25239
15
5. PLANVOORNEMEN EN AFWEGING De bestaande woningen liggen hoger dan het omliggend terrein. De omliggende straten liggen op ca. 0,6 m +NAP. Binnen het plangebied wordt de gemiddelde hoogste grondwaterstand verwacht op ca. -0,7 m NAP. Door aan te sluiten op het bestaand maaiveld en een bouwpeil van minimaal 30 cm hoger dan de aanliggende weg (bouwpeil op ca. 0,9 m +NAP) wordt er geen verhoogd risico op (grond)wateroverlast verwacht. Bij de nieuwbouw wordt een geheel gescheiden stelsel aangelegd. Door de bijkomende woningen (24->50) zal de toekomstige vuilwaterhoeveelheid toenemen naar ca. 1,5-1,8 m3/u bedragen. Door de voorgenomen afkoppeling en lokale verwerking van het hemelwater binnen de ontwikkeling wordt het bestaande rioolstelsel minder belast waardoor deze toename zonder aanpassingen verwerkt kan worden in het bestaande rioolstelsel. Gezien het bouwplan zal de bestaande rioolaansluiting vanaf het binnenterrein richting de Irenestraat noordelijk verwijdert worden. De gemeente heeft reeds volgend advies gegeven aangaande de riolering. In alle gevallen moet de riolering minimaal 2,5 meter van gebouwen/bouwwerken af liggen. De huidige streng die aansluit op de Irenestraat (noordelijk) ligt op circa -0,8 m NAP. Met een maaiveldhoogte liggen op 0,7 en 0,8 m NAP, ligt de onderkant buis op 1,6 m-mv.
Op basis van een ontgraving met een sleuf met talud zal er minimaal 2,5 meter nodig zijn vanaf de zijkant buis (dus 2,65 meter vanaf hart buis). Vanuit de gemeente zijn er 2 scenario’s aangegeven; namelijk een aansluiting naar de Julianastraat (rode lijn) of een aansluiting naar de Prins Bernhardstraat (blauwe lijn). Voor beide geldt dat de andere riolering weggehaald moet worden. De rode en blauwe lijn zijn indicatief. Voor een wijziging aan de bestaande rioolaansluitingen op het gemeentelijk vuilwaterstelsel dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Waalwijk.
Afbeelding 8: Aanwezig rioleringsstelsel met voorstel nieuwe aansluiting in rood en blauw (bron: gemeente Waalwijk)
AM25239
16
5.1. Verhard oppervlak In de huidige situatie is met de grotendeels verharde achtertuinen een verhard oppervlak van ca. 4.100 m2 aanwezig. In onderstaande tabel 2 is een overzicht van het toekomstig verhard oppervlak door het planvoornemen opgenomen op basis van topografische kaarten en de situatietekening (zie bijlage 2). Hierbij is er nog geen rekening gehouden met aanvullende compenserende maatregelen zoals groendaken of halfverharding. Opgemerkt wordt dat een inschatting gemaakt is van de verharding op basis van de plantekening. Indien er minder of meer verharding aangelegd wordt, dient voorafgaand aan de vergunningsaanvraag een herberekening van de voorziening plaats te vinden zodat de benodigde waterberging voor de uiteindelijke verharding aangelegd wordt. Type oppervlak
Toekomstige situatie (m2)
Benodigde berging 60 mm (m3)
Dak ca.
Gebouw: 2.330
139,8
Overig verhard ca.
Parkeervakken: 267
16,0
Rijbaan: 137
8,2
Wandelpaden: 885 meter (1.328 bij 1,5 meter breed)
79,7
4.062
243,7
Totaal
Tabel 2: Overzicht toekomstig verhard oppervlak
Door het planvoornemen zal de totale verharding binnen het plangebied naar verwachting net afnemen. Conform het beleid van het waterschap geldt er geen compensatie plicht. Conform het gemeentelijk beleid dient er lokaal 60 mm over de nieuwe verharding geborgen te worden. Dit komt overeen met een totale bergingsopgave van ca. (4.062 x 0,06 =) 243,7 m3.
5.2. Verwerking hemelwater De keuze voor een voorziening is afhankelijk van de eigen voorkeur, verwachte GHG op -0,7 m NAP, het toekomstige planvoornemen (gewenste terreininvulling en type verharding) en hiermee samenhangend de benodigde bergingscapaciteit. Hemelwater dient waar mogelijk ter plaatse verwerkt te worden. Bij voorkeur vindt hemelwaterberging bovengronds plaats. Infiltratie is ter plaatse goed mogelijk met als aandachtspunt dat de humeuze toplaag een verticaal slecht doorlatend blijkt. Bovengrondse berging kan eenvoudig gerealiseerd worden door de aanleg van een wadi/slootje of een verlaging in het groen. Dit is vaak de eenvoudigste en goedkoopste oplossing. Binnen het plangebied kan op diverse locaties bovengronds ruimte gebruikt worden voor de inpassing van hemelwaterberging. Andere types/mogelijkheden worden hieronder kort beschreven. Groene daken worden niet als reductie op de compensatievoorziening gerekend, omdat het slechts neerslag van het eigen oppervlak vasthoudt. Dit oppervlak wordt bij 60 mm waterbergende hoogte wel als onverhard beschouwd. Het oppervlak en m3 waterberging dat je hierdoor tijdelijk bergt dien je aantoonbaar aan te geven bij de vergunningsaanvraag. Door de appartementsblokken te voorzien van een groendak mag dit oppervlak in mindering worden gebracht. Ter plaatse van de parkeerplaatsen kunnen grasbetontegels toegepast worden.
Omdat hierdoor nog sprake is van enig verhard oppervlak, dient aanvullend retentie ingepast te worden. Dit kan ondergronds middels een IT-kratten. Andere ondergrondse types zijn rockwool, IT-riool, enkele infiltratieputten, etc.
AM25239
17
Indien een perceel vanuit de infiltratievoorziening een overloop heeft naar het gemeentelijk watersysteem, dient dit een zichtbare overloop over maaiveld te zijn. Dat is het meest eenvoudig te beheren (door de eigenaar) en het beste te handhaven (door de gemeente Waalwijk). Hieronder is een voorstel voor de hemelwaterverwerking weergegeven. Hemelwater stroomt hierbij af naar diverse wadi’s binnen de ontwikkeling. Deze worden bij voorkeur ondergronds met elkaar verbonden voor een robuust stelsel. Met een bovengronds oppervlak van ca. 900 m2 x 0,3 meter diepte wordt de benodigde retentiehoeveelheid voor de woningen en paden ingepast. Voor een vlottere leegloop is geadviseerd om deze voorzieningen effectief als wadi te realiseren met een onderliggende drain in een grindkoffer. Voor het toekomstig parkeerterrein is er ondergronds ruimte beschikbaar om een infiltratieput of infiltratiekratten toe te passen. Hierbij dienen de berging boven de GHG aangelegd te worden. Meerdere types kunnen ook gecombineerd worden. Zo kunnen de wandelpaden van een waterdoorlatende variant voorzien worden waardoor water ook ter plaatse kan wegzijgen. Gezien de gemeten goede verspreiding in de bodem zal door de spreiding over een groot oppervlak een tijdige lediging bekomen worden.
Bij de nadere civieltechnische uitwerking kan dit HWA-stelsel concreet doorgerekend worden zodat de voorziening aantoonbaar tijdig terug beschikbaar is voor een volgende bui.
Bovengrondse infiltratievoorziening (wadi): Met elkaar verbinden voor robuuste inpassing
Toepassing infiltratiekratten onder parkeerplaatsen, 42 m2 voor 17m3 hemelwater. Onderkant voorziening boven GHG van -0,7 m NAP Afbeelding 9: Voorgenomen planontwikkeling met voorstel inpassing benodigde hemelwaterberging
AM25239
18
5.3. Conclusie Vanuit het oogpunt klimaatbestendig ontwikkelen dient een ontwikkeling minimaal waterneutraal plaats te vinden. Door de verhardingsafname in stedelijk gebied, de aanleg van een gescheiden stelsel met 60 mm hemelwaterverwerking op eigen terrein en het voldoen aan de overige aandachtspunten en randvoorwaarden, zie ook hoofdstuk 6, vindt de ontwikkeling hydrologisch positief plaats en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten. De tuinen dienen net als bestaand lager te blijven dan de omliggende bestrating/bebouwing. Op het definitieve bouwplan dienen de uiteindelijke DWA- en HWA-stelsels nader opgenomen te zijn met een uitwerking van het toekomstig maaiveldprofiel. Het terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar het nabijgelegen groen met een oppervlakkige overloop naar het openbaar gebied zodat wateroverlast bij panden of derden vermeden wordt. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze weging van het waterbelang geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Bij het omgevingsloket kan tevens gecontroleerd worden of voor andere activiteiten een melding of vergunning benodigd is.
AM25239
19
6. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Niet aankoppelen staat voor het gescheiden houden van hemelwater- en afvalwaterafvoer en dit op een afgewogen manier verwerken zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afstromende schone neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Er moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Vervuild hemelwater en afvalwater dient bij voorkeur naar het afvalwaterriool te worden getransporteerd en mag niet in de bodem worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Het is verboden om chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief en gericht mogelijk te doen.
AM25239
20
Aeres Milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM25239
Aeres Milieu
Bijlage 2 Situatietekening met boor- en fotostandpunten
AM25239
Legenda Plangebied Foto's boring tot 3,0 m-mv infiltratieboring
Aeres Milieu
Bijlage 3 Foto’s plangebied
AM25239
AM25239
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM25239
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM25239
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM25239
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Aeres Milieu
Bijlage 4 Conceptplanvoornemen
AM25239
Legenda Plangebied Foto's boring tot 3,0 m-mv infiltratieboring toekomstigGebouw rijbaanNieuw WandelpadenNieuw ParkeerplaatsenNieuw
Aeres Milieu
Bijlage 5 Boorprofielen
AM25239
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring:
02
Datum: X: 124332,25
12-8-2025 Y: 410718,58
Datum: X: 124375,35
12-8-2025 Y: 410748,81
0
0
gras
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
tuin Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50 Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 75
Zand matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor 100
100
100
100 Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
120
Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
150
150
200
200
200
200 Zand matig fijn, zwak siltig, Zuigerboor handmatig
250
Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
250
300
300
300
300
Boring:
03
Boring:
04
Datum: X: 124364,10
12-8-2025 Y: 410665,92
Datum: X: 124338,53
12-8-2025 Y: 410722,39
0
0 10
30
50
50
gras
Zand matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, sporen grind, licht witgrijs, Edelmanboor Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
80
100
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor
2 70
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, donker grijsbruin, Edelmanboor
110
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 150
200
200
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
250
300
300
Projectnaam: Oranjehoek te Waspik Projectcode: AM25239
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
Boring:
06
Datum: X: 124357,95
12-8-2025 Y: 410742,76
Datum: X: 124357,69
12-8-2025 Y: 410691,03
0
0
gras
30
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, sporen grind, donker grijsbruin, Edelmanboor
55
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker beigebruin, Edelmanboor, Geroerd
1
2 50
0
0
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor 3
100
100
Boring:
07
Boring:
08
Datum: X: 124386,26
12-8-2025 Y: 410652,88
Datum: X: 124288,20
12-8-2025 Y: 410762,02
0
0
gras
50
50
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
tuin Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
Zand matig fijn, matig siltig, sterk humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor 80
Zand matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor 100
100
Boring:
09
Datum: X: 124399,65
12-8-2025 Y: 410769,93 0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, zwak houtskoolhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
gras
50
Projectnaam: Oranjehoek te Waspik Projectcode: AM25239
Opdrachtgever: Ordito
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Aeres Milieu
Bijlage 6 Meetresultaten en grafieken
AM25239
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Open End 90 80
Drukhoogte (cm)
70
60 50 40
30 20 10
0 0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
4
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0618 0,05
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,00785 41,9 4,2E-05 3,65
cm/s m m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Hooghoudtmethode 100
Drukhoogte (cm)
80
60 40 20 0 0
500
1000
1500
2000
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
7.1 5
5
5
5
cm
k-waarde eerste meting:
4,9E-03 4,22
4,6E-03 3,99
1,0E-02 8,91
6,3E-03 5,48
m/s m/dag
>0
7.2
5.1
5.2
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Open End 90 80
Drukhoogte (cm)
70
60 50 40 30 20 10 0 0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
8
6
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0117 0,05
0,0065 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,00785 73,1 4,6E-06 0,39
0,00785 67,3 2,8E-06 0,24
m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Open End 90 80
Drukhoogte (cm)
70
60 50 40 30 20 10 0 0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
9.1
9.2
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0076 0,05
0,0077 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,00785 75,9 2,9E-06 0,25
0,00785 79,3 2,8E-06 0,24
m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Hooghoudtmethode
Drukhoogte (cm)
60
40
20
0 0
500
1000
1500
2000
Tijd (s)
Meetpunt straal r: k-waarde eerste meting:
4.1
4.2 5
5
cm
2,2E-02 18,65
2,1E-02 18,21
m/s m/dag m/s m/dag
>0
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Hooghoudtmethode 100
Drukhoogte (cm)
80
60 40 20 0 0
500
1000
1500
2000
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
7.1 5
5
5
5
cm
k-waarde eerste meting:
4,9E-03 4,22
4,6E-03 3,99
1,0E-02 8,91
6,3E-03 5,48
m/s m/dag
>0
7.2
5.1
5.2
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Hooghoudtmethode
Drukhoogte (cm)
60
40
20
0 0
200
400
600
800
1000
1200
1400
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
8 5
5
5
cm
k-waarde eerste meting:
8,8E-03 7,60
3,5E-03 3,05
3,1E-03 2,68
m/s m/dag
3,1E-03 2,67
3,0E-03 2,57
m/s m/dag
k-waarde tweede meting:
>0
/
6,1
6,1
Projectnummer:
AM25239
Oranjehoek Waspik
Meetgegevens Hooghoudtmethode
Drukhoogte (cm)
40
20
0 0
500
1000
1500
2000
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
9.1 5
5
cm
k-waarde eerste meting:
1,0E-03 0,89
1,1E-03 0,99
m/s m/dag
>0
9.2
Aeres Milieu
Bijlage 7 Analysecertificaat en uitwerking zeefkromme
AM25239
Korrelverdeling AM25239 08 100 90
% min. delen
80 70 60 50 40
30 20 10 0 lutum
<2µm
<16µm
<32µm
<50µm
Classificatie Zuurgraad Kalk Organisch stof Soort grond Soort grind Grofheid zand Grofheid grind Spreiding Doorlatendheid
: sterk zurig : kalkarm : matig humeus : leemarm zand : grindarm : matig fijn : fijn : matig groot : goed (3,4 m/d)
Factoren geschiktheid Slempgevoeligheid Stuifgevoeligheid Verkruimelbaarheid Erosiebestendigheid
: gering : groot : gemakkelijk : -
Geschiktheid toepassing Gloeiverlies Organisch stof Fractie <2 µm Fractie <20 µm Fractie <63 µm M 50
(vlgs Standaard RAW) % van ds % van ds % m/m gr % m/m <2 mm % m/m <2 mm µm
<63µm
3,0 2,5 2,6 5,9 8,3 203
<125µm <250µm <500µm
<1mm
<2mm
grind
Aanvul./ophog. nvt nvt <=8 nvt <=50
Zandbed <=3 nvt nvt nvt <=15
Draineerzand <=3 nvt nvt nvt <=5
Klei nvt <=5 nvt nvt >60
nvt voldoet
nvt voldoet
>= 250 voldoet niet
nvt voldoet niet
Korrelverdeling AM25239 002 (4,5,6) 100 90
% min. delen
80 70 60 50 40
30 20 10 0 lutum
<2µm
<16µm
<32µm
<50µm
Classificatie Zuurgraad Kalk Organisch stof Soort grond Soort grind Grofheid zand Grofheid grind Spreiding Doorlatendheid
: zwak zurig : kalkloos : matig humusarm : leemarm zand : grindarm : matig fijn : : zeer groot : goed (3,2 m/d)
Factoren geschiktheid Slempgevoeligheid Stuifgevoeligheid Verkruimelbaarheid Erosiebestendigheid
: gering : groot : gemakkelijk : -
Geschiktheid toepassing Gloeiverlies Organisch stof Fractie <2 µm Fractie <20 µm Fractie <63 µm M 50
(vlgs Standaard RAW) % van ds % van ds % m/m gr % m/m <2 mm % m/m <2 mm µm
<63µm
2,9 2,4 2,5 6,7 9,5 190
<125µm <250µm <500µm
<1mm
<2mm
grind
Aanvul./ophog. nvt nvt <=8 nvt <=50
Zandbed <=3 nvt nvt nvt <=15
Draineerzand <=3 nvt nvt nvt <=5
Klei nvt <=5 nvt nvt >60
nvt voldoet
nvt voldoet
>= 250 voldoet niet
nvt voldoet niet
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Michiel Vrolix Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 4
: Oranjehoek te Waspik : AM25239 : 14352694, versienummer: 1. : 7W11XHKR
Rotterdam, 25-08-2025
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM25239. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 4 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Business Unit Manager
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 4
Analyserapport Aeres Milieu BV Michiel Vrolix Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
20-08-2025 Orderdatum 20-08-2025 Startdatum Rapportagedatum 25-08-2025
Oranjehoek te Waspik AM25239 14352694 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
08(1) 04(1) 05(1) 06(1)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof calciet
gew.-% % vd DS
S S Q
Ja 94.2 0.5
Ja 91.9 0.2
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
2.7 3.0
2.6 2.9
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS min. delen <2um % vd DS min. delen <2um % min st min. delen <16um % min st min. delen <32um % min st min. delen <50um % min st min. delen <63um % min st min. delen <125um % min st min. delen <250um % min st min. delen <500um % min st min. delen <1mm % min st min. delen <2mm % min st min. delen >2mm % vd DS
S S Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q
2.1 2.3 2.6 5.4 7.5 8.3 8.3 20 75 96 98 98 <2
<2 2.3 2.5 6.2 8.1 8.2 9.5 23 83 99 100 100 <2
Q
4.2 1) 22.6
pH-KCl temperatuur t.b.v. pH
°C
001
1)
002
1)
4.7 1) 22.4
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 4
Analyserapport Aeres Milieu BV Michiel Vrolix Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Oranjehoek te Waspik AM25239 14352694 - 1
20-08-2025 Orderdatum 20-08-2025 Startdatum Rapportagedatum 25-08-2025
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De periode tussen monsterneming en het in behandeling nemen in het laboratorium was groter dan de conserveringstermijn. Dit heeft mogelijk de representativiteit van het monster beïnvloed.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 4
Analyserapport Aeres Milieu BV Michiel Vrolix Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
20-08-2025 Orderdatum 20-08-2025 Startdatum Rapportagedatum 25-08-2025
Oranjehoek te Waspik AM25239 14352694 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
calciet
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 Eigen methode AS3010-3 (org. stof gecorrigeerd voor 5,4 % lutum) en NEN 5754 Grond: NEN 5754. Grond (AS3000): AS3010-3 en NEN 5754 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 Idem Eigen methode Idem Idem Eigen methode (zeefmethode) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem NEN-EN-ISO 10390
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
min. delen <2um
Grond (AS3000)
min. delen <2um
Grond (AS3000)
min. delen <16um
Grond (AS3000)
min. delen <32um
Grond (AS3000)
min. delen <50um
Grond (AS3000)
min. delen <63um
Grond (AS3000)
min. delen <125um
Grond (AS3000)
min. delen <250um
Grond (AS3000)
min. delen <500um
Grond (AS3000)
min. delen <1mm
Grond (AS3000)
min. delen <2mm
Grond (AS3000)
min. delen >2mm
Grond (AS3000)
pH-KCl
Grond (AS3000)
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 002 002 002
O2468380 O2467355 O2468403 O2468401
13-08-2025 13-08-2025 13-08-2025 13-08-2025
12-08-2025 12-08-2025 12-08-2025 12-08-2025
SGS201 SGS201 SGS201 SGS201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Bijlage 8: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027, Gemeente Waalwijk;
•
Waterbeheerprogramma 2022-2027, Waterschap Brabantse Delta;
•
Waterschapsverordening Waterschap Brabantse Delta;
•
Omgevingsvisie en omgevingsverordening provincie Noord-Brabant;
•
Landelijke Handreiking Watertoets;
•
Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;
•
Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;
•
Waterwet;
•
Het Nationaal Waterplan;
•
Kader Richtlijn Water;
•
Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur •
Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;
•
Omgevingsloket Nederland;
•
Bodematlas provincie Noord-Brabant;
Internet •
www.waalwijk.nl
•
www.brabantsedelta.nl
•
www.brabant.nl
•
www.BROloket.nl
•
www.ahn.nl
•
www.pdok.nl
AM25239